zondag 19 januari 2020

Nils Uddenberg - De oude man en de kat, een liefdesgeschiedenis

Ooit nam Nils Uddenberg zich voor nooit de verantwoordelijkheid voor een huisdier te nemen, hoewel hij als kind van de katten thuis genoot. Eenmaal met pensioen wordt die overtuiging alleen maar sterker, want samen met zijn vrouw wil hij kunnen reizen zonder zorgen om een achtergebleven kat of hond.  Maar dan, op een koude winterdag, meldt zich een katje, dat blijkbaar heeft besloten bij hem te willen horen. Het slaapt eerst in het schuurtje en zorgt kennelijk zelf voor zijn of haar voedsel. Als Nils en zijn vrouw een paar dagen van huis zijn, hoopt hij stilletjes dat het beestje weer verdwenen is, maar dat blijkt niet zo te zijn.


Het boekje is een verslag van hoe de relatie tussen Poes en Nils zich ontwikkelt, hoe het diertje zich steeds meer in het leven (en in het hart) van Nils nestelt. Daarbij stelt hij zichzelf (als psycholoog) allerlei vragen over de drijfveren van zowel Poes als hemzelf, om deze relatie aan te gaan en probeert hij het gedrag van Poes, maar ook zijn eigen reactie daarop, te duiden. Ook allerlei filosofische vragen komen voorbij. Naast de geschiedenis van de kat als huisdier en bv. de vraag waarom katten zich anders gedragen t.o.v. hun baasjes dan honden. 

De talloze vragen die Nils opwerpt en tracht te beantwoorden maken het verhaal boeiend.  Wordt ze teveel verwend, heeft ze jeugdtrauma's, waar was ze voor ze bij Nils terechtkwam? Houdt Poes op dezelfde manier van Nils, als hij van haar? Kun je de gevoelens en behoeftes van een dier wel vergelijken met die van een mens. De lezer mijmert vanzelf mee met de gedachten van Nils.

De zich ontwikkelende liefdesgeschiedenis tussen beiden vormt een soort van spanningsboog. Blijft Poes of verdwijnt ze weer, waar is ze als een poos niet op komt dagen? Het duurt even voor Nils beseft dat hij haar niet meer missen wil.

"Poes en wij zijn een deel van elkaars leven geworden. Niet dat we elkaar begrijpen, maar we hebben het best goed samen. Ze is inmiddels helemaal afhankelijk van de service die we haar bieden en ze houdt ons actief. We krijgen een beetje beweging als we met haar spelen, haar zoeken of van de muizen af proberen te komen die ze mee naar binnen heeft genomen. En niet te vergeten moeten we vaak hartelijk om haar lachen en dat schijnt het leven te verlengen. Bovendien hebben we iemand aan wie we onze aandacht en zorg kunnen geven en dat is soms even belangrijk als zelf zorg en aandacht krijgen.
Voor mij is het een filosofische uitdaging geworden om in elk geval een beetje te begrijpen hoe haar wereld eruit ziet. Poes is tenslotte een deel van mijn dagelijkse omgang en je wilt je naasten immers graag begrijpen. Zelfs als het een kat is."

Een lief boekje, dat niet alleen kattenliefhebbers zal bekoren.

Nils Uddenberg (1938) is psycholoog en schrijver. Als hoogleraar was hij verbonden aan de universiteit van Lund. In 2003 werd hij onderscheiden met de Augustprijs, de belangrijkste literaire prijs in Scandinavië. De oude man en de kat groeide uit tot een internationale bestseller.

Nils Uddenberg - De oude man en de kat: een liefdesgeschiedenis. Amsterdam, Balans, 2019. Vert. uit het Zweeds door Elina van der Heijden en Wiveca Jongeneel. Pb., 173 pg., ills. ISBN: 9789463820233.

© Jannie Trouwborst, januari 2020

vrijdag 17 januari 2020

Wim Huijser en Rob Wolfs - Weldadig wandelen

Werelderfgoed

Het kan haast niet meer mis gaan: dit jaar (2020) valt de uiteindelijke beslissing of de Koloniën van Weldadigheid vanwege hun unieke cultuurhistorische waarde geplaatst zullen worden op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Een groot aantal jaren van keihard werken voor deze erkenning zijn daar dan aan vooraf gegaan. Met als sluitstuk op opening van een nieuw en aantrekkelijk museum in Frederiksoord. Ondertussen zijn ze ook voorgedragen bij de Europese Commissie voor de titel Europees Erfgoedlabel. Dat gebeurt natuurlijk niet zomaar. Toch genieten de Maatschappij van Weldadigheid en haar Koloniën hier in Nederland (en wellicht in Vlaanderen) nog niet veel bekendheid. En dat is jammer. Er zijn al heel wat boeken verschenen over zowel de Koloniën als de bijbehorende Strafinrichtingen, ook over die in Vlaanderen (zie literatuurlijst hieronder). Nu is daar een wandelgids aan toegevoegd.

Weldadig wandelen

Het duo Rob Wolfs en Wim Huijser heeft er een prachtig boekje van gemaakt. Rob is een kei in het ontwerpen van wandelingen over (zoveel mogelijk) onverharde paden en Wim is publicist en vervend wandelaar. Het heeft geresulteerd in een gids met veel relevante achtergrondinformatie, zowel over de Maatschappij van Weldadigheid in het algemeen als over de afzonderlijke koloniën en strafinrichtingen. Het is dus behalve een gids om te wandelen, een prima inleiding om meer te weten te komen over dit onderwerp.

Alle koloniedorpen en de strafinrichtingen hebben een eigen wandeling gekregen. Zes daarvan in Nederland en twee in Vlaanderen. Per wandeling: een inleiding, een kaartje met de route en met nummers die verwijzen naar verdere relevante informatie met foto's. En tenslotte een routebeschrijving. De beperking van een geschreven gids bij het soms noodzakelijk wijzigen van de route, geldt voor deze gids niet. De wandeling wordt geregeld gecontroleerd en aangepast op de Wandelzoekpagina.nl, waar ook de gratis GPS-files te vinden zijn.

Een complete beleving
 
Voor je op pad gaat, is het dus verstandig de laatste versie daar op te zoeken en de GPS-files te downloaden. Maar voor wie naast het wandelen in deze mooie omgeving ook nog iets op wil steken van een belangrijk cultuur-historisch onderwerp, is deze wandelgids een must. Ik hoop dat hij bij zal dragen aan meer bekendheid over de Maatschappij van Weldadigheid en begrip zal kweken voor het feit dat de (verwachte) plaatsing op de Werelderfgoedlijst terecht is. Ik ben er in ieder geval van overtuigd dat hij bij zal dragen aan het wandelplezier in deze omgeving.

De beschreven wandelingen (13-18 km) betreffen:
Frederiksoord, Wilhelminaoord, Willemsoord, Boschoord, Ommerschans, Veenhuizen, Merksplas en Wortel.

Wim Huijser en Rob Wolfs - Weldadig wandelen. Arnhem, Gegarandeerdonregelmatig, 2019. Pb, 144 pg., krtn, kleurenfoto's, lit. opg. ISBN: 978-9078-641759.

© Jannie Trouwborst, januari 2019.

Meer lezen over dit onderwerp? Zie mijn blogs onder deze verzamellink: Maatschappij van Weldadigheid.

zondag 12 januari 2020

Françoise Kist - Ik doe krant

Soms heeft het leven verrassingen in petto voor je die je onmogelijk van te voren had kunnen bedenken. Dat overkomt Françoise Kist nadat ze overstapt van een managementfunctie in het bedrijfsleven naar een non-profit organisatie om jonge mensen te helpen bij het richting geven van hun leven. Aanvankelijk richt ze zich vooral op studenten, maar op een dag staat er een Guinese jongeman op de stoep. In gebrekkig Nederlands vertelt hij wat hij gehoord heeft: "U helpt mensen". En dan: "Kunt u mij ook helpen?" Het overvalt haar, maar ze besluit het te proberen. "Ik weet het niet, maar ik ga met je meedenken" antwoordt ze. Deze Boubacar is de eerste, van een hele reeks jongens en een enkel meisje, die ze helpt. Ze zijn uitgeprocedeerd of verstrikt geraakt in de ingewikkelde wet- en regelgeving, treffen onwillige ambtenaren. Of kunnen soms domweg niet terug naar het land van herkomst en worden aan hun lot overgelaten.

"Ieder mens heeft het recht te streven naar een goed leven. Het zijn gewone mensen in ongewone omstandigheden", stelt ze. Die hetzelfde willen wat ieder mens wil: leren, werken, een huis, een gezin, een menswaardig bestaan. En zo wordt meedenken, meehelpen. Uit de verhalen in haar boek blijkt dat er nog veel meer mensen bereid zijn mee te helpen. Niet alleen advocaten, maar ook rijinstructeurs, leraren, donateurs, sympathisanten en vele anderen. Achterin wordt een indrukwekkende rij personen en instanties opgesomd.

Ze schrijft over haar beschermelingen in een opgeruimde, nuchtere stijl, doorspekt met de nodige humor, ondanks de treurigheid van de verhalen. Het zijn ongelooflijke verhalen, met twee kanten. Naast de keiharde opstelling van ambtenaren die de wet aan hun kant menen te hebben, is er de enorme motivatie van de jonge vluchtelingen. Er ontstaat een beschamend beeld van het Nederlandse beleid, humaan naar buiten, maar in de praktijk tekortschietend. Vrijwillig terugkeren bijvoorbeeld met een geldbedrag, het lijkt zo mooi. Maar wat als dat door corrupte ambtenaren in het land van aankomst meteen wordt afgepakt. Soms lukt het Françoise Kist de jonge mensen toch hier te laten studeren. Ze ronden een goede opleiding af, maar in het land van herkomst komen ze door vriendjespolitiek niet aan de bak. Of de hier bij elkaar gespaarde tractor, die een heel Afrikaans dorp uit de armoede had moeten helpen. Drie jaar later staat hij ergens in een schuurtje te verroesten, bij gebrek aan onderdelen en onderhoudsmogelijkheden. Want ze blijft ze opzoeken in die verre landen waarheen ze weer vertrekken. En ook daar vertelt ze over.

"Ik ben met ze opgetrokken en daarover gaat dit boek. Meedenken, dat is één. Dan volgt het meedoen, het meewerken en samenwerken. Medelijden? Nee, dat niet: waar hoop is, is leven en er waren veel vrolijke momenten. Wel lijden we sámen. Aan de onrechtvaardigheid in de wereld en de willekeur van het lot." 

Als ze aan Boubacar vraagt hoe hij in zijn levensonderhoud voorziet, zegt hij: "Ik doe krant". Hij doet een krantenwijk voor een andere jongen en ontvangt een deel van het loon. Na 10 jaar werken met en voor deze jonge mensen besluit Françoise Kist haar ervaringen op te schrijven "Ik doe boek", besluit ze. De verhalen zijn slechts een selectie van haar inspanningen. Want naast deze uitgeprocedeerde jonge mensen, werkt ze ook met vreemdelingen.

"Vreemdelingen die geen vreemdeling meer heten, maar het wel zijn: nieuwkomers, statushouders, nieuwe Nederlanders. Ook zij kloppen bij mij aan. Wat weten zij van Nederland? Wat weet Nederland van hen?  "Kan u mij helpen?"'

Nergens geeft zij haar mening over de zaken die passeren. Hoe onrechtvaardig ook. Ze laat het aan de lezer over er iets van te vinden. Zij beschrijft slechts wat ze doet: luisteren naar de wensen van de jonge mensen en helpen, ook als het heel moeilijk wordt. Dat maakt het tot een hoopvol boek: te weten dat er mensen als Françoise Kist bestaan, gesteund door een hele achterban.

Françoise Kist - Ik doe krant: belevenissen van een vrouw die op een dag besluit jonge vluchtelingen te gaan helpen. Amsterdam. Balans, 2019. Pb., 199 pg. ISBN:9789463820356.

© Jannie Trouwborst, januari 2020.

woensdag 11 december 2019

Oktober en november: wat las ik?

De tijd vliegt en alweer zijn er twee maanden voorbij, waarin ik nauwelijks blogde over gelezen boeken. Het is niet alleen dat ik het bloggen moeilijk kan opbrengen, ook het lezen verloopt niet meer zoals ik gewend was. Het valt me zwaar om mijn aandacht bij een boek te houden en al helemaal als het me niet meteen boeit en me echt afleiding bezorgt. De oogst van de afgelopen maanden is dus magertjes en dat ligt meer aan mij (en de omstandigheden) dan aan de boeken die ik wel las, maar niet bespreken zal. 

Voskuil: Ik ben ik niet

Laat ik beginnen met het "Voskuilproject". Het Bureau 1 en het Bureau 2 zijn uit. (Ik schreef daar eerder over. (Zie hier 3 afleveringen). Van medeblogster Sue kreeg ik Ik ben ik niet. Omdat ik me tijdens het lezen van Het Bureau vaak afvroeg in hoeverre Maarten Koning samenviel met J.J. Voskuil besloot ik dat eerst te lezen, in de hoop er wijzer over te worden. 
Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste bevat een samenvatting van de gesprekken die Detlev van Heest voerde met Lousje Voskuil over haar man en hun leven samen. Ik vond het heerlijk om te lezen. Zonder twijfel stond Lousje model voor Nicolien: dat wordt duidelijk in het woordelijke verslag van hun gesprekken. Over Han Voskuil als Maarten Koning ben ik weinig wijzer geworden. Ze hebben heel veel gemeen. Het Bureau als een soort van dagboek beschouwen gaat misschien te ver, maar er zijn genoeg overeenkomsten, als ik de verhalen van Lousje mag geloven.
Volgens de achterflap leest het tweede deel als een zelfportret. Het zijn bespiegelingen en boekbesprekingen. De meningen en thema's uit deze periode vóór Het Bureau zullen in zijn latere werk naar voren komen: vriendschap, vervreemding en vijandschap. Ik ben wel begonnen aan dit gedeelte, maar op dit moment bleek het teveel gevraagd. Er worden veel buitenlandse schrijvers besproken die ik niet ken, dat maakt het volgen van een betoog lastig. Misschien later nog eens. Net als deel 3 van Het Bureau.

Deze haalden wel een blog

Op aanraden van mijn boekwinkelvriendin in Haarlem (Boekwinkel Gillissen & Co) las ik Het Zoutpad van Raynor Winn. Het boeide me vanaf het begin en ik las het met plezier. Daarna verraste Cossee me met De wonderdokter van Rinus Spruit. Een schot in de roos. Ze weten daar ondertussen wie en wat ik graag lees. Uit het archief van mijn oude blog dook ik Maarten 't Hart - Het psalmenoproer op, omdat het ter sprake kwam in een bespreking van zijn laatste boek (De nachtstemmer) en ik vind dat het nog wel wat aandacht verdient. Ik las het dus niet opnieuw, maar het is goed mogelijk dat dat er nog wel eens van komt. Begin november volgde Lijfrente, een gevoelige poëziebundel van Vrouwkje Tuinman. Over een jaar van rouw na het verlies van haar geliefde. Wie ooit een geliefde verloor zal er een en ander in herkennen, maar rouwen doet ieder mens op zijn eigen manier. Vrouwkje Tuinman heeft besloten haar proces met de lezer te delen. Een moedig besluit dat respect verdient.
In november ontving ik De Kolonieman: de biografie over Johannes van den Bosch. Een dikke pil met interessante informatie, maar die af en toe het nodige doorzettingsvermogen van me vroeg. Dankzij de prettige schrijfstijl van Angelie Sens lukte het me toch hem uit te lezen er er een blog over te schrijven.

Deze haalden het (nog) niet.

Allereerst is daar Kaf van Joep Stapel. Ik las de recensie van Sue (KLIK HIER) en het leek me een interessant debuut. Sue bracht het voor me mee tijdens onze vakantie bij haar in de buurt. Ik las het uit, maar het was te ingewikkeld voor me om er een blog over te kunnen schrijven. Door het constant wisselen van tijd en perspectief is zeer aandachtig lezen nodig en dat kon ik niet genoeg opbrengen. Lees dus vooral wat Sue er over schreef.
In de bieb leende ik Laura Broekhuysen - Flessenpost uit Reykjavik. Eerder las ik van haar Winter-IJsland. Ik werd daar erg door getroffen en was reuze benieuwd naar het vervolg. Omdat het haar persoonlijke ervaring beschrijft van emigreren naar een land waarvan je taal niet spreekt en de cultuur niet kent, boeide dit vervolg me wel. Schrijnend om te lezen hoe haar dochter haar langzaam lijkt te ontgroeien, als ze eenmaal op school zit. De symboliek die ze gebruikt om met muziektermen aan te geven hoe ze bepaalde zaken ervaart, kon ik niet helemaal volgen, vanwege een gebrek aan kennis daarvan. Dat het boek toch de moeite waard is, valt de lezen in de recensie op De Leesclub van Alles

Ichigo-ichie van Francesc Miralles/Hector Garcia beschrijft de Japanse wijsheid voor het beleven van onvergetelijke momenten. Misschien komt er nog een blog over binnenkort. Langs brede rivieren, een bloemlezing met gedichten over onze rivieren door Wim Huijser bevalt goed en ligt op mijn nachtkastje. Ook van zijn hand is het fraaie boekje: De kracht van het wandelen - ontstressen in de natuur. Ook dat maakt nog een kans op een recensie.

Wat lees ik nu?

Ik ben mijn boekenkasten maar eens ingedoken, op zoek naar iets dat verstrooiing kan brengen. Ooit vond ik in een boekenstalletje langs de weg in de buurt van Bellingwolde een boek van Thomas Rosenboom: Zoete mond. Omdat Publieke werken me heel goed bevallen is, nam ik het destijds mee. Maar ik zie altijd een beetje op tegen dikke boeken, dus het stond nog steeds ongelezen in de kast. Inmiddels ben ik er al een eind in gevorderd. 
Daar houd ik het maar even bij. Er staan nog wel een paar reserveringen uit bij de bibliotheek, ik blader geregeld in de nieuwe uitgeverscatalogi, mijn lijst met wat interessant lijkt, wordt steeds langer. Maar ik doe toch liever even rustig aan met lezen. We zien wel wat er nog op mijn pad komt.

© Jannie Trouwborst, december 2019.

dinsdag 3 december 2019

Angelie Sens - De kolonieman

Dat de cultuur- en pershistoricus Angelie Sens de biografie van Johannes van den Bosch (1780-1844) de titel De kolonieman heeft gegeven, zal niemand verbazen. Wie geïnteresseerd is in de sociale geschiedenis van Nederland kent zijn naam als de oprichter van de Maatschappij van Weldadigheid. Hij is de bedenker van de landbouwkoloniën in Drenthe (Frederiksoord, Wilhelminaoord, Boschoord en Willemsoord) en in Vlaanderen (Wortel) en de gestichten van Veenhuizen en Ommerschans en Merksplas (Vlaanderen). Met de bedoeling de uitzichtloze armoede van vele gezinnen in de grote, verpauperde steden van Nederland en Vlaanderen op te lossen en deze mensen weer een perspectief te bieden.
Dat hij destijds daarnaast een belangrijke, invloedrijke en daadkrachtige bestuurder was die in opdracht van de Nederlandse regering en Koning Willem I zijn stempel op nog veel meer indrukwekkende projecten in de overzeese koloniën drukte, is minder bekend. Het beeld dat Angelie Sens in deze biografie van hem schetst, toont aan dat de koloniën in Nederland en Vlaanderen slechts een klein deel van zijn belangrijkste wapenfeiten vormen.

Bij het verzamelen van de gegevens voor deze biografie bleek dat het moeilijk was om de persoon Johannes van den Bosch te beschrijven. Er zijn weinig persoonlijke documenten te vinden. Zakelijke correspondentie, artikelen en boeken van zijn hand zijn er genoeg. Verhalen van anderen en de (logische) veronderstellingen van de schrijfster moeten zijn persoon een beetje invullen. Toch is het gelukt een beeld te geven van zijn gedrevenheid, intelligentie en vasthoudendheid (tot het koppige aan toe).

In zijn 45-jarige carrière wendt Johannes van den Bosch als visionair militair, bestuurder, econoom en staatsman op doortastende wijze zijn geestelijke veerkracht en talenten aan bij de opbouw van het Nederlandse imperium onder de nieuwe koning Willem I. Van de onderwerpen die naast de Maatschappij van Weldadigheid en haar koloniën aan bod komen, zijn de belangrijkste: de (bijna-) afschaffing van de slavernij in Suriname en het invoeren van het Kultuurstelsel in de Indische Archipel. Hoewel hij nu nog voornamelijk bekend is door de Koloniën in Nederland en Vlaanderen, blijkt Johannes van den Bosch daar minder tijd doorgebracht te hebben dan in Indië en Suriname. 

De rode draad in het denken en handelen van Johannes van den Bosch was de economische en sociale verheffing van zowel de armen in Nederland en de boeren in de Javaanse dessa's, als de slaven op de Surinaamse plantages. Toch pakte het niet allemaal even goed uit. Dat maakt hem tot een omstreden figuur. In het slothoofdstuk kaart Angelie Sens deze tweespalt aan: de wegbereider van de verzorgingsstaat, met in de Nederlandse koloniën leerplicht voor kinderen tot 12 jaar en een verplicht ziekenfonds voordat dat woord was uitgevonden, maar ook de bedenker van een een onderdrukkend systeem op Java dat hij pragmatisch bleef uitvoeren, ook toen dat ten koste van de betrokken ging.

Behalve een biografie van een invloedrijk man schetst Angelie Sens in De kolonieman tegelijkertijd een uitgebreid beeld van een tijdperk dat een kantelpunt vormt naar de moderne samenleving. Al speelt Johannes van den Bosch uiteraard de hoofdrol in de biografie, toch geeft de schrijfster daarnaast ruim aandacht aan de omstandigheden in de toenmalige maatschappij (zowel in Nederland als in de overzeese koloniën) en aan andere personen die in deze turbulente periode een belangrijke rol speelden.

200 Jaar geleden werd de Maatschappij van Weldadigheid opgericht (1818). De kans is groot dat in 2020 de Koloniën van Weldadigheid in Nederland en België op de Unesco Werelderfgoedlijst geplaatst gaan worden. Het museum in Frederiksoord is helemaal vernieuwd. Er is dus momenteel erg veel aandacht voor Van den Bosch als sociaal hervormer pur sang en wegbereider van de moderne verzorgingsstaat. Er gaan zelfs stemmen op een standbeeld voor hem op te richten. Daarom is het goed dat in deze uitgebreid biografie álle aspecten van zijn levenswerk aan bod komen. Zodat geïnteresseerde lezers zelf een oordeel kunnen vormen. 

Dit omvangrijke, gebonden boek bevat 18 pagina's met kleurenfoto's, de stamboom van de familie van den Bosch, de tijdlijn van zijn leven, een personenregister en een honderdtal bladzijden met noten, geraadpleegde bronnen en literatuuropgaven. Deze wetenschappelijke uitgave is door de prettige schrijfstijl van Angelie Sens een genoegen om te lezen.

De kolonieman - Johannes van den Bosch 1780 - 1844 - volksverheffer in naam van de koning. Amsterdam, Balans, 2019. Geb., 477 pg., ills., lit.opg. reg. ISBN:97894 600 3891 4 

© Jannie Trouwborst, december 2019.

donderdag 7 november 2019

Vrouwkje Tuinman - Lijfrente

Op 16 maart 2018 overleed Frank Starik, pseudoniem van Frank von der Möhlen, een Nederlandse dichter en prozaïst, alsmede fotograaf, zanger, performer en beeldend kunstenaar. In 2002 richtte Starik in navolging van het Groninger Eenzame uitvaart-project in Amsterdam de Poule des Doods op, een dichterscollectief dat zorgt voor een passend gedicht bij de uitvaart van eenzame overledenen. Vrouwkje Tuinman was bijna 15 jaar zijn partner. Met de dichtbundel Lijfrente doet zij verslag van het eerste jaar na het verlies.

De definitie van wat onder poëzie verstaan moet worden, is voortdurend aan verandering onderhevig. Vooral wat betreft de vorm. Zo zijn rijmschema's allang losgelaten, maar de drijfveer van de dichter bleef gelijk: woorden trachten te vinden voor het onzegbare of uitdrukking te geven aan oergevoelens, zoals liefde, dood en rouw.

Het wekt dan ook geen verbazing dat Vrouwkje Tuinman, die al vijf dichtbundels op haar naam heeft staan, woorden tracht te vinden voor de gevoelens die haar in het eerste jaar na de dood van haar geliefde overvallen. Lijfrente is een kwetsbaar verslag van haar worsteling hem zo levendig mogelijk in gedachten bij zich te houden en tegelijkertijd te beseffen dat ze hem los moet laten, dat haar leven verder gaat. Het geld dat hij haar naliet, zet ze om in een lijfrente: een betere titel voor deze gedichtenbundel bestaat er niet. Een voorbeeld van hoe dichters aan gewone woorden een extra betekenis geven.
Gedichten, staat er op de titelpagina van de bundel. Terecht, maar er zijn ook een paar bladzijden met teksten bij die ik eigenlijk gedachten zou willen noemen. Ze passen perfect in de bundel, maar zoeken de grens op tussen proza en poëzie. De term poëtisch proza past daar wellicht bij.

Alle gevoelens die een mens zo'n eerste jaar van rouw overvallen, komen in aansprekende gedichten terug, maar ook de praktische zaken die geregeld moeten worden en soms flink pijn doen. Dan zijn er nog de vaak goedbedoelde, maar foute opmerkingen die anderen maken. Herinneringen, dromen, het leven dat doorgaat, afscheid nemen en opnieuw beginnen, het blijft heel moeilijk.

DAT KUN JIJ,

Zei hij, bij dingen waarover ik twijfelde,
en soms geloofde ik hem.
Vooral als het dingen waren die hij zelf niet kon.

Zo ben jij,

Zei hij, als ik iets presteerde
bovenop de gewone dag.
Iets waar hij zelf nog niet aan gedacht had.

Ik weet niet wie ik nu kan zijn.

Daarnaast was er nog de tentoonstelling over Frank Starik die Vrouwkje Tuinman hielp voorbereiden in het Literatuurmuseum (13 september - 17 november 2019), waar zijn literaire nalatenschap bewaard wordt. En bezorgde ze postuum zijn laatste werk: Klaar. Dat moet een zware opgave geweest zijn. Starik schreef ook over zijn dementerende moeder. In de dichtbundel krijgt ze eveneens een plekje. Haar schoonmoeder blijft denken dat haar zoon nog leeft. Dat maakt de gesprekken moeizaam en pijnlijk.

JA, IK GA NOG STEEDS NAAR HET VERPLEEGHUIS
......
4. 
Dit is mijn schoondochter toch? informeert mijn schoonmoeder bij een verpleger.
Hij was er niet bij, de middag dat ze haar zoon in een kist bekeek. Zijzelf slechts in compartimenten: een deel dat keek, een deel dat registreerde, een deel dat een en twee slechts even aan elkaar kan koppelen, een deel dat het thuis alweer was vergeten.
Ik ben nog altijd schoondochter, al woont hier niemand meer die zich mijn man herinneren kan. 
Wat goed dat je nog steeds komt, zegt hij. 

Verwacht geen dichtbundel waar je troost uit kunt putten of die een leidraad kan zijn bij het verwerken van een verlies. Wie ooit een geliefde verloor zal er een en ander in herkennen, maar rouwen doet ieder mens op zijn eigen manier. Vrouwkje Tuinman heeft besloten haar proces met de lezer te delen. Een moedig besluit dat respect verdient.

Vrouwkje Tuinman - Lijfrente. Amsterdam, Cossee, 2019. Pb, 61 pg., isbn: 978-90-5936-863-7.

© Jannie Trouwborst, november 2019.

woensdag 6 november 2019

Maarten 't Hart - Het Psalmenoproer


Het is voor recensenten erg vervelend als schrijvers zich niet houden aan gangbare categorieën, zodat zij het geschrevene via een specifiek beoordelingsschema kunnen bejubelen of afkraken. Dat Maarten ’t Hart dat ook beseft, blijkt uit zijn toegevoegde Verantwoording. Hij benadrukt, dat hij een documentaire roman heeft willen schrijven, somt alle bronnen op die hij daarvoor gebruikt heeft en legt uit op welke wijze hij geprobeerd heeft de omstandigheden en feiten van weleer zo correct mogelijk weer te geven.

Hij is niet de eerste die zich waagt in het niemandsland tussen fictie en non-fictie. Historische romans, zoals Hella Haasse deze o.a. schrijft, sluiten het meest aan bij fictie: gebaseerd op historische feiten wordt een roman gepresenteerd, die grotendeels op fantasie berust. Haar romans worden meestal besproken als literaire fictie. Aan de andere zijde van het palet vinden we bv. De graanrepubliek van Frank Westerman: de historische feiten overheersen, maar ze worden in een verhaal gegoten en verteld via de levens van enkele hoofdpersonen. Hierbij neigt de criticus naar beoordeling van de wetenschappelijke waarde van het werk, al zijn er ook, die meer nadruk willen leggen op de literaire kwaliteit.

Maarten’t Hart zweeft daar ergens tussenin met zijn documentaire roman. Wie open wil staan voor deze nieuwe manier om de historie in een roman onder de aandacht te brengen, dus wie eerst de Verantwoording en dan het boek leest, zal het op een andere manier beoordelen en waarderen.

In Het psalmenoproer krijgen we de geschiedenis van Maassluis in de roerige 18de eeuw voorgeschoteld. We lezen over de teloorgang van de beug- en haringvisserij, de daaruit voortkomende verpaupering, de sociale onrust, de strijd tussen Prinsgezindten en Patriotten, de oorlogen tegen Engeland, de overstroming van 1776 en de kerkelijke gebruiken en twisten, zoals het psalmenoproer. Alles wat zich tussen 1739 en 1811 afspeelde in Maassluis is gekoppeld aan het leven van de reder Roemer Stroombreker en dat van zijn (onechte) zoon. Alleen de reder leren we echt goed kennen. Van de andere hoofdpersonen (zoon Gilles, echtgenote Diderica en de moeder van zijn zoon Anna bv.) is de karaktertekening beperkt. Ik vind dat geen bezwaar: hoofdonderwerp is de historie, opgehangen aan de kapstok van het leven van een Maassluise reder. Daardoor is het een documentaire roman en geen historische. Het verhaal zelf heeft precies genoeg spanning om over de historie van Maassluis door te blijven lezen: komt het ooit goed tussen de vader en de zoon?

De sfeertekening is perfect, mede dankzij de woordkeuze: 18de eeuwse woorden (veelal gevonden in rechtbankverslagen) en plechtstatige spreektaal, bij de gegoede stand doorspekt met Franse termen. De beschrijving van de stad zelf en haar bewoners doet de rest.

Ik vind het een geslaagd boek. Maassluis, de roerige 18de eeuw, de haringvisserij en haar ondergang, het psalmenoproer: op deze manier gepresenteerd is het aangenaam kennismaken.

Maarten 't Hart - Het Psalmenoproer. Amsterdam, Arbeiderspers, 2013. Hardcover, 14de dr. 288 pg. ISBN: 9789029587860

© Jannie Trouwborst, november 2019