maandag 17 juli 2017

Tijdloos plezier, al drie generaties

We kregen min of meer een opdracht van Martha deze keer, voor vraag 29 van #50books (KLIK HIER).  En die luidt:

Ga eens voor je boekenkast staan en laat je ogen over de boeken glijden. Welk boek springt eruit en waarom?

Dat was even slikken als je een huis vol boekenkasten hebt. Waar moet je beginnen? Maar dan dringt tot me door wat Martha eigenlijk aan mij vraagt. Niet om serieus en weloverwogen uit al die boeken een boek kiezen met bijzondere eigenschappen. Maar om gewoon eens zonder vooropgezet plan te kijken wat er zomaar uit de boekenkast komt springen. Dus liet ik mijn ogen dwalen over de boeken in de dichtstbijzijnde boekenkast en ja hoor PATS! Niet het boek zelf sprong eruit, maar mijn oog viel erop. Ik neem aan dat dat ook goed is? Want ik wist meteen dat ik die moest hebben. Bij het zien van de rug van het dikke boek borrelden herinneringen op aan vervlogen tijden. Fijne herinneringen, dus dan klopt het gewoon.

Het gaat om Ziezo, de 347 kinderversjes van Annie M.G. Schmidt. Alle 11 versjesbundels zijn er in opgenomen. Met tekeningen van alle illustratoren die er ooit aan meewerkten. Dat forse boek dus, bijna 300 pg. Blijft nog over de vraag "waarom"?

Drie generaties hebben tijdens mijn leven van de versjes van Annie M.G. Schmidt genoten. Ikzelf vanaf een jaar of vijf. Het fluitketeltje (1950) en Dit is de spin Sebastiaan (1951) werden mij voorgelezen en ik ken er nog een aantal versjes van uit mijn hoofd. Uiteraard las ik ze ook weer voor aan mijn kinderen. Niet alleen de versjes, maar ook Jip en Janneke, Floddertje, Pluk van de Petteflat. Er kwam steeds meer bij en het bleef leuk. Ook onze jongste kleinkinderen (5 en 7) genieten inmiddels van de verhaaltjes en de versjes. Vooral Beertje Pippeloentje en Dikkertje Dap zijn favoriet. Zeker sinds ze een CD hebben voor in de auto met een aantal van de liedjes, gezongen door een kinderkoor.

Ik kocht het boek in 2006 toen wij oppas(groot)ouders werden voor onze oudste kleindochters. Die waren toen 4 en 6. Tussen de middag, bij de boterham las ik voor uit het grote, dikke boek. Het maakte niets uit dat sommige woorden een beetje gedateerd waren: "Tante Trui en Tante Toosje zaten op de "canapé"."  De meeste versjes zijn tijdloos en moeilijke woorden konden leuke gesprekjes opleveren. Hun woordenschat is in die tijd op een bijzondere manier vergroot. In elk geval genoten ze ervan en spoorden hun oma aan vooral dóór te eten, zodat ze weer voor kon lezen. We hebben er jaren plezier aan beleefd.

Het was een heerlijke tijd met die meiden dagelijks over de vloer. Dat komt allemaal weer naar boven als ik dat boek zie staan. En dat bedoelde Martha waarschijnlijk toen ze haar vraag formuleerde. Ja, dit springt er dus uit, omdat het mooie herinneringen oproept.

Gelukkig komen ze nog steeds langs, die oudste kleindochters. De oudste heeft een paar maanden gelden zonder 1 fout haar theorie-examen gehaald en zojuist, vlak na haar 17de verjaardag, in 1 keer haar rijbewijs. Kleine meisjes worden groot, maar gelukkig mag opa nu weer als oppasopa functioneren door haar het komende jaar tijdens haar ritjes als rijcoach te begeleiden. En misschien zingen ze dan onderweg nog wel eens een liedje van Annie M.G. Schmidt.....

© Jannie Trouwborst, juli 2017.

 Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden van anderen. Wil je ook meedoen? Iedereen is vrij om de vragen te beantwoorden zoals hij of zij wil. Laat een link naar je eigen blog achter in de reacties onder het blog van Martha (KLIK HIER) of alleen je reactie. Zo kan iedereen lezen wat jij ervan vindt.

zondag 16 juli 2017

Laura Broekhuysen - Winter-IJsland

IJsland: het land waar de zon op de langste dag niet onder gaat, maar waar de winter bijna acht maanden lijkt te duren. Dat dat niet hetzelfde IJsland is als de toeristische folders ons willen doen geloven, maakt Laura Broekhuysen duidelijk in haar indrukwekkende en zeer persoonlijke verslag dat als ondertitel meekreeg: Mijn eerste jaar in een verlaten fjord.

Het is nazomer als Laura Broekhuysen samen met haar IJslandse man en haar dochtertje van twee voorgoed naar IJsland verhuist. Het huis en de plek waar ze zullen gaan wonen is hun nog onbekend: de woning is aangekocht door een broer van haar man. Als Laura over de drempel stapt, beseft ze pas goed welke ingrijpende beslissing ze genomen heeft.

"Het huis is van hout en staat op een terp. Afgaande op hoelang het te koop heeft gestaan, zullen we hier nooit weggaan. Dat weten we. Hier worden we oud. Voor het eerst je eindstation betreden gaat niet zonder beklemming. Je stapt in honderd vierkante meter beklemming. Wat er ook gebeurt, het zal hier gebeuren. Onder dit raam zul je je oeuvre bij elkaar moeten pennen. Dit zal je uitzicht zijn. Je ziet voor het eerst de keuken waarin je talloze appeltaarten zult bakken, voor alle verjaardagen en vieringen van zwemdiploma's en eindexamens. Je dochter, nu twee, zal zich in dit huis van je losweken. In die hoek, met de opgerolde telefoonkabel, zul je je ouders verliezen."

In Winter-IJsland beschrijft Laura Broekhuysen de verwarrende, heftige, bijzondere, mooie en indrukwekkende ervaringen en indrukken die ze in de loop van dat eerste jaar opdoet. Het contrast met wat ze in Nederland achterliet, kan niet groter zijn. Het landschap, het klimaat, de mensen, de taal, de cultuur: via haar gedachten en overpeinzingen maken we er kennis mee. Soms beschrijft ze wat ze ziet, zonder oordeel. Soms laat ze haar gevoel over de gebeurtenissen of omstandigheden doorschemeren, maar zonder dat uit te spreken. Toch weet ze over te brengen hoe wanhopig je kunt worden van alweer regen en storm, van nog steeds sneeuw, van geen aansluiting krijgen bij de IJslanders.

De peuter is een bron van vreugde in haar enthousiasme om de IJslandse wereld te ontdekken en te omarmen. Haar vragen en opmerkingen brengen zowel humor als filosofie in het verhaal door de vragen die ze stelt. Ze helpt haar moeder te relativeren. Drie talen leert ze spreken: met haar moeder spreekt ze Nederlands, met haar vader IJslands en vader en moeder spreken Engels met elkaar, dus dat pikt ze ook op.

In de fjord is een walvisverwerkingsfabriekje. Af en toe zwemt er een walvis in de buurt van de fjord. Dan vaart de walvisvaarder uit en harpoeneert het dier. Het gruwelijke verhaal dat daarbij hoort, wil Laura Broekhuysen haar kind besparen. Als ze het schip ziet uitvaren, vertelt ze haar over hoe de walvissen leven. En aan de lezer vertelt ze de rest van het gruwelijke verhaal. Toch kan ze niet voorkomen dat ze tijdens een autoritje langs de fabriek moeten waar de walvis verwerkt gaat worden. Hij ligt met zijn bolle buik in de slachtkuip.

"Onze dochter wijst op de walvis die in zijn grote walvisbed te slapen wordt gelegd. In haar wereld sterf je alleen maar van ouderdom." (....) Thuis wil ze dat de achterdeur openblijft. Ze zit op de drempel en kijkt naar de zee, knippert zo min mogelijk om de zeldzame uitademing van de walvis, de metershoge stoomwolk die ze op een foto heeft gezien, niet mis te lopen. Ze wil haar eten op de drempel, het is haar uitkijkpost. Ze is bereid er maanden te zitten."

Zo maakt ze ons deelgenoot van kleine en grote gebeurtenissen. Het kerstfeest bij de grootouders in een vissersdorpje, het midzomerfeest in een landhuis waar alle nakomelingen van de stamvader van de familie traditiegetrouw bij elkaar komen, de eerste schooldagen van de peuter, het lange wachten op de zon (het huis ligt tegen een berg aan, waardoor het lang duurt in het voorjaar voor die op hun land en huis schijnt). De verbazing van de peuter als die haar eigen schaduw ziet. En andersom het onbegrip als het weer donker wordt 's nachts. De geboorte van hun zoontje - wie zo treffend kan verwoorden hoe een bevalling voor een moeder verloopt, is een literair talent! Een heftige, maar prachtige geboortescène is het resultaat. En dan is het jaar bijna om. De zon trekt zich terug, de lampen moeten weer aan in huis, de vrieskou en de wind doen zich opnieuw gelden. Maar binnen in nu thuis, waar ze van haar gezin geniet en buiten is minder belangrijk.

"Het jaar is rond en ik stop met kijken. (..) Het fjord, een grafische partituur die je als schrijver op honderden manieren kunt uitvoeren, verliest als zodanig zijn functie. Zoals ik een boek herlees, leef ik diagonaal, in plaats van elk woord, elke sneeuwvlok onder de loep te nemen. Misschien dat het stormt, dat het hagelt, dat de zon schijnt. Dat zijn de zinnen die ik oversla." Ze geniet van haar kinderen, er komt kraambezoek uit Nederland. "Mijn dochter helpt me de wandelwagen de helling op te duwen, de wielen door de sneeuw. Samen zingen we (...). En het is niet dat we de wind niet voelen, we voelen hem niet."

De verhalen verschenen op Revisor.nl als feuilleton. Dat maakt ze nog authentieker. Geen verhaal achteraf, maar de ervaringen op het moment zelf. Ik was in verwarring na het lezen van dit persoonlijke relaas. Het raakte me, maar het zette me ook aan het denken. Wat is het verschil tussen deze Nederlandse vrouw in IJsland die haar leven in een totaal andere omgeving vorm moet proberen te geven, een onbegrijpelijk moeilijke taal moet leren en moet wennen aan het barre klimaat en de cultuurverschillen. En een Syrische vluchtelinge in Nederland? En dan is Laura's man een IJslander die haar helpen kan waar nodig. 

Dit boek geeft een prachtig beeld van het echte IJsland: van haar landschap, bewoners en cultuur. Maar ook verwoordt het heel treffend de verwarring en de moeizame aanpassing van wie plotseling in een totaal andere wereld terechtkomt. Laura Broekhuysens taalgebruik en stijl zijn origineel, soms poëtisch, dan weer filosofisch getint. Ze nemen je moeiteloos mee in haar nieuwe wereld. Als je tenminste empathisch genoeg bent om aan te voelen wat ze niet opschrijft....

Laura Broekhuysen (1983) studeerde viool aan het Conservatorium van Amsterdam. Haar debuut, Twee linker laarzen verscheen in 2008. De roman werd genomineerd voor de Selexyz Debuutprijs en voor de Vrouw & Kultuur DebuutPrijs. In 2011 volgde Hellend vlak. Winter-IJsland was één van de 5 genomineerden voor de Bob den Uyl prijs 2017.

Winter-IJsland: mijn eerste jaar in een verlaten fjord. Amsterdam, Querido. 2016. 136 pg. ISBN:9789021402178

© Jannie Trouwborst, juli 2017.

zaterdag 15 juli 2017

Geen boeken mee op vakantie!

Na een pauze van ongeveer een half jaar begon het toch weer te kriebelen. Ik kan niet beloven dat er elke week iets komt, maar ik wil toch weer af en toe mee doen met #50books. Martha wil dit keer weten: Welk(e) boek(en) neem je mee op vakantie? (KLIK HIER). Daar wil ik graag een antwoord opgeven, al is het misschien niet helemaal wat Martha ervan verwacht. Om het kort samen te vatten: ik neem geen boeken mee op vakantie. 

Lees ik dan niets in de vakantie? Jazeker wel! Het hangt er echter vanaf wat ik tegenkom. Huh? Om te beginnen gaan wij eigenlijk altijd ergens in Nederland op vakantie. Wij zijn aangesloten bij Holidaylink, een organisatie die bemiddelt tussen mensen die een oppas zoeken voor hun huisdieren en hun huis en mensen die daar wel oren naar hebben. Net als vorig jaar gaan wij naar Noordwolde, een plaatsje in Friesland, op de grens met Drenthe en Overijssel. We bivakkeren daar 4 weken in een gerestaureerd boerderijtje in het buitengebied met een prachtige tuin, een braaf poesje en een heerlijk vrij uitzicht. Met voldoende wandel- en fiets natuur in de directe omgeving.


Zoals mijn gewoonte is, heb ik vorig jaar vóór de vakantie geprobeerd te lezen wat er te lezen viel over plek waar we op vakantie gingen. Over de geschiedenis van Noordwolde: ooit het bloeiende centrum van het rietvlechtambacht. Maar ook de verhalen over de armoede onder de land-en veenarbeiders en het harde leven in deze buurt stonden beschreven in het enige boekje dat ik vond: Geschiedenis van Noordwolde en de rotan-meubelindustrie door L. Kamminga uit 1964. Een geweldige basis om de omgeving waar je wandelt en fietst met andere ogen te bekijken en om alles nog eens terug te vinden in het Rietvlechtmuseum. Als je ooit in de buurt bent een aanrader. (Voor een uitgebreid verhaal over het museum: KLIK HIER).

In dezelfde buurt liggen de Koloniën van Weldadigheid die volgend jaar naar alle waarschijnlijkheid tot het Werelderfgoed gaan behoren. Ik las tijdens ons verblijf in Noordwolde de drie boeken van Wil Schackmann daarover (voor het hele verhaal plus de boekbesprekingen: KLIK HIER). Maar die boeken had ik dus niet zelf meegebracht.....

Tijdens de kennismaking vorig jaar bleken de gastheer en -vrouw onze interesses te delen. Bruno heeft een kast vol boeken over de regionale geschiedenis en andere historische onderwerpen en abonnementen op allerlei historische tijdschriften. Karin is een liefhebber van Nederlandse literatuur en heeft kasten vol boeken staan die ik altijd al eens had willen lezen. Ik hoef dus helemaal geen boeken mee te nemen: ik mag uit de kast pakken wat me interesseert.

En krijg ik dan toch ineens zin in Maarten 't Hart of Hans Dorrestijn, dan zet ik die via de onlinebibliotheek gewoon even op mijn tablet.


© Jannie Trouwborst, juli 2017.

De foto's bij dit blog zijn gemaakt in Museum de Koloniehof in Frederiksoord.

Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden van anderen. Wil je ook meedoen? Iedereen is vrij om de vragen te beantwoorden zoals hij of zij wil. Laat een link naar je eigen blog achter in de reacties onder het blog van Martha (KLIK HIER) of alleen je reactie. Zo kan iedereen lezen wat jij ervan vindt.

zaterdag 8 juli 2017

Frederik Baas - Dagboek uit de rivier

Literaire thrillers zijn aan mij niet besteed. Tweemaal heb ik een poging gewaagd en tweemaal was ik dermate teleurgesteld in wat mij voorgeschoteld werd, dat ik besloot er geen moeite meer voor te doen. Wat er precies literair is aan de twee boeken die ik las, werd me niet duidelijk. En thriller staat blijkbaar voor extreem geweld en psychische terreur, wat bij mij vooral weerzin opriep.

Detectives heb ik altijd graag gelezen: Agathe Christie (Miss Marple en Hercule Poirot) en Ellis Peters (Broeder Cadfael) behoorden tot mijn favorieten. Een eenvoudig misdrijf, veel verdachte personen en een  spectaculaire ontmaskering van een onverdachte dader. Ook de TV-serie Midsummer Murders volgde ik aanvankelijk graag, tot die zich ook steeds meer in de richting van massamoordenaars en rituele slachtingen ging begeven. Misschien is het kort door de bocht, maar er is zoveel moois te lezen in ons taalgebied, dat ik literaire thrillers dus maar links laat liggen.

Maar ja, toen was daar ineens Dagboek uit de rivier, geschreven door een van mijn favoriete schrijvers, Jan van Mersbergen, onder het pseudoniem van Frederik Baas. En op de kaft staat toch echt: literaire thriller. Nieuwsgierig, maar ook vol vertrouwen, heb ik toch de stap maar gewaagd. Blij toe, want naar mijn idee is Dagboek uit de rivier gewoon een goed geschreven en spannende detective. Thriller heeft voor mij toch nog steeds de associatie met gruwelijke toestanden en die bleven hier gelukkig uit.

Het verhaal laat zich gemakkelijk samenvatten. Een schrijver met een writer's block heeft zich teruggetrokken in zijn huis in de Ardennen om in alle rust aan een nieuw boek te kunnen werken. In een vakantiewoning vlakbij komt zijn uitgever, samen met zijn vriendin en haar zoontje, een weekje vakantie vieren. De schrijver is al geruime tijd bezig met het schrijven van een boek over een meisje uit de buurt dat enkele jaren geleden plotseling verdween. Hij is erin vastgelopen. Om de vakantie voor het zoontje een beetje aantrekkelijk te maken, verzint de moeder een spannende speurtocht naar het meisje met behulp van papiertjes die in de rivier drijven en die uit het dagboek van dit meisje lijken te komen. Terwijl de uitgever zich met andere zaken bezighoudt, spelen de schrijver en de moeder het spannende spel mee met het nietsvermoedende kind. Maar in hoeverre blijft het een spel en wie weet meer over de verdwijning? 

Er zit echter een dubbele bodem in het verhaal. Ten eerste speelt Van Mersbergen met de verhouding uitgever/schrijver. We krijgen een kijkje in de keuken van de schrijvers- en uitgeverswereld. Hoe de verhoudingen liggen, waar de onderlinge wrevel en welke belangen er meespelen. Daarnaast is er aandacht voor de lezer. Die wordt tegenover de uitgever geplaatst en in het verhaal vertolkt door de vriendin van de schrijver. De moederlijke gevoelens en beschermende handelingen die zij tegenover haar kind toont, maakt dat zij ook beter begrijpt wat een boek voor een schrijver betekent. Bovendien is ze als lezer ook beter in staat aan te voelen wanneer een boek authentiek is en wanneer het om commerciële redenen op een bepaalde manier geschreven wordt, omdat de uitgever dat zo wil. Via de schrijver die Van Mersbergen als hoofdpersoon in zijn verhaal opvoert, kan hij zijn eigen ideeën over het bovenstaande in het verhaal verwerken. Zoveel is duidelijk. Maar het personage zelf doet mij aan heel iemand anders denken....

Al meer dan 10 jaar, vanaf de verschijning van Boven is het stil, ben ik een trouwe lezer van zowel de boeken als het online dagboek (Dingetjes enzo) van Gerbrand Bakker. En uiteraard las ik ook het autobiografische Jasper en zijn knecht. Daardoor is het voor mij zonneklaar dat hij, min of meer, model gestaan heeft voor de schrijver. Lees voor de Ardennen de Eifel en het plaatje klopt. De omgeving, de koop en de verbouwing van het huis, de bewoners in de buurt, zelfs het writer's block, al was dat in zijn geval niet direct na het succesvolle debuut (zoals in dit boek), want er zouden nog meer mooie boeken verschijnen voor hij naar de Eifel vertrok. De beschrijvingen van de omgeving en het huis zijn heel beeldend en kunnen dat zijn omdat ze zo authentiek zijn. Jan van Mersbergen heeft op z'n minst enige tijd bij Bakker gelogeerd. Maakt allemaal niet uit, ook niet voor de beoordeling van het boek. Ik vond het gewoon extra leuk om de herkenningspunten te zien.

Niet van alles is vast te stellen in hoeverre Van Mersbergen Bakker als model in het verhaal heeft opgevoerd. Het spannende avontuur staat er uiteraard los van. Maar de verhouding uitgever/schrijver? Er is één boek van Gerbrand Bakker dat ik ontroerend mooi vind, maar waarin een scene voorkomt, die ik er niet in vind passen en waarvan ik altijd al gedacht heb: moest die er soms in van de redacteur/uitgever? De manier waarop Van Mersbergen de uitgever beschrijft, sterkt me in die gedachte. En ik vraag me af in hoeverre dat soort ingrepen en eisen een writer's block kunnen veroorzaken.....

Maar los van deze persoonlijke mijmeringen: dit is een heerlijk boek om te lezen, zeker in de vakantie. Een goed geschreven, spannend verhaal, een mooi beeld van de uitgevers-/schrijvers wereld, en de boodschap dat de lezer uiteindelijk degene is (of zou moeten zijn) waarvoor de schrijver zijn boek schrijft. En dit boek heeft Frederik Baas voor ons geschreven: dus veel leesplezier!

Frederik Baas (ps. van Jan van Mersbergen) - Dagboek uit de rivier. Amsterdam, Ambo/Anthos, 2017. ISBN:978-90-263-3755-0.

© Jannie Trouwborst, juli 2017.

zaterdag 24 juni 2017

Mariët Meester - Hollands Siberië

Vorig jaar schreef ik over de boeken van Wil Schackman: De Proefkolonie, De Bedelaarskolonie en De Kinderkolonie (KLIK HIER). Het zijn non-fictie boeken die op een prettig leesbare manier de geschiedenis van de Maatschappij van Weldadigheid behandelen en een beeld geven van iedereen die er mee te maken had: bestuurders èn degenen die aan hun toezicht waren toevertrouwd. Aanvankelijk ging het daarbij om de stichting van Koloniedorpen (Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord), later kwamen er strafinrichtingen bij (zoals Ommerschans en Veenhuizen) voor kolonisten die zich misdroegen. In Veenhuizen werden daarnaast bedelaars en dronkaards opgevangen en tenslotte ook wezen. Dat laatste om de penibele financiële situatie van de Maatschappij het hoofd te bieden. Het mocht niet baten. In 1859 nam de staat Veenhuizen over en maakte er een Rijkswerkinrichting en Rijksstrafinrichting van.


Mariët Meester (1958)  groeide op in Veenhuizen in de tijd dat het dorp nog niet toegankelijk was voor buitenstaanders. In het dorp woonde iedereen die nauw betrokken was bij de verpleging en bewaking van de opgenomen personen: bewaking, directie, medische en psychologische dienst, leraren, pastorale medewerkers etc. In het voorwoord van haar boek vertelt ze dat ze bij het schrijven ervan is geïnspireerd door echte personen en ware gebeurtenissen, maar dat ze de karakters naar eigen inzicht heeft ingekleurd. Alle namen zijn daarom veranderd, behalve die van enkele Duitse oorlogsdelinquenten en één andere persoon die na de Tweede Wereldoorlog landelijke bekendheid kreeg. Het oeuvre van Mariët Meester bestaat uit 6 andere romans, diverse reisverhalen en non-fictieboeken.

In deze (waargebeurde) roman is de hoofdrol voor Pastoor Peter Pex. Als hij in 1936 naar Veenhuizen komt, denkt hij een plek te vinden waar hij echt iets kan betekenen voor mensen in moeilijke omstandigheden. Het valt niet mee. Onder zijn parochianen vallen zowel het gevangenispersoneel, als de verpleegden (alcoholisten en bedelaars) en criminelen (dieven, souteneurs). Iedere groep heeft eigen problemen en vraagt om andere oplossingen. Daarnaast speelt de hiërarchie binnen het ambtenarenkorps ook nog een rol bij de onderlinge verhoudingen. En niet te vergeten het verschil van mening met de protestante dominee over de groep Joodse bewoners van Veenhuizen die geen eigen kerk en voorganger meer hebben. 

Al lijkt het dat hij er goed mee om kan gaan en hij zijn draai gevonden heeft, er knaagt toch iets aan hem. Overdag loopt hij in het Franciscaner habijt, maar zodra hij het bij het naar bed gaan aflegt, krijgt hij het gevoel dat hij dan pas zichzelf is en overdag de rol van pastoor speelt. Hij realiseert zich dat hij uit liefde voor zijn ontroostbare ouders een rol op zich genomen heeft die bedoeld was voor zijn overleden broer. Als oudste zoon in een katholiek gezin had deze priester moeten worden. Zijn twijfels over het geloof nemen steeds meer toe, zijn weerzin tegen de starre regels en hypocrisie van de kerk ook, het weten van misbruik en de verdoezeling daarvan stuiten hem tegen de borst. Zijn dubbelrol valt hem steeds zwaarder. En dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit.

Samen met zijn huishoudster Martine belandt hij in het verzet. De pastorie wordt een plaats van samenkomst voor de jeugdige verzetsstrijders. Er worden mensen verborgen. Tegelijkertijd groeien de pastoor en de huishoudster steeds meer naar elkaar toe. Meester weet op ontroerende manier te schilderen hoe twee mensen op latere leeftijd de liefde ontdekken. Hun relatie moet echter geheim blijven en dat is moeilijk met zoveel vreemden in huis en onbetrouwbare ambtenaren op het terrein, want ook daar heeft menigeen een dubbele agenda. 

Als de oorlog voorbij is, krijgt Veenhuizen landverraders en Duitse oorlogsmisdadigers toegewezen. Weer een ander slag mensen om mee om te gaan. En weer andere problemen om op te lossen: een staking van het kerkkoor, opgestookt door een voormalig NSB'er, omdat men niet wil zingen met een Joodse organist. De duur van de straf en de manier waarop de foute landgenoten gevangen gehouden worden gaat Pastoor Pex steeds meer tegenstaan, zeker als blijkt dat de Duitse oorlogsmisdadigers er beter opgevangen worden. Hij wordt van steeds meer kanten klem gezet, men roddelt over hem en dan beslist hij dat het tijd is er een punt achter te zetten, zijn ambt op te geven en te trouwen met Martine. Maar of dat nog op tijd is? In de Epiloog laat Mariët Meester ons weten hoe het de (echte) hoofdpersonen uit de roman verder vergaan is.

Hollands Siberië vertelt over de opkomst en ondergang van een man die Veenhuizen zijn beste krachten wilde geven. Het is niet alleen een historische, maar vooral een psychologische roman. De worsteling van Pastoor Pex, zowel met zijn geloof, als met zijn gevoelens voor Martine en de opbloeiende liefde tussen beiden beschrijft Mariët Meester op een meesterlijke wijze. Het is een spannend en ontroerend verhaal geworden, dat zelfs katholieke lezers niet onberoerd zal laten. Ze heeft van Peter Pex een prachtig mens gemaakt die er onbaatzuchtig voor anderen wilde zijn. Daar had zijn Franciscaner pij niets mee te maken.


Mariët Meester - Hollands Siberië (onthullende roman over het gevangenisdorp Veenhuizen). Amsterdam, Arbeiderspers, 2014. PB, 359 pg., plattegrond, isbn:978-90-295-9444-8.

Tenslotte: 

- Het onderzoek van Mariët Meester voor de roman Hollands Siberië (2014) werd vastgelegd in de documentaire Het gevangenisdorp - Veenhuizen in de twintigste eeuw.

- In 2018 is het 200 jaar geleden dat De Maatschappij van Weldadigheid is opgericht. Wat nog zichtbaar is uit die tijd (en dat is veel!) zal dan tot Cultureel Erfgoed bestempeld worden, is de verwachting. In de aanloop daarnaar toe zijn er allerlei manifestaties, tentoonstellingen en wandeltochten deze zomer. Via de beide linken hieronder meer daarover en over het boek (op deze site staat onder andere ook een jaartallenoverzicht van Veenhuizen).

Gevangenismuseum: https://www.gevangenismuseum.nl/
Hollands Siberië: http://www.hollandssiberie.nl/

© Jannie Trouwborst, juni 2017 

Naschrift: ondertussen heb ik ontdekt dat de pastoor Telephorus Smits heette en dat de Pastorie verhuurd wordt als schrijversresidence door Mariët Meester. Elke Geurts logeerde er in mei 2016 een paar weken en schreef erover in haar blog (KLIK HIER). Haar vielen al die strenge namen van de woningen op. Er ontbrak er één volgens haar: Op de pastorie, toch ook een kapitaal pand, staat geen opvoedkundige leuze. Dat komt: Pastoor Smits rules here. Misschien had er Liefde op deze gevel moeten staan. Dat mist nog een beetje hier.

vrijdag 9 juni 2017

Eefje Rammeloo - Het geluk van de Chinezen

"Van onze correspondent in Shanghai" : zo luidt de ondertitel van Het geluk van de Chinezen. In het boek staan de verslagen van gesprekken die Eefje Rammeloo voerde met Chinezen uit verschillende delen van het enorme land. Jong en oud, rijk en arm, stadsbewoners en boeren, studenten en arbeiders, mannen en vrouwen, ze komen allemaal aan het woord. Als freelance journalist werkt ze voor diverse media en onderdelen van deze interviews zijn terecht gekomen in de artikelen die ze schreef voor verschillende tijdschriften en kranten.


Met het werk van Eefje Rammeloo maakte ik kennis via het literaire non-fictie verhaal over haar grootouders: Titia, Een onbezonnen reis naar het land van de vijand. Aan de hand van interviews, reizen door Duitsland, Frankrijk en Nederland en een geërfde kist vol brieven, documenten en foto’s reconstrueerde Eefje Rammeloo hun tumultueuze leven: een oma die in 1942 naar Duitsland vertrok om te trouwen met een Duitse Wehrmachtsoldaat. Een bijzonder en persoonlijk verhaal dat niet alleen boeit, maar tegelijkertijd een andere kijk geeft op de historische gebeurtenissen die we zo goed denken te kennen. Onderzoeken, vastleggen en niet oordelen: dat zijn de kenmerken van dit bijzondere verhaal, gegoten in een prettig leesbare stijl.

In dezelfde heldere stijl en zonder vooroordelen is Het geluk van de Chinezen geschreven. Wat weten we in het westen eigenlijk van China? Wie het nieuws daarover wil volgen merkt al snel dat artikelen schaars zijn. Sinds ik Eefje Rammeloo volg op Twitter valt dat nog meer op. Veel van haar opmerkingen en links naar belangrijke Chinese of buitenlandse artikelen komen hier nergens in de pers terecht. Daarom is het goed dat ze met dit boek een deel van het verouderde en/of misvormde beeld dat velen nog van China hebben, kan bijgestellen.

Uit haar inleiding:
'Het optimisme van de Chinezen is soms moeilijk uit te leggen in het buitenland. China is immers een eenpartijstaat, waar de vrijheid van meningsuiting beknot wordt en het gevaarlijk is om de lucht in te ademen of je kind melk te laten drinken. Dat kan allemaal wel zo zijn, denken veel Chinezen, maar dat betekent niet dat het hele politieke systeem op de schop moet. De oudere generatie is moe van de overheidscampagnes die leiden tot honger en terreur. De jongere generatie heeft inmiddels zoveel persoonlijke vrijheid dat ze geen noodzaak tot verandering ziet. Het gaat goed met het land, don't rock the boat.'
En: 'China verkeert in een overgangsfase (....). De Partij vroeg het Chinese volk zelf met antwoorden te komen "welke droom het wil nastreven" (....). Die moet een antwoord bieden op de identiteitscrisis. En dus dromen de Chinezen. Over een tweede auto, een eigen bedrijf, schone lucht en een goede opleiding. Maar wat is er voor nodig om hun wensen in vervulling te laten gaan? En tegen welke grenzen lopen ze aan? Dat zijn de vragen die aan bod komen in de rapportages die ik de afgelopen jaren maakte en die in dit boek gebundeld zijn. Ze geven een beeld van het leven van Chinezen in deze tijd.'

De onderwerpen zijn divers en goed uitgewerkt: opleidingen en scholen, problemen met minderheden zoals de Oeigoeren, zorg voor ouderen, discriminatie van plattelandsbewoners, corruptie bij/of het ontduiken van wetten die schone energie nastreven. In zo'n groot land gaat wel eens wat anders dan voorzien: i.p.v dat de streekbevolking profiteerde van de arbeidskansen bij de aanleg van de hoge snelheidsspoorlijn bv., kwamen de Han-Chinezen uit de stad om er aan te werken. Een mooi verhaal gaat over de controleurs van de een-kindpolitiek die (nu de wet afgeschaft is) omgeschoold worden tot een soort pedagogisch medewerkers die grootouders (die op de kleinkinderen moeten passen als de ouders werken) leren wat een kind nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen.
Over vroeggepensioneerde ouderen in de stad die gaan dansen op pleinen, jonge studenten die naar het buitenland gaan om te studeren, de kwaliteitsomslag die men in producten wil bewerkstelligen en de stimulering van het verwerven van kennis om een voorsprong te krijgen op gebieden die er toe doen, zoals duurzame energie. Kortom een heel boeiend en afwisselend geheel.
Aan het einde van het boek staat behalve de geraadpleegde literatuur nog een overzicht met de gebruikte begrippen en de geschiedenis van China vanaf 1912. Plus een kaartje van China waarop de bezochte steden en streken.

Nu Amerika een onbetrouwbare partner is gebleken, lijkt het vanzelfsprekend dat we de blik naar het oosten richten, naar China. Dan is het nuttig op de hoogte te zijn van de juiste feiten over het land en  de gemeenplaatsen die doorgaans geuit worden, te vergeten. Het geluk van de Chinezen is daarbij een welkome handreiking, die nieuwsgierig maakt naar meer. Dat kan: Eefje Rammeloo is actief op Twitter: @Eefjerammeloo. Volg haar en je blijft dagelijks op de hoogte.

Eefje Rammeloo (Geleen, 1979) studeerde Journalistiek, Politicologie en Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen in Utrecht en Grahamstad, Zuid-Afrika. Ze was redacteur op de buitenlandredactie van de NOS en werkt sinds 2011 als freelancejournalist. In 2014 verhuisde ze naar Shanghai, waar zij als correspondent werkt voor onder andere de VPRO en de Groene Amsterdammer.

Eefje Rammeloo - Het geluk van de Chinezen. Amsterdam. Cossee, 2017. Pb., 254 pg., krt. ISBN:978-90-5936-710-4.

© Jannie Trouwborst, juni 2017.

maandag 15 mei 2017

Kristien Dieltiens - Kortgeknipt

Je kunt een kind wel uit de oorlog halen, maar hoe haal je de oorlog uit een kind? Deze slogan komt van Warchild, een stichting die zich overal ter wereld inzet voor kinderen die met oorlog te maken krijgen. Hoe moeilijk het is deze kinderen daadwerkelijk te helpen en hoe groot de inzet van de medewerkers en vrijwilligers is, is te lezen op hun site. Oorlog is van alle tijden en kinderen zijn de meest weerloze slachtoffers. Als zij de verschrikkingen al overleven, zijn ze lichamelijk en/of psychisch voor het leven getekend. Het is goed dat er aandacht voor hun lot is, al zal Warchild niet alle kinderen kunnen bereiken.
Die aandacht was er niet voor de kinderen uit eerdere perioden, zoals tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en de nasleep daarvan. In Kortgeknipt toont Kristien Dieltiens ons in een aangrijpend verhaal de levenslange gevolgen van oorlogsleed voor twee Spaanse kinderen.

Kristien Dieltens (Antwerpen,1954) volgde een kunstopleiding aan de academies van Kontich en Brugge en stond jarenlang voor de klas. Sinds 2008 is ze voltijds auteur en illustrator. Haar jeugdboeken werden in vele talen vertaald. Haar laatstverschenen jeugdroman Kelderkind (2013) won de prestigieuze Woutertje Pieterseprijs en werd bejubeld in Duitsland waar het begin 2017 werd uitgeroepen tot 1 van de 7 beste Young Adultboeken. Kortgeknipt is haar debuut voor volwassenen.

Om goede jeugdboeken te kunnen schrijven, moet je in staat zijn je te verplaatsen in de gedachten en gevoelswereld van kinderen. Dat Kristien Dieltiens dat prima kan, is in deze roman voor volwassenen duidelijk merkbaar. Hoofdpersonen zijn Angel van 10 en Carmela van 14. Het is 1937, de Spaanse burgeroorlog woedt in alle hevigheid.
De Basken en de Catalanen verzetten zich fanatiek tegen de staatsgreep van Generaal Franco en zijn fascistische aanhang. Maar zij worden gemakkelijk verslagen door de coupplegers als die hulp krijgen van de Duitsers. De dagelijkse bombardementen op burgerdoelen kosten velen het leven. Er wordt een noodplan bedacht om te proberen tenminste de kinderen in veiligheid te brengen:  ze zullen ondergebracht worden bij opvanggezinnen in onder andere Vlaanderen. Als de oorlog over is (binnen korte tijd, verwacht men), zullen de kinderen weer terug kunnen keren.

Angel is een gevoelig jongetje, erg gehecht aan zijn familie, vooral aan zijn ouders en grootouders. Met zijn stoere broers kan hij minder goed overweg. Voor zijn vader afscheid neemt en de bergen intrekt om te strijden, draagt hij zijn vrouw op de kinderen naar Guernica te brengen, naar een neef, die zal helpen ze mee te geven aan een kinderkonvooi dat hen over zee naar veilige landen zal brengen. Moeder gaat met haar drie zonen op weg, net als vele andere gezinnen. Nauwelijks aangekomen in Guernica voeren de Duitsers een bombardement uit op de stad, waarbij bijna de gehele bevolking omkomt. Carmela is de dochter van de neef waarheen Angels familie op weg was. Zij overleeft als enige in haar familie de aanval en wordt door haar peetoom mee gestuurd met de vluchtelingen. 

Alle ellende die de kinderen zien, meemaken en ondergaan in een nietsontziende oorlog komen aan bod in dit aangrijpende verhaal. Daarna volgt de reis over zee, de opvang in Vlaanderen. Angel treft het, zijn tweelingbroer Jaime niet. Hun oudste broer is in Frankrijk van boord gevlucht om terug te gaan naar Spanje om er te vechten. Ook Carmela zit het niet mee. Voor haar houdt de ellende niet op in het veilige Vlaanderen. Hoe goed bedoeld die opvang ook is, voor de traumatische ervaringen van de kinderen en hun heimwee naar hun ouders is geen aandacht. De oplossing lijkt te zijn: als je er niet meer over praat, dan verdwijnt het verdriet vanzelf naar de achtergrond. En terug naar hun land? Dat zit er de eerste tien jaar ook niet meer in. Eerst komt daar nog de Tweede Wereldoorlog tussen. Uiteindelijk zullen beide kinderen, als zovelen, in België een nieuw leven opbouwen.

Door vanuit het perspectief van Angel en Carmela te schrijven maakt Kristien Dieltiens het drama invoelbaar zonder grote woorden. Het is duidelijk dat alles wat ze meegemaakt hebben, hen tekent voor het leven. In het vreemde land proberen ze, op heel verschillende wijze, zich staande te houden, kiezen elk voor een onwrikbare overlevingsstrategie, worstelen met tegenstrijdige gevoelens. Steeds wisselt een periode uit het leven van Angel af met één uit het leven van Carmela. Soms raken die twee verhaallijnen elkaar, maar pas op het einde komen ze echt samen. Angel vertelt zijn verhaal in de ik-vorm, Carmela doet een groot deel van haar trieste verhaal in de jij-vorm. Daarmee kan ze alles wat haar overkomt op afstand zetten: niet haar maar iemand anders overkomt het allemaal.

Al zijn Angel en Carmela romanfiguren toch staan hun belevenissen model voor de werkelijkheid. Niet alleen ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog, maar ook voor wat kinderen daarna en nog steeds meemaken ten gevolge van oorlogen tussen grote mensen. Omdat Kristien Dieltiens ons als volwassenen de gebeurtenissen laat meebeleven door de ogen van de kinderen komen ze extra hard aan. Daar heeft geen ze tranentrekkende teksten voor nodig. De verbijstering van een kind, maar ook zijn relativeringsvermogen, de onschuld (waardoor wij al eerder begrijpen wat voor ramp er gaat gebeuren), loyaliteit en schuldgevoelens (naar zijn ouders en zijn pleegouders), heimwee, omgaan met onrecht, de gelatenheid en toch ook steeds weer de vechtlust: het is onmogelijk om niet geraakt te worden door dit beklemmende en psychologische goed uitgewerkte boek. 

Achterin het boek staat de geschiedenis van de Spaanse Burgeroorlog beknopt beschreven. Ook worden de feiten over de opvang in België en de redenen van het al dan niet terugkeren naar Spanje op een rijtje gezet. In haar nawoord merkt Kristien Dieltiens nog op dat de meeste kinderen goed terecht gekomen zijn. 

Kristien Dieltiens - Kortgeknipt Antwerpen, Uitgeverij Vrijdag, 2017. Pb., 367 pg., isbn:978-94-6001-569-4. 

© Jannie Trouwborst, mei 2016.