dinsdag 8 januari 2019

Maand van de spiritualiteit 2019

De Maand van de Spiritualiteit is een initiatief van KRO-NCRV en dagblad Trouw. Sinds 2013 organiseert de CPNB de Maand van de Spiritualiteit en is ook Zin Magazine verbonden. Tijdens de maand worden er diverse activiteiten in boekhandels en bibliotheken georganiseerd over spiritualiteit en zingeving. Ook wordt bekendgemaakt wie de winnaar is van het Beste Spirituele Boek 2019. 

Het essay voor de Maand van de Spiritualiteit 2019 wordt geschreven door Stine Jensen. De maand heeft als thema Met Aandacht en het essay, met de titel Eerste liefde, zal daarop aansluiten. Stine Jensen is enthousiast aan het schrijven geslagen: ‘Ik vind het heel bijzonder dat ik dit mag doen. Het thema raakt hart, hoofd en ziel, want alles begint, staat of valt met aandacht.’ 

Het essay is te koop voor € 3,75 in de boekhandel tijdens de Maand van de Spiritualiteit, van vrijdag 11 januari tot en met zondag 10 februari 2019. 

Het begrip Spiritualiteit heeft men de afgelopen jaren behoorlijk opgerekt, waarschijnlijk in de hoop via bekende namen er meer aandacht voor te generen. Want naast Anselm Grün, Huub Oosterhuis en Antoine Bodar, zien we nu bv. Jan Mulder, Kluun en Ida Hoes. In het verleden besprak ik er twee:

- Windstilte van de ziel - Joke Hermsen (KLIK HIER)
- Rosita Steenbeek - Heb uw vijanden lief (KLIK HIER)

Ik mag geen oordeel geven over de andere essays, want ik heb de meeste niet gelezen. Maar ik moet bekennen dat voor mij gold dat de naam en reputatie van de auteur bepalend waren om het boekje voor een paar euro te kopen.

 Eerste liefde

In onze aandachtseconomie is aandacht voor jezelf, aandacht voor de ander, voor je werk of gewoonweg aandacht voor de dingen om je heen een schaars goed geworden. Dat geeft te denken, want vrijwel iedere religieuze en spirituele traditie kent aandacht een belangrijke rol toe om te komen tot inzicht, betekenis, liefde, bevrijding, rust of geluk. En niet voor niets hebben veel spirituele boeken aandacht als thema. Of het nu onder de noemer mindfulness, meditatie of simpelweg focus gepresenteerd wordt. Kortom, aandacht verdient onze aandacht. Een mooie opgave voor de Maand van de Spiritualiteit 2019.

Eerste liefde is een filosofische, persoonlijke en spirituele mijmering over liefde en de rol die aandacht daarin heeft. Het kat- en muisspel is in het begin van de liefde een van de meest verfijnde aandachtsspelen. Als de liefde langer duurt, wordt gebrek aan aandacht de oorzaak van het probleem én het medicijn voor herstel: ‘we moeten elkaar meer aandacht geven’. Dit essay gaat over de taal en verbeelding van eerste liefde, en de lessen over de kunst van het aandacht geven.

Voor alle informatie zie: http://www.maandvandespiritualiteit.nl/stine-schrijft-voor-maand-van-de-spiritualiteit/ 

In de loop van deze maand mag je hier een recensie van Eerste liefde van Stine Jensen verwachten.

© Jannie Trouwborst, januari 2019.

maandag 7 januari 2019

J.J. Voskuil - De buurman

"Lees Voskuil!" zette Gerbrand Bakker onlangs boven één van zijn columns. Voskuil schreef onder andere de zevendelige romancyclus Het Bureau, met ruim vijfduizend pagina’s de dikste roman uit de geschiedenis van de Nederlandse literatuur. De cyclus gaat over het wel en wee van Voskuils alter ego Maarten Koning die werkzaam is op Het A.P. Beerta-Instituut. Model stond het Meertens Instituut, waar Bakker (als ik me niet vergis) ook enige tijd werkzaam is geweest. Het laatste deel van Het Bureau verscheen in 2000. Dat Bakker een groot liefhebber is van het werk van Voskuil was me wel bekend. Op zijn weblog zei Bakker eens dat hij zich voornam ooit een biografie over Voskuil te schrijven. Het is er nog niet van gekomen, maar wie weet?

J.J. Voskuil (1926-2008) schreef veel meer dan deze cyclus die ik wat veel vond om mee te beginnen. Maar ik wilde toch ook wel eens proeven van het werk waar één van mijn lievelingsschrijvers zo enthousiast over is. Dus haalde ik in de kerstvakantie De buurman in huis. Nu zegt één boek natuurlijk niet genoeg, maar ik heb er zo van genoten, dat ik graag een volgende titel zal proberen. Op aanraden van Bakker zal dat De moeder van Nicolien worden.


De buurman

Maarten en Nicolien de Koning wonen op een bovenwoning aan de Herengracht in Amsterdam. Als ze op een dag nieuwe bovenburen krijgen zijn ze niet meteen enthousiast. Van de vorige buurman hadden ze geen last, d.w.z. ze zagen hem zelden. En in een echtpaar heeft Nicolien geen zin:

"Er zal toch geen echtpaar komen?"
"Ik heb geen idee."
"Want ik heb geen zin om hier samen huisvrouwtje te gaan zitten spelen."
"Ach."
"En dan bij elkaar op de koffie of thee zeker. Ik denk er niet over!"
"Dat heb je toch zelf in de hand?"
"Wat zou ik dat verschrikkelijk vinden!"
"Wacht nou maar eerst af," suste ik". "Als het zover is, dan kun je nog altijd zien."

Maar er komt een man van rond de zestig wonen, alleen lijkt het. Maar al snel komt er een jongere man bij hem inwonen. Het blijkt om een homostel te gaan en dat maakt bij Nicolien iets los dat het hele verdere boek een rol speelt en ook de nodige druk legt op de relatie met Maarten.

Voskuil is een meester in de dialogen. Maarten met zijn nuchtere, analytische kijk op de wereld om hem heen en een scherp inzicht in de karaktertrekken van de personen waar hij mee omgaat, moet heel wat incasseren via de emotionele en onlogische reacties van Nicolien. Het leidt tot een agressieve ruzietoon van Nicolien tegenover een stilzwijgen of trachten te sussen van Maarten. Naarmate ze meer met het stel (Peer en Petrus) te maken krijgen, des te heftiger worden hun woordenwisselingen.

Underdogs

Voor Nicolien zijn Peer en Petrus als homo's underdogs die beschermd moeten worden en die hartelijkheid van haar verdienen. Voor Maarten in de eerste plaats mensen, waar je wel of niet mee op kan schieten en waarvan niet alles goed gepraat moet worden omdat ze een andere seksuele voorkeur hebben. Waar hij zeker niets van moet hebben, is als ze het zo overdreven laten zien. Zo ergert hij zich eraan als de mannen elkaar zoenen tijdens visites. Maar als hij tegen Nicolien zegt dat zij dat zelf toch ook niet doen als ze ergens op visite zijn, krijgt hij de wind van voren en volgen er scheldpartijen en huilbuien.
Nicolien stort zich helemaal op haar underdogs, drinkt er geregeld thee mee (!) en laat zich van alles welgevallen. In haar onzekerheid om hen vooral niet te kwetsen kan ze eindeloos zeuren over wat ze moet doen of zeggen en hoe de opmerkingen of het gedrag van Maarten wel niet over zullen komen.
Maarten kan niets goeds doen, elk wederwoord of zelfs normale zinnen worden uitgelegd als homohaat en zijn moeder wordt er steeds weer bijgesleept.

Krijg je daar als lezer geen genoeg van? Nee, toch niet. De ruzies gaan steeds hetzelfde en dat is behalve triest ook wel humoristisch. Je voelt het al aan komen, maar de onzinnige argumenten van Nicolien zijn steeds weer verrassend. Bovendien zit er een ontwikkeling in het verhaal. Peer blijkt onberekenbaar en Petrus heeft een heel vervelend, eigenwijs karakter. Ook zijn beiden behoorlijk egocentrisch.

Maar hoe Maarten ook zijn best doet, het is nooit goed in de ogen van Nicolien. Tot uiteindelijk ook de emotionele en labiele Nicolien begint te begrijpen dat er iets goed mis is in de verstandhouding met haar underdogs. Er gebeuren dingen die niet leuk meer zijn en die een steeds griezeliger vorm beginnen aan te nemen.

Tragikomisch

Tragikomisch wordt het boek genoemd en daar kan ik me wel in vinden. De dialogen en de situaties zijn soms zo absurd dat ik hardop zat te lachen. Terwijl de verhouding tussen de echtelieden ronduit tragisch is. Een boek leest het prettigst als je je kunt identificeren met een van de hoofdpersonen. Ik voelde het meest voor Maarten. Zijn nuchtere redenaties en kijk op de gebeurtenissen en verhoudingen spreken me wel aan. Al is het wel heel bijzonder dat hij niet eerder uit zijn slof schiet. Maar ook mijn eigen onredelijkheid in discussies (die in elk huwelijk nu eenmaal voorkomen) zie ik ook wel af en toe terug. De absurde uitvergroting door Voskuil, maakt dat je uiteindelijk min of meer om jezelf zit te lachen....

Een geweldig boek, ik ben helemaal om. Snel op zoek naar De moeder van Nicolien.

J.J. Voskuil - De buurman. Amsterdam, Van Oorschot, 2012. Geb., 304 pg., isbn:978-90-282-4193-0

De Buurman verscheen postuum, nadat één van de geportretteerde hoofdpersonen in 2011 overleed. De roman was in 2001 al af, maar om niemand te kwetsen is het manuscript tot 2012 blijven liggen.

© Jannie Trouwborst, januari 2019

dinsdag 1 januari 2019

Jan Siebelink - De buurjongen

Bij het inventariseren van de vergeten boeken in december 2018 vond ik De buurjongen van Jan Siebelink terug. Die zomer cadeau gekregen en vervolgens vergeten. Waarom? Geen idee, misschien omdat ik hem niet zelf gekocht had? Na mijn teleurstelling over Oscar twee jaar geleden (KLIK HIER) stond ik eerlijk gezegd ook niet te trappelen om aan De buurjongen te beginnen. Maar ik bleek een verrassing tegoed te hebben, want het was beslist een intrigerend verhaal.

Oude bekenden

Knielen op een bed violen is zo'n bekend verhaal (en ook nog verfilmd) dat de leden van de familie Sievez voor de meeste lezers bekende figuren zijn. Ook de tuinderij van vader Sievez is bekend terrein. Vader Hans, moeder Margje en zoon Ruben spelen een belangrijke rol in dit boek over hun buurjongen Henk Wielheesen. Henk en Ruben zijn vriendjes en zitten bij elkaar op de lagere school. Maar Henk kan niet zo goed leren en als het vervolgonderwijs aan de beurt is, gaat Ruben naar  het gymnasium en Henk naar een school voor moeilijk lerende kinderen. Toch lijdt hun vriendschap, die levenslang zal duren, er niet onder.

Henk helpt Hans Sievez graag op de tuinderij en blijkt een uitzonderlijk talent te hebben voor het specialistische tuinwerk en heeft geen enkele moeite met het onthouden van de Latijnse plantennamen en de eigenschappen van de planten, bomen en struiken. Omdat zijn zoon Ruben daar geen belangstelling voor heeft, leidt Hans Sievez hem zelf op en doet de tuinderij uiteindelijk over aan Henk. Maar voor die tijd is er al heel wat gepasseerd.

De boze stiefmoeder

De moeder van Henk komt op zijn twaalfde verjaardag om bij een verkeersongeluk en al vrij snel haalt zijn vader een andere vrouw in huis. Wurgend is de beschrijving van de manier waarop ze zich gedraagt tegenover het getraumatiseerde kind dat zijn moeder mist en nu ook de aandacht, steun en veiligheid van een troostende vader moet missen, als die de kant van de nieuwe vrouw kiest. Het wordt de familie Sievez te gek en ze weten de instanties ervan te overtuigen Henk daar weg te halen en zo komt hij als pleegkind bij de familie Sievez in huis. Henk is er getuige van hoe zijn stiefmoeder gruwelijk aan haar einde komt. Zijn vader verhuist en laat Henk achter bij Hans en Margje. Ruben ontpopt zich als een zorgzame pleegbroer die altijd voor Henk klaar blijft staan.

Anna en Guusje

Ruben koopt het buurhuis en Henk ontmoet Anna. Hij wordt verliefd, ze trouwen en krijgen een dochtertje, Guusje. Ze gaan in het huis bij de tuinderij wonen. Maar hoe goed hij ook in zijn werk op de tuinderij is, met zijn gevoelens omgaan is erg moeilijk voor hem. Siebelink weet het zo te beschrijven dat de lezer zich geregeld net zo verward voelt als Henk Wielheesen. Wat is er nu precies gebeurd, waarom gedraagt hij zich zo? Of het nu vreugde is of verdriet, blijdschap of angst, liefde of wrok: hij kan het niet op een normale manier uiten. Anna leert er mee leven en houdt veel van hem (net als Margje destijds ondanks alles van Hans) en probeert hem te beschermen en bij te staan. En dat is heel moeilijk, als iemand niet praten wil of kan.
Ook Ruben doet zijn best, maar wat volgt kunnen ze niet voorkomen. 

Een echte Siebelink

Godsdienst speelt opnieuw een rol, zij het niet zo'n grote. Het is voor Henk de enige echte houvast in zijn verwarrende leven. Maar voor de andere hoofdpersonen geldt dat niet. In Ruben (de Franse leraar) kunnen we Siebelink zelf herkennen. Er wordt het een en ander aan de lezer gesuggereerd en overgelaten om zelf in te vullen. Al is het verhaal niet in de ik-vorm geschreven, toch zitten we dikwijls in Henks hoofd. Dat maakt het bij tijd en wijlen erg beklemmend.
Henk trekt zich vaak terug in het kippenhok bij zijn Javaanse vechthaan. Zo ook op de avond van zijn 64ste verjaardag, als ze hopen dat hun dochter, die ze allang niet gezien hebben, komt. Anna noemt haar man altijd Wielheesen.

"Ze keek om zich heen. De haan zat op zijn knie, als een trouwe schildknaap. Hij was de ridder op zoek naar de heilige graal. "Wat ik zeggen wil Wielheesen, ondanks alles, ik heb het met jou getroffen. Er zit geen cent kwaad in jou".
Hij wist niet wat hij daarop moest zeggen, glimlachte van verlegenheid. Hij besefte terdege dat ze de juiste woorden had gebruikt. "Soms zou ik wel willen...", begon hij. "Wat? Maak je zin af?" 
Hij keek intens naar de oude bijbelse, beduimelde plaatjes (van de lagere school, met o.a De opstanding uit het graf. red.) 
"Zeg dan wat! Het is niet duidelijk wat je zelf wilt".
Als antwoord legde hij zijn hoofd tegen haar been. Er waren woorden in zijn mond. Hij kon ze niet uitspreken. Ze zouden als een weke, vormloze massa uit zijn mond komen." 

Het is zonder meer een aangrijpend verhaal, waarin geloof, hoop en liefde opnieuw een rol spelen. Maar ook diepe rouw en onverwerkt verdriet. Een mooi vervolg op Knielen op een bed violen (KLIK HIER) en Margje.

Jan Siebelink - De buurjongen. Amsterdam, De Bezige Bij, 2018. Pb., 293 pg. isbn:978-94-031-3970-8.

© Jannie Trouwborst, januari 2019.

zaterdag 22 december 2018

Judith Visser - Zondagskind

Het is niet mijn gewoonte om bestsellers te lezen, maar de verhalen die ik hierover hoorde waren zo positief en spraken me zo aan, dat ik niet anders kon dan deze keer een uitzondering maken. En daar heb ik absoluut geen spijt van. Het is een geweldig boek dat ik iedereen kan aanraden. Met name mensen die veel met kinderen te maken hebben, zoals leerkrachten.

Ik ga er hier geen uitgebreid verhaal over schrijven. Onderaan deze blogpost vind je een verwijzing naar een goede en uitgebreide recensie. En elders op internet staan er nog veel meer.

Van binnenuit

Er is al veel geschreven òver kinderen met autisme. Al is dat een heel breed begrip. Het gaat daarbij om kinderen met totaal verschillende beperkingen en/of klachten, maar soms ook met onverwacht grote kwaliteiten. Niet elk kind zal dus over het intellect en de mogelijkheden beschikken om het groeiproces van een autistisch kind van binnenuit te beschrijven, zoals Judith Visser dat kan.

Haar autobiografische verhaal drukt ons met de neus op de feiten. En wie dat tot zich door laat dringen, kan alleen maar diep geraakt worden: door het verdriet, de angst en het gevoel van onveiligheid van een opgroeiend kind. Je kunt er alleen maar bewondering voor hebben hoe zij zich daar doorheen geslagen heeft en nu een voor haarzelf bevredigend en redelijk overzichtelijk leven leidt.

Tegenwoordig wordt autisme eerder herkend, maar nog altijd meer bij jongens dan bij meisjes, die over het algemeen proberen zich zo goed mogelijk aan te passen. Het is te hopen, dat de leerkrachten in de overvolle klassen van nu er ook meer oog voor krijgen en ook de tijd om er aandacht aan te besteden. Dit boek lezen kan daar bij helpen.

Overprikkeld

Niet ieder overprikkeld kind is autistisch, maar wel zijn er meer kinderen die niet goed om kunnen gaan met alle prikkels die ze op een dag moeten verwerken. Daaraan is blijkbaar in onze huidige maatschappij niet meer te ontkomen. Ik denk dat ze heel goed zelf aan kunnen geven wanneer ze liever even met rust gelaten willen worden of liever met een koptelefoon op werken op school. Dat moet ze gegund worden en daar moet aandacht voor zijn. Sommigen worden stil en teruggetrokken en presteren onder hun mogelijkheden door overprikkeling. Anderen draaien door en worden extreem druk. Mindfulness op school is nog niet zo'n gekke gedachte.

De ondertitel van het boek zegt al genoeg: Alsof opgroeien nog niet lastig genoeg is.

Judith Visser - Zondagskind. Harper Collins, 2018. Pb., 480 pg., isbn:9789402701173.

© Jannie Trouwborst, december 2018.

Lees ook de recensie van De Leesclub van Alles.

donderdag 13 december 2018

Vonne van der Meer - De vrouw met de sleutel

Een paar jaar geleden kreeg ik De vrouw met de sleutel cadeau. Hoewel ik eerder werk van Vonne van der Meer met plezier gelezen had, zette ik het in de boekenkast, naast haar andere boeken en vergat het. "December is een mooie maand om vergeten boeken een kans te geven", opperde boekblogster SUE. Dat leek mij ook wel wat en zo kwam ik De vrouw met de sleutel weer tegen. Het bleek best een aardig boek te zijn.

Waar gaat het over?

Nettie van Wijk is 59 jaar, als haar man plotseling overlijdt en haar berooid achter laat. Er moet brood op de plank komen en ze besluit een uitzonderlijke advertentie te plaatsen:

Vrouw, 59, moederlijk voorkomen, brede heupen, prettige stem, komt u voor het slapen instoppen en voorlezen. Discr. verzek. 

Het duurt even, maar dan krijgt ze genoeg reacties om uit te kiezen en kan ze sollicitatiegesprekken starten om een klantenkring op te bouwen. Van wat ze meemaakt doet ze verslag in haar dagboek. Daar komen ook de vertelde verhalen in te staan. Het dagboek omvat een heel jaar, waarin ze voor velen meer dan een voorleester blijkt te zijn en met haar verhalen hun leven een andere wending weet te geven. Nettie blijkt niet alleen de sleutels van vele voordeuren te hebben, maar ook die van de harten van haar klanten en die voor de oplossing van hun problemen.

Bekende structuur

Ik heb destijds genoten van Eilandgasten, mede door de uitgekiende structuur. Het viel me daardoor ook meteen op dat De vrouw met de sleutel eigenlijk dezelfde opbouw heeft. Voor wie het nog niet las: Eilandgasten gaat over het vakantiehuisje Duinroos. We volgen de verschillende gasten die er na elkaar een weekje verblijven. De werkster houdt het huisje schoon en houdt de boel een beetje in de gaten. In het huisje ligt een gastenboek, waarin de gasten iets schrijven en lezen wat de anderen erin schreven. Voor iedereen blijkt het verblijf in de Duinroos uiteindelijk een belangrijke wending in hun bestaan te zijn.

We kunnen in beide gevallen spreken van een raamvertelling: binnen het overkoepelende verhaal worden andere verhalen verteld. Het enige verschil is dat de centrale figuur in Eilandgasten (de werkster) niet alle verhalen zelf vertelt. Die worden grotendeels vanuit het perspectief van de gasten verteld. In De vrouw met de sleutel blijft Nettie degene door wiens ogen we de anderen en hun verhalen beleven. Het dagboek en het gastenboek spelen een vergelijkbare rol. Maar anders dan in Eilandgasten weten de klanten van Nettie niets van elkaar.

Ook anders is dat de werkster in Eilandgasten slechts indirect een rol speelt bij de catharsis van de romanfiguren en Nettie daar een heel directe rol in heeft. Mooi is ook het spiegeleffect hierbij: een verhaal voorlezen aan de 20 jaar jongere Mike over een oudere man die probeert indruk te maken op een 20 jaar jongere vrouw. En de gevoelens die dat bij haarzelf oproept. Of de manier waarop ze het jonge meisje Renée, dat met veel fantasie verhalen schrijft, begeleidt in het beter maken van haar teksten.

Wat dat laatste betreft had ik af en toe het gevoel dat we spelenderwijs ook een lesje korte verhalen schrijven kregen te lezen. Ook bij de discussies met klanten over de afloop van verhalen en over hoe verschillend lezers een verhaal beleven. En dat ruim voor de verschijning van Hoe lees ik korte verhalen van Lidewijde Paris!

Tenslotte

Er zit veel symboliek in Eilandgasten (KLIK HIER). Ook ten aanzien van religie. Wie dat doortrekt naar dit verhaal kan in De vrouw met de sleutel Nettie herkennen als Maria die mensen met problemen bemoedert, bijstaat en helpt. Wellicht zit er nog meer verborgen in de teksten. Maar zo expliciet als in het laatste hoofdstuk met Renée wordt de religieuze basis van Eilandgasten nergens. De symboliek van de sleutel kwam hier boven al ter sprake.

Het was een mooi boek om te lezen, al vond ik Eilandgasten indrukwekkender. Als je je de inhoud van dat boek na 12 jaar nog kunt herinneren, dan heeft het echt indruk gemaakt.

Vonne van der Meer - De vrouw met de sleutel. Amsterdam, Contact, 2011. Pb., 219 pg., isbn:978-90-254-3629-2.

Lees ook wat SUE ervan vond.

©Jannie Trouwborst, december 2018.

woensdag 5 december 2018

Karin Sitalsing - Boeroes, een familiegeschiedenis van witte Surinamers

Dat Suriname een smeltkroes is van mensen met totaal verschillende achtergronden is bekend, maar terwijl ik dacht dat ik al die bevolkingsgroepen wel van naam kende, kwam er tijdens de Maand van de Surinaamse literatuur toch een nieuwe groep in beeld: de Boeroes. Aan de hand van haar familiegeschiedenis schreef Karin Sitalsing er een non-fictieboek over.

Boeroes 

Boeroes zijn witte Surinamers. Ze vormen een minderheid in het huidige Suriname en hebben zich intussen deels vermengd met de rest van de bevolking. Ze stammen af van een groep van 50 arme Nederlandse gezinnen die in 1845 vertrokken naar Suriname, waar hun een stuk vruchtbare grond, goede woningen en vee beloofd was. Maar toen ze na een lange, slopende zeereis aan kwamen op de verlaten plantage Voorzorg aan de rivier de Saramacca was er niets, behalve moeras, muggen en verzengende hitte. Binnen een half jaar was de helft van de immigranten overleden. De overlevenden trokken naar Paramaribo.
In de loop der generaties zijn de Nederlanders van toen Surinamers geworden. Een deel van hen is terug gekeerd naar Nederland, waaronder de moeder van Karin Sitalsing. De heimwee van de eerste generaties Nederlanders naar het vaderland is verdwenen, maar hun afstammelingen die, mede door de chaos rond en na de Onafhankelijkheid, naar Nederland terugkeerden, hebben nu heimwee naar hun thuisland Suriname. Ook al herkennen ze Suriname nauwelijks meer als het land van hun jeugd als ze er af en toe op bezoek gaan.

Karins reisverslag

Mij verbaasde het wel eens als ik in een reportage van Nina Jurna vanuit Suriname een duidelijk witte man met een onvervalst Surinaamse tongval zijn mening hoorde geven. Ik ging er dan eigenlijk vanuit dat het een Nederlander was die al lange tijd in Suriname woonde. Nog vreemder was het hier in Nederland om door de telefoon met een Surinaamse vrouw in gesprek te zijn en haar daarna als witte vrouw te ontmoeten. Karins moeder vertelt er de nodige anekdotes over.

Door de verhalen van haar moeder en andere familieleden werd Karin Sitalsing nieuwsgierig naar haar familiegeschiedenis. Ze ging op zoek in de archieven, las brieven en andere documenten en sprak met zoveel mogelijk familieleden, hier en in Suriname.

Ze doet verslag van haar zoektocht, die voor het grootste deel plaats vindt in Suriname. De eerste acht hoofdstukken hebben steeds één van de voorouders, in chronologische volgorde, als leidraad. Daarin lezen we behalve de feiten die ze vond, ook de verhalen van anderen over deze persoon en haar eigen belevenissen en gedachten om er dichterbij te komen. Soms is die afwisseling een beetje verwarrend, omdat heden en verleden erg door elkaar lopen. Ook de vele namen die voorkomen in al die verhalen zijn soms moeilijk te plaatsen in het geheel. Gelukkig heeft ze achterin een stamreeks opgenomen, waarin je af en toe kunt kijken over wie het precies gaat. Daar bevindt zich ook een woordenlijst met Surinaamse woorden ter verduidelijking. Al worden er niet zo extreem veel van die woorden gebruikt dat het verhaal niet te volgen zou zijn.

Meer dan een familiegeschiedenis

Voor Karin Sitalsing was het in de eerste plaats een verslag van haar zoektocht naar haar familiegeschiedenis. Voor de geïnteresseerde lezer is het echter vooral een interessant overzicht van de geschiedenis van deze onbekende groep kolonisten. 

Dat er in de 19de eeuw aan meer arme gezinnen overzee een beter bestaan beloofd werd, is ook al door andere schrijvers en documentairemakers naar voren gebracht. Ik denk daarbij o.a. aan een vergelijkbaar verhaal beschreven door Carolijn Visser in Argentijnse avonden (KLIK HIER). Daarin komt de oorsprong van de Hollandse kolonie in Argentinië ter sprake  en aan de Documentaire Braziliaanse Koorts (KLIK HIER) over arme Zeeuwse landarbeiders, die droomden van eigen grondbezit in het onbekende en verre Brazilië. Veelal ongeletterde landarbeiders werden in cafés geronseld en gingen met vrouw en kinderen via de haven van Antwerpen naar Brazilië. Daar wachtte een bikkelhard bestaan: grondbezit bleek een leugen en de beloofde comfortabele woning was niets meer dan een paar boomstammen met een dak van palmbladeren. Geld om terug te keren naar Zeeland hadden deze mensen uiteraard niet.

In deze landen had men minder mogelijkheden om er nog wat van te maken, zoals dat de Boeroes in Suriname uiteindelijk wel lukte. Waarschijnlijk doordat ze in feite in een Nederlandse kolonie terecht gekomen waren en niet, zoals bv. de armen van Carolijn Visser, achtergelaten werden in een onherbergzame omgeving in Argentinië.

Tussen twee culturen

De Boeroes voelden zich echte Surinamers, al hielden ze hun tradities in ere. De verhoudingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen waren goed, vertelt men aan Karin. Dat veranderde na de Onafhankelijkheid. Politiek werd bedreven op grond van etniciteit en daarmee ontstond een ander soort samenleving, waarin de grootste etnische groep het voor het zeggen had. Wie naar Nederland terugkeerde, voelde zich ook daar niet meer op zijn plek. En in Suriname veranderde alles zo snel (en niet ten goede) dat ook dat niet meer als thuis kon voelen. Het Suriname van vroeger was verdwenen. De cultuur van de Boeroes, ooit gestoeld op Hollandse tradities, verdween grotendeels door vermenging van de verschillende bevolkingsgroepen. Zowel in Suriname als in Nederland worden nog pogingen ondernomen om via bijeenkomsten er iets van vast te houden. Maar of dat nog lang zal lukken? Het is goed dat hun geschiedenis nu in elk geval vastgelegd is.

Karin Sitalsing - Boeroes, een familiegeschiedenis van witte Surinamers. Amsterdam, Atlas/Contact, 2016. Pb., 272 pg., met foto's, lit. opg., stamboom en woordenlijst. ISBN:978-90-450-3084-5.

© Jannie Trouwborst, december 2018.

vrijdag 30 november 2018

F. Starik - Nee nee


Een eenzame uitvaart 

Heb je wel eens gehoord van De Eenzame Uitvaart ?
"Ook overledenen die het ontbreekt aan familie, vrienden of een sociaal netwerk, verdienen een waardig en respectvol afscheid. Ieder mens is immers de moeite waard om over na te denken en verdient het om met speciaal voor hem of haar gekozen woorden begraven te worden. Dat is het uitgangspunt van De Eenzame Uitvaart.
F. Starik nam in 2002 – in navolging van de Groningse stadsdichter Bart F.M. Droog – contact op met de gemeente Amsterdam met het voorstel om bij een eenzame uitvaart voortaan ook een dichter met een speciaal voor de overledene geschreven gedicht aanwezig te laten zijn. Het initiatief werd ondergebracht in een stichting en sindsdien zijn er in Amsterdam ruim 230 Eenzame Uitvaarten geweest. Ook in andere steden vond het initiatief navolging." (overgenomen van de website).

Poule des doods 

Sinds 2002 beheerde Starik de Amsterdamse Poule des Doods, een groep dichters van wisselende samenstelling die bij uitvaarten van eenzaam gestorvenen gedichten schrijft en voordraagt. Hij schreef hierover twee boeken: De eenzame uitvaart (2005) en Een steek diep. Schetsen van verloren levens (2011). Eberhard van der Laan, die beschermheer was van de stichting De Eenzame Uitvaart, gaf de dichters een opdracht mee: 'Wat voor het gesloten oog zinloos lijkt, is een ultiem gebaar van beschaving.'

F. Starik vervulde tot aan zijn overlijden in maart 2018 met grote toewijding zijn functie als dichter-coördinator. Uit naam van de stichting zorgde hij ervoor dat tijdens elke Amsterdamse eenzame uitvaart een gedicht werd voorgedragen. Hij was tevens verantwoordelijk voor de samenstelling van de Poule de Doods, die uit zeer bekwame dichters bestaat. Ook Wim Brands en Menno Wigman maakten er deel van uit. Hij werd op eigen verzoek opgevolgd door Joris van Casteren.

Starik vatte de kracht van het project vorig jaar in de Volkskrant als volgt samen: 'Het is een gebaar van liefde dat mensen die tijdens hun leven onopgemerkt zijn gebleven, met aandacht worden weggebracht, dat er in ieder geval op het laatst nog aan ze wordt gedacht.'

Poëzie past bij de dood, zei hij toen, maar ook bij de geboorte en het huwelijk, 'de grote overgangsfasen van het leven'. Dan gaan mensen die nog nooit een poëziebundel in handen hebben gehad opeens op zoek naar een gedicht. 'Poëzie benoemt gevoelens waarvoor veel mensen op die wezenlijk sprakeloze momenten de woorden niet vinden.' 


Ik kan geen betere reden bedenken om daarom aan deze dichter aandacht te besteden in deze poëzieweek. Het gedicht komt weer uit De beste gedichten uit 2017 (KLIK HIER).

De dichter 


F. Starik (ps. van Frank von der Möhlen, 1958 - 2018) publiceerde tien dichtbundels en was van 2010 tot 2012 een opvallend sterke stadsdichter van Amsterdam. Naast dichter manifesteerde hij zich als beeldend kunstenaar, performer en zanger. In de periode dat een jonge generatie dichters (de Maximalen) voor meer "straatrumoer" in de poëzie wilden zorgen, was hij als fotograaf betrokken bij de bloemlezing Maximaal (1988).

Het gedicht dat ik koos komt voor in zijn laatste bundel Staat uit 2015. In de verzamelbundel die ik voor deze serie gebruik staan in totaal 3 gedichten uit deze bundel. 

NEE NEE

Thomas duwt bij de mensen folders door de bus
vertelt wat ze niet willen weten
hadden ze maar een NEE NEE sticker
op de klep moeten plakken, dus

verspreidt hij zijn rotzooi door de straten
maakt reclame voor spullen die hij zich zelf
niet kan veroorloven en al kon hij dat wel
wat moet hij ermee? NEE NEE.

Hij moedigt de mensen aan
hun computer te laten repareren
hun meubels te laten stofferen
een vreemde taal, de zijne, te leren.

Dag na dag valt hij bij de mensen op de mat
met uitroeptekens en met schreeuwerige kleuren
vertelt dat men recht op korting heeft:
hij van niemand, langs de deuren, langs de deuren.

F. Starik.
(Uit: Staat, 2015)

F. Starik - Staat. Amsterdam, Nieuw-Amsterdam, 2015. Pb., 128 pg., ISBN:9789046819982. 

© Jannie Trouwborst, november 2018.

N.B. Deze bespreking verschijnt in het kader van de poëzieweek van Sandra (KLIK HIER).