zondag 10 september 2017

Philippe Claudel - Het kleine meisje van meneer Linh

In 2014 stelde Literasa voor van de maand september de Maand van het Franse boek te maken (KLIK HIER). Ik vond het leuk om mee te doen, maar dan wel in vertaling. Het werd Grijze zielen van Philippe Claudel. In de jaren daarna deed ik ook mee, soms met wat vertraging. En ik las meer van Claudel. Vorig jaar was dat Het verslag van Brodeck. Ik was er erg van onder de indruk (KLIK HIER).

Dit jaar zag ik geen oproep verschijnen. Maar toen ik hier op mijn vakantieadres een Claudel in de boekenkast zag staan die ik allang eens had willen lezen, besloot ik dat ook dit jaar september weer de Maand van het Franse boek werd en ben ik vol verwachting begonnen aan Het kleine meisje van meneer Linh.

Alles is meneer Linh kwijt, als hij besluit zijn land te verlaten. Zijn dorp is verwoest door oorlog, zijn vrienden zijn gedood door bombardementen. Ook zijn zoon en schoondochter overleefden de aanvallen niet, toen zij, met hun pasgeboren dochtertje, op het land aan het werk waren. In zijn koffertje neemt hij een foto, wat kleren en een linnen zakje met aarde van zijn geboortegrond mee. En natuurlijk zijn kleine meisje, zijn alles. Op de boot ziet hij vol verdriet zijn land langzaam in de verte verdwijnen.

Claudel vertelt ons niet waar meneer Linh woonde (een Aziatisch land vermoedelijk) en ook niet waar hij heen ging (Frankrijk waarschijnlijk). Dat is ook van geen enkel belang. Het verhaal is tijdloos, zou vandaag geschreven kunnen zijn. Vluchtelingen zijn van alle tijden. De gevoelens van heimwee en verlangen naar vroeger, toen alles nog goed was, zijn ook hen bekend. En de problemen die hij ondervindt in het land van opvang zijn identiek.

Meneer Linh komt in een ander, kouder klimaat terecht. Hij verstaat de taal niet, begrijpt niet goed wat er precies van hem verwacht wordt en hoe zijn toekomst eruit zal zien. Maar hij besluit dat, hoe moeilijk of het ook zal zijn, hij sterk zal blijven voor zijn kleine meisje. Zijn landgenoten in de opvang laten hem links liggen. Gelukkig kan hij af en toe spreken in zijn eigen taal met een meisje dat zijn taal spreekt en als tolk optreedt. Ze raadt hem aan af en toe eens naar buiten te gaan.

Als hij dat uiteindelijk durft, ontmoet hij op een bankje bij het park een man van zijn leeftijd, meneer Bark. Zonder dat ze elkaar kunnen verstaan, bouwen ze een vriendschap op. Ook meneer Bark heeft een verlies geleden: zijn vrouw is pas overleden en hij is kinderloos. Ze steunen elkaar in deze moeilijke periode, zonder iets van de ander te weten. Elke dag zoeken ze elkaar op en de vriendschap wordt steeds sterker. Maar dan slaat het noodlot toe: het opvangcentrum zal gesloten worden en Meneer Linh moet met zijn kleine meisje naar een ander woonoord. Radeloos is hij. Zal hij zijn vriend ooit nog terugvinden?

Wat begint als een melancholisch, verdrietig verhaal, verandert langzamerhand in een aangrijpende en ontroerende geschiedenis die tot de laatste bladzijde de spanning erin houdt, om dan te eindigen met een slotakkoord dat ik niet aan zag komen. De structuur zit goed in elkaar, waardoor je als lezer weet wat er omgaat in Meneer Linh èn wat de zorgen zijn van Meneer Bark. En hoe ze over elkaar denken, ondanks het communicatieprobleem. De vertelstijl is beeldend en boeiend. Als lezer word je heen en weer geslingerd tussen de dromen en herinneringen van Meneer Linh en de harde realiteit die hem omringt, maar die hem vaak ontgaat. 

Deze novelle heeft me geraakt en zal me nog lang bij blijven. Al lees ik in principe alleen Nederlandse literatuur, voor Claudel wil ik graag nog eens een uitzondering maken.

Philippe Claudel - Het kleine meisje van Meneer Linh. Vert. uit het Frans door Manik Sarkar. Amsterdam, Bezige Bij, 2008. Pb. 142 pg., isbn: 978-90-234-2858-9.

© Jannie Trouwborst, september 2017.

woensdag 6 september 2017

Wat ik deze zomer las

Soms zit het allemaal even niet mee in het leven en dan is bloggen over boeken niet het eerste waar je je mee bezig houdt. Ik zag net dat het al zeker 6 weken geleden is dat ik een recensie schreef. Aan #50books heb ik nog wel een paar keer meegedaan, om hier niet helemaal afwezig te blijven. Maar toen ik het gevoel kreeg dat de aard van de vragen er op gericht was zoveel mogelijk links naar Bol.com te kunnen plaatsten met behulp van mijn antwoorden, heb ik die de laatste tijd ook maar even voorbij laten gaan. Toch is het zo langzamerhand tijd weer eens iets van me te laten horen op dit blog. Want gelezen heb ik natuurlijk wel ondertussen. Misschien leuk om in elk geval te weten wat er nog in de pijplijn zit.

1. Tom Parks - De roman als overlevingsstrategie.
Parks is ervan overtuigd dat de inhoud, de stijl, het soort verhaal én de manier van vertellen samen de overlevingsstrategie vormen die de auteur ontwikkelt als reactie op spanningen in zijn of haar persoonlijke leven. De lezer reageert tijdens het lezen van een roman op vergelijkbare wijze als tijdens een persoonlijke ontmoeting – hij probeert de auteur te doorgronden. De roman als overlevingsstrategie is een biografie van het schrijven zelf. 
Een boek naar mijn hart. Eindelijk iemand met dezelfde denkbeelden over de verhouding tussen lezer en schrijver als ik. Maar een recensie erover schrijven is niet eenvoudig. Toch moet die er in elk geval nog komen.

2. Bregje Hofstede - De herontdekking van het lichaam; over de burn-out. 
In De herontdekking van het lichaam gaat Bregje Hofstede op zoek naar een antwoord op de vraag waarom zij zich vervreemd voelt van haar lichaam. Hoe heeft de breuk tussen lichaam en geest kunnen ontstaan? Hoe speelde die mee in de burn-out die ze op haar vierentwintigste kreeg? Hoe kun je schrijven met je lijf? Hofstede vertelt hoe ze in een burn-out terechtkwam en zich er langzaam aan ontworstelde, en gaat op zoek naar de filosofische en maatschappelijke context van die ervaring. Het resultaat is een doorleefd relaas over de gezondheidsrage die niet over welzijn gaat, maar over presteren; over het filosofische ideaal van zelfkennis en waarom dat zo zelden op het lichaam werd toegepast; en wat er gebeurt als je dat toch doet. 
Hoewel een interessant boek, zal ik er geen recensie over schrijven.

3. Het suikervogeltje - Pauline Vijverberg.
Het suikervogeltje' is een historische roman, gebaseerd op het leven van weesmeisjes die in de zeventiende eeuw naar Zuid-Afrika emigreren. Het is 1688. De bestemming is Kaap de Goede Hoop. Er is een tekort aan Hollandse vrouwen. Het weesmeisje Ariaan, avontuurlijk, dromerig en oprecht, vaart met haar zusje Willemijn en zes anderen op uitnodiging van de VOC naar een onbekend continent als "bruid op bestelling". Deze roman gaat over de band tussen de twee zusjes. Het gaat over hoop en de hang naar avontuur, over schuldgevoel en verraad, maar bovenal gaat het over loyaliteit en liefde. De geschiedenis van Zuid-Afrika in de periode 1687-1701, tijdens het bestuur van vader en zoon Van der Stel, vormt de achtergrond van het verhaal. 
Ook hier zal geen recensie over verschijnen. Ik weet zeker dat het voor velen een mooie roman zal zijn om te lezen. Maar ik heb hem niet uitgelezen. Er valt veel uit te leren over de beschreven periode, maar voor mij was het allemaal wat te uitleggerig. Misschien omdat veel ervan mij al bekend was. Er waren meer bezwaren, maar ik wil het hier bij laten om anderen niet te ontmoedigen. Gewoon proberen!

4. Corine Kisling - De engelenbak.
'Ouderdom is als de pest,' zegt meneer Cirkel. 'Contact met de buitenwereld moet vermeden worden, want de ziekte is besmetelijk en er is geen remedie voorradig. Het wachten is op de redding, het serum. En ieder vult dat wachten en dat serum op zijn eigen manier in.' Voor Jana Kardoen, tweeënnegentig jaar, betekent wachten niet stilzitten. Vanaf de dag dat ze als veertienjarig meisje bij de Hama's in dienst kwam heeft die familie haar leven bepaald en is haar eigen verhaal naar de achtergrond gedrongen. Nu, bijna tachtig jaar later vullen de Hama's nog steeds haar leven en duiken ze op in elke herinnering: flashbacks, die door een foto, een woord, een geur kunnen worden opgeroepen en niet altijd even welkom zijn. Voor Boris Stam, achterkleinzoon van Huibert Hama, lijken 'Het Tolhuis' en de fancy-fair die er georganiseerd gaat worden zeer geschikt voor de videofilm die hij wil maken over Mens en Maatschappij. Maar hij en zijn vrienden hebben zo hun eigen ideeën omtrent wachten en weergave van de harde realiteit, waardoor het vrolijk bedoelde feest een grimmig einde vindt: in de dood. een sterfgeval waarvan Jana Kardoen het hare denkt.
Een prachtig verhaal, waar zeker nog een recensie over zal komen.

5. De Koloniën van Weldadigheid: een uitzonderlijk experiment.
Een samenvatting van het rapport dat ingeleverd is bij de Unesco om hopelijk in het voorjaar van 2018 in aanmerking te komen voor de titel: Werelderfgoed. Prachtig uitgevoerd, met veel foto's en een hele goede samenvatting van de geschiedenis èn toekomst van het erfgoed van de koloniedorpen in Nederland en Vlaanderen. Als je je afvraagt waar dit over gaat": ik schreef er al eerder een artikel over bij drie boeken over het onderwerp van Wil Schackmann. KLIK HIER Maar er komt zeker nog een recensie van.

6. Philippe Claudel - Het kleine meisje van meneer Linh. 
Diep getroffen heeft dit ontroerende verhaal me. En wat een mooie vertelstijl! Voor de meesten waarschijnlijk al wel een bekend boek. Ik zal er t.z.t. mijn recensie bij voegen.

Komende week zal ik proberen vanuit mijn vakantieadres aan de roman van Sanneke van Hassel te komen: Stille grond. Ik was al eerder onder de indruk van haar korte verhalen. Het interview afgelopen zondag bij VPRO boeken gaf de doorslag: die ga ik kopen. In een ECHTE boekwinkel.

Ik hoop dat iedereen die zich afvroeg waar de recensies bleven een beetje gerustgesteld is: ze komen er aan. Even geduld nog.

© Jannie Trouwborst, september 2017.

vrijdag 11 augustus 2017

De bijzondere logica van mijn boekenkasten

Het is al vaker verteld hier: ik heb veel te veel boeken en boekenkasten. Wil je dan nog iets terug kunnen vinden, dan moet er toch een zekere logica in je opbergsysteem zitten. En al denkt een buitenstaander op het eerste gezicht misschien van niet: die logica is zeker aanwezig, maar het is natuurlijk wel MIJN logica.
Want dat is wat Martha bij vraag 32 van #50books wil weten (KLIK HIER):

 "Hoe sorteer je je boeken, online en in de kast?"

ONLINE

Om met het gemakkelijkste te beginnen: online stelt niet veel voor. Ik heb een poosje op Hebban bijgehouden wat ik gelezen had, wat ik wilde lezen en wat ik aan het lezen was. Dat is al even niet meer bijgehouden, ik zag er de meerwaarde niet van in. Over elk gelezen boek schrijf ik een blog, dus dan weet ik ook wat ik las. Wat ik aan het lezen ben, weet ik ook zo wel. En of dat anderen interesseert? Geen idee. Alleen voor wat ik nog lezen wil, is het wel handig. Onlangs heb ik een beginnetje gemaakt met Goodreads, maar ik heb me er nog niet echt in verdiept.
Apart vermeld moeten misschien de boeken worden die ik op Boekwinkeltjes en Marktplaza heb staan om te verkopen. Ze staan trouwens ook op aparte planken op zolder. Toen ik daar 13 jaar geleden mee begon liep het goed, nu verkoop ik daar zelden nog iets. Ik breng ze liever naar het antiquariaat.
Ik heb ook nog een aantal e-books, maar dat zijn er zo weinig, dat ze hier niet meetellen. De meeste e-books die ik lees, leen ik trouwens uit de bieb, dus die verdwijnen vanzelf weer van mijn "boekenplankje".

PAPIER

Maar dan het sorteren van echte boeken. Zoals bij waarschijnlijk de meesten onder ons maak ik in principe een onderscheid in fictie en non-fictie. Maar echt streng ben ik daarin niet. Als ik geïnteresseerd ben in een bepaald onderwerp, dan staan de non-fictie boeken, de literaire non-fictie boeken en de fictie erover bij elkaar op een plankje. Zoals bv. in het geval van de boeken over de Maatschappij van Weldadigheid en hun instellingen, zowel in Nederland als in Vlaanderen. Wie hier vaker komt lezen, zal weten welke ik bedoel.

Voor Zeeland (waar ik woon) heb ik zelfs een klein kastje in de kamer staan met twee planken waarin alles door elkaar staat: jeugdboeken, romans, wandelgidsen, natuurboeken, atlassen, kaarten, geschiedenis en cultuur. Kees Slager is er prominent aanwezig. Maar ook het fotoboek over De Ramp en De verdronkene van Margriet de Moor.

Op zolder staan de meeste non-fictieboeken, gesorteerd op thema: natuur, wandelgidsen, kunstboeken en catalogi, cultuurhistorie en filosofie etc. Dan zijn er enige planken met oude boeken van mijn (groot)ouders. Ook die gesorteerd op fictie (op alfabet in de kast) en non-fictie. Ze moeten uitgezocht worden, dus ik heb ze verder niet gesorteerd.

LOGEERBOEKEN

Een heel speciaal plankje is van mijn kleindochter Joyce: net zo dol op boeken als haar oma. Als haar moeder er op aan dringt dat er een aantal van weg doet, omdat ze er te groot voor is en al weer zoveel andere heeft intussen, is ze ten einde raad. Heel verdrietig, ze kan er geen afscheid van nemen. En wie begrijpt dat beter dan haar oma?  Dus hebben we een afspraak: ik neem ze mee en zet ze op haar eigen plankje op zolder, dan kan ze er altijd weer bij. Ze logeren zogezegd hier. Soms kijkt ze er nog wel eens naar, niet vaak, maar de wetenschap dat ze er nog zijn, dat is nu belangrijk. Uitzoeken en weggeven, kan altijd nog.

Blijven over de twee grote kasten in de huiskamer. In de ene zit voornamelijk Nederlandse literatuur uit de tweede helft van de vorige eeuw. Een een plank met poëzie. De andere bevat meer recente boeken, zowel fictie als non-fictie, zowel gelezen, als ongelezen, geleend, gekocht of als recensie-exemplaar ontvangen. De non-fictie boeken staan op thema verdeeld over enkele planken.

De fictie heeft hier een eigen logica. Zo zijn er enkele planken gereserveerd voor de Nederlandse auteurs van Uitgeverij Cossee. Enkele planken voor Remco Campert en eentje voor Bernlef en Van Dis. Alle andere romans staan niet op alfabet of kleur, maar op "nog lezen of bespreken". Of "al gelezen" en nog beslissen naar welke andere kast ze moeten verhuizen of dat ze naar het antiquariaat kunnen.

SURINAME

Ook hier één speciaal plankje: met Surinaamse literatuur. Ik heb er dierbare herinneringen aan. Toen ik nog een leesclub begeleidde hebben we een jaar lang boeken gelezen die geschreven zijn door Surinaamse auteurs of over Suriname gingen. Dat was een hele inspirerende ervaring. Ik kan het iedereen aanraden. Wie via mijn blog op het trefwoord Suriname zoekt, vindt een aantal suggesties.

© Jannie Trouwborst, augustus 2017.

Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden van anderen. Wil je ook meedoen? Iedereen is vrij om de vragen te beantwoorden zoals hij of zij wil. Laat een link naar je eigen blog achter in de reacties onder het blog van Martha (KLIK HIER) of alleen je reactie. Zo kan iedereen lezen wat jij ervan vindt.

woensdag 26 juli 2017

Ideaal: een gebonden boek met de juiste inhoud

Honderden boek staan er hier in huis. Netjes op alfabet of op onderwerp, in vele boekenkasten verspreid door het hele huis. Eigenlijk heb ik er nooit zo bij stil gestaan welke daarvan het prettigst in de hand ligt, want dat is wat Martha bij vraag 30 van #50books wil weten (KLIK HIER).

Een boek kan vele kwaliteiten hebben, maar die hebben toch vooral met de inhoud te maken. Boeit de roman, zijn de afbeeldingen in het non-fictieboek van goede kwaliteit? Spreken de gedichten aan, kloppen de feiten in de biografie?

Het uiterlijk komt op de tweede plaats. Ik heb inmiddels wel geleerd niet op de kaft af te gaan. Een prachtig vormgegeven omslag kan een monster van een verhaal verbergen, terwijl ik heel bijzondere verhalen heb gelezen die een totaal fout gekozen afbeelding op de kaft hadden staan. Als ik niet van tevoren genoeg over de inhoud geweten had, zou ik het betreffende boek nooit gekocht hebben. Eigenlijk is het net als bij mensen: verkijk je niet op de buitenkant, maar stel je open voor wat van binnen verborgen ligt.

Dat gezegd hebbende, wil ik wel een voorkeur uitspreken voor gebonden boeken. Als ik bij de aanschaf kan kiezen voor een pocketuitvoering of een gebonden exemplaar, dan toch dat laatste. Ik heb een enorme hekel aan pocketboeken die zo stijf zijn dat je ze tijdens het lezen met kracht open gevouwen moet houden. Of je moet een behoorlijke knik in de rug maken, waardoor je weer het risico loopt dat de bladen op den duur los raken. Voor mij zijn bibliotheekboeken ideaal, want: altijd gebonden!

E-books lees ik meestal op mijn tablet, want die is ook geschikt voor bibliotheekboeken. Lekker op de bank, met opgetrokken knieën en dan de tablet er tegenaan. Net zo gemakkelijk als met een gewoon boek. Ik heb ook een e-reader, maar die gebruik ik bijna nooit, alleen buiten wel eens vanwege de betere leesbaarheid bij zonlicht. Als ik moet bepalen welke het prettigst in de hand ligt van deze twee, dan kies ik toch voor de tablet. Ik heb trouwens ook wel eens een e-book van de bieb op mijn PC gelezen. Maar die is uiteraard van deelname aan deze verkiezing uitgesloten!

Groot formaat boeken, zoals kunst- en fotoboeken, lees ik het liefst aan tafel. Ze zijn te zwaar om nog lekker in de hand te liggen....

Ik heb zo'n voorgevoel dat de antwoorden op deze vraag deze week veel op elkaar zullen lijken..... We zullen zien.

© Jannie Trouwborst, juli 2017.

Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden van anderen. Wil je ook meedoen? Iedereen is vrij om de vragen te beantwoorden zoals hij of zij wil. Laat een link naar je eigen blog achter in de reacties onder het blog van Martha (KLIK HIER) of alleen je reactie. Zo kan iedereen lezen wat jij ervan vindt.

maandag 24 juli 2017

Hans Dorrestijn - Dorrestijns Natuurgids

Vorig jaar won ik bij een fotowedstrijd Dorrestijns Natuurgids. Deze zomer volgde ik op de TV de herhalingen van het vogelprogramma De Baardmannetjes. Daarin gaan vogelkenner en -beschermer Nico de Haan en schrijver/cabaretier/vogelaar Hans Dorrestijn elke aflevering een weekend samen op stap om vogels te kijken in een Nederlands natuurgebied. 

Inmiddels is het vierde seizoen begonnen. De herhalingen werden op 5 avonden per week uitgezonden, vanaf het eerste seizoen. Achteraf is het leuk om te zien hoe de verstandhouding tussen de twee zo verschillende persoonlijkheden zich ontwikkelde. Van aftasten, een rol kiezen, wrevel, onwennigheid met de camera erbij, tot waardering en respect, plagen, provoceren en grappen maken, elkaar aanvullen. Inmiddels kunnen ze goed met elkaar overweg en ziet het er naar uit dat ze er plezier in hebben om samen op pad te gaan.

Zowel de verhalen over de vogels, als de natuurgebieden die ze bezoeken hebben mijn interesse. Maar waar ik het meest van geniet zijn de verhaaltjes die Dorrestijn in de uitzending zit te typen op een plekje in het gebied: op z'n Dorrestijns. En toen herinnerde ik me de Dorrestijns Natuurgids die ik gewonnen had. Inmiddels heb ik hem bijna uit en kan ik zeggen, dat het een leerzame, maar vooral leuke gids is, vol met dit soort Dorrestijn verhalen. Niet alleen over vogels en andere dieren, maar ook over ontmoetingen met andere natuurliefhebbers, over vogelreizen, herinneringen aan vroeger, overpeinzingen en dromen, precies zoals hij ze in De Baardmannetjes zit te tikken. 

"Op de keper beschouwd ben ik een enorme mislukkeling. Ik kan werkelijk helemaal niets. Zelfs mijn hobby's moeten worden gezien als een grote knoeipartij. Mijn muziekleraar heeft mij van pianoles gestuurd. En bij het volgelen moet ik steeds aan mijn medevogelaars vragen waar we naar staan te kijken. Als ik echt zo'n grote mislukkeling ben, wat heeft u er dan aan om dit boek te lezen? Goeie vraag waar ik ook een erg goed antwoord op heb: De mensen kunnen van mij leren ook plezier te hebben van dingen die ze niet goed kunnen."

De gids is 300 pagina's dik. Verveelt dat niet? Zeker niet! Het is de afwisseling van bekende en onbekende dieren, van losse verhalen en uitgebreide jeugdherinneringen. Zo kan een Meerkoet een hilarisch zeilavontuur op de Westeinder Plassen opleveren van enkele pagina's. En dat alles in de bekende Dorrestijn stijl: mopperen, gespeeld melancholisch op het depressieve af, overdrijven, belevenissen duidelijk uit zijn duim zuigen (zoals de Lombokse Kruiskopspin) of er een hilarische draai aan geven. Het is precies die houding die hij langzaam wat liet varen toen hij langer met De Braadmannetjes bezig was. Een maniertje dat nu eenmaal zijn handelsmerk is, maar dat niet nodig bleek om samen met Nico de Haan een succesvol vogelprogramma te maken.

Ondertussen heb ik Dorrestijns Natuurgids dus bijna uit. Heb ik er wat van opgestoken? Vast wel. Maar meer nog dan dat, heb ik plezier beleefd aan zijn unieke manier van vertellen. Voor mijn verjaardag heb ik een verrekijker gevraagd. Daar mag van mij best nog Dorrestijns Vogelgids bij.

Hans Dorrestijn - Dorrestijns Natuurgids. Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 2010. Pb, 300pg., kleurenfoto's, reg., lit. lijst. ISBN:9789038893471

© Jannie Trouwborst, juli 2017. 

maandag 17 juli 2017

Tijdloos plezier, al drie generaties

We kregen min of meer een opdracht van Martha deze keer, voor vraag 29 van #50books (KLIK HIER).  En die luidt:

Ga eens voor je boekenkast staan en laat je ogen over de boeken glijden. Welk boek springt eruit en waarom?

Dat was even slikken als je een huis vol boekenkasten hebt. Waar moet je beginnen? Maar dan dringt tot me door wat Martha eigenlijk aan mij vraagt. Niet om serieus en weloverwogen uit al die boeken een boek kiezen met bijzondere eigenschappen. Maar om gewoon eens zonder vooropgezet plan te kijken wat er zomaar uit de boekenkast komt springen. Dus liet ik mijn ogen dwalen over de boeken in de dichtstbijzijnde boekenkast en ja hoor PATS! Niet het boek zelf sprong eruit, maar mijn oog viel erop. Ik neem aan dat dat ook goed is? Want ik wist meteen dat ik die moest hebben. Bij het zien van de rug van het dikke boek borrelden herinneringen op aan vervlogen tijden. Fijne herinneringen, dus dan klopt het gewoon.

Het gaat om Ziezo, de 347 kinderversjes van Annie M.G. Schmidt. Alle 11 versjesbundels zijn er in opgenomen. Met tekeningen van alle illustratoren die er ooit aan meewerkten. Dat forse boek dus, bijna 300 pg. Blijft nog over de vraag "waarom"?

Drie generaties hebben tijdens mijn leven van de versjes van Annie M.G. Schmidt genoten. Ikzelf vanaf een jaar of vijf. Het fluitketeltje (1950) en Dit is de spin Sebastiaan (1951) werden mij voorgelezen en ik ken er nog een aantal versjes van uit mijn hoofd. Uiteraard las ik ze ook weer voor aan mijn kinderen. Niet alleen de versjes, maar ook Jip en Janneke, Floddertje, Pluk van de Petteflat. Er kwam steeds meer bij en het bleef leuk. Ook onze jongste kleinkinderen (5 en 7) genieten inmiddels van de verhaaltjes en de versjes. Vooral Beertje Pippeloentje en Dikkertje Dap zijn favoriet. Zeker sinds ze een CD hebben voor in de auto met een aantal van de liedjes, gezongen door een kinderkoor.

Ik kocht het boek in 2006 toen wij oppas(groot)ouders werden voor onze oudste kleindochters. Die waren toen 4 en 6. Tussen de middag, bij de boterham las ik voor uit het grote, dikke boek. Het maakte niets uit dat sommige woorden een beetje gedateerd waren: "Tante Trui en Tante Toosje zaten op de "canapé"."  De meeste versjes zijn tijdloos en moeilijke woorden konden leuke gesprekjes opleveren. Hun woordenschat is in die tijd op een bijzondere manier vergroot. In elk geval genoten ze ervan en spoorden hun oma aan vooral dóór te eten, zodat ze weer voor kon lezen. We hebben er jaren plezier aan beleefd.

Het was een heerlijke tijd met die meiden dagelijks over de vloer. Dat komt allemaal weer naar boven als ik dat boek zie staan. En dat bedoelde Martha waarschijnlijk toen ze haar vraag formuleerde. Ja, dit springt er dus uit, omdat het mooie herinneringen oproept.

Gelukkig komen ze nog steeds langs, die oudste kleindochters. De oudste heeft een paar maanden gelden zonder 1 fout haar theorie-examen gehaald en zojuist, vlak na haar 17de verjaardag, in 1 keer haar rijbewijs. Kleine meisjes worden groot, maar gelukkig mag opa nu weer als oppasopa functioneren door haar het komende jaar tijdens haar ritjes als rijcoach te begeleiden. En misschien zingen ze dan onderweg nog wel eens een liedje van Annie M.G. Schmidt.....

© Jannie Trouwborst, juli 2017.

 Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden van anderen. Wil je ook meedoen? Iedereen is vrij om de vragen te beantwoorden zoals hij of zij wil. Laat een link naar je eigen blog achter in de reacties onder het blog van Martha (KLIK HIER) of alleen je reactie. Zo kan iedereen lezen wat jij ervan vindt.

zondag 16 juli 2017

Laura Broekhuysen - Winter-IJsland

IJsland: het land waar de zon op de langste dag niet onder gaat, maar waar de winter bijna acht maanden lijkt te duren. Dat dat niet hetzelfde IJsland is als de toeristische folders ons willen doen geloven, maakt Laura Broekhuysen duidelijk in haar indrukwekkende en zeer persoonlijke verslag dat als ondertitel meekreeg: Mijn eerste jaar in een verlaten fjord.

Het is nazomer als Laura Broekhuysen samen met haar IJslandse man en haar dochtertje van twee voorgoed naar IJsland verhuist. Het huis en de plek waar ze zullen gaan wonen is hun nog onbekend: de woning is aangekocht door een broer van haar man. Als Laura over de drempel stapt, beseft ze pas goed welke ingrijpende beslissing ze genomen heeft.

"Het huis is van hout en staat op een terp. Afgaande op hoelang het te koop heeft gestaan, zullen we hier nooit weggaan. Dat weten we. Hier worden we oud. Voor het eerst je eindstation betreden gaat niet zonder beklemming. Je stapt in honderd vierkante meter beklemming. Wat er ook gebeurt, het zal hier gebeuren. Onder dit raam zul je je oeuvre bij elkaar moeten pennen. Dit zal je uitzicht zijn. Je ziet voor het eerst de keuken waarin je talloze appeltaarten zult bakken, voor alle verjaardagen en vieringen van zwemdiploma's en eindexamens. Je dochter, nu twee, zal zich in dit huis van je losweken. In die hoek, met de opgerolde telefoonkabel, zul je je ouders verliezen."

In Winter-IJsland beschrijft Laura Broekhuysen de verwarrende, heftige, bijzondere, mooie en indrukwekkende ervaringen en indrukken die ze in de loop van dat eerste jaar opdoet. Het contrast met wat ze in Nederland achterliet, kan niet groter zijn. Het landschap, het klimaat, de mensen, de taal, de cultuur: via haar gedachten en overpeinzingen maken we er kennis mee. Soms beschrijft ze wat ze ziet, zonder oordeel. Soms laat ze haar gevoel over de gebeurtenissen of omstandigheden doorschemeren, maar zonder dat uit te spreken. Toch weet ze over te brengen hoe wanhopig je kunt worden van alweer regen en storm, van nog steeds sneeuw, van geen aansluiting krijgen bij de IJslanders.

De peuter is een bron van vreugde in haar enthousiasme om de IJslandse wereld te ontdekken en te omarmen. Haar vragen en opmerkingen brengen zowel humor als filosofie in het verhaal door de vragen die ze stelt. Ze helpt haar moeder te relativeren. Drie talen leert ze spreken: met haar moeder spreekt ze Nederlands, met haar vader IJslands en vader en moeder spreken Engels met elkaar, dus dat pikt ze ook op.

In de fjord is een walvisverwerkingsfabriekje. Af en toe zwemt er een walvis in de buurt van de fjord. Dan vaart de walvisvaarder uit en harpoeneert het dier. Het gruwelijke verhaal dat daarbij hoort, wil Laura Broekhuysen haar kind besparen. Als ze het schip ziet uitvaren, vertelt ze haar over hoe de walvissen leven. En aan de lezer vertelt ze de rest van het gruwelijke verhaal. Toch kan ze niet voorkomen dat ze tijdens een autoritje langs de fabriek moeten waar de walvis verwerkt gaat worden. Hij ligt met zijn bolle buik in de slachtkuip.

"Onze dochter wijst op de walvis die in zijn grote walvisbed te slapen wordt gelegd. In haar wereld sterf je alleen maar van ouderdom." (....) Thuis wil ze dat de achterdeur openblijft. Ze zit op de drempel en kijkt naar de zee, knippert zo min mogelijk om de zeldzame uitademing van de walvis, de metershoge stoomwolk die ze op een foto heeft gezien, niet mis te lopen. Ze wil haar eten op de drempel, het is haar uitkijkpost. Ze is bereid er maanden te zitten."

Zo maakt ze ons deelgenoot van kleine en grote gebeurtenissen. Het kerstfeest bij de grootouders in een vissersdorpje, het midzomerfeest in een landhuis waar alle nakomelingen van de stamvader van de familie traditiegetrouw bij elkaar komen, de eerste schooldagen van de peuter, het lange wachten op de zon (het huis ligt tegen een berg aan, waardoor het lang duurt in het voorjaar voor die op hun land en huis schijnt). De verbazing van de peuter als die haar eigen schaduw ziet. En andersom het onbegrip als het weer donker wordt 's nachts. De geboorte van hun zoontje - wie zo treffend kan verwoorden hoe een bevalling voor een moeder verloopt, is een literair talent! Een heftige, maar prachtige geboortescène is het resultaat. En dan is het jaar bijna om. De zon trekt zich terug, de lampen moeten weer aan in huis, de vrieskou en de wind doen zich opnieuw gelden. Maar binnen in nu thuis, waar ze van haar gezin geniet en buiten is minder belangrijk.

"Het jaar is rond en ik stop met kijken. (..) Het fjord, een grafische partituur die je als schrijver op honderden manieren kunt uitvoeren, verliest als zodanig zijn functie. Zoals ik een boek herlees, leef ik diagonaal, in plaats van elk woord, elke sneeuwvlok onder de loep te nemen. Misschien dat het stormt, dat het hagelt, dat de zon schijnt. Dat zijn de zinnen die ik oversla." Ze geniet van haar kinderen, er komt kraambezoek uit Nederland. "Mijn dochter helpt me de wandelwagen de helling op te duwen, de wielen door de sneeuw. Samen zingen we (...). En het is niet dat we de wind niet voelen, we voelen hem niet."

De verhalen verschenen op Revisor.nl als feuilleton. Dat maakt ze nog authentieker. Geen verhaal achteraf, maar de ervaringen op het moment zelf. Ik was in verwarring na het lezen van dit persoonlijke relaas. Het raakte me, maar het zette me ook aan het denken. Wat is het verschil tussen deze Nederlandse vrouw in IJsland die haar leven in een totaal andere omgeving vorm moet proberen te geven, een onbegrijpelijk moeilijke taal moet leren en moet wennen aan het barre klimaat en de cultuurverschillen. En een Syrische vluchtelinge in Nederland? En dan is Laura's man een IJslander die haar helpen kan waar nodig. 

Dit boek geeft een prachtig beeld van het echte IJsland: van haar landschap, bewoners en cultuur. Maar ook verwoordt het heel treffend de verwarring en de moeizame aanpassing van wie plotseling in een totaal andere wereld terechtkomt. Laura Broekhuysens taalgebruik en stijl zijn origineel, soms poëtisch, dan weer filosofisch getint. Ze nemen je moeiteloos mee in haar nieuwe wereld. Als je tenminste empathisch genoeg bent om aan te voelen wat ze niet opschrijft....

Laura Broekhuysen (1983) studeerde viool aan het Conservatorium van Amsterdam. Haar debuut, Twee linker laarzen verscheen in 2008. De roman werd genomineerd voor de Selexyz Debuutprijs en voor de Vrouw & Kultuur DebuutPrijs. In 2011 volgde Hellend vlak. Winter-IJsland was één van de 5 genomineerden voor de Bob den Uyl prijs 2017.

Winter-IJsland: mijn eerste jaar in een verlaten fjord. Amsterdam, Querido. 2016. 136 pg. ISBN:9789021402178

© Jannie Trouwborst, juli 2017.