maandag 18 januari 2021

Chris de Stoop - Het boek Daniel

In Vlaanderen is Chris de Stoop (1958) bekender als succesvol auteur en journalist dan hier in Nederland. Sinds 1992 schrijft hij literaire non-fictie over veelal sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen en problemen. In Nederland kwam zijn doorbraak met het succes van en de prijzen voor Dit is mijn hof. Het is het verhaal over het verdwijnen van het traditionele boerenbedrijf in Vlaanderen, aan de hand van de ervaringen van zijn eigen ouders en familie. Dat het boek zo aansloeg in Nederland is gekomen door de ontpolderingsperikelen in de Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen, waar dezelfde problemen speelden.

Met Het boek Daniel bouwt hij hier min of meer op voort. Ook hier ligt een persoonlijk verhaal ten grondslag aan een verhaal waarin het verdwijnende boerenleven een grote rol speelt. De manier waarop de feiten over de dood van Oom Daniel verteld worden is bijzonder. Door de spanningsopbouw en de stijl mag het met recht literaire non-fictie genoemd worden.

Oom Daniel

Chris de Stoop kent zijn Oom Daniel niet zo goed. Hij woont ver weg in Wallonië in een vierkantshoeve, zoals wij die ook nog wel in Limburg kennen. Hij leeft er alleen: na het verzorgen van zijn ouders en gehandicapte broer tot aan hun overlijden had hij graag willen trouwen, maar dat zat niet mee. Hij trekt zich terug op zijn hoeve, met enkele koeien, kippen en wat akkers rondom. Contacten met de rest van het dorp heeft hij nauwelijks. Hij komt er één keer per week om wat boodschappen te halen. Vlak voor sluitingstijd, op verzoek van de supermarkteigenaar, om de andere klanten niet af te schrikken: hij ziet er te onverzorgd uit.

Op een avond brandt zijn hoeve af en Oom Daniel komt schijnbaar om in de vlammenzee. Maar in het dorp zijn opeens jongeren die zich dure spullen kunnen veroorloven, er worden stoere verhalen verteld. Wat is er gebeurd?

Rechtspraak in België

De vijf jongeren worden opgepakt en verhoord. Er wordt een uitgebreid onderzoek uitgevoerd en alles wordt vastgelegd in een flinke stapel papier. Dat Chris deze dossiers te lezen krijgt, heeft te maken met de manier waarop de Belgische rechtspraak functioneert. De verdenking van moord betekent dat het proces gevoerd zal worden bij het Hof van Assisen (een rechtbank voor de ernstigste misdaden), waarbij een publieksjury een bindende uitspraak zal doen. Naast wat wij de officier van justitie zouden noemen, is er daarbij nog sprake van een burgerlijke partij: de benadeelde of zijn erfgenamen. De familie vraagt Chris de Stoop of hij die taak op zich wil nemen. En zonder te beseffen wat hij zich daarmee op de hals haalt, stemt hij toe.

Het begint ermee, dat hij inzage krijg in het volledige dossier. Ondanks de aanvankelijke schrik vanwege de omvang, blijkt het een geschikte bron om meer te weten te komen over deze eigenzinnige oom en de achtergronden en motieven van de daders. Dat alles te samen vormt de basis van Het boek Daniel.

Schrijver en journalist

Voor de journalist gelden in de eerste plaats de feiten en achtergronden, voor de schrijver het goed vertellen van een verhaal. Dat dat heel goed samen gaat, bewijst Chris de Stoop in dit boek opnieuw. Hij wisselt de ontrafelde gebeurtenissen die tot de dood van Oom Daniel geleid hebben af met de gesprekken en gebeurtenissen rond de rechtsprocedure. Voor de rechtszitting spreekt hij met iedereen die hem meer kan vertellen over zijn eenzelvige oom. Hij leert hem steeds beter kennen. Erna met onder andere een psycholoog en enkele van de daders. 

En al weten we van te voren dat Oom Daniel het niet zal overleven, het blijft een spannend verhaal. Al is voelbaar dat hij te doen heeft met zijn oom, dat hij verontwaardigd is over wat er met hem gebeurde en hoopt dat er recht gedaan zal worden aan wat hem overkwam, slaagt hij er toch in het verhaal zo neutraal mogelijk te reconstrueren. En achteraf het journalistieke verhaal compleet te maken door te proberen om te doorgronden wat deze jongemannen dreef tot deze daad.

Een aangrijpend verteld en waargebeurd verhaal dat nog lang nawerkt in je hoofd. Want wat moet je bijvoorbeeld met de conclusie van de gerechtspsycholoog?

"Je hebt dus drie partijen die elkaar versterken,"besluit de gerechtspsycholoog. "De samenleving die mensen uitsluit. De jongeren die geen plek vinden in de maatschappij. En het slachtoffer dat zichzelf buiten de gemeenschap plaatst. Elk van die drie heeft bijgedragen tot dit drama."

"Bedoelt u dat Oom Daniel medeverantwoordelijk is?"

En dan zegt de psycholoog iets wat me bevreemdt: "Hij heeft ook zichzelf ontmenselijkt. Hij heeft voor sociale zelfmoord gekozen."

Zijn lijden was er niet minder om.

Chris de Stoop - Het boek Daniel. Amsterdam, De Bezige Bij, 2020. Geb. 254 pg., isbn:978-94-031-0271-9

© Jannie Trouwborst, januari 2021.

dinsdag 1 december 2020

Jeanne Siaud-Facchin - Te intelligent om gelukkig te zijn?

Jeanne Siaud-Facchin is psychotherapeut en specialist op het gebied van hoogbegaafdheid. Van haar boek Te intelligent om gelukkig te zijn? werden in Frankrijk meer dan 300.000 exemplaren verkocht. Als je bedenkt dat het al in 2008 in Frankrijk is verschenen, dan hebben we in Nederland wel erg lang moeten wachten op een vertaling van dit belangrijke boek. 

Hoogbegaafdheid bij volwassenen 

Waarom is dit boek van belang? De ondertitel luidt: Hoogbegaafdheid bij volwassenen. Tegenwoordig, betoogt de schrijfster, is er gelukkig steeds meer aandacht voor het hoogbegaafde kind. Al kan het nog steeds beter. Maar voor volwassenen is niet veel aandacht. Vaak weten volwassenen niet eens dat ze hoogbegaafd zijn en gaan ze pas iets vermoeden als blijkt dat hun kinderen het zijn. Of als ze vast lopen in hun leven en vanwege depressieve of andere klachten bij een therapeut aankloppen. En dan is het te hopen dat de therapeut de verborgen hoogbegaafdheid herkent en ze niet verder van de wijs brengt met een verkeerde therapie.

De term Hoogbegaafdheid bevalt Siaud-Facchin niet. Hij komt voort uit de grafiek die je kunt tekenen van de intelligentie van de totale bevolking. Die begint laag bij zwakbegaafd en loopt dan omhoog naar normaal en weer omlaag naar hoogbegaafd. Deze grafiek ontstaat via een IQ-test, die de intelligentie zou moeten meten. De meeste mensen zitten in de middenmoot, tussen 90 en 130. Voor 2,5 % van de bevolking komt daar een getal uit van 130 of meer. Zij worden hoogbegaafd genoemd. 

Jeanne Siaud-Facchin benadrukt dat hoogbegaafd zijn niet betekent dat je intelligenter bent dan anderen, maar dat je een ander soort intelligentie bezit. Bij de laatste wetenschappelijke onderzoekingen is vastgesteld, dat de hoogbegaafde niet meer grijze hersencellen bezit (zoals vroeger aangenomen werd), maar juist meer verbindingen. "Niet het aantal neuronen is onderscheidend, maar het aantal verbindingen", stelt ze. Daardoor gaat het denken sneller en via meer wegen en vertakkingen. De gevolgen daarvan legt ze uitgebreid uit en vat ze dan samen:

Hypergevoeligheid, voortdurende inmenging van de gevoelswereld, een verhoogd waarnemingsvermogen van de vijf zintuigen, een empathische vermogen waardoor de gevoelens van alle mensen in de omgeving worden waargenomen, een meer dan gemiddelde ontwikkeling van de vijf zintuigen die ongevraagd invloed heeft op de persoonlijkheid. 

De intelligentie van de hoogbegaafde is rijk en krachtig, maar is gebaseerd op andere cognitieve patronen dan bij andere mensen. Ze somt op:

De hersenactiviteit is ongewoon groot - Het aantal zenuwverbindingen is significant groter, het neuronen netwerk vertakt zich naar alle gebieden van de hersenen - Informatie verspreidt zich netwerkachtig en leidt zo tot versnelde gedachten associaties die zich moeilijk laten structureren - Een tekort aan latente remming dwingt het brein om alle informatie uit de omgeving op te nemen zonder filter: de hoogbegaafden hebben HET HOOFD VOL - Door de verhoogde overdrachtssnelheid tussen de verbindingen is het onmogelijk om terug te komen op oplossingsstrategieën van een probleem, omdat het onbewuste processen zijn - De intuïtieve intelligentie is gebaseerd op beelden en kan leiden tot problemen met de uitdrukking in taal, met woorden en verbale structuren - Deze cognitieve en affectieve kenmerken van hoogbegaafden worden bevestigd door de huidige wetenschap, met name door de neurowetenschappen. Het gaat daarbij niet om vermoedens, noch om mythen of fantasie, maar om bewijsbare realiteit.

Maar eerst het kind

Iedere volwassene is uiteraard ook kind geweest. Daarom beschrijft ze eerst in een aantal hoofdstukken de ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen. Wanneer is het ontdekt, hoe is er mee omgegaan door ouders, leerkrachten en therapeuten? Welk stempel kreeg het kind waarbij het niet ontdekt werd en zich op school niet gedroeg zoals de andere kinderen? En welke invloed hebben al deze ervaringen op de ontwikkeling gehad van peuter tot en met puber. Hoe heeft dat doorgewerkt in hun volwassen leven en hebben ze wel of niet leren leven met hun anders zijn?

Ontdekken dat je hoogbegaafd bent op volwassen leeftijd is niet gemakkelijk. Er is soms wel een vermoeden, maar er is al teveel gebeurd in het leven en er is al teveel onbegrip geweest om met het vermoeden naar buiten te komen. Zelfs de diagnose, die via een IQ test en een persoonlijkheidstest gesteld kan worden, wordt vaak gewantrouwd.

Hoe is het om een hoogbegaafde volwassene te zijn?

In de daarop volgende hoofdstukken gaat zij nader in op de volwassen hoogbegaafden. Hun persoonlijkheid met onverwachte facetten. Hoe moeilijk het is om hoogbegaafd te zijn, zowel op emotioneel gebied als praktisch, te midden van mensen die je niet of verkeerd begrijpen of over je oordelen. Eenmaal in therapie zullen ze gaandeweg ontdekken dat ze niet vreemd zijn, dat ze zich bijvoorbeeld niet langer aan hoeven te passen, dat ze zichzelf terug kunnen vinden. Maar ook welke handicaps hun speciale intelligentie met zich meebrengt en hoe ze daar mee om kunnen leren gaan en er het beste voor zichzelf en de wereld uit kunnen halen. Ook is er een hoofdstuk over hoogbegaafde vrouwen, moeders en partners. En één over wat hoogbegaafdheid met relaties doet.

En degenen met wie het goed gaat?

Gelukkig gaat het met veel volwassen goed. Dankzij goede begeleiding in hun jeugd of door het bewandelen van de juiste weg en er alles aan te doen om zich goed te voelen. Daarbij hoort in veel gevallen de hulp van een goede therapeut. Die te vinden is niet altijd gemakkelijk. Het vertrouwen te winnen van iemand die intelligenter is dan de therapeut zelf, is lastig als de cliënt zich altijd al onbegrepen gevoeld heeft. Bovendien is elke persoonlijkheid en voorgeschiedenis anders en vraagt dus om een andere benadering. Maar wanneer eenmaal de juiste snaar geraakt is, kunnen er vorderingen gemaakt worden. Al kan het een lange weg zijn. 

In het één na laatste hoofdstuk staan een aantal zinnige tips over wat je zelf kunt doen om je goed te voelen. Vergezeld van voorbeelden van lotgenoten uit de praktijk van Siaud-Facchin. Tenslotte waarschuwt ze voor het gevaar van een verkeerde diagnose. Wie niet genoeg ervaring heeft met deze mensen kan hun gedrag duiden als schizofrenie, een bipolair ziektebeeld of borderline. Maar ook bij depressie, angststoornissen of fobieën is het oppassen. Deze laatste drie worden vaak wel juist herkend, maar moeten begrepen worden in samenhang met de structurele bijzonderheden bij hoogbegaafden. 

Het boek eindigt bemoedigend: recent onderzoek bevestigt de voordelen van een grote intelligentie. Wat psychische aandoeningen betreft, is verhoogde intelligentie ook een beschermingsfactor.

Voor wie is dit boek?

Voor iedereen die te maken heeft met hoogbegaafdheid en voor wie er beroepsmatig in is geïnteresseerd. Voor ouders van hoogbegaafde kinderen en voor mensen die wel eens heel voorzichtig durven te denken dat ze misschien ook..., want... Die een stap naar een therapeut niet aandurven, omdat het zo aanmatigend klinkt: hoogbegaafd.

Het boek is helder geschreven en prettig leesbaar. Men vindt er herkenning en geruststelling in bij twijfel aan de eigen hoogbegaafdheid. Het geeft hoop en moed voor wie ermee worstelt en zich niet gelukkig, onbegrepen en buitengesloten voelt. Kortom: Te intelligent om gelukkig te zijn? Dat is nergens voor nodig!

Jeanne Siaud-Faccin- Te intelligent om gelukkig te zijn? Hoogbegaafdheid bij volwassenen. Amsterdam, Balans, 2020. Pb., 329 pg., isbn:978-94-638-2077-6.

© Jannie Trouwborst, december 2020.

woensdag 28 oktober 2020

Twan Huys - Wandellust

Het motto dat Twan Huys, journalist en schrijver, aan Wandellust meegegeven heeft, luidt: "Wandelen is het beste medicijn - Hippocrates". Dat deze uitspraak vaak klopt, ondervinden steeds meer mensen. Het wandelen is aan een opwaardering bezig. En daarmee de belangstelling voor boeken over het onderwerp. Is dit dan het zoveelste "wandelboek"? Dat zou ik niet willen beweren, want heeft toch weer een andere invalshoek.

De voorgeschiedenis

Twan Huys ging door een moeilijke periode in zijn leven en om daar mee om te kunnen gaan, greep hij terug op iets wat hij van jongs af aan kende: landschapswandelingen maken. In de inleiding vertelt hij dat hij tijdens zijn werkzame leven als correspondent en journalist op allerlei plekken in de wereld gewandeld heeft. En in de loop van het boek komen voorbeelden voorbij van korte of langere wandelvakanties met de hele familie, vroeger en nu nog steeds, vaak in Nederland. Wat is heerlijker dan een huisje huren in de vrije natuur en van daar er met z'n allen op uit trekken. Praten met elkaar gaat vaak vanzelf al wandelend.

Hij realiseert zich dat hij het landschap van zijn jeugd goed kent, maar de natuurgebieden in de rest van Nederland een stuk minder. Hij geeft zichzelf een jaar de ruimte in alle rust al wandelend Nederland te herontdekken en besluit dat te combineren met interviews. Niet alleen omdat hij nu eenmaal journalist is, maar ook omdat het heerlijk is om op pad te gaan met gelijkgestemden.

De gasten

"Te voet het bos in, de hei op, door de polder en op het strand zie ik Nederland eigenlijk nu pas voor het eerst. En het blijkt spectaculair mooi. Dit jaar wandel ik met mijn gezin, mijn ouders, vrienden, boswachters en andere mensen die me dierbaar zijn. Zielsverwanten met liefde voor de natuur en fervente wandelaars. Over hun levens en de mooiste Nederlandse wandelgebieden gaat dit boek."

Naast de familieleden en boswachters, komen onder anderen voorbij: Prinses Irene, Herman Finkers, Geert Mak en Jane Goodall. Er is aandacht voor Jan Wolkers en zijn verblijf op Rottumerplaat. Omdat de gesprekken geen diepte-interviews zijn, gaan ze veel meer over de beleving van het landschap en de invloed van de omgeving daarvan. En de drijfveren die mensen kunnen hebben om het geluk en de zingeving die ze daarin vinden, aan anderen door te geven.

De routes

Twan Huys wandelt in 18 natuurgebieden, verspreid over heel Nederland. Het zijn zeker mooie gebieden, naar zijn zeggen de mooiste, maar er zijn er natuurlijk nog veel meer. Toch is het een goed begin om via dit boek lezers uit te nodigen daar eens een kijkje te nemen: je wordt vanzelf nieuwsgierig naar de rest.

In elk geval krijgt de lezer veel informatie over het gebied: de geschiedenis, de bijzondere kenmerken, informatie van de boswachter en een suggestie voor het nalopen van een wandelroute. Dat is soms de verwijzing naar een bestaande wandelroute of anders een korte beschrijving van de afgelegde route. Het startpunt wordt aangegeven, de lengte van de tocht en de pleisterplaatsen onderweg.

Een compleet boek

Voor wie is dit boek? Het is geen wandelgids, het is geen boek met diepte-interviews, het is geen natuurboek en zeker geen zelfhulpboek. Het is van alles wat, op de juiste manier gecombineerd en gedoceerd en daardoor heel prettig om te lezen. Voor elke fervente wandelaar en natuurliefhebber vol herkenbare gevoelens en ervaringen. En voor de beginners een aanmoediging. 

Een persoonlijke noot

Zelf beleefde ik het meeste plezier aan het lezen van het hoofdstuk over Tiengemeten. Vijftien jaar wonen we nu in Zeeuws-Vlaanderen en we hebben het hele proces van de opoffering van de Hedwigepolder meegemaakt. Het was een déjà-vu. Daarvoor woonden we 30 jaar op Voorne-Putten. We kenden het eiland Tiengemeten dus nog in de oorspronkelijke staat, met de grote boerderijen en de kinderen die in auto's zonder kentekenplaat mochten rondrijden, zonder rijbewijs. Wat was mijn puberzoon daar jaloers op! Dat ze in strenge winters met een helikopter van het eiland gehaald werden om naar school gebracht te worden, was helemaal spectaculair. Maar het eiland zelf was als boerenland met kreken en een stukje slikken en gorzen wat mij betreft ook mooi. Net zo mooi als ik de Hedwigepolder vond. We hebben alle veranderingen op Tiengemeten zien gebeuren en zeker in het begin waren we er niet enthousiast over. Toen het ergens op begon te lijken, waren wij al verhuisd. 

Als ik het enthousiaste verhaal van Twan Huys over het gebied van nu lees, weet ik dat we weer eens terug moeten. Ik hoop nog mee te maken, dat ik op den duur net zo enthousiast kan worden over de ontpolderde Hedwigepolder.

Twan Huys - Wandellust. Amsterdam, Prometheus, 2020. Pb, 231 pg., ills., krtn.

© Jannie Trouwborst, oktober 2020. 

Lees ook wat Stien in haar blog erover schreef: KLIK HIER.

vrijdag 2 oktober 2020

Pauline Broekema - Tekenares van Montparnasse

Het begin van de geromantiseerde biografie van Edith Auerbach is spannend en veelbelovend. Een Nederlandse kunsthandelaar struint in de jaren negentig van de vorige eeuw in Parijs over de grootste vlooienmarkt van Europa. Op zoek naar iets bijzonders dat andere handelaren over het hoofd gezien hebben. Hij lijkt geen geluk te hebben totdat een bijzonder schilderij zijn aandacht trekt. Het is gemaakt door Edith Auerbach. Hij heeft nog nooit van haar gehoord. De markthandelaar vertelt hem dat hij nog veel meer van haar heeft en toont hem een map vol tekeningen en handgeschreven documenten. Op de tekeningen staan de portretten van vele bekende kunstenaars uit het begin van de 19de eeuw, maar ook van onbekende personen. Allen in enkele potloodstrepen treffend gekarakteriseerd. Daartussen ook enkele zelfportretten. Maar verder heel weinig waaruit iets over haar leven opgemaakt kan worden. Behalve dat ze in 1899 in Keulen geboren werd. 

Tekenares van Montparnasse - de geromantiseerde biografie

Pauline Broekema heeft zich enorm ingezet om zoveel mogelijk over deze "eigenzinnige kunstenares" te weten te komen. Daarbij doet ze allerlei bijzondere ontdekkingen. In de door mannen gedomineerde kunstenaarswereld van Parijs was Edith een vreemde eend in de bijt. In de bekende Parijse kunstenaarscafé's op Montparnasse zit ze onopvallend te tekenen, schildert het leven op boulevards en in parken en neemt deel aan een tentoonstelling van vrouwelijke kunstenaars. De Tweede Wereldoorlog maakt een onverwacht einde aan haar succes. Als Duitse in Frankrijk wordt ze in 1940 gevangen gezet in concentratiekamp Gurs. Ze weet te ontsnappen en duikt (als Duitse èn Jodin) onder. Na de bevrijding keer ze geknakt terug naar Parijs. Ze schildert wat haar en anderen door de bezetter is aangedaan. Eind jaren veertig stopt ze ook daarmee. Tot in de jaren zestig schrijft ze nog artikelen over kunst. Daarna wordt het stil. De wereld verandert, veel mensen van vroeger keren niet meer terug. In de cafés op Montparnasse komen vooral toeristen. Het lukt Pauline Broekema met veel moeite haar sterfdatum te achterhalen: 27 mei 1994. Tot zover de feiten.

Op zich is er niets mis mee dat Pauline Broekema geprobeerd heeft het verhaal van Edith Auerbach te vertellen in een geromantiseerde biografie. Er zijn enkele personen toegevoegd en er worden gefantaseerde gesprekken gevoerd om bepaalde gebeurtenissen een plek te geven. Toch is het lezen soms minder plezierig door de niet noodzakelijke zijpaden die met enige regelmaat ingeslagen worden en de uitgebreide opsomming van bekende, maar ook onbekende kunstenaarsnamen. 

Wat ik ook mis, zijn enkele voorbeelden van Edith Auerbach's tekeningen. Na het eerste hoofdstuk is de nieuwsgierigheid naar haar werk beslist gewekt, maar met die op de omslag van het boek moeten we het doen. Gelukkig staat er op YouTube een filmpje van Museum Belvedère Contre l'oubli waarin een groot aantal tekeningen en schilderen voorbij komt.

Contre l'oubli - de catalogus

In het Nawoord van het boekje staat, dat Kunsthandelaar Guus Maris in Parijs de hele collectie kocht op de vlooienmarkt en dat kunstverzamelaar Michiel Levit die overnam. Van 4 juli tot en met 20 september 2020 werden deze tekeningen en schilderijen tentoongesteld in Museum Belvedère in Heerenveen. Bij de tentoonstelling verscheen de catalogus Edith Auerbach - Contre l'oubli - Tegen het vergeten, met een keuze uit haar tekeningen en schilderijen, een essay waarin Han Steenbruggen haar werk analyseert en een biografische schets van Pauline Broekema. De catalogus is nog te koop in de museumwinkel.

Pauline Broekema - Tekenares van Montparnasse: het eigenzinnige kunstenaarsleven van Edith Auerbach. Amsterdam, De Arbeiderspers, 2020. Pb. 191 pg., met lit, opg. ISBN:978-90-295-4163-3

© Jannie Trouwborst, oktober 2020.

maandag 14 september 2020

Eva Vriend - Eens ging de zee hier tekeer

Eva Vriend werd in 1973 geboren in Emmeloord en groeide op als boerendochter in Luttelgeest in de Noordoostpolder.  In 2013 debuteerde ze met Het nieuwe land, over de ontstaansgeschiedenis van Flevoland. De boerderij waar ze opgroeide lag aan een kaarsrechte weg. In de verte zag ze een volop een kronkelende weg: ooit een dijk van de voormalige Zuiderzee. Het riep vragen bij haar op.

"Hoe zag het leven aan de andere kant van die bochtige dijk eruit voor de zee land werd? Wat betekende de inpoldering voor de duizenden families die van de Zuiderzee leefden? En wat waren de gevolgen op de lange termijn, tot op de dag van vandaag? Ik heb het me altijd afgevraagd. De Zuiderzee was immers "hun" zee, een levenszee."

In dit boek geeft ze antwoord op al die vragen. Daarvoor heeft ze het nodige archiefonderzoek gedaan, maar vooral ook gesproken met de nazaten van vissersfamilies die met de gevolgen van de aanleg van de Afsluitdijk (1932) geconfronteerd werden. Haar boek begint met de geschiedenis van de Zuiderzee zelf: van een klein meer in een ondoordringbaar gebied tot een heuse, soms gevaarlijke binnenzee. Ze zou zo'n 500 jaar bestaan. De haringvisserij werd de belangrijkste bron van inkomsten voor de stadjes aan de oevers en in de Gouden Eeuw bloeiden plaatsen als Enkhuizen uit tot bloeiende handelshavens.

Het verhaal van de vissersgemeenschappen die getroffen werden door de onbereikbaarheid van hun bron van inkomsten vertelt ze aan de hand van de familiegeschiedenissen van 4 families: familie Van den Berg uit Urk (vanaf 1669), familie Kwakman uit Volendam (vanaf 1806), familie Hopman uit Spakenburg (vanaf 1839) en familie Van Eekeren uit Wieringen (vanaf 1899). Voor in het boek staan hun stambomen, een nuttige handreiking om de verhalen goed te kunnen volgen. Ook staan daar twee kaartjes met daarop alle plaatsen die een rol spelen in deze geschiedenis en een overzicht geven van de situatie voor en na de afsluiting. Verder komen we twee katernen met oude foto's tegen, zowel in kleur als zwart-wit.

Het boek bevat twee delen: Oude zee (over de periode voor de afsluiting) en Nieuw leven (tijdens en na de inpoldering). Daarbinnen vertellen korte hoofdstukken de persoonlijke verhalen, aan de hand van ontwikkelingen die van invloed waren op het vissersbedrijf. Hoewel daarbij nog al eens heen en weer gesprongen wordt in de geschiedenis krijgen we toch een goed beeld van de strijd en de flexibiliteit van de vissersgemeenschappen. Hechte gemeenschappen zijn het, waarbij vooral de laatste decennia de onderlinge concurrentie steeds meer plaats maakt voor gezamenlijk optrekken tegen de beperkingen die de vissers opgelegd krijgen en gebrekkige tegemoetkomingen bij verlies van inkomsten.

Eva Vriend heeft haar ogen niet gesloten voor de fraude, criminaliteit en het drugsgebruik die de kop opsteken. Ze probeert het wel een eerlijke plaats te geven door de achtergronden te schilderen. Net als de politieke keuzes die in de vissersdorpen gemaakt worden. Sociale aspecten krijgen een eigen hoofdstuk: over klederdracht, religie, sociale druk, bedrijfsopvolging en vissersvrouw zijn bijvoorbeeld.

De kracht van dit boek ligt in de persoonlijke verhalen die de geschiedenis van de dorpen aan de voormalige Zuiderzeekust op een prettig leesbare wijze illustreren. De ondertitel luidt niet voor niets: Het verhaal van de Zuiderzee en haar kustbewoners. Zo hebben de vissers en de Zuiderzee eindelijk het verhaal gekregen dat naast dat van de IJsselmeerpolders behoort te worden verteld. De titel zelf is een regel uit een wel bekend lied: De Zuiderzeebalade van Sylvain Poons. Wie dat lied na het lezen van Eens ging de zee hier tekeer opnieuw beluistert, zal nog meer getroffen worden de inhoud.

Eva Vriend - Eens ging de zee hier tekeer. Het verhaal van de Zuiderzee en haar bewoners. Amsterdam, Atlas Contact, 2020. Geb., 357 pg. foto's, krtn., met lit. opg.. ISBN:978-90-450-3631-1

© Jannie Trouwborst, september 2020.

zaterdag 22 augustus 2020

Lex Paleaux - Winterwater

Er zijn al heel wat boeken geschreven over de gevolgen van een streng religieuze opvoeding. Meestal vanuit het perspectief van een inmiddels volwassen hoofdpersoon die terugkijkt op zijn worsteling met een geloofsrichting of een sekte. Bevrijd van de benauwenis, angsten en indoctrinaties is er eindelijk de mogelijkheid alle doorstane ellende van zich af te schrijven en een nieuw leven te beginnen.

Winterwater van Lex Paleaux is anders, al is het uitgangspunt hetzelfde: een jongetje dat opgroeit in een streng gereformeerd gezin. Het perspectief echter is en blijft de jonge Lex. Maar behalve het geloof is er nog veel meer dat tot een bijzonder schrijnend verhaal leidt. En als je dan bedenkt dat het verhaal ook nog een "fictief drama gebaseerd op feiten" is, wordt het allemaal nog veel aangrijpender.

Lexje Paleaux woont met zijn ouders en twee oudere broers in Friesland. Het verhaal speelt in de jaren tachtig en negentig. Zijn vader is van oorsprong Frans en is door een ongeluk op zijn werk arbeidsongeschikt geworden. Zijn moeder is daardoor danig gefrustreerd en doorgaans niet zo gezellig in de omgang. Waarom is niet duidelijk, maar behalve zijn vader, lijkt de rest van het gezin een hekel te hebben aan het onbevangen kind, dat met grote aandacht en verwondering de wereld om zich heen bekijkt.

Vragen over hoe het nou precies zit met God aan de meester, zijn moeder of de dominee worden niet op prijs gesteld, als brutaal beschouwd en meteen afgestraft. Om kleine ondeugendheden wordt hij mishandeld door zijn moeder. De omgeving (de meester, de dokter, pake en beppe, ooms en tantes) moet ervan geweten hebben, maar niemand onderneemt actie. Zijn grote broers worden constant voorgetrokken, voor hem is nooit aandacht, hij wordt als lastig beschouwd. Hij begrijpt zelf niet waarom alles gaat zoals het gaat. Hij leert zich aan te passen, om zijn moeder niet boos te maken. Vertrouwt erop dat God ziet dat hij zijn best doet. Put troost uit de keren dat zijn vader het voor hem opneemt. Maar de eenzaamheid groeit. Zelfs als hem iets heel ergs overkomt, durft hij er met niemand over te spreken. Langzaam begint er zich toch iets te roeren, de bom moet wel eens barsten: eindelijk zou je denken. Als hij zelfs niet meer op zijn vader kan rekenen, dan barst die bom ook, maar op een andere manier dan je zou verwachten.

De stijl van het verhaal is heel naturel, past precies bij hoe een kind de wereld ervaart. Als lezer raak je verontwaardigd, zou je willen ingrijpen, voel je je machteloos bij wat je ziet gebeuren. Maar het kind denkt daar niet over na: er gebeurt wat er gebeurt, hij begrijpt het allemaal niet, maar legt geregeld de schuld bij zichzelf. Het geloof wordt vooral zichtbaar in de angst van het jongetje het allemaal niet goed te doen, dat God alles ziet, ook als hij soms echt iets fout doet. Maar ook in de hypocrisie waarmee zijn moeder leeft: ze liegt en ze slaat haar kind om niets. 

Het is een bijzondere coming-of-age roman. Elk hoofdstuk begint met een inleiding over een plekje in huis. Daarna vertelt Lex via zijn kinderlijke herinneringen steeds een stuk van zijn levensverhaal. Van ongeveer 7 jaar tot een jaar of 14. Hoewel het een boek is waarin de streng religieuze opvoeding een rol speelt, is het vooral een boek over eenzaamheid. En de eenzaamheid van een kind grijpt nog meer aan dan die van een volwassene, tot en met de laatste bladzijde. Knap gedaan!

Lex Paleaux - Winterwater. Haarlem, In de Knipscheer, 2020. 223 pg., isbn:978-90-6265-792-6 

© Jannie Trouwborst, augustus 2020.

donderdag 13 augustus 2020

Sander Kollaard - Uit het leven van een hond

Het is een bijzonder warme zaterdag in juli. Henk van Doorn wordt wakker. Langzaamaan komen zijn gedachten op gang. Het hart klopt, het bloed stroomt, constateert hij. Logische eerste gedachte voor een IC-verpleegkundige. Dan komen er nieuwe gegevens bij: zijn omgeving (slaapkamer), de tijd van ontwaken en het weer. Van harte gaat het allemaal niet:

"De nieuwe gegevens komen aansjokken als pubers die net wakker zijn en met zure, stuurse gezichten aan de ontbijttafel gaan zitten, beledigd dat hun weer een nieuwe dag in de maag is gesplitst."

Zo begint het verhaal over wat een gewone dag lijkt te gaan worden uit het leven van een 56-jarige, bedachtzame, gescheiden man. Zijn gedachtewereld is onze enige bron van informatie, maar die is op een natuurlijke manier heel rijk. We lezen over zijn verleden en over zijn toekomstfantasieën. Over zijn familierelaties en de verhouding met een veel jongere collega. Over zijn kinderloosheid en zijn goede verstandhouding met zijn nichtje Rosa. En over Schurk, zijn hond, die niet in orde lijkt, wat hem erg raakt. Daarnaast filosofeert hij over de zin van het leven, over de vrijheid die ontstaat als je niet gelooft dat er een zin of bedoeling is met ons leven, behalve dat we het moeten leven en ervan moeten genieten.

Wat bijzonder is aan dit verhaal is de manier waarop dit alles als volkomen natuurlijk en vrij luchtig wordt verteld. Zo werken gedachten: we zien iets, dat roept een herinnering op en dat weer een andere herinnering en vervolgens een filosofische constatering. We geven toe aan een impuls en er gebeuren dingen die ons leven een andere draai geven. Niet per se dramatisch anders, maar toch. En zo kan een dag die begon als een normale zaterdag uit het leven van een man van middelbare leeftijd toch een hele bijzondere dag worden.

Als hij een ochtendwandeling maakt met Schurk, wordt hem duidelijk dat het echt niet goed gaat met de hond. Hij blijft ergens liggen in het gras, uitgeput. Een vreemde vrouw trekt het zich aan en brengt hem een bak water: hij zal wel dorst hebben met dit weer. Maar zoals de dierenarts enige uren later constateert, lijdt Schurk aan hartfalen en zal niet lang meer te leven hebben. Henk is er heel verdrietig over, maar het zet hem ook aan het denken over de eindigheid van ons allemaal en hoe anders een hond dat blijkbaar ervaart en aanvaardt, al spijt het hem dat hij niet echt in het koppie van zijn Schurk kan kijken.

Als hij zijn nichtje belt om haar te feliciteren met haar verjaardag, krijgt hij zijn broer aan de telefoon die hem over weet te halen zijn cadeautje zelf te komen brengen op het feestje. Dol op zijn nichtje, maar niet op feestjes, stemt hij met tegenzin toe. Hij gaat een boek voor haar kopen, dat voor hemzelf heel belangrijk was, toen hij haar leeftijd had en dat hij nog graag leest: Kees de jongen, van Theo Thijssen. In de boekwinkel filosofeert hij over wat lezen kan betekenen voor de ontwikkeling van je zelfbeeld.

"Hij heeft lang gedacht dat zijn gebrek aan soliditeit een gevolg was van zijn leeslust. Door te lezen, zo redeneerde hij,  drong hij door in de denk- en gevoelswereld van andere mensen. Dat voedde zijn empathie, maar verwaterde de eigen persoonlijkheid, ongeveer zoals we in gezelschap aan eigenheid inboeten. Met elk boek dat hij las, verloor hij iets van zichzelf."

Hoewel hij dol is op lezen en een kast vol boeken heeft, maakte hij zich er vreselijk boos over. Hij herinnert het zich terwijl hij in een stoel in de boekhandel zit, eigenlijk om na te denken over welk boek hij Rosa zal geven. Maar dan realiseert hij zich dat hij daar inmiddels heel anders over denkt. Het is niet een persoonlijke, maar een algemene trek van mensen.

"Wat voor hem geldt, geldt voor iedereen, dat heeft niets met lezen te maken. We zijn allemaal schimmen, met verhalen bekleed spul, en dat maakt ons vloeiender dan ons lief is maar wat ons lief is, doet er niet toe."

Zijn boekenkast is zijn houvast, waarop hij op elk moment het juiste boek kan pakken, dat bij hem past op dat moment. En daarom weet hij meteen welk boek hij Rosa zal geven.

Voor hij huiswaarts keert, besluit hij Maaike, een oud-collega, te bezoeken in het verzorgingshuis waar ze vanwege haar dementie opgenomen is. Ook dat bezoek brengt zowel herinneringen als het besef van hoe ons leven een andere wending kan nemen dan we dachten en dat het soms zomaar te laat is om ervan te genieten. 

Het is halverwege de dag en er is al veel meer gebeurt, dat hij bij het ontwaken kon bedenken. Maar er volgt nog meer. Hij geeft Schurk de medicijnen van de dierenarts, eet iets en gaat met de bus naar zijn nichtje. In de bus treft hij de vrouw die Schurk te drinken gaf. Ze raken in gesprek, ze heet Mia. Ze is op weg naar een muziekuitvoering. Het feest bij zijn broer brengt de nodige onverwachte gebeurtenissen met zich mee waar hij niet goed mee om kan gaan. Hij wordt dronken en verlaat het feest als het hem teveel wordt. In de bus naar huis stapt ook Mia in. 

Er is ondertussen zoveel gebeurd in Henk zijn hoofd dat de dag heel anders verlopen is dan hij bij het ontwaken had kunnen bedenken. Mede geholpen door de toevalligheid van alles wat ons nu eenmaal ten deel kan vallen. Maar daardoor eindigt deze dag ook heel anders dan hij ooit verwacht had.

Het is moeilijk uit te leggen, waarom dit zo'n fascinerend boek is. Nergens wordt het saai of belerend. Terwijl dat wel op de loer ligt bij een verhaal over zomaar een dag, vol met persoonlijke herinneringen, overwegingen en filosofische bespiegelingen. Ook is het nergens triest, ondanks de zieke hond, wel ontroerend. Niet alleen Henk is een bedachtzaam mens, je wordt er zelf al lezende ook bedachtzamer van. Als kers op de taart zijn de geweldige metaforen die met enige regelmaat opduiken. Ze komen voort uit diezelfde bedachtzaamheid.

Sander Kollaard - Uit het leven van een hond. Amsterdam, Van Oorschot, 2019. Geb., 156 pg. ISBN:978-90-282-9008-2

© Jannie Trouwborst, augustus 2020.