zondag 16 januari 2022

Renske Jonkman - Dit verdronken land

Renske Jonkman studeerde Nederlandse Taal & Cultuur. Als schrijver en freelance journalist maakt ze interviews en reportages voor onder meer de Volkskrant en National Geographic. Voor dagblad Trouw schreef ze de afgelopen jaren een column over boeren en natuurbeschermers. In 2011 debuteerde ze succesvol met haar roman Zo gaan we niet met elkaar om, in 2015 verscheen haar roman Gibraltar. Eind augustus 2021 verscheen haar nieuwe roman: Dit verdronken land. Een grote boerenroman over de relatie tussen de mens en het polderlandschap. Ze woont en werkt op het Noord-Hollandse platteland.
 
Vissers werden boeren

In een sfeervol beschreven proloog van enkele bladzijden schetst Renske Jonkman de situatie van de Wogmeer in 1607. Een landmeter moet bekijken welke mogelijkheden er zijn voor het drassige gebied dat eromheen ligt. Een ringdijk lijkt de oplossing, met uitwateringssloten en molens die het meer droogmalen. Met middendoor een weg, waaraan de boerderijen komen. De stukjes land tussen de sloten kunnen gepacht worden door de boeren. Om het vee te weiden moeten de boeren ze met een schuit naar de eilandjes varen om ze te laten grazen en ze te melken.
 
"Twee jaar later was de Wogmeer ingepolderd en werden de kavels verloot. De oudste visser kreeg kavel C9 toegewezen. Dat was Endegeest. Gerrit Pieterszoon Endegeest".

Daarna springen we naar 1956. De familie Endegeest boert nog steeds op boerderij de Jona, maar het wordt steeds moeilijker in dit bewerkelijke gebied een boterham te verdienen. Met wat schapen en kippen, een kleine kudde koeien, enkele trekpaarden en een moestuin is het geen vetpot. De moeder van het gezin is overleden en de vader maakt van de administratie een rommeltje. Dat ontdekt de oudste zoon Krijn (18) als ook zijn vader omkomt. Hij voelt zich verantwoordelijk voor zijn broers Lucas (16) en Seth (7) en zus Janna (14). Janna heeft het meeste verstand van het boerenbedrijf, maar als meisje wordt ze niet serieus genomen. Zowel zij als Lucas willen bij beslissingen betrokken worden, maar Krijn gaat zijn eigen weg. Dan is er nog Grootvader Endegeest die in één van de poldermolens woont. Waar Krijn kansen ziet via modernisering en ruilverkaveling, houden zijn grootvader en Lucas vast aan de oude manier van boeren en de grond die al eeuwen in hun bezit is. Het komt tot een uitbarsting tussen Krijn en Lucas, maar wat er precies gebeurd is, lezen we pas in het tweede deel.

Een nieuw leven lokt in Canada

Opnieuw een grote sprong, nu naar 2020. Janna bestiert nog steeds de ouderlijke boerderij. Krijn is verdwenen naar Canada en heeft geen contact meer met de familie. Een van Janna's dochters, Lucia, is getrouwd met een boerenzoon wiens ouders dankzij de ruilverkaveling goed geboerd hebben. Maar hij wil het bedrijf niet overnemen, vanwege de vele regels en problemen met mestoverschot, stikstof en grote schulden voor nieuwe stallen na het loslaten van de melkquota. Hij is lid van Farmers Defence Force, maar besluit uiteindelijk dat hij naar Canada wil. Lucia werkt aan de universiteit van Wageningen en is bezig met onderzoek om uit planten elektriciteit op te wekken. Hij noemt het haar hobby.
 
We volgen het stel naar Canada tijdens hun zoektocht naar een farm. De bedoeling is te emigreren. Maar daarover is Lucia minder enthousiast dan haar man. Ze zou alles op moeten geven: haar familie, haar onderzoek. En dan zijn er ook nog hun twee dochtertjes. Wordt dat hun toekomst? Ze mist het West-Friese landschap. Maar nu ze toch in Canada zijn, wil ze op zoek naar haar Oom Krijn. Ze vinden hem en langzamerhand wordt duidelijk wat zich voor zijn verdwijning heeft afgespeeld. 

Boeren worden vissers

Het laatste korte hoofdstuk speelt in 2148. De zeespiegelstijging heeft de Wogmeer onder water gezet. Net als de wijde omgeving. De meeste mensen zijn vertrokken of wonen op woonboten en leven van de visvangst en hun groenten uit drijvende kassen. Er worden toeristische rondvaarten gehouden boven het verdronken land.  Alleen de Jona, die iets hoger ligt, staat er nog.  En nog steeds wonen er nazaten van Endegeest...

Een ode aan het West-Friese landschap
 
Het kan niet anders dan dat Renske Jonkman zich grondig verdiept heeft in de periode rond 1956. Ze tekent de ruilverkavelingstoestanden en de moeilijke keuze waarvoor boeren destijds stonden heel overtuigend. En ze verpakt het vervolgens in een spannend familieverhaal. De problemen waar de jonge boeren van nu tegenaan lopen brengt ze eveneens onder de aandacht. Maar dat er meer te kiezen valt dan emigreren en dat er tevens aandacht moet zijn voor verduurzaming, krijgt ook een plaats. In net zo'n spannend en overtuigend verhaal over een ongelijkwaardige relatie en een roadtrip door Canada. Net zomin als Janna serieus genomen werd, geldt dat voor Lucia. Maar wie trekt er aan het langste eind?
 
Dat het West-Friese polderlandschap Renske Jonkman ter harte gaat, blijkt wel uit de manier waarop ze het beschrijft in Dit verdronken land. De sfeertekening, zowel in 1956, als in 2020 in Canada, spreekt aan. De heldere, rustige stijl, zonder poespas of mooi schrijverij heeft een prettig ritme met onopvallende alliteraties. Dit verdronken land doet me denken aan een andere roman uit deze streek: Boven is het stil van Gerbrand Bakker.

"In de keuken op de westzijde was het behaaglijk warm. De wandplanken waren blauw geschilderd - in deze streek was iedereen er heilig van overtuigd dat die kleur de vliegen op afstand hield - maar zelfs begin oktober kropen de vliegen nog tegen de ramen. De paar overgebleven appels op de schaal waren aangevreten en op de koude vloertegels lag de lapjeskat languit te slapen. De zon scheen laf naar binnen en de heiige lucht vulde het raam met de zes ruiten. Op de vensterbanken voor het raam stonden de jonge stekken die Janna had opgekweekt: geraniums, begonia's, een lampionplant. Maar de herfst hing rond, alles was verdord en uitgeput, de vogels zaten doodstil op de takken van de bruine notenboom te wachten tot ze konden uitvliegen naar het zuiden."
 
Renske Jonkman - Dit verdronken land. Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 2021. Pb, 272 pg. ISBN: 978-90-388-0462-0.
 
© Jannie Trouwborst, januari 2022.

vrijdag 14 januari 2022

Annet Schaap - De meisjes

Vorig jaar gaf ik mijn kleindochters met Kerstmis Lampje van Annet Schaap. Ik had er veel goeds over gelezen, dus ik vertrouwde erop dat het een verantwoord en leuk cadeau was. Maar nadat mijn dochter het aan ze had voorgelezen (ze zijn groot genoeg, maar voorlezen vinden ze toch ook nog wel heel fijn) kreeg ik zo'n enthousiast verhaal te horen, dat ik toch maar besloot het ook zelf te lezen. Het bleek inderdaad heel bijzonder te zijn. Modern, spannend, leerzaam en toch leuk. En niet te vergeten met de achterliggende boodschap: geloof in jezelf en laat je niet door anderen vertellen wat je wel en niet kunt.
 
Oude sprookjes in een nieuw jasje
 
Dus toen dit jaar de vraag was wat ik ze met de Kinderboekenweek zou geven was de keus snel gemaakt: De meisjes, zeven sprookjes van Annet Schaap natuurlijk. Maar net als vorig jaar duurde het een poos voor ik het zelf las en opnieuw werd ik verrast door de creativiteit waarmee Annet Schaap oude sprookjes in een nieuw jasje stak met een nieuwe boodschap.

Sprookjes die oorspronkelijk door de gebroeders Grimm en Charles Perrault zijn opgeschreven:  Repelsteeltje (Meneer Pelsteel), Roodkapje (Wolf), Hans en Grietje (Koekjes), De kikkerkoning (Kikker), Kapitein Blauwbaard (Blauw),  Doornroosje (Slaapster) en Belle en het Beest (Monstermeisje) kregen een geheel nieuwe wending en lading. Waarbij de titel al wijst naar wat ze er mee wilde: meisjes in de hoofdrol!

Spinnewiel en GPS

De sprookjes beginnen niet met Er was eens, maar met Het meisje en de hoofdfiguren zijn altijd meisjes of twee zusjes. Ze eindigen ook niet met En ze leefden nog lang en gelukkig. Hoe het leven verder gaat wordt onbesproken gelaten en vaak zijn de meisjes tevreden met hun keuze en blijft de toekomst onzeker. Oude sprookjeselementen gebruikt ze opnieuw (spinnewiel waarmee goud uit stro gesponnen kan worden) of ze kiest juist voor een heel modern voorwerp (mobiel met GPS voor de route naar oma). De volwassenen zijn moderne ouders, die mantelzorger zijn en online boodschappen bestellen, maar er komen ook koningen, prinsen en prinsessen in voor. 
 
Van alle zeven sprookjes is duidelijk herkenbaar dat ze gebaseerd zijn op het originele verhaal. Maar zowel het verloop, als de afloop is steeds verrassend. Vooral de moderne sprookjes (Wolf en Koekjes, ofwel Roodkapje en Hans en Grietje) spelen zo met hedendaagse omstandigheden, dat ze zowel grappig als confronterend zijn en een diepere laag hebben. Niet meteen herkenbaar voor kinderen misschien, maar wel voor volwassenen. En dacht je vroeger over het einde van de wolf misschien: net goed, eigen schuld, nu laat het sprookje je met een onbehagelijk gevoel achter. Net zoals Slaapster een ontroerend verhaal is geworden over het verdriet van ouders met een zieke dochter, die niet zien hoe haar zusje zich opoffert. Het einde is triest en hoopvol tegelijk.....

Geslaagd
 
Kortom, een bijzonder sprookjesboek, voor groot en klein, om voor te lezen en te herlezen en te genieten van de prachtige zinnen waarmee het verteld wordt. Annet Schaap is er zonder meer in geslaagd om ook van haar tweede boek een succes te maken.
 
Annet Schaap - De Meisjes: zeven sprookjes. Amsterdam, Querido, 2021. Geb. 247 pg., zwart-wit ills. ISBN: 9789045126692.
 
© Jannie Trouwborst, januari 2022 

woensdag 12 januari 2022

Toon Horsten - De pater en de filosoof

Halverwege de jaren dertig van de vorige eeuw wijdde de Duitse filosoof Edmund Husserl (1859-1938) een boek aan de crisis van de wetenschappen. Leveren de wetenschappen ons vandaag de dag niet méér inzicht in de werkelijkheid op dan ooit tevoren? – zo vroeg hij zich af. Al tijdens de Eerste Wereldoorlog had de wetenschap bewezen de oorlogsindustrie van groot nut te kunnen zijn, maar aan de ethische kwestie van het gebruik daarvan had ze weinig bij te dragen. En nu, in de jaren dertig, dreigde hetzelfde te gebeuren. De taal van de natuurkunde en de wiskunde regeert en bepaalt het discours. De filosofie is op zoek naar een andere invulling, naar een nieuwe plaats in die nog steeds veranderende wereld. Hij probeert fundamenten te leggen voor de filosofie als strenge wetenschap en wil haar algemene en absolute geldigheid geven. De ambitie van Husserl is enorm. Hij wil met zijn filosofische leer, de fenomenologie, niets minder dan het sluitstuk leveren van de westerse filosofie. Hij is ervan overtuigd dat we moeten zoeken naar het zuivere bewustzijn. Maar daarvoor is een methode nodig, die hij de fenomenologische reductie noemt. 
 
Het voert te ver deze ingewikkelde materie hier verder uit te werken. In de inleiding van het boek staat ze kort beschreven. Toch speelt deze baanbrekende filosofie verder nauwelijks een rol in het verhaal van Toon Horsten. Belangrijker is dat Husserl als Jood zijn eigen teksten niet meer kon publiceren in Duitsland. Dat er een Vlaamse pater was, filosofisch geschoold, die het belang van deze filosofie inzag. En dat die zich beijverd heeft de nalatenschap van Husserl veilig te stellen en zodoende een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de vernieuwing van de filosofie van de twintigste eeuw.

Wie is die man op de foto?

Toon Horsten ontdekte op familiefoto's en films geregeld een pater waar hij niet veel van wist en vroeg er zijn vader naar. Het bleek de lievelingsneef van zijn grootmoeder te zijn. Volgens zijn vader deed hij iets met filosofie aan de universiteit van Leuven. Hij bleek de doodsbrief van de pater bewaard te hebben en zo kwam ook de naam boven water: Herman Leo van Breda. Het overlijdensbericht omvatte een indrukwekkende opsomming van officiële eretekens van de staten West-Duitsland, Nederland, België en Israël. Plus een eredoctoraat en een erkenning als "weerstander" tijdens de Tweede Wereldoorlog. De familie bleek een held te hebben voortgebracht, maar wat hij had gedaan om dat allemaal te verdienen wist niemand. En dus startte Toon Horsten een speurtocht die vijf jaar zou duren en die resulteerde in dit spannende en interessante verhaal.

De redding van het Husserl archief

Herman Leo Van Breda (Lier 1911 - Leuven 1974) was een franciscaan, filosoof en stichter van de Husserl-archieven aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte verbonden aan de Katholieke Universiteit Leuven. Op 19 augustus 1934 werd hij tot priester gewijd en in 1936 startte hij met zijn studies wijsbegeerte aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij in 1941 zijn doctoraat behaalde met een proefschrift over de fenomenologie van Edmund Husserl. Hij werd later hoogleraar in Leuven, waar hij verbleef tot zijn overlijden in 1974.

Al tijdens zijn studie beseft de pater hoe belangrijk de fenomenologie van Husserl is en hij besluit Edmund Husserl in Freiburg (Duitsland) op te zoeken. In eerder werk heeft Husserl aangegeven dat er talrijke manuscripten zijn waarin hij zijn filosofie nader uitgewerkt heeft. Maar in het Duitsland van vlak voor de Tweede Wereldoorlog krijgt hij als Jood geen kans zijn werk uit te geven. Zijn leven en dat van zijn familie loopt gevaar. Vlak voor Van Breda naar Freiburg vertrekt, overlijdt Husserl. De pater weet het vertrouwen van de weduwe te winnen en belooft haar het complete, zeer uitgebreide archief in veiligheid te brengen. Alsmede de bibliotheek van haar man.

Wat volgt is een spannend verslag van een manuscriptensmokkel, in een periode waarin ondertussen de Tweede Wereldoorlog begint.
Ook de vrouw van Husserl moet onderduiken en Van Breda zorgt voor haar veiligheid door haar onder te brengen in een klooster in België.
 
Gabelsberger steno
 
Het kost Van Breda veel moeite om in België een geschikte plek te vinden voor het uitgebreide archief. En om instanties te bewegen de kosten voor het beheer van het Husserl-archief beschikbaar te stellen. Maar er is nog een probleem. De enorme hoeveelheid manuscripten is geschreven in Gabelsberger steno, dat slechts weinigen beheersen. De bedoeling is de manuscripten uit te geven en onderzoekers in staat te stellen ze te bestuderen. Daarvoor moeten ook de voormalige assistenten van Husserl (die bekend zijn met deze steno) naar België gehaald worden om voor het archief te werken en de manuscripten te transcriberen. Zowel tijdens als vlak na de oorlog brengt het in dienst nemen van Duitse medewerkers de nodige problemen mee, zowel voor de pater, als voor deze mensen zelf.

Het ontsluiten en beheren van het Husserl-archief zal het levenswerk van de pater worden. En al is niet iedereen vanaf het begin enthousiast, vele twintigste-eeuwse filosofen hebben er dankbaar gebruik van gemaakt. Zowel om er kanttekeningen bij de kunnen plaatsen, als er op voort te bouwen. Ter sprake komen: Martin Heidegger, Emmanuel Levinas, Jacques Derrida, Maurice Merleau-Ponty, Paul Ricoeur, Roman Ingarden, Edith Stein, Jean-Paul Sarte en nog vele anderen. 
Verwacht geen uitgebreide filosofische analyse van hun werk in verhouding tot de fenomenologie van Husserl. Er wordt slechts kort bij stilgestaan hoe ze met de vrijgekomen teksten omgingen. Alleen voor Heidegger is wat meer aandacht. 
 
Biografie
 
De pater en de filosoof is niet alleen een onderhoudend verhaal over de redding van het Husserl-archief, het is tevens een biografie van deze gepassioneerde en vindingrijke pater, die de nodige risico's nam om zowel het archief, als een aantal Joodse mensen van de vernietiging te redden. Toon Horsten zocht het allemaal uit. Het resultaat is een spannend boek, geschreven in een prettig leesbare stijl, dat boeit van begin tot eind. In Vlaanderen is het inmiddels een bestseller.
 
Toon Horsten - De pater en de filosoof. De redding van het Husserl-archief. Antwerpen, Vrijdag, 2021. Pb, 312 pg., met foto's, reg. en lit, opg. ISBN:
9789460018633
 
© Jannie Trouwborst, januari 2022.

vrijdag 7 januari 2022

Fictie of werkelijkheid, als interpretatie van de lezer

De meeste boeken die ik lees, krijgen een recensie, ten eerste op mijn blog, maar meestal ook op de recensiesite van De Leesclub van Alles. Maar soms weet ik niet zo goed wat ik met een boek aan moet. Als ik erin gestrand ben omdat het niet kon boeien of als het niet is wat ik ervan verwachtte, dan houdt het voor mij op. Maar soms is het iets anders wat me tegenhoudt er over te schrijven. Te hoog gegrepen voor mijn referentiekader, ook dat komt voor. Of een thema dat zo heftig is dat ik er te zeer bij betrokken raak om er objectief over te kunnen schrijven. En dan zijn er nog de boeken die me wel degelijk raken, aan het denken zetten, goed geschreven zijn, maar waar ik toch moeite mee heb.
 
Fictie versus werkelijkheid
 
Zo'n boek is Een goede moeder van Jan van Mersbergen. Het is het verhaal van een gescheiden moeder die geestelijk en lichamelijk niet in staat is om goed voor haar dochter en zichzelf te zorgen en het gevecht dat de vader levert met instanties om zowel een veilige omgeving voor zijn dochter te bewerkstelligen als het contact tussen moeder en dochter in stand te houden. Jan van Mersbergen is altijd al erg open geweest over zijn privéleven en hij maakt er dan ook geen geheim van dat het deels zijn eigen verhaal is. Maar op de laatste pagina benadrukt hij:
 
Dit is een roman. Alle personages, organisaties, plaatsen en gebeurtenissen komen voort uit de gedachtekronkels van de schrijver of zijn, als ze werkelijk bestaan, fictief gebruikt. Gelijkenissen tussen personages en bestaande personen kunnen alleen worden toegeschreven aan de interpretatie van de lezer. Vergeet daarbij niet dat fictie soms een krachtiger middel is om iets te vertellen dan onze beperkte werkelijkheid.
 
De literaire kant
 
Ik kom hier nog op terug. Eerst naar de literaire kant van het verhaal. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de moeder. Daarnaast is er de communicatie van de vader met de instanties. Deze twee verhaallijnen wisselen elkaar af en lopen niet gelijk op. Het verhaal vanuit het perspectief van moeder Anja begint op 28 maart 2019, als zij begint met het inspreken van haar ervaringen voor haar behandelaar. De communicatie van vader Evert met de instanties begint in oktober 2017. Uiteindelijk komen de tijdlijnen begin april 2019 bij elkaar. Aanvankelijk is het wat verwarrend, maar door de afwijkende typografie en als je de data in de gaten houdt, kun je zowel het relaas van Anja als het gevecht van Evert met de instanties goed volgen.
Het verhaal van Anja is geschreven in de kenmerkende vlotte schrijfstijl van Van Mersbergen. Dat leest prettig, maar soms vraag je je af of een verwarde moeder (uit wiens perspectief het geschreven is) wel zo helder kan formuleren. De aanloop naar het einde van het verhaal is daarentegen weer alleen verklaarbaar als Anja zich inderdaad zaken inbeeldt. 

Het thema
 
Maar wat is het thema van het boek? Je zou zeggen: het aantonen van het falende beleid van de instanties, die niet in staat zijn mee te helpen aan een veilige en gezonde omgeving voor de dochter en hulp aan de moeder. Dat kun je zeker opmaken uit de stukjes communicatie van Evert. Het is een belangrijk ingrediënt, maar dat lijkt me niet het hoofdonderwerp. Zeker, de zorgen om het welzijn van dochter Noes spelen de grootste rol. En daarin is Evert de vasthoudende held.
Maar toch is verreweg het grootste deel van het boek geschreven vanuit het perspectief van Anja, in een hele lange monoloog. Haar wanhoop spat van de bladzijden af. Het wordt niet duidelijk wat er precies met haar aan de hand is en ook niet waarom de hulp voor haar niet adequater op gang komt. Pas eind maart 2019 begint ze met het inspreken van haar verhaal voor haar behandelaar, eigenlijk aan het einde van het boek. Het zetje dat ze daarvoor krijgt, komt van Evert, die dan alweer de redder in nood blijkt te zijn.
De liefde speelt ook een belangrijke rol. Allereerst van beide ouders voor hun dochter. Maar ook tot op zekere hoogte voor elkaar. Zestien jaar huwelijk wis je niet zomaar uit.

Feit of fictie

Zoals hierboven in het citaat (achterin het boek) staat, moeten we deze roman als fictie beschouwen, omdat dat soms een krachtiger middel is om iets te vertellen dan onze beperkte werkelijkheid. Mijn interpretaties zijn dan ook voor mijn rekening. Maar het wordt me wel moeilijk gemaakt dit onderscheid te maken, als Jan van Mersbergen in de vele interviews en in zijn blog zoveel over het autobiografische gehalte van deze roman spreekt, dat werkelijkheid en fictie in mijn beleving door elkaar gaan lopen.
Anja en Noes zijn de slachtoffers in deze roman. Het lijkt heel redelijk dat Anja mag schelden op haar ex-man en mopperen over zijn onhebbelijkheden. Maar tegelijkertijd wordt daarbij wel alles opgesomd wat Evert allemaal over had voor zijn gezin en waar hij heel goed in was. En hoe lethargisch en onbekwaam Anja door de jaren heen geweest is. Je vraagt je dan wel af, waarom er niet veel eerder vasthoudende pogingen zijn ondernomen te onderzoeken wat er echt met Anja aan de hand was. 

De drijfveer van een schrijver

En daarmee kom ik tot de vraag die het me in dit geval moeilijk maakt een recensie te schrijven over dit boek. Ik blijf me namelijk afvragen wat de drijfveer van Van Mersbergen is geweest om dit boek op deze manier te schrijven. Het veiligst is ervan uit te gaan dat het gaat om het aan de kaak stellen van de falende instanties. Maar er speelt meer. Wie deze roman leest, ontdekt een moeder die niet goed voor haar gezin kan zorgen en een vader die van alles heeft geprobeerd, maar tenslotte niet anders kon dan voor zichzelf en zijn dochter te kiezen. Hij laat het Anja vertellen en op hem schelden, maar pleit zichzelf daarbij ook voor een deel vrij.
Daar is niets mis mee, want er zijn altijd twee partijen betrokken bij een relatiebreuk. Maar hier wringt het voor mij. Is een van de drijfveren achter het schrijven van deze roman geweest om naar buiten te brengen hoe de werkelijkheid van zijn scheiding en het gevecht om de kinderen eruit heeft gezien? Dat hij er echt zijn best voor heeft gedaan? En dat de uitkomst niet anders kon zijn, dan het in werkelijkheid ook was?

In dat laatste geval heb ik mijn bedenkingen. De ex-vrouw bestaat. Zij leest dit verhaal ook. Zij wéét wat feit en fictie is. De lezer weet dat niet. Die mag interpreteren zegt Van Mersbergen. Hij zou toch moeten begrijpen dat dat voor zijn ex-vrouw heel frustrerend is. Ze kan haar deel van het verhaal niet echt vertellen, maar dat het niet zo zal zijn als gesuggereerd wordt in het boek, doet hij af als de interpretatie van de lezer. Ook al geeft hij het de boek de troostende titel: Een goede moeder, als het mij zou overkomen zou ik vinden dat mijn ellende misbruikt is voor een goed verhaal.

Dus eigenlijk is mijn vraag: Mag een schrijver een roman schrijven die heel veel autobiografische elementen bevat en die daarmee ook het leven van anderen pijnlijk beïnvloedt zonder hun toestemming? Anja zegt in het boek, dat Evert behoorlijk chagrijnig werd als er kritiek kwam op een van zijn boeken. Of dat een feit of fictie is, zullen we wel merken.

Jan van Mersbergen - Een goede moeder. Amsterdam, Cossee, 2021. Pb, 285 pg., isbn: 978-90-5936-970-2.

© Jannie Trouwborst, januari 2022.

dinsdag 4 januari 2022

Sophie Tak - Phineas' feest

Sophie Tak is Neerlandicus en docente Nederlands. In haar studietijd voerde ze de redactie over literair tijdschrift Moxi, waarin ze ook zelf verhalen en columns publiceerde. Ze schreef recensies voor Trouw en was redacteur van vakTaal. Ze woont met haar gezin in Deventer. Phineas' feest (2020) is haar debuut.

In 2021 stond Phineas' feest op de shortlist van de Hebban Debuutprijs. Deze prijs is een aanmoedigingsprijs voor debutanten en de enige juryprijs in Nederland en Vlaanderen met een grote invloed van lezers. De jury bestaat uit een 120-koppige lezersjury. Zij bepalen welke vijf titels uit een longlist van 15 boeken op de shortlist komen. Een professionele eindjury heeft de beslissende stem. De prijs was dit jaar niet voor Sophie Tak, maar haar debuut is desondanks veelbelovend genoeg.

Het kraamfeest

Phineas is de zoveelste baby van Lea Ouwenaer. De bedoeling is een groot kraamfeest te geven voor familie en vrienden. Maar de onderlinge contacten in de familie zijn nogal problematisch, als gevolg van een dramatische beslissing twintig jaar eerder. Broer Johannes zwerft al jaren op straat, vader Hilmar leeft ergens een teruggetrokken bestaan als kluizenaar. Moeder Tanneke vecht tegen depressies en zus Adelien stort zich op de wetenschap van het brein. En ondertussen dijt het gezin van zus Lea steeds verder uit.
 
Een oude vriend spoort vader Hilmar op en vertelt hem over het kraamfeest. Hij besluit toch maar weer eens contact op te nemen. Zoon Johannes ontdekt bij toeval waar zijn zus Adelien woont en zij nodigt hem uit voor het feest bij zus Lea. Moeder Tanneke komt in elk geval. En ook al weten Hilmar en Tanneke dat nog niet, het gezin zal weer compleet zijn. Maar is het dan mogelijk nader tot elkaar te komen? Of is er teveel onherstelbaar vernield? 
 
Wisselende perspectieven
 
Wat er precies gebeurd is twintig jaar geleden wordt stukje bij beetje duidelijk in de verhalen die elk van deze hoofdpersonen in een eigen hoofdstuk vertelt. De persoonlijke situatie op de dagen vlak voor het feest komt aan de orde, maar via flash-backs ook het verloop van de twintig jaren daarvoor en de jeugdherinneringen tot het moment van de breuk.  
 
Uiteraard zijn het persoonlijke, gekleurde perspectieven en dus niet geheel betrouwbaar. Zo heeft ieder zijn eigen versie op Johannes' aandeel in het uiteenvallen van het gezin. En het is aan de lezer om steeds weer een oordeel op te schorten of te wijzigen. Steeds duidelijker wordt dat Johannes last heeft van psychotische aanvallen die destijds niet als zodanig zijn onderkend. Het perspectief dat Johannes daarop biedt in zijn hoofdstuk is op zeer overtuigende wijze invoelbaar gemaakt. 
 
Ook de ontwrichtende gevolgen voor alle leden van het gezin door de niet herkende geestesziekte van Johannes komen in elk perspectief naar voren. Ze hebben ieder voor zich getracht zekerheden te vinden om zich staande te houden, maar het naderende weerzien zet die weer op losse schroeven. 
 
Literair pareltje
 
Sophie Tak heeft een zorgvuldige stijl, waarin haar personages als vanzelf tot leven komen. De juiste dosering van de informatie in de verschillende perspectieven houdt het verhaal spannend, tot het einde toe. De strijd in het hoofd van Johannes is ongelooflijk goed weergegeven, zonder drama, maar wel herkenbaar als een wanhopige toestand. Net als de sluimerende schuldgevoelens bij de gezinsleden. Toch is er geen sprake van indirecte veroordeling.
 
Het is een geslaagd boek over een onbegrepen geestesziekte en de gevolgen daarvan voor de zieke en zijn omgeving. En ondanks de zwaarte van het onderwerp is het zonder zwaarte geschreven en prettig leesbaar. Laten we hopen dat het niet bij dit debuut blijft. 
 
Sophie Tak - Phineas' feest. Amsterdam, Ambo/Anthos, 2020. Pb, 336 pg. ISBN:9789026348044.
 
© Jannie Trouwborst, januari 2022.

zondag 26 december 2021

Louis van Dievel - Witte oren

Louis van Dievel (Mechelen, 1953) is een Vlaamse journalist en schrijver van een flink aantal romans en non-fictie boeken. Bekendheid kreeg hij vooral door De Pruimelaarstraat (2006, shortlist Libris literatuurprijs 2007) en Hof van Assisen (2011). Voor deze misdaadroman, met vooral aandacht voor de werking van het assisenhof zelf, behaalde hij de Herule Poirotprijs.
Een bijzonder boek is Landlopersblues (2016), een fictief verhaal dat steunt op waargebeurde getuigenissen. Het boek is tot stand gekomen nadat het gevangenismuseum van Merksplas Kolonie hem vroeg een roman te wijden aan de geschiedenis van de landlopers. Op die manier hopen ze dat die geschiedenis niet verloren gaat. Dus schreef hij een roman over het leven van enkele landlopers uit de tweede helft van de 20ste eeuw, die overleden kort voor het einde van Merksplas als landloperskolonie.
 
Vlaams-Nederlands
 
Voorvechter van het Vlaams-Nederlands Ann de Cramer zei in Utrecht op het Tweejaarlijks Congres van Onze taal Met andere woorden, dat op
7 oktober 2017 in Utrecht werd gehouden: 
 
"Uiteraard streef ik ernaar mijn boeken in een voor iedereen zo begrijpelijk mogelijk Standaardnederlands te schrijven. Maar als ik de keuze moet maken tussen de Noord-Nederlandse taalnorm en authenticiteit, dan kies ik voor dat laatste.".
 
Ze vroeg zich af waarom Noord-Nederlands de norm zou moeten zijn. Zeker in een roman, waarin de hoofdpersonen authentiek over moeten komen. Ik mag graag Vlaamse auteurs lezen en betrap mezelf er inderdaad weleens op dat ik Vlaamse woorden of uitdrukkingen overneem. Soms geeft zo'n woord beter weer wat ik bedoel, soms is het een veel beter woord dan het Nederlandse of zelfs de Engelse of Franse equivalent die nu gebruikt wordt in Nederland. Mijn indruk is, dat er steeds meer Vlaamse woorden opduiken in de Noord-Nederlandse spreektaal. Maar allez, het zou hier over Witte oren gaan!
 
Roddel en achterklap in Kerkevoort

Hoe giftig roddels en verdachtmakingen kunnen zijn in een klein dorp toont Louis van Dievel ons in zijn roman Witte oren. Lucienne van Stassen ligt op sterven, ze heeft al witte oren, wordt er beweerd, het kan dus niet lang meer duren. Maar het blijkt een taaie die, voor ze er niet meer is, haar best doet nog zoveel mogelijk roddels het dorp in te sturen. Haar leven lang heeft ze iedereen bespioneerd en nu vertelt ze iedereen die haar komt bezoeken over vermeend overspel, verkrachting, pedofilie en andere zaken die verontwaardiging oproepen. Maar wat is er van waar? In de kroegen van het dorp wordt er over gediscussieerd, er heerst wantrouwen, ze kennen haar kwade tong, maar waar rook is...? Ze probeert de pastoor en de dokter voor haar karretje te spannen, maar die trappen er niet in. Ook de wijkzuster, zus van één van de bewoners, overlaadt ze met leugenachtige beweringen. Met noodlottige gevolgen.

Lucienne houdt het nog lang vol, maar ze krijgt steeds meer medicijnen, waardoor ze ook zaken door elkaar gaat halen. En waar het verhaal eerst nog een beetje komisch lijkt, krijgt het daarna pijnlijke en grimmige wendingen. Er gebeuren zaken die diep triest en verdrietig zijn: door misverstanden, onjuiste informatie, miscommunicatie, misbruik maken van de situatie en uit berekening. Het blijft 376 pagina's tot de laatste bladzijde spannend. Ik heb ervan genoten.
 
Vóór in het boek staat een lijst met de belangrijkste personages, geen overbodige luxe, omdat er niet veel mensen zijn in het dorp die aan de roddels van Lucienne ontsnappen. In het begin is het prettig om daar af en toe op terug te kunnen grijpen. Het aantal Vlaamse woorden blijft zeer beperkt. Uiteraard in de dialogen valt er geregeld een ge of gij en staat er hier en daar één in de tekst. Maar dat hoeft geen enkele belemmering te zijn. Uit de context zijn ze zonder meer te begrijpen. (Tip: De Standaard heeft in 2015 een boekje uitgegeven met 1000 Belgisch-Nederlandse woorden, onder de titel: Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn?).

Louis van Dievel - Witte oren. Antwerpen, Vrijdag, 2021. Pb, 376 pg., ibsn:978-94-6434-060-0.

© Jannie Trouwborst, december 2021.
 
Er zijn genoeg Vlaamse schrijvers die niet de aandacht krijgen die ze verdienen, omdat ze op de een of andere manier niet door kunnen dringen tot de Nederlandse boekhandels en schrijvende pers. Zelfs in de Nederlandse bibliotheek ontbreken ze. En dat is jammer, want er valt nog zoveel moois te ontdekken in Vlaanderen. Dit is slechts één van hen.
 
Eerder las ik van Van Dievel De laatste ronde. Hierin staat een uitgebreider verslag van de oproep van Ann de Cramer.

zondag 19 december 2021

Kees Kooman - Het beklemde land

Van Kees Kooman verschenen al eerder twee boeken over het boerenbedrijf in Nederland. In 2015 verscheen Boerenbloed: melkquota, megastallen en het verdwenen idyllische platteland. Sinds 2002  woont Kooman in Friesland en hij ziet van dichtbij hoe het landschap dramatisch verandert, hoe de vogels verdwijnen en de megastallen verschijnen nu de melkquota zijn losgelaten. Hij waarschuwt voor de gevolgen: een gigantisch mestoverschot en verlies van de gevarieerde plattelandsnatuur. Hij krijgt gelijk en in 2019 verschijnt Nieuw Boeren, waarin hij jonge boeren aan het woord laat, die anders willen boeren, kleinschaliger en met meer aandacht voor de natuur. Ze komen uit oude boerenfamilies en zoeken alle 10 andere, soms verrassende oplossingen om toch een goed inkomen te hebben met respect voor de natuur.

En nu is er deel drie van deze serie: Het beklemde land: hoe een boerenparadijs kan worden terugveroverd. Opnieuw zoekt hij boeren op om met ze van gedachten te wisselen, ditmaal in het noordwesten van Groningen. Hij spreekt vooral met een drietal jonge boeren dat de handen ineen heeft geslagen om gezamenlijk over te schakelen op kringlooplandbouw op biologische basis.

Het mag duidelijk zijn, dat er een transitie plaats moet vinden in de Nederlandse landbouw. Daar willen de boeren best aan meewerken, maar gedwongen door hoge schulden en te weinig geld voor hun producten durven ze dat niet aan. Ze zijn nu topexporteur (de tweede van de wereld) en om dat te blijven moeten ze door met de intensieve landbouw, ook wel "gangbare" landbouw genoemd. Dat ze weinig betaald krijgen voor hun producten mag blijken uit het feit dat rond 1950 van elke verdiende gulden 40 cent aan voedsel werd besteed en nu is dat van elke verdiende euro slechts 13 cent (CBS, 2020). Boeren willen wel "groener" werken zonder hulpmiddelen (chemie, kunstmest) die slecht zijn voor natuur en milieu, maar ze vragen zich af of milieuvriendelijker initiatieven wel kansrijk genoeg zijn. Om zich nader in dit onderwerp te verdiepen volgde Kooman allereerst een bodemcursus. 

"Ik wilde alles weten over de inhoud en kwaliteit van ons voedsel, en over het belang van een gezonde bodem. Hoeveel noodzakelijke mineralen bevat het geliefde bintje nog? Hoeveel chemie zit er in de pieper, en is dat laatste ook aantoonbaar? Wat doet de roofbouw op de bodem met kwaliteit en inhoud van ons dagelijks voedsel? De massaal geproduceerde gewassen zouden volgens deskundigen aan voedingsstoffen hebben ingeboet, en wel zodanig dat voedingssupplementen noodzakelijk zijn. Die stelling is aannemelijk, maar naar mijn beste weten niet (wetenschappelijk) aangetoond. Een vals stemmetje in mij zegt dat de "gangbare", zeg maar mainstream producenten geen baat hebben bij dergelijk onderzoek."
 
En hij doet nog iets: hij verdiept zich in de geschiedenis van een aantal geslachten dat al honderden jaren in de bezochte streek boert. Wat was hun werkwijze, hoe zal hun "boerenparadijs" eruit gezien hebben? Een belangrijke figuur daarbij is Marten Aedsges Teenstra (1742-1806). Zijn tegeltjeswijsheid wordt ook nu nog door groene collega's geciteerd: "Zorg goed voor de bodem, dan zorgt de bodem goed voor jou." Voorin het boek staat een overzicht van deze geslachten, waartussen ook Mansholt. Een kaartje maakt duidelijk waar de beschreven boerenbedrijven zich bevonden/bevinden.

Als er iets duidelijk wordt in dit boek, is het dat de bodem uitgeput raakt en dat de chemische stoffen en loodzware landbouw voertuigen het bodemleven vernietigen, terwijl dat juist nodig is voor de biodiversiteit en daarmee voor het evenwicht tussen nuttige insecten enerzijds en plagendieren en plantenziekten anderzijds. Een gezonde bodem houdt zowel het water beter vast in droge tijden, als dat het wateroverlast voorkomt bij langdurige regenval. Bovendien bevat het meer mineralen en andere stoffen die voor een kwalitatief rijker product zorgen. Er komt misschien minder voedsel van het land af, de inhoud ervan is rijker, smaakvoller en gezonder.
 
Uit de proeven van de drie jonge boeren blijkt dat het moeizaam gaat, er moet nog veel geleerd worden en de bodem moet de tijd krijgen zich te herstellen. De huidige regelgeving werkt ook niet altijd mee. Subsidie is bv. pas beschikbaar als een bedrijf helemaal overgeschakeld is, maar het kan jaren duren voor de bodem hersteld is. Toch merken de jonge boeren, dat er in hun omgeving wel belangstelling is voor wat ze doen en op welke manier. Zelf zijn ze ervan overtuigd, dat het boerenparadijs van hun voorouders terugveroverd zal kunnen worden en daar willen ze zich volledig voor inzetten.

Een informatief en prettig leesbaar boek, dat ons toont hoe het vroeger was en hoe het mogelijk weer zou kunnen worden. En ons duidelijk maakt wat er aan de hand is met ons voedsel en voor welke dilemma's onze boeren staan. Ze kunnen het niet alleen, zowel de overheid als de consument zullen daarbij een rol moeten spelen.
 
Kees Kooman - Het beklemde land: hoe een boerenparadijs kan worden terugveroverd. Amsterdam, De Kring, 2021. Pb., 287 pg., lit. opg., krt., zwart-wit  foto's. ISBN:978-94-6297-216-2
 
©Jannie Trouwborst, december 2021.