zaterdag 11 november 2017

Thijs Feuth - Achter de rug van God, een vreemdeling in Lapland

Thijs Feuth leert zijn vriendin Laura kennen tijdens een hardloopwedstrijd in Kenia. Er is meteen een klik tussen hen. Ze blijken meer gemeen te hebben dan het talent voor hardlopen: ze studeren beiden geneeskunde. Thijs in Nederland en Laura in Finland. Thijs, die zich al heel lang niet meer thuis voelt in Nederland, besluit bij Laura in Finland te gaan wonen en doet verwoede pogingen Fins te leren. In de afrondende fase van hun studie kiezen ze voor een stageperiode van 9 maanden in Lapland. Ze gaan er werken in een gezondheidscentrum in het afgelegen dorpje Posio.


Ik was erg benieuwd naar hoe het een Nederlander vergaat in een voor hem wezensvreemd land met een moeilijke taal. Ook naar het leven van dorpsbewoners in een van de noordelijkste en meest geïsoleerde delen van Finland was ik nieuwsgierig. Net als naar de natuur en zijn beleving van de seizoenen. Het komt allemaal ter sprake in dit autobiografische boek. Maar er is nog meer, veel meer, dat Thijs met zijn lezers wil delen. En daar gaat het mijns inziens een beetje mis.

Afwisselend maakt Thijs de lezer deelgenoot van zijn beleving van de natuur en de seizoenen in Lapland, van het reilen en zeilen in het gezondheidscentrum, van de problemen van de vooral oudere mensen die er komen, van zijn hardloop- en langlaufavonturen, van de ontwikkelingen in zijn verhouding met Laura, van zijn jeugdliefdes en puberproblemen. Daarnaast komen nog aan de beurt: de Finse mythologie en zijn pogingen via het schrijven te ontdekken hoe een goed leven er voor hem uit zou kunnen zien en of hij in staat is daar de juiste beslissingen over te nemen.

Het zal voor elke lezer anders zijn. Ik heb niets met hardlopen, maar ik vond het wel heel interessant een keer een uitgebreid verslag te lezen van de inspanningen en ontberingen, tactiek en vechtlust en de pijn die bij een marathon horen. Ook de ervaringen over hardlopen en langlaufen in de extreme kou en pakken sneeuw zijn het lezen waard. Zeker als ze geregeld vergezeld gaan van rake natuurbeschrijvingen. Maar de sportbelevenissen kwamen een beetje te vaak terug, zeker voor de marathons uit het verleden verloor ik al snel mijn interesse. Ook alle verhalen over de pubertijd en jeugdliefdes waren wat te uitgebreid naar mijn zin. Misschien was het schrijven daarover therapeutisch voor hemzelf, maar voor de lezer is het op een bepaald moment wel genoeg. Waar ik wel graag meer over gelezen had, was over zijn ervaringen met de Vrije School en het antroposofisch gedachtegoed. Hij gaat daar nogal over te keer, zonder dat de invloed daarvan op zijn levensloop duidelijk wordt. Misschien iets om in een volgend boek, als roman, uit te werken?

Naast de weergaloze natuurbeschrijvingen was het (voor mij) interessant te lezen over de Kalevala, het Finse nationale epos. Het werk werd samengesteld door de folklorist en arts Elias Lönnrot op basis van mondeling overgeleverde volkspoëzie. De eerste versie dateert uit 1835, de uiteindelijke uit 1849. Het epos is de hoeksteen van de Finse nationale identiteit. Het had invloed op tal van Finse kunstenaars, maar het is dankzij vertalingen in ruim vijftig talen ook buiten Finland bekend geworden. Met enige regelmaat brengt Thijs Feuth het ter sprake en gaat hij in op het ontstaan ervan. Achter in het boek staat een samenvatting van het verhaal en een opsomming van de hoofdpersonen. Soms betrekt hij het verhaal bij ontwikkelingen in zijn eigen leven. 

De gebeurtenissen in de rest van de wereld gaan aan Posio voorbij. Maar niet aan Thijs. Geschokt door de aanslag in Parijs op Charlie Hebdo gaat hij die avond naar het grote plein, om er net als elders in de wereld te protesteren. Hij is aanvankelijk verbijsterd dat hij de enige blijkt te zijn. Maar zo is het hier: er kunnen honderden bootvluchtelingen verdrinken, er kunnen nog meer mensen omkomen bij volgende aanslagen, Posio ligt achter de rug van God en heeft zijn eigen problemen op te lossen. Zoals het vertrek van jongeren en veraf gelegen voorzieningen, ouderdomskwalen als dementie en alcoholverslaving. Van extreme kou tijdens lange en donkere winters en korte zomers met nauwelijks duisternis, maar ook met een heldere sterrenhemel, het betoverende noorderlicht en een overweldigende natuur. 

Thijs Feuth weet dat hij hier wil blijven. Hij is verknocht aan het indrukwekkende landschap, leeft op in de rust en ruimte die hem omringt in plaatsen als deze. Maar Laura vindt het te stil, te ver, te afgelegen. Eigenlijk is dat de spanningsboog in dit boek: zullen ze samen blijven? Weet Thijs eindelijk wie hij is en wat hij wil? Durft hij een van de belangrijkste beslissingen van zijn leven te nemen? Doet Laura water bij de wijn of wil ze toch liever in de grote stad wonen en werken?

Al had het wat mij betreft allemaal best wat korter gemogen, ik heb toch wel genoten van dit boek. Lezen over de bewoners van Posio, de wisseling van de seizoenen, de beeldende beschrijvingen van de natuur, de geschiedenis van de Kalevala en de worsteling van Thijs en Laura: allemaal de moeite waard. En wie van marathonlopen houdt heeft nog een extra reden om dit boek te lezen. Smaken verschillen nu eenmaal.

Ik vraag me wel eens af of het ooit zal wennen, of de bewondering voor besneeuwde landschappen afneemt naarmate je langer in Lapland woont. Vanochtend, bij de ronde over de afdeling, wees een vrouw die al meer dan negentig winters in Posio heeft meegemaakt uit het raam naar de diamanten berkentakken, die fonkelden in de morgenzon. "Moet je zien", zei ze, "wat een pracht!" Die dag weigerde ze de pijnstillers die ik haar had voorgeschreven vanwege haar gebroken heup.

Thijs Feuth (Nijmegen, 1981) is schrijver en arts en marathonloper. Hij studeerde geneeskunde in Amsterdam, promoveerde in Utrecht en werkt als arts in Finland. Zijn debuutroman Zwarte ogen verscheen in oktober 2015 bij De Arbeiderspers.

Thijs Feuth - Achter de rug van God, een vreemdeling in Lapland. Amsterdam, Arbeiderspers, 2017.  Pb., 269 pg., krt. isbn:978-90-295-1075-2.

© Jannie Trouwborst, november 2017.

donderdag 2 november 2017

Corine Kisling - De Engelenbak

Pogingen iets van het leven te maken, het dagboek van Hendrik Groen, heb ik niet gelezen. Het eerste hoofdstuk werd aangeboden als voorproefje en sprak me totaal niet aan. Toen het eenmaal een bestseller was geworden en iedereen het "hilarisch" vond, wist ik zeker, dat het niets voor mij was. Intussen is het zo'n succes geworden dat er een tv-serie van gemaakt is. Daarvan heb ik inmiddels twee afleveringen gezien en die zijn me wel goed bevallen. Ik kan dus geen uitspraken doen over wat beter geslaagd is: het boek of de serie. Ik heb ook geen behoefte achteraf nog het boek te gaan lezen. Laat mij maar van de serie genieten, met fantastische acteurs!

Waarom deze lange inleiding bij een al wat ouder boek van Corine Kisling? Vanwege het thema, dat nauw verwant is aan dat uit het boek van Herman Groen: het leven in een verzorgingstehuis. Maar met een totaal andere uitwerking. Niets hilarisch aan, maar ook geen kommer en kwel. Ook in dit tehuis woont iemand die op eigenzinnige wijze probeert er nog wat van te maken en een directie die niet geheel functioneert zoals zou moeten. Wezenlijk anders zijn de aandacht voor de levensgeschiedenis van een van de hoofdpersonen, de rake, filosofische opmerkingen van een andere en het contact tussen jong en oud. Plus een vleugje mysterie, iets waar Corine Kisling graag mee speelt.

Het boek verscheen oorspronkelijk in 1994. Uiteraard bestaat het verzorgingstehuis van toen niet meer. Jana Kardoen is al 92 jaar, maar ze woont nog in haar eigen appartement in de laagbouw bij een flatgebouw met 5 verdiepingen waar de meeste (verwarde) bejaarden op gesloten afdelingen verblijven. Ook Olivier Cirkel (88) woont beneden, terwijl zijn vrouw Margot op de vijfde verdieping van "Het Tolhuis" verblijft. Of "Dolhuis", zoals hij zegt. Olivier en Janna trekken veel samen op en vragen zich af wie bepaalt of iemand naar wat zij noemen De Engelenbak, verhuizen moet. Meestal sterft de betreffende persoon daar binnen afzienbare tijd. Het zal toch niet zo zijn dat er daarbij een handje geholpen wordt? Zeker nu Margot daar ligt, maakt Meneer Cirkel (zoals Jana hem blijft noemen) zich grote zorgen.

Maar het verhaal gaat dieper dan de gebeurtenissen in het verzorgingstehuis. Stukje bij beetje komen we te weten hoe het leven van Jana verlopen is, van het moment waarop ze als veertienjarig meisje in dienst kwam van de Hama's: het gezin van een jeugdvriend van haar vader. Vanaf die dag heeft de familie haar leven bepaald en is haar eigen verhaal naar de achtergrond gedrongen. Nu, bijna tachtig jaar later vullen de Hama's nog steeds haar leven en duiken ze op in elke herinnering: flashbacks, die door een foto, een woord, een geur kunnen worden opgeroepen en niet altijd even welkom zijn. 

Ook in dit verzorgingstehuis zijn rare regels, zit de gemeenschapsruimte vol mopperende en zich vreemd gedragende medebewoners en worden de ouderen die nog helder van geest zijn, als onmondige kinderen behandeld. Maar Jana slaat zich er wel doorheen, helpt waar ze kan bij de verzorging van twee oude dames, waarover je je af gaat vragen welke band ze daarmee heeft. Meneer Cirkel brengt wat leven in de brouwerij en laat haar door zijn relativerende, cynische en filosofische opmerkingen glimlachen.

'Vrijheid is een vreemd begrip', zegt Cirkel. Het groeit of krimpt mee met het leven. Past zich aan in grandeur en décadence. Het ene moment is de wereld je huiskamer, het volgende moment is je huiskamer je wereld. Eerst beslis je nog over leven en dood, en dan word je beknibbeld op de klontjes suiker. Het lijkt hier wel Madurodam. Een mens heeft toch op z'n minst twee behoorlijke kamers nodig om zich een beetje thuis te kunnen voelen."

Op zijn initiatief organiseren de bewoners een feestelijke fancy-fair. Boris, een kleinzoon van één van de Hama's, zal er met zijn vrienden een film over maken. En meteen over het leven in een verzorgingstehuis: tot en met het lot van de bewoners op de bovenste verdieping. Het feest krijgt echter een grimmig einde, als Margot juist op die dag overlijdt.

Langzaam maar zeker vallen de puzzelstukjes uit Jana's verleden op zijn plaats en komen ook de herinneringen die ze liever verdrong, naar boven. Als ze de film ziet die Boris er met zijn vrienden van gemaakt heeft, begrijpt ze pas echt, met pijn in haar hart, hoezeer haar hele leven door de Hama's is bepaald. 

"Weer bepaalt het bloed van de Hama's haar leven op een beslissend moment. Tweeënnegentig is ze geworden, alleen maar om te constateren dat ze nooit van die familie zal loskomen sinds ze verkocht is onder een appelboom."

Een totaal ander boek dus dan het dagboek van Hendrik Groen. Wel een verzorgingstehuis, maar geen hilarische toestanden. Met een spannend verhaal over een bijzondere levensgeschiedenis en de mysteries die daarbij stukje bij beetje ontrafeld worden. Met milde humor en een relativerende kijk op de ouderdom. Voor mij is het geslaagd. En na 23 jaar nog steeds heel leesbaar.

Het boek zelf is alleen nog tweedehands te koop of als e-book. Maar ook bij de bibliotheek te leen als papieren exemplaar of als e-book.

Corine Kisling - De Engelenbak. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1994. (Oorspr. ISBN: 90-295-2595-9)  E-book: 9789029577007, april 2011.

© Jannie Trouwborst, november 2017.

dinsdag 31 oktober 2017

Diane Broeckhoven - Niemand heeft het gedaan

Dat Diane Broeckhoven heel goed in staat is zich te verplaatsen in de gedachtenwereld van oude mensen heeft ze al bewezen met succesvolle romans als De buitenkant van meneer Jules (KLIK HIER) en De poppendokter (KLIK HIER). Met Niemand heeft het gedaan laat ze zien dat ze ook op overtuigende wijze in het hoofd van een kind kan kruipen.


Bonnie is zeven jaar als ze op een dag, nadat haar moeder haar naar school heeft gebracht, een gesprek opvangt tussen enkele andere moeders. "Lena doet het heel goed", zeggen ze. Ze begrijpt niet helemaal waarom ze dat over haar moeder zeggen. De vragen van andere kinderen (waarom heb jij geen vader?), haar eigen constatering dat haar moeder er zoveel jeugdiger uitziet dan de andere moeders en het rekenonderwijs doen haar langzaam beseffen dat haar moeder nog een schoolmeisje van 16 jaar was toen zijzelf geboren werd. Dat roept genoeg vragen op en haar moeder beantwoordt ze zo eerlijk mogelijk. Bonnie heeft er vrede mee en voor haar verandert er niets.
Zolang als ze zich kan herinneren woont ze met haar moeder in het kleine huisje achter Bonnies Boetiek, de winkel met tweedehands kinderkleding van Lena. Ze vindt het er heerlijk, ze doen alles samen in het huishouden en Bonnie slaapt altijd veilig bij haar moeder in bed. Oma en haar overgrootmoeder wonen in dezelfde straat en ze komen allen geregeld bij elkaar over de vloer. Bonnie groeit op in een vrouwenwereld en ze heeft geen enkele behoefte aan een vader.

Maar blijkbaar wel aan een denkbeeldig vriendinnetje: een meisje dat sprekend op haar lijkt en dat zo plotseling opduikt in haar leventje, dat ze er aanvankelijk erg van in de war raakt. Ze zegt dat ze Niemand heet en ze komt en gaat op de meest onverwachte momenten. Soms is ze er elke dag, dan weer tijden niet. Zolang Bonnie ergens over inzit of dingen niet begrijpt is Niemand in de buurt. Op den duur schrikt ze niet meer van Niemand, ze hoort er gewoon bij.

Door de ik-vorm van de vertelling zien we de wereld door de kinderogen van Bonnie. Wij vullen als volwassenen zelf in wat Bonnie niet begrijpt of ziet. Maar ook de uitspraken van haar denkbeeldige vriendinnetje Niemand komen via Bonnie bij de lezer. Bonnie lijkt een vrolijk naïef meisje, maar als Niemand op het toneel verschijnt verandert er iets. Niemand doorziet situaties eerder, stelt vragen aan Bonnie die haar wakker moeten schudden. Niemand verandert van een onschuldig vriendinnetje in een kleine onruststoker.

Dat wordt alleen maar erger, als er een man komt in het leven van haar moeder Lena. Het is een meester van de school van Bonnie. Ze mag hem graag, maar ze wil haar moeder niet met hem delen. Het duurt even voor ze begrijpt dat ze ruimte voor hem zal moeten maken, ook al gaan de volwassenen daar heel begripvol mee om. Prachtig hoe Diane Broeckhoven die tegenstrijdige gevoelens laat doorklinken in de woorden van Bonnie en van Niemand. Het is een weergave van het gevecht in het hoofd van het kind. Het is een ongelooflijk spannend gevecht. Heel langzaam wordt de toekomst met z'n drieën opgebouwd. Soms lijkt Bonnie er vrede mee te hebben, maar dan komt Niemand weer op de proppen met haar doemscenario's. Met angstige voorgevoelens sla je de laatste bladzijden om. Wie zal er winnen? En met welke gevolgen?

Diane Broeckhoven - Niemand heeft het gedaan. Antwerpen, Vrijdag, 2017. Pb., 135 pg., ISBN:978-94-6001-585-4.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

donderdag 19 oktober 2017

Sanneke van Hassel - Stille grond


Landa en Johannes, de twee hoofdpersonen uit de roman Stille grond van Sanneke van Hassel, lijken uit twee totaal verschillende werelden te komen. Zij woont met haar man Leon en pas geboren dochtertje Cato in het luxe appartementencomplex Domus Aurea en kijkt (letterlijk en figuurlijk) neer op de rommelige opvang voor kwetsbare mensen waar Johannes werkt: Smallenburg. Landa zou het liefst willen dat de opvang verdwijnt, zodat er een parkje met speelgelegenheid voor kinderen kan komen. Johannes is gehecht aan de plek en hoopt na vele verhuizingen nu eindelijk een plek gevonden te hebben voor zijn cliënten waar ze voor langere tijd kunnen blijven. Om ze nog meer zinvolle bezigheden te kunnen bieden, is hij een moestuin begonnen bij de opvang. Maar ook omdat het hem herinnert aan zijn jeugd in het landelijke Noord-Holland.

Landa is nog erg onzeker over haar moederschap. Ze heeft niemand om op terug te vallen. Haar man is druk met zijn werk, terwijl zij het hare kwijtgeraakt is door de crisis kort nadat ze vertelde dat ze zwanger was. Haar moeder is sinds het overlijden van Landa's vader snel achteruit gegaan, lijkt haar dochter niet meer te kennen en is niet geïnteresseerd in haar kleinkind. Aan haar twee vriendinnen heeft ze ook niets. Een nieuwe baan vinden blijkt niet zo gemakkelijk en al is ze blij met haar dochter, de invulling van haar dagen ervaart ze al snel als weinig zinvol. Zeker als Leon voor een goede oppas zorgt, zodat ze haar handen vrij heeft om te "netwerken" zoals hij zegt. Alleen... ze heeft helemaal geen netwerk. Cato en de oppas kunnen het prima vinden, Landa voelt zich steeds overbodiger als ze doelloos rondjes rijdt door Rotterdam of ergens in een café op haar laptop naar vacatures zoekt. Eigenlijk is het dan geen wonder meer dat ze zich met verbetenheid stort op haar idee van een parkje op de plek van de opvang Smallenburg. Ze is bereid daarvoor heel ver te gaan.

Johannes heeft ook niemand. Zijn ouders leven niet meer en zijn zus woont ver weg. Streng opgevoed in een religieus milieu door een hardhandige vader koos hij er al snel voor het huis te verlaten en een opleiding te volgen tot sociaal werker. Op veel plekken heeft hij gewerkt en meegemaakt dat de regels hoe om te gaan met kwetsbare mensen steeds veranderden. Hij verbaast hem, hij heeft zich er maar bij neergelegd, al kan hij niet wennen aan het idee dat er steeds minder begrip is voor de medemens die het om wat voor reden dan ook niet redt in de huidige samenleving Ook kan hij niet goed omgaan met de enorme bureaucratie, vergaderfrequentie en de politieke spelletjes die nodig zijn om de opvang in stand te houden. Tot aan fraude in zijn administratie toe.

Om en om krijgen Johannes en Landa het woord in de roman. Ze komen echter nauwelijks met elkaar in contact. En hoewel ze tegenstrijdige belangen hebben, hebben ze veel meer gemeen dan ze ooit zullen beseffen. Beiden hadden een liefdeloze jeugd met een tekort aan aandacht. Beiden hunkeren naar een zinvol bestaan, een ideaal om voor te vechten. Johannes begint uitgeblust te raken, Landa voelt zich overbodig en niet gezien.

Dat stille stukje grond daar beneden aan de flat wordt de inzet van een conflict, door Landa in gang gezet. In een parkje zal ze andere moeders spreken, kunnen buurtfeesten gehouden worden, zal ze eindelijk contacten opdoen. De buren in de flat, die nu nog zo afstandelijk zijn, zullen haar dankbaar zijn. Elk wissewasje grijpt ze aan om Smallenburg en haar bewoners in diskrediet te brengen. Op vergaderingen probeert Johannes zich te verdedigen. Het gaat haar niet snel genoeg. Ze besluit  een rechts-populistische partij in te schakelen en gaat uiteindelijk over tot een wel erg riskante actie.
Ook op Johannes begint de eenzaamheid te drukken. Hij koos het vak om mensen te redden, op het goede spoor te zetten, dat lukt nog nauwelijks. Maar dan verschijnt er ineens iemand bij de opvang die hem uit zijn moedeloosheid haalt. Ook zijn daden worden riskant.

Komt er een winnaar uit deze symbolische strijd? Niet echt, er zijn wel veel slachtoffers. Het leven van Landa of Johannes is er niet wezenlijk door veranderd. Een oprisping in beider bestaan, meer zal het uiteindelijk niet blijken te zijn.

Veel bewondering heb ik voor de uitwerking van de karakters van zowel de hoofd- als bijfiguren in deze roman. Levensechte mensen komen tevoorschijn door de opmerkingen die ze maken en de manier waarop ze zich gedragen. Ze hoeven nauwelijks meer beschreven te worden: je ziet ze meteen voor je: de bemoeizuchtige, egocentrische "vriendin" Cleo, de rechts-populistische Jos de Palm, Mama Martina, de warme kokkin van Smallenburg en vele anderen. Een bonte stoet. In een grote stad die neergezet wordt zoals ze is: lawaaiig, druk en overvol. En zo zal blijven, ook als Johannes en Landa vertrokken zijn en het stukje Stille grond een andere bestemming krijgt.

Sanneke van Hassel (Rotterdam, 1971) is tot nog toe vooral bekend als auteur van verhalenbundels. Ze beheerst dit genre dan ook zo goed dat ze er al meerdere prijzen mee in de wacht sleepte. Na haar debuut IJsregen (2005) verschenen Witte veder (2007), Ezels (2012) en Hier blijf ik (2014). Als enthousiast pleitbezorger van het korte verhaal stelde ze met Annelies Verbeke de bundel Naar de stad (2012) samen: een bloemlezing met hedendaagse korte verhalen uit de hele wereld. Stille grond is haar tweede roman. In 2010 verscheen haar eerste roman Nest (KLIK HIER).

Sanneke van Hassel - Stille grond. Amsterdam, Bezige Bij, 2017. Pb., 220 pg., isbn:978-90-234-5427-4.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

zondag 15 oktober 2017

Bettie Elias - De lege schommel

Azmi, een Syrische jongen van 11, moet samen met zijn zusje Rasha (4) en zijn ouders Aleppo ontvluchten. Een groot deel van de stad is platgebombardeerd, een nieuw offensief is aangekondigd en dat zal op hun wijk gericht zijn. Het afscheid van de grootouders en de rest van de familie is moeilijk en verdrietig. Te voet trekken ze door de bergen van Turkije naar de oever van de Middellandse Zee. Van daar brengen mensensmokkelaars hen met een gammele boot naar Italië. Uiteindelijk belanden ze in Brussel in een asielzoekerscentrum en moeten ze wachten op een verblijfsvergunning. Ondertussen leren ze de taal en Azmi gaat naar school. Hier zijn ze veilig, maar of dat ook echt zo voelt? 


Het perspectief van dit uitstekend gecomponeerde verhaal, ligt bij Azmi. Een must voor een dergelijk jeugdboek. Het stelt kinderen gemakkelijker in staat zich met de hoofdpersoon te vereenzelvigen en zich betrokken te voelen bij wat Azmi overkomt. En dat is niet niks!
Hoewel het verhaal chronologisch verteld wordt, lezen we in flash-backs ook over het leven van voor de vlucht. Hoe jongens van zijn leeftijd het ook allemaal wel spannend vinden en (in de ogen van volwassenen) gevaarlijke dingen doen. Hoe ze van de nood een deugd maken en zwemmen in het regenwater in de bomkraters die in de wijk een van de weinige mogelijkheden bieden om even plezier te hebben. Maar ook hoe ze geconfronteerd worden met dode mensen en immens verdriet en angst.

Het echte verhaal begint aan de oever van de Middellandse Zee. Azmi laat zich graag geruststellen door zijn ouders en speelt de grote broer voor zijn zusje, maar het ontgaat hem niet hoe zijn ouders zich groot proberen te houden. De dagenlange tocht over zee is beeldend beschreven: honger en dorst, storm en onweer, verzengende hitte, ruzie op een veel te kleine, gevaarlijke boot. Ook de opvang in Italië, waar ze niemand verstaan en opgesloten worden zonder te begrijpen waarom en wat er gaat gebeuren, maakt goed duidelijk wat het betekent voortdurend in onzekerheid te verkeren en je af te moeten vragen of het ooit nog goed komt. Terwijl teruggaan ook geen optie meer is: alle bezittingen zitten in enkele plastic tasjes, alles van waarde is verkocht om de smokkelaars te betalen en van het huis is niets meer over.

Eenmaal in Brussel in het asielzoekerscentrum zijn er weer andere problemen. Ze moeten een kleine kamer (6 bij 6 meter) delen met een jong echtpaar. Het valt niet mee, zo op elkaars lip te moeten leven. Azmi mag naar school, leert de taal en probeert nieuwe vrienden te maken. Dat is lastig. Hij heeft heimwee naar het Aleppo van voor de oorlog. Alles is zo anders, hij begrijpt de taal nog niet goed genoeg. Hij mist zijn beste vriend Roni. Niet elk kind is bereid hem een beetje te helpen. Hij heeft heel vaak zware hoofdpijn en nachtmerries. Daarvoor bezoekt hij de psychologe van het asielzoekerscentrum. Maar praten kan hij niet, hij tekent liever. Pas na maanden vertrouwt hij haar genoeg om zijn verhaal over Roni te delen. En dat omhelst heel wat meer dan het gemis van een vriend.

Langzaamaan raakt hij "ingeburgerd". In klas krijgt hij vrienden. Mede dankzij de meester tonen de andere kinderen belangstelling voor zijn verhaal en achtergrond. Ook in het asielzoekerscentrum maakt hij een nieuwe vriend: een jongen van zijn leeftijd die alleen de overtocht maakte, omdat zijn ouders geen geld genoeg hadden om het hele gezin te laten vertrekken. En die zijn familie ontzettend mist.
Na een jaar in onzekerheid  breekt de dag aan waarop ze te horen zullen krijgen of ze mogen blijven. Niet lang daarvoor maken ze nog de dramatische uitzetting mee van een Afghaan. Spanning tot de laatste bladzijde dus.

In dit jeugdboek weet Bettie Elias de gebeurtenissen die het leven van een vluchtelingenkind voor de rest van zijn leven zullen tekenen op een spannende en tegelijkertijd gevoelige manier te beschrijven. Het zal kinderen vanaf een jaar of tien geen enkele moeite kosten zich betrokken te voelen bij wat Azmi overkomt. Het boek geeft schrijnende details, maar is nergens echt gruwelijk. Het gaat niet alleen over afscheid nemen en vluchten, maar ook over vriendschap. Kinderen die zich realiseren dat dit niet zomaar een verhaal is, maar dat het allemaal in het echt ook zo gebeurt, zullen eerder bereid zijn hun klasgenootje uit een ander land de helpende hand toe te steken.

Bettie Elias (Hasselt, 1953) schreef al veel meer levensechte en boeiende verhalen voor kinderen, waarbij ze belangrijke thema's aankaart en waarmee ze al viermaal de Boekenwelp won en vijfmaal een bekroning kreeg van de Kinder- en Jeugdjury. Verschillende boeken werden vertaald naar het Duits, Engels, Frans en Deens.

Bettie Elias - De lege schommel. Antwerpen, Davidsfonds/Infodoc, 2017. Pb., 174 pg., isbn:978-90-5908-873-3.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

vrijdag 13 oktober 2017

Amanda Wood & Mike Jolley - Lang, lang geleden - ontdek de fout

Is geschiedenis te saai voor kinderen? Niet als ze er op een speelse manier kennis mee kunnen maken. Dat moet de drijfveer van Amanda Wood en Mike Jolley geweest zijn bij het samenstellen van een geschiedenispuzzelboek voor kinderen vanaf een jaar of tien. Een stevig gebonden boek in een mooi groot formaat (31 x 31 cm) met kleurige, fantasierijke illustraties van Frances Castle zal voor veel kinderen een leuke verrassing zijn.
Het boek behandelt 10 perioden en plekken op aarde: de Steentijd in Noord-Europa, het Oude Egypte, het Oude Griekenland, het Oude China, het Oude Rome, de Maya's in Centraal-Amerika, de Vikingen in Scandinavië,  Middeleeuwse ridders in Europa, de Mongols in India en de Piraten in de Caraïben. 

Over twee volle bladzijden staat eerst een kleurrijke tekening met heel veel details, op het eerste gezicht typerend voor de periode die besproken wordt. Maar let op: er staan ook zaken op die niet kloppen. Elke plaat bevat 20 fouten die niet allemaal even gemakkelijk te vinden zijn. Die dinosaurus tussen de Steentijdbewoners? En dat bakstenen huis tussen de hutten? Die zullen de meeste kinderen al snel ontdekken. Maar de kippen? En die ladder? Wie alles gevonden denkt te hebben, kan op de volgende twee bladzijden kijken of het juist is. Daar staat de plaat verkleind nogmaals afgebeeld, met cijfers bij de fouten. En in de tekst wordt bij elke fout een uitleg gegeven. Zelfs als je alle fouten ontdekt, leer je ook daar nog iets uit. In een apart kader worden de kenmerken van het leven in de betreffende periode nog eens op een rijtje gezet.

Door de mooie platen en de soms grappige fouten is het leuk om met het boek bezig te zijn. Ook de details die wel op waarheid berusten, spreken aan en nodigen de meest leergierige kinderen uit er meer over op te zoeken en te lezen. Enige basiskennis van de geschiedenis is wel nodig om er optimaal van te kunnen genieten. Dat zal in de bovenbouw van de basisschool doorgaans het geval zijn. De tekst is (mede dankzij een goede vertaling van Ed Franck) voor die doelgroep prettig leesbaar. Daarmee is het boek een aanrader voor wie geschiedenis saai dacht te vinden èn voor wie juist erg in geschiedenis geïnteresseerd is!

Amanda Wood & Mike Jolley - Lang, lang geleden: ontdek de fout. Antwerpen, Davidsfonds/Infodoc, 2017. Geb., 56 pg., ills. van Frances Castle, vert. door  Ed Franck, ISBN: 978-90-5908-880-1.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

dinsdag 10 oktober 2017

Valerie Eyckmans - Het belang van schoon ondergoed

Vermoedelijk ben ik niet de enige die bij het lezen van de titel van deze roman moet glimlachen. Het brengt me terug naar mijn jeugd. Mijn moeder was er stellig in: "Er kan altijd iets gebeuren waardoor je onverhoopt in het ziekenhuis belandt." Het allerergste wat je in zo'n geval kan overkomen is blijkbaar dat je dan geen schoon ondergoed aan hebt. 
Ook hoofdpersoon Sam in Valerie Eyckmans roman belandt onverwachts in het ziekenhuis. Hij is van een bierfiets gevallen. In het ziekenhuis ontmoet hij Missy, met haar 18 jaar maar een paar jaar jonger dan Sam. Ze heeft kanker. Ze zoeken elkaar geregeld op in het cafetaria van het ziekenhuis. Missy is dol op het maken van lijstjes. Ze draagt haar ziekte vrolijk en houdt van gekke, spontane acties. Maar Missy gaat het niet redden, dat wordt al snel duidelijk in het verhaal. Wat ze Sam nalaat is onder andere haar bizarre bucketlist.  Nu Missy dat niet meer kan, besluit Sam die in haar plaats af te werken.

Toen ik deze samenvatting van de inhoud las, verwachtte ik, in combinatie met de titel, eigenlijk iets luchtigs. Ondanks de ziekte en het overlijden van Missy. Niets bleek minder waar. Weliswaar zitten er humoristische scenes in het verhaal, maar met elk hoofdstuk ontdek je meer van wat er onder de oppervlakte leeft bij Sam en leefde bij Missy. En dat is niet mis, ook al duurt het een heel boek voor Sam dat zelf begint te begrijpen. Hoewel Sam degene is uit wiens perspectief we naar de anderen, ook Missy, kijken, is hij het uiteindelijk die de echte Missy voor ons ontdekt.

De hoofdstukken wisselen af tussen toen en nu, maar worden binnen de reeks chronologisch verteld. In de ene reeks lezen over hun ontmoeting en het verloop van hun relatie tot na het overlijden van Missy. In de andere reeks is Sam via de bucketlist van Missy in Malawi belandt en beleeft daar niet alleen een spannend avontuur, maar wordt ook steeds meer met zichzelf geconfronteerd. Via flashbacks krijgen we de nodige informatie over de gebeurtenissen die het leven van Sam tot dan toe gekleurd hebben. En de eerste aanwijzingen waarom hij doel nog zin in het leven kan vinden. Missy lijkt juist te genieten van haar leven, hoe kort dat ook nog mag duren. Ze vecht vrolijk tegen haar kanker. Twee tegenpolen lijken het, maar dat is de oppervlakte. Ze zoeken beiden naar een houvast en denken dat bij de ander te vinden. Aangrijpend is het proces waar je je als lezer steeds meer bij betrokken voelt, zeker als Missy besluit het vechten op te geven en Sam niet in staat blijkt daar mee om te gaan.

In feite zijn er twee spanningsbogen die in het laatste hoofdstuk bij elkaar komen. Het avontuur in Malawi is van een heel andere orde. Het draait om vrijwilligerswerk op een dorpsschool en het helpen beschermen van een wildreservaat, dat bedreigd wordt door een op geldbeluste reisleider die Amerikanen strikt om er leeuwen te komen schieten. Maar Sams persoonlijke groei gaat door tijdens dit spannende intermezzo, dat je even in staat lijkt te stellen een adempauze te nemen van de zwaarte van het persoonlijke verhaal. De verwerking van het overlijden van Missy, de erkenning van zijn tekortschieten en het begrijpen van de redenen worden hem (en ons voor zover we het al dan niet dachten te zien) gaandeweg duidelijk. 

Een ontroerend verhaal waar je geregeld even stil van wordt. Maar ook met humor, in de acties van Missy, in de beschrijving van de andere hoofdpersonen: Missy ouders een soort van hippies, die van Sam uitermate burgerlijk. Maar ook hier: onder de oppervlakte zijn we allemaal mensen met een eigen verhaal. Dat door sommigen wordt herkend en dat dan verbinden kan. De beide moeders vinden troost bij elkaar, omdat ze beiden een kind verloren. Niet alleen Missy stierf veel te jong, ook Sams broer Gabriël. Juist die diepere laag maakt dit tot een waardevol boek, zowel voor volwassenen als voor Young Adult.

Valerie Eyckmans (1977) schreef jarenlang columns en reportages voor tal van tijdschriften. Ze debuteerde in 2013 met de roman Verloren Maandag, genomineerd voor de Bronzen Uil. Een jaar later volgde De dierbaren.

Valerie Eyckmans - Het belang van schoon ondergoed. Antwerpen, Uitgeverij Vrijdag, 2017. Pb., 190 pg., ISBN: 978-94-6001-563-2.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.