vrijdag 26 november 2021

Jannah Loontjens - Schuldig

Jannah Loontjens (1974) is in Denemarken geboren. Ze groeide op in Zweden en Nederland en studeerde filosofie. Naast dicht- en essaybundels publiceerde ze 4 romans. Schuldig is een introspectieve zoektocht naar de redenen voor haar voortdurende schuldgevoelens. De ondertitel luidt dan ook: Een verkenning van mijn geweten.

Aan de hand van een dilemma over het kerstbezoek aan haar moeder neemt Loontjens ons mee op een zoektocht door haar leven. Haar moeder woont alleen in Frankrijk en verwacht dat Jannah met haar kinderen de kerst bij haar door komt brengen. Maar daar voelt ze niet veel voor. Ze gaat liever naar haar tante in Nederland die haar ook uitnodigde. Ze weet niet hoe ze het haar moeder moet vertellen, omdat ze er vanuit gaat dat die teleurgesteld en/of boos zal zijn. Niet alleen omdat ze niet komt, maar ook omdat ze dan wel naar haar moeders zuster gaat. Het boek begint ermee dat Jannah zich af gaat vragen waar dat eeuwige schuldgevoel toch vandaan komt.

Om dat te onderzoeken, blikt ze terug op haar leven. Haar jeugd in Zweden, de scheiding van haar ouders. De verhuizing naar Nederland, haar middelbare schooltijd en recalcitrante pubertijd. De vrijgevochten periode daarna, waarbij ze zich danig in de nesten werkt. Een gewelddadige relatie waar ze maar moeilijk uit kan breken. Tot en met het huidige tijdperk, waarin het klimaat onder druk staat en er maatschappelijke problemen zijn. Met steeds dezelfde vragen: waarom voelt ze zich toch altijd overal schuldig over? En waarom over sommige zaken juist helemaal niet? Is dat reëel, is dat nodig? Kan ze daar vanaf komen?

Ze gaat te rade bij filosofen en psychoanalytici. Duikt in haar familiegeschiedenis. Is het erfelijk? Of misschien zelfs cultureel bepaald door de religieuze grondslagen van onze maatschappij? En steeds komt het dilemma van de kerstbijeenkomst terug, als een spannende rode draad in het betoog. Ze bevraagt tenslotte haar moeder over diens schuldgevoelens. Het laatste hoofdstuk heeft de titel: Verzoening, met daaronder: misschien het meest met mezelf.

Dit zeer persoonlijke verhaal is op een aantrekkelijke manier geschreven. Het verveelt nergens en is niet te hoog gegrepen voor wie niet thuis is in de filosofie of psychologie. Het boeit en biedt herkenningspunten. Voor mij althans. Mijns inziens hebben vrouwen ook vaker schuldgevoelens dan mannen. Maar misschien vergis ik me. Het is beslist geen zelfhulpboek in de trant van Hoe word ik mijn schuldgevoelens de baas. Wel zet het aan tot nadenken over het fenomeen. Daarom is het een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in waar schuldgevoelens vandaan (zouden kunnen) komen en hoe daarover door filosofen en psychologen gedacht wordt. En welke invloed ze kunnen hebben op het persoonlijke leven.

Jannah Loontjes - Schuldig: een verkenning van mijn geweten. Amsterdam, Podium, 2021. Pb., 238 pg., lit. opg. ISBN: 978-94-6381-023-4.

© Jannie Trouwborst, november 2021.

zondag 21 november 2021

Rinus Spruit - De verlossing van Jacob Smallegange

Van Rinus Spruit (Nieuwdorp, 1946) kan met recht gezegd worden dat hij een laatbloeier is, maar zeker geen eendagsbloem. In 2008 verscheen ter gelegenheid van de Week van het Zeeuwse boek zijn debuut als Zeeuws boekenweekgeschenk onder de titel: Zwieg stille. In 2009 herdrukt Cossee het boek met als titel De rietdekker, een familiegeschiedenis. Daarna verschijnt er met enige regelmaat een nieuw boek van zijn hand: Een dag om aan de balk te spijkeren (2013), Broeder schrijf toch eens (2017) en De wonderdokter Albert Willem van Renterghem (2019).

Meestal put hij uit zijn eigen leven om een boeiend verhaal te vertellen. Daardoor ontstaat de verleiding elk volgend boek ook als autobiografisch te willen duiden. Helaas werd daarop teveel nadruk gelegd naar mijn smaak in het interview over De verlossing van Jacob Smallegange, dat te zien was bij het boekenprogramma Brommer op zee. Dat bracht de schrijver in verlegenheid en deed het boek tekort. Laten we het daarom hier maar meer over de inhoud hebben.

Gerard Strobrand en Jacob Smallegange

Gerard Strobrand is een alleenstaande man van zestig jaar. Zijn werkzame leven zit er op en hij woont in het veel te grote huis, dat zijn ouders hem nagelaten hebben. Hij peinst erover hoe het verder moet. Hij houdt van het vrije uitzicht op de grote tuin en de omgeving, maar het onderhoud wordt te zwaar. Hij betrekt een rijtjeshuis in een dorp in de buurt. Maar hij komt er niet toe er echt zijn intrek te nemen, het valt tegen. De eenzaamheid en het ontbreken van een zinvolle bezigheid breken hem op. Hij vlucht het huis uit en zit veel op een vaste plek in een wegrestaurant waar hij weer van het uitzicht kan genieten: hij kijkt hoe de zon onder gaat achter de Abdijtoren van Middelburg. Vaak denkt hij terug aan zijn grootmoeder die tijdens zijn jeugd haar laatste jaren bij hen thuis sleet. Het spijt hem dat hij haar niet meer heeft kunnen vragen over haar leven. Een krantenartikel over een onderzoek naar de kindersterfte op de Bevelanden tussen 1850 en 1900 inspireert hem om zelf op onderzoek uit te gaan naar de tijd waarin zij een jonge vrouw was en kinderen kreeg.

Het onderzoek boeit hem, geeft hem weer een doel. Maar toch mist er iets: een maatje, liefst een vrouw, om zijn oude dag mee te delen. Even lijkt dat te lukken als hij Martha leert kennen, hij trekt zelfs een paar jaar bij haar in. Maar het noodlot en zijn eigen tekortschieten in de omgang met vrouwen werken tegen. Steeds weer hoort hij zijn vader zeggen: "Jongen, jongen, jongen toch." 

Het wegrestaurant wordt weer zijn vaste stek. Somber wordt hij ervan. Dan ziet hij tot zijn verrassing een paar dagen achter elkaar een ooievaar lopen op het grasveld bij het restaurant. Die avond neemt hij een besluit: hij gaat een verhaal schrijven over de verzonnen Jacob Smallegange, vroedmeester in Zuid-Beveland. Daarin kan hij alle verzamelde informatie over bevallingen en kindersterfte in de tijd van zijn grootmoeder kwijt. Als het af is, vraagt hij een typiste het voor hem uit te tikken. En weer raakt hij even in de veronderstelling dat er nog hoop is voor hem op een maatje. 

"Morgen, dacht hij, als het typen is voltooid, dan is er ruimte en rust. Dan kunnen we afstand van Smallegange nemen, want dan is hij bezorgd en onderdak. Dan kunnen we elkaar leren kennen. De typiste intrigeerde hem. Ze had iets mysterieus. Ze kwam graag bij hem. Zij zou de leegte die Smallegange achterliet kunnen opvullen. Die gedachte was de laatste dagen door zijn hoofd gegaan. We hebben elkaar nodig, dacht hij. Samen kunnen wij tot ontplooiing komen."

Als hij daar op de laatste dag werk van wil maken, zegt ze terloops dat ze niet van katten houdt. De klik die hij dacht te voelen is meteen over. Hij zoekt zijn vertrouwde plekje in het wegrestaurant weer op en bekijkt het vertrouwde uitzicht. Morgen zal hij het manuscript opsturen naar 15 uitgeverijen. Er zal er toch wel één zijn die het uit wil geven? Helaas is er geen vogel te zien, ook de ooievaar niet van maanden geleden. Het is een bevlieging geweest, denkt hij.

Aan ons om te bedenken of dat op zijn laatste mislukte avance slaat of op het schrijven van het verhaal over Jacob Smallegange. 

Een verhaal in een verhaal

Rinus Spruit schrijft een verhaal over Gerard Strobrand die een verhaal schrijft over Jacob Smallegange. Wie de autobiografische boeken van Rinus Spruit heeft gelezen, zal bepaalde persoonlijke zaken herkennen in Gerard Strobrand. En Gerard Strobrand heeft op zijn beurt weer een connectie met Jacob Smallegange.

Wat de drie mannen gemeen hebben zijn de omstandigheden op latere leeftijd: eenzaamheid, het missen van een levensgezel en een doel in het leven breken hen op. Hoe voelt dat, hoe denk je terug, hoe herpak je jezelf. Rinus Spruit schrijft daarover in een authentiek verhaal en vervlecht daarin ook nog eens een interessant onderzoek naar de omstandigheden in de kraam- en zuigelingenzorg in de tweede helft van de 19de eeuw.

Het is duidelijk dat Rinus Spruit zijn draai gevonden heeft in het schrijven. En dat hij plezier heeft in het uitpluizen van historische, liefst medische, onderwerpen. Dat bewees hij al met De wonderdokter Albert Willem van Renterghem, naar een dagboek van de Zeeuwse Plattelandsarts Van Renterghem, de man die de hypnose en de psychoanalyse in Nederland introduceerde.

Terwijl Gerard Strobrand twijfelt aan zijn literair talent, hoeft zijn bedenker dat zeker niet te doen. Met De verlossing van Jacob Smallegange heeft Rinus Spruit weer een fijn boek geschreven. Hij heeft een vlotte pen, schrijft met mededogen en humor en leert ons terloops ook nog het een en ander. 

"En dan waren er nog de schapen op de Zeedijk. Ze lagen boven op de dijk te herkauwen in de zon, hun lichaam lichtjes schuddend op het ritme van hun hartslag. Soms liepen ze een eindje mee. Gerard had steun aan hen omdat ze in al hun wijsheid lieten weten dat ze het ook niet wisten. Driemaal kwam Gerard een gedicht van Hans Warren tegen. Manshoge pagina's die uit de dijk leken te groeien. De letters waren uit een metalen plaat gefreesd, de wind waaide door de gedichten heen." [...] "De pagina wiegde lichtjes in de wind. De plaat was verroest, maar dat zou Warren niet erg gevonden hebben, het hoort bij het leven, mensen verroesten ook naarmate ze ouder worden."

Rinus Spruit - De verlossing van Jacob Smallegange. Amsterdam, Cossee, 2021. Pb., 155 pg. ISBN: 978-90-5936-986-3.

© Jannie Trouwborst, november 2021.

zondag 14 november 2021

Wim Hofman - In de sneeuw geboren

Voor de 27ste Week van het Zeeuwse Boek (10-20 november 2021) schreef Wim Hofman (1941) het Boekenweekgeschenk In de sneeuw geboren. Na afloop van de Zeeuwse Boekenweek is het geschenk te koop in de boekhandel.

Elk jaar worden er in deze week meerdere prijzen uitgereikt aan Zeeuwse schrijvers en schrijvers van boeken over Zeeland. Zo is er o.a. een Publieksprijs en een Prijs van de Zeeuwse Boekhandels. De belangrijkste prijs, de Juryprijs, is dit jaar voor het laatst verschenen boek van Wim Hofman: We vertrekken voor het licht is - Hofmans vertellingen, een bundel autobiografisch getinte verhalen. De 80-jarige Hofman mocht al vele prijzen ontvangen voor zijn werk. Behalve schrijver en dichter is hij ook beeldend kunstenaar. Zijn boeken illustreert hij zelf.

Zijn leven lang heeft Hofman dagboeken bij gehouden. Helaas zijn ze niet allemaal bewaard gebleven. 

“Ik hield een dagboekje bij, maar dat is verdwenen. Veel verdwijnt, zoals ook veel herinneringen. Ze zinken weg. Misschien omdat ze onbelangrijk zijn. Soms is het maar goed ook. Vooral als je terug probeert te denken aan je kinderangsten en aan pijn. Maar al vergeet je veel en denk je achteraf dat het meeste van wat je deed en dacht niet zo belangrijk was: alles wat je overkomt laat wel wat sporen na en heeft gevolgen. Ik denk dat ook allerlei onbenullige dingen die ik deed me uiteindelijk gevormd hebben tot wat ik nu ben.” 

In de sneeuw geboren bevat de herinneringen van Hofman aan zijn vroege jeugd in Vlissingen en Valkenswaard. Daarbij is veel aandacht voor de verwoestingen van de oorlog en later de watersnoodramp.  Hoewel hij zijn dagboekje niet kon raadplegen is het verhaal heel visueel en gedetailleerd opgeschreven. Wie van "na de oorlog" is, krijgt zo een duidelijk beeld van hoe zwaar het geweest moet zijn in die jaren. De verwoestingen zijn vaak wel bekend en het resultaat van de Wederopbouw ook. Maar juist die moeilijke, tussenliggende jaren belicht Hofman in dit boekje.

Toch is het geen zware kost. Geschreven door de ogen van een schooljongen en met hier en daar droogkomische opmerkingen en observaties, is het een fijn boekje om te lezen.

Het Zeeuws Archief heeft voor de zwart-wit foto's uit deze periode gezorgd en Hofman maakte er toepasselijke illustraties bij. 

Wim Hofman - In de sneeuw geboren. Middelburg, De Drukkery, 2021. Pb, 96 pg., ills. ISBN:9789493220140

© Jannie Trouwborst, november 2021.

dinsdag 9 november 2021

Ineke Riem - Fantasii

Ineke Riem (Oudenhoorn, 1980) schrijft proza en poëzie en illustreert haar teksten zelf. Via haar debuut Zeven pogingen om een geliefde te wekken (2013) maakte ik kennis met haar werk. Deze roman werd bekroond met de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs en de Bronzen Uil en genomineerd voor de Academica Literatuurprijs. Daarna verschenen haar poëziedebuut Alle zeeën zijn geduldig (2015), de roman Rauw hart (2017) en de bundel korte verhalen Onderwaterverhalen (2020). 
 
En nu is daar de nieuwe dichtbundel Fantasii, waarin geregeld dezelfde magische, sprookjesachtige sfeer wordt opgeroepen als in haar eerdere werk. Op boeiende wijze speelt ze met dromen, fantasieën en herinneringen en gunt ze de lezer een intrigerende blik op haar bijzondere beleving van de werkelijkheid.
De bundel bevat 7 gedeelten met elk 5 gedichten gewijd aan een bepaald thema, plus een toegift. De volgorde van de thema's lijkt een reis door het leven van de dichter.
 
De letter i. Waar is het kleine meisje gebleven? Mooie herinneringen komen plotseling onstuitbaar vanuit de diepte naar boven. Ze mijmert over vroeger.
 
Het verleden dobbert rond in dit moment.
 
Dan begint de tafel te dansen.
Stoelen buitelen, de naald van de pick-up
krast seismische golven op een plaat.
De wereldkaart valt van de muur.
 
Onbewuste tektoniek vernielt mijn sterrenplafond,
ik zie het vensterglas versplinteren.
Brokken woestijnroos rollen van de vensterbank, boeken schokken,
de houten vloer barst onder mijn voeten.
 
De breuklijn schrijft: ik wil naar huis.
 
Ik weet een ven met lissen,
waar zwanenbloemen groeien,
waar het riet hoog is
en je je kunt verstoppen voor de grote jongens.

(Uit: Stickers en fossielen)

Er volgt een donkere periode in De Nacht. Dan het geruststellende besef onderdeel te zijn van al het leven op aarde in Landschap worden. In Astrale excursies wordt verbinding gezocht met het verre verleden en de kosmos. Terug op aarde probeert ze weer houvast te vinden en ontdekt Redenen voor voorzichtig optimisme. Ze ziet Perspectieven, al zijn die niet allemaal even hoopgevend. En tenslotte volgt het Zwanensaluut, waarover zo meer.

Natuurlijk doe ik met deze opsomming de gedichten binnen de thema's tekort. Ze vragen allemaal om aandachtig lezen en herlezen. Er staan prachtige metaforen in en ze bevatten verborgen betekenissen. Het zijn soms heerlijke puzzels, die een beroep doen op je eigen ervaringen. In sommige herken ik de omgeving waarin Ineke Riem opgroeide en waar ik zelf 30 jaar woonde.

Het gedeelte Zwanensaluut gaat over jezelf hervinden, over de kringloop van het leven, over afscheid nemen. Twee gedichten gaan over het afscheid nemen van haar moeder. 

Buiten liggen er grote plassen op de kale akkers, regenbogen vallen
uit decemberwolken. In een wei hebben tientallen zwanen zich verzameld
om je uit te zwaaien. Oma huilt tranen van bloedkoraal,
maar ik ben vreemd kalm. Waar zou ik nog bang voor moeten zijn?
Je bestaat al in mijn gedachten. De wind fluit je naam.
Mijn zusje draagt je ringen, een mapje met je optimisme rolt uit je handtas.

(Uit Het zwanensaluut)

Alle figuren uit de kinderboeken die haar moeder haar voorlas, verwerkt ze op inventieve wijze in Mama en de Maximonsters. Behalve ontroerend is het gedicht een puzzel die erom vraagt alle figuren te herkennen en de boektitels erbij te zoeken. 

Ze is een kleine kapitein die over golvende bladzijden navigeert. (...) 

soms is ze heel even mijn moeder die uit een boek voorleest (...)

In het holst van de nacht verstopt ze zich in het achtste woud, ik kan haar niet meer vinden. Misschien hebben de Maximonsters haar meegenomen. Nu woon ik alleen in een groot huis, ik heb vlechten en ik weet bijna zeker dat ik ontstaan ben uit haar fantasie.

(Uit: Mama en de Maximonsters)

Er valt nog zoveel te ontdekken in deze bundel, dat ik nog lang niet uitgelezen ben.

Eind november 2021 verschijnt in de serie Literaire Juweeltjes (verkrijgbaar bij Bruna) een boekje van Ineke Riem met de titel Herinneringen van een zeemeermin. Daarin 4 verhalen, waarvan er twee eerder verschenen (Voorbereidende aardrijkskunde en Grote roze vogel) en twee nieuwe in de sfeer van de verhalenbundel Onderwaterverhalen (De leugens van Hans Christiaan Andersen en Tesselschade). Het ontroerende, autobiografische verhaal Grote roze vogel verscheen eerder in Het Parool en gaat over het overlijden van de moeder van Ineke Riem. Het geeft een extra dimensie aan het lezen van de laatste gedichten uit de bundel Fantasii.
 
Ineke Riem - Fantasii Amsterdam, De Arbeiderspers, 2021. pb., 71 pg. ISBN:978-90-295-44221.

© Jannie Trouwborst, november 2021.

Lees ook wat Lalagè over deze gedichtenbundel schreef.

zondag 31 oktober 2021

Lot Vekemans - De verdwenene

Lot Vekemans (Oss, 1965) genoot na haar studie Sociale Geografie een opleiding aan de schrijversvakschool ’t Colofon in Amsterdam. Sinds 1995 schrijft ze toneelteksten en is als toneelschrijver een internationale ster. Haar werk is in tweeëntwintig talen vertaald en in meer dan vijfendertig landen opgevoerd, van China tot de Verenigde Staten en van Duitsland tot Uruguay. Ze ontving meerdere prijzen voor haar toneelwerk. Haar debuutroman Een bruidsjurk uit Warschau (2012) ontving een nominatie voor de Anton Wachterprijs en is in meerdere talen vertaald. De verdwenene is haar tweede roman.

Het verhaal

Een radeloze moeder stuurt haar onhandelbare zestienjarige zoon voor een tijdje naar zijn geëmigreerde oom Simon, het buitenbeentje van de familie. De vijftigjarige Simon woont al 25 jaar in Canada. Hij heeft met tegenzin toegestemd, en al snel blijkt de nieuwe huisgenoot zijn zo gekoesterde zelfstandigheid wel erg in het nauw te brengen. Om van het gezeur van de verveelde puber af te zijn, stemt Simon in met een dagtrip naar de Rocky Mountains. Daar ontmoeten ze twee enthousiaste bergwandelaars, Chris en zijn zoon. Die nemen de jongen mee op een dagtrip, terwijl Simon in het toeristische bergplaatsje achterblijft. De drie wandelaars komen met grote verhalen terug en willen de twee dagen daarna ‘écht’ de bergen in. De volgende ochtend is het trio spoorloos, ze hebben uitgecheckt zonder een bericht achter te laten. Net als in haar toneelstukken geeft Lot Vekemans in haar tweede roman een inkijk in de donkere kamers van de menselijke ziel, door op zoek te gaan naar de verborgen drijfveren achter ons dagelijks doen en laten.

Roman i.p.v. toneelstuk

Waarom schrijft een succesvolle toneelschrijver een roman, zou je denken. Wie De verdwenene leest, begrijpt dat al snel: het thema waar het in dit verhaal om draait, is niet gemakkelijk te vangen in een toneelopvoering. De gedachtenwereld en gevoelens waar de hoofdpersoon Simon mee worstelt, maken een groot deel uit van het vertelde verhaal. Daarbij speelt het zich op veel verschillende plekken af. Een film zou wel iets kunnen zijn, d.w.z. met acteurs die goed zijn in het woordeloos overbrengen van de opgekropte emoties en onderlinge wrijvingen. Maar er een roman van maken is zonder meer de juiste keus geweest om het thema optimaal uit te kunnen werken: de zoektocht van Simon naar zichzelf.

Wie is De Verdwenene?

Hoewel het verhaal in eerste instantie een spannend relaas lijkt over de zoektocht naar een verdwenen puber, wordt langzamerhand duidelijk dat Simon erg met zichzelf in de knoop zit. De aanwezigheid van de jongen (hij heet Daan, maar Simon heeft het steeds over "de jongen") irriteert Simon aanvankelijk mateloos. De jongen reageert daar recalcitrant op. De relatie staat op scherp, voor beiden. 

Eenmaal in De Rocky Mountains gaat Simon steeds meer naar zijn eigen rol kijken. Hij herkent dingen in het gedrag van Daan, observeert hoe de jongen reageert op de veel spontanere Chris. En ziet hoe diens schuchtere zoontje geen aandacht krijgt van zijn vader, omdat die zich liever met de enthousiaste Daan bezig houdt. Terugkijkend op zijn leven begint hij zich te realiseren dat zijn gedrag dat van anderen mede bepaald heeft en dat zijn leven ook anders had kunnen verlopen. 

De verdwijning van Daan brengt heel wat spanning en chaos met zich mee, maar ook een omslag voor Simon. De manier waarop Lana, een politieagente, met hem omgaat, maakt hem vriendelijker en hij begint te begrijpen dat vluchten, contacten uit de weg gaan en je altijd de mindere en slachtoffer voelen, averechts werkt als je gelukkige relaties op wilt bouwen.

Het is spannend of Daan uiteindelijk levend gevonden zal worden, maar belangrijker blijkt: Simon vindt zichzelf terug. "Hij was er weer", luidt de laatste zin van de roman. En dat slaat op Simon.

Schrijfstijl

Lot Vekemans heeft een vlotte schrijfstijl met heldere, bondige zinnen. Ze laat genoeg aan de verbeelding over, waardoor ze de spanning in het verhaal moeiteloos vasthoudt. Haar dialogen zijn natuurlijk, ook de innerlijke stem van Simon. Onopvallend werkt ze naar de bewustwording van Simon toe. Een geslaagde tweede roman. 

Lot Vekemans - De Verdwenene. Amsterdam, Cossee, 2021. Pb., 251 pg., isbn 978-90-5936-941-2.

© Jannie Trouwborst, oktober 2021. 

Vanaf 25 februari 2021 is een mini podcastreeks te beluisteren over de nieuwste roman van Lot Vekemans. In vijf afleveringen van circa 7 minuten vertelt Vekemans over de thema’s in het boek, over de ontstaansgeschiedenis en haar reizen naar Canada. In aflevering zes leest ze een stukje voor. Alle delen zijn HIER te beluisteren.

maandag 12 april 2021

Khalid Mourigh - De gast uit het Rifgebergte

"Dé Nederlander bestaat niet", zei Koningin Maxima een aantal jaar geleden. Ze kreeg nogal wat commentaar, maar ik was het helemaal met haar eens. Niet alleen omdat ieder van ons uniek is. In de loop der eeuwen hebben heel wat vreemdelingen zich, al dan niet noodgedwongen, in ons land gevestigd en er gezinnen gesticht. Het tv-programma Verborgen verleden geeft een interessant kijkje in onze voorgeschiedenis als volk. Dat we er met zijn allen toch een "gaaf land" van gemaakt hebben, misschien is dat wel typisch Nederlands. Laten we in elk geval ons best doen dat zo te houden.

Khalid Mourigh is de kleinzoon van een Marokkaanse gastarbeider. En om aan te sluiten op wat hiervoor staat: dé gastarbeider bestaat ook niet. Dat maakt de schrijver duidelijk door ons de geschiedenis van zijn grootvader Ali te vertellen. Voor zijn boek heeft hij gebruik gemaakt van de verhalen van zijn (inmiddels overleden) grootvader en andere familieleden. Maar daarnaast heeft hij ook het nodige archiefwerk verricht en heeft zich verdiept in de Marokkaanse geschiedenis. Dat heeft geleid tot een boeiend en leerzaam geheel. 

De overgeleverde verhalen en de feiten wisselen elkaar af. Geregeld schetst hij de historische achtergronden die de basis vormden voor de beslissingen die zijn grootvader uiteindelijk nam. Zelfs de tijd van voor de geboorte van grootvader Ali komt ter sprake.

Wat is een gastarbeider eigenlijk?

De term Gastarbeider komt voort uit het idee dat de arbeiders die geworven werden in Marokko, Turkije, Italië, Griekenland en Spanje hier niet zouden blijven. Vandaar dat de werkgevers het liefst mannen ronselden die goed gezond waren, maar niet geletterd. Schaapsherders uit het Rifgebergte, werd er smalend gezegd. Ze mochten in Duitsland, België en Nederland smerig en gevaarlijk werk doen, waar Nederlanders hun neus voor ophaalden. Maar het was niet de bedoeling dat ze, omdat ze te slim waren of de taal van het gastland konden leren, teveel voor zichzelf op zouden komen. Echt gast zullen ze zich niet gevoeld hebben. Doorgaans vang je gasten anders op: je huisvest ze niet in overvolle pensions en zorgt goed voor ze. De arbeidsomstandigheden lieten veel te wensen over, ongevallen waren het gevolg en daarmee beëindiging van het contract. Koppelbazen verdienden zelf het meest aan de gastarbeiders. En wie opkwam voor dit schrijnend onrecht, kon vertrekken naar zijn thuisland.

En grootvader Ali?

Lang was dit bovenstaande het beeld van de gastarbeiders uit de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. Maar uit de geschiedenis van Ali blijkt dat er hier al arbeiders waren uit o.a. Marokko vóórdat ze ter plekke geronseld werden. Ali was wat wij nu een gelukszoeker zouden noemen. In armoede opgegroeid zocht hij steeds plekken op om geld te verdienen voor zichzelf, zijn familie en later zijn gezin. In zijn verhalen komt de geschiedenis van de bewoners van het Rifgebergte tot leven. De koloniale overheersing van Spanje en Frankrijk en de beide wereldoorlogen spelen daarin een belangrijke rol. Als er verhalen gaan dat er in Duitsland, België en Nederland wel een goede boterham te verdienen is, neemt  Ali de gok. Net als familieleden en vrienden. Uiteindelijk komt hij in Nederland terecht, maakt hetzelfde onrecht mee als de latere gastarbeiders, maar kan niet terug gestuurd worden, omdat hij niet op contract gekomen is. Vele werkgevers verslijt hij. Hij weet te overleven in gevaarlijke baantjes en accepteert geen onrecht (veel minder loon voor hetzelfde werk). Bij zijn laatste werkgever heeft hij geluk: die zorgt voor een normale woning en dan kan hij zijn gezin over laten komen.

Khalid Mourigh geeft grif toe dat zijn grootvader de verhalen die hij vertelde, misschien hier en daar wat aangedikt heeft. Toch geven ze wel een reëel beeld van zijn leven. En in dit boek geven ze samen met de nodige historische feiten en achtergronden, een interessant en kleurrijk beeld  van het Marokko voor de tijd van de gastarbeiders en het Nederland in de periode dat ze hier een leven probeerden op te bouwen.

Uitbuiting

Er bestaat geen ander woord voor wat Ali en vele anderen meemaakten in de jaren 70 en 80 in Nederland: uitbuiting. De auteur is om dat duidelijk te maken voor veel bedrijven die zich daaraan schuldig maakten in de archieven gedoken. Het is schokkend om te lezen. Dat dat kon in Nederland. Maar dan realiseer ik me, dat we ze nu Arbeidsmigranten noemen, maar dat de omstandigheden waaronder Polen en Roemenen nu moeten werken en wonen, vaak niet anders zijn. Met schrijnende voorbeelden van een nieuwe generatie koppelbazen.

En zo is De gast uit het Rifgebergte. Het leven van een Marokkaanse arbeider niet alleen een eerbetoon aan grootvader Ali, maar tevens een verhaal dat ons wakker zou moeten schudden: de geschiedenis herhaalt zich. 

Khalid Mourigh - De gast uit het Rifgebergte. Het leven van een Marokkaanse arbeider. Amsterdam, Cossee, 2021. Pb., 240 pg., lit. opg. ISBN:978-90-5936-956-6.

© Jannie Trouwborst, april 2021.

vrijdag 19 maart 2021

Jet Bussemaker - Ministerie van verbeelding

De landelijke verkiezingen van 2021 zitten erop. De Tweede Kamer is gekozen en de voorbereidingen voor een nieuw kabinet kunnen beginnen. Vol vuur hebben de fractievoorzitters de afgelopen tijd hun idealen voor het voetlicht trachten te brengen. Maar wat komt daarvan uiteindelijk terecht als sommigen van hen straks binnen een coalitie met andersdenkenden in een kabinet zitten? Wat speelt zich af tussen het moment waarop de formatie begint en het ogenblik waarop het straks gevormde kabinet weer plaats moet maken voor het volgende. Blijven idealen overeind in de politieke praktijk? En welke mechanismen liggen daaraan ten grondslag?

Jet Bussemaker is hoogleraar Beleid, Wetenschap en Maatschappelijke impact aan de Universiteit van Leiden en het LUMC. Ze is tevens voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Functies die uitstekend passen bij haar idealen en voorgeschiedenis. Eerder was ze staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In Ministerie van de verbeelding evalueert ze haar politieke carrière, legt er rekenschap over af, analyseert wat er mis gaat in de politieke praktijk en geeft aan wat er zou moeten veranderen om niet alleen het vertrouwen in de politiek te herstellen, maar ook om de burger meer houvast te geven in deze complexe tijden.

Heldere structuur

Dat een boek over politiek zo boeiend kan zijn, had ik niet verwacht. Het heeft ongetwijfeld te maken met de aandacht die besteed is aan de structuur ervan. In de acht hoofdstukken van het boek wordt steeds één thema uitgelicht. Daarbinnen komt eerst de voorgeschiedenis van het betreffende thema aan bod, daarna de rol die Jet Bussemaker er zelf in heeft gespeeld en het sluit af met een conclusie. Die geeft nog eens helder weer welke ontwikkelingen er waren en hoe het verder zou moeten. Aan de beurt komen de zorg, het onderwijs, diversiteit, emancipatie, cultuur, wetenschap en beleid en de kloof tussen burger en bestuur.

Van kraker tot minister

In het eerste hoofdstuk beschrijft Jet Bussemaker haar leven, met ruime aandacht voor haar achtergrond en de oorsprong van haar idealen. Het stukje geschiedenis in dit hoofdstuk bestaat voor een belangrijk deel uit de maatschappelijke omstandigheden in de jaren 70 en 80. En hoe haar idealen haar uiteindelijk als vanzelfsprekend op een plek brengen die ze niet per se nastreefde: in de politiek. En zo uiteindelijk via Groen Links bij de PvdA uitkomt, aanvankelijk als Kamerlid en tenslotte als Staatssecretaris en Minister. Eindelijk in de gelegenheid om echt iets met haar idealen te kunnen doen. Dacht ze.

Het is het enige hoofdstuk met een persoonlijke conclusie. Het eindigt met:

"Idealen alleen zijn in die positie niet genoeg, je moet er steun voor vinden en ze praktisch zien te vertalen. Hoe kun je sturen op het "publieke belang" in een tijd van complexe problemen, veeleisende burgers en politieke fragmentatie? Aan de hand van onderwerpen waar ik als bewindspersoon betrokken ben geweest schets ik in de volgende hoofdstukken mijn zoektocht naar de verhouding tussen progressieve idealen over emancipatie en gelijke kansen, en de politieke praktijk."

De zorg als voorbeeld

Het tweede hoofdstuk heeft als titel: Tussen systemen en mensen. Van kwaliteit van zorg naar kwaliteit van leven. Er was al heel wat gebeurd in de zorg als Jet Bussemaker in 2007 staatssecretaris van VWS wordt. Ze legt met een voorbeeld uit wat deze voorgeschiedenis voor haar betekent als bewindspersoon. Een spannend verhaal maakt duidelijk dat de privatisering van de zorg het onmogelijk maakt voor een bewindspersoon om in te grijpen als een thuiszorgorganisatie op het punt staat failliet te gaan en alle hulpbehoevende cliënten daar de dupe van dreigen te worden. Ongelooflijk wat er zich allemaal achter de schermen afspeelde en welke onorthodoxe wegen ze bewandelde om de schade voor de cliënten te beperken. Zo zijn meer voorbeelden. Respect waarop ze deze zaken behandelt zonder de verantwoordelijkheid af te wijzen, maar wel aangeeft welke politieke en praktische omstandigheden haar belemmeren bij haar pogingen haar idealen te verwezenlijken. En geregeld moet volstaan met het afzwakken van wat tegen haar idealen indruist.

De andere beleidsterreinen

Zo zit elk hoofdstuk vol met boeiende verhalen waar de meeste kiezers geen weet van hebben. Je bent minister, dus je moet het oplossen. Dat dat soms heel moeilijk of onmogelijk is, maken deze voorbeelden duidelijk. Het voert te ver daar in deze recensie nader op in te gaan. Maar ze zijn stuk voor stuk boeiend om te lezen. Zoals in het hoofdstuk: Cultuur. Bron van verbinding en confrontatie. Het is niet eenvoudig om minister te worden na de afbraak van de culturele sector door de VVD onder Halbe Zijlstra. Zeker niet in een kabinet dat door de crisis extra moet bezuinigen. Terwijl je lijdzaam moet toezien hoe gemeenten bibliotheken en muziekscholen sluiten, die juist zouden moeten zorgen voor gelijke kansen, dient zich de mogelijke aankoop van twee belangrijke schilderijen door het Rijksmuseum aan. Logisch dat de publieke opinie is: is daar dan wèl geld voor? Het is goed eens het hele, best spannende, verhaal te lezen.

Vertrouwen geven aan professionals, minder regeldruk: zowel in de zorg als in het onderwijs is dat gewenst. Een ministerie van Emancipatie zou een oplossing kunnen zijn voor het haperende beleid dat nu over teveel ministeries is verdeeld. In het hoofdstuk over dat thema een voorbeeld over hoe een tendentieuze kop boven een artikel in de krant je hele beleid in een kwaad daglicht kan zetten. 

Verbroken verbindingen

In het laatste hoofdstuk, met als ondertitel Over bestuurs- en verbeeldingskracht, maakt Jet Bussemaker de balans op. Het gaat niet goed zo. Maar hoe dan? Ze geeft tal van voorbeelden van organisaties en burgers die zelf al een andere weg inslaan. Ze ontwikkelen een tegenmacht. Terug naar de menselijkheid, naar goed onderwijs, naar zorg waarin de mens centraal staat en niet de efficiëntie, waar het gaat om gezondheid te behouden in plaats van ziekten te bestrijden. In plaats van bureaucratische tegenwerking vragen burgers om facilitering van hun ideeën en initiatieven.

"Ouderen-woon- en zorgcoöperaties groeien als kool. Waar structuren mensen in de steek laten organiseren ze het zelf. Ook hier komt de maakbaarheid van onderop."

Er is een visie nodig die over kabinetten heen reikt. Een doel om in kleine stappen naar toe te werken. Ze noemt zeven zinnige uitgangspunten die daarbij nodig zijn en werkt ze uit. Zet bij beleid morele uitgangspunten boven procedures en financiën, zet een stip op de horizon door lange termijn doelen te formuleren via een missie, financier samenwerking, borg diversiteit in organisaties, stimuleer publiek debat, organiseer tegenkracht en creativiteit, altijd en overal.

Haar slotwoord:

"De wens om te komen tot spreiding van kennis, macht en inkomen is nog altijd actueel. Ik ben illusies armer geworden, maar geloof nog steeds in idealen. Ik geloof in een overheid die beschermt wat weerloos en breekbaar is, zowel in personen, als in materie. Die de wijze waarmee we met kwetsbare groepen omgaan, beschouwt als lakmoesproef voor onze beschaving. Die gelijke kansen voor iedereen als leidraad van handelen neemt. Omdat grote ongelijkheid onrechtvaardig is, maar ook omdat het onze maatschappelijke veerkracht ondermijnt. Het gaat over de kern van ons bestaan. Zonder hart valt de samenleving uiteen. Er staat veel op het spel."

Ministerie van de verbeelding is niet alleen een boeiend kijkje in de keuken van het politieke bedrijf, maar ook een analyse van welke stappen er nodig zullen zijn om de kloof te dichten en het vertrouwen te herstellen tussen burger en overheid. Het boek heeft een heldere opbouw en is in een prettige stijl geschreven. Moeilijke begrippen worden vermeden of op een terloopse manier in een volgende zin verduidelijkt. Het stelt gerust dat ondanks alles de veerkracht en de idealen van Jet Bussemaker niet verloren zijn gegaan.

Jet Bussemaker - Ministerie van Verbeelding: idealen en de politieke praktijk. Amsterdam, Balans, 2021. Pb., 304 pg., lit. opg. ISBN:978-94-638-21445.

© Jannie Trouwborst, maart 2021.