maandag 15 februari 2021

Karin Amatmoekrim - De man van veel

Bijna elk volk heeft een eigen taal en een lange voorgeschiedenis. In die taal worden het spiritueel gedachtegoed en de culturele tradities aan het nageslacht doorgegeven. Net als de verhalen over de bijzondere daden van (al dan niet mythische) helden. Het is een rijk bezit, waarop voortgebouwd kan worden. 

 Een volk van veel 

In Suriname ligt dat anders. Een steeds kleiner wordende groep oorspronkelijke bewoners (de inheemse indianen) leeft een teruggetrokken bestaan in het oerwoud. Ze vormen een minderheid en de vraag is hoelang dit volk nog vast kan houden aan hun eigenheid.

Alle andere bevolkingsgroepen in Suriname komen uit alle delen van de wereld, al dan niet vrijwillig: Europeanen als plantage-eigenaren en zendelingen,  Afrikanen als slaven, Aziaten uit India en voormalig Nederlands-Indië als contractarbeiders. Om onderling te communiceren werd Nederlands de standaardtaal en dat is het nog steeds. Daarnaast is het Papiamento ontstaan als onderlinge spreektaal. Zo bezien bestaat het nieuwe Surinaamse volk pas zo'n 350 jaar.  Afgesneden van culturele wortels is het moeilijk om vast te houden aan de eigen taal en het oorspronkelijke gedachtegoed uit het geboorteland. Zeker als het Nederlandse onderwijs meer op Nederland dan op de eigen bevolking is gericht. (In voormalig Nederlands-Indië speelde dit minder: ondanks de kolonisatie veranderden de inlandse talen niet en kon men na vertrek van de Nederlanders weer terugkeren naar de eigen taal en tradities.) 

De man van veel 

Een jong volk heeft nieuwe helden nodig. En die zijn er ook. Dat is wat de oma van Anton de Kom hem duidelijk maakt, als hij haar enthousiast vertelt over de grote helden: Michiel de Ruyter, Hugo de Groot, Piet Hein en Willem de Zwijger. “Dat  zijn Hollandse helden, maar wij hebben ze ook. Het zijn de slaven die geloofden in de vrijheid en dat met een afschuwelijke dood moesten bekopen.”  Het maakt indruk op de kleine jongen. Het is de aanloop naar een leven in dienst van de onderdrukten.

De Kom maakte in Nederland naam als mensenrechtenactivist en sprak zich uit tegen het kolonialisme en tegen de uitbuiting van contractarbeiders in Suriname en Nederlands-Indië. Zijn ideeën werden als staatsgevaarlijk beschouwd en tijdens een bezoek aan Suriname werd hij lange tijd zonder protest gevangen gezet. Nadat bij een bloedig neergeslagen protest van arbeiders tegen zijn gevangenschap doden en gewonden vielen, werd hij verbannen naar Nederland. De crisis en zijn roemruchte verleden brachten hem in grote financiële problemen, omdat hij geen werk meer vond en nauwelijks kon zorgen voor eten voor zijn vrouw en vier kinderen. In de winter van 1939 werd hij zwaar overspannen gedwongen opgenomen.

Karin Amatmoekrim heeft de feiten uit het leven van de Surinaamse Anton de Kom (1898-1945) verwerkt in een roman. Een hele geloofwaardige en aangrijpende roman, waarin het beschreven onrecht je af en toe bij de keel grijpt. Zowel het onrecht dat Anton de Kom wilde bestrijden als dat wat hemzelf overkwam en dat hem tenslotte in een gesloten psychiatrische inrichting deed belanden. 

De roman

De roman is zo geconstrueerd dat we zowel het ziekteverloop, als de gebeurtenissen daarvoor in het leven van Anton de Kom meemaken.  Een slaapkuur met angstaanjagende dromen, gesprekken met de psychiater, zijn behoefte weer te schrijven, zijn herinneringen. Alles tezamen vertelt het verhaal van een gedreven man, die alles gaf voor het lot van onderdrukten en de strijd tegen onrecht. Het boek eindigt met zijn thuiskomst in maart 1940, maar in de epiloog laat Karin Amatmoekrim ons nog weten dat bij het uitbreken van de oorlog Anton zich aansluit bij het verzet. In augustus 1944 wordt hij opgepakt en hij overlijdt eind april 1945 in een concentratiekamp.

Heldendom: het zet je wel aan het denken dankzij deze roman. Willem de Zwijger was een held, omdat hij het gezag van de Spaanse koning niet langer aanvaarde en vrijheid van godsdienst bevocht, maar ook een zelfstandige Republiek der Nederlanden wist te grondvesten. Anton de Kom die de kolonisatie veroordeelde en de vrijheidsstrijd in Suriname en Nederlands-Indië steunde, was staatsgevaarlijk. Andere tijden? Misschien. Maar ieder weldenkend mens dat terugkijkt, kan alleen maar concluderen dat het zo niet had gemoeten. 

De geschiedenis van Suriname 

Het is niet verwonderlijk dat de Bezige Bij heeft besloten Karin Amatmoerkrim te vragen over de geschiedenis van Suriname te schrijven. Het boek "Suriname. Een geschiedenis" zal gepubliceerd worden in 2023. Het zal gebaseerd zijn op zeldzaam archief materiaal, maar vooral ook op honderden interviews die ze zal afnemen met Surinamers uit alle lagen van de bevolking. Hun verhalen zal Amatmoekrim in haar grote geschiedenis integreren. Het wordt een meeslepende geschiedenis, bekeken vanuit een internationaal perspectief, doch steeds verteld vanuit de Surinamers zelf.

Ik ben benieuwd naar de nieuwe helden die we daar nog tegen gaan komen.

Karin Amatmoekrim - De man van veel. Amsterdam, Prometheus, 2021. Voorw. Astrid H. Roemer. Geb., 3de druk,  272 pg., ISBN: 9789044647556

© Jannie Trouwborst - februari 2021 

donderdag 11 februari 2021

Julia Wouters - De ZIJkant van de macht

Januari 2021. De politieke partijen lopen zich warm voor de verkiezingen op 17 maart. De kandidatenlijsten voor de Tweede Kamer worden vastgesteld. Wat opvalt, is het record aantal vrouwelijke lijsttrekkers. Ook staan er meer vrouwen op verkiesbare plaatsen dan er nu in de Kamer zitten. Zou er dan eindelijk een barst komen in het bolwerk van vooral witte mannen in wat een afspiegeling van onze bevolking zou moeten zijn? Want dat we er nog lang niet zijn, moge duidelijk zijn. En niet alleen vrouwen zijn er ondervertegenwoordigd.

Julia Wouters (1968) kent de Nederlandse politiek door en door. Zij is politicoloog en was elf jaar lang de rechterhand van Lodewijk Asscher als zijn politiek adviseur en speechschrijver. Daarvoor werkte ze als journalist en als parlementair verslaggever bij verschillende actualiteitenprogramma’s. De ondertitel van haar boek De Zijkant van de macht luidt: Waarom de politiek te belangrijk is om aan mannen over te laten. Deze quote komt van Els Borst (Minister van Volksgezondheid in de kabinetten Kok I en Kok II. In het laatstgenoemde kabinet was ze tevens tweede vicepremier.). Twee andere toepasselijke quotes die ze als motto hanteert, zijn: Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan (Pippi Langkous) en Je gaat het pas zien als je het door hebt (Johan Cruijff).

Want wat is de reden, volgens Wouters, dat er in onze politiek naar verhouding zo weinig vrouwen actief zijn? Dat in de kabinetten van de laatste jaren steeds minder vrouwen benoemd worden? Dat er op dit moment zelfs minder vrouwen in de Tweede Kamer zitten dan een aantal jaar geleden, dat ook in de gemeenteraden het aantal vrouwen aan het afnemen is? Ligt dat aan de mannen die nu nog de dienst uitmaken of zouden ook de vrouwen zelf stappen moeten zetten? Maar hoe dan en wat zijn de belemmeringen?

In een heldere analyse, vol herkenbare anekdotes, schets ze een compleet beeld van de huidige status quo en geeft ze adviezen hoe daar verandering in gebracht zou kunnen worden. Waarbij de quotes van Pippi Langkous en Johan Cruijff een belangrijke rol spelen.

Ze begint haar boek met de geschiedenis van vrouwen in de politiek. Het is goed om eens op een rijtje te hebben welke rol vrouwen gespeeld hebben bij het verkrijgen van het algemeen kiesrecht (ook voor mannen zonder een hoog inkomen!) en om zelf gekozen te kunnen worden in de Tweede Kamer. De eerste en tweede feministische golf geven hoop. Maar daarna stokt het, er is zelfs sprake van een terugloop van de deelname van vrouwen in de politiek. Dat vrouwen daar belangrijke dingen kunnen doen, laat ze met voorbeelden uit het verleden zien in het volgende hoofdstuk: Vrouwenzaken vragen om vrouwelijke politici.

In de daarop volgende hoofdstukken komen alle mogelijke redenen en oorzaken aan bod die ervoor zorgen dat het moeilijk is, maar ook soms gewoon angstaanjagend lijkt, om je als vrouw in de politiek te kunnen manifesteren. Elk hoofdstuk vat in aparte kaders de tips en aandachtspunten nog eens samen. Allereerst is er het vechten tegen alledaags seksisme en hardnekkige vooroordelen. Hoe het te herkennen en te ontdekken hoe daar mee om te gaan. Dan het weerleggen van de bewering van Rutte dat zijn kabinet weinig vrouwen bevat omdat ze niet te vinden zouden zijn. Hij heeft niet goed genoeg gezocht, stelt Wouters, maar, geeft ze toe, het ligt er ook aan hoe je vrouwen benadert. 

Zoals uit meerdere hoofdstukken blijkt, zijn er grote verschillen tussen het gedrag en de reacties van mannen en van vrouwen. Waar een man bijvoorbeeld vrij snel toestemt om aan een kabinet deel te nemen, heeft een vrouw meer tijd nodig. Omdat haar overwegingen anders zijn. Allerlei aspecten die daarbij een rol spelen behandelt ze in de hoofdstukken over de slangenkuil die de politiek kan zijn, geen excuustruus willen zijn, sisterhood en de krabbenmand,  mediaolgica en machisma, tranen en emoties, uiterlijkheden en onheuse bejegening, de eventuele kinderen, domineren (je niet laten wegdrukken en je laten gelden waar nodig). 

Er is werk aan de winkel voor vrouwen die de politiek in willen. De anekdotes waarmee Wouters dat illustreert zeggen genoeg. Maar het kan wel. En ze zijn hard nodig. Niet om tegenover de mannen geplaatst te worden, maar om het evenwicht te herstellen in de besluitvorming. Waarbij een vrouwelijke inbreng noodzakelijk is. In het slothoofdstuk: Met man en macht zet ze nog eens uiteen wat mannen kunnen doen om het voor vrouwen mogelijk te maken om prettig samen te kunnen werken voor de publieke zaak. Ze zijn zich vaak niet eens bewust van de vooroordelen waarmee ze naar vrouwen in de politiek kijken en hen de maat nemen. Al zijn er gelukkig genoeg die open staan voor verandering. Ook zij krijgen het woord.

Een vlot geschreven en prettig leesbaar boek, waarin veel bekende politici (vrouwen èn mannen) hun zegje doen en sprekende voorbeelden geven bij het betoog. Met verrassende inzichten en praktische tips om de samenwerking tussen mannen en vrouwen in de politiek tot een succes te maken.

Julia Wouters - De zijkant van de macht. Waarom de politiek te belangrijk is om het aan mannen over te laten. Amsterdam, Balans, 2019 Tweede dr., 272 pg., met lit. opg. ISBN:978-94-600-3881-5.

©Jannie Trouwborst, februari 2021.

maandag 18 januari 2021

Chris de Stoop - Het boek Daniel

In Vlaanderen is Chris de Stoop (1958) bekender als succesvol auteur en journalist dan hier in Nederland. Sinds 1992 schrijft hij literaire non-fictie over veelal sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen en problemen. In Nederland kwam zijn doorbraak met het succes van en de prijzen voor Dit is mijn hof. Het is het verhaal over het verdwijnen van het traditionele boerenbedrijf in Vlaanderen, aan de hand van de ervaringen van zijn eigen ouders en familie. Dat het boek zo aansloeg in Nederland is gekomen door de ontpolderingsperikelen in de Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen, waar dezelfde problemen speelden.

Met Het boek Daniel bouwt hij hier min of meer op voort. Ook hier ligt een persoonlijk verhaal ten grondslag aan een verhaal waarin het verdwijnende boerenleven een grote rol speelt. De manier waarop de feiten over de dood van Oom Daniel verteld worden is bijzonder. Door de spanningsopbouw en de stijl mag het met recht literaire non-fictie genoemd worden.

Oom Daniel

Chris de Stoop kent zijn Oom Daniel niet zo goed. Hij woont ver weg in Wallonië in een vierkantshoeve, zoals wij die ook nog wel in Limburg kennen. Hij leeft er alleen: na het verzorgen van zijn ouders en gehandicapte broer tot aan hun overlijden had hij graag willen trouwen, maar dat zat niet mee. Hij trekt zich terug op zijn hoeve, met enkele koeien, kippen en wat akkers rondom. Contacten met de rest van het dorp heeft hij nauwelijks. Hij komt er één keer per week om wat boodschappen te halen. Vlak voor sluitingstijd, op verzoek van de supermarkteigenaar, om de andere klanten niet af te schrikken: hij ziet er te onverzorgd uit.

Op een avond brandt zijn hoeve af en Oom Daniel komt schijnbaar om in de vlammenzee. Maar in het dorp zijn opeens jongeren die zich dure spullen kunnen veroorloven, er worden stoere verhalen verteld. Wat is er gebeurd?

Rechtspraak in België

De vijf jongeren worden opgepakt en verhoord. Er wordt een uitgebreid onderzoek uitgevoerd en alles wordt vastgelegd in een flinke stapel papier. Dat Chris deze dossiers te lezen krijgt, heeft te maken met de manier waarop de Belgische rechtspraak functioneert. De verdenking van moord betekent dat het proces gevoerd zal worden bij het Hof van Assisen (een rechtbank voor de ernstigste misdaden), waarbij een publieksjury een bindende uitspraak zal doen. Naast wat wij de officier van justitie zouden noemen, is er daarbij nog sprake van een burgerlijke partij: de benadeelde of zijn erfgenamen. De familie vraagt Chris de Stoop of hij die taak op zich wil nemen. En zonder te beseffen wat hij zich daarmee op de hals haalt, stemt hij toe.

Het begint ermee, dat hij inzage krijg in het volledige dossier. Ondanks de aanvankelijke schrik vanwege de omvang, blijkt het een geschikte bron om meer te weten te komen over deze eigenzinnige oom en de achtergronden en motieven van de daders. Dat alles te samen vormt de basis van Het boek Daniel.

Schrijver en journalist

Voor de journalist gelden in de eerste plaats de feiten en achtergronden, voor de schrijver het goed vertellen van een verhaal. Dat dat heel goed samen gaat, bewijst Chris de Stoop in dit boek opnieuw. Hij wisselt de ontrafelde gebeurtenissen die tot de dood van Oom Daniel geleid hebben af met de gesprekken en gebeurtenissen rond de rechtsprocedure. Voor de rechtszitting spreekt hij met iedereen die hem meer kan vertellen over zijn eenzelvige oom. Hij leert hem steeds beter kennen. Erna met onder andere een psycholoog en enkele van de daders. 

En al weten we van te voren dat Oom Daniel het niet zal overleven, het blijft een spannend verhaal. Al is voelbaar dat hij te doen heeft met zijn oom, dat hij verontwaardigd is over wat er met hem gebeurde en hoopt dat er recht gedaan zal worden aan wat hem overkwam, slaagt hij er toch in het verhaal zo neutraal mogelijk te reconstrueren. En achteraf het journalistieke verhaal compleet te maken door te proberen om te doorgronden wat deze jongemannen dreef tot deze daad.

Een aangrijpend verteld en waargebeurd verhaal dat nog lang nawerkt in je hoofd. Want wat moet je bijvoorbeeld met de conclusie van de gerechtspsycholoog?

"Je hebt dus drie partijen die elkaar versterken,"besluit de gerechtspsycholoog. "De samenleving die mensen uitsluit. De jongeren die geen plek vinden in de maatschappij. En het slachtoffer dat zichzelf buiten de gemeenschap plaatst. Elk van die drie heeft bijgedragen tot dit drama."

"Bedoelt u dat Oom Daniel medeverantwoordelijk is?"

En dan zegt de psycholoog iets wat me bevreemdt: "Hij heeft ook zichzelf ontmenselijkt. Hij heeft voor sociale zelfmoord gekozen."

Zijn lijden was er niet minder om.

Chris de Stoop - Het boek Daniel. Amsterdam, De Bezige Bij, 2020. Geb. 254 pg., isbn:978-94-031-0271-9

© Jannie Trouwborst, januari 2021.

dinsdag 1 december 2020

Jeanne Siaud-Facchin - Te intelligent om gelukkig te zijn?

Jeanne Siaud-Facchin is psychotherapeut en specialist op het gebied van hoogbegaafdheid. Van haar boek Te intelligent om gelukkig te zijn? werden in Frankrijk meer dan 300.000 exemplaren verkocht. Als je bedenkt dat het al in 2008 in Frankrijk is verschenen, dan hebben we in Nederland wel erg lang moeten wachten op een vertaling van dit belangrijke boek. 

Hoogbegaafdheid bij volwassenen 

Waarom is dit boek van belang? De ondertitel luidt: Hoogbegaafdheid bij volwassenen. Tegenwoordig, betoogt de schrijfster, is er gelukkig steeds meer aandacht voor het hoogbegaafde kind. Al kan het nog steeds beter. Maar voor volwassenen is niet veel aandacht. Vaak weten volwassenen niet eens dat ze hoogbegaafd zijn en gaan ze pas iets vermoeden als blijkt dat hun kinderen het zijn. Of als ze vast lopen in hun leven en vanwege depressieve of andere klachten bij een therapeut aankloppen. En dan is het te hopen dat de therapeut de verborgen hoogbegaafdheid herkent en ze niet verder van de wijs brengt met een verkeerde therapie.

De term Hoogbegaafdheid bevalt Siaud-Facchin niet. Hij komt voort uit de grafiek die je kunt tekenen van de intelligentie van de totale bevolking. Die begint laag bij zwakbegaafd en loopt dan omhoog naar normaal en weer omlaag naar hoogbegaafd. Deze grafiek ontstaat via een IQ-test, die de intelligentie zou moeten meten. De meeste mensen zitten in de middenmoot, tussen 90 en 130. Voor 2,5 % van de bevolking komt daar een getal uit van 130 of meer. Zij worden hoogbegaafd genoemd. 

Jeanne Siaud-Facchin benadrukt dat hoogbegaafd zijn niet betekent dat je intelligenter bent dan anderen, maar dat je een ander soort intelligentie bezit. Bij de laatste wetenschappelijke onderzoekingen is vastgesteld, dat de hoogbegaafde niet meer grijze hersencellen bezit (zoals vroeger aangenomen werd), maar juist meer verbindingen. "Niet het aantal neuronen is onderscheidend, maar het aantal verbindingen", stelt ze. Daardoor gaat het denken sneller en via meer wegen en vertakkingen. De gevolgen daarvan legt ze uitgebreid uit en vat ze dan samen:

Hypergevoeligheid, voortdurende inmenging van de gevoelswereld, een verhoogd waarnemingsvermogen van de vijf zintuigen, een empathische vermogen waardoor de gevoelens van alle mensen in de omgeving worden waargenomen, een meer dan gemiddelde ontwikkeling van de vijf zintuigen die ongevraagd invloed heeft op de persoonlijkheid. 

De intelligentie van de hoogbegaafde is rijk en krachtig, maar is gebaseerd op andere cognitieve patronen dan bij andere mensen. Ze somt op:

De hersenactiviteit is ongewoon groot - Het aantal zenuwverbindingen is significant groter, het neuronen netwerk vertakt zich naar alle gebieden van de hersenen - Informatie verspreidt zich netwerkachtig en leidt zo tot versnelde gedachten associaties die zich moeilijk laten structureren - Een tekort aan latente remming dwingt het brein om alle informatie uit de omgeving op te nemen zonder filter: de hoogbegaafden hebben HET HOOFD VOL - Door de verhoogde overdrachtssnelheid tussen de verbindingen is het onmogelijk om terug te komen op oplossingsstrategieën van een probleem, omdat het onbewuste processen zijn - De intuïtieve intelligentie is gebaseerd op beelden en kan leiden tot problemen met de uitdrukking in taal, met woorden en verbale structuren - Deze cognitieve en affectieve kenmerken van hoogbegaafden worden bevestigd door de huidige wetenschap, met name door de neurowetenschappen. Het gaat daarbij niet om vermoedens, noch om mythen of fantasie, maar om bewijsbare realiteit.

Maar eerst het kind

Iedere volwassene is uiteraard ook kind geweest. Daarom beschrijft ze eerst in een aantal hoofdstukken de ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen. Wanneer is het ontdekt, hoe is er mee omgegaan door ouders, leerkrachten en therapeuten? Welk stempel kreeg het kind waarbij het niet ontdekt werd en zich op school niet gedroeg zoals de andere kinderen? En welke invloed hebben al deze ervaringen op de ontwikkeling gehad van peuter tot en met puber. Hoe heeft dat doorgewerkt in hun volwassen leven en hebben ze wel of niet leren leven met hun anders zijn?

Ontdekken dat je hoogbegaafd bent op volwassen leeftijd is niet gemakkelijk. Er is soms wel een vermoeden, maar er is al teveel gebeurd in het leven en er is al teveel onbegrip geweest om met het vermoeden naar buiten te komen. Zelfs de diagnose, die via een IQ test en een persoonlijkheidstest gesteld kan worden, wordt vaak gewantrouwd.

Hoe is het om een hoogbegaafde volwassene te zijn?

In de daarop volgende hoofdstukken gaat zij nader in op de volwassen hoogbegaafden. Hun persoonlijkheid met onverwachte facetten. Hoe moeilijk het is om hoogbegaafd te zijn, zowel op emotioneel gebied als praktisch, te midden van mensen die je niet of verkeerd begrijpen of over je oordelen. Eenmaal in therapie zullen ze gaandeweg ontdekken dat ze niet vreemd zijn, dat ze zich bijvoorbeeld niet langer aan hoeven te passen, dat ze zichzelf terug kunnen vinden. Maar ook welke handicaps hun speciale intelligentie met zich meebrengt en hoe ze daar mee om kunnen leren gaan en er het beste voor zichzelf en de wereld uit kunnen halen. Ook is er een hoofdstuk over hoogbegaafde vrouwen, moeders en partners. En één over wat hoogbegaafdheid met relaties doet.

En degenen met wie het goed gaat?

Gelukkig gaat het met veel volwassen goed. Dankzij goede begeleiding in hun jeugd of door het bewandelen van de juiste weg en er alles aan te doen om zich goed te voelen. Daarbij hoort in veel gevallen de hulp van een goede therapeut. Die te vinden is niet altijd gemakkelijk. Het vertrouwen te winnen van iemand die intelligenter is dan de therapeut zelf, is lastig als de cliënt zich altijd al onbegrepen gevoeld heeft. Bovendien is elke persoonlijkheid en voorgeschiedenis anders en vraagt dus om een andere benadering. Maar wanneer eenmaal de juiste snaar geraakt is, kunnen er vorderingen gemaakt worden. Al kan het een lange weg zijn. 

In het één na laatste hoofdstuk staan een aantal zinnige tips over wat je zelf kunt doen om je goed te voelen. Vergezeld van voorbeelden van lotgenoten uit de praktijk van Siaud-Facchin. Tenslotte waarschuwt ze voor het gevaar van een verkeerde diagnose. Wie niet genoeg ervaring heeft met deze mensen kan hun gedrag duiden als schizofrenie, een bipolair ziektebeeld of borderline. Maar ook bij depressie, angststoornissen of fobieën is het oppassen. Deze laatste drie worden vaak wel juist herkend, maar moeten begrepen worden in samenhang met de structurele bijzonderheden bij hoogbegaafden. 

Het boek eindigt bemoedigend: recent onderzoek bevestigt de voordelen van een grote intelligentie. Wat psychische aandoeningen betreft, is verhoogde intelligentie ook een beschermingsfactor.

Voor wie is dit boek?

Voor iedereen die te maken heeft met hoogbegaafdheid en voor wie er beroepsmatig in is geïnteresseerd. Voor ouders van hoogbegaafde kinderen en voor mensen die wel eens heel voorzichtig durven te denken dat ze misschien ook..., want... Die een stap naar een therapeut niet aandurven, omdat het zo aanmatigend klinkt: hoogbegaafd.

Het boek is helder geschreven en prettig leesbaar. Men vindt er herkenning en geruststelling in bij twijfel aan de eigen hoogbegaafdheid. Het geeft hoop en moed voor wie ermee worstelt en zich niet gelukkig, onbegrepen en buitengesloten voelt. Kortom: Te intelligent om gelukkig te zijn? Dat is nergens voor nodig!

Jeanne Siaud-Faccin- Te intelligent om gelukkig te zijn? Hoogbegaafdheid bij volwassenen. Amsterdam, Balans, 2020. Pb., 329 pg., isbn:978-94-638-2077-6.

© Jannie Trouwborst, december 2020.

woensdag 28 oktober 2020

Twan Huys - Wandellust

Het motto dat Twan Huys, journalist en schrijver, aan Wandellust meegegeven heeft, luidt: "Wandelen is het beste medicijn - Hippocrates". Dat deze uitspraak vaak klopt, ondervinden steeds meer mensen. Het wandelen is aan een opwaardering bezig. En daarmee de belangstelling voor boeken over het onderwerp. Is dit dan het zoveelste "wandelboek"? Dat zou ik niet willen beweren, want heeft toch weer een andere invalshoek.

De voorgeschiedenis

Twan Huys ging door een moeilijke periode in zijn leven en om daar mee om te kunnen gaan, greep hij terug op iets wat hij van jongs af aan kende: landschapswandelingen maken. In de inleiding vertelt hij dat hij tijdens zijn werkzame leven als correspondent en journalist op allerlei plekken in de wereld gewandeld heeft. En in de loop van het boek komen voorbeelden voorbij van korte of langere wandelvakanties met de hele familie, vroeger en nu nog steeds, vaak in Nederland. Wat is heerlijker dan een huisje huren in de vrije natuur en van daar er met z'n allen op uit trekken. Praten met elkaar gaat vaak vanzelf al wandelend.

Hij realiseert zich dat hij het landschap van zijn jeugd goed kent, maar de natuurgebieden in de rest van Nederland een stuk minder. Hij geeft zichzelf een jaar de ruimte in alle rust al wandelend Nederland te herontdekken en besluit dat te combineren met interviews. Niet alleen omdat hij nu eenmaal journalist is, maar ook omdat het heerlijk is om op pad te gaan met gelijkgestemden.

De gasten

"Te voet het bos in, de hei op, door de polder en op het strand zie ik Nederland eigenlijk nu pas voor het eerst. En het blijkt spectaculair mooi. Dit jaar wandel ik met mijn gezin, mijn ouders, vrienden, boswachters en andere mensen die me dierbaar zijn. Zielsverwanten met liefde voor de natuur en fervente wandelaars. Over hun levens en de mooiste Nederlandse wandelgebieden gaat dit boek."

Naast de familieleden en boswachters, komen onder anderen voorbij: Prinses Irene, Herman Finkers, Geert Mak en Jane Goodall. Er is aandacht voor Jan Wolkers en zijn verblijf op Rottumerplaat. Omdat de gesprekken geen diepte-interviews zijn, gaan ze veel meer over de beleving van het landschap en de invloed van de omgeving daarvan. En de drijfveren die mensen kunnen hebben om het geluk en de zingeving die ze daarin vinden, aan anderen door te geven.

De routes

Twan Huys wandelt in 18 natuurgebieden, verspreid over heel Nederland. Het zijn zeker mooie gebieden, naar zijn zeggen de mooiste, maar er zijn er natuurlijk nog veel meer. Toch is het een goed begin om via dit boek lezers uit te nodigen daar eens een kijkje te nemen: je wordt vanzelf nieuwsgierig naar de rest.

In elk geval krijgt de lezer veel informatie over het gebied: de geschiedenis, de bijzondere kenmerken, informatie van de boswachter en een suggestie voor het nalopen van een wandelroute. Dat is soms de verwijzing naar een bestaande wandelroute of anders een korte beschrijving van de afgelegde route. Het startpunt wordt aangegeven, de lengte van de tocht en de pleisterplaatsen onderweg.

Een compleet boek

Voor wie is dit boek? Het is geen wandelgids, het is geen boek met diepte-interviews, het is geen natuurboek en zeker geen zelfhulpboek. Het is van alles wat, op de juiste manier gecombineerd en gedoceerd en daardoor heel prettig om te lezen. Voor elke fervente wandelaar en natuurliefhebber vol herkenbare gevoelens en ervaringen. En voor de beginners een aanmoediging. 

Een persoonlijke noot

Zelf beleefde ik het meeste plezier aan het lezen van het hoofdstuk over Tiengemeten. Vijftien jaar wonen we nu in Zeeuws-Vlaanderen en we hebben het hele proces van de opoffering van de Hedwigepolder meegemaakt. Het was een déjà-vu. Daarvoor woonden we 30 jaar op Voorne-Putten. We kenden het eiland Tiengemeten dus nog in de oorspronkelijke staat, met de grote boerderijen en de kinderen die in auto's zonder kentekenplaat mochten rondrijden, zonder rijbewijs. Wat was mijn puberzoon daar jaloers op! Dat ze in strenge winters met een helikopter van het eiland gehaald werden om naar school gebracht te worden, was helemaal spectaculair. Maar het eiland zelf was als boerenland met kreken en een stukje slikken en gorzen wat mij betreft ook mooi. Net zo mooi als ik de Hedwigepolder vond. We hebben alle veranderingen op Tiengemeten zien gebeuren en zeker in het begin waren we er niet enthousiast over. Toen het ergens op begon te lijken, waren wij al verhuisd. 

Als ik het enthousiaste verhaal van Twan Huys over het gebied van nu lees, weet ik dat we weer eens terug moeten. Ik hoop nog mee te maken, dat ik op den duur net zo enthousiast kan worden over de ontpolderde Hedwigepolder.

Twan Huys - Wandellust. Amsterdam, Prometheus, 2020. Pb, 231 pg., ills., krtn.

© Jannie Trouwborst, oktober 2020. 

Lees ook wat Stien in haar blog erover schreef: KLIK HIER.

vrijdag 2 oktober 2020

Pauline Broekema - Tekenares van Montparnasse

Het begin van de geromantiseerde biografie van Edith Auerbach is spannend en veelbelovend. Een Nederlandse kunsthandelaar struint in de jaren negentig van de vorige eeuw in Parijs over de grootste vlooienmarkt van Europa. Op zoek naar iets bijzonders dat andere handelaren over het hoofd gezien hebben. Hij lijkt geen geluk te hebben totdat een bijzonder schilderij zijn aandacht trekt. Het is gemaakt door Edith Auerbach. Hij heeft nog nooit van haar gehoord. De markthandelaar vertelt hem dat hij nog veel meer van haar heeft en toont hem een map vol tekeningen en handgeschreven documenten. Op de tekeningen staan de portretten van vele bekende kunstenaars uit het begin van de 19de eeuw, maar ook van onbekende personen. Allen in enkele potloodstrepen treffend gekarakteriseerd. Daartussen ook enkele zelfportretten. Maar verder heel weinig waaruit iets over haar leven opgemaakt kan worden. Behalve dat ze in 1899 in Keulen geboren werd. 

Tekenares van Montparnasse - de geromantiseerde biografie

Pauline Broekema heeft zich enorm ingezet om zoveel mogelijk over deze "eigenzinnige kunstenares" te weten te komen. Daarbij doet ze allerlei bijzondere ontdekkingen. In de door mannen gedomineerde kunstenaarswereld van Parijs was Edith een vreemde eend in de bijt. In de bekende Parijse kunstenaarscafé's op Montparnasse zit ze onopvallend te tekenen, schildert het leven op boulevards en in parken en neemt deel aan een tentoonstelling van vrouwelijke kunstenaars. De Tweede Wereldoorlog maakt een onverwacht einde aan haar succes. Als Duitse in Frankrijk wordt ze in 1940 gevangen gezet in concentratiekamp Gurs. Ze weet te ontsnappen en duikt (als Duitse èn Jodin) onder. Na de bevrijding keer ze geknakt terug naar Parijs. Ze schildert wat haar en anderen door de bezetter is aangedaan. Eind jaren veertig stopt ze ook daarmee. Tot in de jaren zestig schrijft ze nog artikelen over kunst. Daarna wordt het stil. De wereld verandert, veel mensen van vroeger keren niet meer terug. In de cafés op Montparnasse komen vooral toeristen. Het lukt Pauline Broekema met veel moeite haar sterfdatum te achterhalen: 27 mei 1994. Tot zover de feiten.

Op zich is er niets mis mee dat Pauline Broekema geprobeerd heeft het verhaal van Edith Auerbach te vertellen in een geromantiseerde biografie. Er zijn enkele personen toegevoegd en er worden gefantaseerde gesprekken gevoerd om bepaalde gebeurtenissen een plek te geven. Toch is het lezen soms minder plezierig door de niet noodzakelijke zijpaden die met enige regelmaat ingeslagen worden en de uitgebreide opsomming van bekende, maar ook onbekende kunstenaarsnamen. 

Wat ik ook mis, zijn enkele voorbeelden van Edith Auerbach's tekeningen. Na het eerste hoofdstuk is de nieuwsgierigheid naar haar werk beslist gewekt, maar met die op de omslag van het boek moeten we het doen. Gelukkig staat er op YouTube een filmpje van Museum Belvedère Contre l'oubli waarin een groot aantal tekeningen en schilderen voorbij komt.

Contre l'oubli - de catalogus

In het Nawoord van het boekje staat, dat Kunsthandelaar Guus Maris in Parijs de hele collectie kocht op de vlooienmarkt en dat kunstverzamelaar Michiel Levit die overnam. Van 4 juli tot en met 20 september 2020 werden deze tekeningen en schilderijen tentoongesteld in Museum Belvedère in Heerenveen. Bij de tentoonstelling verscheen de catalogus Edith Auerbach - Contre l'oubli - Tegen het vergeten, met een keuze uit haar tekeningen en schilderijen, een essay waarin Han Steenbruggen haar werk analyseert en een biografische schets van Pauline Broekema. De catalogus is nog te koop in de museumwinkel.

Pauline Broekema - Tekenares van Montparnasse: het eigenzinnige kunstenaarsleven van Edith Auerbach. Amsterdam, De Arbeiderspers, 2020. Pb. 191 pg., met lit, opg. ISBN:978-90-295-4163-3

© Jannie Trouwborst, oktober 2020.

maandag 14 september 2020

Eva Vriend - Eens ging de zee hier tekeer

Eva Vriend werd in 1973 geboren in Emmeloord en groeide op als boerendochter in Luttelgeest in de Noordoostpolder.  In 2013 debuteerde ze met Het nieuwe land, over de ontstaansgeschiedenis van Flevoland. De boerderij waar ze opgroeide lag aan een kaarsrechte weg. In de verte zag ze een volop een kronkelende weg: ooit een dijk van de voormalige Zuiderzee. Het riep vragen bij haar op.

"Hoe zag het leven aan de andere kant van die bochtige dijk eruit voor de zee land werd? Wat betekende de inpoldering voor de duizenden families die van de Zuiderzee leefden? En wat waren de gevolgen op de lange termijn, tot op de dag van vandaag? Ik heb het me altijd afgevraagd. De Zuiderzee was immers "hun" zee, een levenszee."

In dit boek geeft ze antwoord op al die vragen. Daarvoor heeft ze het nodige archiefonderzoek gedaan, maar vooral ook gesproken met de nazaten van vissersfamilies die met de gevolgen van de aanleg van de Afsluitdijk (1932) geconfronteerd werden. Haar boek begint met de geschiedenis van de Zuiderzee zelf: van een klein meer in een ondoordringbaar gebied tot een heuse, soms gevaarlijke binnenzee. Ze zou zo'n 500 jaar bestaan. De haringvisserij werd de belangrijkste bron van inkomsten voor de stadjes aan de oevers en in de Gouden Eeuw bloeiden plaatsen als Enkhuizen uit tot bloeiende handelshavens.

Het verhaal van de vissersgemeenschappen die getroffen werden door de onbereikbaarheid van hun bron van inkomsten vertelt ze aan de hand van de familiegeschiedenissen van 4 families: familie Van den Berg uit Urk (vanaf 1669), familie Kwakman uit Volendam (vanaf 1806), familie Hopman uit Spakenburg (vanaf 1839) en familie Van Eekeren uit Wieringen (vanaf 1899). Voor in het boek staan hun stambomen, een nuttige handreiking om de verhalen goed te kunnen volgen. Ook staan daar twee kaartjes met daarop alle plaatsen die een rol spelen in deze geschiedenis en een overzicht geven van de situatie voor en na de afsluiting. Verder komen we twee katernen met oude foto's tegen, zowel in kleur als zwart-wit.

Het boek bevat twee delen: Oude zee (over de periode voor de afsluiting) en Nieuw leven (tijdens en na de inpoldering). Daarbinnen vertellen korte hoofdstukken de persoonlijke verhalen, aan de hand van ontwikkelingen die van invloed waren op het vissersbedrijf. Hoewel daarbij nog al eens heen en weer gesprongen wordt in de geschiedenis krijgen we toch een goed beeld van de strijd en de flexibiliteit van de vissersgemeenschappen. Hechte gemeenschappen zijn het, waarbij vooral de laatste decennia de onderlinge concurrentie steeds meer plaats maakt voor gezamenlijk optrekken tegen de beperkingen die de vissers opgelegd krijgen en gebrekkige tegemoetkomingen bij verlies van inkomsten.

Eva Vriend heeft haar ogen niet gesloten voor de fraude, criminaliteit en het drugsgebruik die de kop opsteken. Ze probeert het wel een eerlijke plaats te geven door de achtergronden te schilderen. Net als de politieke keuzes die in de vissersdorpen gemaakt worden. Sociale aspecten krijgen een eigen hoofdstuk: over klederdracht, religie, sociale druk, bedrijfsopvolging en vissersvrouw zijn bijvoorbeeld.

De kracht van dit boek ligt in de persoonlijke verhalen die de geschiedenis van de dorpen aan de voormalige Zuiderzeekust op een prettig leesbare wijze illustreren. De ondertitel luidt niet voor niets: Het verhaal van de Zuiderzee en haar kustbewoners. Zo hebben de vissers en de Zuiderzee eindelijk het verhaal gekregen dat naast dat van de IJsselmeerpolders behoort te worden verteld. De titel zelf is een regel uit een wel bekend lied: De Zuiderzeebalade van Sylvain Poons. Wie dat lied na het lezen van Eens ging de zee hier tekeer opnieuw beluistert, zal nog meer getroffen worden de inhoud.

Eva Vriend - Eens ging de zee hier tekeer. Het verhaal van de Zuiderzee en haar bewoners. Amsterdam, Atlas Contact, 2020. Geb., 357 pg. foto's, krtn., met lit. opg.. ISBN:978-90-450-3631-1

© Jannie Trouwborst, september 2020.