vrijdag 9 november 2018

Fieke Gosselaar - Het land houdt van stilte

Misschien dat mijn voorliefde voor oorspronkelijk Nederlandse literatuur wel voortkomt uit het feit dat ik het Nederlandse landschap goed ken en ervan houdt. Ook het noorden van Groningen, waar deze roman zich afspeelt. De plekken die de hoofdpersonen bezoeken en beschrijven kan ik me voor de geest halen en dan is het niet moeilijk je thuis te voelen in het verhaal en je mee te laten slepen.

Een van de hoofdpersonen in dit verhaal is Groningen, het land dat van stilte houdt. Net als de mensen die er al generaties wonen of zij die er heen trekken omdat ze verlangen naar die stilte. Dat stilte ook spanningen op kan roepen en voor onbegrip kan zorgen, ervaart bijna iedereen die een rol speelt in dit zich kalm maar gestaag ontwikkelende verhaal over eenzaamheid en hunkering.


De hoofdpersonen

Eigenlijk draait het verhaal om maar enkele mensen. Duurt, Warre, Siebo en Meena en daarnaast nog "de buurvouw", "de broer" en Lieze. Siebo en Meena wonen en werken op een boerderij in de buurt van Finsterwolde. De broer van Siebo heeft de vaderlijke boerderij overgenomen die verder weg in het aardbevingsgebied staat. Duurt is een vijftiger die vanuit Amsterdam naar Ganzendijk is gekomen, een gehucht vlakbij Finsterwolde. Hij woont er al weer geruime tijd, voelt zich er thuis en mist zijn drukke leven en de vrienden van vroeger niet meer. Warre is een geregelde gast bij Siebo en Meena, die een bed & breakfast hebben in hun boerderij. Hij is een twintiger, die net zijn moeder vrij plotseling heeft verloren en zijn vader nooit heeft gekend. Hij is ict'er en kan zijn werk via internet ook elders doen. Dan is er nog de oude buurvrouw van Duurt: haar man Theo is net overleden, haar zoon woont ver weg en zij zoekt vaak het gezelschap op van Duurt, die graag met haar op stap gaat. Wie Lieze is, blijft lang onduidelijk.

Structuur

Rond deze groep mensen speelt het verhaal zich af, in enkele weken. Met af en toe een terugblik op het leven voor die tijd van alle hoofdpersonen. De hoofdstukken hebben allemaal als titel de naam van de persoon over wie het gaat: Duurt, Warre of (samen) Siebo en Meena. De beide mannen delen in de ik-persoon hun gedachten met de lezer. We weten waar ze mee zitten, hoe het hen vroeger is vergaan en waarom ze zich thuis voelen in dit land dat van stilte houdt. En wat Warre betreft ook waarom hij graag bij Siebo en Meena verblijft. 
Met Siebo en Meena ligt dat anders: hoewel ze steeds samen een hoofdstuk hebben, samen gesprekken voeren en aangeduid worden met hij en zij, heeft elk zijn eigen gedachten die lang niet altijd gedeeld worden met de partner. Hier wordt de stilte juist een bron van spanning in plaats van de rust die de buitenstaanders juist zoeken.

Thema

Eenzaamheid en hunkering schreef ik al hierboven. Ze hebben er allemaal mee te maken. Siebo en Meena bleven ongewild kinderloos. De ingerichte kinderkamer bleef leeg. Onverdraaglijk voor Meena. Ze haalt Siebo over er een bed & breakfast van te maken zodat ze niet meer geconfronteerd wordt met de lege plek en haar zorgzaamheid op een andere manier kwijt kan. Siebo is niet zo gesteld op vreemde mensen over de vloer, maar hij probeert het haar te gunnen. Er wordt niet gesproken over het verdriet van het kinderloos zijn, wel gedacht, maar dat weet alleen de lezer. Er is veel wat ze van elkaar niet weten en dus ook niet hoe ze elkaar zouden kunnen bijstaan. Het is vooral eenzaam verdriet dat gedeeld had kunnen worden.
Ook Duurt is eenzaam, hij heeft alleen zijn duiven. Een druk leven met vele vrienden in de theaterwereld heeft hij achter zich gelaten, nadat zijn grote liefde Lieze hem onverwachts verliet. Al zijn er eerder aanwijzingen, pas aan het einde van het boek blijkt wat daar de reden van was. Zijn hunkering om terug te vinden wat eens was, gaat maar niet over. Zijn eenzaamheid lost hij op door het contact met zijn oude buurvrouw.
Nog eenzamer en vol hunkering is Warre. In een huis met alleen een moeder moest hij zich al snel alleen zien te redden. Ze is altijd op reis, vindt al snel dat hij groot genoeg is om voor zichzelf te zorgen. Ze stuurt mailtjes en foto's, is een paar weken thuis en gaat dan weer. Zijn smeekbeden om bij hem te blijven wuift ze weg. Als ze met een vreemde en gevaarlijke bacterie thuiskomt, wordt ze ziek en sterft vrij snel. Aan Warre de taak het huis leeg te ruimen en te verkopen. Maar ook Warre vlucht, naar de enige plek waar hij zich thuis voelt: bij Meena en Siebo. Meena is er blij mee, Siebo juist niet. Warre voelt het allemaal wel aan, maar weet het ook niet meer. En iedereen zwijgt...
Natuurlijk grijpen de levens van al deze hoofdpersonen uiteindelijk op de een of andere manier in elkaar. Daar kan hier verder niets over gezegd worden. Maar ook voor wie het verhaal gelezen heeft, blijft er nog wat te raden over.

Tot slot 

Uit het voorgaande zou de conclusie getrokken kunnen worden dat het een zwaar boek is. Niets is minder waar. Fieke Gosselaar heeft een lichte en heldere verteltrant, waarbij ze met heel weinig woorden veel zegt en het aan de lezer laat om aan te voelen wat er speelt. Daarnaast zit er genoeg onderhuidse humor in het verhaal. De randstedelijke B&B bezoekers worden neergezet als ramptoeristen die willen weten waar de half ingestorte boerderijen en huizen staan en die De Graanrepubliek hebben gelezen en nu het communistische bolwerk willen zien. Siebo heeft er plezier in ze voor de gek te houden. Maar in de textielzaak in het dorp worden de roddelende dorpsbewoners net zo goed op de korrel genomen.

Er zit een zekere spanning in het verhaal door het onderlinge zwijgen en het verhaal dat op de achtergrond speelt en dat heel langzaam duidelijk wordt. Maar de oplossing daarvan is voor mij niet doorslaggevend. Het is veel meer het verhaal op zich, dat erom vraagt minstens tweemaal gelezen te worden. Dat past in de traditie van andere verhalen waarin het landschap een belangrijke rol speelt, zoals West-Friesland bij Gerbrand Bakker.

Ter afsluiting enkele citaten. Duurt verlaat de dorpskroeg na een gesprek met een oude dorpsbewoner.

"Ik hield van dit soort plekken, rauwer dan ik gewend was. Het maakte de rest onbelangrijk en ik besefte dat iedereen een verhaal had dat een leven een andere wending gaf. Misschien zochten al die mensen plekken op waar ze het idee hadden zichzelf te kunnen zijn, hoewel de man met zijn verhaal zich haast verondschuldigde. Ik moest als vreemdeling niet denken dat hij daar zomaar zat."

Meena heeft vrede met haar beslissing. 

"Daarna stond ze op en liep door de schuur naar buiten. Ze keek naar de lucht en zag een ruwe wolkenjacht het dorp naderen. Het begon met zachte regen en grijzig licht dat de dag korter maakte. Grauw uitzicht vond ze op dit moment een stille zegen, haar diezeg laand vol regen. In de polders begon het koren mee te wiegen en de lucht werd wilder. De lucht was vochtig van troost. Ze wilde genieten van de storm die eraan kwam."

Fieke Gosselaar - Het land houdt van stilte. Amsterdam, Ambo/Anthos, 2018. Geb., 196 pg., isbn:978-90-263-4242-4.

© Jannie Trouwborst, november 2018.

dinsdag 6 november 2018

Diederic van Assende - Floris ende Blachefloer

Diederic van Assenede 

Het zijn feiten die ik achteloos opsloeg bij de lessen literatuurgeschiedenis op de middelbare school: Diederic van Assenede schreef in de 13de eeuw een liefdesgeschiedenis in Middelnederlands met de titel Floris ende Blanchefloer. Dat was een belangrijk feit, omdat hij daarmee de basis legde voor literatuur in de volkstaal. Vaag ken ik het verhaal nog, maar verder bleef het één van de vele feiten die je nu eenmaal diende te onthouden.
Daar kwam verandering in toen wij naar Zeeuws-Vlaanderen verhuisden. Vlakbij, net over de grens in Oost-Vlaanderen, ligt Assenede: een van de oudste gemeenten van Vlaanderen met een geschiedenis die terug gaat tot de tiende eeuw. Op het Marktplein viel mij een beeld op van een lezende man op een bankje voor de kerk en plotseling viel het kwartje: Diederic van Assende! En ook de daarbij behorende feiten borrelden op. Plotseling werd de auteur en zijn geschrift meer dan een abstract gegeven uit een studieboek.

Diederic van Assenede (Assenede, ca. 1230 – 1293) was klerk van de graaf van Vlaanderen van 1260 tot 1280 en schreef daarnaast literatuur. Hij speelt een belangrijke rol in de emancipatie van de Nederlandse literatuur aan het Vlaamse hof. Met het liefdesgedicht Floris ende Blanchefloer legde hij de weg open voor de eerste volkstalige literatuur in het graafschap Vlaanderen, dat als leenheerlijkheid van Frankrijk Frans als voertaal had.

Floris ende Blanchefloer

Werktekening
Floris ende Blancefloer is de Middelnederlandse vertaling/bewerking door Diederic van Assenede van de Oudfranse roman in verzen Floire et Blanceflor (ca. 1150-1160). Naar eigen zeggen heeft Diederic zijn vertaling vervaardigd voor een publiek dat het Frans onvoldoende machtig was om dit verhaal in het origineel te kunnen begrijpen: "Dien seldijs danken ghemeenlike / Dat hijt uten Walsche heeft ghedicht / Ende verstandelike in Dietsche bericht / Den ghenen diet Walsche niet en connen (ed. Mak, r. 24-27).

Het verhaal gaat als volgt:

Blancefloer, een christelijk meisje, groeit op aan het hof van een islamitische koning in Spanje. Aan het hof ontstaat er een hechte vriendschap met de zoon van de koning, Floris. Wanneer de koning en de koningin ontdekken dat hun vriendschap is overgevloeid in liefde, besluiten ze in te grijpen. Ze bedenken een list om de liefde tussen Floris en Blancefloer te dwarsbomen. Floris’ ouders sturen hem naar het buitenland om te gaan studeren en verkopen ondertussen Blancefloer als slavin aan rondreizende kooplieden. Een schitterend, maar leeg, graf moet Floris ervan overtuigen dat Blancefloer dood is.
Floris is zo droevig dat hij zelfmoord wil plegen. Daarop besluiten zijn ouders om hem de waarheid te vertellen. Vervolgens gaat de jongen op zoek naar zijn geliefde. Tijdens zijn zoektocht ontdekt hij dat Blancefloer, samen met 140 andere vrouwen, wordt vastgehouden in de ‘vrouwentoren’ van de emir in Babylon (gelegen in Mesopotamië, het tweestromenland).
Detail borduurwerk

Ieder jaar kiest de emir een van die vrouwen tot zijn nieuwe echtgenote en laat hij de vorige doden. Volgens alle gegevens die Floris verkrijgt, wordt zijn Blancefloer de nieuwe uitverkorene van de emir. De vrouwentoren waarin Blancefloer verblijft, wordt heel zwaar bewaakt. Maar de waard van de herberg waar Floris logeert, vertelt hem over het zwakke punt van de poortwachter van de toren: hij is bezeten van het schaakspel én van geld. Met deze informatie in het achterhoofd nodigt Floris de poortwachter uit voor enkele spelletjes schaak, die hij allemaal wint. Hij houdt echter niet het gewonnen geld, maar schenkt dit aan de poortwachter. Floris wint tevens het laatste spel. Als wederdienst belooft de poortwachter hem eeuwige trouw, waarvan Floris listig gebruik maakt. De poortwachter smokkelt Floris in een mand met bloemen naar binnen.
De twee geliefden worden herenigd maar wanneer de emir hen samen in bed betrapt, wil hij hen met het zwaard doden. Tijdens een openbare rechtszitting die hierop volgt, worden alle aanwezigen ontroerd door de sterke liefde tussen Floris en Blancefloer, waarop de emir het jonge paar vergeeft. Floris en Blancefloer trouwen en op hun bruiloftsfeest verneemt Floris dat zijn ouders overleden zijn. Daarop keren de geliefden samen terug naar Spanje, waar Floris zijn vader opvolgt als koning en hij zich samen met zijn onderdanen laat dopen. Blancefloer schenkt hem een dochter, Bertha met de grote voet, die later de (legendarische) moeder van Karel de Grote zal worden. (Samenvatting Wikipedia).

Het tapijt van Assenede

Borduursters aan het werk
Het verhaal wordt op dit moment omgezet in een ambitieus borduurproject waar 70 borduursters uit de streek aan meewerken. Het zal uitmonden in een wandtapijt van ca. 100 meter lang, met 85 verhaaltaferelen, geborduurd op panelen van ieder 95 cm lang en 90 cm hoog. 60 Afgewerkte exemplaren en zo'n 25 werktekeningen worden nu al tentoongesteld en zijn nog te zien tot 26 januari 2019 in Museum Het Warenhuis te Axel (KLIK HIER). 

In de filmzaal van het museum wordt het verhaal, aan de hand van de werktekeningen en met de bijbehorende teksten, verteld en vertoond. Het verhaal komt zo echt tot leven en wie vervolgens de lange rij reeds geborduurde taferelen bekijkt, krijgt bewondering voor de creativiteit en het vakmanschap van de deelnemende borduursters. Deze tijdelijke tentoonstelling Floris ende Blancefloer, the making of... gaat vergezeld van demonstraties, workshops en lezingen.
Uiteraard is dit project mede geïnspireerd door het bekende Tapijt van Bayeux van 1075. Wie meer interessante feiten over de achtergronden van het project wil weten kan dat vinden op http://www.tapijtvanassenede.be/tapijt.html. 

De Middeleeuwen bekeken vanuit Floris ende Blanchefloer

Diederic van Assenede
Op 14 november a.s. gaat Prof. Jozef Janssens in op het verhaal Floris ende Blancefloer, bekeken vanuit de middeleeuwen. Elk literair werk is een product van zijn tijd. Wat roept het woord 'middeleeuwen' op? Kastelen en ridders in harnas? Jonkvrouwen die smachtend luisteren naar troubadoursliederen? Kruistochten en wapengekletter? Magie en bijgeloof? Vreemde interpretaties van de werkelijkheid?
Interessant voor een ieder die meer wil weten over de tijd van Diederic van Assenede in deze streek. Aanmelden kan via:  info@hetwarenhuis.nl.

En voor wie de tentoonstelling wil bekijken: de openingstijden van het museum zijn woensdag tot en met zaterdag van 11.00 uur tot 17.00 uur. Extra geopend op dinsdag 2 januari. MJK geldig. Adres: Markt 2 te Axel.

© Jannie Trouwborst, november 2018.

vrijdag 19 oktober 2018

De 100 beste gedichten van 2017 gekozen door Francine Houben


Een Grote Poëzieprijs

De VSB Poëzieprijs is sinds 1992 dé prijs voor Nederlandstalige poëzie en bekroont jaarlijks de beste  bundel met een bedrag van € 25.000,-. De prijs kent grote laureaten als Hugo Claus, Leo Vroman, Gerrit Kouwenaar, Rutger Kopland en Anneke Brassinga. Recente winnaars zijn Ester Naomi Perquin, Ilja Leonard Pfeijffer en Hannah van Binsbergen. De VSB Poëzieprijs 2018 die in januari werd uitgereikt aan Joost Baars voor de bundel Binnenplaats, is de laatste in de reeks. Een aanpassing in het donatiebeleid van het VSBfonds dat de prijs financieel ondersteunde, maakt dat de bekroning van een bundel poëzie niet meer past in de nieuwe koers van het fonds.

Na het uitreiken van de 24e en laatste VSB Poëzieprijs zal er ook de komende jaren een forse prijs voor de beste Nederlandstalige poëziebundel blijven bestaan. De financiering hiervoor wordt gegarandeerd door het Elise Mathildefonds en het Van Beuningen / Peterich-fonds. De organisatie blijft in handen van Poetry International. VSBfonds, dat de VSB Poëzieprijs vele jaren lang ruimhartig heeft ondersteund, draagt bij aan een fluwelen overgang.
De doorstart werd aan het begin van het uitreikingsprogramma bekend gemaakt door Bas Kwakman, directeur van Poetry International.

 'Deze Grote Poëzieprijs, en zie dat maar even als een werktitel, heeft een forse ambitie. Net als de VSB Poëzieprijs wil zij de komende jaren de kennis van en het enthousiasme voor poëzie breed bevorderen. Prioriteiten daarbij zijn trajecten binnen het middelbaar onderwijs en de presentatie van de genomineerde bundels en dichters in Nederland en Vlaanderen. De ambitie reikt echter verder. Het streven is om de prijs uit te breiden met een publiekprijs en om te zorgen voor bijzondere aandacht voor Spoken Word. In februari volgen gesprekken met een grote partner die nu al heeft aangegeven deze ambities te delen,' aldus Bas Kwakman.

Vooral het uitbreiden met een publieksprijs klinkt in mijn oren erg aantrekkelijk.

De 100 beste gedichten

In 1997 verscheen bij De Arbeiderspers De 100 beste gedichten van 1996. Dit was een bloemlezing uit de circa zeventig bundels die waren ingestuurd voor de VSB Poëzieprijs 1996. Tot op heden is De Arbeiderspers jaarlijks de bundel met de 100 beste gedichten blijven uitgeven, steeds met een andere samensteller (en voorzitter van de jury). Naast de poëzie van de 5 genomineerden staan in de bundels ook gedichten van andere dichters die in het betreffende jaar een dichtbundel uitbrachten. Voor wie op de hoogte wil blijven van de ontwikkelingen in de Nederlandse poëzie zijn deze verzamelbundels een prachtige leidraad. 

Vorig jaar was de voorzitter van de jury Francine Houben, architect en oprichter van het architectenbureau Mecanoo. Uit haar voorwoord blijkt dat ze haar taak met plezier volbracht heeft.

"Over mijn eigen vakgebied, de architectuur, zeg ik dat het alle zintuigen moet beroeren. Een gedicht kan mij eveneens beroeren: je kunt het er koud of warm van krijgen, je moet er om huilen of lachen. Als het goed in elkaar zit voel je emotie. Soms is de verbeelding zo sterk dat je geuren en kleuren ervaart. Vaak herinnert een gedicht mij aan een persoonlijke ervaring."


Als Rotterdammer komt ze in haar stad veel poëzie tegen. Ze geeft een aantal voorbeelden. De vuilniswagens waarop dichtregels staan sinds 1989, zoals die van Jules Deelder: "Hoe langer je leeft, hoe korter het duurt." Maar ook de bekende dichtregel van Lucebert: Alles van waarde is weerloos. Ze vat haar opsomming samen met de constatering:

"De dichtregels zijn overal in de stad en horen bij het straatbeeld. Ze trekken de aandacht en de Rotterdammers, onder wie ik, waarderen ze. De kracht zit 'm in het onverwachte, de poëzie pakt je te midden van je dagelijkse bezigheden en gedachten." Ze besluit met de hoop uit te spreken: "dat wij in deze bloemlezing gedichten hebben verzameld die u treffen, zoals ik word getroffen door de poëzie op straat."

Poëzieweek

De officiële poëzieweek vindt elk jaar plaats in de laatste week van januari. Volgend jaar een weekje later: 

Van 31 januari tot en met 6 februari vindt in heel Nederland en Vlaanderen de 7e Poëzieweek plaats. De Vlaamse romancier, theaterauteur, dichter, scenarist en performer Tom Lanoye dicht volgend jaar speciaal voor deze week het Poëziegeschenk 2019. Als geschenkdichter voor de Poëzieweek werd hij voorafgegaan door Anna Enquist (2013), K. Schippers (2014), Ilja Leonard Pfeijffer (2015), Stefan Hertmans (2016), Jules Deelder (2017) en Peter Verhelst (2018). Tijdens de Poëzieweek krijgen de klanten van de boekhandel bij aankoop van € 12,50 aan poëzie het Poëziegeschenk cadeau. De week staat in het teken van het thema 'Vrijheid'.


Als opwarmertje heeft Sandra (van Sandra LeestKLIK HIER) besloten de laatste week van november als haar poëzieweek te betitelen. In de hoop dat iedereen weer eens een dichtbundel pakt en herleest, koopt of leent. En haar/zijn gedachten over een gedicht of bundel in een blogje deelt met anderen.

Ik heb de handschoen opgepakt en ben in De 100 beste gedichten van 2017 op zoek gegaan naar de gedichten die me het meest aanspreken. In Sandra's week zal ik van een aantal proberen te vertellen waarom ze me beroeren. Je hebt nog ruim een maand om je ook voor te bereiden. Dus wat let je?

© Jannie Trouwborst, oktober 2018.


Meer over de officiële Gedichtendag/-week en het Poëziegeschenk vind je HIER 

Nieuws over de nieuwe poëzieprijs (waarschijnlijk) HIER.

zondag 14 oktober 2018

Chris de Stoop - Wanneer het water breekt

Bootvluchtelingen

Bootvluchtelingen: mensen die alles op het spel zetten, zelfs hun leven en dat van hun kinderen, om elders een nieuw bestaan op te kunnen bouwen. Gedwongen door oorlogshandelingen, politieke omwentelingen of vervolging vanwege religie of geaardheid. Iedereen heeft daar wel een beeld bij: van wankele bootjes met verzwakte mensen tot een aangespoelde verdronken peuter.
Toch zijn degenen die nu het nieuws beheersen met hun ellende en alle problemen die deze migratie met zich mee brengt, niet de eerste bootvluchtelingen die de wereld in rep en roer brachten. Dat waren de Vietnamese bootvluchtelingen van zo'n 40 jaar geleden. Zij vluchtten vanaf 1975 massaal uit Zuid-Vietnam toen het communistische bewind vanuit Noord-Vietnam de macht overnam en de Amerikanen definitief verdreef. Het zouden er uiteindelijk 3 miljoen worden, waarvan er 2 miljoen in Amerika een nieuwe start konden maken. De overigen kwamen in 50 landen terecht over de hele wereld. Honderdduizenden haalden het echter niet, ze verdronken of kwamen om van de honger en dorst. Soms werden ze overvallen door piraten, overvaren door grote schepen of genegeerd als ze in nood verkeerden, of bedrogen door mensensmokkelaars die wel hun geld wilden, maar geen veilige overtocht regelden.


Chris de Stoop is journalist en auteur van spraakmakende boeken. Zijn werk werd bekroond met diverse journalistieke en literaire prijzen. Vooral bekend werd hij met het ontroerende Dit is mijn hof (2015) (KLIK HIER), over de teloorgang van het Vlaamse boerenland, verteld vanuit zijn eigen perspectief als de laatste bewoner van "het hof" (de boerderij) van zijn ouders . In Zeeuws-Vlaanderen sprak dit boek enorm aan, omdat het raakvlakken (letterlijk en figuurlijk) heeft met de onteigening van de Hedwigepolder. 

De geschiedenis van Hung en Quyen 

In het meer journalistieke Wanneer het water breekt heeft hij een gezicht willen geven aan de opvarenden van een boot vol Vietnamese vluchtelingen die in 1981 door een Belgisch schip gered worden en waarvan de meesten in België een nieuw leven proberen op te bouwen. Om via hen het verhaal te vertellen over wat ze doormaakten, maar ook hoe het leven er na 37 jaar voor hen uitziet. Hij heeft daarvoor gesproken met veel van de opvarenden, maar ook met de achterblijvers in Qui Nhon. De rode draad in het verhaal vormen echter de schipper van de kleine vissersboot, Hung, en zijn dochter Quyen, die 5 jaar later via de gezinshereniging, samen met haar moeder en broertjes en zusjes, naar België komt.

Het verhaal meandert: er is aandacht voor de geschiedenis van Vietnam, vanaf de Franse overheersing tot na het vertrek van de Amerikanen, met alle nare verhalen die daarbij horen. Over de onderdrukking door het communistische bewind van de Zuid-Vietnamezen: onteigeningen, heropvoedingskampen en gevangenisstraffen. Over de kinderen van opstandigen die tot drie generaties geen universitaire studie mogen volgen en over geleerden die bij voorbaat verdacht zijn en na hun heropvoeding simpele baantjes moeten aannemen.

Wanneer het communistisch regiem na jaren de teugels wat laat varen, is het voor de vluchtelingen mogelijk (zeker als ze een andere nationaliteit hebben gekregen) voor een kort verblijf terug te keren. Bovendien zijn ze welkom omdat ze de achterblijvers ondersteunen met het in het nieuwe land verdiende geld. Ook Hung en Quyen gaan elk jaar op bezoek en Chris de Stoop gaat mee.

De verhalen

Deze achtergrondverhalen worden afgewisseld met de ervaringen van de vluchtelingen tijdens de bootreis en de voorbereidingen daarop. Niet alleen die van Hung, maar ook die van de andere opvarenden. En over hun leven na de redding. De Stoop spoort ze overal op, de meesten in België, sommigen in Amerika en een enkeling in Australië. De meeste verhalen zijn positief: de kinderen werden ingenieurs, advocaten, dokters. Van de 64 mensen aan boord komen er uiteindelijk 5 niet goed terecht. Maar de maatschappelijke status van zegt nog weinig over de heimwee waarmee niet alleen de ouderen, maar ook sommige van hun kinderen worstelen. Voor zover ze in België wonen, blijven ze elkaar opzoeken en verzorgen gezamenlijk het graf van de kapitein die hun leven redde. Tweespalt ontstaat wanneer er stemmen opgaan om te trachten alsnog vanuit het buitenland het verzet tegen het bewind te organiseren, terwijl anderen de toestand willen aanvaarden en op bezoek gaan bij hun familieleden. Soms zelfs een vakantiehuis bouwen in Qui Nhon.

Tot die laatste groep behoren Hung en zijn dochter Quyen. Hung is enorm goed opgevangen in Wichelen, een dorpje in Vlaanderen. Maar nu hij oud is, zou hij toch weer liever in zijn vissersdorp willen wonen. Ook zijn vrouw heeft heimwee, maar wil niet weg vanwege de kinderen en kleinkinderen die ze dan zou moeten missen. Maar het verhaal van zijn dochter Quyen is toch het meest treffend.

Quyen

Hoewel Quyen het helemaal gemaakt lijkt te hebben in Brussel met een sjiek en goedlopend restaurant, is het frappant, dat het nu juist zij is die na zoveel jaar ernstige emotionele problemen heeft. Maar wie naar de leeftijd kijkt waarop ze dit allemaal mee heeft moeten maken, begrijpt het beter. Ze is 10 als haar vader vlucht en haar moeder met 6 kinderen achterlaat. Moeder moet werken voor het onderhoud van het gezin, zijzelf moet voor de kleintjes zorgen en soms ook nog wat bijverdienen. Naar school gaan is afgelopen. Ze is 16 als ze met het gezin naar België mag komen en heeft dan net een vriendje dat achterblijft. In Vlaanderen stopt ze alles weg. Studeert, werkt keihard, heeft een succesvol leven en trouwt met een Belgische man. Ze is een geslaagde, goed geïntegreerde vrouw. Maar juist door de bezoekjes aan haar vaderland komt er van alles boven.

"Het is een rouwproces, het verlies van je geboortegrond. Zelfs mensen die het economisch goed hebben, voelen vaak hoe hun botten zeer doen van heimwee. Rijkdom beschermt hen niet tegen melancholie. Tot er een vorm gevonden wordt om met het verlies te leven. Maar sommigen blijven zich levenslang ontheemd voelen. Eens migrant, altijd migrant, denkt Quyen."

Ze bouwt haar vakantiehuis in Vietnam, maar beseft nu twee werelden te hebben waarin ze zich niet echt thuis voelt.

De boodschap 

Chris de Stoop schreef een belangrijk boek met deze terugblik op het leven van de Vietnamese bootvluchtelingen van zo'n 45 jaar geleden. De vergelijking met de bootvluchtelingen van nu gaat voor een deel op, zowel wat betreft de rampzalige vluchtpogingen als de opvang in mensonterende vluchtelingenkampen. Over de situatie van de huidige bootvluchtelingen zijn al eerder boeken verschenen en documentaires te zien geweest. 
Over het leven na vestiging in het nieuwe thuisland is echter nog weinig bekend. Ik weet niet of Chris de Stoop een doel voor ogen had met het schrijven van dit verhaal. Om een ander licht te werpen op de bootvluchtelingen van nu? Meer begrip te vragen, nu en straks, als ze tussen ons wonen, maar altijd heimwee zullen blijven houden?
Wat mij betreft, is die boodschap duidelijk overgekomen.

Maar veel meer dan in Dit is mijn hof spreekt hier toch vooral de journalist, betrokken weliswaar, maar niet zo betrokken als toen het over de boerderij van zijn ouders ging. Dat stelde mij wat teleur, maar dat komt alleen doordat ik andere verwachtingen had en Dit is mijn hof me dierbaar is.

Chris de Stoop - Wanneer het water breekt. Amsterdam, De Bezige Bij, 2018. Geb., 283 pg., lit. opg. ISBN:978 94 031 1980 9.

© Jannie Trouwborst, oktober 2018.

zondag 7 oktober 2018

Maand van de Surinaamse literatuur: de thema's

Aan de maand van de Surinaamse literatuur deden dit jaar 8 mensen mee. Misschien waren het er meer, maar dan zonder dat ze een recensie aanleverden. In totaal werden er 19 boeken gelezen en van een recensie voorzien. Het lijkt me wel interessant om de keuze voor bepaalde genres of thema's eens nader te bekijken. Omdat het de eerste keer was dat ik deze maand organiseerde, gaf ik iedereen de gelegenheid het thema Surinaamse literatuur naar eigen idee in te vullen. Dat leverde heel verschillende boeken op, maar ook misverstanden.

Het misverstand

Dat het bij Surinaamse literatuur kan gaan over zowel fictie, non-fictie of literaire non-fictie was voor de meesten wel duidelijk. Dat het geschreven kan zijn door Surinaamse auteurs of auteurs met tegelijkertijd Surinaamse roots en Nederlandse, ook. Het werd voor sommigen pas ingewikkeld als er Nederlanders over Suriname schrijven of als Surinaamse auteurs een onderwerp kiezen voor hun romans dat (ogenschijnlijk) niets met Suriname te maken heeft of in een ander land speelt.

Samenvattend:
- Omdat het de bedoeling is, zowel de geschiedenis van Suriname, als het land zelf te leren kennen, maakt het voor mij niet uit welke auteur er wat voor soort boek over geschreven heeft.
- Omdat Surinaamse auteurs ook op literair vlak meer aandacht verdienen maakt het ook niet uit of ze Surinaamse thema's aansnijden, het verhaal in Suriname laten spelen of juist niets van dat alles.

Misschien moet ik dat volgend jaar nog maar eens duidelijker aangeven. 

Geschiedenis

Het ligt voor de hand dat we bij de geschiedenis van Suriname denken aan de tijd van de slavernij. Daar is al veel over geschreven. Toch bleef het bij twee titels met de focus daarop (Zenobia, slavin op het paleis en Hoe duur was de suiker), beiden van Cynthia Mc Leod die heel veel van het onderwerp weet en er ook veel over geschreven heeft. De naweeën van die periode komen echter onderhuids wel terug in veel van de literatuur die speelt in latere periodes.
Een verrassende titel in het kader van de historie was Boeroes, een familiegeschiedenis van witte Surinamers van Karin Sitalsing. Over arme Nederlandse boerengezinnen die rond 1850 via valse beloften naar Suriname werden gelokt.
Recentere geschiedenis wordt behandeld in de literaire non-fictie van Diana Tjin - Het geheim van Mevrouw Grünwald (WO II, interneringskampen in Suriname) en van Karin Amatmoekrim in De man van veel (over de Surinaamse vrijheidsstrijder Anton de Kom).
Allemaal verdienstelijke boeken. Mij viel wel op dat de meer recente geschiedenis (aanloop naar de onafhankelijkheid en de gebeurtenissen daarna) nog geen lezers kon trekken.

Tussen twee werelden 

Zowel voor Surinamers die naar Nederland verhuisden als voor mensen met Dubbelboed zoals Etchica Voorn het zo typerend noemt, voelt het vaak alsof ze nergens thuis zijn: ze hebben heimwee of voelen zich een buitenstaander. Er zijn nogal wat boeken gelezen over dit onderwerp, als ik zo de lijst bekijk. Naast het bovenstaande nog: Annette de Vries - Scheurbuik, Johan Fretz - Onder de Paramariboom, Ellen Ombre - Erfgoed, Karin Amatmoekrim - Tenzij de vader, Astrid Roemer - Neem mij terug, Suriname, Karin Amatmoekrim - Het gym.
 

Non-fictie

Het enige echte non-fictie boek op de lijst ging over de Nederlandse Antillen:
H.M. van den Brink - Reis naar de West (1986) terwijl er toch echt wel mooie en interessante boeken over alle perioden en landstreken van Suriname bestaan. Iets om aan te denken bij de leestips voor volgend jaar.

Bevolkingsgroepen

De meeste boeken gaan over Afrikaanse slaven en de contractarbeiders uit India en Nederlands-Indië en over hun afstammelingen. Soms over de nazaten van de blanke zendelingen (zoals Mevrouw Grünewald) of de misleide Nederlandse boeren (Boeroes). Over de inheemse bevolking gaat het nauwelijks, m.u.v. Tussen Apoera en Oreala van Clark Accord. Mooi dat ook die aan bod kwam dit keer.

Antillen 

Een van de deelnemers heeft, na overleg, enkele boeken besproken die verband houden met de Antillen. En eigenlijk is dat niet zo'n vreemde gedachte. Hij stelde terecht dat Dubbelspel van Frank Martinus Arion een grootse Antilliaanse roman is. Zelf heb ik ook goede herinneringen aan Mijn zuster de negerin van Cola Debrot. We moeten de literatuur van en over de Antillen er volgend jaar dus maar gewoon bij nemen.

De verhalenbundel onder redactie van Michel van Kempen - Voor mij ben je hier bevat van alle thema's wel iets.

In het verzamelblog (KLIK HIER) vind je alle titels nog eens op een rijtje met de link naar de geschreven recensies. 

Volgend jaar weer?

Het lijkt me geweldig om volgend jaar september opnieuw aandacht te vragen voor boeken die verband houden met Suriname en de Antillen, fictie en non-fictie. In augustus wil ik een lijst met nieuwe leestips plaatsen. Lees jij ondertussen iets dat daarbij hoort of heb je een tip? Het zou fijn zijn, als je dat dan laten weten in een reactie op een van mijn blogs met het label #MSL2018. Een link naar je blogrecensie zou helemaal fantastisch zijn. Ik neem die dan over in het blog met tips in augustus.

Nu meer tips nodig? Kijk dan eens hier: Suriname en de Nederlandse Antillen vanaf 1945

Jannie Trouwborst, oktober 2018.

donderdag 4 oktober 2018

De winnaars van de Maand van de Surinaamse literatuur 2018

Gistermiddag heeft mijn kleindochter de loting verricht van de vier boeken die beschikbaar gesteld zijn door uitgevers voor de Maand van de Surinaamse literatuur 2018 om te verloten onder de deelnemers. En de winnaars zijn:

Gewonnen door Karin, beschikbaar gesteld door Uitgeverij Nijg & Van Ditmar:

Clark Accord - De Koningin van Paramaribo 

Samenvatting

Maxi Linder was een van de beroemdste prostituees van haar tijd. Ze was schaamteloos, welbespraakt, extravagant en onzelfzuchtig. Zeelieden en soldaten noemden haar liefkozend de 'Zwarte Koningin van de West'.
Accord beschrijft in deze veelzijdige en kleurrijke roman niet alleen op overtuigende wijze een veelbewogen vrouwenleven, hij weeft ook diverse historische gebeurtenissen door het verhaal, die van blijvende invloed zijn geweest op de geschiedenis van Suriname.



Gewonnen door Sue, beschikbaar gesteld door Uitgeverij Conserve:

Cynthia Mc Leod - No kwik in ons bos

Samenvatting

In het binnenland van Suriname wordt veel goud gevonden. Goudzoekers gebruiken bij het winnen van goud kwik, giftig materiaal en zeer schadelijk voor mens en dier. In een indianendorp wordt het broertje van de tienjarige Marisa erg ziek en naar een ziekenhuis in Paramaribo gebracht. Marisa en haar moeder gaan logeren in Bernharddorp. Marisa moet erg wennen en mist het leven in haar eigen omgeving, het tropisch regenwoud. Op de nieuwe school leest ze over Rosa Parks en Martin Luther King en de juf vertelt over de grote mars naar Washington in Amerika. Van haar buurjongen hoort ze verhalen over Gandhi en Mandela, die net als King met geweldloos verzet veel bereikten. Als er op school een filmpje vertoond wordt vermoedt ze dat haar broertje Chereo door kwikvergiftiging ziek geworden is. Ze wil bereiken dat er geen kwik meer gebruikt wordt en droomt ervan dat ze samen met Gandhi, King en Mandela in een protestmars loopt. Met illustraties van Lisa Schmidt.

Gewonnen door Sandra, beschikbaar gesteld door Uitgeverij Prometheus:

Astrid H. Roemer - Olga en haar driekwartsmaten

Samenvatting

In de familie Pericard is het traditie om de laatste week van het jaar met elkaar in het ouderlijk landhuis door te brengen. Het is december 2013. Ieder van de vier volwassen kinderen wil er meer dan anders een feest van maken en ook de huismeester heeft zijn redenen om uiterst opgewonden te zijn. De heer des huizes wil zich na het overlijden van zijn vrouw weer warmen aan hun kinderen, kleinkinderen en dier geliefden. Zijn jongste zoon komt na jaren van afwezigheid uit Frankrijk, dochter Olga stelt haar nieuwe echtgenoot voor, zelfs zijn zuster spoedt zich met haar partner over de snelweg van Luxemburg naar het uiterste noorden van Holland. Allen willen ze het jaareinde vieren zoals toen Eva Pericard nog hun hartelijke gastvrouw en moeder was. De familie is welgesteld. Niemand mag wat dan ook tekortkomen. Dan gebeurt buitenshuis in de nacht aan zee iets onverwachts en niet te vermijden incidenten herordenen definitief de stand van zaken.
Olga en haar driekwartsmaten gaat over diverse levens die zich moeiteloos bewegen naar perfectie om in de onvoorspelbaarheid van het dagelijks bestaan te stranden. Astrid H. Roemer bewijst met deze kleine roman dat zij sculpturen van taal maakt, zoals een beeldend kunstenaar materiaal bewerkt.


Gewonnen door Ali, beschikbaar gesteld door Uitgeverij Conserve:

Cynthia Abrahams - Het lot was mij gunstig gezind: openhartige gesprekken met Cynthia Mc Leod

Samenvatting

Auteur Cynthia Mc Leod verbindt al decennia de geschiedenis van Nederland en Suriname. Hiermee treedt zij in het voetspoor van haar vader Johan Ferrier, die de geschiedenis in ging als de laatste gouverneur en eerste president van Suriname. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw wordt haar naam in de literaire wereld met eerbied uitgesproken, omdat zij de geschiedenis via haar werk toegankelijk heeft gemaakt voor een breed publiek. Hierdoor heeft zij het bewustwordingsproces weten te bevorderen. Zij is in de eerste plaats een getalenteerd verteller, die volle zalen weet te boeien en haar verhaal in pakkende verteltrant op papier weet te zetten. Hierdoor zijn zowel haar toehoorders als lezers van begin tot eind gebiologeerd. In een serie gesprekken komt het beeld naar voren van de mens die Mc Leod is: ondernemend, sociaal bewogen, gedreven. Het is de eerste keer dat zij openhartig vertelt over haar leven: jeugd, schooltijd en haar loopbaan als docent, ambassadeursvrouw, cultureel attaché en schrijfster. Niet voor niets is aan haar een aubade gewijd i.v.m. haar tachtigste verjaardag (4-10-1936) op 23 oktober in de Koningskerk in Amsterdam. 

Allemaal gefeliciteerd. En als je dit keer niet gewonnen hebt? Misschien kun je dan volgend jaar een nieuwe kans wagen? Ik hoop dat iedereen er in elk van van genoten heeft en voldoende inspiratie opgedaan heeft om nog eens een boek over Suriname of van een Surinaamse auteur te lezen. Ik hoor het graag, want des te meer leestips hebben we voor volgend jaar.

In een apart blog hoop ik dit weekend nog een analyse te geven van de thema's in de 19 gelezen boeken.

Met dank aan de uitgeverijen Conserve, Nijgh &Van Ditmar en Prometheus voor het beschikbaar stellen van de boeken.

Jannie Trouwborst, oktober 2018.

zondag 30 september 2018

Karin Amatmoekrim - Het gym

Het kan haast niet anders: dit boek moet voor een deel autobiografisch zijn. Misschien niet exact wat betreft de gebeurtenissen die erin voorkomen. Maar vooral door de weergave van de gevoelens die een meisje van dertien bestormen dat naar de brugklas gaat van een gymnasium en waar ze in een totaal andere en verwarrende wereld terecht komt. Uit een ander milieu, met een andere culturele achtergrond en met een andere kleur: dat alles speelt een rol bij de strijd om het plekje dat ze moet zien te veroveren.

Authenticiteit en relativerende humor zijn de grote kracht van een schrijnend verhaal dat blijkbaar aanslaat bij jong en oud. Verschenen in 2011 is het inmiddels al 7 maal herdrukt. Vanaf ca. 15 jaar, staat in de beschrijving. En al ben ik ervan overtuigd dat het aanslaat bij jongeren en dat het niet zou misstaan op hun leeslijst voor school, ook voor volwassenen is het een aantrekkelijk boek om te lezen en daarna nog lang over na te denken.

Sandra vecht zich vrij

Het verhaal draait om de 13-jarige Surinaamse Sandra die in een achterstandswijk woont, samen met haar moeder en halfzusje. Haar vader woont af en toe bij hen, maar heeft ook nog een ander gezin, tot groot verdriet van haar moeder. Die leeft van de bijstand en probeert via het volgen van een cursus uiteindelijk werk te vinden en niet meer afhankelijk te zijn. Sandra kan goed leren. Maar terwijl al haar klasgenootjes naar een scholengemeenschap in de buurt gaan waar ook een VWO afdeling is, besluit haar moeder dat zij, als enige, naar een zelfstandig gymnasium moet. Sandra wordt haar prestige object. Wat dat Sandra kost, lijkt ze niet te begrijpen, Sandra praat er ook niet over.

Sandra is leergierig maar ontdekt al snel dat ze enorme hiaten in voorkennis heeft bij allerlei zaken die voor haar nieuwe klasgenoten vanzelfsprekend zijn. Toch lijken de klasgenoten, al zijn het in haar ogen “kakkers”, haar niet af te wijzen. Ze heeft al snel een paar “vriendinnen”. Maar ze bij haar thuis uitnodigen, dat wil ze niet, ondanks dat haar moeder erop aandringt. Sandra voelt zich klem zitten: waarom zou ze zich moeten schamen voor de armoedige toestand thuis en de wijk waarin ze woont? Daar wil haar moeder niets van horen. Maar aan de andere kant: wordt ze nog wel geaccepteerd als haar klasgenoten iets meer van haar thuissituatie weten? Het contact met haar vriendinnen in de wijk verandert ook. Heel langzaam lijken ze uit elkaar te groeien. Al voelt ze zich tot op het laatst meer thuis bij hen dan bij de meiden op school.

Maar dan komt er een jongen op school die ook niet tot de “kakkers” behoort met zijn platte stadsaccent. Met grove racistische en discriminerende opmerkingen probeert hij de lachers op zijn hand te krijgen en een populaire jongen te worden. En hij kiest Sandra uit als slachtoffer van zijn manipulaties. De spannende gebeurtenissen die daaruit voortkomen maken dat Sandra in gaat zien hoe discriminatie werkt en dat het vele gezichten heeft.

De vele gezichten van discriminatie

Naast het prestige object van haar moeder is ze op het gymnasium het prestige object van school: kijk eens hoe goed wij een Surinaams meisje opvangen. En van de ouders van haar vriendinnen: kijk eens hoe ruimdenkend wij zijn dat we dit meisje binnenhalen en met onze dochters laten omgaan. En dat komt hard aan bij Sandra: ze wil als mens behandeld worden. En niet beoordeeld worden op haar afkomst: niet als zwarte Surinaamse, niet als een bewoner van een achterstandswijk, maar ook niet als “nepkakker” omdat ze op het gymnasium zit.

En dan is het zomervakantie. Het eerste jaar zit erop. Hoe gaat het verder? We mogen het zelf bedenken. Ik schat in dat Sandra een basis voor haar zelfvertrouwen gevonden heeft. Ze heeft ontdekt dat cultuurverschillen niets meer zijn dan dat. En dat ze redenen en het recht heeft om gewoontes uit haar cultuur te verkiezen boven die van andere bevolkingsgroepen, of het nu om “kakkers” of de andere wijkgenoten gaat. Voor jezelf kiezen daar gaat het om. Vandaar haar allerlaatste woorden in het boek: “De mazzel”. 

Karin Amatmoekrim – Het gym. Amsterdam, Prometheus, 2011. Pb, 255pg., ISBN:978-90-446-1719-1

© Jannie Trouwborst, september 2018.