donderdag 16 juni 2022

Vrouwkje Tuinman - Tijdelijk verblijf

Elke jaar geeft Brabant (net als Zeeland en wie weet nog meer provincies) een eigen boekenweekgeschenk uit. Jan van Mersbergen schreef er al eens één en dit jaar werd het geschreven door Vrouwkje Tuinman. Jammer als je haar graag leest en niet aan een exemplaar kunt komen. Maar gelukkig heeft Cossee hier ervaring mee. Jaren geleden zag men daar dat het Zeeuwse boekenweekgeschenk Zwieg stille van Rinus Spruit belangrijk genoeg was om voor een groter publiek uit te geven onder de titel De Rietdekker. Het werd het begin van zijn literaire carrière. En al heeft Vrouwkje Tuinman geen extra zetje van haar uitgever Cossee meer nodig, gelukkig is nu ook haar bijdrage voor de Brabantse Boekenweek voor iedereen beschikbaar.
 
Het leven nemen zoals het komt?

In Tijdelijk verblijf schetst Vrouwkje Tuinman het waar gebeurde verhaal van een weduwe met drie jonge kinderen die er alles aan doet om tegenslagen het hoofd te bieden en vooral vooruit te kijken. Nadat haar man kort na de oorlog bij het ruimen van achtergebleven projectielen om het leven komt en het inwonen bij haar broer en zijn vrouw haar bijna onmogelijk gemaakt wordt, gaat ze een relatie aan met een man die belooft haar te helpen met het opzetten van een pension in Eindhoven voor gasten uit de internationale variétéwereld. Heel haar leven staat in het teken van een mooie toekomst creëren voor haar 3 zoons. Maar wat zijn de drijfveren van de man die zegt het beste met haar voor te hebben?
 
Wurgend spannend

Het verhaal begint verdrietig. Het verlies van Gerrit, haar grote liefde en goede vader voor zijn kinderen. Het verblijf op de boerderij van haar broer, waar ze weggepest wordt, is uitzichtloos. Iedereen weet dat ze eigenlijk recht heeft op haar deel van de erfenis in de boerderij. Maar ze durft er niet over te beginnen omdat ze onderdak voor haar jongens nodig heeft. En dan ontmoet ze Piet, die zich opwerpt als haar redder. Met haar erfdeel kan ze op zijn voorstel een pension overnemen in Eindhoven. Aanvankelijk tijdelijk, om te kijken of het wat voor haar is, maar al snel wordt het verblijf definitief. Ze werkt heel hard en het gaat haar goed af. Alles lijkt goed te komen.

Toch is er een voortdurende dreiging voelbaar. Tussen de regels door komt het onheil binnensluipen, zonder dat je de vinger erop kunt leggen. Het verhaal is zo vakkundig opgebouwd, dat je tegen beter weten in blijft hopen dat het niet zo dramatisch af zal lopen als waar het op af lijkt te stevenen. Maar dat doet het wel. Wie veroorzaakt het drama in het gezin? Waarom grijpt er niemand in? Hoe kan het dat het leven daarna gewoon verder gaat?

Vermoedens zijn geen bewijs

Voor het schrijven van dit verhaal heeft Vrouwkje Tuinman uitgebreid onderzoek verricht, onder andere bij het Brabants Historisch Informatie Centrum en het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven. Uiteindelijk blijkt het een verhaal zonder plot: een dader wordt nooit gevonden. Of is er geen dader, of verdenken we de verkeerde?
Het boek is zo suggestief geschreven dat je je realiseert hoe snel vermoedens je doen zoeken naar aanwijzingen voor je gelijk. Maar vermoedens zijn geen bewijs. En zo blijf je achter met een verwarrend gevoel. Niemand weet uiteindelijk wat en hoe. En wij mogen er dan een mening over hebben, de waarheid zal nooit boven water komen. Ook voor de moeder die het beste met haar kinderen voor had, moet dat erg onbevredigend zijn. En dan toch dapper verder gaan? Of zien we iets over het hoofd?

Geslaagde novelle

Vrouwkje Tuinman heeft van dit dramatische verhaal een geslaagde, spannende novelle gemaakt. Waarbij ze de lezer volop de gelegenheid geeft om tussen de regels te lezen en zijn eigen gedachten te vormen over de gebeurtenissen. Het verhaal is geschreven in een prettig leesbare stijl, vaak vanuit het perspectief van de kinderen. Soms van de moeder, maar nooit van oom Piet. En dat voedt de suggesties nog meer.

Vrouwkje Tuinman - Tijdelijk verblijf. Amsterdam, Cossee, 2022. Pb., 92 pg., isbn:978-94-6452-034-7.

© Jannie Trouwborst, juni 2022.

vrijdag 3 juni 2022

Marion Bruinenberg - Nieuweling

Af en toe is er een boek, dat erom vraagt tenminste tweemaal gelezen te worden. Nieuweling van Marion Bruinenberg is zo'n boek. Bij een eerste lezing is het de steeds verder oplopende  spanning in het verhaal die er voor zorgt dat je door blijft lezen, met tegelijkertijd het onbehagelijke gevoel dat er veel meer aan de hand is dan je op het eerste gezicht zou zeggen. En als je het uit hebt, blijft er iets knagen, totdat je je realiseert dat dit verhaal niet voor niets een ik-perspectief heeft. Meegesleept door de gebeurtenissen was je vergeten dat dat een onbetrouwbaar perspectief is. En dat je het boek nogmaals zult moeten lezen om te ontdekken welke waarheid er achter de verhalen van de ik-persoon schuilt.

Eenzaamheid in al haar facetten

Ergens in de Alpen ligt een dorp, dat maar 3 maanden per jaar echt van de zon kan genieten. De overige maanden gaat zij schuil achter een grote bergkam met twee pieken, De Twee Wachters genaamd. Het dorp is moeilijk bereikbaar en wordt nog slechts bevolkt door "achterblijvers": oude mensen die hun kinderen zagen vertrekken naar de grote stad. Simone is nog de enige van de jongere generatie. Op nieuwkomers hopen heeft geen zin meer. Toch is ook zij eigenlijk een nieuwkomer: haar vader was inwoner van het dorp, maar trok naar de stad. Hij trouwde er en kwam met vrouw en kind terug. Maar het dorp is hard voor "verraders". Hoe hij ook zijn best deed, hij werd niet meer beschouwd als één van hen. De moeder van Simone hield het niet meer uit en wilde terug naar de stad, maar haar vader wilde blijven. Simone werd heen en weer geslingerd tussen de wensen en overtuigingen van haar ouders. Haar moeder vertrok alleen en wilde Simone meenemen, maar die kon geen beslissing nemen. "En wie niets beslist, beslist in feite ook." Simone blijft achter bij haar vader. Een eenzaam kind, zonder moeder, zonder leeftijdgenootjes, met een vader die er vooral graag bij wil horen en van haar verwacht dat ze alles doet wat hij denkt dat het dorp van haar verwacht. Als troost verzint ze een vriendje.
 
Maar nu is ze achterin de twintig en kort geleden is haar vader overleden. Het huis is van haar, maar ze weet nog steeds niet wat ze wil: blijven of weggaan. Ze zakt weg in een depressie. Marie, een oudere vrouw die zich een beetje om haar bekommert, stelt voor een kamer te verhuren. Voor een beetje aanspraak met iemand van haar eigen leeftijd. En als de deprimerende donkere maanden voorbij zijn, komt Eveline bij haar wonen om er een plantenonderzoek te doen naar de overlevingsmechanismen van planten die op moeten groeien in deze duistere omstandigheden.

Drie maanden vrolijkheid
 
Het enthousiasme van Eveline is aanstekelijk. Ze is geïnteresseerd in de tradities van het dorp, kan met iedereen goed opschieten, is vrolijk en uitbundig en neemt Simone mee op pad om de schoonheid van de natuur en het bijzondere leven van planten beter te leren kennen. Ze wil van alles weten van Simone. Die zegt eerst dat ze zich weinig weet te herinneren van vroeger, maar stukje bij beetje komen de herinneringen terug. Met informatie over zichzelf is Eveline echter erg zuinig.
 
De spanning bouwt zich op, mede door de vooruitwijzingen in de tekst en de afwisseling van de lange hoofdstukken uit de opeenvolgende zomermaanden en de korte uit september, als met het licht ook Eveline blijkbaar vertrokken is. In de loop van de zomer wordt Simone steeds wantrouwiger, jaloers ook op het gemak waarmee Eveline met anderen omgaat en daardoor er niet meer alleen voor haar is. Het eind voelt ongemakkelijk en vraagt om zoeken naar de diepere laag.

Mens en natuur

De natuurbeschrijvingen zijn beeldend en mooi verwoord. Daarnaast verdedigt Eveline enthousiast de waarde van de natuur. En met name de rol die planten daarin spelen. Geregeld komt de verhouding van de mens tot de natuur aan bod. Ook in de herinneringen van Simone over de gesprekken met haar ouders in haar jeugd. De herinneringen die Eveline los maakt, geven ons een kijkje in de ontwikkeling van Simone: heen en weer geslingerd tussen vader en moeder, licht en donker, dorp en stad, terugtrekken of meedoen.
Eveline tegen Simone:

""Planten zijn net zo complex als mensen," zei ze enthousiast. "Misschien wel complexer. Ze groeien op plaatsen waar geen mens het lang uit zou houden, worden groter en leven langer. Ze bewegen zonder vooruit te komen, zonder spieren en gewrichten, ze verteren prooien zonder mond of maag, ze vertonen intelligentie zonder centraal zenuwstelsel".
Ik opende mijn mond maar wist niets te zeggen. Ik vroeg me af wat ze probeerde te bereiken. Waarom wilde ze me uit alle macht overtuigen - Wat was haar doel?
"Ik probeer alleen maar je blik te verruimen," zei ze, alsof ze mijn gedachten had gelezen. "Het is allemaal niet zo zwart-wit als je denkt."
"Waarom?"
"Omdat je vastgelopen bent, omdat je je terugtrekt, je verstopt.""

Nieuweling

Wie is deze Nieuweling? Is het Eveline die de zomer doorbrengt bij Simone? Is het Simone die verandert door het contact met Eveline? Of zit het nog anders? Dit boek een tweede maal lezen verheldert veel. Met een vaag vermoeden van de oplossing, ontdek je dan subtiel kleine verwijzingen naar het antwoord. Ook de symboliek van de plantenwereld valt zo op zijn plaats.
 
Het is trouwens geen straf om het nogmaals te lezen. Deze nieuweling tussen de  Nederlandstalige schrijvers heeft een prettig leesbaar, spannend en interessant boek geschreven. Ik ben benieuwd naar het volgende.

Marion Bruinenberg - Nieuweling. Amsterdam, Podium, 2022. Pb., 347 pg., isbn:9789463810593.

© Jannie Trouwborst, juni 2022.

woensdag 27 april 2022

Eva Meijer - Zee Nu

Eva Meijer is filosoof en schrijver van romans en filosofische essays. Haar filosofische kijk op onze wereld en haar bewoners, zowel mens als dier, is dan ook nauw verweven met de fictie die ze schrijft. Als dat ergens duidelijk wordt, is het wel in Zee Nu. De combinatie van een onverwachte rampspoed, de machteloosheid en het falende beleid van de overheid en de reacties en het gedrag van de bevolking vormen tezamen een verhaal dat verdacht veel lijkt op de gebeurtenissen tijdens de COVID pandemie. En ze hebben ook een link naar de klimaatveranderingen.
 
Satire met humor
 
Er is genoeg gewaarschuwd voor een pandemie zoals die de wereld inmiddels in haar greep heeft. Nog steeds wordt er niet geluisterd naar wetenschappers die al jaren waarschuwen dat zonder maatregelen ook de vogelgriep over zal slaan op mensen en eenzelfde pandemie zal veroorzaken. De ernst van de zeespiegelstijging wordt maar deels erkend zolang er geen acute dreiging is voor Nederland. Dat intussen in andere delen van de wereld mensen in hun bestaan bedreigd worden krijgt weinig aandacht.
 
Misschien was het die combinatie die Eva Meijer ertoe bracht de zee een belangrijke rol te geven in haar verhaal. Niet als wrede, woeste, wraakzuchtige zee, maar als een stukje van de natuur dat zijn eigen weg gaat. Niemand begrijpt wat er gebeurt, maar de zee overspoelt stukje bij beetje Nederland. Het wordt vloed, maar nooit meer eb, na elke vloed volgt een volgende en zo wordt Nederland vanaf de kust elke dag een km meer overspoeld. Wetenschappers snappen het ook niet, willen het graag onderzoeken en bieden hun hulp aan, maar worden door de overheid genegeerd. De overheid wil vooral paniek voorkomen en wacht daarom zolang mogelijk met evacuatieplannen.
 
Maar wat als? 
 
Het eerste deel van het boek, waarin langzaam maar zeker heel Nederland onderloopt en de regering zich steeds verder terugtrekt, tot in Duitsland aan toe, is een milde satire. De overeenkomsten met de gebeurtenissen tijdens de COVID-periode zijn zeer herkenbaar en zorgen voor de nodige humor in het verhaal. Maar het wringt ook. Je kunt er om glimlachen, maar stel dat dit echt gebeurt (of dat een andere nog onbekende rampspoed ons treft). Je gaat je steeds ongemakkelijker voelen bij het verdere verloop van het verhaal. De ministers, op één na, zitten aanvankelijk hoog en droog in Duitsland. Als het land definitief verloren lijkt, hebben ze allemaal al snel een baantje gevonden bij buitenlandse multinationals of in Brussel. De koning zonder land leeft zonder geldzorgen verder in Mozambique. 
 
Met enige regelmaat somt Eva Meijer de rommel op die in het water drijft. Het is een combinatie van emotioneel waardevolle zaken en echte troep. Typerend zijn ook de terugkerende reclameboodschappen van de Action, toegepast op de situatie: aanbieding vier reddingsvesten voor de prijs van drie.
En de landgenoten? Die worden aan hun lot overgelaten. Velen beginnen een nieuw bestaan in Duitsland of België. Ook Murat, die tussen de alinea's van het verhaal de ruimte krijgt om geruststellende brieven te schrijven aan zijn moeder in Noord-Afrika. Sommige achterblijvers verdrinken, anderen zoeken naar mogelijkheden om nieuwe gemeenschappen te stichten op daken van gebouwen of andere hooggelegen delen te midden van het water.
 
De wetenschapper, de activist en het meisje
 
Aanvankelijk spelen ze een bijrol, de wetenschapper Steen, de activiste Arie van Zee Nu en het veertienjarige meisje Wilg. In het tweede deel van het boek krijgen ze meer een gezicht. Met z'n drieën krijgen ze een boot van de universiteit, zodat Steen toch iets van onderzoek naar de oorzaak van de blijvende vloed kan doen. Maar ze wil ook op zoek naar haar kater die achterbleef bij de overhaaste vlucht voor het water. Arie wil terug naar Amsterdam om haar actiegroep op te zoeken en te zien wat er van de stad is overgebleven, maar ook zij heeft daarnaast een persoonlijk motief: ze wil haar geliefde terug proberen te vinden. Voor Wilg geldt net zoiets: ze hoopt dat haar moeder niet is verdronken en wil haar zoeken. Door het hele boek heen heeft Wilg gedichten over de zee geschreven die een extra dimensie aan het verhaal geven. In het laatste deel schrijft ze een ontroerende en filosofisch doordachte brief aan haar moeder.

Hoe het afloopt met het drietal na deze tocht over de eindeloze zee laat ik graag open. Vaak is de weg belangrijker dan het doel. Zo is het lezen van deze mild satirische, filosofische, dystopische, ontroerende en met humor geschreven roman ook een weg die je via de verbeelding een uitzicht biedt op een mogelijke toekomst. En je laat nadenken over de mogelijkheden die binnen je bereik liggen om die te eventueel veranderen.
 
(Steen wordt geëvacueerd per bus naar een droog stuk land)
 
Steen staarde naar het land aan de andere kant van het raam, het deed haar denken aan het polderlandschap van haar jeugd. Gelukkig waren haar ouders dood. Dat dacht ze vaker, omdat ze in een wereld hadden geleefd die nu verloren ging, het begon lang voordat de zee kwam en had te maken met het verlies van het geloof dat dingen steeds beter worden, dat de mensen steeds gelukkiger zouden worden en veiliger en rijker - niet echt rijk maar rijk genoeg om niet bang te zijn en niet te lijden. Ze wisten niet dat de manier waarop we rijker en veiliger werden het evenwicht verstoorde. Ze wisten niet dat sommigen zo rijk zouden worden dat ze haast eigenhandig het evenwicht verstoorden. Dat er een evenwicht was, werd pas duidelijk toen het al zo verstoord was.
 
Met Zee Nu heeft Eva Meijer een belangrijk, zeer toegankelijk en prettig leesbaar boek aan haar oeuvre toegevoegd. Van harte aanbevolen. Zie ook het interview over dit boek in Brommer op Zee.
 
Eva Meijer - Zee Nu. Amsterdam, Cossee, 2022. Pb., 336 pg., isbn:978-94-6452-013-2
 
© Jannie Trouwborst, april 2022.

zondag 10 april 2022

Sarah Verhasselt - De verdwenen medaille

Verhuizen naar een andere omgeving, midden in een schooljaar, dat is niet prettig. Maar het is niet anders. Samen met haar moeder gaat Hannah bij haar Oma in Distelveen wonen. Aan Oma zal het niet liggen, Hannah voelt zich al snel op haar gemak in haar huis. Maar hoe zal het gaan op haar nieuwe school en hoe maakt ze nieuwe vrienden?
 
Het is lentevakantie en er is een rommelmarkt in Distelveen. Ook Oma en haar buren doen daar aan mee. Het is voor Hannah een mogelijkheid het dorp te verkennen en wellicht wat toekomstige klasgenoten en leerkrachten te ontmoeten. Maar als tijdens die rommelmarkt een voor Oma belangrijke medaille gestolen wordt uit haar huis, komt die kennismaking in een stroomversnelling. Wat volgt is een spannende zoektocht met vele wendingen die haar niet alleen in aanraking brengt met allerlei Distelveners, maar ook met nieuwe vrienden. En net als de oplossing dichtbij lijkt, gaat het toch nog bijna mis en blijkt alles heel anders in elkaar te zitten dan verwacht.
 
Mijn kleindochter (10 jaar) die ik het boek eerst liet lezen, las het in een ruk uit, zo spannend vond ze het. Ik ben niet meer gewend kinderboeken te lezen, maar aangestoken door haar enthousiasme nam ik het ook ter hand, om er als een volwassene naar te kijken. En ik kan alleen maar met bewondering vaststellen dat het niet alleen spannend is voor kinderen. Ook ik kon het niet wegleggen voor het uit was.
 
Maar ik zag meer. Hoe spelenderwijs allerlei wetenswaardigheden geïntroduceerd worden. Weet jij wat een palindroom is? Na een terloopse uitleg komt het geregeld terug in het verhaal. Een gekostumeerd feest schept een mogelijkheid om historische figuren op te laten draven. En een ouroboros? Dit Griekse symbool dat de kaft van het boek siert, speelt een belangrijke rol bij de zoektocht, maar voor de volwassenen (en wie weet ook voor sommige kinderen) staat het ook symbool voor het verloop van deze spannende geschiedenis. Daarnaast is het een verhaal voor hedendaagse kinderen, met hedendaagse spullen, uitdrukkingen, spelletjes en gadgets. Ik weet zeker dat ze zich snel thuis zullen voelen in een verhaal dat in staat is hun leefwereld op te roepen. Kortom: geslaagd!
 
Sarah Verhasselt is leerkracht Nederlands voor anderstaligen. Stiekem gelooft ze dat in elk kind een veellezer schuilt. In 2017 schreef ze Een miljoen voor middernacht waarmee ze de Averbode verhalenwedstrijd won. Haar tweede kinderverhaal De joyrider verscheen in 2021. Met haar jeugdboek De verdwenen medaille toont ze onmiskenbaar aan dat we haar in de gaten moeten houden als een veelbelovend kinderboekenschrijfster.
 
Sarah Verhasselt - De verdwenen medaille. Westerlo, Phoenix Books, 2022. Pb., 149 pg., ISBN:9789083202846
 
© Jannie Trouwborst, april 2022.

zaterdag 12 maart 2022

Bas Kwakman - Flankhond

De geschiedenis van mijn hoofdpijn, luidt de ondertitel van Flankhond. Het is een dagboek geschreven door Bas Kwakman, voormalig directeur van Poetry International. Als kind had hij al regelmatig migraine, maar in 2017 wordt het zo erg, dat hij door zijn bestuur met ziekteverlof wordt gestuurd. En hoewel hij zelf verwacht dat hij na een paar maanden wel weer aan het werk kan, blijkt dat een illusie. Met het 50-jarig jubileum van Poetry International in het vooruitzicht, doet hij er alles aan om snel beter te worden. 

Wat maakt het leven de moeite waard?
 
Schrijven, dichten, tekenen en schilderen: het zijn zaken waar hij zich graag mee bezig houdt. Hij heeft er tijdens zijn werkzame leven niet veel tijd voor. Het schrijven en tekenen zou ontspanning moeten geven en daarom besluit hij een dagboek bij te gaan houden over zijn hoofdpijn en de pogingen die hij onderneemt om er iets aan te gaan doen. We lezen over zijn zoektocht die hem bij allerlei reguliere en alternatieve genezers brengt. De adviezen die hij van alle kanten krijgt. De mogelijke oorzaken van zijn hoofdpijn en zijn weerstand tegen het idee dat het niet alleen iets lichamelijks is.

Soms lijkt het even iets beter te gaan, maar steeds is er een terugval. De bedrijfsarts en het UWV bemoeien zich ermee, maar ook het bestuur, dat een interim directeur heeft aangesteld. Het voelt als een bedreiging, zeker als hem verweten wordt, dat hij, ondanks het ziekteverlof, nog volop contacten onderhoudt met dichters over de hele wereld.

Het is niet gemakkelijk om tot een echte introspectie te komen en uiteindelijk vast te stellen, dat de migraine wellicht toch te maken heeft met een werkzaam leven dat niet meer bij hem past.

Migraine is een monster

Wie nog nooit migraine heeft gehad, zal moeite hebben te begrijpen hoe totaal ontregelend een migraineaanval kan zijn. En al helemaal niet hoe een leven eruit ziet, waarin je vrijwel elke dag een aanval hebt. Daarom alleen al is Flankhond een belangrijk boek. Als ervaringsdeskundige kan ik zonder meer stellen, dat Kwakman erin is geslaagd woorden te vinden om de situaties te beschrijven waarin je er doodziek van bent. In zijn boek geeft hij de hoofdpijn cijfers. Als het een 2 of 3 is, kan hij nog functioneren en probeert dan zoveel mogelijk te doen. De dagen met een 7 of hoger verlopen dramatisch. De lichamelijke aanleg ervoor is erfelijk, denk aan bepaalde hormonen of bloedvatafwijkingen. Tegelijkertijd zijn er trickers die een aanval op kunnen wekken. Dat kunnen psychische factoren zijn, maar ook reacties op bepaalde voedingsmiddelen of medicijnverslavingen. Zelfs geuren, luchtdrukverschillen, slaaptekort, te weinig drinken, honger. Soms wordt nooit duidelijk waar het door komt. En zonder direct aanwijsbare oorzaak wordt het temmen van dit monster vrijwel onmogelijk.

Zelfonderzoek

Na een jaar begint het Kwakman langzaam duidelijk te worden wat hij zou moeten doen om de ergste aanvallen te voorkomen. Dat is geen gemakkelijk inzicht en ook die worsteling weet hij over te brengen. Hij is er nog niet, als het boek uit is, maar hij heeft hoop en ziet weer een toekomst. Het 50-jarig jubileum van Poetry International zal door iemand anders gerealiseerd worden. Het is heel knap (en verstandig) dat hij zich daarbij neer kan leggen en besluit zijn carrière als organisator en manager om te buigen naar een bestaan als schrijver en kunstenaar.
 
Een fijne vertelstem

Wie nu denkt een klagelijk verhaal te lezen, dat uitsluitend over hoofdpijn gaat, heeft het mis. Het is een verslag van een jaar waarin ook genoeg andere zaken gebeuren. Waarin met humor de bezoeken aan therapeuten beschreven worden, waarin het genieten van kleine gebeurtenissen en schoonheid van de natuur aan bod komen. Zo blijft het boeiend om te lezen.

"Vorige week leek het gedaan met Barber. Hij sjokte naar zijn geheime plek achter het huis om te sterven. Ik vond dat wel mooi, maar Aurélia accepteerde dat niet. Toen de zon achter de bomen zakte, haalde ze het matras van haar bed en legde dat in het veld naast de boerderij.Ze nam de zieke herder in de armen en beiden vielen in slaap. Toen ze de volgende ochtend wakker werd, lag Barbar zwaar ademend op haar buik. De bordercollie lag met zijn hoofd op de schoft van zijn oude vriend. De witte kater, doorgaans stoïcijns voor alles aangaande de twee honden, lag bovenop Barber. Zo hebben ze hem in leven gehouden."
 
Meer lezen?

Tijdens het jaar van zijn ziekteverlof zag hij ook nog kans een boek te schrijven over 50 jaar Poetry International. Op Wikipedia kunnen we daarover lezen:

In poëzie en oorlog (Arbeiderspers, 2019) is een persoonlijk verslag van vijftig jaar Poetry International in Rotterdam. In dit onthullende boek ontleedt Kwakman de wereld van de internationale poëzie in het algemeen en die van het vermaarde Rotterdamse festival in het bijzonder, waarbij hij niets en niemand (inclusief zichzelf) spaart. 

Hotelkamerverhalen (Arbeiderspers, 2017) bevat verhalen en tekeningen naar aanleiding van zijn reizen voor Poetry International. Van Colombia tot China, India tot Nicaragua en Zuid-Afrika tot Chicago.

Bas Kwakman - Flankhond. De geschiedenis van mijn hoofdpijn. Amsterdam, De Arbeiderspers, 2021. Pb., 259 pg., met zwart-wit ills. door de auteur. ISBN:978-90-295-4520-4.

© Jannie Trouwborst, maart 2022.

donderdag 24 februari 2022

Mirthe van Doornik - Moeders van anderen

Nico en Kine zijn zusjes. Als het verhaal begint, zijn ze respectievelijk 14 en 9 jaar oud. Ze wonen samen met hun aan alcohol verslaafde moeder in een armzalige flat in een trieste buurt. Hun vader woont in een betere wijk van de stad. Hij heeft een nieuwe vriendin met twee zoontjes. Hoewel hij alimentatie betaalt, komt dat niet ten goede aan de meisjes. Ze kunnen maar zelden bij hem op bezoek en zelfs dan is er niet veel aandacht voor ze.

Een worsteling
 
Tussen de verschillende hoofdstukken in het boek zitten steeds enkele jaren. We zien de meisjes worstelen. Ze moeten zich staande zien te houden in een onmogelijke situatie, zonder veiligheid, begeleiding en voldoende middelen voor eten en kleding, laat staan enige luxe. Door bij de wisseling van de hoofdstukken ook te wisselen van perspectief, wordt gaandeweg duidelijk wat het voor elk van hen betekent om zo volwassen te moeten worden en waarom het de één beter lukt dan de ander.

Nico voelt zich als oudste verantwoordelijk voor haar zusje en tracht haar zoveel mogelijk te behoeden voor allerlei gevaren. Kine schuilt graag bij haar zus en vindt bij haar iets van de veiligheid die elk kind op jonge leeftijd nodig heeft. Hun moeder is vooral de stoorzender, soms vrolijk en uitgelaten, soms stomdronken en soms berouwvol met allerlei loze beloften over hoe ze het beter zal doen. Het lukt Nico niet haar moeder te behoeden voor stomme dingen en ze neemt steeds meer afstand van haar. Alles wat ze wil, is voor de buitenwereld de schande en de armoede verbergen. Maar dat valt niet mee, als je broodtrommel leeg is, omdat je moeder geen boodschappen heeft gedaan en als je met kapotte kleren en schoenen naar school moet. Niemand kijkt naar de meisjes om, behalve een tante af en toe. Ze staan er helemaal alleen voor.

Op zoek naar een uitweg
 
De stompzinnige acties van hun moeder en de vreemde vrienden die ze meebrengt naar huis zijn voor Nico een reden om een plan te bedenken om af en toe te kunnen vluchten. Samen met haar zusje spaart ze (door te werken en het geld goed te verstoppen voor hun moeder) voor een scooter om daarmee erop uit te kunnen en hun vader te kunnen bezoeken. Maar ook dat geeft niet waar ze op hoopten. En op haar 16de vertrekt Nico naar de aanleunwoning van haar oma en blijft daar clandestien wonen als deze naar een verzorgingshuis gaat. Ze verbreekt al het contact met haar moeder.
 
Kine blijft thuis wonen. Ze heeft medelijden met haar moeder en begint de manier waarop Nico leeft benauwend te vinden. Nico staat angstig en wantrouwend in het leven, probeert alle risico's te mijden, trekt zich terug, heeft nauwelijks sociale contacten. Kine begint zich af te zetten tegen Nico's fatalisme. Door haar enigszins beschermde manier van opgroeien, dankzij Nico, is ze minder beschadigd dan haar zus. De zussen verliezen elkaar uit het oog.

Getekend voor het leven

In het laatste hoofdstuk zijn de meiden 26 en 31. Hun moeder is ernstig ziek en zal waarschijnlijk overlijden. Kine is bij haar. Ze is er redelijk in geslaagd in het normale leven mee te draaien. Ze heeft gestudeerd, heeft een goede baan en sociale contacten. Nico slaagt er niet in de traumatische jeugd te boven te komen. Ze ziet overal rampen, leeft krampachtig en vervreemdt zich van haar leeftijdgenoten. Het ziet er niet naar uit dat het nog goed komt met haar.

Een aangrijpend verhaal

Ergens las ik dat er ook genoeg humor zit in dit verhaal. Maar daar denk ik toch anders over. Door het perspectief bij de kinderen te leggen, krijg je als lezer alle gelegenheid je helemaal in hun omstandigheden in te leven. Van een afstandje lijken de krankzinnige dingen die de moeder uithaalt geestig, maar dat zijn ze niet voor de kinderen. Een vakantie op een hippiecamping, in plaats van met pappa naar Frankrijk. Alleen achtergelaten worden in Disneyland, omdat ma met haar vriend ondertussen even naar Parijs wil. Een tipitent in de woonkamer en een weetplantage in de slaapkamer. Dat is niet leuk.
 
Moeders van anderen is vooral een ontroerende roman over onveiligheid, onmacht en loyaliteit. Vanaf de eerste bladzijde word je gegrepen door de angsten van de kinderen en hun kommervolle omstandigheden. Toch wil je door blijven lezen, hopend op iets beters, tegen beter weten in.

Mirthe van Doornik (1982) is journalist en documentairemaker. Moeders van anderen is haar debuut.

Mirthe van Doornik - Moeders van anderen. Amsterdam, Prometheus, 2018. Pb., 284 pg.. ISBN:978-90-446-3171-5
 
© Jannie Trouwborst, februari 2022.

zaterdag 5 februari 2022

Gerbrand Bakker - De kapperszoon

Er is lang naar uitgekeken, maar daar is hij dan: een nieuwe roman van Gerbrand Bakker. En wat voor één! Een origineel uitgangspunt met verrassende wendingen in de typerende, prettig leesbare Bakker stijl. Het was het wachten meer dan waard.
 
Vliegtuigramp
 
Zeg "Vliegtuigramp" en veel mensen zullen de MH17 noemen. Maar ik herinner mij nog heel goed de ramp op zondag 27 maart 1977, toen op de luchthaven Tenerife Noord (destijds bekend als Los Rodeos) op het Canarische eiland Tenerife twee vliegtuigen van het type Boeing 747 – een van Pan Am en een van de KLM – op elkaar botsten. Daarbij kwamen 583 mensen om het leven. Het is daarmee de grootste ramp uit de geschiedenis van de luchtvaart. Slechts 61 inzittenden, allen aan boord van het Pan Am-toestel, overleefden de ramp. Dat is nu 45 jaar geleden en er is nauwelijks meer aandacht voor. Maar Bakker haalde de ramp uit de vergetelheid door er een bijzondere roman omheen te schrijven.

De kapperszoon en de schrijver

Hoofdpersonen zijn een kapper en een schrijver. De kapper, Simon, is de zoon van een van de omgekomen passagiers. Zijn vader heeft hij niet gekend: hij werd geboren na het ongeluk, maar hij zit wel met veel vragen. De schrijver is zijn klant en vindt het gegeven interessant en wil er graag meer over weten. En zo ontstaat een boek waarin heel veel achtergrondinformatie over de vliegramp naar boven komt, want Simon zoekt de antwoorden die hij van zijn moeder en grootvader niet krijgt op via internet. De schrijver speelt een kleinere, maar vermakelijke rol. Hij heeft veel weg van Gerbrand Bakker zelf. Zo heeft hij een uiterlijk dat lijkt op dat van Bernlef en heeft hij romans geschreven als Beneden is het kil, De landweg, April en Amandelbomen bloeien rood. Het ontbreekt in dit bijzondere verhaal niet aan humor. Zelfs de Verantwoording achter in het boek doet je glimlachen.

Vader, grootvader en moeder

Waarom ging Simons vader, zonder iets te zeggen, op reis om het moment dat zijn moeder net zwanger was? Waarom wil ze hem niets vertellen? Wat weet zijn grootvader precies? Waarom zat een stagiair uit de kapperszaak in hetzelfde vliegtuig? Als Simon eenmaal begint te zoeken, laat het hem niet meer los. Met zijn grootvader bezoekt hij de plek waar de resten van veel slachtoffers begraven zijn. Maar daar ontdekt hij ook, dat van velen niets is terug gevonden en dat ook zijn vader nooit geïdentificeerd is. Bakker constateert (via Simon) op verschillende momenten in het verhaal dat er voor deze slachtoffers veel minder aandacht was dan voor die van de MH17. Pas in 2007 werd er een internationale herdenking gehouden op Tenerife en een monument onthuld.
Grootvader Jan wil graag dat Simon zijn kapperszaak (die zijn zoon Cornelis runde) overneemt, nu Cornelis er niet meer is. Simon vindt het geen prettig werk en de zaak is vaker dicht dan open. Zijn moeder Anja doet vrijwilligerswerk in het zwembad met geestelijk gehandicapte kinderen, daar betrekt ze ook Simon bij. Het geeft het verhaal allerlei extra wendingen, die toch uiteindelijk wel weer met elkaar te maken hebben. Via de gesprekken die Simon met zijn grootvader en moeder voert, krijgt de lezer een goed beeld van ze.

Eind goed, al goed?
 
Het is heel moeilijk om meer over de inhoud te schrijven, zonder de plot te verklappen. De gekozen constructie houdt de spanning er tot het einde in. De schrijver en de barman van de kroeg waar Simon de schrijver ontmoet, zorgen voor de humor in het verhaal. En dan zijn er nog de honden (ook een Bakker ding) en de Spaanse woorden: als al je boeken in het Spaans vertaald worden en je daar goede contacten hebt, dan spreek je natuurlijk ook zelf een beetje Spaans. Alles samen genomen is deze dikke roman zonder meer geslaagd. Een interessant onderwerp, goed uitgewerkt in een spannend verhaal, met de nodige humor en in de kenmerkende heldere Bakkerstijl, zonder zweverige metaforen. Met als basis de kracht van familiebanden en de behoefte je herkomst te kennen. En het einde? Dat mag iedereen zelf invullen.

Gerbrand Bakker - De kapperszoon. Amsterdam, Cossee, 2022. Pb., 303 pg. ISBN:978-90-6452-001-9 (ook gebonden verkrijgbaar).

© Jannie Trouwborst, februari, 2022.