Posts tonen met het label ALP. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ALP. Alle posts tonen

vrijdag 19 september 2014

Academica Literatuurprijs 2014

De drie genomineerden voor de Academica Literatuurprijs 2014 waren Hannah van Wieringen, Ineke Riem en Naomi Rebekka Boekwijt. Dit jaar heb ik weer eens alle drie de boeken gelezen en met veel plezier. De recensies daarvan staan elders op mijn blog. Volg daarvoor de bijbehorende links.

Hannah van Wieringen - De kermis van Gravezuid (klik hier) 

Ik ben erg tevreden over de welverdiende winst van Hannah van Wieringen, haar stijl doet me aan Gerbrand Bakker denken en een van de verhalen is een verwijzing naar Titaantjes van Nescio; beide schrijvers behoren tot mijn favorieten. Van verschillende kanten hoorde ik dat men uitkijkt naar een volgend boek van Hannah van Wieringen.

 
Ineke Riem - Zeven pogingen om een geliefde te wekken (klik hier) 

Ineke Riem is een hele goede tweede, haar sprookjesachtige verhaal, dat met veel humor en poëzie en goed getroffen beeldspraken ergens tussen Doornroosje en Alice in Wonderland en een hilarische streekroman balanceert is zeker ook de moeite van het lezen waard.


Naomi Rebekka Boekwijt - Pels (klik hier)

Naomi Rebekka Boekwijt viel mij erg tegen, maar misschien dat anderen dat anders ervaren.

Ik vind het (persoonlijk) in elk geval een hele geruststelling dat ik ook van het werk van de jongere garde kan genieten!

© Jannie Tr, september 2014.

woensdag 23 juli 2014

Hannah van Wieringen - De kermis van Gravezuid


Juli 2014 - waardering: 8,5.
 
Inleiding
Hier dan de derde en laatste nominatie voor de ALP voor debuten 2014. Meelezen en stemmen kan nog tot 1 september. Ga voor het wedstrijdformulier naar de site van Dordt Literair. 
Hannah van Wieringen (1982) volgde de opleiding Writing for Performance aan de Faculteit Theater van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Vanaf 2006 nam ze deel aan Gastschrijvers; een schrijflaboratorium van Het Gasthuis. Hier viel ze op met de eenakters Reiger ex Machina (2006) en Lege Plek (2007). Daarna volgde het avondvullende stuk Er moet licht zijn (2009) bij Toneelgroep Oostpool in regie van Marcus Azzini. Ook vertaalde en bewerkte ze toneel voor o.a. MTV producties. Naast haar teksten voor toneel schrijft Van Wieringen artikelen en columns voor ELLE en ELLE eten. 

Samenvatting 

Kermisweekend 1994. Terwijl de dorpsbewoners zich in het dorpscafé en op het kermisterreintje vermaken met zeskamp, spookhuis, gokken, katknuppelen en de jaarlijkse playbackshow, nadert vanuit het oosten een onweersbui die zijn weerga niet kent.
De kermis van Gravezuid speelt zich af in een kleine gemeenschap in de kop van Noord-Holland. De verhalen zijn stilistisch sterk en strak gecomponeerd, en schetsen een geestig, triest en nietsontziend beeld van een dorp, waarin gedroomd wordt, gevreesd, geleefd en geleden. Als in een televisieserie staat elke aflevering op zichzelf maar vormen alle verhalen samen een geheel. (Achterflap).
 


Leeservaring 

Is het toeval? Alle drie de genomineerde boeken bestaan uit losse verhalen. Bij Ineke Riem met elkaar verbonden door de rode draad van de geheimzinnige slaaptoestand van Lioba, bij Naomi Rebekka Boekwijt door het thema en bij Hannah van Wieringen door het leven van de dorpsbewoners van Gravezuid tijdens de kermisperiode. Wat ik van de andere boeken vond, kun je elders op dit weblog lezen. Maar als je naar de cijfers kijkt, zul je zien dat ik de beide boeken met een verband tussen de verhalen boeiender vond dan de verhalenbundel met het onduidelijke thema.

Het eerste verhaal (Verboden te duiken)vormt al meteen een mooie symbolische opening. Een jongen duikt van de brug op een plek waar dat verboden is: op zoek naar alles wat onder water verborgen is. Het dorp is in rust, behalve dan de twee leeftijdgenoten die bezig zijn het reclamebord voor de komende kermis te plaatsen. Als hij weer bovenkomt, komt het dorp tot leven en de geluiden die dan genoemd worden, zullen we later in het boek weer tegen komen: in de verhalen over de dorpsgenoten die samen dit dorp vormen, maar tegelijkertijd elk een levensverhaal hebben dat weinigen kennen. En in die levens gaan we duiken.

De meeste verhalen zijn in de 3de pers. geschreven, eentje heel toepasselijk in de wij-vorm (Wat er gebeurde was dit) en de laatste in de ik-vorm (Eerbetoon van Reinout). Ook dat kan symbolisch zijn: het eerbetoon van Reinout aan de dode haas ("Bedankt haas, dat je zo mooi was") als metafoor voor een dorp dat langzaam uitsterft, maar vroeger de ik-figuur een mooie jeugd gegeven heeft. 

Hannah van Wieringen heeft een prachtige stijl, die me doet denken aan het werk van Gerbrand Bakker en een groter compliment kan ik een auteur niet geven. De verhalen barsten van de emoties, maar ze blijven onderhuids en onbeschreven. Het lijkt zo helder en eenvoudig opgeschreven, maar als lezer moet je aanvoelen om welke emoties het gaat, je moet bij het verhaal betrokken willen worden. En dan volgt de magie  van het onbehagen, het voorgevoel, het inzicht, de veronderstelling. Dit is bij uitstek een boek om minstens tweemaal te lezen, zodat je kunt zien hoe knap het in elkaar zit.

Hoewel de karakters van de hoofdpersonen in elk verhaal volledig verschillen van die in de overige verhalen worden ze heel geloofwaardig neergezet. Als meest frappante voorbeeld daarvan zou ik het verhaal "Wat er gebeurde was dit" willen noemen. Het is geschreven in de wij-vorm, heel toepasselijk, want het gaat om een groepje opgeschoten jongens. Hun gedrag, hun taal, hun weggeschreeuwde onzekerheid, het komt allemaal zo natuurlijk over. Geen cliché beelden, maar echte pubers! En dan komt de link met de Titaantjes van Nescio vanzelf bij je op. Om je ook meteen weer uit de droom te helpen. 

"Daar gingen we, onderweg naar Koedooder. Vier jongens met lange armen en benen, een beetje krom, een beetje bleekjes, vlassige snorretjes, ja hoor, wij waren het. Wij sjokten door ons dorp en trapten tegen achteruitkijkspiegels. Moesten wij weten." 

Het tederste verhaal is "Het lichaam van Bregt", de kinderloze schooljuffrouw van het dorp, sinds enkele jaren weduwe (zowel het schooljuffrouw zijn, als kinderloos en weduwe, moet je tussen de regels door lezen). Vrijdagmiddag: "Ze zwaait moeizaam vanuit een onderarm naar wegfietsende ruggen". Eenmaal thuis: "Bij de achterdeur schuift ze uit haar sandalen en zet ze dicht naast de bijna vergane, bemoste klompen van Nico". Ondanks rituelen, zoals het dagelijkse bezoek aan de begraafplaats en het onderhouden van de graven van anderen, wordt Bregt letterlijk verteerd door eenzaamheid (het liefst wil ze helemaal oplossen) en snakt naar troost en warmte. Maar dat moet je zelf opmaken en aanvoelen uit de beschrijving van haar gedragingen. Heel knap gedaan.

Het lijkt me duidelijk: dit is mijn favoriet voor de ALP van 2014. Al is Ineke Riem een hele goede tweede. Voor leesclubs lijkt me dit een leuk boek: ieder kan zijn favoriete personage kiezen, men kan de verbanden tussen de dorpsbewoners analyseren, een interpretatie geven van het gedrag "geheimzinnige" hoofdpersonen, de schrijfstijl nader onderzoeken. Genoeg voor een interessante leesclub bijeenkomst. 

Hannah van Wieringen - De kermis van Gravezuid. Amsterdam, de Harmonie, 2012. 107 pg., isbn: 978 90 76168500. 

Ik las dit boek als 9/20 voor de Ik lees Nederlands uitdaging 2014 .

@JannieTr, 23 juli 2014.

vrijdag 30 mei 2014

Naomi Rebekka Boekwijt - Pels



Mei 2014 - waardering: 6,0.
Inleiding

Een paar jaar geleden maakte ik nog deel uit van de Kernjury van de Academica Literatuur Prijs voor debuten. Waarom ik daarmee gestopt ben staat elders op dit Blog (onder trefwoord ALP). Dat wil niet zeggen dat ik de debutanten die daarvoor genomineerd werden in de jaren daarna niet meer gevolgd heb. Dit jaar kwam ik via de Dioraphte Jongerenliteratuurprijs  2014 terecht bij Ineke Riem en haar Zeven pogingen om een geliefde te wekken. Ik was erg enthousiast over haar debuut en toen ze kort daarna voor de ALP werd genomineerd, besloot ik ook de andere twee genomineerden te lezen. Vanwege de mooie kaft liet ik me verleiden eerst Pels te lezen van Naomi Rebekka Boekwijt.

Samenvatting

Een onsentimentele ode aan het buitenleven. In zeven verhalen worden verschillende jonge mensen naar buiten gejaagd. Een vrouw komt op het platteland terecht. Een jongen rijdt met twee vreemden naar Aalborg. Een wetenschappelijk instituut met aan het hoofd de beruchte docent Bruska valt uit elkaar. Zowel in de stad als op het land stuiten de hoofdfiguren op het dier dat de mens is. (Achterflap).

Leeservaring

De samenvatting op de achterkant van het boek is wel erg summier. Echt een idee van wat ik verwachten kon, had ik dan ook niet. Zeven korte verhalen, in een vrij dun boekje (123 pg.), waar het buitenleven kennelijk een grote rol in speelt en "het dier dat de mens is".
Gewoon maar in beginnen dan. Maar na twee verhalen wist ik niet meer zo goed wat ik er mee aan moest. Het platteland: ja, dieren, ja. Verder: Een benauwende, onheilspellende sfeer, moeilijk te duiden gebeurtenissen. Relaties, of wat daarvoor door moest gaan, die maar niet willen vlotten, moeizame communicatie. Ik was er niet zo van gecharmeerd, maar ik houd niet van al te snel opgeven. Doorlezen dus. Maar nadat het boek uit was, had ik er nog steeds een heel ongemakkelijk gevoel  over. Dit moest haast wel aan mij liggen, dacht ik, als het boek genomineerd voor de debutantenprijs?
Dus tegen mijn principes in, toch eerst eens gekeken wat anderen ervan vonden. Op Recensieweb vond ik mijn eigen gevoelens t.a.v. dit boek weerspiegeld in een artikel met de titel: De lezer als detective.

"Patsboem vallen we midden in de levens van personages in Pels. We pikken ze ergens op in hun dagelijkse beslommeringen, lopen een eindje met ze op, kijken over hun schouders mee en laten ze weer los. Naomi Rebekka Boekwijt debuteert met een verhalenbundel waarin ze probeert haar personages in een beperkte setting tot leven te wekken." (Recensieweb: zeker het nalezen waard!)

Ik zag ook dat er genoeg lovende recensies zijn. Maar mij viel het dus tegen. Ik houd er best wel van als niet alles voorgekauwd is en als er van de lezer verwacht wordt dat hij zelf nadenkt, interpreteert. Dat hij een diepere laag herkent en dat er te genieten valt van verwijzingen en beeldspraak. Maar ik ben dus blijkbaar niet te enige die de verhalen onbegrijpelijk vond. En te geforceerd literair. Die wel dieren voorbij zag komen, maar niet zo zeer "het dier zag dat de mens is".

Het is overigens wel knap om de ongemakkelijke sfeer op te roepen waar alle verhalen door gedragen worden. Onzekerheid, eenzaamheid, twijfel, afhankelijkheid, kwetsbaarheid maken het beklemmende verhalen, terwijl er eigenlijk in werkelijkheid weinig gebeurt. Misschien is dat wel het thema van deze bundel: een weerspiegeling van hoe veel opgroeiende jongeren zich voelen in deze afstandelijke maatschappij.

Geen leesclubboek wat mij betreft, maar het is vrij dun, dus wie erover twijfelt, heeft het zo gelezen. Verhalenbundels zijn meestal niet zo geschikt voor een leesclub. Alleen hele sterke korte verhalen zijn daar geschikt voor. Die bundels bestaan wel, maar daar hoort deze zeker niet bij.

Naomi Rebekka Boekwijt - Pels. Amsterdam, Arbeiderspers, 2013, 123 pg., isbn: 9789029587389

©JannieTr, 30 mei 2014

Ik las dit boek als 8/20 voor de Ik lees Nederlands Uitdaging 2014

woensdag 21 mei 2014

Ineke Riem - Zeven pogingen om een geliefde te wekken



Mei 2014 - waardering: 8,5

Inleiding
Ineke Riem (1980) bracht haar jeugd door op de Zuid-Hollandse eilanden, studeerde Nederlands in Groningen en Londen en een jaar Beeld en Taal aan de Rietveld Academie in Amsterdam. Ze werkte jarenlang als docent Nederlands en geeft poëzieworkshops aan kinderen en jongeren. Zeven pogingen om een geliefde te wekken is haar debuutroman. Voor een hoofdstuk dat eerder werd gepubliceerd in De Gids ontving ze de Nieuw Proza Prijs 2012. Op 23 april 2014 kreeg ze de juryprijs van de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2014 in de categorie Oorspronkelijk Nederlandstalige literatuur. Kort daarna werd bekend dat ze tot 3 genomineerden behoort voor Academica literatuurprijs voor debuten van 2014. Wat mij betreft een goede kanshebber! 

Samenvatting 

Oudering is een dorpje op het eiland Voorne-Putten waar de inwoners langs elkaar heen leven en hun nooit uitgekomen dromen in oude sokken bewaren. Lioba, een ambitieus en kunstzinnig meisje, wil niets liever dan het dorp ontvluchten. Als zij op een dag bewusteloos wordt aangetroffen op het nabije gors, gonst het dorps van de geruchten. Diverse dorpsgenoten zoeken koortsachtig naar een manier om haar weer wakker te krijgen. Wie weet Lioba te bevrijden uit haar mysterieuze slaap? (Omslag boek). 

Leeservaring 

De gewonnen Dioraphte Jongerenliteratuurprijs wekte mijn interesse voor dit debuut, maar het feit dat het verhaal zich afspeelt op Voorne-Putten gaf voor mij de doorslag om het daadwerkelijk te gaan lezen. En ik moet toegeven, dat is uiteindelijk ook één van de redenen waarom ik er zo van genoten heb. Maar dat doet niets af aan de literaire kwaliteiten van het boek. Daarover later meer, eerst Voorne-Putten dus.
Wie 35 jaar op Voorne-Putten heeft gewoond en het Zuid-Hollandse eiland in die jaren met veel plezier heeft doorkruist, komt veel bekends tegen en geniet van de manier waarop de schrijfster daarmee gespeeld heeft. Dat Oudenring over Oudenhoorn ging, was al snel duidelijk en toen wij half mei onderweg naar onze huidige woonplaats nog eens over de kerkring reden, zagen we de partytent van de jaarlijkse rommelmarkt (waar het verhaal mee begint) nog op het grasveld bij de kerk staan. En al heeft Oudenhoorn een museum (in een boerenschuur) dat 's zomers af en toe open is, voor het museum waar Lioba werkt heeft vast het aardige museumpje In den Halven Maen http://www.indenhalvenmaen.nl/  in Tinte model gestaan. En de oude directrice? Ook daar is een beetje mee gegoocheld. In Abbenbroek kende ik een hele oude dame die een woonkamer vol met poppen heeft (net als wijkverpleegster Arina uit dit boek) met de mooiste, zelfgemaakte kleding aan. De bejaarde dorpsgenoten die allemaal in Vlietsteyn zitten? Dat moet Voornesteyn of Bernissesteyn zijn... En dan was er ook nog die pittig rijdende domineesvrouw met haar scootmobiel. Ach, teveel om op te noemen, maar o zo leuk om te ontdekken en herkennen.

Dan iets over het genre. Wat Ineke Riem ons heeft voorgeschoteld is een modern sprookje: een mengeling van Doornroosje en Alice in Wonderland. De karakters zijn daarop aangepast. Lioba is een dromerig meisje, dat zich niet thuis voelt in het dorp met zijn bijzondere, maar o zo aardse bewoners. Niet dat zij geen dromen hebben, maar ze houden ze voor zich, lopen er niet mee te koop, terwijl Lioba in kleding en houding probeert haar dromen te leven.

In elk hoofdstuk komt een bewoner aan bod, in een personaal hij-/zij-perspectief. Alleen de oude museumdirectrice vertelt in ik-perspectief. Voor mij is zij de hoofdpersoon van het boek, ze komt geregeld terug en speelt een belangrijke rol bij de oplossing.
De afzonderlijke verhalen laten ons achter het geheim van elke dorpsgenoot komen, daarbij worden bepaalde karaktertrekken aangedikt. Karikaturaal, stond in een recensie, maar ik vond dit juist passend in dit sprookje: de dorpsfiguren vertonen allemaal een uitvergrote menselijke eigenschap, die beteugeld dient te worden of die als na te jagen droom niet meer voldoet en losgelaten moet worden om als persoon te kunnen groeien. De geheimzinnige slaaptoestand van Lioba, waarbij uiteindelijk iedereen betrokken wordt, zorgt er voor dat ook de dorpsbewoners op de een of andere manier wakker worden.

Er zijn veel verhaallijnen en al heeft elke figuur zijn eigen hoofdstuk(ken), toch komen ze tenslotte allemaal samen. Met name via de "inbreker", een verlegen jongeman die 's nachts bij zijn dorpsgenoten binnensluipt om hen beter te leren kennen en achter hun geheimen te komen. Hij is niet goed in contacten leggen. 

"Inbreken ging hem gemakkelijker af dan een gesprek voeren. Bovendien kwam je tenminste werkelijk iets over een persoon te weten als je zijn huis binnendrong en zijn eigendommen onderzocht. Die onthulden heel wat meer dan iemand tijdens een praatje op een verjaardag van zichzelf liet zien." 

De stijl past zich aan aan de beschreven persoon en de omstandigheden. Poëtisch als de dromerige Lioba zit te piekeren, kordaat en vol cynische humor als de oude dame (92) aan het woord is. 

"Ik had allang dood moeten zijn. Er zijn kansen genoeg geweest. Vrieskoude winternachten in een onverwarmde slaapkamer, tuinwerkzaamheden in de brandende zon, levensgevaarlijke verkeerssituaties. Ik maak desserts van rauwe eieren. Ik rook als een ketter. Ik lik mijn vingers af als ik de kip in de pan heb gedaan. Ik klim zelfs op het dak om de bladeren uit de dakgoot te vegen, ik was de zolderramen vanaf een ladder - ik ben tweeënnegentig. Een ongeluk zit in een klein hoekje, maar niet voor mij." 

Haar leven staat in het teken van spijt: ze dorst niet te kiezen voor een liefdesrelatie met de vrouw van de dominee en koestert nu haar brieven en foto en hoopt haar in een hiernamaals weer te zien. En daarom is ze het hier zat, geeft vast zoveel mogelijk spullen weg aan de rommelmarkt elk jaar. Maar ook voor haar brengt de toestand van Lioba uitkomst. Zodat ook voor haar geldt: eind goed al goed, zoals dat hoort in een sprookje. 

Het begin van het hoofdstuk met de dorpsroddel is uniek: hoe die hoorde van die, omdat die bevriend was met de buurvrouw van die, enz. Hilarisch bijna, zoals dat kan gaan in een dorp.
Humor ziet er ook in, bv.: "Wolff wist niet hoe dat moest: janken".

Genoten heb ik van de toegepaste beeldspraak: mooi, niet gezocht. Een paar voorbeelden. Ze komen vooral voor in de teksten over en van Neeltje (de oude vrouw).
Lioba haalt de oude brieven die Neeltje van haar vriendin kreeg onder water uit de enveloppen: 

 "Ze vouwde ze open en liet ze een voor een los. In de zachte stroming golfden de randen van de blaadjes licht, als de vinnen van zeekatten. De inkt maakte zich los van het papier en vormde kortstondig een sepiakleurig spoor voordat hij oploste in het water. Langzaam zweefde de school brieven van de duikers weg."

Over de brieven die Neeltje van de domineesvrouw ontving:

"...vooraleer ik de moed had hem te openen. Daarna spelde ik alle regels steeds opnieuw, bang om ook maar een notie van het bedoelde te missen. Terwijl het papier onder je handen tot stof vervalt, etsen de woorden zich voorgoed in je ziel."

Waarom het niet kon:

"Armoede zou onze vriendschap uitgemergeld hebben. De zorgen en spanningen zouden alle steken van het borduurwerk van de liefde hebben uitgehaald."

Denkend aan vroeger:

"Misschien hebben we wel allemaal iemand die we ons hele leven in ons hoofd mee nemen. Een eerste liefde die zoveel indruk maakt dat die als een watermerk in je ziel zit." 

Zoals ik al zei: Voorne-Putten speelt als achtergrond van het verhaal een grote rol. Veel is bij elkaar verzonnen, maar wie de moeite neemt er eens rond te kijken, zal ontdekken dat het boek tot op zekere hoogte de sfeer van dit eiland goed weer geeft. Met Spijkenisse op de noordoostelijke punt en Hellevoetsluis op de meest zuidwestelijke als groeikernen, is het platteland nog ongerept. Brielle is een fraai vestingstadje en aan de kust zijn de familiebadplaatsen Rockanje en Oostvoorne. En ook de oude vesting van Hellevoetsluis is een bezoek waard. Het Duingebied van Voorne is uniek in Europa, de Bernisse is een schitterend en rustig nog onontdekt recreatiegebied. Maar daarnaast zijn er de talrijke oude, soms middeleeuwse stadjes en dorpen. De tijd heeft er echt stilgestaan: in Heenvliet en Geervliet, in Abbenbroek, Zuidland en Nieuwenhoorn. En natuurlijk Oudenhoorn. Het is helemaal niet moeilijk om daar de sfeer van dit verhaal op te pikken. 

Egypte speelt ook een rol. Directe en indirecte verwijzingen komen in alle hoofdstukken voor. Wellicht moeten we het zoeken naar geheimen van de "inbreker" (de enige zonder naam) wel relateren aan Howard Carter bij zijn zoektocht naar het graf van Toetanchamon. Lioba's vriend heet Ramses, dat is duidelijk, maar veel zal alleen voor wie er wat meer van weet begrijpelijk zijn, zoals ik dat met Voorne-Putten had.

Water is een belangrijk motief, net als verwijzingen naar andere literatuur. Maar ook voor wie dat allemaal niet zo nodig hoeft, valt er volop te genieten van dit moderne sprookje.
 
Het voornaamste thema is denk ik onze dromen. We hebben ze nodig. De een streeft ze na, de ander probeert ze uit. Maar soms is alleen dromen genoeg. Tot het moment komt, zoals bij de meeste dorpsbewoners, waarop je je afvraagt: hoe nu verder? Ze hebben er allemaal een ander antwoord op. Het mooist vond ik dat van Lem Looij: hij hoopte ooit een filmster te worden, maar op het moment dat het misschien had gekund, trok hij zich terug: soms kun je beter dromen van iets dat nooit werkelijkheid zal worden, dan je droom voorgoed kwijtraken. Ook dat is een keus.

Een lang interview met Ineke Riem over haar debuut is te horen via deze LINK. 

Ineke Riem - Zeven pogingen om een geliefde te wekken. Utrecht, De Arbeiderspers, 2013. 206 pg., isbn: 978-90-295-8622-1. 

©JannieTr, 21 mei 2014.

Ik las dit boek als 6/20 voor de Ik lees Nederlands Uitdaging 2014

zondag 18 maart 2012

Jan van Mersbergen - De grasbijter


Maart 2012 - waardering: 8,0.

Inleiding

In 2012 viert uitgeverij Cossee haar tienjarig jubileum met een serie van 10 feestboeken. Een ervan, De grasbijter, heb ik meteen besteld, omdat ik na het lezen van o.a. Zo begint het heel nieuwsgierig ben geworden naar de andere boeken van Jan van Mersbergen. Daar kwam nog bij dat hij een hoofdstuk uit dit boek voorlas bij VPRO's Donkere Dagen. Dat greep mij zo aan dat de keus voor het volgende boek snel gemaakt was. De grasbijter (2001) werd in 2002 genomineerd voor de Debutantenprijs. Hoewel hij die niet won, waren er lovende recensies van o.a. Het Parool, De Volkskrant en de Leeuwarder Courant. Meer info over zijn boeken en een dagelijks bijgehouden weblog zijn te vinden op www.janvanmersbergen.nl.

Voor deze jubileumuitgave heeft Jan van Mersbergen achterin een aantal discussiepunten voor leesclubs geschreven. Ook voor de individuele lezer kunnen die een eyeopener zijn.

Samenvatting

Francis, een eenvoudige man van een jaar of dertig, leeft met zijn hond Cesar teruggetrokken ergens op het platteland, in het huis waar vroeger ook zijn ouders en zusje woonden. Hij zorgt voor het vee, gaat naar zijn werk, kuiert door de dag en slaat zich redelijk, zij het alleen, door het leven. Tot op een zeker moment Cecile, een meisje van zijn vroegere school, belangstelling gaat vertonen voor zijn oude piano. Het zet zijn hele leven op z'n kop. Zijn beperkte bestaan krijgt plotseling een weidsheid die hem duizelig maakt en hem van streek brengt. Maar met zijn schuchtere liefde kan hij geen kant op. Hij heeft lief zoals hij leeft: in stilte. Aan de kleine treurnis van zijn bestaan meent hij met een grote Daad een eind te kunnen maken - een daad van gerechtigheid. Ingehouden, zonder enige sentimentaliteit en in een heldere taal schetst Van Mersbergen het lot van deze droevige figuur. (Uitg. Cossee).

Leeservaring

In het hoofdstuk dat J. van M. voorlas bij de VPRO vindt een dramatische gebeurtenis plaats. Een van de weinige in het boek, maar met een grote impact. Ik had bij het lezen van dit boek liever niet de kennis gehad die ik opdeed bij de voorlezing, al werd het verhaal er niet minder spannend door. Maar ik wil de gebeurtenis daarom hier niet noemen: ik denk dat het nog heftiger is, als je het niet weet. 

Zoals gezegd: er gebeurt weinig schokkends in het leven van Francis, zijn werk is eentonig, hij heeft weinig contacten, hij voelt zich in de steek gelaten door zijn ouders. Hij voelt zich verantwoordelijk voor de schapen en de kippen, de boomgaard en de moestuin, maar meer omdat hij zich steeds afvraagt wat zijn vader ervan zou vinden dat hij de boel verwaarloost dan dat hij belangstelling voor het boerenleven heeft. Toch heeft hij wel een band met de dieren, geniet hij van de natuur om hem heen en zorgt hij op een soms ontroerende manier voor de dieren die van hem afhankelijk zijn. Hij doet er echter alles aan om vreemden van zijn erf te weren. Alleen zijn collega John en de buren met hun gehandicapte zoon Tom, waar hij erg goed mee kan opschieten, ontvangt hij graag. De telefoon laat hij vaak bellen, het lijkt er op dat hij zijn ouders aan de telefoon verwacht en zich zo in de steek gelaten voelt of schuldig omdat hij het boerenwerk niet serieus heeft opgepakt, dat hij ze niet wil speken. Verder kabbelt zijn leventje voort.

Tot iemand met Cecile de piano komt halen die toch niet gebruikt wordt. Meer nog dan het meisje zelf is het de (klassieke) muziek die hem in vervoering brengt, al denkt hijzelf verliefd te zijn. Hij wordt er onrustig van, zijn bestaan wordt op z'n kop gezet. Hij leent zelfs een auto om een keer naar een uitvoering van Cecile in de stad te gaan en hoort weer die wondermooie klanken. Hij is te schuchter om lang met haar te praten. Bij een tweede concert speelt ze extreem moderne muziek, hij vindt het vreselijk en als dan ook nog blijkt dat ze een vriend heeft waar hij zich duidelijk minderwaardig bij voelt, keert hij vol frustratie terug naar huis. Alsof dit niet genoeg is, krijgt hij een nog groter drama te verwerken.

Het perspectief ligt uitsluitend bij Francis, maar de lezer komt nauwelijks direct iets van zijn gedachten en gevoelens te weten. Het bijzondere aan de stijl van dit boek is, dat de schijnbaar onbeduidende gedragingen van Francis zijn meestal onuitgesproken gedachten en gevoelens bij de lezer oproepen. Je voelt zijn onzekerheid, zijn tegenzin tegen zijn eentonige werk, zijn schuchterheid en eenzaamheid, zonder dat er ergens over gesproken wordt. En de woede (zoals in een van de recensies wordt opgemerkt) die onderhuids voortwoekert en aanzet tot verzet tegen het lot dat hem in zijn greep lijkt te hebben. We krijgen wel een beeld van zijn karakter, maar of dat het juiste is?

Het verhaal wordt chronologisch verteld, met een enkele, korte flashback, het beslaat waarschijnlijk maar een paar maanden (het lijkt voorjaar en zomer te zijn). De titel De grasbijter zou kunnen verwijzen naar de term die wordt gebruikt voor kalveren die groot genoeg zijn om in de wei te mogen lopen, gras te eten en geen melk meer drinken. Is Francis ook een symbolische grasbijter, te jong door zijn ouders in de steek gelaten? Of bijt hij zich vast in het gras van zijn kleine wereld, waar hij ondanks alles veel van houdt en die hij verkiest boven het stadse en de voorbij rijdende auto's op de dijk? 

Er zit veel symboliek in het verhaal, het weer speelt een rol, de dieren, de muziek. Heel mooi wordt dat bv. beschreven in een kort hoofdstuk dat (in deze uitgave) op blz. 155 staat, dat begint met een opbollende witte wolk boven de polder. Of als het over Cesar gaat, die echt blij is hem te zien en met wie hij hele gesprekken voert. Of de schapen die hem opzoeken als hij verloren in het duister in de boomgaard zit.

Een bijzonder boek, dat spannend is zonder dat er veel gebeurt, behalve die dramatische gebeurtenis dus, die ik niet wil verklappen.  Ik zou zeggen: lees het zelf maar!

Jan van Mersbergen - De grasbijter. Amsterdam, Cossee, 2012. Jubileumuitgave, geb. in linnen band, 191 pg., met leesclubdiscussietips.

©JannieTr, 18 maart 2012.

10-jaar Cossee jubileumboeken
De eerste vijf van deze tien boeken ligt nu in de winkel: In ongenade van J.M. Coetzee, De stem van Tamar van David Grossman, Vrouw in de schaduw van Dorinde van Oort, De grasbijter van Jan van Mersbergen en Rakelings van Yolanda Entius. Alle boeken zijn voorzien van een auteursinterview of leesclubvragen, zijn gebonden in linnen en kosten slechts € 12,50.