Posts tonen met het label Friesland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Friesland. Alle posts tonen

vrijdag 31 augustus 2018

Nienke van Hichtum - Afke's tiental

Als laatste boek voor de Maand van de Klassieker 2018 (KLIK HIER) koos ik voor een kinderboek uit 1906: Afke's tiental geschreven door Nienke van Hichtum. Het was het lievelingsboek van mijn Friese grootmoeder Trijntje van Oostrum-Molenaar (Bolsward 1892 - Drachten 1975). Ze had het al zo vaak tegen me gezegd: lees dit maar eens, dan weet je hoe mijn jeugd eruit zag. Toen het boek verscheen was ze net aan haar eerste dienstje begonnen (14 jaar oud). Maar ik vermoed dat ze het pas later gelezen heeft.

Mijn oma kwam uit een arbeidersgezin dat bij vlagen (werkeloosheid en ziekte) flinke armoede kende. Ze was de tweede in het gezin met 10 kinderen waarvan er 3 op zeer jeugdige leeftijd overleden. Waaraan is niet meer te achterhalen. Ondervoeding? Kinderziekten waartegen nog niet werd ingeënt? Als twee broertjes enkele dagen na elkaar overlijden, 3 maanden oud en 2 jaar, ga je daar wel aan denken. Het zijn schrijnende verhalen die mijn oma vertelde. Als ze tussen de middag uit het schooltje kwamen en de naaidoos stond op tafel, dan wisten ze dat ze niet om eten hoefden te vragen: dat was er gewoon niet. Voor ze buiten mochten spelen 's middags moesten de meisjes eerst tien toertjes breien aan de sokken. Zij was het die het mij leerde. Ik deed het graag. Maar in hun gezin vroeg niemand zich af of iets leuk was: er moest gewoon veel gebeuren en dat losten ze samen op. Want ondanks alles heeft ze een fijne jeugd gehad, met liefhebbende ouders in een hecht gezin.

Toen ze mijn grootvader ontmoette, was hij actief als een van de oprichters van De Blauwe Knoop (een vereniging tegen drankmisbruik). De uitzichtloze armoede en het drankmisbruik (lonen uitbetaald in de kroeg van de werkgever) brachten een tegenbeweging voort, waarbij ook mijn beide grootouders zich aansloten: de SDAP (Sociaal Democratische Arbeiders Partij).

Afke's tiental

Nienke van Hichtum is het pseudoniem van Sjoukje Maria Diderika Troelstra-Bokma de Boer (1860-1939). Behalve kinderboekenschrijfster was ze vertaalster Fries-Nederlands (en andersom). In 1888 trouwde ze met Pieter Jelles Troelstra, één van de oprichters van de SDAP. Ook Sjoukje/Nienke werd door de tijdgeest gegrepen en omarmde de principes van de beweging. Ze heeft veel geschreven, maar Afke's tiental is haar bekendste boek.
Het verhaal is gebaseerd op het leven van Harmke Feenstra-Tuinstra uit het dorp Warga. Haar dochter was dienstmeisje bij Nienke van Hichtum. Het boek werd voor het eerst uitgegeven als deel 2 van de 'Geïllustreerde Bibliotheek voor Jongens en Meisjes' in 1903 bij uitgever J.B. Wolters. In 1906 werd deze hele boekenreeks overgenomen door de in kinderboeken gespecialiseerde uitgeverij P. Kluitman. Een jaar later verscheen de tweede druk. Pas toen werd het boek populair bij het grote publiek. In 2014 verscheen bij deze uitgever de 61ste druk.


Inhoud

In een klein, arm dorp op het Friese platteland wonen moeder "mem" Afke en vader "heit" Marten met hun tien kinderen in een tochtig en veel te klein huisje. Het jongste kind is pas geboren en het valt Afke zwaar haar laatste "popke" genoeg eten te geven. In tegenstelling tot de rijke boeren en stadslui is voor Afke elke dag er een waarop zij hoopt alle monden weer te kunnen voeden. Geld voor aardappelen, boter, kleren en turf voor de kachel is er nauwelijks en 's winters gaan ze vroeg naar bed om in de bedstee, dicht tegen elkaar aan gekropen, nog enige warmte te vinden. De opofferingen die Afke zich moet getroosten om haar kinderen een bestaan te geven, hoe karig ook, gaan soms heel ver. (Achterzijde boek).

Leeservaring

Wie dit leest, krijgt niet de indruk dat het hier om een kinderboek gaat: deze samenvatting is teveel geschreven vanuit het perspectief van de moeder. Maar het is toch echt een jeugdboek. De kunst is het boek te lezen met kinderogen. Het werd geschreven eind 19de eeuw en we mogen zonder meer aannemen dat het niet alleen bedoeld was voor de kinderen waar het verhaal over gaat. Zij leerden ternauwernood lezen en boeken waren een te kostbaar bezit. Misschien werd het voorgelezen op school, want het verhaal is best spannend. Voor de kinderen van toen dan toch. Een boze boswachter uitdagen, een logeerpartijtje in de onbekende grote stad (Leeuwarden) bij de oudste zus in het huis van haar mevrouw en dan verdwalen. En een zondagse vaartocht met een geleend zeilscheepje die bijna rampzalig afloopt.

De vraag is echter wat de werkelijke drijfveer van Nienke van Hichtum was om dit boek te schrijven. Ze probeert duidelijk iets over te brengen. Ten eerste dat het gezin, hoe arm en radeloos soms, altijd een hechte eenheid vormt en samen optrekt. Maar ook dat het zich (te) gemakkelijk neerlegt bij onrecht en ongelijkheid en niet in opstand komt. En dat de jongens als echte Friezen zich niet laten kennen bij verdriet en tegenslagen, daar zijn ze trots op. Typerend is overigens dat de meisjes vanzelfsprekend de zorgtaken op zich nemen.

Maar dan is er de andere kant: het verschil tussen rijk en welvarend, en extreem arm. Het was geen gefantaseerde of aangedikte toestand waarover Nienke schrijft. Ze laat zien dat mededogen niet veel hoeft te kosten. De mevrouw waar de oudste dochter (14 jaar) werkt, laat de zusjes van 4 en 6 ophalen om twee weken bij hen te komen logeren na de geboorte van de jongste. Ter ontlasting van Afke en om ze een beetje aan te laten sterken. En ze stuurt vanaf dan elke week een mandje eieren.
Tijdens hun zeiltocht op het grote meer komen vader en de kinderen meerdere luxe schepen tegen. Sommige negeren de kleine boot met de armlastige bemanning en varen roekeloos voorbij en weigeren een groet te beantwoorden. De kinderen begrijpen dat niet. Dan komt er een boot waar duidelijk een partijtje aan de gang is. Als de feestende kinderen het bootje ontdekken, zwaaien ze en gooien allerlei lekkers in hun zeilscheepje. Weer zijn de kinderen verbaasd: dat ze al dat lekkers zomaar krijgen, maar voor het eerst komt dan de vraag even naar boven: waarom hebben zij zo veel en wij zo weinig. Om die snel weer weg te duwen: te pijnlijk. Het is nu eenmaal zoals het is.

Een verhaal met een boodschap

Een spannend kinderboek met een politieke boodschap. Enerzijds een hart onder de riem voor de arme kinderen: een hecht en liefdevol gezin en het blij kunnen zijn met de kleine dingen in het leven is heel wat waard. Zo heeft mijn oma haar jeugd ook ervaren, maar ik denk toch dat dit beeld wat te romantisch is. Niet iedereen was in staat zo harmonieus zijn lijden te dragen. In veel gezinnen, zeker als vader ook nog eens zijn karige loon verdronk, was het niet zo gezellig als bij Afke.
Anderzijds (en dat was denk ik haar werkelijke motief) was het een appèl op de welgestelden. Via hun kinderen en de boeken die deze lazen, waren die wellicht beter te bereiken. De SDAP maakte velen kopschuw, bang voor het uitbreken van een revolutie. Nienke van Hichtum toonde: met een beetje naastenliefde en wat eerlijker delen komen we heel ver. Betere woningen, een redelijk loon, goede zorg en scholing. Dat alles zou voor iedereen moeten gelden.

Hoe moeten we het succes van dit boek duiden? Je kunt het oubollig en zoetsappig noemen, maar voor de tijd waarin het geschreven werd, viel dat wel mee. Na meer dan 100 jaar kun je het een treffend tijdsbeeld noemen. Maar dan nog kan ik er niet de vinger op leggen waarom dit boek al 61 drukken achter de rug heeft en in een strip is verwerkt. Er moet iets tijdloos in zitten, dat door alle generaties heen begrepen wordt. En eigenlijk is dat heel hoopvol. Wie het weet mag het zeggen.

Tot slot 

Een mooie film over het leven van Nienke van Hichtum is: Nynke, een liefdesgeschiedenis, onder regie van Pieter Verhoef, met in de hoofdrol Monic Hendrickx (2001). Te leen via de bieb op DVD.

Afke's tiental is verkrijgbaar:

- als stripboek door Dirk Matena (ISBN 9789079287512), ook verkrijgbaar in het Fries en als kleurboek

- als e-book (ISBN: 9789081549363)

- als 61ste druk bij Kluitman (ISBN: 9789020621082)

- als antiquarische uitgave of tweedehands bij boekwinkeltjes.nl

Ik las de jubileum uitgave bij het 125-jarig bestaan van Uitgeverij Kluitman:

Nienke van Hichtum - Afke's tiental. Alkmaar, Gebr. Kluitman, 1989. Geb. 154 pg., met 16 ills. van J.H. Isings Jr., 51ste geheel herz. dr.

© Jannie Trouwborst, augustus 2018.

vrijdag 23 februari 2018

Anita Terpstra - Het huis vol

Hoe hebben mijn grootouders dat klaargespeeld, vraagt Anita Terpstra zich af, als ze zelf moeder wordt en zich realiseert dat zowel haar vader, als haar moeder in een wel heel groot gezin opgroeiden. Bij haar vader Sake waren ze met 7 kinderen en bij haar moeder Geertje met zelfs 14. En hoe was het voor de kinderen? Was het gezellig, kregen ze wel voldoende aandacht en welke invloed heeft het gehad op hun volwassen leven? Was er verschil tussen de oudste of de jongste zijn? En hoe gaan ze nu met elkaar om?


Niet alleen de familieband wakkert haar nieuwsgierigheid aan. Het feit dat ze journalist is, is uiteindelijk de reden om te proberen er meer over te weten te komen en er een boek over te schrijven. Daarvoor heeft ze de hulp van haar ouders, tantes en ooms nodig. Bijna allemaal stemmen ze toe en vertrouwen haar hun verhalen toe. Van de 21 werken er 18 mee: haar oudste tante is verstandelijk beperkt, één oom is al overleden en één oom wil niet. Vanwege te pijnlijke herinneringen, vermoedt ze. De anderen zijn openhartig genoeg om haar een indringende blik op het leven in hun grote gezin te gunnen. Anita Terpstra heeft met Het huis vol, een geschiedenis van het naoorlogse grote gezin met behulp daarvan een boeiend verslag geschreven.

In het voorwoord gaat ze in op de dilemma's waarmee ze te maken krijgt. Haar familieleden hebben haar in vertrouwen genomen, maar moet alles wel verteld worden? Er zijn zeker pijnlijke waarheden bij, maar ook onderlinge ruzies en zaken die iedereen zich net even anders herinnert. Gesprekken met vreemden, die ook uit zulke grote gezinnen komen, sterken de journalist in haar, om toch door te zetten, met zoveel mogelijk respect voor alle betrokkenen.

Eerst komt het gezin van haar moeder, de familie Borger aan de beurt. Na een stamboom (die heel handig is bij het lezen) vertelt Anita Terpstra steeds het verhaal van één kind tegelijk, te beginnen met de oudste. Dat blijkt een goede strategie. Elk kind krijgt zo volop de aandacht die er vroeger niet was, zonder de anderen als stoorzender er doorheen. Het maakt het eigen verhaal zuiverder, persoonlijker. En ook vaak anders dan dat van de broers en zussen. Maar erg is dat niet: het gaat om de ervaring, niet om het achterhalen van een gemene deler.

Het tweede deel is voor de familie van vaderszijde, de familie Terpstra. De structuur is hetzelfde. Het verhaal is anders door het vroege overlijden van moeder Aaltje, waardoor vader Dorus alleen voor zijn 7 kinderen moest zien te zorgen.

Tussen de verhalen van de afzonderlijke kinderen staat steeds een informatief hoofdstuk met feitelijke gegevens over een besproken onderwerp, zoals Grote gezinnen en de invloed van de kerk, Het huishoudboekje, Vernoemen, Gezinsverzorgster, Roken, enz. Intermezzo's, die de verhalen aanvullen of juist tonen waar ze afweken van de norm.

De manier waarop Anita Terpstra de verhalen van de broers en zussen vorm gegeven heeft, maakt dat het een prettig leesbaar boek is geworden. Elk verhaal is een combinatie van een korte weergave van de situatie nu en van haar gesprek daarover met de betrokkene enerzijds en een deels gefictioneerde weergave van de anekdotes en herinneringen anderzijds. Deze keuze maakt het mogelijk je in te leven in de gebeurtenissen die de kinderen uiteindelijk gevormd hebben, schrijnende verhalen vaak, die ze niet altijd zo ervoeren destijds, maar die nu vragen oproepen, bij de één meer dan bij de ander. 

"Achter haar klinkt het geluid van fietsbellen en stemmen. Geeske draait zich om en ziet een groepje fietsers naderen. Met haar hand beschermt ze haar ogen tegen de felle zon.
Hé, Geeske ga je mee?
Ze geeft geen antwoord. Ze gaat niet meer naar school. Ze wil graag schooljuf worden, maar ze moet ma helpen. En niet alleen ma. Ze wordt overal naartoe gestuurd om te poetsen. Naar Geertje, of naar haar schoonzus Nienke. 
Ze pakt een handdoek en hangt hem met knijpers aan de lijn. Het wasgoed wappert vrolijk."

Het verschil  tussen de jongsten en de oudsten is duidelijk aanwezig, ook als ze eenmaal volwassen zijn. Ze hebben onderling niet veel contact meer, het grote gezin is in groepjes uiteen gevallen. Het leeftijdsverschil is vaak gewoon te groot. Maar ook karakters spelen mee en de taak die ze in het gezin moesten vervullen.

Het komt allemaal helder naar voren en geeft ongetwijfeld een herkenbaar beeld voor wie opgroeide in een dergelijk groot gezin, dat met moeite de eindjes aan elkaar wist te knopen. Het boek doet een beetje denken aan Het zwijgen van Maria Zachea van Judith Koelemeijer (KLIK HIER), waarin deze schrijfster het grote katholieke gezin van haar vader aan het woord laat, over hun jeugd en over de manier waarop ze nu gezamenlijk hun moeder verzorgen die na een hersenbloeding niet meer kan spreken. Die verzorging is de rode draad waar de rest van de roman omheen gecomponeerd is.
In het huis vol ontbreekt die rode draad. Of het moest de armoede zijn en de overlevingsdrang die niet alleen de grootouders maar ook de kinderen kenmerkt. Maar het verhaal over deze beide Friese families is minstens zo boeiend geschreven. En niet alleen als herkenning voor kinderen uit vergelijkbare gezinnen.

Anita Terpstra - Het huis vol. Een geschiedenis van het naoorlogse grote gezin. Amsterdam, Hollands Diep, 2018. Pb., 286 pg., ills. ISBN:978-90-488-4254-4.

© Jannie Trouwborst, februari 2018.