zaterdag 10 augustus 2019

Victoria, de jonge koningin - Helen Rappaport

De tv-serie

Vorig jaar keek ik met veel plezier naar de tv-serie Victoria, de jonge koningin. Een prachtig kostuumdrama van de BBC over de nog jeugdige koningin Victoria van Engeland. Laat kostuumdrama's maar aan de BBC over, die zijn altijd tot in de puntjes verzorgd. Maar hier was meer aan de hand. Geen romanfiguur in de hoofdrol, maar een koningin die we vooral uit haar latere jaren kennen. Wat we voorgeschoteld kregen, was een nauwkeurige biografie die de periode omvat van haar jeugd via haar kroning op achttienjarige leeftijd en haar huwelijk met Prins Albert tot en met de geboorte van hun eerste kinderen. Dat de serie waarheidsgetrouw deze periode in beeld kon brengen is te danken aan de vele documenten die bewaard zijn gebleven, waaronder correspondentie en dagboeken van Victoria.
Het script van de serie is geschreven door Daisy Goodwin, historica en gespecialiseerd in de 19de eeuw. Ze schreef al eerder twee succesvolle romans die zich afspelen in het Victoriaanse tijdperk.


Het verband tussen boek en serie

Helen Rappaport is eveneens historica en schreef twaalf non-fictieboeken, met name over het Victoriaanse tijdperk en over het Russische keizerrijk. Ook is ze vaak nauw betrokken bij BBC documentaires over deze onderwerpen. Voor dit boek putte ze, net als Daisy Goodwin uit de indrukwekkkende hoeveelheid dagboeken die koningin Victoria heeft nagelaten.

Hét boek bij de tv-serie, staat er op de omslag. En zo is het ook. Het voorwoord is van Daisy Goodwin. De meeste foto's zijn uit de serie en er is zelfs een hoofdstuk toegevoegd met de titel Achter de schermen. Voor wie de serie gezien heeft, zal het boek de nodige herkenningspunten bevatten. Maar het boek is meer, en ook anders, dan een herhaling op papier. Er zijn veel achtergrondverhalen opgenomen over de getoonde periode. Zowel van de verschillende hoofdpersonen, als van de toestand in het land. Dat maakt het lezen voor iedereen opnieuw boeiend. Uiteraard is dit een non-fictieboek en heeft Daisy Goodwin voor de tv-serie de feiten voorzien van een geloofwaardig, maar fictief sausje. Maar wie dit boek leest, ziet tevens hoe knap dat script geschreven is zonder de waarheid geweld aan te doen.

Het boek en de uitvoering

Om met het uiterlijk te beginnen: het boek is fraai uitgevoerd. Zeer rijk geïllustreerd, bijna geen bladzijde zonder foto's. Uit de tv-serie of kopieën van (vertaalde) fragmenten uit handgeschreven brieven en dagboeken, originele afbeeldingen van jurken, schilderijen en dergelijke. Alles is gedrukt op stevig, mat papier waarop de kleurenfoto's goed tot hun recht komen. Ruim 300 bladzijden bevat het boek en door de luxe uitvoering is het behoorlijk zwaar.

Maar dan de inhoud, want daar gaat het toch eigenlijk om. Net als in de serie wordt het verhaal van de jonge Victoria chronologisch verteld. Hier en daar lezen we een kanttekening bij wat er in het script gesuggereerd wordt. Maar bijna nergens botsen die twee. Wel blijken twee figuren een iets andere rol gekregen te hebben om het verhaal een extra romantisch tintje te geven. Het doet aan het levensverhaal van Victoria en Albert niets af en het is leuk om te lezen hoe het in werkelijkheid zat met met deze belangrijke bijfiguren. 
Daarnaast gaf deze literaire vrijheid de mogelijkheid om in de serie iets te laten zien van hoe het leven van de gewone man en vrouw er in die periode in Londen uitzag. In het boek lezen we daar nog meer over. En over vele andere zaken, die soms maar even werden aan gestipt in de serie. Zoals bijvoorbeeld het verhaal achter de trouwjurk, waarvan een foto uit de serie staat naast een oude tekening van de echte. Over de stoffen die allemaal uit Groot-Brittannië moesten komen, waaronder het Honitonkant. Hoe de maker ervan daardoor van een faillissement werd gered en dat de maakster van de jurk zelf de patronen vernietigde om te voorkomen dat de jurk nagemaakt kon worden.

Voorin staat een uitgebreide stamboom en van de figuren die een belangrijke rol speelden in het leven van Victoria krijgen we in de loop van het boek ook allemaal een beter beeld. Zelfs over de belangrijkste acteurs lezen we het een en ander.

Een prachtig cadeau

Ik heb het boek gewonnen bij een loterij, uitgeschreven door Uitgeverij Karmijn. Dat heeft mijn oordeel op geen enkele wijze beïnvloed. Wie mijn blog de afgelopen 15 jaar heeft gevolgd weet intussen dat ik alleen blog over boeken die dat waard zijn in mijn ogen. Zelfs recensie-exemplaren halen soms dit blog niet (wel laat ik dan de uitgever weten waarom niet).
Ik vind het van veel lef getuigen dat een kleine uitgeverij als Karmijn dit prachtige boek heeft uitgegeven. Ik hoop van harte dat het een verkoopsucces zal worden. Het boek is het meer dan waard om onder de aandacht gebracht te worden. Het is een fantastisch cadeau, zowel voor iemand die de tv-serie heeft gezien, als voor mensen die geïnteresseerd zijn in biografieën of historische romans. Voor die laatsten zal vast gelden, dat ze alsnog de serie willen zien, nadat ze het boek hebben gelezen en bekeken.

Helen Rappapoort - Victoria, de jonge koningin. Elburg, Karmijn, 2019. 300 pg., foto's tek.,ills. ISBN:978-9492-168-290.

© Jannie Trouwborst, augustus 2019.

zaterdag 27 juli 2019

Juli 2019: wat las ik?

Alweer een maand voorbij. En opnieuw voelt het vooral als een verplichting dit overzichtje te maken. Je zou kunnen stellen: doe het dan niet! Maar ik doe al zo weinig. En daar ga ik me echt niet beter van voelen. En soms, weet je, als ik mezelf forceer om toch iets te ondernemen, gaat het ineens weer wat beter. Dat geldt ook voor het schrijven van een blog. Als het eenmaal klaar is, begrijp ik niet meer waarom ik het niet eerder opgepakt hebt. Dus vooruit. De "oogst" van de afgelopen maand.

Victoria, de jonge koningin - Helen Rappaport

Zoals al aangekondigd in het vorige maandoverzicht heb ik Victoria, de jonge koningin van Helen Rappoport gewonnen bij een verloting door Uitgeverij Karmijn. Ik was er erg blij mee en heb er wekenlang van genoten. Heel langzaam lezen, de prachtige illustraties bekijken. Het verhaal is me bekend van de tv-serie, maar het boek geeft nog extra achtergronden over de hoofdpersonen en de toestand in Engeland in die periode. Plus een kijkje achter de schermen van de tv-serie. Kortom: heel compleet en heerlijk om je tijd mee door te brengen. Het staat op een prominente plek in mijn boekenkast. Ik zal het in de toekomst nog wel vaker oppakken om er weer in te lezen.

Het boek is het waard een echte recensie te krijgen. Daarom heb ik besloten binnenkort al mijn moed te verzamelen en voor te gaan zitten. Voor nu alleen mijn aanbeveling dus: voor wie de serie zag, maar ook voor wie die gemist heeft, een echte aanrader!

Jan van Mersbergen - MAN/VADER

Van Jan van Mersbergen las ik zo'n beetje alles wat hij tot nog toe schreef, incl. de beide  thrillers onder het pseudoniem Frederik Baas. Alleen deze was aan mijn aandacht ontsnapt. Het bleek een fijn boek voor op het nachtkastje. Elke dag een paar hoofdstukjes. Man/vader is namelijk een verzameling verhalen en columns waarin hij zijn dagelijks leven als man en vader van drie kinderen beschrijft.


Samenvatting
Jan van Mersbergen gaat door het leven als man en als vader. Maar wat betekent dat eigenlijk? In Man / Vader beschouwt Van Mersbergen ‘mannendingen’ als vissen, het metselen van een muurtje, vechten en bier drinken, maar in het leven van een vader worden ook koude handjes opgewarmd, geruststellende woorden gefluisterd voor een spannende sportwedstrijd, slaapliedjes gezongen. Hij vraag zich af: ‘Doe ik het als man wel goed?’, ‘Hoe verhoudt de man zich tot de vrouw?’, ‘Wat zijn de verschillen tussen het moeder- en vaderschap?’ en ‘Hoe voedt een man zijn kinderen op?’. Met tedere pen beschrijft Jan van Mersbergen het alledaagse leven van de moderne man die een zorgzame en toegewijde vader is en tegelijkertijd op en top mannelijk en stoer is of dat op z’n minst zou willen zijn. (Achterzijde boek).

Het mooist vind ik de stukjes waarin hij zijn jongste observeert, terwijl die opgroeit van baby naar peuter. Maar ook de verhouding met zijn al grotere dochter en zoon komen goed uit de verf. De titel Man/vader (en ook de samenvatting achterop het boek) zet je wel een beetje op het verkeerde been. Zijn "vader" en zijn "man" zijn komen in de stukjes naar voren, maar niet zijn "echtgenoot" zijn. Hoeft ook niet per se, de stukjes zijn ook zo aardig om te lezen.


Marja Visscher - De Wolkenkijker

Het is tientallen jaren geleden dat ik een streekroman las. Toch herinner ik me nog wel de luchtigheid ervan en het zorgeloze lezen, nog zonder recensieblik. In de hoop tijdens de afgelopen oververhitte dagen wat verstrooiing te vinden, zocht ik er een op tussen de e-books van de bibliotheek.Het moest in elk geval een historische streekroman zijn, bedacht ik, want ik steek toch wel graag wat op al lezende. Een streekroman die in Zeeland speelt, met een bekende Zeeuw in de hoofdrol. Dat trok me wel. En het is me best meegevallen. 

Samenvatting

De wolkenkijker' van Marja Visscher gaat over Frans Naerebout (1748-1818). Naerebout  is bepaald geen onbekende in Zeeland. Het is tweehonderd jaar geleden dat hij overleed en nog altijd is bij koninklijk besluit bepaald dat minstens één vaartuig van het Nederlandse loodswezen de naam Frans Naerebout zal dragen. Verder is er een standbeeld voor hem geplaatst op de boulevard van Vlissingen, ligt hij begraven in de grote kerk van Goes en komt zijn naam voor in het Zeeuwse volkslied. Maar hoe zag zijn leven eruit? Marja Visscher belicht dat aan de hand van zijn echtgenote Sara Hoevenaar. Deze historische roman neemt je mee naar het Vlissingen van de achttiende eeuw.

De heldendaden die de loods en garnalenvisser Frans Naerebout verrichtte en die uiteindelijk tot zijn roem leiden (weliswaar slechts ten dele tijdens zijn leven) komen stuk voor stuk ter sprake in het verhaal dat vanuit het perspectief van Sara Hoevenaar, zijn echtgenote, verteld wordt. Hoewel het verhaal van Sara een interpretatie van haar leven is door de schrijfster (er is weinig bekend over Sara zelf), komt er een compleet beeld te voorschijn van haar man Frans en het leven in Vlissingen in de beschreven periode. De armoede onder de bevolking, de houding van de bewindvoerders van de VOC, het ronselen van weeskinderen voor hun schepen, de crisis door de oorlog met Engeland en de opkomst van Napoleon. Door er een spannende affaire aan toe te voegen, blijft het verhaal boeien tot het einde.

Het verhaal is chronologisch opgebouwd en maakt af en toe een flinke sprong vooruit. Sara als persoon spreekt aan en maakt het geheel tot een vlot leesbaar en herkenbaar verhaal. Een vrouw met universele twijfels, gevoelens en verlangens. Die, ondanks de angst hem te verliezen,  achter haar man staat en haar gezin, met 6 eigen kinderen en 3 kinderen van haar overleden schoonzus en met de zorg voor haar schoonvader, met liefde draaiende houdt. Ook in de perioden dat Naerebout voor zijn werk, soms jaren, ver weg op zee verblijft. Haar gedrag is wellicht soms wat te modern voor de 18de eeuw, maar dat stoort niet echt.

In het nawoord komt ter sprake, dat de schrijfster (1951) een rechtstreekse afstammelinge is van Frans Naerebout. Er is veel historisch en nauwkeurig genealogisch onderzoek aan het schrijven van het boek vooraf gegaan.

Het blijft natuurlijk een streekroman, met de daarbij behorende stijl. Die weliswaar vlot en luchtig leest, maar waarin je nogal wat clichés tegenkomt en geen treffende beeldspraken hoeft te verwachten. En waarbij de opgesomde, diepe gevoelens en gedachtestromen soms wat te zoetsappig en teveel worden. Maar wie daar niet mee zit en graag streekromans leest, heeft hier een mooi en geregeld spannend verhaal te pakken, met een terloopse aanvulling van historische kennis. 

En verder?

Er is nog steeds geen blog van deel 2 van Het Bureau. Ik ben ook nog niet begonnen in deel 3. Ik troost me maar met de gedachte dat ook de lezers van destijds een poos op het volgende boek moesten wachten. Ik ben nu even niet in de stemming voor Maarten Koning, met zijn sombere buien waarin ik teveel herken. Hij maakt wel een persoonlijke ontwikkeling door, valt me op. Zodra ik de moed voor het blog over deel 2 kan opbrengen, ga ik ook weer verder met deel 3.

Het is een opluchting te weten dat Ali Molenaar beloofd heeft dit jaar de organisatie van de Maand van de Surinaamse Literatuur over te nemen. Ik ga zeker proberen daar iets voor te lezen.

Of de Maand van de Klassiekers door gaat, is niet zeker. Maar een klassieker lezen kan natuurlijk altijd. Daarvan staan er hier genoeg in de kast, maar ik kan niets naar mijn zin vinden. Ik ben inmiddels begonnen in Lijmen/Het been van Elsschot. Ik las al veel van hem, maar deze twee nog niet. Ik ben nog niet ver, maar tot zover boeit het me minder dan zijn andere boeken.


© Jannie Trouwborst, juli 2019.

vrijdag 28 juni 2019

Juni 2019: wat las ik?

In juni las ik een stuk minder. En zelfs het schrijven van dit overzicht gaat niet van harte. Maar ik ga een poging wagen om de gelezen boeken toch een beetje toe te lichten.

Wolf: Dertien essays over de vrouw, samengesteld door Maartje Laterveer.

In de Boekenweek met als thema Moeder de vrouw verscheen er een essaybundel met de titel Wolf: dertien essays over de vrouw, samengesteld door Maartje Laterveer. Ik won het boek bij de actie Ik lees Nederlands van ARDNAS (KLIK HIER).

Samenvatting
Een vrouw wordt niet als vrouw geboren, maar tot vrouw gemaakt,’ schreef Simone de Beauvoir al in 1949. Maar wát maakt de vrouw? Die vraag is onverminderd actueel. In Wolf ondernemen dertien vrouwen een zoektocht naar een antwoord. Hun essays zijn persoonlijk, analytisch en geschreven vanuit diverse achtergronden en invalshoeken. De vrouw in kunst, film en muziek, de vrouw als moeder, rolmodel of lustobject. De vrouw als sekse en als gender, als vrouw – en wat is dat dan? Wolf trekt geen definitieve conclusies maar wil een prikkelende bijdrage vormen aan het feministische debat, en vooral de aanzet zijn tot een open gesprek. Met essays van Merel Bem, Basje Boer, Anaïs Van Ertvelde, Bo van Houwelingen, Emy Koopman, Maartje Laterveer, Nelleke Noordervliet, Marja Pruis, José Rozenbroek, Maral Noshad Sharifi, Naema Tahir, Yaël Vinckx en Herien Wensink (Achterflap)

De totaal verschillende invalshoeken, achtergronden en leeftijd van de schrijfsters zorgen voor een prettig leesbare bundel essays. Het ene essay sprak me meer aan dan het andere, sommige waren heel serieus, anders speels of humoristisch. Het is een boek dat je niet achter elkaar uitleest, maar juist het feit dat je het in hapklare brokken tot je kunt nemen en er daarna even op kunt kauwen, sprak me aan. Wie meer wil weten over en lezen van de individuele schrijfsters vindt achterin een gedeelte Over de auteurs.

Claudia de Breij - Neem een geit

Nog steeds niet helemaal opgeknapt van mijn dip leek dit boek me wel wat. Leven voor gevorderden is de ondertitel. En met Caludia de Breij als schrijfster, dacht ik, zal dat wel lichtvoetig gebracht worden.

Samenvatting
Claudia de Breij (net 40) vraagt zich af hoe dat moet: leven. De eerste jaren zeggen ouders, leraren en andere betweters wat je wel en niet moet doen. Je zit nog in de fase 'leven voor beginners'. Maar hoe moet het als je alles eenmaal zelf mag (en moet) uitvinden? Hoe ga je dan om met vragen over liefde, dood, vriendschap, seks, werk, kinderen? Niemand die zegt hoe het moet. En dat is fijn. Maar soms ook niet. Soms zou je willen dat iemand zei: 'Dit heb ik ook gehad. En toen heb ik het zus en zo opgelost.' Dat helpt.
 

Met de les van wijlen René Gude, Denker des Vaderlands, in haar achterhoofd - 'Ga vooral te rade bij anderen' - ging Claudia de Breij op de koffie (en vaak een wijntje) bij wijze mannen en vrouwen die het allemaal al een keer hebben meegemaakt. Samen met haar geliefde Jessica van Geel sprak ze met Willeke Alberti, Hedy d'Ancona, Anne-Wil Blankers, Hanneke Groenteman, Nico ter Linden, Geert Mak, Erica Terpstra, Herman van Veen, Paul van Vliet en Hans Wiegel.

Behalve bij deze eminente wijsgeren haalde De Breij ook levenslessen bij familie, vrienden, Spinoza en haar pedicure. Het resultaat is een boek zoals alleen De Breij dat kan maken: hartstochtelijk, geestig, to the point en onontbeerlijk op het hobbelige pad dat 'leven voor gevorderden' heet. (Achterflap).


Al was het niet helemaal wat ik ervan verwachtte, het viel me toch niet tegen. Het was bedoeld voor veertigers, want Caudia de Breij ging op bezoek bij mensen van mijn leeftijd (zeventigers) om te vragen hoe zij omgegaan waren met de zaken die op hun pad kwamen. En eigenlijk gaven de meesten het antwoord dat ik ook gegeven zou hebben: ik probeerde er het beste van te maken en deed maar wat. Tijden veranderden en de problemen en bijbehorende oplossingen dus ook. Zo moet elke generatie voor een groot deel zelf zijn weg zoeken. Maar leuk om te lezen was het wel: vooral om de herinneringen die de interviews bij mij naar boven brachten: ach ja, zo ging dat toen.... Aanrader dus voor alle leeftijden.


Murat Isik - Mijn moeders strijd

Dit jaar mocht Murat Isik het boekenweekessay schrijven. Ik moet eerlijk bekenen dat ik elk jaar braaf het essay koop, maar het lang niet altijd lees. Dit keer wel, vooral omdat ik nog niet eerder iets van Isik las en hij op dat moment nogal veel aandacht kreeg voor Wees onzichtbaar, dat inmiddels ook de Libris literatuurprijs heeft gewonnen. Ik heb het nog steeds niet gelezen, maar zijn essay vind ik boeiend.

Samenvatting 
In Mijn moeders strijd beschrijft Murat Isik de onvermoede emancipatiestrijd van zijn moeder Aynur, die geboren wordt in een conservatief dorp in OostTurkije en opgroeit in de kuststad Izmir. Ze verzet zich tegen haar achtergestelde positie als vrouw en probeert de regie over haar leven in eigen hand te nemen. Hoe moeilijk dat is, blijkt wanneer haar broer haar eerst zonder overleg tewerkstelt als huishoudelijke hulp en haar daarna tegen haar wil probeert uit te huwelijken. Aynur komt in opstand en trouwt een man met wie ze wél een toekomst voor zich ziet, maar het wordt een moeizaam huwelijk.

Begin jaren tachtig komt ze met haar gezin terecht in de Amsterdamse Bijlmer, waar ze sociaal geïsoleerd raakt. Tegen de verwachtingen in besluit Aynur zich te emanciperen, waardoor ze zich van de vrouwen in haar omgeving onderscheidt. Waarom deed ze dat en welke obstakels moest ze daarbij overwinnen?

Het schrijven van het Boekenweekessay loopt voor Isik uit op een onverwacht zelfonderzoek wanneer hij zijn relatie met zijn moeder kritisch bevraagt, en leidt zo tot verrassende inzichten. (Binnenflap essay)


Het is een ongelooflijk moedig geschiedenis, die Isik ons vertelt. Ik viel van de ene verbazing in de andere. Hoe dapper moet je zijn om zo voor jezelf op te komen in een vrouwvijandige omgeving. En over hoeveel doorzettingsvermogen moet je wel niet beschikken om het hier in Nederland in je eentje te rooien en je kinderen een goede toekomst te geven. Ongetwijfeld zijn er meer Aynur's in Nederland, we horen er weinig van. Helaas horen we meestal alleen over een generatie die nog steeds onze taal niet goed spreekt en geïsoleerd leeft. Isik mag met recht trots op zijn moeder en dit essay is een waar eerbetoon. Prettig leesbaar! 

Jan VanToortelboom -  Meester Mitrailette

Het stond al zolang op mijn lijstje, maar het kwam er maar niet van. Te druk met de nieuwe titels, maar nu heb ik er toch eindelijk maar eens tijd voor gemaakt.

Samenvatting
De Eerste Wereldoorlog, een jonge schoolmeester staat voor het vuurpeloton, als deserteur veroordeeld tot de dood. Waarom is hij gedeserteerd? Wat heeft de jongen Marcus Verschoppen ermee te maken? En zijn moeder? Jan Vantoortelboom laat op onnavolgbare wijze zien hoe schuldgevoelens een leven kunnen ontwrichten. (Achterflap)

Dit is een beknopte, maar perfect samenvatting van het verhaal. Wie het al gelezen heeft, zal het met me eens zijn. Het boek begint en eindigt met dit vuurpeloton. Daartussen wisselen heden en verleden zich af. De ik (David) die naar zijn eerste betrekking in Elverdinge vertrekt om er schoolmeester te worden. En de herinneringen aan zijn jeugd en zijn broertje, dat hij liefkozend Rattekop noemde. Door het vuurpeloton weet je dat het heden op de een of andere manier daarheen zal leiden en door de verhalen van vroeger vermoed je dat er iets vreselijks moet zijn gebeurd waar hij zich nog steeds schuldig over voelt en dat zijn moeder hem nooit heeft kunnen vergeven. Die twee spanningsvelden samen maken er een boek van dat je in zijn greep houdt en dat je na het dichtslaan nog wel even bezig houdt.
Een uitgebreidere recensie vind je bij Sue van Boekenz: KLIK HIER.

Eerder las ik van hem De drager (KLIK HIER), een enorm spannend boek met ethische vragen en De man die haast had (KLIK HIER) waarin schuldgevoelens ook een belangrijke rol spelen. Nu De verzonken jongen en De Jagersmaan nog en dan ben ik weer helemaal bij.

Sanneke van Hassel - De ochtenden, keuze uit de verhalen door Jan van Mersbergen

Samenvatting
Tien jaar na haar debuut is Sanneke van Hassel niet meer weg te denken uit het literaire landschap. Jan van Mersbergen, schrijver en generatiegenoot, selecteerde zevenentwintig van haar verhalen en leidt ze stuk voor stuk in: ‘De combinatie van expliciet en impliciet, en het doseren daarvan, geen enkele schrijver in Nederland beheerst dat op die manier.’ De schrijvers delen het talent om eigentijdse dilemma’s en complexe relaties tussen vrienden, geliefden, ouders en kinderen op een spannende manier te tonen en weten met schijnbaar eenvoudige middelen rijke werelden op te roepen.

Sanneke van Hassel is een van mijn favoriete auteurs, net als Jan van Mersbergen. Ik las twee romans van haar: Nest (KLIK HIER) en Stille grond (KLIK HIER). Sommige verhalenbundels ook: Ezels (KLIK HIER) IJsregen (ik weet niet waarom ik mijn recensie hiervan niet meer kan vinden). De verhalen die Jan van Mersbergen voor deze bundel koos, herkende ik direct, omdat ze ook mij aanspraken destijds. Het mooie van deze bundel is, dat J.v.M. elke verhaal een korte inleiding meegeeft die steeds even de aandacht vestigt op het vakmanschap van Van Hassel. Het is een welkome aanvulling. De verhalen zien er zo bedrieglijk gemakkelijk uit, ze lezen zo soepel weg, je verdwijnt er zo snel in, dat het je misschien ontgaat hoe knap ze in elkaar zitten. Het is een mooie bundel geworden, met oude en nieuwe verhalen die ik met genoegen (nogmaals) gelezen heb.


En verder? 

Deel 2 van Het Bureau is uit. Maar ook voor het schrijven van een blog daarover ontbreekt me de energie, al heb ik al wel hele stukken in mijn hoofd. Misschien komende maand.

Verder heb ik het prachtige boek Victoria, de jonge koningin van Uitgeverij Karmijn gewonnen. Het is precies wat ik op dit moment nodig heb om weer plezier te krijgen in lezen. Daar ga ik eerst eens op mijn gemak van genieten. Ik ga er zeker nog een blog aan wijden.

© Jannie Trouwborst, juni 2019.

zaterdag 25 mei 2019

Mei 2019: wat las ik?

Ik heb best veel gelezen in mei. En ik heb van alle boeken genoten. Maar de energie om er daarna over te bloggen is nog steeds niet terug. Dus wederom slechts een overzicht met hier en daar wat commentaar. 

Margriet van der Linden - De liefde niet 

Samenvatting: Drie jonge vrouwen volgen een opleiding aan de Evangelische School voor Journalistiek. In hun studentenhuis wordt gerookt, gedronken en oeverloos geouwehoerd – toch is de sfeer er anders dan in andere studentenhuizen. Ze lezen samen de Bijbel. Ze praten over de toekomst die hun ouders voor hen hebben uitgestippeld. Het is 1989. Er hangt onweer in de lucht. M. besluit haar eigen weg te gaan. De breuk met haar verleden is pijnlijk – maar definitief. De liefde niet is een weergaloze coming-of-age-roman. (Uitgever Querido). 

In dit sterk autobiografische boek lezen we hoe het meisje M. worstelt met haar geloof en met haar geaardheid. Ze groeit op in een streng gereformeerd gezin in de Alblasserwaard. De toestanden doen een beetje denken aan Knielen op een bed violen, maar het perspectief is anders. We lezen hoe een kind dit leven ervaart: de angsten, de twijfels, de onzekerheden. Die nemen toe op het moment dat ze begint te vermoeden dat ze anders is. Dankzij boeken uit de bibliotheek begint ze te begrijpen wat er met haar is en hoopt ze dat het over gaat of dat ze het kan negeren. Nog steeds angstig voor de gevolgen vanuit het geloof en voor het oordeel van ouders en anderen. Een heel beklemmend verhaal, waarin ze pas aan het einde van haar opleiding de moed verzamelt voor zichzelf te kiezen. Met al het verdriet dat daar ook bij hoort.
In een TV-uitzending van M. deze maand over het belang van lezen, haalt Margriet van der Linden deze feiten aan, door te stellen dat zij, dankzij het lezen van boeken, beter kon begrijpen dat ze niet de enige was die met deze gevoelens worstelde. Het zal ongetwijfeld voor haar een drijfveer geweest zijn dit boek voor anderen te schrijven. Een ontroerend en boeiend boek! 

Jan van Mersbergen  - De onverwachte rijkdom van Altena. 

Samenvatting:  Het is een warme zomermiddag wanneer Frank en zijn zoon de dorpsstraat binnenrijden. Die straat is meestal uitgestorven, maar nu staat er een opvallend klein en broos persoon. Een Japanse heer, een exotische verschijning. Hij komt met het bericht dat Rochat overleden is; de man die dertig jaar geleden zonder opgaaf van reden een heel meer liet omheinen en afsluiten. Hij maakte daarmee een einde aan de lange dagen die de jeugd daar in de zomer doorbracht en zette zo een compleet dorp buitenspel, om – zo denken de mensen – zijn eigen hobby te kunnen beoefenen. Rochat werd door iedereen gehaat. Ook de dochter van Rochat duikt opnieuw op in het dorp. Waarom geeft ze Frank en zijn vrouw Marlies de sleutel van het hek rondom het grote meer? Marlies leidt de lezer door een legpuzzel van verhalen en mysteries. Na een nachtelijke zoektocht ontdekt ze samen met Frank dat het meer een geheim in zich draagt dat het gezin geweldige rijkdom kan geven. Wat doet zo’n plotselinge kans met je? Kies je ervoor om je eigen weg te gaan, of te delen? Met zijn nieuwe roman slaat Jan van Mersbergen een verrassende weg in. De onverwachte rijkdom van Altena laat zien dat delen pas zin heeft als iedereen ervan profiteert. Een intrigerend verhaal over afgunst en solidariteit onder de uitgestrekte hemel van de Nederlandse polder.(Achterflap). 

Hoewel ik in mijn vorige blog aankondigde dat ik er een uitgebreider blog over zou gaan schrijven, heb ik me bedacht. Er is intussen al zoveel positieve aandacht voor gekomen bij recensenten en bloggers, dat ik er weinig aan heb toe te voegen. Ik vind de structuur wel grappig: er wordt een cryptogram opgelost tijdens het vertellen van het verhaal door de ik-persoon, waarbij de opgaven tevens de titels van de hoofdstukken zijn en verband houden met de inhoud. Ook Japanse gezegden, wijsheden en sprookjes krijgen een rol. Er zit genoeg spanning in het verhaal, het is vlot geschreven. Maar als je een plank vol boeken van Van Mersbergen hebt staan, mag je toch ook wel zeggen dat je het niet per se beter vindt dan andere boeken van zijn hand. Toch is het een aanrader. 

A.N. Ryst - De nadagen

Samenvatting:  
Die avond sprak hij over de pil van Drion. ‘Jazeker,’ zei hij, ‘ja, dat vind ik een oplossing. Voor als het niet meer gaat.’
‘Hè ja,’ zei mijn moeder. ‘Lekker. En ik dan?’
Mijn vader haalde zijn schouders op. ‘Je stopt mij maar onder de grond. Alles is geregeld.’
‘Wou je hem in je nachtkastje leggen?’ vroeg mijn moeder.
‘Waarom niet,’ zei mijn vader.
Ze waren even stil. Klagend schuurde de bries rondom het huis.
‘Tja,’ zei mijn moeder. ‘Nou ja, als je het zo bekijkt... Misschien zou ik die pil dan ook moeten hebben.’
Mijn vader reageerde met een kort, haast jongensachtig lachje. ‘Als jij hem neemt,’ zei hij, ‘dan hoef ik hem niet meer.’


Haak en Juan Ellerts de Wit wonen in een afgelegen huis in Friesland. Hun zoon Niek beschrijft met verve en compassie de laatste jaren van hun huwelijk: een emotionele periode van confrontaties, van herinneringen en van afscheid, omlijst door het woeste land waarin zij zich, ooit, hadden teruggetrokken.
De nadagen is een monument voor de verloren tijd; een ontroerende, bevlogen en geestige vertelling over het onvermogen van mensen om elkaar te bereiken – over wat vergankelijk is, en over dat wat blijft.
 


Nu ikzelf ouder begin te worden, zijn dit boeken die me nieuwsgierig maken. Hoe gaan anderen er mee om. Daar heb ik meer mee, dan met de levens van dertigers. Ook boeiend, maar niet altijd verrassend: ik heb het allemaal al meegemaakt. Maar wat nog komen gaat, dat is ongewis.
In een interview vertelde A.N. Ryst (pseudoniem van Pieter Joan Daniël Remmerts de Vries) dat hij al lang een dagboek bijhield en daarin opschreef wat hij zag en hoorde van zijn ouders. Omdat hij hoopte dat de woorden die zo bewaard werden meer zouden zeggen dan foto's als ze er niet meer zouden zijn. Die dagboeken en latere aantekeningen heeft hij gebruikt om het boek te schrijven.
Het gaat niet alleen over de laatste dagen. Er worden ook herinneringen opgehaald, zodat we een vrij compleet beeld krijgen van hun levens. Langzaam maar zeker worden we echter meegenomen in de aftakeling van zijn vader.
Ook hier is sprake van een sterk autobiografische roman. Ontroerend en toch ook met humor geschreven. De stijl doet me erg denken aan Voskuil, vooral in de dialogen en de beschrijving van alledaagse gebeurtenissen en familiesamenkomsten. Dat maakt het luchtiger, zelfs als het over de "nadagen" gaat. 

De Maand van de Filosofie 

Zoals gebruikelijk in de Maand van de Filosofie verscheen er weer een essay. Dit keer geschreven door Tim Fransen, cabaretier, filosoof en psycholoog. Maar ook voor het eerst ook een filosofisch kinderboek van Abdelkader Benali. 

Tim Fransen - Het leven als tragikomedie, over humor, kwetsbaarheid en solidariteit 

Samenvatting: Het menselijk bestaan is onlosmakelijk verbonden met een zekere tragiek. We zijn sterfelijk en kwetsbaar; we leven in een wereld waarin verschillende waarden met elkaar botsen. En we hebben het eigenaardige vermogen om allerlei existentiële vragen te stellen waar we geen antwoord op krijgen. Tot overmaat van ramp gaan we hiermee om door deze tragiek op allerlei manier te ontkennen. In Het leven als tragikomedie pleit Tim Fransen voor een herwaardering van het komische. Hij betoogt dat het komische niet een tegenpool is van het tragische, maar dat humor juist een alternatief perspectief biedt op ons onvermijdelijke falen. Een perspectief dat ons in staat stelt om het tragische onder ogen te zien, in plaats van een uitvlucht te zoeken in de vaak destructieve ontkenning ervan. En bovendien een perspectief dat een voedingsbodem kan vormen voor een gevoel van solidariteit met onze medestuntelaars. (Achterflap) 

Wie al eens een cabaretvoorstelling gezien heeft van Tim Fransen zal in het essay het een en ander herkennen. Het wordt nergens belerend, het is ook voor niet filosofen goed te volgen (is ook de bedoeling natuurlijk van zo'n uitgave), maar het opent ook je ogen en laat je een ander perspectief op ons geworstel in dit leven zien. Zelfs de humor ontbreekt niet: in de voorbeelden en in de soms hilarische voetnoten. Ik heb het met plezier gelezen en zal dat zeker binnenkort nog eens doen, want er wordt genoeg aangestipt dat niet alleen gelezen, maar ook overdacht dient te worden. 

Abdelkader Benali - Mijn broer en ik 

Samenvatting: Het is de warmste dag van de zomervakantie. Amira vindt het een perfecte dag om naar het zwembad te gaan. Ze wil dat haar broer Adam eindelijk een keer meegaat, om samen plezier te maken. Maar Adam zegt dat hij niet tegen chloorwater kan. Dat de hitte niet goed voor hem is. En dat hij naar de dokter moet voor alweer een controleafspraak. Smoesjes, vindt Amira, en het lukt haar Adam mee te krijgen.
Adam vindt het leuk in het zwembad. Hij maakt zelfs een bommetje om indruk te maken op een meisje van school. Maar dan begint Adam zich vreemd te gedragen. Hij slaat wartaal uit en praat over een systeem dat van slag is. Wat is er met Amira’s broer aan de hand?

Mijn broer en ik is het eerste filosofische kinderboek van de Maand van de Filosofie. Abdelkader Benali schreef een spannend verhaal dat aan het denken zet. Wat is in deze tijd van techniek en robots nog het verschil tussen echt en onecht? (Achterflap).
 


Een leuk idee om ook voor kinderen een filosofisch getint verhaal te schrijven. Ik durf niet te zeggen of het kinderen zal aanspreken. Het is wel spannend en het vermoeden wat er aan de hand is, begint al vrij snel te dagen, maar zelfs de uitwerking daarna is nog spannend. En ook de vragen die het verhaal op kan roepen. Wat toch de bedoeling is van filosofie. Misschien wel een idee om het in de klas voor te lezen en er daarna over te praten. Ik schat vanaf een jaar of 9. Ik hoop in elk geval wel dat het niet bij deze ene keer blijft en dat ook volgend jaar weer een filosofisch kinderboek zal verschijnen.

En verder?

Deel twee van Het Bureau is uit. Daarover meer in een apart blog. Ik ben bezig geweest in De blinde wereld van Ellen Heijmerikx naar aan leiding van de lijst van onterecht vergeten schrijvers van Gerbrand Bakker. Maar dat was even teveel van het goede na de streng gereformeerde toestanden van Margriet van der Linden. Ik ben ermee gestopt. Ondertussen lees ik in Wolf van Maartje Laterveer. Afwisselende essays over feminisme.



© Jannie Trouwborst, mei 2019

vrijdag 26 april 2019

April 2019: wat las ik?

Van alles wat las ik deze maand en eigenlijk best wel veel. Ik zal niet aan alle boeken evenveel aandacht geven hier om verschillende redenen. Hieronder de opsomming.

De Boekenweek

Het boekenweekgeschenk van Jan Siebelink - Jas van Belofte is voor mij om andere redenen interessant dan voor de meeste lezers. Hoe dat zit lees je HIER.

Daar lees je ook dat ik De Tuinkamer van Lilian Blom wilde herlezen. Dat heb ik ook gedaan en ik was opnieuw diep onder de indruk. Ik sta nog helemaal achter mijn recensie uit 2007. Je vindt hem HIER.

Naar de boekenweek keek ik halsreikend uit, omdat er een nieuw boek van Jan van Mersbergen uitkwam: De rijkdom van Altena. Het stelde bepaald niet teleur! Voor zijn boeken maak ik graag een uitzondering op mijn voorgenomen blogpauze. Een uitgebreide recensie komt binnenkort. 

Tussendoor

Voor op mijn nachtkastje kreeg ik van een lieve vriendin Arita Baaijens - Paradijs in de polder omdat ze wist dat ik zo genoten had van haar Zoektocht naar het paradijs over haar omzwervingen door de Altaj in het hart van Centraal-Azië. Mijn bespreking van Zoektocht naar het Paradijs vind je HIER. 

In Paradijs in de polder vertel ze haar lezers nog maar eens in een zeer uitgebreide inleiding wat haar drijfveren waren voor haar ontdekkingsreizen en wat ze er allemaal van geleerd heeft. Die ervaringen wil ze inzichtelijk en toepasbaar maken voor haar lezers in hun eigen omgeving, alleen of samen met anderen. Aan de hand van tientallen oefeningen spoort Anita Baaijens de lezer aan om de mobiele telefoon uit te zetten en contact te maken met Nederlands landschap. Onze zintuigen zijn daarbij het belangrijkste gereedschap. Ook laat ze zien wat ‘deep maps’ zijn, hoe je ze maakt en wat ze vertellen over een plek. ‘Paradijs in de polder’ moedigt je aan te struinen, te dolen, gedachtesprongen te maken, vanzelfsprekendheden los te laten, je te verwonderen, en op ontdekkingsreis te gaan in eigen land. 

Novelle

Dit keer geen dichtbundel. Ik veroorloofde mezelf een ander zijsprongetje en koos voor een uit het Frans vertaald boekje: Philippe Claudel - Tot ziens meneer Friant. De combinatie van de poëtische en nostalgische tekst en de sfeervolle, toepasselijke schilderijen van Émile Friant maken er een juweeltje van. Om met Claudel zelf te spreken:

"Ik ben heel erg aan dit boek gehecht. Het is wellicht de mooiste tekst die ik ooit heb geschreven. De taal is soepel en poëtisch, muzikaal en vloeiend als een rivier, het is de taal van de tijd en het heimwee, het licht en de geuren. Als ik slechts één werk mocht overhouden van alles wat ik heb geschreven, dan zou het zonder twijfel dit boek zijn."

In deze prachtige novelle keert Philippe Claudel terug naar het Frankrijk van zijn jeugd. Aan de hand van zijn herinneringen en met behulp van de wonderlijke schilderijen van de Franse schilder Émile Friant schrijft Claudel vol tederheid over zijn grootmoeder en haar verdwenen wereld.

En verder

Marente de Moor - Foon

Daarover wat meer dan over de rest. Het is dan ook een intrigerend boek. Het is de eerste roman dat ik van haar las. Van haar moeder Margriet de Moor las ik meer: De verdronkene (KLIK HIER) en De schilder en het meisje (KLIK HIER). Het blijkt een totaal andere schrijfster te zijn dan haar moeder. Ik moest er even aan wennen.

Samenvatting
Soms klinkt het als trompetgeschal. Soms als een voorwereldlijk beest. Het is iets tektonisch, zeggen Nadja en Lev ter geruststelling tegen elkaar. Iets meteorologisch, wellicht. Maar deze duistere klanken hingen niet altijd in de lucht boven hun huis in de Russische bossen. Ooit dreef het biologenechtpaar er een asiel voor verweesde berenwelpen, maar de vrijwilligers komen niet meer, en terwijl Lev zijn geheugen verliest, strijdt Nadja tegen haar herinneringen. Waar is iedereen gebleven? Wat gebeurde er in het jaar waaraan ze liever niet meer denkt?
Foon laat zien hoe eenzame mensen, ver van de ontwrichte samenleving die ze zijn ontvlucht, zich verhouden tot hun geliefden, tot de geschiedenis en tot de dierenwereld waarvan ze deel uitmaken. Als alle zekerheid wegvalt, is het de verbeelding die hen overeind houdt.


Aanvankelijk had ik het een beetje moeilijk met dit verhaal. Tot ik me realiseerde dat ik als lezer helemaal overgeleverd was aan de stem van de ouder wordende vrouw Nadja. Ik moest zekerheden loslaten en meebewegen met het verhaal, want fantasie en werkelijkheid konden niet onherroepelijk van elkaar gescheiden worden. En toen ik dat deed, werd het een interessant en leerzaam verhaal. Ik werd met mijn neus op het feit gedrukt dat ik van de geschiedenis van Rusland niet genoeg weet. Ik vermoed dat ik daardoor ook zaken miste. Maar het verhaal is er niet minder intrigerend door. Niet het geluid is het dat de spanning in het boek brengt, maar de gedachtenstroom van Nadja. Wat is er gebeurd in het jaar waar ze niet meer aan wil denken? Wat droomt ze? Wanneer is ZIJ in de war in plaats van haar man Lev? Wie is die fantasiemachinist en wat is zijn rol? Vreemde verschijnselen (stroomuitval, op hol slaande meters, zelfs het terugkerende geluid, de Foon) aanvaard ik als lezer zonder er lang bij stil te staan. Die zijn minder belangrijk dan een andere geheim dat Nadja probeert te verdringen, maar dat als een dreigend onweer steeds dichterbij komt en uiteindelijk losbarst.

Het laatste hoofdstuk is voor mij het mooiste. Nadja vertelt graag verhalen en sprookjes. En in dit hoofdstuk begint elke nieuw stukje met: Er was eens een vrouw die rende om de trein te halen. Voor wie een beetje thuis is in de Griekse mythologie is het einde geen open einde....

En nu?

Ik las Het Bureau 1 - Meneer Beerta uit. En ben inmiddels in het tweede deel bezig. Over Het Bureau verschijnen onregelmatig, aparte blogs. Met label #HetBureau. (Zie HIER).

Kiezen uit mijn lange lijst met aanraders en tips is moeilijk. Ik koos Margriet van de Linden - De liefde niet. Daar ben ik dus nu mee bezig. Maar volgende maand komt er ook weer een boek uit mijn archief van een onterecht vergeten auteur.

© Jannie Trouwborst, april 2019.

maandag 22 april 2019

Het Bureau en ik: Aflevering 2

In Zeeuws-Vlaanderen worden geregeld streekvertelavonden gehouden, net zoals naar alle waarschijnlijkheid in vele andere delen van Nederland met een eigen streektaal. Wij wonen als import hier lang genoeg om ze te kunnen volgen en we doen dat dan ook met plezier. Op 20 maart was het Wereldverteldag en omdat te vieren organiseerde de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ) een vertelmiddag in Sas van Gent. Uiteraard waren wij weer van de partij.

Het Bureau in Zeeland

In deel 2 (Vuile handen) ben ik ondertussen een eind gevorderd. Ik leer de medewerkers steeds beter kennen en begrijp ongeveer hoe het Bureau in elkaar zit. Met afdelingen voor Volksnamen, Volkstaal en  Volkscultuur. En inmiddels ook één voor Volksmuziek.

Legende van Jantje van Sluis
Op de vertelmiddag in Sas van Gent maakten we kennis met de Zeeuwse variant van het Bureau, de SCEZ. Sankie Koster is één van onze favoriete verhalenvertelsters. Ze opende de middag met een verhaaltje waarin halverwege de "hulp" werd ingeroepen van een medewerkster van de SCZE. Het ging over wat wij als import "zure zult" zouden noemen. "Oe noemen julder da?" vroeg Sjankie en er kwam een stortvloed aan termen los. De medewerkster mocht opdraven om licht op de zaak te werpen. Grofweg werden drie termen het meest genoemd, voor oost, west en midden Zeeuws-Vlaanderen. "Maar", ging ze enthousiast verder, "aan de overkant (Walcheren, Zuid-Beveland en verder Schouwen-Duiveland) komen weer totaal andere woorden voor voor bijna hetzelfde product. Het water (Wester- en Oosterschelde o.a.) zorgt ervoor dat er in deze provincie veel verschillende dialecten gesproken worden. Waarbij die van Zeeuws-Vlaanderen helemaal apart is door de vermenging met Vlaamse woorden." Ik begon kaarten voor me te zien met grenzen voor "zure zult".

Dat was een aardig intermezzo. Nu verder met de vertelmiddag?  Maar toen maakte Sjankie de vergissing te vragen wat nu precies het verschil was tussen verhalen, legenden en mythen. Vol enthousiasme stortte de medewerkster van de SCEZ zich op die vraag en hoewel interessant, zaten de meeste streekgenoten niet op zo'n uitgebreid antwoord te wachten en moest Sjankie haar tenslotte, vriendelijk bedankend, weer naar haar plaats sturen. Het werd een genoeglijke middag, met zelfs nog wat volksliedjes.
(Let wel: geen kwaad woord over de SCEZ! Ze doen goed werk. Kijk maar eens op hun site.)

De kaartcatalogus

Ik vraag me oprecht af of mensen onder de 45 zich voor kunnen stellen hoe het was om zonder computer een catalogus te ontwerpen en bij te houden, en boeken, artikelen en knipsels zo op te bergen dat ze ook weer gevonden konden worden. Daarom kan ik ook erg genieten van de periode waarin ik nu beland ben en waarin Maarten met zijn medewerkers, waaronder een documentalist, knipsels aan het beoordelen is. Wat bewaren we, waar bergen we het op?
Nu worden er achteloos een berg tags aan een gedigitaliseerd fiche toegevoegd en klaar is Kees. Zelfs hele boeken en artikelen zijn gedigitaliseerd en op een willekeurig woord uit de tekst terug te vinden. Dan hoef je ze fysiek dus ook niet meer op te slaan: je kunt ze digitaal opzoeken en lezen.

Frederik Müller Academie
Hoe anders was dat toen ik van de Frederik Müller Academie kwam, zoals de bibliotheek- en documentatieschool destijds heette. Vlakbij onze school stond toen de eerste Openbare Leeszaal en Bibliotheek van Amsterdam aan de Keizersgracht (van 1919). Als je een recensie van een boek wilde lezen, dan kreeg je daar een mapje met de originele knipsels uit kranten en tijdschriften te zien. En dan maar overschrijven, want kopieerapparaten waren nog niet algemeen voor handen.
Lastiger werd het zgn. titelbeschrijven. Een boek of artikel moet ergens opgeborgen worden, maar ook terug gevonden kunnen worden. Voor elke auteur (ook als het er drie zijn) moest een kaartje geschreven (of getypt) worden voor in de alfabetische auteurscatalogus. Dan een kaartje voor de titelcatalogus en tenslotte een of meerdere voor de onderwerpen catalogus. Op allemaal moest de plaatsaanduiding staan van waar het boek of artikel gevonden kon worden.

Voor romans in de Openbare bibliotheek was je redelijk snel klaar met je kaartjes. De boeken stonden op alfabet van (de eerste) auteur in de kast. Voor de non-fictieboeken was het lastiger. Gelukkig was daar een systeem voor opgezet: SISO (KLIK HIER). Alle kennis en wetenschappen waren erin vertegenwoordigd, met onderverdeling. Dat nummer bepaalde de plek in de kast, zodat bv. alle kookboeken of alle boeken over Van Gogh bij elkaar stonden. Maar toch was er ook nog een trefwoordencatalogus nodig om te kunnen zien welke boeken over bv. Van Gogh aanwezig waren. En welk nummer die hadden, want voor de bezoekers was de SISO niet altijd even gebruiksvriendelijk. Voor wetenschappelijke en speciale bibliotheken bestaat een vergelijkbaar, maar uitgebreider internationaal systeem: UDC (KLIK HIER).

Kaartcatalogus
Waarom deze uitweiding? Ten eerste omdat het mij verwondert dat er op Het Bureau niets gedaan werd met de UDC voor het knipselarchief. (Voor de bibliotheek heb ik nog niets kunnen lezen daarover). Wat een heidens karwei haalden Maarten en zijn medewerkers zich op de hals door zelf een bewaarsysteem en indeling te ontwerpen. Ten tweede om duidelijk te maken hoe ontzettend veel er veranderd is door de digitalisering. Wat nu zo vanzelfsprekend wordt gebruikt, was 50 jaar geleden ondenkbaar en het alternatief zeer bewerkelijk. Bekijk het kaartje maar eens aan de binnenzijde van een boek en probeer je te realiseren waar allemaal een apart fiche voor geschreven en opgeborgen moest worden....

Het personeelsverloop

Het verloop onder het personeel van het Bureau is enorm. Er nemen mensen ontslag, gaan met pensioen of dood, er worden nieuwe mensen aangenomen op verschillende afdelingen. Er zijn allerlei commissies. Ik ben nog steeds blij met het boekje Ingang tot het Bureau van J.J. Voskuil. Ik pak het er geregeld bij. Ook de gebeurtenissen blijven boeien. Al zijn ze niet bijzonder, het is de wijze waarop een en ander beschreven wordt en de manier waarop de karakters tot leven komen, die het aantrekkelijk maken om te blijven lezen.
De afwisselingen met de stukken die niet op kantoor spelen, maar thuis of bij vrienden of in alle eenzaamheid, raken en doen de soms lachwekkende situaties op Het Bureau even naar de achtergrond verdwijnen. Ook de tijdgeest boeit. Ik ben bijna bij de periode dat ook ik aan mijn werkzame leven begon.

Tot slot

Ik lees niet achter elkaar door, maar lees ondertussen ook andere boeken. Dat is geen enkel probleem, ik pak de draad zo weer op. En ook daar is De Ingang tot het Bureau handig voor: er staat een beknopte samenvatting van elk jaar in.

Volgende maand weer een nieuw bericht. 

© Jannie Trouwborst, april 2019.

zaterdag 6 april 2019

Het Bureau en ik: Aflevering 1

Na het lezen van De Buurman en De moeder van Nicolien ben ik enthousiast aan het eerste deel van Het Bureau begonnen. Laat ik 2019 maar uitroepen tot mijn Voskuil-jaar. 
Ik ga geen recensies over Het Bureau schrijven, maar geregeld hier een blogje plaatsen met mijn vorderingen en bevindingen.

Kort na het plaatsen van het blog over De moeder van Nicolien heb ik via de bieb het e-book van Deel 1: Meneer Beerta op mijn tablet geladen. Ik lees het liever als een echt boek, maar ik was te nieuwsgierig om te wachten tot het gereserveerde exemplaar opgestuurd werd naar onze dorpsbibliotheek. Ik wilde er vast even van proeven.  Op 6 februari was ik al op bladzijde 67. Dat dat niet overeen komt met het papieren boek ontdekte al snel. Want ik was intussen zo enthousiast dat ik, misschien wel heel overmoedig, de hele serie bestelde....

De start

Al vrij snel na het begin van het verhaal stuit ik op twee citaten. Ik schrijf ze over in een speciaal voor het project aangeschaft notitieboekje.

pg.4 "In zijn ogen was Beerta het levende bewijs dat je jezelf zo van de buitenwereld kan afschermen, dat je onaantastbaar blijft. Dat trok hem aan." 

pg. 5 "Als er één uithoek was in het Nederlandse wetenschappelijke bestel zonder enige pretentie, dan was het deze." ( lees: de Atlas voor Volkscultuur).

Maarten wordt op 1 juli 1957 aangenomen als wetenschappelijk medewerker. Hij maakt kennis met de andere medewerkers van Het Bureau. Een aantal van hen kent hij al van vroeger. Mij begint het even te duizelen, zoveel namen en posities. En ook even zovele, soms vileine en rake, beschrijvingen van deze personages. Ik gebruik mijn aantekenboekje om ze allemaal te noteren met voorlopig alleen hun functie erbij.
Ik probeer of ik op internet wellicht meer duidelijkheid kan krijgen over de medewerkers van het Bureau en stuit op verschillende sites die uitgebreid ingaan op o.a. de werkelijke personen die schuil gaan achter de gefingeerde namen van Voskuil. Daar heb ik op dit moment niet zo'n belangstelling voor. Ik wil vooral het verhaal beleven, zonder verdere bijgedachten. Ik noteer de webadressen en laat het rusten.

Dan komt al snel een fragment dat ik herken: de eerste bladzijde uit De moeder van Nicolien. Het past er probleemloos tussen. Maarten viert zijn verjaardag op de eerste dag dat hij begint met werken bij het Bureau. Zijn schoonmoeder denkt dat hij haar voor de gek houdt als hij haar zegt dat hij onderzoek doet naar het geloof in kabouters.
Nicolien heb ik leren kennen in De Buurman. Dat was een andere Nicolien dan in De moeder van... In wat ik tot zover las in Het Bureau zie ik toch weer meer de onredelijke, overgevoelige en labiele echtgenote uit De Buurman. Ik ben benieuwd hoe zich dat verder zal ontwikkelen.

pg. 41 "Door wie wordt Veerman eigenlijk begeleid? "vroeg Maarten. "Door Wiegel". "En als er problemen zijn?" "Die zijn er niet" antwoordde Beerta. "Wiegel is een geboren bibliothecaris. Als er problemen zijn, dan lost hij ze op". (Veerman is de beheerder van het knipselarchief. Puur om (misplaatste) persoonlijke redenen sprak dit citaat me als bibliothecaresse aan).

Pg. 42 "Wat ben je stil" zei Nicolien. "Is er iets"? "Er is niets", antwoordde hij. Wat volgt is weer één van die onredelijke gesprekken en verwijten van de kant van Nicolien. Schrijnend als je weet hoe ongelukkig hij zich op zijn werk voelt. En thuis daarvoor geen uitlaatklep vindt. Hij loopt tenslotte weg en wandelt malend door nachtelijk Amsterdam. Als hij thuis komt slaapt Nicolien al.
"Eenmaal in bed voelde hij zich zo triest dat hij moeite had zijn tranen te bedwingen". 

Ik vraag me af of het gehele boek zo beklemmend zal blijven.

Het vervolg

9 februari:  Vandaag komen de zeven bestelde delen en er zit nog een extra boekje bij: Ingang tot het Bureau van J.J. Voskuil. Dat komt goed van pas, want er komen heel veel personen in voor. In het begin zoek ik ze er geregeld even in op.

Het wordt steeds duidelijker dat Maarten het niet naar zijn zin heeft, dat hij problemen heeft in de omgang met sommige collega's en dat de verhoudingen op Het Bureau erg formeel zijn. Je zou kunnen denken: wat saai als er weinig meer in staat. En toch is dat niet zo. De gebeurtenissen zijn hilarisch, droogkomisch en dramatisch tegelijk. Dramatisch (in mijn ogen) omdat ik de worsteling van Maarten Koning als authentiek ervaar. Ik begin moeite te krijgen met het al dan niet autobiografische gehalte van het boek.

Het is duidelijk dat van de andere hoofdpersonen karikaturen zijn gemaakt. Dat maakt het lezen ook zo leuk. Naar mate het verhaal vordert, kun je hun gedrag eigenlijk al voorspelen. Ik herken figuren uit mijn eigen "kantoorleven", eind jaren 60. Met name juffrouw de Haan maakt bij mij heel wat onprettige herinneringen los.

Wat mij verwart is de vraag in hoeverre Voskuil Maarten Koning en zijn vrouw Nicolien (als alter ego's) ook aangepast heeft. Dat zal best en voor de gebeurtenissen thuis of op kantoor is dat ook niet zo van belang. Maar zijn houding t.o.v. zijn werk, de moedeloosheid die hij ervaart en de zinloosheid die hij tracht het hoofd te bieden. Wat moet ik daar van denken? Het komt heel authentiek over.
Nu weet ik ook wel dat je zelfs een grotendeels autobiografisch boek niet mag beschouwen als een weergave van de werkelijkheid. Het is en blijft een roman. Maar toch, het leven is soms een echte worsteling voor Maarten Koning. Met een willekeurige romanfiguur kun je enigszins meeleven, maar beseffen dat een verhaal grotendeels op waarheid berust, maakt het voor mij af en toe schrijnend.
Er schijnt een boek te bestaan met de titel: Ik ben ik niet. Misschien moet ik dat maar eens erbij nemen.

Toeval?

Er gebeuren de laatste tijd zaken die allemaal op de een of andere manier aansluiten bij Het Bureau. Daarover later meer. Maar eentje moet ik hier toch noemen. Via Twitter kwam ik op de site van Neerlandistiek "In memoriam Blok" tegen, geschreven door Jan Berns. Je kunt het HIER lezen.  Uiteraard komt daarin ook Het Bureau ter sprake, want Dick Blok was in Het Bureau Jaap Balk. De auteur van het stuk is in het boek trouwens Huub Pastoors. 

Deel 1 is uit. Het is inmiddels 1965. Meneer Beerta neemt afscheid en Jaap Balk volgt hem op als directeur. Tot opluchting van Nicolien die het al vreselijk vindt dat Maarten werkt en zeker niets moet hebben van een man die directeur wordt. Maar ook Maarten zelf ziet dat niet zitten.

Ik ben nog niet in deel 2 begonnen. Even pauze genomen om wat anders te lezen. De oorspronkelijke boeken kwamen ook niet allemaal tegelijk uit. Maar vanaf vandaag ga ik er weer ruimte voor maken.

Wordt vervolgd dus.

J.J. Voskuil - Het Bureau I - Meneer Beerta. Amsterdam, Van Oorschot 1996. 

© Jannie Trouwborst, april 2019.