vrijdag 22 maart 2019

Maart 2019: wat las ik?

Deze maand vroeg Sandra ons mee te doen aan de actie: Ik lees Nederlands. Eigenlijk doe ik dat meestal wel, maar als extra uitdaging, stelde ze, zou je eens uit je comfortzone kunnen stappen. Dat heb ik gedaan. Maar daarnaast las ik ook weer twee romans die bij me passen en een dichtbundel. Hieronder het overzicht.

Frederik Baas - Herberekening


Frederik Baas is het pseudoniem van Jan van Mersbergen. Hij gebruikt het voor zijn literaire thrillers, om een duidelijk onderscheid maken met zijn overige werk. Zijn romans lees ik graag en zijn eerste thriller Dagboek uit de rivier beviel me wel, om diverse redenen (volg de link voor de recensie). Het leek dan ook geen groot avontuur om de tweede thriller Herberekening als een uitstapje uit mijn comfortzone te gebruiken.

Samenvatting
In 'Herberekening' komt schoolverlater Leon op straat bij toeval een meisje tegen dat hij van school kent en dat al aan het werk is. Ze rijdt in een huurauto en moet ergens papieren ophalen. Ze vraagt hem om even op de huurauto te passen. Dat doet Leon, het meisje komt echter niet meer terug. Dan hoort hij vanuit de auto de stem van de navigatie: 'Volg de weergegeven route.' Leon besluit in te stappen en de taak van het meisje over te nemen. Hij gaat op pad, zonder te weten waarheen en wat hij vervoert. De navigatie leidt hem. In eerste instantie voelt dat goed: hij heeft een taak en een doel, alles is overzichtelijk en eenvoudig en ook belangrijk. Maar langzaam wordt hem duidelijk dat het een duistere zaak is en hij worstelt met zijn ongevraagde betrokkenheid en daarmee samenhangende schuldvraag.

Het verhaal heeft een aparte structuur: achteraf moet Leon in een politiecel opschrijven in steekwoorden (die de titel van de hoofdstukken vormen) wat er precies gebeurd is. Zo beleven we stapje voor stapje zijn reis en de gevolgen en de bijzondere plot met hem mee. De spanning wordt langzaam opgebouwd en het verhaal wordt naar een onontkoombaar einde geleid. Knap in elkaar gezet, maar toch... Bij Dagboek uit de rivier voelde ik me veel meer betrokken. Ik vermoed dat dat komt omdat ik me maar moeilijk in de hoofdpersoon, de 19-jarige Leon, kon verplaatsen. Maar ik kan me heel goed voorstellen dat jongeren dat wel kunnen. Eigenlijk vind ik het meer een Young Adult boek. Die zullen het zeker met plezier lezen en zichzelf er ongetwijfeld in herkennen. Voor mij was het niet meer dan een tussendoortje, in afwachting van zijn volgende roman: De onverwachte rijkdom van Altena.

Zonder daar al te veel over te willen verklappen, speelt religie een rol in deze thriller. Dat was nog veel meer het geval bij de beide andere romans die ik las deze maand.

Esther Gerritsen - De Trooster

Van Esther Gerritsen las ik eerder Roxy, een wurgend mooi verhaal over hoe verschillend mensen om gaan met rouw (volg de link voor de recensie). Ik nam mij voor meer van haar te lezen. Eindelijk is daar nu de tijd voor en kon ik De Trooster lezen. 

Samenvatting
Geheel tegen de regels van het klooster in wordt een nieuwe gast opgevangen door Jacob, de conciërge. Aanvankelijk stelt Jacob, zich bewust van de hiërarchie binnen de orde, zich terughoudend op. Maar gaandeweg groeit er een verstandhouding tussen de gelovige conciërge en de gast die een misdaad op zijn geweten heeft. Jacob verliest zich in de aandacht die hij krijgt en is bereid ver te gaan om de vriendschap te behouden.
Esther Gerritsen volgt het verhaal van de conciërge parallel aan het lijdensverhaal van Christus. Op de haar bekende scherpe manier ontleedt ze de relaties tussen mensen, de verwachtingen en belangen die daarbij spelen en ze stelt de vanzelfsprekendheid der dingen ter discussie. 

Bijzonder aan dit verhaal (en ook aan het volgende dat ik hierna zal bespreken) is de religieuze context. De religie speelt in De Trooster een belangrijke rol, toch komt het verhaal niet belerend over. De karakters van de hoofdpersonen en de onderlinge verhoudingen krijgen de meeste nadruk. Knap hoe de religie daarbij een onderschikte rol LIJKT te spelen, maar ondertussen van wezenlijk belang is. Respectvol gebracht, anders kan het niet omschreven worden, naar zowel gelovigen als lezers die daar niets mee hebben. Zoals bij Roxy rouwen om individuele beleving vroeg, geldt dat hier voor de religie. Zo'n worsteling voelbaar maken, dat is wederom gelukt! 

Marie de Meister - De stilte van Thé


Opnieuw een roman waarin de katholieke godsdienst een grote rol speelt. Op een andere manier en met een totaal andere uitwerking.

Samenvatting
De stilte van Thé gaat over Sophie Keller, een succesvolle tv-journaliste. Ze is de dochter van Thé, die liever non wilde zijn dan moeder. Ze bevalt in het klooster en haar dochter wordt opgevangen in een pleeggezin (bij haar zus Toosje). Sophie vermoedt dat ze geen echt kind is van haar pleegouders, maar het wordt haar pas op haar 18de echt duidelijk. Ze raakt op latere leeftijd helemaal in de knoop met zichzelf en besluit uiteindelijk haar moeder op te zoeken om haar te vragen waarom ze haar weggedaan heeft. Dat valt niet mee, want moeder Thé alias zuster Barbara woont in een klooster waarin niet gesproken wordt. Bezoeken kan alleen als er samen gebeden wordt, vragen stellen kan dus niet.
Het verhaal van Sophie tijdens haar crisis wordt afgewisseld met brieven van Thé uit een ver verleden aan haar oudste zus Magda, die non is geworden voor de missie. Door deze brieven in chronologische volgorde af te wisselen met het verhaal van Sophie, kom je als lezer steeds dichter bij de waarheid over het afstaan van Sophie. Zowel de worstelingen van Sophie als die van haar moeder Thé komen zo mooi tot uitdrukking en uiteindelijk vallen ze samen in een voor beiden aanvaardbaar heden. 

Een van de thema’s die in dit boek naar voren komt, is het nurture/nature debat: wordt een kind gevormd door de opvoeding of door de afkomst of is het een combinatie en in welke verhouding dan? En dan daarnaast de vrijheid van het individu om een eigen levensweg te kiezen. In hoeverre moet je daarbij rekening houden met de mensen om je heen. De godsdienst zelf speelt echter een heel andere rol dan in De Trooster. Ze veroorzaakt onnoemelijk veel leed, maar er wordt ook een poging ondernomen om begrip te vragen voor diep religieuze overtuigingen en daar respect voor te hebben, al kun je ze niet helemaal berijpen. Ook hier geen belerende toon, maar vooral een blik op de menselijke worstelingen, met hun (on)geloof, opvattingen en onderlinge verhoudingen. Een verhaal dat nog lang na bleef zingen in mijn hoofd.

Hanny Michaelis - Een keuze uit haar gedichten door J.J. Voskuil

Dat uitgerekend J.J. Voskuil (1926-2008) een persoonlijke keuze maakte uit de gedichten van Hanny Michaelis (1922-2007) was voor mij een aangename verrassing. Soms valt alles op zijn plaats. Mijn allereerste op 20-jarige leeftijd zelf gekochte en nog steeds dierbare dichtbundel was van Hanny Michaelis:  Onvoorzien (1966). Sommige gedichten daarin vond ik terug in de keuze van Voskuil.

Inleiding
"Op zaterdag 1 augustus 1987 at Hanny Michaelis bij ons. Een paar uur later brachten we haar naar huis. Het was een warme zomeravond. Hoewel het al laat was, waren er nog veel mensen op straat. Op de hoek van de Herengracht en de Herenstraat kruiste ons pad dat van Jan Fontijn, Charlotte Mutsaers en hun hond. We groetten elkaar. Voortlopend vroeg ik me af hoe ze ons zagen: de grootste levende dichteres van Nederland en een man die lang geleden een dik boek over studenten had geschreven. Onwaarschijnlijk dat ze dat een van drieën gedacht hadden. Dat vond ík, hoewel ik een woord als "groot" niet gauw in mijn mond zou nemen. De ene dichter is niet groter dan de ander. Desgevraagd zou ik gezegd hebben dat geen andere dichter me zo aanspreekt en weet te ontroeren. Dat is nog zo. En dat zal wel zo blijven." (Inleiding van Voskuil).

In zijn inleiding noemt J.J. Voskuil haar poëzie 'direct, sober en onopgesmukt'. Poëzie die het verdient opnieuw en ook meer gelezen te worden. Ik las de bundel vanuit verschillende perspectieven: puur als de gedichten van H.M. en daarna als de keuze van Voskuil. Want die keuze zegt ook iets over hem. Het meest ontroerd is hij door haar liefdesgedichten, schrijft hij. Het grootste deel van de bundel bestaat daar dan ook uit. Voskuil stelt:

"De neiging om het onvermogen gelukkig te zijn te zoeken in het eigen tekort is terug te voeren op overbewustheid. Bij alles wat ze doet, ook op ogenblikken dat ze gelukkig zou moeten zijn, is er iemand in haar die toekijkt." 
Die manier van het gevoel hebben tekort te schieten, kom ik ook steeds tegen bij Maarten de Koning in Het Bureau, meer daarover een andere keer.

Het laatste gedicht is anders, maar trof me het meest. Het gaat over haar ouders, die in de oorlog weggevoerd werden, terwijl zijzelf als kind ondergedoken zat, en die niet meer terug kwamen.

Met mijn moeder die las
en breide tegelijk
en mijn vader die zes uur
per dag piano speelde
heb ik jarenlang gepraat,
gelachen en ruzie gemaakt
totdat ze werden ingelijfd
bij de legendarische 6 miljoen.
Een getal, waarover na ruim
een halve eeuw nog steeds
wordt geredetwist.
Hun gezichten beginnen te vervagen.
De klank van hun stem is
al bijna ontkleurd. Straks
ben ik er ook niet meer. Dan
zal het zijn alsof wij drieën
nooit hebben bestaan.
 

Hanny Michaelis
(Uit: Tirade, mei 2000)

  
En nu? 
Ik lees nu Foon van Marente de Moor, maar dat krijg ik niet meer uit deze maand. Het eerste deel van Het Bureau is wel uit. Daarover binnenkort een apart blog.

@Jannie Trouwborst, maart 2019.

zondag 10 maart 2019

Februari 2019: wat las ik?

Het was al een poosje stil hier. Wellicht is het sommigen van jullie opgevallen. Geen enkel blog, weinig reacties op Twitter, vrijwel geen Facebook. Het was voor mij even een tijd van bezinning. Ik las wel, maar in bloggen had ik weinig zin. Een paar maanden geleden worstelde ik er ook al mee. Ik dacht de oplossing gevonden te hebben, maar dat viel tegen. Dan is er dus meer aan de hand dan ik aanvankelijk dacht en dat kan ik niet langer negeren.

Wat dat betekent voor dit boekenblog kun je lezen in een persoonlijk stukje onder de titel Een nieuwe fase op mijn andere blog Verbeelding en Historie dat je HIER kunt vinden. Hierbij het eerste blog op Mijn Boekenkast nieuwe stijl.

Mijn leeservaringen van februari

Enthousiast gemaakt door Gerbrand Bakker voor het werk van J.J. Voskuil las ik De moeder van Nicolien (zie de recensie via de link). Daarna volgde Shinrin Yogu een non-fictieboek vertaald uit het Spaans en geschreven door Francesc Miralles en Hector García. Over hoe helend boswandelingen voor de gestresste stadsmens van tegenwoordig kunnen zijn. (Ook die recensie kun je via de link vinden.)

Over wat ik daarna nog las, schreef ik geen recensies meer. Maar ik wil de boeken hier wel even aanstippen. 

- Margje - Jan Siebelink.

Samenvatting:
Margje is een vervolg op Jan Siebelinks bestseller Knielen op een bed violen, het imposante verhaal over een gezin dat door de religieuze vader Hans Sievez te gronde wordt gericht. Ruben Sievez, de zoon uit Knielen op een bed violen, is in Margje een oudere man die gedurende een lange oudejaarsnacht terugkijkt op zijn leven, al dwalend door de leegstaande villa van zijn oom Anton. Daar, in de kelder, vond hij, een jongen nog, op een dag een album met daarin een foto van de oom met een jonge vrouw. In haar herkende Ruben onmiddellijk zijn moeder.

Een verhaal over een heel leven, dat van Margje en haar twee zoons. De jongste is haar lieveling, de oudste voert strijd om die plek in te nemen.


Door Knielen op een bed violen werd ik zo geraakt, dat alles wat ik daarna nog van Siebelink las, me tegenviel. Soms behoorlijk, soms een beetje. Dat is de prijs die een auteur soms betaalt voor een bestseller. Margje (over de vrouw van Hans Sievez) is niet onaardig, maar toch niet overal even sterk. De Buurjongen vind ik beter (voor recensie van beide titels, volg de link)

- Jean-Philipe Desbordes - Aiki, de eeuwenoude Japanse kunst van het ademhalen.


Samenvatting:
Meestal ademen we zonder erbij na te denken. Toch reageert je adem op je emoties: als jij zenuwachtig bent, gaat je adem versnellen en als je bang bent, wordt je adem oppervlakkig en versterkt dat je angst. Als je spierpijn hebt, kun je onbewust verkrampt gaan ademen, wat de pijn dan weer versterkt.
Maar wat als je het omdraait? Door je adem te reguleren kun je je emoties beïnvloeden. Zo blijf je zelfs op stressvolle momenten kalm en adem je je pijn weg!
De kunst van Aiki is eigenlijk heel simpel en iedereen kan het leren. Aiki stamt direct af van de Japanse krijgsdiscipline Aikido, waarbij er een specifieke ademhalingstechniek wordt gebruikt om volledig in je kracht te staan. Verdiep je in de theorie, focus op de oefeningen en adem jezelf sterk, fit en happy!


De uitgeverij Xander vroeg mij het boek te recenseren en omdat ik via de beoefening van de Chinese Tai Chi wel geïnteresseerd ben in deze materie, stemde ik toe. Helaas voldeed het boek niet aan mijn verwachtingen. Waarbij ik niet wil zeggen dat het niet goed zou zijn. Kijk het gerust zelf eens in in de boekwinkel als je in deze materie geïnteresseerd bent.

- Frits van Oostrom - Nobel streven.


Samenvatting:
Rond 1372 kwam op het luisterrijke kasteel Santpoort Jan van Brederode ter wereld in de meest gezegende omstandigheden. Een kleine veertig jaar later sneuvelde hij roemloos, als ridderlijke huurling, in de fameuze Slag bij Azincourt. Nobel streven reconstrueert, als een historische detective, de loop van dit bizarre leven tot in verbluffende details.
Hoe Jan tot tweemaal toe met een gigantisch Hollands leger de Zuiderzee overstak voor oorlog tegen Friesland. Hoe hij naar Ierland reisde om in een onderaardse grot het helse vagevuur van Sint Patricius te voelen. Zijn jaren in het klooster, waarin hij een sprankelende Middelnederlandse tekst schreef. Zijn pogingen om de gigantische erfenis van zijn echtgenote te verwerven, en hoe hij daarvoor zelfs deze Johanna uit haar eigen klooster ontvoerde... En hoe zijn naam door heel Europa roemrucht zou worden: tot in Parijs, waar men college gaf over zijn geval, en tot aan de Engelse koning Henry V.
Frits van Oostrom heeft de geschiedenis van Jan van Brederode, en heel de rijke wereld daaromheen, virtuoos gereconstrueerd en vervat in een meeslepend verhaal.


Ik leende het boek via de bieb en omdat er in heel Zeeland maar 1 exemplaar van is, mocht ik het maar 3 weken houden. Dat is te kort om het hele boek te lezen. Ik vond dat wel jammer, ik zal het later nog eens moeten lenen. Voor nu koos ik voor de laatste twee uitgebreide hoofdstukken: Feiten en fictie, en Nageschiedenis. Ik houd wel van filosoferen over de theorie van de geschiedwetenschap. En Van Oostrom kan ook dáár goed over schrijven en zijn keuzes uitleggen en verdedigen. Hoe het verder ging met de Van Brederodes sprak me ook wel aan. Vreemde volgorde misschien, maar wel een afgerond geheel. En dan later nog maar eens het "echte" verhaal over Jan van Brederode.

- Jean Pierre Rawie - Onmogelijk geluk


Samenvatting:
Jean Pierre Rawie (1951) is een Nederlands dichter en vertaler. Tot op heden schreef hij 19 dichtbundels. In 1992 verscheen Onmogelijk geluk, zijn grootste verkoopsucces. Daarin wordt o.a. over zijn beleving van het overlijden van zijn vader gedicht.

In onze krant las ik een interview met deze heerlijk "ouderwetse" dichter. Daarbij was één van de gedichten uit deze bundel afgedrukt. Een sonnet, waarin hij toonde groot te zijn in de dichttechniek van vroeger: rijm, ritme en metrum voelden zo goed bij deze gedichten, meestal als sonnetten vormgegeven. Daar past een voorbeeld bij:

Interieur

In dit met boeken volgestouwd vertrek
heb ik steeds minder anderen van node,
met al mijn aan de dood ontstegen doden
iedere nacht stilzwijgend in gesprek.

Bij wie is wat ik liefheb nog in trek?
Het meeste is al eeuwen uit de mode.
Van wat ik deed, uit nood of om den brode,
rest enkel de grandeur van het echec.

Maar ook al bood het leven nog zoveel
waar ik mijn tanden op heb stuk gebeten,
één regel, en de wereld raakt vergeten,

één rijm, en het verscheurd heelal wordt heel:
alleen achter mijn schrijftafel gezeten
heb ik opnieuw aan heel de schepping deel.

J.P. Rawie - Onmogelijk geluk - 1992. 

Heerlijk om een stukje Bloem terug te vinden in een dichter van nu.


Tot zover deze keer. Eind maart volgt een nieuw overzicht. Daarin de boeken die ik las voor Ik lees Nederlands van Sandra. En wellicht over Het Bureau, want deel 1 is bijna uit.

© Jannie Trouwborst, maart 2019.

zondag 10 februari 2019

Shinrin-yoku - Francesc Miralles & Hector García

Ikagai

Een duidelijk bewijs voor de gezondheidsvoordelen van contact met de natuur, zijn de zgn. Blue Zones:  vijf plekken op aarde waar de langstlevende mensen wonen. Het zijn allemaal weinig verstedelijkte gebieden waar de natuur sterk aanwezig is. Om hun succesvolle boek Ikagai te schrijven hebben Francesc Miralles en Hector García één van die plekken uitgebreid onderzocht: het zogenaamde "dorp van de honderdjarigen" in het noorden van Okinawa, waar de bewoners midden in de jungle en dicht bij zee wonen.
Ze vroegen de bewoners naar hun eetgewoonten, lichaamsbeweging, relaties met hun buren en hun Ikagai: datgene wat hen ertoe drijft 's morgens hun bed uit te komen om weer aan een nieuwe dag te beginnen. Maar ze ontdekten dat ook de natuurlijke omgeving waarin ze leven een wezenlijke rol blijkt te spelen bij hun fysieke, mentale en spirituele welzijn.

Maar hoe moet dat dan met de stedelingen, vroegen de auteurs zich af. Ook voor hen geldt dat een geregeld contact met de natuur van levensbelang is. En zo gingen ze opnieuw op onderzoek uit en ontdekten dat er in Japan al meer dan 100 jaar een methode is die Shinrin-Yoku wordt genoemd, vrij vertaald: bos-baden. Het is het Japanse geheim voor beter slapen, minder stress en een gezond en gelukkig leven.

Shinrin-Yoku

Het verloren paradijs heet het eerste hoofdstuk, waarin de auteurs de gedenaturaliseerde mens, te midden van de stress in de stad, plaatsen tegenover de mensen in Blue Zones en in groene steden. In het daarop volgende hoofdstuk Terug naar de Hof van Eden behandelen ze de geschiedenis van het contact tussen mens en natuur: van Boeddha en oude Japanse en Chinese wijzen en filosofen, via de Keltische mythologie van het bos, naar tenslotte het avontuur van Thoreau in zijn zelfgebouwde hut bij Lake Walden.

Dat de natuur heilzaam is en veel voor de gezondheid en gemoedstoestand van de mens kan betekenen, lijkt vanzelfsprekend. Maar tegenwoordig vragen we (terecht) om wetenschappelijk bewijs. Dat komt er in het derde hoofdstuk: De wetenschap van Shinrin-Yoku. We beseffen dat stadslucht vervuild is en boslucht zuiverder, maar er is meer aan de hand. Japanse onderzoeksinstituten ontdekten dat de fytociden die bomen afscheiden en die ingeademd worden hormonale veranderingen bevorderen die ten goed komen aan onze gezondheid. In het boek staan 10 grote gezondheidsvoordelen van Shinrin-Yogu die wetenschappelijk zijn aangetoond, waaronder versterking van het immuunsysteem, verlaging van de bloeddruk en het stressniveau. De literatuurlijst achterin het boek geeft onder meer de titels van de wetenschappelijke artikelen.

Na een hoofdstuk over de verschillende Japanse kunstvormen die verband houden met de natuur en die men onderdeel zou kunnen maken van het helende 'bos-bad" komen we aan de concrete toepassingen van Shinrin-Yoku in Japan, maar ook in andere landen waarin erkend wordt dat geregeld in de natuur verblijven belangrijk is voor de mens.

Maar verblijven in een bos is niet genoeg. Vijf stappen die in gedachten gehouden moeten worden zorgen ervoor dat we er het maximale uithalen. Ze zijn uitgewerkt en worden nog eens opgesomd in twee lijstjes: wat juist wel en wat niet te doen tijdens een Shinrin-Yoku. Oneerbiedig samengevat zou je kunnen zeggen: mindfulness en meditatie in het bos. Ook tips voor thuis krijgen een eigen hoofdstuk (thee, etherische oliën, planten in huis en tuin).

De tien principes van de Shinrin-Yoku in het dagelijks leven

Natuurlijk moet je het hele boek lezen om de essentie ervan te doorgronden. Maar de auteurs besluiten het boek met tien sterk verkorte regels.

1. Dompel je één keer per week onder in het groen.
2. Leef vanuit mindfulness
3. Knuffel eens een boom
4. Luister naar het lied van de vogels
5. Wandel zonder doel
6. Blijf even staan om adem te halen
7. Schrijf een haiku
8. Laat je inspireren door wabi-sabi
9. Neem een kop thee
10 Voel de yugen.

Nieuwsgierig naar wat yugen is? Misschien is dat nog wel de belangrijkste tip. Maar dat moet wie interesse heeft dan maar zelf lezen in dit geslaagde boek.

Francesc Miralles & Hector García - Shinrin-Yoku. Amsterdam, Boekenrij, 2018. 188 pg., ills., lit. opg. ISBN:978-90-225-8479-8

© Jannie Trouwborst, februari 2019.

zondag 3 februari 2019

J.J. Voskuil - De moeder van Nicolien

Omdat De buurman (KLIK HIER) van Voskuil me goed bevallen is, informeerde ik bij de grootste Voskuilfan van Nederland, Gerbrand Bakker, welke titel nog meer in aanmerking zou kunnen komen om mijn drempelvrees ten aanzien van Het Bureau te slechten. Hij raadde De moeder van Nicolien aan. 

De schoonmoeder van Maarten Koning

In dagboekvorm lezen we over de veertig laatste jaren van de moeder van Nicolien, de vrouw van Maarten de Koning. Aanvankelijk nog een gezonde, ouder wordende vrouw, maar sluipenderwijs gaat het mis. We maken mee hoe ze langzaam maar zeker dement wordt. Hersenschimmen van Bernlef was schrijnend, doordat we in het hoofd van het slachtoffer zaten, maar De moeder van Nicolien is minstens zo aangrijpend, doordat we meemaken wat er bij de direct betrokken gebeurt.
De tijdspanne tussen de losse dagboekfragmenten omvat aanvankelijk jaren of maanden, later worden dat weken en dagen. Wat eerst nog op vergeetachtigheid lijkt die bij de ouderdom hoort, wordt zo erg, dat er vermoedens ontstaan dat er meer aan de hand is. Pas achteraf valt voor Maarten en Nicolien vast te stellen dat het beginnende dementie was.
Het is de moeder van Nicolien, maar Maarten is bijzonder op haar gesteld. Het is die genegenheid die van deze roman een liefdevol portret gemaakt heeft. Hoewel ook Nicolien haar best doet de situatie het hoofd te bieden, is het toch Maarten die nooit uit zijn slof schiet en met geheugenspelletjes en grapjes probeert ontspannen met zijn gedesoriënteerde schoonmoeder om te gaan. Voor Nicolien is het allemaal veel lastiger en achteraf voelt ze zich schuldig dat ze niet geduldiger was. Maar Maarten probeert dat uit haar hoofd te praten en ook voor de lezer is duidelijk dat het allemaal niet gemakkelijk was. En dat ze er het beste van gemaakt heeft.

Voskuil stijl

Dit is pas het tweede boek dat ik lees van Voskuil, maar toch heb ik al wel enig zicht op de kracht van zijn schrijfstijl, die me zeer aan spreekt. Al kan ik me goed voorstellen dat het een stijl is, die niet bij iedereen aan zal slaan. Net als in De buurman bestaat het verhaal voor een groot deel uit dialogen en veel minder uit beschrijvingen van gebeurtenissen. Heel knap als je dat zo kan opschrijven dat de lezer via de gesprekken de gevoelens kan navoelen die in en tussen de woorden liggen. Daardoor word je veel meer bij de gebeurtenissen betrokken. 
Het verschil met Het Bureau, heb ik me laten vertellen, is dat er maar een beperkt aantal personen in voor komt. Maar dat was in De buurman niet anders. Mij stoort het niet. Ik vind deze kleine romans wel zo prettig. Maarten en Nicolien leerde ik al kennen via De buurman. Ze zijn niet wezenlijk veranderd, als is de toon onderling een stuk milder. Het dramatische verloop van de slopende dementie zet de verhoudingen niet op scherp, zoals bij De buurman, maar verzacht de verschillen in karakter en temperament door de zorgen om hun (schoon)moeder.

Een heel herkenbaar verhaal voor iedereen die te maken heeft/had met een ouder familielid dat aan deze ziekte lijdt/leed. Maar ook zonder dat is het levensecht geschreven en daardoor aangrijpend.

De achtergrond van het boek

Er komen er episodes in voor uit Het Bureau (las ik elders), maar toch was Voskuil al voordat het eerste deel daarvan verscheen met dit verhaal bezig geweest. Pas toen de dementie van zijn schoonmoeder duidelijk begon te worden heeft hij zijn oude dagboekaantekeningen gebruikt om de voorgeschiedenis te achterhalen. En er daarna een chronologisch verhaal van te maken vanaf het moment dat nog niemand doorhad welke sluipende ziekte zijn kop op begon te steken.

In een interview vertelt hij:

"Ik had in de loop van de jaren nogal wat opgeschreven dat ik nu kon begrijpen. Maar het ís niet het dagboek. Mijn aantekeningen hebben slechts de herinnering ondersteund." In Het Bureau speelt de moeder van Nicolien een marginale rol. Hij is blij dat hij dat beeld nu aan kan vullen. "Zij is een veel belangrijker persoon dan je op basis van Het Bureau zou zeggen. Zij is een nuchtere buitenstaander die geen begrip heeft voor de wetenschap, voor het opgeblazen gedoe waarin haar schoonzoon verzeild is geraakt. Zij vervult als het ware de rol die de doodgravers in Hamlet vertolken. In Maartens leven staat ze lijnrecht tegenover de wetenschappers met pretenties."
Voskuil bekent dat de houding van zijn schoonmoeder, uit wie het leven langzaam wegstroomde, hem nog altijd kan ontroeren: "Zij heeft mijn sympathie omdat zij een gewoon, nuchter mens is.  Dicht bij de zin van het leven".

En nu?

Beide boeken zijn me dus bevallen. Ik denk dat ik het eerste deel van Het Bureau nu wel aandurf. Al was het alleen maar om meer over Voskuil zelf te weten te komen. Want dat Maarten en Nicolien de alter ego's zijn voor Voskuil en zijn vrouw is ondertussen wel duidelijk. En ik mag ze wel.
Op een biografie geschreven door Gerbrand Bakker hoef ik niet meer te rekenen, begreep ik uit de column Biograferen in Trouw van 2 februari. Lees even mee:

De laatste Voskuil die ik las, was 'Requiem voor een vriend'. Ik heb nu, op 'Het Bureau' na, alles weer eens gelezen. En hoewel ik donders goed weet dat je dat wat er in een boek staat niet één op één mag verbinden aan de schrijver van het boek, ben ik nu toch wel écht van het idee af een biografie over Voskuil te willen schrijven. Als je alles wat hij geschreven heeft chronologisch zou rangschikken, heb je al snel een heel leven te pakken. Vooruit, een gefictionaliseerd leven, maar dan wel een zeer sterk autobiografisch gefictionaliseerd leven.
Het enige wat je als biograaf zou kunnen doen is de werkelijkheid van de fictie te scheiden. En snel Lousje Voskuil bezoeken. Misschien nog wat medewerkers van het P.J. Meertens Instituut te spreken zien te krijgen. Een afspraak maken met Detlev van Heest (red. huisvriend van de familie Voskuil). Maar dan nog: waarom zou je een biografie over iemand schrijven terwijl de schrijver zelf zijn uiterste best gedaan heeft zijn leven weer te geven zoals hij het in zijn boeken weergegeven heeft? Is dat niet genoeg? Moet je dat niet respecteren? (De hele column is te lezen op het weblog van Gerbrand Bakker: KLIK HIER).

Ik denk dat hij gelijk heeft. En dat er voor mij nog heel veel te lezen valt van en over Voskuil. Wordt vervolgd dus.

J.J. Voskuil - De moeder van Nicolien. Amsterdam, Van Oorschot, 2008. 9de dr. 187g., ISBN:978-90-282-4093-3  (1e dr. 1998).

© Jannie Trouwborst, februari 2019.

woensdag 30 januari 2019

Intensive Care - Vrouwkje Tuinman en Andrea Stultiens

Tien jaar geleden, op oudejaarsochtend 2008, verongelukken twee jonge mensen: Simone, de zus van Andrea Stultiens, samen met Frodo Bootsman, de beste vriend van Vrouwkje Tuinman. Begin januari 2009 worden ze, enkele dagen na elkaar, begraven.

Intensive Care vertelt in woord en beeld over het onvoorstelbare en onverwachte van een plotselinge dood. De beelden van Andrea Stultiens en gedichten van Vrouwkje Tuinman vullen elkaar aan bij het duidelijk maken wat deze gebeurtenis losmaakt en hoe beiden worden gemist.

Fotografe Andrea Stultiens maakt en verzamelt foto's om er verhalen mee te vertellen. Voor dit boek legde zij op ingetogen wijze de intensive care-afdeling in het ziekenhuis, het rouwcentrum, de twee begrafenissen en de woning van haar zus en vriend vast. De beelden van de interieurs en het kerkhof getuigen van een gevoel van leegte, gemis en berusting.

Auteur Vrouwkje Tuinman is dichter, schrijver en journalist. In Intensive Care schrijft ze over rouw en herinnering. In de gedichten roept Tuinman aan de hand van familiefoto's en resterende spullen in hun woning herinneringen op aan de overledenen. Andere gedichten bevatten overpeinzingen over het tragische ongeval en de voortgang van het leven na het verlies van dierbaren.

Zowel de kleurenfoto's als de gedichten zijn aangrijpend, maar beslist niet sentimenteel. De foto's van de internetpagina's met nieuwsfoto's van het ongeval maken de publicatie tot een eigentijds document over rouwverwerking. De experimentele vormgeving waarbij gedichten en foto's op verschillende soorten papier zijn gedrukt benadrukt dat nog eens. 


Voor de Gedichtendag van 2019 koos ik het onderstaande gedicht uit Intensive Care.

Iemand die ik liever mis

Ik vind dat er nu wel iemand anders een tijdje dood mag zijn.
Een toptien is zo gemaakt.
Er staan wat mensen op die ik alleen van zien ken en die
toch altijd al mokkend kijken.
Een vrouw waarvan ik heb gemerkt hoe goed ze doen kan of
ze weg is.
Bovenaan de lijst zie ik mezelf. Heb ik daar wat aan als het
betekent dat hij hier en ik aan de andere kant ga staan?
De buren klinken niet alsof zij hobby hebben aan het leven.
In de schuur heb ik een schep waarmee ik iets kan regelen.

Vrouwkje Tuinman

(Uit: Intensive Care, 2009). 

Dit gedicht is op muziek gezet door Peter te Bos van Claw Boys Claw en je kunt je hier bekijken en beluisteren: heel mooi! KLIK HIER VOOR HET FILMPJE

Andrea Stultiens & Vrouwkje Tuinman - Intensive Care. Wbooks, 2010. Geb., 110 pg., kleurenfoto's. ISNB: 9789089101723 (Het boek is nog beperkt verkrijgbaar en te leen via de bieb).

© Jannie Trouwborst, januari 2019.

maandag 28 januari 2019

Rembrandt & De Gouden Eeuw en de Week van de Leesclub

Rembrandt & de Gouden eeuw

2019 is het jaar van Rembrandt en de Gouden Eeuw. Aanleiding is de 350ste sterfdag van de beroemde Hollandse Meester op 4 oktober 2019. Het hele jaar zijn er tal van activiteiten in onder meer Den Haag, Leiden, Leeuwarden en Amsterdam. (Inter)nationale bezoekers kunnen het Nederland ervaren in de tijd van Rembrandt in de Gouden Eeuw met bijzondere tentoonstellingen in onder andere: Museum De Lakenhal, het Fries Museum, Het Mauritshuis, Museum Het Rembrandthuis en het Rijksmuseum. Een overzicht vind je HIER.

Ik zal zeker enkele tentoonstellingen gaan bezoeken. Maar mij viel op dat er nergens gesproken wordt over literatuur over het thema. Uiteraard zullen er weer nieuwe non-fictieboeken over de schilder verschijnen. Maar er bestaan ook vast wel historische romans over het leven van Rembrandt en zijn naasten, spelend in diezelfde Gouden Eeuw. Misschien komen er wel enkele nieuwe uit in de loop van dit jaar. Ook die zou ik graag lezen.


Week van de Leesclubs

Van 28 januari tot 3 februari is het voor de eerste keer de Week van de Leesclub. In het verleden heb ik enkele jaren een leesclub begeleid. Daarvan deed ik destijds verslag op mijn blog. Een van de boeken die we samen lazen en bespraken staat me nog helder voor de geest. En ik denk dat ik die in dit Rembrandtjaar ga herlezen.

Het gaat om een boek van Margriet de Moor - De schilder en het meisje. Zowel Rembrandt, zijn werk en levenswijze, als het leven in Amsterdam in zijn tijd komen aan bod. Ik kan het aanbevelen, zeker ook voor leesclubs. Vandaar dat ik de verwijzingen ernaar op mijn blog, nog maar eens plaats. 

Samenvatting 

Amsterdam, 3 mei 1664. Een tekening zal twee levens voor altijd met elkaar verbinden. De 18-jarige Deense, Elsje Christiaens, naar Amsterdam gegaan om haar zuster te zoeken, slaat haar hospita met een bijl de schedel in. De magistraat veroordeelt haar tot de wurgpaal. Rembrandt koopt tezelfdertijd schildersmaterialen voor zijn schilderij 'Het joodse bruidje'. Als hij van het gebeuren hoort, maakt hij van de terechtgestelde de tekening die later de titel 'A woman hanging on a gibbet' zal krijgen (niet gereproduceerd in het boek). Een alwetende verteller verbeeldt de ontstaansgeschiedenis van de tekening, en wijst geregeld vooruit naar het heden. De verbeelding van de schrijfster speelt in deze roman op ingenieuze wijze met de feiten: gegevens uit de processtukken over Elsje Christaens weeft zij door de biografie van Rembrandt. Het lot van de schilder en het meisje raken elkaar: de Macht, zetelend in het Stadhuis, vernedert hen. Ook schilderijen en muziek spelen in het verhaal een belangrijke rol. Beide personages en het 17de eeuwse Amsterdam komen in goedgekozen details tot leven. Een boeiende, goed geschreven en spannende historische roman. (Achterzijde boek).

Verwijzingen

De vragen die wij gebruikten bij het bespreken van het boek vind je HIER.

Een korte inhoud en het verslag van de bijeenkomst staat HIER.

Ken jij nog andere historische romans over Rembrandt en zijn tijd? Wil je ze dan noemen in een reactie ter inspiratie? Een link naar de bespreking in je blog is ook prima.

Margriet de Moor - De schilder en het meisje. Bezige Bij, 2010. Paperback, 253 pg., isbn 9789023457497.

© Jannie Trouwborst, januari 2019. 
 

woensdag 23 januari 2019

Camera Obscura van Hildebrand

Bij het opruimen van mijn boekenkasten kwam ik een dierbaar Prisma pocketboekje tegen met erin een heel lief briefje van mijn vader. Hij kon met mijn 16de verjaardag niet thuis zijn en stuurde het me toe. Het was Camera Obscura van Hildebrand. Opnieuw ontroerde het me dat hij begrepen had hoe blij ik daarmee zou zijn. Een puber die blij is met de Camera Obscura? Dat vraagt wellicht om enige uitleg.

Jeugdsentiment 

Ik las veel in mijn jeugd en het ene boek maakte meer indruk dan het andere. Alleen op de wereld van Hector Malot en De negerhut van Oom Tom van Harriet Beecher Stowe grepen me enorm aan. In mijn jeugd gaf de Arbeiderspers een jeugdserie uit waarvan ik soms een boek kreeg, zoals De kinderen van de dief van Mathilde Smits-Esperstedt. De meeste boekjes kwamen echter van Kluitman (want goedkoop) en daar is weinig van blijven hangen. In mijn kastje met jeugdsentiment staan nog wel twee gekoesterde boeken van Ploegsma: De kinderen van de grote fjeld van Laura Fitinghoff en De wonderketting van Margreet Bruijn. Ook Hannes Brinker of de zilveren schaatsen van die laatste schrijfster herinner ik me nog. Net als De spoorwegkinderen van Edith Nesbit (Van Goor). Ik weet niet of er toen net zoveel goede kinderschrijvers waren als tegenwoordig. Maar bovengenoemde boeken gaven me wel een vaag idee van wat goede boeken met je wereldbeeld en je inlevingsvermogen kunnen doen.

Kennismaken met literatuur

Het woord "literatuur" kende ik nog niet, toen ik naar de H.B.S. ging. Dat veranderde toen wij Nederlandse literatuurgeschiedenis kregen en een overzicht ontvingen van de boeken die we zouden moeten gaan lezen voor het eindexamen. Als bèta leerlingen hoefden we gelukkig niet al te diep in te gaan op de historische teksten. Een globaal inzicht in perioden, schrijvers/dichters en bekende werken was genoeg. Weten waar Marike van Nimwegen of Reinaert de Vos over ging, bekende werken van Vondel en Hooft kunnen noemen, daar bleef het wel zo'n beetje bij. En al die tijd bleef "literatuur" voor mij een vaag begrip.

Camera Obscura

Vanaf de negentiende eeuw werd het echter serieuzer en moesten we ook romans en gedichten gaan lezen. Het eerste boek waar we aandacht aan besteedden was Camera Obscura van Hildebrand, het pseudoniem van Nicolaas Beets. We lazen er gezamenlijk stukken uit en er ging een wereld voor me open. Door het lezen van dit verhaal kwam je dichter bij hoe de mensen die in die tijd leefden, kreeg je zicht op de verhoudingen in de toenmalige standenmaatschappij, las je hoe Nederland er toen uitzag. Maar ook de schrijfstijl sprak aan. Ik had niet genoeg aan de korte stukken die we eruit lazen en ik wilde het boek graag helemaal lezen. En dus kreeg ik het van mijn vader voor mijn verjaardag.

Nog steeds in druk

Mijn exemplaar was niet de eerste herdruk en zou ook niet de laatste zijn: nog steeds is het boek volop verkrijgbaar. Op zoek naar hoe dat zit, stuitte ik op Deel 12 van de serie Tekst in context: Camera Obscura van Hildebrand. Het boek is samengesteld door Rick Honings en Peter van Zonnenveld en uitgeven door de Amsterdam University Press.
Wat ben ik jaloers op de middelbare schoolleerlingen van nu. Aan de hand van twee verhalen uit de Camera Obscura, nl. De familie Stastok en De familie Kegge, wordt uitgebreid stilgestaan bij alles wat dit boek in zich heeft. Alle facetten van de negentiende eeuw worden aangestipt en in aparte toelichtingen verwerkt, na steeds een stukje van de oorspronkelijke tekst. Bovendien is het boek rijk geïllustreerd. Een lijst met uitleg van niet meer gangbare woorden en een lijst met vragen en opdrachten zorgen ervoor dat je veel meer uit de teksten kunt halen.  

Andere delen

Er zijn inmiddels meer dan 12 delen verschenen in deze serie. Ik denk dat ik binnenkort eens deel 10 ga lenen in de bieb: Sara B., een rebelse vrouw uit de Verlichting. Dat deel gaat over de briefroman De historie van Sara Burgerhart van Elisabeth en Wolff en Aagje Deken. En als ook die bevalt, misschien zelfs deel 13: De Spaanse Brabander van Bredero? Weer eens wat anders dan de moderne Nederlandse literatuur.

Hildebrand,Camera obscura/samengesteld door Rick Honings & Peter van Zonneveld. Amsterdam, Amsterdam University Press, 2014. 103 pg., ills., met lit. opg. (Tekst in context; 12).

© Jannie Trouwborst, januari 2019.

donderdag 17 januari 2019

Hester van Hasselt - Hier besta ik. In eenzaamheid gestorven

In eenzaamheid gestorven

Sinds 2002 wordt in Amsterdam en daarbuiten, aan overledenen bij wie anders niemand hun uitvaart zou bezoeken, een bijzonder saluut gebracht. Dichters schrijven voor iedere eenzame uitvaart een gedicht en lezen dat bij de uitvaart voor. Het idee daarvoor is afkomstig uit Groningen, waar de toenmalige stadsdichter Bart FM Droog dit tot zijn taak als stadsdichter rekende.

Sinds 2006 is het Amsterdamse initiatief ondergebracht in een stichting, die als doel heeft: een waardig en respectvol afscheid bieden aan overledenen, die het ontbreekt aan familie, vrienden of een sociaal netwerk. Dit vanuit de gedachte dat ieder mens de moeite waard is om over na te denken en het verdient om met speciaal voor hem of haar gekozen woorden begraven te worden.

In de loop der tijd breidde de Stichting haar werkgebied uit naar Den Haag en Rotterdam. Daarnaast werden vergelijkbare initiatieven ontplooid in Antwerpen, Leuven en Utrecht, en rekenen tal van stadsdichters het tot hun taak eenzame doden op hun laatste tocht te vergezellen, onder andere in Nijmegen, Zaanstad, Hengelo, Arnhem, en uiteraard nog altijd in Groningen. 

Dichters van dienst

Elk van deze steden heeft een groep van dichters die bij toerbeurt zorgen voor een zo persoonlijk mogelijk gedicht en, samen met de coördinator, de begrafenis bijwonen en tijdens de plechtigheid het gedicht voorlezen.

In Amsterdam startte F. Starik in 2002 met dit initiatief, in Antwerpen was dat in 2009 Maarten Inghels. Ze vonden een groot aantal dichters bereid toe te treden tot de "pool des doods". Hester van Hasselt interviewde 12 van deze dichters. Ze vertellen over hun motivatie om mee te werken en laten zien hoe moeilijk het soms kan zijn een gedicht te maken: door het ontbreken van informatie, door de omstandigheden bij het overlijden of de emoties die het bij hen zelf op kan roepen.

Van elke dichter is een zwart-wit foto opgenomen en één van hun gedichten voor de Eenzame uitvaart. Vaak komt dat in het interview al ter sprake. Enkele zwart-wit foto's' van één van de uitvaarten en losse kleurenfoto's die eenzaamheid symboliseren maken er een stemmig boek van. De foto's in het boek zijn gemaakt door Bianca Sistermans.

Uit de inleiding van Hester van Hasselt en Bianca Sistermans:

"Hier besta ik" wil eenzaamheid niet alleen zichtbaar maken, maar ook laten zien hoe poëzie de pijnlijke plekken in ons bestaan weet te raken, en hoe de dichters van "De eenzame uitvaart" woorden vinden voor een laatste groet, een gebaar van medemenselijkheid.

De dichters die zij spraken zijn:
Menno Wigman, Anneke Brassinga, Eva Gerlach, F. Starik, Ester Naomi Perquin, Maarten Inghels, Joke van Leeuwen, Kees 't Hart, Neeltje Maria Min, Bernard Dewulf, Maria Barnas, Willem Brands.

(Het boek werd uitgegeven in 2017. Wim Brands was toen al overleden. Helaas zijn sinds die tijd ook F. Starik en Menno Wigman ons ontvallen).

Meer horen en lezen?

Op de site van de Stichting Eenzame Uitvaart staat van elke Eenzame uitvaart een verslag en het gedicht dat de dichter van dienst heeft gemaakt en uitgesproken. Sinds de dood van F. Starik en zijn opvolger Menno Wigman is de taak van coördinator overgenomen door Joris Van Casteren.

Een poëziepotcast met Menno Wigman, die grotendeels over De Eenzame uitvaart gaat, kun je HIER beluisteren. Dit is de eerste aflevering van De Poëziepodcast van VN, SLAA en Splendor, door Daan Doesborgh.

Hester van Hasselt en Bianca Sistermans - Hier besta ik. In eenzaamheid gestorven. Amsterdam, Querido, 2017. Geb., 134 pg., foto's. ISBN:978-90-214-0749-4.

© Jannie Trouwborst, januari 2019.

woensdag 16 januari 2019

Stine Jensen - Eerste liefde

Spiritualiteit, zingeving, levenskunst

Spiritualiteit heeft in de breedste zin te maken met zaken die de geest (Latijn: spiritus) betreffen. Het woord wordt op vele manieren gebruikt en kan te maken hebben met religie of bovennatuurlijke krachten, maar de nadruk ligt op de persoonlijke innerlijke ervaring. Naast religie zijn zingeving en levenskunst daarom gaandeweg ook een onderdeel geworden van de Maand van de Spiritualiteit. Elk jaar heeft een speciaal thema. Dit jaar is dat: Met aandacht.

Het essay voor de Maand van de Spiritualiteit 2019 is geschreven door Stine Jensen: filosoof, schrijver, programmamaker en sinds kort ook yoga lerares. In haar boeken en tv-programma's is te merken dat ze filosofie en spiritualiteit geregeld met elkaar verbindt. Dat doet ze ook in dit essay met als titel: Eerste liefde.

Eerste liefde

Het is een prettig leesbaar boekje geworden, geschikt voor een brede groep lezers. Ze heeft het thema verwerkt in een beschrijving van het verloop van haar eigen eerste liefde. Daardoor krijgt het boek een handige spanningsboog die je soepel door allerlei, in feite theoretische, kwesties loodst. Hoewel er enkele namen van auteurs en titels van hun boeken langskomen en ze af en toe een filosoof citeert, is het geen ingewikkeld verhaal geworden en blijft het betoog boeien door de persoonlijke noot. Mooie voorbeelden uit boeken en films illustreren haar zienswijze.

"Een eerste liefde is, als je geluk hebt, de ervaring van totale aandacht. Met overmatige belangstelling volg je alles van een ander en doe je alles om de aandacht vast te houden. Als de liefde langer duurt, wordt gebrek aan aandacht de oorzaak van het probleem èn het medicijn voor herstel: we moeten elkaar meer aandacht geven". 

Dat het thema Met aandacht ruimer opgevat kan en moet worden dan alleen in een liefdesrelatie komt niet ter sprake. Maar dat het ook in andere relaties (op het werk, tussen vrienden en in families) van grote waarde kan zijn, hoeft geen nader betoog.

Stine Jensen - Eerste liefde. Essay bij De maand van de Spiritualiteit. Amsterdam, CPNB, 2019. 64 pg., isbn:978-90-596-5483-9.

© Jannie Trouwborst, januari 2019.

Het boekje is te koop bij de bokehandel tijdens de Maand van de Spiritualiteit van 11 januari tot 10 februari 2019.

De 5 genomineerden voor het beste spirituele boek zijn inmiddels bekend. Je kunt HIER  je stem nog uitbrengen tot 25 januari 2019. Het winnende boek wordt op 10 februari bekend gemaakt.

Eerder las ik in deze serie:
Rosita Steenbeek - Heb uw vijanden lief (KLIK HIER)
Joke J. Hermsen - Windstilte van de ziel (KLIK HIER)