zaterdag 31 december 2016

Sta eens stil bij mantelzorg

Een leuk experiment! We worden dit keer opgezadeld met een ? door Martha. Het is aan ons een woord aan te dragen. Van al onze woorden samen zal ze een stukje maken. Maar natuurlijk is het wel zo eerlijk als wij zelf ook iets met ons gekozen woord doen. Ik koos voor "mantelzorger".

Mantelzorgers zijn mensen die langdurig en onbetaald zorgen voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende persoon uit hun omgeving. Dit kan een partner, ouder of kind zijn, maar ook een ander familielid, vriend of kennis.

In mijn Dikke van Dale uit 1984 komt het woord niet voor. Toch bestond het toen al wel. Op de site van de etymologiebank (KLIK HIER) vond ik een citaat uit M. Philippa - Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (2003-2009)

Mantelzorg is zorg in een kleine groep, waarvan de leden onderling in relatie staan. (J.C.M. Hattinga, 1971).

"J.C.M. Hattinga Verschure introduceerde dit begrip in 1971 als een van de drie kaders van zorgverlening, naast zelfzorg en professionele zorg. Die ‘kleine groep’ is in de praktijk vaak een gezin, maar kan ook een familie, een buurt, een gemeenschap van geloofsgenoten of een groepje lotgenoten zijn. De zorg die men binnen zo'n groep aan elkaar verleent is “voor elk lid van de groep als een mantel, die verwarmt, beschut en beveiligt,” aldus Hattinga Verschures motivatie. Haar analyse van zelfzorg en mantelzorg omvatte destijds ook de normale zorg voor o.a. eigen eten en eigen kinderen.
Tegenwoordig (2009) spreekt men meestal alleen van mantelzorg bij zorg aan personen met vrij ernstige fysieke, verstandelijke of psychische beperkingen. Van (bereidheid tot) wederkerigheid, bij Hattinga Verschure nog een definiërend kenmerk van mantelzorg, is lang niet altijd meer sprake."

In 1999 komt M. De Coster in zijn Woordenboek van Neologismen tot een andere definitie:


Mantelzorg, hulp, verleend aan zieken, bejaarden enz. door personen uit de kennissenkring. Dit woord wordt natuurlijk vooral gebruikt in de gezondheidszorg, maar in politieke kringen hoort men het ook wel eens gebruiken m.b.t. de taken van sommige beleidsterreinen.

In de voorbeelden die daaronder staan en die dateren van 1983 tot 1997 staan een aantal uitspraken die aantonen hoe de inhoud van het begrip langzamerhand veranderde en welke politieke doelen men ermee wilde bereiken:
-  "Zachte-sector-jargon voor burenhulp" (Hans Ferree, 1983)
-  "In verband met bezuinigingen op de volksgezondheid en de maatschappelijke dienstverlening (o.a. gezinszorg) kent het kabinet-Lubbers een grotere rol toe aan de mantelzorg" (1985).
- In 1994 vindt Elsevier: "dat er in Nederland naar verhouding nog erg veel mensen zijn die de tijd, conditie en mogelijkheden hebben om ‘mantelzorg’ te verschaffen: een hele generatie vrouwen van middelbare leeftijd die nooit een betaalde baan hebben gehad en langzamerhand ‘uit de kinderen’ raken".
- Maar bij een terugtredende overheid en steeds meer "vrouwen van middelbare leeftijd met een betaalde baan", is andere mantelzorg nodig, dus start de gemeente Utrecht een "experiment waarbij bijstandsgerechtigden die mantelzorg verrichten niet meer verplicht zijn te solliciteren".
In 1997 wordt voor het eerst de vraag gesteld wat of er precies met de aanmoediging/verplichting tot mantelzorg bereikt wordt: "Hoe denkt de minister ooit te weten of alleen de onterechte zorgvraag geremd is? Natuurlijk kan er altijd een beroep op de mantelzorg — partner, kinderen, buren — worden gedaan, maar hoe groot is dat beroep reeds? (Elsevier, 1997)

En daarna is het m.i. steeds verder uit de hand gelopen. Mantelzorg is een eis en een verplichting geworden en voor een deel in de plaats gekomen van de professionele hulp. Ondertussen zijn er voor het  mantelzorgen steeds minder mensen beschikbaar: door de verspreiding van familieleden over heel Nederland, door overbelaste tweeverdieners, door sociale isolatie van de zorgvrager. En dat terwijl er via het overhevelen van zorgvragen naar de gemeenten nog verder beknibbeld wordt op hulp en zorg. Er zijn al te weinig mantelzorgers en wie het noodgedwongen wordt, raakt sneller overbelast.

De kleine groep, de wederkerigheid en de beschutting die de mantel moest bieden uit de oorspronkelijke definitie uit 1971? Er klopt allemaal niets meer van. Daar ondervinden de hulpbehoevende  zorgvrager en de huidige mantelzorger dagelijks. In Nederland wonen zo'n 2,6 miljoen volwassen mantelzorgers. Gelukkig bestaan er regionale verenigingen die hen ondersteunen en hun belangen behartigen. Het heeft zeker zin daar lid van te worden. Het levert in elk geval een kleine groep op die steun kan verlenen aan, in dit geval, de mantelzorger zelf. Want hoe dit verder moet ?????

#WOT deel 52 ? ~ 1) Haakvormig leesteken 2) Leesteken 3) Signum interrogandi 4) Taalteken 5) Vraagteken

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat HIER een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen.


© Jannie Trouwborst, december 2016.

Een terugblik en vooruit kijken

En alweer is er een jaar voorbij. Het lijkt wel of ze steeds sneller gaan als je ouder wordt. En of het steeds meer moeite kost om aan alles wat het leven leuk en interessant maakt, volop mee te doen. Het afgelopen jaar kreeg ik soms het gevoel dat ik mezelf voorbij liep, dat ik faalde als ik er niet in slaagde om alle ballen in de lucht te houden. Dat moet anders. Hier dus niet alleen een terugblik. Maar vooral een vooruitblik op een jaar waarin ruimte zal zijn voor minder activiteiten. Dat vraagt om reflectie en gaat over kiezen. Daar is tijd voor nodig en moed om zaken los te laten. Verwacht hier dus nu nog geen vastomlijnd plan, maar slechts de uitgangspunten.

Als ik al mijn hobby's en activiteiten op een rijtje zet, verschijnt er een lange lijst. Ik heb Kondo niet gelezen en zal ook haar methode niet volgen, maar ik heb mij de laatste tijd wel afgevraagd: van welke bezigheden en hobby's word ik blij? Het antwoord is: van allemaal, anders zou ik er ook niet aan begonnen zijn. Hou je vast: lezen, schrijven, fotograferen, wandelen, geocachen, genealogie en studeren . Als je bedenkt dat bij elke activiteit weer "subactiviteiten" horen (foto's ordenen en bewerken, recensies schrijven, genealogisch onderzoek en oud-schriftcursussen, etc.),  dan begrijp je dat er heel veel tijd in gaat zitten. En dan heb ik het nog niet eens over wat altijd door zal gaan: mijn huishouden, sociale contacten en familiebezoek, oppassen op de kleinkinderen, Tai-chi en andere gezondheidsbezigheden en vrijwilligerswerk voor Staatsbosbeheer. Zelfs als je met pensioen bent, is dat wel veel allemaal.

Mijn voorlopige oplossing is: het jaar in vieren te verdelen en tijdens elk kwartaal opnieuw de focus te bepalen. De rest hoeft niet helemaal stopgezet te worden, maar de prioriteit ligt vast voor 3 maanden. En daarna zien we weer verder.

Het afgelopen jaar deed ik mee met de #BoekPerWeek challenge van de Bibliotheek. Omdat ik van elk gelezen boek ook een recensie op mijn blog wil schrijven, heb ik het alleen al daarmee veel te druk gehad. In augustus werd mij bovendien gevraagd mee te willen werken aan De Leesclub Van Alles (DLVA). Dat vroeg om een andere manier van schrijven dan op mijn blog die ik nog in mijn vingers moest krijgen. Naast de nieuwe recensies werkte ik de oudere om volgens de nieuwe aanwijzingen. Een hoop extra werk. Maar wel heel leuk en leerzaam.

Ondertussen deed ik bijna het hele jaar mee via persoonlijke boeken- en leesblogjes met #50books (KLIK HIER). Ik begon steeds meer plezier te krijgen in het schrijven op zich en toen ik #WOT (Word on Thursday) van Martha Pelkman ontdekte (KLIK HIER) en kort daarna #SG (Spreekwoorden en gezegden) van Carel de Mari (KLIK HIER) wist ik dat ik daarmee verder wilde.

En dat wordt dus de prioriteit voor het komende kwartaal: lezen en schrijven. Elke week #50books (Martha neemt het over van Hendrik-Jan), #WOT en #SG. En daarnaast lezen in een aangepast tempo. Wandelen en fotograferen komen op het tweede plan, de rest staat even in de wacht.

Ik houd jullie op de hoogte!

© Jannie Trouwborst, december 2016.

donderdag 22 december 2016

Hoeveel dagen gaan er in een week?


Een etmaal heeft 24 uur en is verbonden met onze klokaanduiding: van 00.00 uur tot 24.00 uur. Maar die 24 uur kun je ook anders verdelen: van zonsopkomst via zonsondergang naar de volgende zonsopkomst. Dat past beter bij ons dagritme en onze biologische klok. Want met die klok valt niet te spotten. Daar weten mensen in wisseldiensten alles van. En een jetlag is ook geen lolletje. Slecht slapen, geen eetlust: het kost tijd om over te schakelen en gezond is het niet, ook ons immuunsysteem raakt er door van slag.

Maar hoe zit dat met een week? Hebben die 7 dagen samen ook een ritme? Misschien. Veel lichamelijke processen fluctueren wekelijks, bijv. de werking van het immuunsysteem en de concentraties van stoffen in het bloed, hoewel dat ook een gevolg zou kunnen zijn van de indeling van onze wekelijkse activiteiten. En waarom zitten er 7 dagen in een week? Waar komt dat vandaan?

Het ligt voor de hand om naar de Bijbel en de Joods-christelijke traditie te wijzen: God schiep de aarde in 6 dagen en de 7de dag was een rustdag. Maar in India kende men al  5000 jaar geleden 7 weekdagen met elk een eigen naam in het Sanskriet . En 4 van deze weken pasten precies in 1 maanmaand. Het is niet helemaal zeker of de week simpelweg een kwart maanmaand was of dat de verklaring ligt in de Vedische astronomie: 7 hemellichten die geen vaste plek tussen de sterren hebben:  zon, maan en 5 planeten. Via hun handelsroutes brachten de Babyloniërs deze week met zijn 7 dagen vervolgens naar Europa en de rest van de wereld. De namen veranderden, maar het aantal van 7 dagen bleef gelijk.

Toch zijn er ook andere voorbeelden. De Maya's hanteerden verschillende cycli, die 9, 13 of 20 dagen konden omvatten en voor verschillende doeleinden werden gebruikt.  Rome kende tot in de 4de eeuw, toen keizer Constantijn het Romeinse Rijk tot het christendom bekeerde en de 7-daagse week verplicht maakte, de 8-daagse week. Het pre-christelijke Litouwen kende weken van 9 dagen. Na de Franse Revolutie werd in 1793 een "week" bestaande uit 10 dagen ingevoerd. Deze werd echter in 1806 weer afgeschaft. De Sovjet-Unie probeerde zonder succes een week van 6 dagen, met de 6de dag als rustdag, in te voeren.

De vraag blijft of de 7-daagse week een eigen, biologisch ritme heeft dat los staat van onze beschaving. Daar is onderzoek naar gedaan. Zo heeft men bijvoorbeeld niet alleen bij de mens (maar ook bij diverse dieren) een weekritme gevonden: bij mensen in volledige isolatie treedt een activiteitsritme op variërend van 5 tot 9 dagen. Dat is gemiddeld dus 7 dagen. Maar dit was een proef van 100 dagen en ik vraag me af of je zo snel een langdurig (cultureel bepaald) ritme uit je systeem krijgt.

Bewijzen voor een biologisch ritme dat los staat van onze activiteiten in werkweek en weekend  zijn er ook. Mensen en apen hebben namelijk een ritmiek in de afzetting van tandglazuur. Op dwarsdoorsneden van kiezen zie je een fijn patroon van streepjes, vanwege de dagelijkse activiteit van de glazuurvormende cellen. Elke 9de dag is het streepje ietsje dikker. Je vindt die ritmiek van 9 dagen ook bij fossiele resten van mensachtigen. Maar er zitten geen 9 dagen in een week.

Mijn idee? Onze week met 7 dagen is in de eerste plaats een culturele erfenis. De lichamelijke processen die tijdens die cyclus optreden zijn via de evolutie meegegroeid met de maatschappelijke veranderingen in de loop der tijd.  En het groeiritme van het tandglazuur?  Een overblijfsel uit de oertijd, zonder noodzaak om mee te evolueren.

En daarmee gaan we over tot de orde van de dag!

© Jannie Trouwborst, december 2016.

#WOT deel 51 Dag ~ 1) Afscheid 2) Begrensde tijdruimte 3) Bepaald tijdvak 4) Bepaalde tijd 5) Dagelijks 6) Dageraad 7) Daglicht 8) Datum en tijd 9) Decagram 10) Decagram (afk.) 11) Deel van de week 12) Deel van een etmaal 13) Deel van een jaar 14) Deel van een week 15) Deel van het jaar 16) Dies 17) Dik eind touw (scheepst.) 18) Eenheid van tijd 19) Eind touw 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat HIER een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen.

maandag 19 december 2016

Jan van Mersbergen - De ruiter

Hij leidt een bende die de halve stad terroriseert, die het geweld niet schuwt, die meisjes als inwisselbaar ziet. Maar toch voelt het meisje zich tot hem aangetrokken. Waarom vertrouwt ze die jongen blindelings, waarom negeert ze de goedbedoelde raad van haar vader? Als het gevaar groter wordt, brengt hij haar naar haar grootvader, die buiten de stad op het platteland woont. Na het verlies van zijn vrouw trok hij zich terug in de polder om ruimte te zoeken, maar rust vond hij niet. De natuur blijft hem confronteren met wat hij achter zich had willen laten: leven en dood liggen ook hier op het platteland dicht bij elkaar.
Met het noodgedwongen verblijf van zijn kleindochter botsen niet alleen twee generaties, maar ook heden en verleden, stad en land, mens en natuur. De enige verbindende factor is het oude paard in het weiland. Aan hem kan de grootvader zijn gemis toevertrouwen, aan hem kan de kleindochter haar onzekerheden kwijt. Maar het luisterend oor van het paard, dat de kloof tussen man en meisje lijkt te kunnen verkleinen, kan de harde werkelijkheid niet buitensluiten.


Wanneer dieren prominent optreden in verhalen krijgen ze dikwijls menselijke trekjes en gedachten toebedeeld. Niets van dat alles in De Ruiter van Jan van Mersbergen. Vanaf de eerste bladzijde ligt het perspectief bij het oude paard en dat blijft ook zo. Hij beziet de beide andere hoofdrolspelers, de grootvader en het meisje, maar ook de bijfiguren, op een geheel eigen wijze. 

Voelen en aanvoelen spelen daarbij een belangrijke rol. Wanneer iemand het paard aanraakt, voelt het de emoties, gedachten, gebeurtenissen uit heden en verleden aan en verwoordt die voor de lezer. Maar niet volledig: het paard trekt geen conclusies, dat mag de lezer zelf doen. Die kan alleen maar vermoeden wat er speelt, wat er wellicht staat te gebeuren. Dat voert de spanning op en maakt dat je door wilt lezen.
Ook de andere zintuigen spelen een rol. Het paard luistert naar wat hem toevertrouwd wordt zonder te oordelen. Hij ziet alles: de dieren van de duisternis, het gekrioel van de kleine beestjes in het gras onder zijn voeten en de schimmen op het nachtelijke erf. Hij ruikt angst en gevaar. Maar ook de geuren die hem herinneren aan zijn jonge jaren: van de merries in de manege.

Zelfs wie niet veel met paarden te maken heeft, ziet een echt paard voor zich door de manier waarop de auteur het gedrag met veel gevoel uiterst nauwkeurig en uitgebreid beschrijft. Gecombineerd met de gedachten van het paard zelf zijn zijn reacties op menselijke acties vanzelfsprekend en begrijpelijk. Dit voelt niet als geen kunstgreep, hier denkt en handelt een dier dat uiterst gevoelig is, maar wel steeds een echt paard blijft. Om je zo in het wezen van een dier te kunnen verplaatsen moet je als auteur zelf ook over een groot invoelingsvermogen beschikken!

De sympathie voor het paard, het meisje en de grootvader groeit naarmate het verhaal vordert. De onzekerheid over een goede afloop ook. Jan van Mersbergen heeft je het verhaal ingesleept en laat je niet meer los voor je het al dan niet bittere einde bereikt hebt....

De ruiter is de achtste roman van Jan van Mersbergen (Gorinchem, 1971). Voor zijn eerdere werk werd hij bekroond met onder andere de BNG Nieuwe Literatuurprijs (Naar de overkant van de nacht, 2011) en de F. Bordewijkprijs (De laatste ontsnapping, 2014). Zijn romans verschijnen in vele vertalingen en twee ervan worden verfilmd.


Jan van Mersbergen - De Ruiter. Amsterdam, Cossee, 2016. Pb., 249 pg. ISBN:978-90-5936-665-7.

© Jannie Trouwborst, december 2016.

Ik lees Nederlands 47/35.

Met dank aan de auteur voor het recensie-exemplaar.

zaterdag 17 december 2016

Ben je dom als je spelfouten maakt?


Leren lezen, ik keek er naar uit en was dolgelukkig toen ik het kon. De boeken waren niet aan te slepen en mijn woordenschat groeide in snel tempo. Het leren voor een dictee was weinig werk: de meeste woorden kende ik al en een keer goed kijken naar een nieuw woord was voldoende om het voortaan foutloos te schrijven. Dat zoiets niet voor elk kind vanzelfsprekend is, ontdekte ik al snel.

"Heb jij geen rapport gehad?" Bedremmeld haalde mijn broertje het zijne onder zijn trui vandaan. Het was een teleurstelling voor hem dat hij ondanks alle moeite weer niet de cijfers kon laten zien die op het rapport van zijn zus stonden. Mijn ouders begrepen er niets van, hij leek slim genoeg, kreeg bijles en toch wilde het maar niet lukken.

We hebben het over de jaren vijftig van de vorige eeuw. Niemand kende nog het woord dyslexie*). Op school behandelde men hem als een trage leerling, want behalve het lezen gingen ook de verhaaltjessommen niet goed en had hij moeite met geschiedenis, aardrijkskunde en biologie. Hij werd naar een andere school gestuurd, waar er meer tijd voor hem was en hij een beetje opbloeide. Al bleven dictees voor hem stressvolle en frustrerende gebeurtenissen.

"Dat wordt dus de Ambachtsschool", kreeg mijn vader te horen. Gelukkig nam die daar niet zonder meer genoegen mee. Hij kende zijn zoon als een pienter kind met een ruime belangstelling en drong aan op een intelligentietest. Hij had gelijk: bovengemiddeld intelligent, maar met een leesprobleem, kwam er uit de test. De weg via de Ambachtsschool (LTS) leek toch de juiste, met een grote kans dat hij er uiteindelijk wel zou komen. En dat klopte: eerst nog naar de UTS (tegenwoordig MTS), daarna 18 maanden dienstplicht bij de Verbindingsdienst. Hij werd door het vak gegrepen. Telefoon en radioverbindingen, de ontwikkelingen in het draadloze tijdperk. Technische kennis werd belangrijker dan woorden spellen. Hij voelde zich niet langer dom.

Het leesprobleem kreeg een naam: woordblindheid, later dyslexie. Hij kreeg hulp om er mee om te leren gaan. Maar helemaal over gaat zoiets niet. En zo begon hij aan een carrière bij de NS. Met vallen en opstaan. Een cursus geven aan monteurs en op een schoolbord simpele woorden "foud" spellen komt niet erg deskundig over. Toch klom hij op, schreef rapporten en kon op collega's rekenen die  zijn kennis en kunde waardeerden en bekend waren met zijn probleem. Ze corrigeerden waar nodig. De computer deed zijn intrede en hij ontwikkelde zich tot programmeur en beheerder van systemen. Met behulp van cursussen waar hij zich moedig doorheen sloeg. De mogelijkheid van spellingscontrole gaf hem het laatste zetje dat nodig was om te kunnen functioneren zonder op zijn dyslexie afgerekend te worden.

Hij is er dus inderdaad uiteindelijk wel gekomen. Toen hij met pensioen ging enkele jaren geleden, had hij een functie bij de NS op academisch niveau en werd gewaardeerd door collega's die via de theoretisch weg op hetzelfde niveau gekomen waren, maar zijn in de loop der jaren opgedane praktische kennis goed konden gebruiken. En in zijn projectverslagen stonden geen spelfouten meer.

Ik ben trots op mijn broertje. Hij leest nog steeds traag. Maar hij blijft het wel doen, omdat die ruime belangstelling ook nooit verdwenen is. En weet je wat bijzonder is? Ik lees in vijf minuten een artikel, vlieg over de woorden en denk het helemaal begrepen te hebben. Hij doet er een kwartier over, maar als we er daarna over praten, dan blijkt dat mij finesses zijn ontgaan die hij wel opgepikt heeft.
 
 

Natuurlijk ben ik er ook trots op dat ik zoveel woorden ken en dat ik zelden taalfouten maak. Maar ik realiseer me heel goed, dat ik dat niet direct aan mijn inzet te danken heb. Voor al die kinderen die worstelen met deze aandoening ben ik blij dat dyslexie nu herkend wordt, dat men begrijpt dat ze niet dom zijn en dat ze, met een beetje hulp, toch komen op de plek die bij hen past. 

Overigens: aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal doe ik niet mee. Voor zelden voorkomende, vergezochte woorden heb ik de 3-delige Van Dale en de spellingscontrole op mijn PC. 

*) Zie: http://www.steunpuntdyslexie.nl/wat-is-dyslexie/

#WOT 50: Dictee ~ 1) Bijzondere taalles 2) Dictaat 3) Diktee 4) Iets zeggend laten opschrijven 5) Schrijfoefening 6) Spellingsoefening 7) Spellingstoets 8) Spellingtoets 9) Speloefening 10) Speltest 11) Stijloefening 12) Taaloefening 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat HIER een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen. 

Jannie Trouwborst, december 2016.

zondag 11 december 2016

Bette Adriaanse - Post voor Rus Ordelman

Rus lag in zijn trainingsbroek onder zijn gebloemde dekbed toen hij dat geluid voor het eerst hoorde. Het was een doodgewone donderdagochtend geweest tot dit geluid ineens in zijn appartement opdook, flapte, en weer verdween. 

Bette Adriaanse (Amsterdam, 1984) is beeldend kunstenares en schrijfster. Ze studeerde aan de Rietveld Academie in Amsterdam en behaalde een master in Creative Writing aan de universiteit van Oxford in 2010. Een Amerikaanse uitgever publiceerde haar debuutroman Rus like everyone else. Dankzij de jubelende ontvangst in Amerika verschijnt het nu als Post voor Rus Ordelman in Nederland.

Een postbode speelt in het boek de rol van de alwetendende ik-verteller. Het is een jonge vrouw die vanuit haar flat zicht heeft op de buurt. Terzijde gestaan door iemand die op bezoek is. We mogen zelf invullen om wie het gaat: samen met haar slaat hij de hoofdpersonen aandachtig gade, maar geeft nooit commentaar. Zij praat soms wel tegen hem: "Hij (red. Rus) is nooit buiten de stad geweest, op zijn mislukte toelatingsdag bij de schippersschool na, en nu vliegt hij het land uit, met alleen een twintigje en de munten die jij hem bij de pinautomaat hebt gegeven op zak." Het ziet er naar uit, dat ze ons, de lezers, aanspreekt.

Het boek is verdeeld in vele korte hoofdstukjes. Die waar Nacht boven staat, zijn de observaties die de postbode rechtstreeks met ons deelt. In de andere treedt een buurtbewoner op, alleen of verderop in het verhaal samen met een van de anderen. Want de draden raken langzamerhand verweven. 

Rus is één van de kleurrijke stoet hartverwarmende buurtgenoten die allen op zoek zijn naar houvast in een vervreemdende wereld. Zoals de Amerikaanse titel al suggereert (Rus like everyone else), verschillen de hoofdpersonen uit het boek in feite niet van andere mensen. Behalve dan dat ze een onvolkomenheid hebben die Bette Adriaanse op een haast surrealistische manier uitvergroot. Ze zijn en blijven buitenstaanders in een wereld die ze niet begrijpen en die hen niet accepteert. Zoals de licht dementerende weduwe Blauw, die de personages in haar favoriete soapserie als echte mensen beschouwt, de teruggetrokken Mijnheer Lucas die aan achtervolgingswaanzin lijdt, de secretaresse die moeite heeft met de normale sociale omgang tussen mensen, de allochtone pakketbezorger die zijn dromen steeds gedwarsboomd ziet door de vooroordelen waarmee hij wordt geconfronteerd. Door uitvergroting lijkt hun gedrag soms absurd. Toch houdt het ons indirect een spiegel voor. Oordelen is zo gemakkelijk en mankeert er aan ons niets?

Rus is tevreden met zijn leventje. Hij woont in een illegaal bouwsel boven op het dak van een flat. Op een dag komt hij thuis en vindt een leeg huis, een pinpas en een briefje van zijn moeder. Ze is met haar vriend vertrokken naar Afrika en hij moet zich verder maar alleen redden. Met de pinpas pint hij elke dag 10 euro en koopt wat eten. Hij vermaakt zich met het kijken naar de wolken, de mensen in het park of de sterren. Niemand schijnt te weten dat hij bestaat. Maar dan valt er op een dag een brief op de mat.

Kleine gebeurtenissen kunnen grote gevolgen hebben. Het zijn haast Kafkaiaanse toestanden die Rus Ordelman treffen en die Bette Adriaanse met de nodige humor beschrijft.  Maar wat gebeurt er met ons, lezers, nadat we het boek dichtslaan? In het allerlaatste hoofdstukje neemt de metgezel van de postbode afscheid en vertrekt met de bus waarmee hij in het eerste aankwam. Het leven gaat verder, de postbode houdt de buurtgenoten in de gaten. En de lezer? Die net de deur/het boek dichtsloeg? Kijkt hij voortaan met andere ogen naar zijn medemens? Is hij minder een O(o)rd(e)elman geworden? 

Een fascinerend en aangrijpend verhaal, een sterk debuut. Goed om te weten dat Bette Adriaanse met haar tweede roman bezig is.

Bette Adriaanse - Post voor Rus Ordelman. Amsterdam, Cossee, 2016. Pb., isbn:978-90-5936-689-3.

© Jannie Trouwborst, december 2016.

Ik lees Nederlands 46/35.

Mijn mooiste boek van het jaar

Het jaar loopt ten einde. De lijstjes verschijnen. Ik ben er niet zo dol op. Net zo min als op het bedenken van goede voornemens die op 1 januari moeten beginnen. Ik spreid die liever over de rest van het jaar. Maar de allerlaatste vraag die Hendrik-Jan dit jaar stelt, vraagt gelukkig maar om één boek. Vraag 50 van #50books luidt: Wat is het mooiste boek dat je dit jaar las? (KLIK HIER)

Een gewetensvraag die simpel lijkt, maar heel moeilijk is. Eentje maar! Het is zo verleidelijk er meer te kiezen, want als je met zorg uitkiest wat je wilt lezen, dan zijn het doorgaans allemaal mooie boeken. En ik las er dit jaar (voor mijn doen) erg veel, mede door de #boekperweek challenge van de bibliotheek.

Het jaar is nog net niet voorbij en het toeval wil dat ik nog bezig ben met een boek waarvan ik eigenlijk verwacht, dat het voor mij het mooiste zal blijken te zijn, ook al ben ik nog maar halverwege. Ik hoop dat niemand mij kwalijk neemt, dat ik er, na heel lang beraad, twee heb gekozen. Maar wat was dat moeilijk! Hoewel... weer gemakkelijker dan een lijstje, want dan moet je ook nog eens aan de slag met de volgorde!

Maar hier zijn ze dan. Het boek dat ik nog aan het lezen ben, is De ruiter van Jan van Mersbergen (KLIK HIER). Het boek dat op dit moment nog het mooiste van het jaar voor mij is, is Vuurland van Andreas Oosthoek (KLIK HIER).

Ik vind dat Hendrik-Jan het fantastisch gedaan heeft. Het zal niet altijd gemakkelijk geweest zijn om elke keer weer een uitdagende vraag te verzinnen. Ik heb er van genoten om er mee bezig te zijn. Hij kan niet genoeg bedankt worden voor zijn inzet. Misschien vindt hij het leuk om te weten welke vraag mij het meest aansprak?

Ook die vraag is niet snel te beantwoorden: als ik ze allemaal naloop, zie er genoeg die echt iets voor me betekenden. Ik leerde mezelf er beter door kennen (ik analyseer nu eenmaal het beste al schrijvend) en ik haalde veel herinneringen naar boven. Mijn dochter las ze ook graag: de antwoorden zijn geregeld nogal persoonlijk getint. Maar goed, ook hier wil ik het bij één laten: vraag 41 over Kinderboeken (KLIK HIER) De kinderboeken die ik wil herlezen liggen hier al klaar. Ze komen echt aan de beurt binnenkort.

Maar wat die goede voornemens betreft..... soms kom je er niet onderuit. Ten eerste natuurlijk weer meedoen als Martha (KLIK HIER) het stokje overneemt. Daarnaast heb ik haar #WOT-project ontdekt (= Write On Thursday, stukje schrijven n.a.v. een opgegeven woord). Daar wil ik het komende jaar graag aan meewerken. Dan is er iets waar ik mee stop: challenges. Met name de #boekperweek challenge van de bibliotheek (hoe sympathiek bedoeld ook) begon me op te breken. Eigen schuld misschien, omdat ik nu eenmaal van elk gelezen boek een recensie op mijn blog wil zetten. Aan de andere kant leverde dat wel een mooi overzicht op om uit te kiezen voor het antwoord op deze laatste vraag.

Ik ben benieuwd naar de antwoorden van de andere #50books schrijvers, maar ook naar die van de lezers van mijn blog. Heb je ook een favoriet? En wellicht "voornemens" op boeken- en leesgebied? Ik hoor het graag!

© Jannie Trouwborst, december 2016.


De leesvraag #50books (KLIK HIER) is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf 2016 doet Hendrik-Jan dat. Vanaf "2016: vraag 2" probeer ik elke week mee te doen.

vrijdag 9 december 2016

Pauw, pauw ik hou van jou!

Stukjes schrijven, echt iets voor mij. En ik mag voortaan meedoen met #WOT, ook al is het vandaag al vrijdag! Uit de introductie van Martha Pelkman (KLIK HIER) bij het 49ste woord van 2016 uit de serie: 

Pauw ~ 1) Dier 2) Fazantachtige vogel 3) Gedomesticeerde vogel 4) Haarlemse organist 5) Heilige dieren van Hera 6) Hoenderachtige 7) Hoenderachtige vogel 8) Hoendervogel 9) Middelgrote hoendervogel 10) Nederlandse politieke figuur 11) Nederlandse raadpensionaris 12) Raadpensionaris 13) Sierhoen 14) Siervogel 15) Sterrenbeeld 16) TV-programma vernoemd naar presentator Jeroen Pauw. De pauw was het heilige dier van Hera, de godin van het huwelijk. De pauw is sinds de oudheid het symbool van pracht en praal, weelde en ijdelheid. En hoe kan het ook anders: zeker het mannetje heeft prachtige veren. Blauw en groen en dan die staart met die prachtige ogen erop. Daar steekt het vrouwtje, bruin en grauw, toch maar kaal bij af. En denk ook even aan Lucius Malfoy, de vader van Draco Malfoy: hij had witte pauwen in zijn tuin rondlopen. Teken van ijdelheid. En dan is er natuurlijk die presentator om elf uur ’s avonds op NPO 1.

Wie Draco Malfoy is, moest ik toch even opzoeken, ik ben nu eenmaal geen Harry Potter kenner. Maar witte pauwen, dat roept meteen herinneringen op. Aan vakanties op de Veluwe en wandeltochten langs Kasteel Staverden. Met in de kasteeltuin een indrukwekkend beeld en op het dak een windwijzer van een witte pauw met een lange staart. De echte exemplaren scharrelen rond in de tuin, roepen dezelfde kreet als hun blauw-groene soortgenoten en lijken niet te beseffen hoe bijzonder ze zijn.

Pauwen zijn van oorsprong afkomstig uit Voor-Indië en Sri-Lanka. De witte pauw is een kleurmutatie van de gewone blauw-groene pauw. Het verenkleed van zowel het mannetje als het vrouwtje is zuiver wit. Ze hebben donkere ogen en zijn daarom geen albino's. De haan heeft een grote en lange staart die hij op dezelfde wijze gebruikt als zijn anders gekleurde soortgenoten. Raszuivere witte pauwen zijn behoorlijk zeldzaam. De meeste witte pauwen elders in ons land zijn verwant aan de dieren van Staverden.

Kasteel Staverden werd vroeger ook wel de "Witte Pauwenburcht" genoemd. De hertogen van Gelre gebruikten het in de 13de eeuw als jachtslot. Vanaf 1400 woonden er leenmannen op het kasteel, die de verplichting hadden om witte pauwen te houden. Met de veren van deze pauwen werden de helmen van de graaf versierd. Het oude kasteel en de bijbehorende traditie verdwenen in de loop der eeuwen.
Einde negentiende eeuw herstelde de toenmalige eigenaar van het herbouwde kasteel de gewoonte. De veren werden niet meer gebruikt voor de helmen, maar jaarlijks aangeboden aan de Commissaris van de Koningin en vervolgens in de statenzaal van het provinciehuis gezet. Nog steeds zijn er witte pauwen op Staverden en worden de veren ieder jaar aangeboden aan de commissaris van de Koning die vervolgens tweejaarlijks (elk even jaar) één witte pauwenveer uitreikt aan een persoon of instelling die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor het cultuur- en natuurbehoud van Gelderland. 

Een teken van ijdelheid? Dat zal het zeker geweest zijn voor de hertogen van Gelderland. Maar ik vind deze zuiver witte pauwen vooral erg mooi. Geen protserig gedoe met fluorescerende kleuren en geen verschil tussen man en vrouw. En uiteraard geen ijdelheid of zelfgenoegzaamheid over hun zeldzaamheid. Dat is iets waar alleen mensen mee bezig zijn. Heel mooi dat hun bijzondere witte veren nu uitgereikt worden aan mensen die zich inzetten voor cultuur- en natuurbehoud. Die mogen daar met recht zo trots als een pauw op zijn.

© Jannie Trouwborst, december 2016.

woensdag 7 december 2016

Vonne van der Meer - December verhalen

December - de donkerste maand, lichtste maand, voor de één een feestmaand, voor de ander een rampmaand - is de maand van de lange gure avonden. Van de gordijnen dicht en een boek op de schoot. En dan het liefst een boek waarin het sneeuwt en meisjes met zwavelstokjes voor de ramen staan.

In deze verhalenbundel uit 2009 toont Vonne van der Meer ons de feestdagen van de laatste maand van het jaar in een ander perspectief dan gebruikelijk. Het zijn geen "gezellig rond de kerstboom" verhalen, al appelleren ze allemaal aan een (al dan niet verborgen) christelijke kerstgedachte.
Slechts twee verhalen zijn speciaal voor deze bundel geschreven, de vijf overige verschenen al eerder in tijdschriften of andere verhalenbundels. Voor mij waren ze allemaal nieuw.

Ze zijn niet allemaal even sterk. De best geslaagde (en tevens langste) was voor mij Het zingen, het water, de peen. Het verhaal heeft het geloof in Sinterklaas als basis. Op het moment dat de jongste in een gezin begint te twijfelen aan het bestaan van Sinterklaas heeft zijn moeder niet veel aandacht voor wat er in hem omgaat. Ook zijn vader is er niet voor hem, zijn ouders hebben duidelijk huwelijksproblemen en gaan tenslotte uit elkaar. Wat er ook in de jaren die volgen gebeurt: hij blijft geloven in Sinterklaas en zijn schoen zetten. Pesterijen van zijn broers, bespotting, zachte dwang van zijn moeder. Niets helpt. Hij blijft elke avond zijn schoen zetten met water erbij en een peen en zingt voor hij gaat slapen. In zijn eigen kamer, om zijn moeder die het niet meer aan kan zien te ontzien. Zelfs als hij verkering krijgt en zijn meisje een nachtje zal blijven slapen, volhardt hij in zijn ritueel met als gevolg: einde relatie.
Je kunt het als een psychologisch verschijnsel zien: toen niets meer zeker was en het gezin uiteen dreigde te vallen, was het geloof in Sinterklaas, die er altijd was en naar je lied luisterde, een houvast. Zelfs als er niets in je schoen zat. Rituelen bieden houvast in lastige tijden. Een metafoor voor het christelijk geloof lijkt me echter meer op zijn plaats: de moeder heeft in stilte bewondering voor de manier waarop haar zoon ondanks alles blijft geloven en volharden in zijn vertrouwen dat zijn lied gehoord wordt, dat hij gezien wordt. Zelfs als hij daar grote offers voor moet brengen.
Het verhaal wordt subtiel opgebouwd en maakt iets wat aanvankelijk absurd lijkt tot iets waar je respect voor dient te hebben: iemand die door dik en dun achter zijn overtuiging durft te blijven staan.

Vreemd gaan tijdens het schminken van een Zwarte Piet (Bedrog), het oplossen van de diefstal van Kindeke Jezus uit het stalletje (Kinderdief), Zwervers in je nieuwe huis laten wonen met Kerst (Zwartslapers), deze verhalen zijn inderdaad direct verbonden met de decemberfeestdagen. Dat geldt wat minder voor de man die vlak voor de Kerst tijdens een dienstreis beseft dat hij meer aandacht aan zijn vrouw moet schenken en cadeau's voor haar meebrengt (In vreemde handen), voor Maria die haar zoon als  jong meisje moest afstaan (Maria je zoon zoekt je) en de cardiologe die tijdens een kerstbal in een blauwe jurk naar de intensive care geroepen wordt en voor Maria wordt aangezien (Blauwe Kerst). Geen van deze overige verhalen kon me erg boeien. Maar misschien hoort de sentimentaliteit van bijvoorbeeld Zwartslapers wel bij het idee van een bundel met Kerstverhalen.

Wie niet teveel verwacht, zal zich er ongetwijfeld mee kunnen vermaken tijdens de donkere dagen van december. Maar Eilandgasten vond ik toch een stuk sterker.


Vonne van der Meer - December verhalen. Amsterdam, Contact, 2009. Geb., 142 pg., isbn:978-90-254-3256-0.

© Jannie Trouwborst, december 2016.

Ik lees Nederlands 45/35.

Mijn non-fictie voorkeuren

De één na laatste vraag die Hendrik-Jan ons stelt dit jaar in de serie #50books is vraag 49: Wat lees je naast fictie? (KLIK HIER). Vanaf januari zal Martha (KLIK HIER) het stokje weer overnemen, met een nog geheimgehouden, andere opzet. Ik ben benieuwd!
 
Ik deed hem deze suggestie aan de hand maar uit de antwoorden die binnenkwamen tot zover, blijkt dat niet iedereen begreep wat ik bedoelde. Het ging niet om tijdschriften e.d., maar echt om boeken (#50books).

Maar dan niet met verzonnen, gefantaseerde verhalen (fictie), maar om alle boeken die daar op de een of andere manier van afwijken (non-fictie = niet verzonnen).
Meestal bloggen we over romans of poëzie. Maar ik geloof vast dat iedereen ook andere boeken leest, waar dan niet of nauwelijks over geblogd wordt. En voor zover dat niet te privé is, leek het me leuk om te lezen wat de anderen op dit gebied graag lezen.

Wat mezelf betreft:
- (sociale) geschiedenis, m.n. van Nederland in de 19de, begin 20ste eeuw vind ik interessant
- biografieën uit diezelfde periode
- cultuurhistorische onderwerpen
- natuurfotografie is een van mijn hobby's, dus zowel boeken over de technische aspecten van fotograferen als natuur- en fotoboeken om inspiratie op te doen lees/bekijk ik graag
- dat geldt ook voor kunstboeken: net als poëzie en fotografie kunnen schilderijen/tekeningen/prenten gevoelens oproepen of je weg laten dromen. Het verhaal dat in een roman uitgewerkt is, verzin je zelf terwijl je ze bekijkt
- dan zijn er nog de LAW-wandelgidsen, met niet alleen een routebeschrijving en een kaartje, maar met foto's en achtergrondinformatie/historie van de streek: eerst lezen , later wandelen.
- psychologie en filosofie op z'n tijd
- en dan (zoals vast iedereen) naslagwerken op het gebied van hobby's en interesses.

Natuurlijk lees ik ook tijdschriften, sommige omdat ik er een abonnement op heb, andere omdat je ze nu eenmaal bij je lidmaatschap van de een of andere vereniging krijgt. Daar is veel over de natuur bij, maar ook over lezen, wandelen en cultuurgeschiedenis. Wisten jullie trouwens dat je in de grotere bibliotheken ook heel veel tijdschriften kunt lezen? Zelfs zonder lid te zijn! En dat je als lid de oudere nummers ook kunt lenen?
 
Ik ben reuze benieuwd naar de laatste vraag van Hendrik-Jan en naar de plannen van Martha. Ik wil hem hierbij nogmaals hartelijk danken voor alle inzet! Het is voor mij een inspirerend Jaar van het Boek geweest op deze manier!

Jannie Trouwborst, december 2016.

De leesvraag #50books (KLIK HIER) is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf 2016 doet Hendrik-Jan dat. Vanaf "2016: vraag 2" probeer ik elke week mee te doen.

maandag 5 december 2016

Louis Dievel - Landlopersblues

Landloper, een woord dat waarschijnlijk niemand meer gebruikt. Tegenwoordig spreekt men over zwervers of daklozen en die zijn doorgaans te vinden in een stedelijke omgeving. Maar er was een tijd dat de ouderwetse landloper van dorp naar dorp zwierf en trachtte aan voedsel te komen door te bedelen, iets te verkopen of muziek te maken. Lange tijd levert dat geen problemen op. Totdat Koning Willem I bij zijn terugkeer in 1815 een totaal verarmde natie aantreft: het is crisis in de Nederlanden. Werkeloosheid en hongersnood treffen grote delen van de verpauperde bevolking. De overlast van daklozen, landlopers en bedelaars dreigt te groot te worden, met name in de steden. Landlopen en bedelen wordt bij wet verboden, zowel in de Noordelijke, als in de Zuidelijke Nederlanden. Wie wordt opgepakt, komt in strafkolonies terecht, zoals Ommerschans (1820 - Overijssel), Veenhuizen (1822 - Drenthe) of Merksplas (1824 - Vlaanderen). Pas in resp. 1993 (Vlaanderen) en 2000 (Nederland)  wordt de wet afgeschaft. Volgens de rechten van de mens kan niemand veroordeeld worden voor arm en dakloos zijn. Dat klinkt alleszins redelijk, maar of het zo ook uitpakte voor alle betrokkenen?

Louis van Dievel (Mechelen - 1953, journalist en schrijver van o.a. De Pruimelaarstraat, shortlist  Libris literatuurprijs 2007) schreef in zijn roman Landlopersblues over het leven van enkele landlopers uit de tweede helft van de 20ste eeuw, die overleden kort voor het einde van de Merksplas als landloperskolonie.

Merksplas is tegenwoordig een gevangenis en strafinrichting. Maar net als in Veenhuizen is er een plek ingeruimd voor een gevangenismuseum en wordt het kerkhof in ere gehouden. Hier zijn sinds halfweg de negentiende eeuw duizenden landlopers begraven, bijna altijd naamloos. De witte kruisjes dragen enkel een nummer. Niemand miste de overleden landlopers. Maar nu gaan steeds vaker kleinkinderen op zoek naar de grootvader wiens naam in de familie taboe is, die nooit heeft bestaan en over wie nooit wordt gesproken.

Landlopersblues begint wanneer kleindochter Anita na lang zoeken het graf van haar grootvader Pol Vervoort ontdekt op het landloperskerkhof van Merksplas. En zich afvraagt waarom hij indertijd vrouw en kinderen in de steek liet.

Een stem geven aan landlopers die niets hebben nagelaten en die geen familie hebben die over ze kan of wil vertellen: hoe doe je dat? De oplossing van Van Dievel is even verrassend als effectief: hij laat ze allemaal zelf aan het woord. Vanuit hun graf communiceren ze met elkaar, zonder dat de levenden het kunnen horen. Want ook zij krijgen een stem in het verhaal: de kleindochter, de weduwe van een cipier en een gepensioneerde cipier die nu voor het kerkhof en het museum zorgt.

De hoofdrolspelers worden op de eerste pagina geïntroduceerd aan de hand van een korte typering. "Pol Vervoort, ex-havenarbeider, landloper". "Jeanne van Gorp, weduwe van cipier Gerard van Gorp". "Nest de Fauw, dief, gedetineerde". Want tussen de landlopers ligt ook een enkele crimineel. In elk hoofdstukje (meestal maar enkele bladzijden lang) horen we de stem van één van deze hoofdrolspelers. Hun trieste voorgeschiedenis wordt stukje bij beetje duidelijk. Maar omdat het er best veel zijn (5 landlopers, 3 gedetineerden en 3 nog levende personen) is het soms wat lastig de levensverhalen uit elkaar te houden. Geregeld terugbladeren naar de eerste bladzijde helpt wel, maar pas bij een tweede maal lezen gingen alle personen echt voor me leven.

Er is een mooie mix gemaakt van de achtergrondverhalen. Zoals van grootvader Pol, die zwerven móest en zelf niet precies weet waarom. Die momenten van spijt had, maar zich tegelijk zo schaamde dat hij geen weg terug meer zag. En die, nu hij Anita hoort en ziet bij zijn graf, nog meer beseft wat hij gemist heeft. En van Jefke, als dwerg geboren, werkend bij het circus met zijn ouders. Hij is pas veertien als ze overlijden en de directeur hem verkoopt aan kermisklanten, die hem vervolgens uitbuiten. Pol ontfermt zich over hem. Of over Berten Bossard, door zijn moeder als heel kleine jongen, samen met zijn broertje zonder uitleg achtergelaten aan de poort van een klooster. De paters misbruiken beide kinderen. Het drijft zijn broertje tot zelfmoord en Berten is daar getuige van. Ze zetten hem buiten zodra hij daar groot genoeg voor is. Het leger lijft hem in voor een extra lange diensttijd, omdat hij niet reageerde op de oproep (die hij in zijn zwervend bestaan nooit ontving). Daar leert hij o.a. zuipen als de beste....

Zo komen alle verhalen voorbij, eigen keus/schuld of juist pech en ongeluk, het maakt niet uit. Uiteindelijk kennen ze elkaar, zoals ze daar nu liggen, van Merksplas. Wie wegens landlopen door de rechter wordt veroordeeld, komt daar terecht. Uit de verhalen wordt duidelijk, dat de landlopers het hier niet slecht hebben. Er heerst wel een zekere orde, alcohol is (officieel) verboden en er moet gewerkt worden. Daar verdienen ze iets mee voor als ze weer vrij komen. In het voorjaar en de zomer zijn ze liever buiten. Maar tegen de winter verzuipen ze hun laatste cent en melden zich daarna als landloper bij de rechter. Die kent hun verhalen inmiddels en veroordeelt ze welwillend tot een verblijf in Merksplas, waar een warm bed en een goede maaltijd wacht.

Daaraan komt een eind als in 1993 de kolonie Merksplas (en het vergelijkbare Wortel) wordt gesloten. Jeanne, de weduwe van een cipier, vertelt daar verontwaardigd over. "Dien je zo de rechten van de mens?" Honderden mensen worden  van de ene op de andere dag op straat gezet en hebben dus in de winter geen toevluchtsoord meer. Merksplas verandert in een gesloten strafinrichting. Drugsverslaafden en illegalen komen in de plaats van de landlopers. De landlopers op de begraafplaats maken dat niet meer mee. Ze zijn allemaal voor 1990 overleden.
Het is knap om zowel al deze feitelijke, als persoonlijke aspecten in een roman te verwerken. Van Dievel maakt op natuurlijke wijze gebruik van Vlaamse woorden en uitdrukkingen, dat leest prettig. Een Vlaamse zwerver spreekt nu eenmaal geen ABN. En de context lost een enkele onduidelijkheid wel op.

Landlopersblues: het verwijst naar de melancholieke muziek die Jaak Ponsaerts uit zijn "mondmuziekje" (mondharmonica) haalde. Als hij zich triestig voelt, speelt hij er improviserend op, is even helemaal weg van de wereld en ontroert iedereen, zelf de stoerste kameraden. Blues, melancholie, heimwee naar de vrijheid van het zwerven, maar ook naar wat verloren gaat in de loop van een mensenleven en niet meer terug te draaien valt: daarover mompelen de mannen onder de voeten van Anita, in zichzelf en soms met elkaar. En Van Dievel maakt ons daar een stille getuige van.

Louis van Dievel - Landlopersblues. Antwerpen, Vrijdag, 2016. Pb., 254 pg. ISBN:978-94-6001-452-9

© Jannie Trouwborst, november 2016

Ik lees Nederlands 44/35. 

Deze recensie verscheen eerder op  De Leesclub van Alles en De Leestafel .