Posts tonen met het label autobiografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label autobiografie. Alle posts tonen

zaterdag 12 maart 2022

Bas Kwakman - Flankhond

De geschiedenis van mijn hoofdpijn, luidt de ondertitel van Flankhond. Het is een dagboek geschreven door Bas Kwakman, voormalig directeur van Poetry International. Als kind had hij al regelmatig migraine, maar in 2017 wordt het zo erg, dat hij door zijn bestuur met ziekteverlof wordt gestuurd. En hoewel hij zelf verwacht dat hij na een paar maanden wel weer aan het werk kan, blijkt dat een illusie. Met het 50-jarig jubileum van Poetry International in het vooruitzicht, doet hij er alles aan om snel beter te worden. 

Wat maakt het leven de moeite waard?
 
Schrijven, dichten, tekenen en schilderen: het zijn zaken waar hij zich graag mee bezig houdt. Hij heeft er tijdens zijn werkzame leven niet veel tijd voor. Het schrijven en tekenen zou ontspanning moeten geven en daarom besluit hij een dagboek bij te gaan houden over zijn hoofdpijn en de pogingen die hij onderneemt om er iets aan te gaan doen. We lezen over zijn zoektocht die hem bij allerlei reguliere en alternatieve genezers brengt. De adviezen die hij van alle kanten krijgt. De mogelijke oorzaken van zijn hoofdpijn en zijn weerstand tegen het idee dat het niet alleen iets lichamelijks is.

Soms lijkt het even iets beter te gaan, maar steeds is er een terugval. De bedrijfsarts en het UWV bemoeien zich ermee, maar ook het bestuur, dat een interim directeur heeft aangesteld. Het voelt als een bedreiging, zeker als hem verweten wordt, dat hij, ondanks het ziekteverlof, nog volop contacten onderhoudt met dichters over de hele wereld.

Het is niet gemakkelijk om tot een echte introspectie te komen en uiteindelijk vast te stellen, dat de migraine wellicht toch te maken heeft met een werkzaam leven dat niet meer bij hem past.

Migraine is een monster

Wie nog nooit migraine heeft gehad, zal moeite hebben te begrijpen hoe totaal ontregelend een migraineaanval kan zijn. En al helemaal niet hoe een leven eruit ziet, waarin je vrijwel elke dag een aanval hebt. Daarom alleen al is Flankhond een belangrijk boek. Als ervaringsdeskundige kan ik zonder meer stellen, dat Kwakman erin is geslaagd woorden te vinden om de situaties te beschrijven waarin je er doodziek van bent. In zijn boek geeft hij de hoofdpijn cijfers. Als het een 2 of 3 is, kan hij nog functioneren en probeert dan zoveel mogelijk te doen. De dagen met een 7 of hoger verlopen dramatisch. De lichamelijke aanleg ervoor is erfelijk, denk aan bepaalde hormonen of bloedvatafwijkingen. Tegelijkertijd zijn er trickers die een aanval op kunnen wekken. Dat kunnen psychische factoren zijn, maar ook reacties op bepaalde voedingsmiddelen of medicijnverslavingen. Zelfs geuren, luchtdrukverschillen, slaaptekort, te weinig drinken, honger. Soms wordt nooit duidelijk waar het door komt. En zonder direct aanwijsbare oorzaak wordt het temmen van dit monster vrijwel onmogelijk.

Zelfonderzoek

Na een jaar begint het Kwakman langzaam duidelijk te worden wat hij zou moeten doen om de ergste aanvallen te voorkomen. Dat is geen gemakkelijk inzicht en ook die worsteling weet hij over te brengen. Hij is er nog niet, als het boek uit is, maar hij heeft hoop en ziet weer een toekomst. Het 50-jarig jubileum van Poetry International zal door iemand anders gerealiseerd worden. Het is heel knap (en verstandig) dat hij zich daarbij neer kan leggen en besluit zijn carrière als organisator en manager om te buigen naar een bestaan als schrijver en kunstenaar.
 
Een fijne vertelstem

Wie nu denkt een klagelijk verhaal te lezen, dat uitsluitend over hoofdpijn gaat, heeft het mis. Het is een verslag van een jaar waarin ook genoeg andere zaken gebeuren. Waarin met humor de bezoeken aan therapeuten beschreven worden, waarin het genieten van kleine gebeurtenissen en schoonheid van de natuur aan bod komen. Zo blijft het boeiend om te lezen.

"Vorige week leek het gedaan met Barber. Hij sjokte naar zijn geheime plek achter het huis om te sterven. Ik vond dat wel mooi, maar Aurélia accepteerde dat niet. Toen de zon achter de bomen zakte, haalde ze het matras van haar bed en legde dat in het veld naast de boerderij.Ze nam de zieke herder in de armen en beiden vielen in slaap. Toen ze de volgende ochtend wakker werd, lag Barbar zwaar ademend op haar buik. De bordercollie lag met zijn hoofd op de schoft van zijn oude vriend. De witte kater, doorgaans stoïcijns voor alles aangaande de twee honden, lag bovenop Barber. Zo hebben ze hem in leven gehouden."
 
Meer lezen?

Tijdens het jaar van zijn ziekteverlof zag hij ook nog kans een boek te schrijven over 50 jaar Poetry International. Op Wikipedia kunnen we daarover lezen:

In poëzie en oorlog (Arbeiderspers, 2019) is een persoonlijk verslag van vijftig jaar Poetry International in Rotterdam. In dit onthullende boek ontleedt Kwakman de wereld van de internationale poëzie in het algemeen en die van het vermaarde Rotterdamse festival in het bijzonder, waarbij hij niets en niemand (inclusief zichzelf) spaart. 

Hotelkamerverhalen (Arbeiderspers, 2017) bevat verhalen en tekeningen naar aanleiding van zijn reizen voor Poetry International. Van Colombia tot China, India tot Nicaragua en Zuid-Afrika tot Chicago.

Bas Kwakman - Flankhond. De geschiedenis van mijn hoofdpijn. Amsterdam, De Arbeiderspers, 2021. Pb., 259 pg., met zwart-wit ills. door de auteur. ISBN:978-90-295-4520-4.

© Jannie Trouwborst, maart 2022.

woensdag 11 december 2019

Oktober en november: wat las ik?

De tijd vliegt en alweer zijn er twee maanden voorbij, waarin ik nauwelijks blogde over gelezen boeken. Het is niet alleen dat ik het bloggen moeilijk kan opbrengen, ook het lezen verloopt niet meer zoals ik gewend was. Het valt me zwaar om mijn aandacht bij een boek te houden en al helemaal als het me niet meteen boeit en me echt afleiding bezorgt. De oogst van de afgelopen maanden is dus magertjes en dat ligt meer aan mij (en de omstandigheden) dan aan de boeken die ik wel las, maar niet bespreken zal. 

Voskuil: Ik ben ik niet

Laat ik beginnen met het "Voskuilproject". Het Bureau 1 en het Bureau 2 zijn uit. (Ik schreef daar eerder over. (Zie hier 3 afleveringen). Van medeblogster Sue kreeg ik Ik ben ik niet. Omdat ik me tijdens het lezen van Het Bureau vaak afvroeg in hoeverre Maarten Koning samenviel met J.J. Voskuil besloot ik dat eerst te lezen, in de hoop er wijzer over te worden. 
Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste bevat een samenvatting van de gesprekken die Detlev van Heest voerde met Lousje Voskuil over haar man en hun leven samen. Ik vond het heerlijk om te lezen. Zonder twijfel stond Lousje model voor Nicolien: dat wordt duidelijk in het woordelijke verslag van hun gesprekken. Over Han Voskuil als Maarten Koning ben ik weinig wijzer geworden. Ze hebben heel veel gemeen. Het Bureau als een soort van dagboek beschouwen gaat misschien te ver, maar er zijn genoeg overeenkomsten, als ik de verhalen van Lousje mag geloven.
Volgens de achterflap leest het tweede deel als een zelfportret. Het zijn bespiegelingen en boekbesprekingen. De meningen en thema's uit deze periode vóór Het Bureau zullen in zijn latere werk naar voren komen: vriendschap, vervreemding en vijandschap. Ik ben wel begonnen aan dit gedeelte, maar op dit moment bleek het teveel gevraagd. Er worden veel buitenlandse schrijvers besproken die ik niet ken, dat maakt het volgen van een betoog lastig. Misschien later nog eens. Net als deel 3 van Het Bureau.

Deze haalden wel een blog

Op aanraden van mijn boekwinkelvriendin in Haarlem (Boekwinkel Gillissen & Co) las ik Het Zoutpad van Raynor Winn. Het boeide me vanaf het begin en ik las het met plezier. Daarna verraste Cossee me met De wonderdokter van Rinus Spruit. Een schot in de roos. Ze weten daar ondertussen wie en wat ik graag lees. Uit het archief van mijn oude blog dook ik Maarten 't Hart - Het psalmenoproer op, omdat het ter sprake kwam in een bespreking van zijn laatste boek (De nachtstemmer) en ik vind dat het nog wel wat aandacht verdient. Ik las het dus niet opnieuw, maar het is goed mogelijk dat dat er nog wel eens van komt. Begin november volgde Lijfrente, een gevoelige poëziebundel van Vrouwkje Tuinman. Over een jaar van rouw na het verlies van haar geliefde. Wie ooit een geliefde verloor zal er een en ander in herkennen, maar rouwen doet ieder mens op zijn eigen manier. Vrouwkje Tuinman heeft besloten haar proces met de lezer te delen. Een moedig besluit dat respect verdient.
In november ontving ik De Kolonieman: de biografie over Johannes van den Bosch. Een dikke pil met interessante informatie, maar die af en toe het nodige doorzettingsvermogen van me vroeg. Dankzij de prettige schrijfstijl van Angelie Sens lukte het me toch hem uit te lezen er er een blog over te schrijven.

Deze haalden het (nog) niet.

Allereerst is daar Kaf van Joep Stapel. Ik las de recensie van Sue (KLIK HIER) en het leek me een interessant debuut. Sue bracht het voor me mee tijdens onze vakantie bij haar in de buurt. Ik las het uit, maar het was te ingewikkeld voor me om er een blog over te kunnen schrijven. Door het constant wisselen van tijd en perspectief is zeer aandachtig lezen nodig en dat kon ik niet genoeg opbrengen. Lees dus vooral wat Sue er over schreef.
In de bieb leende ik Laura Broekhuysen - Flessenpost uit Reykjavik. Eerder las ik van haar Winter-IJsland. Ik werd daar erg door getroffen en was reuze benieuwd naar het vervolg. Omdat het haar persoonlijke ervaring beschrijft van emigreren naar een land waarvan je taal niet spreekt en de cultuur niet kent, boeide dit vervolg me wel. Schrijnend om te lezen hoe haar dochter haar langzaam lijkt te ontgroeien, als ze eenmaal op school zit. De symboliek die ze gebruikt om met muziektermen aan te geven hoe ze bepaalde zaken ervaart, kon ik niet helemaal volgen, vanwege een gebrek aan kennis daarvan. Dat het boek toch de moeite waard is, valt de lezen in de recensie op De Leesclub van Alles

Ichigo-ichie van Francesc Miralles/Hector Garcia beschrijft de Japanse wijsheid voor het beleven van onvergetelijke momenten. Misschien komt er nog een blog over binnenkort. Langs brede rivieren, een bloemlezing met gedichten over onze rivieren door Wim Huijser bevalt goed en ligt op mijn nachtkastje. Ook van zijn hand is het fraaie boekje: De kracht van het wandelen - ontstressen in de natuur. Ook dat maakt nog een kans op een recensie.

Wat lees ik nu?

Ik ben mijn boekenkasten maar eens ingedoken, op zoek naar iets dat verstrooiing kan brengen. Ooit vond ik in een boekenstalletje langs de weg in de buurt van Bellingwolde een boek van Thomas Rosenboom: Zoete mond. Omdat Publieke werken me heel goed bevallen is, nam ik het destijds mee. Maar ik zie altijd een beetje op tegen dikke boeken, dus het stond nog steeds ongelezen in de kast. Inmiddels ben ik er al een eind in gevorderd. 
Daar houd ik het maar even bij. Er staan nog wel een paar reserveringen uit bij de bibliotheek, ik blader geregeld in de nieuwe uitgeverscatalogi, mijn lijst met wat interessant lijkt, wordt steeds langer. Maar ik doe toch liever even rustig aan met lezen. We zien wel wat er nog op mijn pad komt.

© Jannie Trouwborst, december 2019.

maandag 14 oktober 2019

Rinus Spruit - De wonderdokter Albert Willem van Renterghem

Rinus Spruit (Nieuwdorp, 1946) is een laatbloeier. In 2008 verschijnt ter gelegenheid van de Week van het Zeeuwse boek zijn debuut als Zeeuws boekenweekgeschenk onder de titel: Zwieg stille. In 2009 herdrukt Cossee het boek met als titel De rietdekker, een familiegeschiedenis. Rinus Spruit schetst met gevoel het harde bestaan van zijn rietdekkersfamilie in het begin van de vorige eeuw. Maar het is meer dan een deels autobiografisch verhaal. Het is daarnaast een roman over een vader en zijn zoon. De oude rietdekker vertelt, zijn zoon schrijft het op. En blijft doorschrijven tot na zijn vaders dood. Het boek blijkt een succes, wordt vertaald en als toneelstuk bewerkt. Zijn tweede roman  Een dag om aan de balk te spijkeren (2013) (KLIK HIER) wordt eveneens goed ontvangen. Ook dit boek is in ruime mate autobiografisch, maar hier ligt de focus meer op het leven van de auteur zelf leven dan op dat van de vader. 

In 2017 verschijnt Broeder, schrijf toch eens! (KLIK HIER) Weer een romàn, zoals hij zelf benadrukt: grotendeels gebaseerd op zijn eigen leven, maar met kleine dichterlijke vrijheden. En weer over de verhouding tussen vader en zoon. Maar het is zeker geen herhaling van zetten. De toon is anders, de stijl en structuur wijken af van zijn vorige boeken en, het voornaamste, het thema vader-zoon is heel anders ingevuld. Mede door zijn verhuizing naar het huis van zijn inmiddels overleden ouders.

Zijn werk werd bekroond met de Prijs van de Zeeuwse Boekhandel en de Zeeland Refinery Cultuurprijs. Hadden zijn romans tot nog toe een sterk autobiografische inslag, met De wonderdokter laat hij zien dat hij nog veel meer in zijn mars heeft.

Een autobiografie hertaald

In het archief van de gemeente Goes krijgt Rinus Spruit een omvangrijk boekwerk in handen: de Autobiographie van plattelandsarts Albert Willem van Renterghem. Twee delen, formaat Statenbijbel, met 1389 dicht bedrukte bladzijden. Er in bladerend ontdekt Spruit dat het zonde is dat er zo weinig met deze tekst is gedaan. Renterghem had destijds slechts een klein aantal exemplaren laten drukken, voor zijn vrouw en kinderen en voor enkele universiteitsbibliotheken. Hij bepaalde dat het werk pas na 1975 openbaar mocht worden. In 1990 worden na overleg met een van zijn kleinzoons 90 exemplaren bijgedrukt, maar slechts weinigen zullen kennis genomen hebben van het boekwerk.

Rinus Spruit besluit zijn schouders eronder te zetten. Zijn doel is er een goed leesbaar handzaam boek van te maken dat recht doet aan het belang dat Renterghem voor de wetenschap gehad heeft en de lezer tegelijkertijd een blik gunt op de sociale omstandigheden en het werk van een plattelands arts in zijn tijd. Daartoe moet hij keuzes maken, die hij achterin het boek toelicht. Ook heeft hij het taalgebruik en de soms uiterst lange zinnen aangepast. Het resultaat mag er zijn: het is een vlot leesbaar verhaal geworden over een plattelandsdokter die door zelfstudie opklimt tot een man van aanzien in de negentiende eeuwse geestelijke gezondheidszorg.

De Wonderdokter

Psychiatrie en psychologie zijn relatief jonge wetenschappen. Als grondleggers worden vaak Freud en Jung genoemd, maar lezend in de autobiografie van Van Renterghem kunnen we daar kanttekeningen bij zetten. Er waren meer dokters bezig op dit terrein in die tijd.

Als Van Renterghem dorpsarts wordt, heeft hij al een carrière als marinearts achter de rug. Hij komt terecht tussen de "genees-, heel- en vroedmeesters van het platteland" die slechts een beperkte opleiding hebben. En die in zijn ogen niet goed functioneren. Zijn universitaire opleiding en kennis over de laatste ontwikkelingen op het gebied van hygiëne probeert hij over te dragen, zoals de oorzaken van kraamvrouwenkoorts. Hij blijft zich verdiepen in medische literatuur en komt zo de opvattingen van de Franse dokter Liébeault tegen: een van eersten die zich bezig hield met hypnose bij somatische gezondheidsklachten. Hij besluit de techniek toe te gaan passen bij zijn eigen patiënten, om ze van pijnen en ongemak af te helpen. Dat blijkt zo succesvol dat het aantal patiënten snel toeneemt en hij beschouwd wordt als een wonderdokter: hij brengt mensen in een soort slaap en de klachten verdwijnen na een of enkele behandelingen. Kanttekening daarbij: het is een autobiografie, dus staan er vooral de succesverhalen in. Frederik van Eeden, die ook arts was en een poosje met Van Renterghem samenwerkte, gaf in zijn Dagboek aan dat er naast de successen ook menige teleurstelling was.

Van Renterghem bezoekt congressen en richt zich tenslotte nog uitsluitend op de hypnose-therapie. Zijn praktijk breidt zich steeds verder uit, hij verhuist verschillende malen, met als eindpunt een groot pand in Amsterdam. Hij gaat op bezoek bij Liébeault, Freud en Jung en onderzoekt welke aspecten van hun denken bruikbaar zijn. De psychoanalyse, waarin hij zich ook nog laat opleiden, wijst hij tenslotte af. Hij is spreker op congressen en groeit uit tot een man van aanzien in de psychische gezondheidszorg. Zijn "Instituut voor Psychotherapie" (het eerste ter wereld) maakt indruk. Het is de eerste maal dat het woord psychotherapie wordt gebruikt.

De menselijke kant

Spruit heeft zich zoveel mogelijk aan te teksten van Van Renterghem gehouden, al moest hij veel weg laten. Maar uit de meer persoonlijke zaken en de anekdotes vanuit de dokterspraktijk heeft hij juist die gebeurtenissen gekozen die er voor zorgen dat het boek leest als een roman. Wie òver iemand schrijft heeft de vrije hand, zolang de feiten kloppen. Dit project moet veel ingewikkelder zijn geweest. De tekst van een ander moest zoveel mogelijk in stand blijven, terwijl er wel in geschrapt (en hertaald) moest worden, alle relevante feiten aan bod moesten komen en als geheel prettig leesbaar moest zijn voor een groot publiek. Een verdiend compliment voor de samensteller: hij is op alle fronten geslaagd.

Rinus Spruit (samensteller) - De wonderdokter Albert Willem van Renterghem. Amsterdam, Cossee, 2019. Pb., 216 pg., lit.opg. ISBN:978-90-5936-864-4.

© Jannie Trouwborst, oktober 2019.

zaterdag 25 mei 2019

Mei 2019: wat las ik?

Ik heb best veel gelezen in mei. En ik heb van alle boeken genoten. Maar de energie om er daarna over te bloggen is nog steeds niet terug. Dus wederom slechts een overzicht met hier en daar wat commentaar. 

Margriet van der Linden - De liefde niet 

Samenvatting: Drie jonge vrouwen volgen een opleiding aan de Evangelische School voor Journalistiek. In hun studentenhuis wordt gerookt, gedronken en oeverloos geouwehoerd – toch is de sfeer er anders dan in andere studentenhuizen. Ze lezen samen de Bijbel. Ze praten over de toekomst die hun ouders voor hen hebben uitgestippeld. Het is 1989. Er hangt onweer in de lucht. M. besluit haar eigen weg te gaan. De breuk met haar verleden is pijnlijk – maar definitief. De liefde niet is een weergaloze coming-of-age-roman. (Uitgever Querido). 

In dit sterk autobiografische boek lezen we hoe het meisje M. worstelt met haar geloof en met haar geaardheid. Ze groeit op in een streng gereformeerd gezin in de Alblasserwaard. De toestanden doen een beetje denken aan Knielen op een bed violen, maar het perspectief is anders. We lezen hoe een kind dit leven ervaart: de angsten, de twijfels, de onzekerheden. Die nemen toe op het moment dat ze begint te vermoeden dat ze anders is. Dankzij boeken uit de bibliotheek begint ze te begrijpen wat er met haar is en hoopt ze dat het over gaat of dat ze het kan negeren. Nog steeds angstig voor de gevolgen vanuit het geloof en voor het oordeel van ouders en anderen. Een heel beklemmend verhaal, waarin ze pas aan het einde van haar opleiding de moed verzamelt voor zichzelf te kiezen. Met al het verdriet dat daar ook bij hoort.
In een TV-uitzending van M. deze maand over het belang van lezen, haalt Margriet van der Linden deze feiten aan, door te stellen dat zij, dankzij het lezen van boeken, beter kon begrijpen dat ze niet de enige was die met deze gevoelens worstelde. Het zal ongetwijfeld voor haar een drijfveer geweest zijn dit boek voor anderen te schrijven. Een ontroerend en boeiend boek! 

Jan van Mersbergen  - De onverwachte rijkdom van Altena. 

Samenvatting:  Het is een warme zomermiddag wanneer Frank en zijn zoon de dorpsstraat binnenrijden. Die straat is meestal uitgestorven, maar nu staat er een opvallend klein en broos persoon. Een Japanse heer, een exotische verschijning. Hij komt met het bericht dat Rochat overleden is; de man die dertig jaar geleden zonder opgaaf van reden een heel meer liet omheinen en afsluiten. Hij maakte daarmee een einde aan de lange dagen die de jeugd daar in de zomer doorbracht en zette zo een compleet dorp buitenspel, om – zo denken de mensen – zijn eigen hobby te kunnen beoefenen. Rochat werd door iedereen gehaat. Ook de dochter van Rochat duikt opnieuw op in het dorp. Waarom geeft ze Frank en zijn vrouw Marlies de sleutel van het hek rondom het grote meer? Marlies leidt de lezer door een legpuzzel van verhalen en mysteries. Na een nachtelijke zoektocht ontdekt ze samen met Frank dat het meer een geheim in zich draagt dat het gezin geweldige rijkdom kan geven. Wat doet zo’n plotselinge kans met je? Kies je ervoor om je eigen weg te gaan, of te delen? Met zijn nieuwe roman slaat Jan van Mersbergen een verrassende weg in. De onverwachte rijkdom van Altena laat zien dat delen pas zin heeft als iedereen ervan profiteert. Een intrigerend verhaal over afgunst en solidariteit onder de uitgestrekte hemel van de Nederlandse polder.(Achterflap). 

Hoewel ik in mijn vorige blog aankondigde dat ik er een uitgebreider blog over zou gaan schrijven, heb ik me bedacht. Er is intussen al zoveel positieve aandacht voor gekomen bij recensenten en bloggers, dat ik er weinig aan heb toe te voegen. Ik vind de structuur wel grappig: er wordt een cryptogram opgelost tijdens het vertellen van het verhaal door de ik-persoon, waarbij de opgaven tevens de titels van de hoofdstukken zijn en verband houden met de inhoud. Ook Japanse gezegden, wijsheden en sprookjes krijgen een rol. Er zit genoeg spanning in het verhaal, het is vlot geschreven. Maar als je een plank vol boeken van Van Mersbergen hebt staan, mag je toch ook wel zeggen dat je het niet per se beter vindt dan andere boeken van zijn hand. Toch is het een aanrader. 

A.N. Ryst - De nadagen

Samenvatting:  
Die avond sprak hij over de pil van Drion. ‘Jazeker,’ zei hij, ‘ja, dat vind ik een oplossing. Voor als het niet meer gaat.’
‘Hè ja,’ zei mijn moeder. ‘Lekker. En ik dan?’
Mijn vader haalde zijn schouders op. ‘Je stopt mij maar onder de grond. Alles is geregeld.’
‘Wou je hem in je nachtkastje leggen?’ vroeg mijn moeder.
‘Waarom niet,’ zei mijn vader.
Ze waren even stil. Klagend schuurde de bries rondom het huis.
‘Tja,’ zei mijn moeder. ‘Nou ja, als je het zo bekijkt... Misschien zou ik die pil dan ook moeten hebben.’
Mijn vader reageerde met een kort, haast jongensachtig lachje. ‘Als jij hem neemt,’ zei hij, ‘dan hoef ik hem niet meer.’


Haak en Juan Ellerts de Wit wonen in een afgelegen huis in Friesland. Hun zoon Niek beschrijft met verve en compassie de laatste jaren van hun huwelijk: een emotionele periode van confrontaties, van herinneringen en van afscheid, omlijst door het woeste land waarin zij zich, ooit, hadden teruggetrokken.
De nadagen is een monument voor de verloren tijd; een ontroerende, bevlogen en geestige vertelling over het onvermogen van mensen om elkaar te bereiken – over wat vergankelijk is, en over dat wat blijft.
 


Nu ikzelf ouder begin te worden, zijn dit boeken die me nieuwsgierig maken. Hoe gaan anderen er mee om. Daar heb ik meer mee, dan met de levens van dertigers. Ook boeiend, maar niet altijd verrassend: ik heb het allemaal al meegemaakt. Maar wat nog komen gaat, dat is ongewis.
In een interview vertelde A.N. Ryst (pseudoniem van Pieter Joan Daniël Remmerts de Vries) dat hij al lang een dagboek bijhield en daarin opschreef wat hij zag en hoorde van zijn ouders. Omdat hij hoopte dat de woorden die zo bewaard werden meer zouden zeggen dan foto's als ze er niet meer zouden zijn. Die dagboeken en latere aantekeningen heeft hij gebruikt om het boek te schrijven.
Het gaat niet alleen over de laatste dagen. Er worden ook herinneringen opgehaald, zodat we een vrij compleet beeld krijgen van hun levens. Langzaam maar zeker worden we echter meegenomen in de aftakeling van zijn vader.
Ook hier is sprake van een sterk autobiografische roman. Ontroerend en toch ook met humor geschreven. De stijl doet me erg denken aan Voskuil, vooral in de dialogen en de beschrijving van alledaagse gebeurtenissen en familiesamenkomsten. Dat maakt het luchtiger, zelfs als het over de "nadagen" gaat. 

De Maand van de Filosofie 

Zoals gebruikelijk in de Maand van de Filosofie verscheen er weer een essay. Dit keer geschreven door Tim Fransen, cabaretier, filosoof en psycholoog. Maar ook voor het eerst ook een filosofisch kinderboek van Abdelkader Benali. 

Tim Fransen - Het leven als tragikomedie, over humor, kwetsbaarheid en solidariteit 

Samenvatting: Het menselijk bestaan is onlosmakelijk verbonden met een zekere tragiek. We zijn sterfelijk en kwetsbaar; we leven in een wereld waarin verschillende waarden met elkaar botsen. En we hebben het eigenaardige vermogen om allerlei existentiële vragen te stellen waar we geen antwoord op krijgen. Tot overmaat van ramp gaan we hiermee om door deze tragiek op allerlei manier te ontkennen. In Het leven als tragikomedie pleit Tim Fransen voor een herwaardering van het komische. Hij betoogt dat het komische niet een tegenpool is van het tragische, maar dat humor juist een alternatief perspectief biedt op ons onvermijdelijke falen. Een perspectief dat ons in staat stelt om het tragische onder ogen te zien, in plaats van een uitvlucht te zoeken in de vaak destructieve ontkenning ervan. En bovendien een perspectief dat een voedingsbodem kan vormen voor een gevoel van solidariteit met onze medestuntelaars. (Achterflap) 

Wie al eens een cabaretvoorstelling gezien heeft van Tim Fransen zal in het essay het een en ander herkennen. Het wordt nergens belerend, het is ook voor niet filosofen goed te volgen (is ook de bedoeling natuurlijk van zo'n uitgave), maar het opent ook je ogen en laat je een ander perspectief op ons geworstel in dit leven zien. Zelfs de humor ontbreekt niet: in de voorbeelden en in de soms hilarische voetnoten. Ik heb het met plezier gelezen en zal dat zeker binnenkort nog eens doen, want er wordt genoeg aangestipt dat niet alleen gelezen, maar ook overdacht dient te worden. 

Abdelkader Benali - Mijn broer en ik 

Samenvatting: Het is de warmste dag van de zomervakantie. Amira vindt het een perfecte dag om naar het zwembad te gaan. Ze wil dat haar broer Adam eindelijk een keer meegaat, om samen plezier te maken. Maar Adam zegt dat hij niet tegen chloorwater kan. Dat de hitte niet goed voor hem is. En dat hij naar de dokter moet voor alweer een controleafspraak. Smoesjes, vindt Amira, en het lukt haar Adam mee te krijgen.
Adam vindt het leuk in het zwembad. Hij maakt zelfs een bommetje om indruk te maken op een meisje van school. Maar dan begint Adam zich vreemd te gedragen. Hij slaat wartaal uit en praat over een systeem dat van slag is. Wat is er met Amira’s broer aan de hand?

Mijn broer en ik is het eerste filosofische kinderboek van de Maand van de Filosofie. Abdelkader Benali schreef een spannend verhaal dat aan het denken zet. Wat is in deze tijd van techniek en robots nog het verschil tussen echt en onecht? (Achterflap).
 


Een leuk idee om ook voor kinderen een filosofisch getint verhaal te schrijven. Ik durf niet te zeggen of het kinderen zal aanspreken. Het is wel spannend en het vermoeden wat er aan de hand is, begint al vrij snel te dagen, maar zelfs de uitwerking daarna is nog spannend. En ook de vragen die het verhaal op kan roepen. Wat toch de bedoeling is van filosofie. Misschien wel een idee om het in de klas voor te lezen en er daarna over te praten. Ik schat vanaf een jaar of 9. Ik hoop in elk geval wel dat het niet bij deze ene keer blijft en dat ook volgend jaar weer een filosofisch kinderboek zal verschijnen.

En verder?

Deel twee van Het Bureau is uit. Daarover meer in een apart blog. Ik ben bezig geweest in De blinde wereld van Ellen Heijmerikx naar aan leiding van de lijst van onterecht vergeten schrijvers van Gerbrand Bakker. Maar dat was even teveel van het goede na de streng gereformeerde toestanden van Margriet van der Linden. Ik ben ermee gestopt. Ondertussen lees ik in Wolf van Maartje Laterveer. Afwisselende essays over feminisme.



© Jannie Trouwborst, mei 2019

zaterdag 22 december 2018

Judith Visser - Zondagskind

Het is niet mijn gewoonte om bestsellers te lezen, maar de verhalen die ik hierover hoorde waren zo positief en spraken me zo aan, dat ik niet anders kon dan deze keer een uitzondering maken. En daar heb ik absoluut geen spijt van. Het is een geweldig boek dat ik iedereen kan aanraden. Met name mensen die veel met kinderen te maken hebben, zoals leerkrachten.

Ik ga er hier geen uitgebreid verhaal over schrijven. Onderaan deze blogpost vind je een verwijzing naar een goede en uitgebreide recensie. En elders op internet staan er nog veel meer.

Van binnenuit

Er is al veel geschreven òver kinderen met autisme. Al is dat een heel breed begrip. Het gaat daarbij om kinderen met totaal verschillende beperkingen en/of klachten, maar soms ook met onverwacht grote kwaliteiten. Niet elk kind zal dus over het intellect en de mogelijkheden beschikken om het groeiproces van een autistisch kind van binnenuit te beschrijven, zoals Judith Visser dat kan.

Haar autobiografische verhaal drukt ons met de neus op de feiten. En wie dat tot zich door laat dringen, kan alleen maar diep geraakt worden: door het verdriet, de angst en het gevoel van onveiligheid van een opgroeiend kind. Je kunt er alleen maar bewondering voor hebben hoe zij zich daar doorheen geslagen heeft en nu een voor haarzelf bevredigend en redelijk overzichtelijk leven leidt.

Tegenwoordig wordt autisme eerder herkend, maar nog altijd meer bij jongens dan bij meisjes, die over het algemeen proberen zich zo goed mogelijk aan te passen. Het is te hopen, dat de leerkrachten in de overvolle klassen van nu er ook meer oog voor krijgen en ook de tijd om er aandacht aan te besteden. Dit boek lezen kan daar bij helpen.

Overprikkeld

Niet ieder overprikkeld kind is autistisch, maar wel zijn er meer kinderen die niet goed om kunnen gaan met alle prikkels die ze op een dag moeten verwerken. Daaraan is blijkbaar in onze huidige maatschappij niet meer te ontkomen. Ik denk dat ze heel goed zelf aan kunnen geven wanneer ze liever even met rust gelaten willen worden of liever met een koptelefoon op werken op school. Dat moet ze gegund worden en daar moet aandacht voor zijn. Sommigen worden stil en teruggetrokken en presteren onder hun mogelijkheden door overprikkeling. Anderen draaien door en worden extreem druk. Mindfulness op school is nog niet zo'n gekke gedachte.

De ondertitel van het boek zegt al genoeg: Alsof opgroeien nog niet lastig genoeg is.

Judith Visser - Zondagskind. Harper Collins, 2018. Pb., 480 pg., isbn:9789402701173.

© Jannie Trouwborst, december 2018.

Lees ook de recensie van De Leesclub van Alles.

zaterdag 10 februari 2018

Andreas Oosthoek - Witheet nadert de ijsberg

Wie schrijft, die blijft, luidt het gezegde. Niet altijd is dat waar: van sommige bestsellerauteurs horen we nooit meer iets en hun boeken zijn na een aantal jaar vergeten. Dan zijn er de kundige volhouders, die met enige regelmaat een geslaagde titel aan hun oeuvre toevoegen. Maar er is nog een heel speciale, derde categorie. Daartoe behoren de Zeeuwse Andreas Oosthoek en Rinus Spruit. Ze schreven wel, maar voelden niet de behoefte er mee naar buiten te treden. Totdat ze, eenmaal op leeftijd gekomen, hun geschriften herontdekten. Op stoffige zolders of in lang niet geopende bureauladen en zij begrepen of voelden dat hun verhalen het waard waren verteld te worden aan latere generaties. Dankzij uitgeverij Cossee zagen zo hun (deels autobiografische) romans het licht.

Ik heb het over de Rietdekker, Een dag om aan de balk te spijkeren (KLIK HIER) en Broeder schrijf toch eens (KLIK HIER) van Rinus Spruit (Nieuwdorp, 1946) en Het relaas van Solle (KLIK HIER) en Vuurland (KLIK HIER) van Andreas Oosthoek (Nieuwdorp, 1942). Cossee gaf al deze boeken uit tussen 2009 en 2017. Van Spruit was nog niet eerder iets verschenen, van Oosthoek, voormalig hoofdredacteur van de Provinciale Zeeuwse Courant wel: de poëziebundel De bladen terug (1987) en enkele andere bibliofiele bundels. Na het succes van Vuurland (2016) en Het relaas van Solle (2015) wist Cossee hem over te halen ook zijn poëzie uit te geven. 

In het interview achter in het boek merkt Oosthoek op dat hij het niet eens is met de ondertitel van de dikke, gebonden bundel van 277 pagina's. Bij "Verzamelde gedichten" denk je in de eerste plaats aan alles wat de dichter ooit geschreven heeft. Dat is hier niet het geval. Het gaat om een keuze, er is nog veel meer. Het zijn voornamelijk gedichten van tussen 1959 en 2017.
Wie Vuurland en Het relaas van Solle gelezen heeft, herkent de thema's en verhalen uit die boeken. Het verloren gewaande manuscript van Het relaas van Solle werd geschreven in 1974 en Vuurland dateert oorspronkelijk uit 1965, kort na zijn vertrek bij de identificatiedienst, als afscheid van die hectische en soms slopende periode van zijn jeugd. Een aangrijpend verhaal over een voor velen nog onbekend onderdeel van het Nederlandse leger, waarbij dienstplichtige soldaten de overblijfselen van gesneuvelde soldaten van alle nationaliteiten moesten veiligstellen, identificeren en herbegraven op een centrale begraafplaats of overdragen aan familieleden. Een uiterst zware taak, waartegen niet iedereen opgewassen was.

De bundel is niet chronologisch samengesteld, maar bestaat uit 8 thematische delen. Het verband met de beide romans is soms duidelijk: In deel II Landelijk vertier & een beetje stad wordt het Zeeuwse land rond zijn ouderlijk huis beschreven, zijn jeugd daar, de vreugde en schoonheid van het landelijk leven, maar ook hier en daar de Franse steden. Herkenbaar is het duidelijke verband met Het relaas van Solle. Dat deel VII Vuurland verband houdt met zijn andere roman spreekt voor zich. De compacte vorm van een gedicht over dezelfde gebeurtenissen als in het proza van de roman maakt het bij de lezer opgeroepen gevoel nog intenser.

Zo'n dikke dichtbundel lees je niet in korte tijd uit. Het is voor mij dan ook niet mogelijk de gehele bundel te bespreken. Ik heb mij beperkt tot Vuurland en daar de overtuiging uit geput dat er nog genoeg over blijft om van te genieten en te bewonderen. Een citaat daaruit ter illustratie. Ook zonder het lezen van Vuurland zijn de gedichten goed te begrijpen, maar ik kan me zo voorstellen, dat het lezen van de bundel ook aan kan zetten tot het lezen van de romans. Andreas Oosthoek zelf zegt, dat er voor hem geen onderscheid is tussen proza en poëzie.
De bundel sluit af met Aantekeningen bij sommige van de gedichten, de beantwoording van een aantal vragen aan de dichter opgetekend door de uitgever en een verantwoording van de keuze.

Unbekannter Soldat

Zeventien was hij en is hij - doodstil en
scheef gezakt - gebleven, al jaren op een
hoopje, steeds brozer, brosser, en wat lichter
in het leven, nog goed verzorgd: zo fraai
bewaard de bajonet in blanke olie en alle
bleke kootjes netjes in de wollen wanten.

Te laat had hij geleerd dat zeeën grijs en 
groen en al te zelden blauw zijn, de bomen
rood en wolken niet van rulle sneeuw, te
laat geleerd dat vroeger alles beter was,
vooral de toekomst: Gott mit uns en met
de lamme leden, de krampen in het kruis.

Zijn troep zwaaide waanzinnig met een
witte vlag die viel waar hij gevallen was.

Andreas Oosthoek - Witheet nadert de ijsberg, verzamelde gedichten. Amsterdam, Cossee, 2018. Geb.,  277 pg., isbn:978-90-5936-757-9.

© Jannie Trouwborst, februari 2018.

woensdag 31 januari 2018

Elke Geurts - Ik nog wel van jou

Met het werk van Elke Geurts (1973) maakte ik kennis via de roman De weg naar zee (2013). Ik was erg onder de indruk van het aangrijpende verhaal over de eenzaamheid van een jonge moeder van een verstandelijk beperkt dochtertje in een maatschappij die daar weinig begrip voor heeft. Haar vertelstijl sloeg meteen aan: geen woord teveel, alle ruimte voor de lezer om zelf in te vullen welke gevoelens meespelen in de dramatische afloop. (Mijn recensie vind je HIER). Ook haar verhalenbundels mogen er zijn: Het besluit van Dola Korstjens (2008), Lastmens (2010) en Lastmens & andere verhalen (2015). Al haar boeken werden voor belangrijke literaire prijzen genomineerd.


Jarenlang hield Elke Geurts een weblog bij onder de titel Elke dag. Ik las het graag. En hoewel je er nooit blindelings van uit mag gaan dat een schrijver in een weblog de waarheid vertelt, werd ik sluipenderwijs het verhaal ingetrokken dat uiteindelijk via de columns in Trouw naar buiten kwam en dat verwerkt is in de autobiografische roman Ik nog wel van jou. Het weblog stopte en sinds kort staan de columns van Trouw ook op de site van de uitgever Lebowski. Ik vroeg me af of het boek me met deze voorkennis nog wel zou kunnen boeien. Dat bleek alleszins mee te vallen.

Waar gaat het over? Na vierentwintig jaar het leven met E. gedeeld te hebben, laat Man haar weten dat hij weg wil omdat hij niet meer van haar houdt. Zij schrikt er enorm van, gelooft het niet echt en blijft hopen dat het weer goed zal komen. Meer dan een jaar duurt het proces van twijfel, afstand nemen, toenadering zoeken, nieuwe omgangsvormen vinden, bemiddeling inschakelen en vooral van hoop van de zijde van E. "Ik hoopte hem terug te schrijven in ons leven, om weer een compleet gezin te vormen met onze beide meisjes". Maar hoezeer ze haar best ook doet, ze moet met het onvermijdelijke leren omgaan.

De vertelstijl is net zo bijzonder als in haar eerdere werk. Niet altijd is direct duidelijk wat ze fantaseert en wat echt gebeurt. Heel typerend zijn de momenten waarin ze zichzelf aanduidt met "de vrouw" of "zij". Het zijn de ogenblikken waarin ze zichzelf niet meer herkent, zozeer wringt ze zich in allerlei bochten om het tij te keren. Als ik de inhoud vergelijk met wat ik me herinner uit het weblog-dagboek valt me op dat de meisjes (6 en 10 jaar ongeveer) een iets bescheidener rol hebben gekregen. Hun verdriet, onbegrip en verwerking komt zeker aan bod, maar minder prominent. Misschien om ze te beschermen tegen de buitenwereld die meeleest. Heel begrijpelijk. In het dagboek waren dat vaak de passages die mij het meest raakten.

Het boek is bepaald geen verzameling columns of dagboekaantekeningen: de schrijfster speelt afgewogen met de chronologie. Er zijn voldoende flashbacks om ook de achtergronden van Man en E. en het verloop van de twintig jaar voor het "nulmoment" te leren kennen. Tegelijkertijd is het een verslag van een slopende en slepende echtscheidingsprocedure. Met alle onzekerheden, hoop, verdriet, woede, rouw, onbegrip, liefde en haat die daarbij horen. Heel navoelbaar, maar zonder zelfbeklag en vooral niet bedoeld als leidraad voor wie iets dergelijks overkomt. Als er iets duidelijk wordt in deze roman, dan is het wel dat elk mens uniek is, dat elke relatie uniek is en dat uiteraard elke scheiding dat ook is. Het is een compleet verhaal geworden, met een einde dat op berusting lijkt te wijzen, maar dat tegelijkertijd een schrijnend gemis toont.  Een verhaal dat naar haar overtuiging ook heel anders had kunnen lopen, dat niet zo had hoeven te eindigen.

Wat een bijzondere prestatie om op deze manier een persoonlijk drama om te zetten in literatuur. Het komt wel goed met Elke Geurts.
Overigens: ook de prachtige symbolische omslag verdient een compliment!

Elke Geurts - Ik nog wel van jou. Amsterdam. Lebowski. 2017. Pb., 254 pg., isbn:978-90-488-3533-1.

© Jannie Trouwborst, januari 2018.

zaterdag 11 november 2017

Thijs Feuth - Achter de rug van God, een vreemdeling in Lapland

Thijs Feuth leert zijn vriendin Laura kennen tijdens een hardloopwedstrijd in Kenia. Er is meteen een klik tussen hen. Ze blijken meer gemeen te hebben dan het talent voor hardlopen: ze studeren beiden geneeskunde. Thijs in Nederland en Laura in Finland. Thijs, die zich al heel lang niet meer thuis voelt in Nederland, besluit bij Laura in Finland te gaan wonen en doet verwoede pogingen Fins te leren. In de afrondende fase van hun studie kiezen ze voor een stageperiode van 9 maanden in Lapland. Ze gaan er werken in een gezondheidscentrum in het afgelegen dorpje Posio.


Ik was erg benieuwd naar hoe het een Nederlander vergaat in een voor hem wezensvreemd land met een moeilijke taal. Ook naar het leven van dorpsbewoners in een van de noordelijkste en meest geïsoleerde delen van Finland was ik nieuwsgierig. Net als naar de natuur en zijn beleving van de seizoenen. Het komt allemaal ter sprake in dit autobiografische boek. Maar er is nog meer, veel meer, dat Thijs met zijn lezers wil delen. En daar gaat het mijns inziens een beetje mis.

Afwisselend maakt Thijs de lezer deelgenoot van zijn beleving van de natuur en de seizoenen in Lapland, van het reilen en zeilen in het gezondheidscentrum, van de problemen van de vooral oudere mensen die er komen, van zijn hardloop- en langlaufavonturen, van de ontwikkelingen in zijn verhouding met Laura, van zijn jeugdliefdes en puberproblemen. Daarnaast komen nog aan de beurt: de Finse mythologie en zijn pogingen via het schrijven te ontdekken hoe een goed leven er voor hem uit zou kunnen zien en of hij in staat is daar de juiste beslissingen over te nemen.

Het zal voor elke lezer anders zijn. Ik heb niets met hardlopen, maar ik vond het wel heel interessant een keer een uitgebreid verslag te lezen van de inspanningen en ontberingen, tactiek en vechtlust en de pijn die bij een marathon horen. Ook de ervaringen over hardlopen en langlaufen in de extreme kou en pakken sneeuw zijn het lezen waard. Zeker als ze geregeld vergezeld gaan van rake natuurbeschrijvingen. Maar de sportbelevenissen kwamen een beetje te vaak terug, zeker voor de marathons uit het verleden verloor ik al snel mijn interesse. Ook alle verhalen over de pubertijd en jeugdliefdes waren wat te uitgebreid naar mijn zin. Misschien was het schrijven daarover therapeutisch voor hemzelf, maar voor de lezer is het op een bepaald moment wel genoeg. Waar ik wel graag meer over gelezen had, was over zijn ervaringen met de Vrije School en het antroposofisch gedachtegoed. Hij gaat daar nogal over te keer, zonder dat de invloed daarvan op zijn levensloop duidelijk wordt. Misschien iets om in een volgend boek, als roman, uit te werken?

Naast de weergaloze natuurbeschrijvingen was het (voor mij) interessant te lezen over de Kalevala, het Finse nationale epos. Het werk werd samengesteld door de folklorist en arts Elias Lönnrot op basis van mondeling overgeleverde volkspoëzie. De eerste versie dateert uit 1835, de uiteindelijke uit 1849. Het epos is de hoeksteen van de Finse nationale identiteit. Het had invloed op tal van Finse kunstenaars, maar het is dankzij vertalingen in ruim vijftig talen ook buiten Finland bekend geworden. Met enige regelmaat brengt Thijs Feuth het ter sprake en gaat hij in op het ontstaan ervan. Achter in het boek staat een samenvatting van het verhaal en een opsomming van de hoofdpersonen. Soms betrekt hij het verhaal bij ontwikkelingen in zijn eigen leven. 

De gebeurtenissen in de rest van de wereld gaan aan Posio voorbij. Maar niet aan Thijs. Geschokt door de aanslag in Parijs op Charlie Hebdo gaat hij die avond naar het grote plein, om er net als elders in de wereld te protesteren. Hij is aanvankelijk verbijsterd dat hij de enige blijkt te zijn. Maar zo is het hier: er kunnen honderden bootvluchtelingen verdrinken, er kunnen nog meer mensen omkomen bij volgende aanslagen, Posio ligt achter de rug van God en heeft zijn eigen problemen op te lossen. Zoals het vertrek van jongeren en veraf gelegen voorzieningen, ouderdomskwalen als dementie en alcoholverslaving. Van extreme kou tijdens lange en donkere winters en korte zomers met nauwelijks duisternis, maar ook met een heldere sterrenhemel, het betoverende noorderlicht en een overweldigende natuur. 

Thijs Feuth weet dat hij hier wil blijven. Hij is verknocht aan het indrukwekkende landschap, leeft op in de rust en ruimte die hem omringt in plaatsen als deze. Maar Laura vindt het te stil, te ver, te afgelegen. Eigenlijk is dat de spanningsboog in dit boek: zullen ze samen blijven? Weet Thijs eindelijk wie hij is en wat hij wil? Durft hij een van de belangrijkste beslissingen van zijn leven te nemen? Doet Laura water bij de wijn of wil ze toch liever in de grote stad wonen en werken?

Al had het wat mij betreft allemaal best wat korter gemogen, ik heb toch wel genoten van dit boek. Lezen over de bewoners van Posio, de wisseling van de seizoenen, de beeldende beschrijvingen van de natuur, de geschiedenis van de Kalevala en de worsteling van Thijs en Laura: allemaal de moeite waard. En wie van marathonlopen houdt heeft nog een extra reden om dit boek te lezen. Smaken verschillen nu eenmaal.

Ik vraag me wel eens af of het ooit zal wennen, of de bewondering voor besneeuwde landschappen afneemt naarmate je langer in Lapland woont. Vanochtend, bij de ronde over de afdeling, wees een vrouw die al meer dan negentig winters in Posio heeft meegemaakt uit het raam naar de diamanten berkentakken, die fonkelden in de morgenzon. "Moet je zien", zei ze, "wat een pracht!" Die dag weigerde ze de pijnstillers die ik haar had voorgeschreven vanwege haar gebroken heup.

Thijs Feuth (Nijmegen, 1981) is schrijver en arts en marathonloper. Hij studeerde geneeskunde in Amsterdam, promoveerde in Utrecht en werkt als arts in Finland. Zijn debuutroman Zwarte ogen verscheen in oktober 2015 bij De Arbeiderspers.

Thijs Feuth - Achter de rug van God, een vreemdeling in Lapland. Amsterdam, Arbeiderspers, 2017.  Pb., 269 pg., krt. isbn:978-90-295-1075-2.

© Jannie Trouwborst, november 2017.

zondag 8 oktober 2017

Rinus Spruit - Broeder, schrijf toch eens!

Rinus Spruit (Nieuwdorp, 1946) is een laatbloeier. In 2008 verschijnt ter gelegenheid van de Week van het Zeeuwse boek zijn debuut als Zeeuws boekenweekgeschenk onder de titel: Zwieg stille. In 2009 herdrukt Cossee het boek met als titel De rietdekker, een familiegeschiedenis. Rinus Spruit schetst met gevoel het harde bestaan van zijn rietdekkersfamilie in het begin van de vorige eeuw. Maar het is meer dan een deels autobiografisch verhaal. Het is daarnaast een roman over een vader en zijn zoon. De oude rietdekker vertelt, zijn zoon schrijft het op. En blijft doorschrijven tot na zijn vaders dood. Het boek blijkt een succes, wordt vertaald en als toneelstuk bewerkt. Zijn tweede roman  Een dag om aan de balk te spijkeren (2013) (KLIK HIER) wordt eveneens goed ontvangen. Ook dit boek is in ruime mate autobiografisch, maar hier ligt de focus meer op het leven van de auteur zelf leven dan op dat van de vader.

Tijdens de Week van het Zeeuwse boek worden drie prijzen uitgereikt: een Juryprijs, een Publieksprijs en de Prijs van de Zeeuwse boekhandels. Zeeuwse schrijvers en/of boeken over Zeeuwse onderwerpen komen ervoor in aanmerking. In 2013 ontvangt Rinus Spruit de Prijs van de boekhandels voor zijn oeuvre dat op dat moment slechts uit deze twee boeken bestaat.

En nu is er van deze laatbloeier opnieuw een boek verschenen: Broeder, schrijf toch eens! Weer een romàn, zoals hij zelf benadrukt: grotendeels gebaseerd op zijn eigen leven, maar met kleine dichterlijke vrijheden. En weer over de verhouding tussen vader en zoon. Maar het is zeker geen herhaling van zetten. De toon is anders, de stijl en structuur wijken af van zijn vorige boeken en, het voornaamste, het thema vader-zoon is heel anders ingevuld.

Na de dood van zijn beide ouders besluit Rinus Spruit naar zijn ouderlijke woning te verhuizen. Juist de afwezigheid van de ouders maakt het gemis groter en de herinneringen aan vroeger helderder. Nu hij zelf ouder begint te worden, begrijpt hij dat hij zijn vader tekort gedaan heeft, hem niet altijd op waarde heeft geschat en vaak geringschattend over hem heeft gedacht. Dat doet pijn, want er is geen kans meer dat goed te maken. 

"Is het de leeftijd, die behoefte me te verdiepen in het leven van mijn vader en voorvaderen? Die drang meer te weten over mijn afkomst en geboortegrond? Of is het, nu mijn vader en moeder dood zijn, het besef van eindigheid? De wetenschap dat ik de eerstvolgende ben?" 

De toon is niet alleen melancholisch en de herinneringen niet alleen maar treurig. Zijn genoteerde gedachten zijn evenzo vaak nuchtere constateringen of filosofische afwegingen. Er gebeurt heel wat van binnen als hij stil achter het raam over de velden kijkt, het huisje ziet waar zijn grootouders woonden en de wisseling van de seizoenen en de rijping van de gewassen op de velden volgt. In het boek tollen de onderwerpen en de manier waarop ze aan de lezer gepresenteerd worden door elkaar: dagboeknotities van hemzelf, losse gedachten, het werkboekje van zijn vader, opkomende herinneringen aan zijn jeugd, vragen die hij zich stelt over verre familieleden: zijn overgrootouders, de geëmigreerde zussen van zijn opa. Op zolder vindt hij in een kist nog veel meer documenten, o.a. brieven van deze zussen. Ook die krijgen een plek in het boek.

Het lijkt een chaotisch geheel, maar gaat het niet vaak zo met herinneringen? Geeft het niet tevens aan hoe verwarrend het is om er door bestormd te worden door in dit huis te verblijven? Niet te weten hoe om te gaan met het besef van nooit meer iets te kunnen vragen of goed te maken?

De brieven van de zusters van zijn opa vanuit Amerika maken duidelijk hoe pijnlijk het is om op je oude dag te beseffen dat je elkaar nooit meer zult zien. Hoe ze hun broer missen. "Broeder, schrijf toch eens!" komt geregeld voor in hun brieven. Van de derde zus die naar Antwerpen vluchtte, achterhaalt hij weinig, maar hij besluit, op aanraden van een goede vriendin, er zelf een verhaal van de maken. Daarmee eindigt het eerste deel van het boek.

Is het tweede deel positiever, meer op de toekomst gericht? Nauwelijks. Hij heeft een afspraak via een contactadvertentie die hem totaal niet brengt wat hij hoopte. De herinneringen blijven terugkomen. En zijn eigen gezondheid begint ook problemen te geven.

"Ik ben niet met mijn dode vader bezig maar met mijn levende. Behoefte hem te helpen, zijn leven te leven, hem te behoeden voor onheil, zijn gids te zijn. Zijn leven lichter maken. Maar dat kan niet meer en dat hoeft niet meer. Hij heeft zijn leven al geleefd. Ik zou hem terug willen zien en word wanhopig omdat dat niet meer kan."

Als de dokter hem vertelt dat zijn ogen hem binnen afzienbare tijd in de steek zullen laten, begrijpt hij dat hij moet nadenken over verhuizen. Hij woont te afgelegen. Maar alleen al het nadenken daarover levert zoveel stress op dat hij het wegschuift. Het resulteert in maagklachten, maar ook in een ontmoeting die hem doet opleven. Is er toch nog hoop op een lichtere toekomst?

Als een auteur nadrukkelijk aangeeft dat zijn boek nogal autobiografisch is, met hier en daar wat wijzigingen om er een roman van te maken, ga je je onwillekeurig toch afvragen: welke zijn dat dan? Een heel groot deel van het verhaal komt zo authentiek over, dat ik hoop dat hij snel zal besluiten te verhuizen. Niet per se vanwege de gezondheid (een dichterlijke vrijheid hoop ik), maar vanwege de somberheid die hem in het huis van zijn ouders zo beklemt. Zijn contactadvertentievriendin (ook een dichterlijke vrijheid?) zegt daar rake dingen over. 

"Het leven dient vooruit geleefd, maar kan slechts achteruit begrepen worden", zeg ik, "dat heb ik niet van mezelf, hoor, dat is een uitspraak van Kierkegaard." "Dat is het nou juist," zegt ze fel, "jij leeft achteruit! Jij leeft de verkeerde kant op!". 

Het is geen vrolijk boek, het is vaak melancholisch en beklemmend. Maar het is allemaal zo mooi opgeschreven. Met prachtige sfeertekeningen, diepzinnige overwegingen en hele nuchtere en rake constateringen. Als hij in het trouwboekje van zijn grootouders de doorgestreepte namen van twee van hun overleden kinderen ziet, schrijft hij:

"Levens doorgestreept of het om een correctie van een proefwerk gaat. Ik zie het voor me: opa, die naar het gemeentehuis sloft met het trouwboekje in zijn hand om het overlijden van zijn drie weken oude dochtertje aan te geven. Een ambtenaar met een brilletje pakt een pen en een liniaaltje en streept met een keurige rechte lijn het leven door. Levens doorstrepen, hij doet de hele dag niets anders."

Een herinnering hoe hij zich nestelt in de voorraad riet van zijn vader bij het schuurtje van zijn opoe:

"Ik zat daar veilig in het riet en voelde me beschermd. Nu, later, jaren later,  stel ik vast dat dit een toestand van geluk was. Denkt een kind van acht erover na of hij gelukkig is?"

Het harde leven van zijn eenvoudige (voor)ouders, de herinneringen aan een gelukkig jeugd, de mijmeringen achter het raam, het genieten van de natuur rondom zijn huis en ja, ook de sombere gedachten: ze horen er allemaal bij. Samen maken ze dit boek tot een waardige opvolger van de vorige twee.

Rinus Spruit - Broeder, schrijf toch eens! Amsterdam, Cossee, 2017. Pb., 156 pg., isbn:978-90-5936-733-3.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

donderdag 9 maart 2017

Judith Koelemeijer - Hemelvaart

15 augustus 1985, Maria Hemelvaart, is de dag die het leven van Judith Koelemeijer voorgoed een totaal andere wending zal geven. En niet alleen dat van haar, blijkt uit haar doordachte en integere boek over het verlies van haar vriendin Annette door een noodlottig ongeval. Op de laatste dag van wat eigenlijk een fantastische vakantie is geweest.

Het eindexamen is achter de rug, iedereen is geslaagd, het echte, vrije leven kan beginnen. En hoe kun je dat beter vieren dan met een avontuurlijke zomervakantie op een Grieks eiland? Zes meiden van rond de 18 jaar nemen het vliegtuig en de veerboot naar Paros. Ze installeren zich op de camping en "gaan helemaal los", al verstaat niet iedereen daar hetzelfde onder. Eigenlijk kennen ze elkaar niet zo heel goed, alleen Annette en Judith waren al echte vriendinnen voor de vakantie. Hoewel? Na het noodlottige ongeval blijft Judith met zoveel vragen zitten, dat ze zelfs daaraan gaat twijfelen.

Judith vertelt het tragische verhaal in 5 delen die samen 25 jaar omvatten. In elk deel worden stapjes gezet: in het levensverhaal van iedereen die de gevolgen van het ongeluk moet zien te verwerken en in het vinden van antwoorden op de vragen waarmee niet alleen Judith blijkt te worstelen.

Al gaat het in dit boek om een autobiografisch verhaal, het verwerkings- en rouwproces zal voor velen herkenbaar zijn. Intens verdriet, schuldgevoelens, vluchtgedrag, depressies, niets blijft de achterblijvers gespaard. Judith breekt haar studie af, zwerft een paar jaar rond, keert tijdelijk naar Paros terug. Corrie en Rein, de ouders van Annette, verkopen alles, zeggen hun baan op en vertrekken naar ook Paros, om daar te gaan wonen. Ze vinden er uiteindelijk niet wat ze hoopten, maar groeien in de verwerking van hun verlies gelukkig niet uit elkaar. Hun zoon Hans voelt zich niet gezien in zijn verdriet om zijn zus en leidt een poos een losgeslagen leven. 

Als Judith na verloop van jaren haar leven weer een beetje op de rails heeft, bekijkt ze het begin van het verhaal over Annette dat ze in de maanden na het ongeluk schreef. Ze weet dat ze er iets mee zal moeten doen om echt afscheid te kunnen nemen. Na overleg met de ouders van Annette besluit ze 25 jaar na die fatale dag opnieuw op onderzoek uit te gaan en alle betrokkenen op te sporen om met ze te praten: de vriendinnen van vroeger en de jongens die bij het ongeluk betrokken waren. Van broer Hans en de ouders van Annette wil ze meer weten over de Annette van voor het ongeval. Bij Griekse rechtbanken vraagt ze de stukken op, in Duitsland gaat ze op zoek naar de bij het ongeluk betrokken jongens. 

Wat haar opvalt is dat herinneringen kunnen verschillen en dat verhalen soms een eigen leven gaan leiden. Zoals verhalen die voor de betrokken het prettigst aanvoelen: dat het zo moest zijn, dat het de schuld van anderen was. Maar ze ontdekt ook dat ze maar één van de velen is die zich schuldig voelen, als ze achteraf bedenken hoe de dramatische afloop voorkomen had kunnen worden.

Een sentimenteel drama is het zeker niet, wel een aangrijpend verhaal. Niet alleen vanwege de dood die soms zo onverwacht en onverschillig toeslaat, maar ook door te laten zien, welke impact zoiets op iedereen heeft die er op de een of andere manier bij betrokken was, ook na 25 jaar nog. En daarbij is het zo goed geschreven dat je soms bijna vergeet dat je geen fictie leest, maar een puur en soms spannend verhaal over de werkelijke en persoonlijke gevolgen van een niet-te-ontkennen tragische gebeurtenis. 

Judith Koelemeijer - Hemelvaart, op zoek naar een verloren vriendin. Amsterdam, Atlas/Contact, 2013. Pb, 271 pg., isbn:978-90450-2182-9.

© Jannie Trouwborst, maart 2017.

Judith Koelemeijer (1967) is schrijver van literaire non-fictie. Met haar debuut de familiegeschiedenis Het zwijgen van Maria Zachea in 2001 oogst ze veel succes. In 2008 verschijnt de levensbeschrijving van Anna Boom en in 2013 het autobiografische verhaal Hemelvaart, wederom bestsellers. Op dit moment werkt zij aan de biografie van de Joodse Etty Hillesum (1914-1943) die in 2020 zal verschijnen bij Uitgeverij Balans. Een deel van de opbrengsten van Hemelvaart komt terecht in een fonds ter nagedachtenis aan haar vriendin Annette Sierhuis ( KLIK HIER).