Posts tonen met het label historie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label historie. Alle posts tonen

woensdag 10 juni 2020

Miriam Guensberg - Held zonder vaderland

Voor Zeeuws-Vlaanderen eindigde de Tweede Wereld Oorlog al in het najaar van 1944. Niet dat er veel te vieren viel. Een enorme verwoesting, duizenden gesneuvelde soldaten en een vergissingsbombardement door de geallieerden op Breskens laten nog altijd hun sporen na. Zoveel jaren later zijn de herdenkingen nog talrijk in september en oktober. De Slag om de Schelde krijgt sinds kort eindelijk de aandacht die het verdient: hier begon de opmars van waaruit de rest van Nederland uiteindelijk ook bevrijd zou worden.
Dat daarbij een belangrijke rol vervuld werd door de Eerste Poolse Pantser Divisie is bij weinigen bekend. En dat zij (als ze hun dappere strijd overleefden) daarna als stateloos burger door het leven moesten gaan, weten wellicht nog minder mensen. Zo niet in Axel, waar zij nog altijd geëerd worden en waar schoolkinderen nauw en serieus bij de herdenkingen betrokken zijn. In Axel, maar ook in bv. Breda, dat kort daarna bevrijd werd, verwijzen Poolse familienamen nog steeds naar het land van herkomst van hun bevrijders.

De vader van Miriam Guensberg was een van hen. Door romans te schrijven met zijn geschiedenis als basis wilde ze aandacht vragen voor deze dappere, maar vergeten groep bevrijders van Nederland. Maar nu is voor haar het moment gekomen om het hele verhaal te vertellen in een biografie. Dolek Guensberg (1908-1990): Held zonder vaderland. Mijn vader: Pools, Joods en bevrijder.

Emotionele zoektocht

Wie een biografie wil schrijven, moet allereerst feiten verzamelen en zich verdiepen in historische achtergronden, maar daarnaast de nodige, objectieve afstand bewaren tot de persoon om wie het gaat. Dat valt niet mee als het om je vader gaat. Zeker niet als de feiten die tevoorschijn komen hartverscheurend zijn. Toch is Miriam Guensberg er in geslaagd een prettig leesbare mix te vinden van enerzijds feiten en historische achtergronden en anderzijds de haar kwellende gevoelens en haar liefde voor haar vader.

Haar vader komt uit het verhaal naar voren als een lieve, zachtaardige man, die besloten heeft, dat het verleden en zijn verdriet over het verloren vaderland niet zijn nieuwe geluk in het gezin mogen verstoren. Hij spreekt er dan ook nauwelijks over. Voor veel feiten moet ze zich behelpen de spaarzame momenten dat hij iets wilde vertellen en met afgeluisterde gesprekken met zijn lotgenoten. En daarnaast met archiefonderzoek en een bezoek aan zijn geboortedorp Nowy Targ. Daar ontmoet ze Karolina Panz, die een proefschrift schreef over de Joden in Nowy Targ. De verhalen die zij haar kan vertellen over het leven en de dood van niet alleen haar grootouders Guensberg, maar ook de rest van de Joodse bevolking zijn afschuwelijk. Het brengt haar ertoe even de feitelijke afstand los te laten en een hoofdstukje te reserveren om haar grootouders met terugwerkende kracht een emotionele brief te schrijven.

De geschiedenis herschreven

Uiteraard speelt de Tweede Wereldoorlog een grote rol in de biografie. Maar eigenlijk nog meer de voorgeschiedenis, en de gebeurtenissen en afspraken bij het einde ervan. Ze beschrijft uitgebreid de geschiedenis van Polen. Hoe het westen toekeek hoe het land van twee kanten werd aangevallen: in het westen door Duitsland en in het oosten door Rusland. Hoe de geallieerden wel graag gebruik maakten van de Poolse soldaten, die hoopten hun vaderland te bevrijden door mee te vechten, maar hoe ze vervolgens in de steek gelaten werden bij de vredesbesprekingen. Welke wreedheden ook van Russische zijde plaats gevonden hebben in Polen. En wat er gebeurde met de weinige Polen die na de oorlog terugkeerden naar het Polen onder Russische heerschappij. Er komen daarbij feiten naar boven die niet iedereen zal kennen, maar die de triestheid van deze persoonlijke geschiedenis alleen maar onderstrepen. 

Het particuliere leven

Maar Miriam Guensberg begint bij het begin en vertelt ook het persoonlijke verhaal van haar vader: zijn prettige jeugd in Nowy Targ, zijn studiejaren om arts te worden. Zijn besluit om zich aan te sluiten bij het Britse leger. Zijn ervaring als legerarts en de gevechten waarin hij terecht komt. Zijn ontmoeting met haar moeder, hun eerste tijd samen. Breda is bevrijd, maar hij kan er niet blijven, moet verder, de rest van Nederland bevrijden en daarna Polen, hoopt hij. Als dat een illusie blijkt, legt hij zich er diep triest bij neer, trouwt met haar moeder en ontwikkelt zich tot de eerste en een van de meest vooraanstaande anesthesisten van Nederland. Ondertussen gaat hij nog wel op zoek naar zijn beide broers, die oorlog overleefd blijken te hebben.
Het gezin is gelukkig, hij geniet ervan. Maar soms is hij stil en blijkbaar met zijn gedachten op een andere plek, bij zijn ouders en broers. Maar erover praten wil hij niet, dus laten ze hem de ruimte die hij blijkbaar nodig heeft. 

Poolse erebegraafplaats in Axel
Onrecht en onbegrip

De herinneringen van Miriam aan haar vader zijn warm. Het onrecht hem en andere Poolse bevrijders aangedaan, laat haar niet los. Het onbegrip bij zovelen die de geschiedenis niet kennen, doet haar besluiten het niet langer te verstoppen in romans, maar die geschiedenis in een biografie op schrift te stellen. Als nagedachtenis aan haar vader en al zijn dappere medestrijders.

Het resultaat is een prettig leesbaar boek, geïllustreerd met zwart-wit foto's van personen en documenten, over een donkere periode in onze geschiedenis. Het wijst ons erop, dat er behalve Britten, Amerikanen en Canadezen, ook Polen een groot offer gebracht hebben voor onze vrijheid.

Miriam Guensberg - Held zonder vaderland: mijn vader:Pools, Jood en bevrijder. Amsterdam, De Kring, 2019. Pb., 189 pg., zw.wit foto's, ISBN:978-94-6297-150-9

© Jannie Trouwborst, juni 2020.

vrijdag 8 mei 2020

Thomas Rosenboom - Zoete mond

In 2013 verbleven wij een weekje in Bilthoven. We pasten er op de poesen en het huis van een oudere dame met een voorkeur voor Nederlandse literatuur. De boekenkast stond vol met bekende titels, de meeste ervan had ik al gelezen. Maar nog nooit iets van Thomas Rosenboom. En hoewel ik niet van dikke boeken houd, besloot ik het er maar op te wagen en pakte Publieke werken uit de kast. En het ongelooflijke gebeurde: eenmaal begonnen met lezen, kon ik het maar moeilijk wegleggen. Ik heb ervan genoten en verheugde me op de film die er van zou verschijnen. Die viel me toch een beetje tegen, maar al met al heeft Publieke werken zo'n goede indruk nagelaten dat ik later dat jaar, tijdens een oppasvakantie in Bellingwolde, bij een boekenstalletje langs de weg Zoete mond kocht, net zo'n dikke pil.

Maar zoals dat vaker gaat met impulsaankopen: het boek kreeg bij thuiskomst een plekje in de boekenkast en bleef daar jaren ongelezen staan. Tot ik, vreemd genoeg tijdens een periode dat ik lezen en bloggen even niet meer zag zitten, deze dikke pil te voorschijn haalde en vrij gemakkelijk uitlas, zij het met wat minder plezier, dan Publieke werken. Zoete mond werd genomineerd voor De Gouden Uil, stond in de Volkskrant op nummer 2 van de beste romans van het decennium en in NRC Handelsblad in de top drie van beste boeken 2009. Zo enthousiast ben ik niet. Ik denk dat het een kwestie van smaak is.

Waar gaat het over?

Wanneer dierenarts Rebert van Buyten in 1965 naar Angelen verhuist, brengt hij onder de kinderen een golf van dierenliefde teweeg. Door het stijgen van zijn roem stoot hij onbedoeld de andere beroemdheid van het dorp van zijn voetstuk: Jan de Loper, een dwangmatige grappenmaker. Naarmate de mooie Laura Banda het vaker over de laatste heeft, neemt bij Rebert de afkeer van de man toe tot een welhaast onbedwingbare obsessie. Hij zint op een zoete wraak.
Weergaloos schetst Thomas Rosenboom de rivaliteit tussen twee buitenstaanders in een dorpje aan de Rijn in een afwisselend feeërieke en beklemmende roman over verlangen en verlies.
Waar een wit dier verschijnt begint de mythe.(Flaptekst).


Bijzondere personages

Thomas Rosenboom heeft het talent om van twee ogenschijnlijk gewone mensen bijzondere figuren te maken door het aandikken van bepaalde eigenschappen. Maar waar in Publieke werken de beide hoofdpersonen aparte figuren zijn, met onrealistische dromen, zijn de twee mannen in dit boek bijna absurd te noemen. Daarom was het gemakkelijker destijds mee te voelen met de Amsterdamse Walter Vledder, die koppig weigert zijn huisje te verkopen voor de bouw van het Victoria Hotel en zijn neef de Hoogeveense Christof Anijs die zich het lot aantrekt van de veenarbeiders in de omgeving. Beiden werken zich in de nesten. Je ziet het aankomen en blijft gevangen in het duidelijk onontkoombare debacle.

De twee belangrijkste figuren in Zoete mond zijn meer dan apart. Met name Jan de Loper, de dwangmatige grappenmaker, is een absurde figuur. Hij roept irritatie op, niet alleen bij de hoofdpersoon Rebert van Buyten, maar ook bij mij als lezer. Maar misschien is dat de bedoeling van de schrijver, om beter met Rebert mee te kunnen leven.

Door het perspectief van het verhaal bij Rebert te leggen, krijgen we als lezer een duidelijk beeld van het innerlijk van dit personage: zijn ontwikkeling, zijn drijfveren en zijn geestelijke gesteldheid. Daarbij is mooi te zien hoe iemand een buitenkant kan tonen die niet bij zijn innerlijk past. 

Historische feiten

In Publieke werken maakte Rosenboom gebruik van historische feiten. In het huidige Victoria Hotel zijn de twee huisjes nog in de gevel te zien. En voor neef Anijs gebruikt hij de biografie van de Hoogeveense apotheker Radijs. Ook in Zoete mond maakt hij gebruik van de geschiedenis. Allereerst speelt het verhaal in de jaren 60, een periode die gaaf weergegeven wordt. Voor mij in elk geval goed herkenbaar. De witte walvis die de Rijn op zwemt en ook een belangrijke rol heeft in het verhaal is geen verzinsel. (Ik moest er aan denken toen onlangs een dolfijn de haven van Amsterdam in zwom en niet meer weg wilde). Voor de dierenartsenij heeft Rosenboom gebruik gemaakt van de Doctor Vlimmen- streekromans van Anton Roothaert. En de romanfiguur Jan de Loper is geïnspireerd op de biografie van Kees de Tippelaar, een heer op stand uit Breukelen die zijn leven besteedde aan wandelen, practical jokes en naastenliefde.

Wat ik er van vond

Een dikke pil, ik schreef het al. Te dik voor mij dit keer. Sommige stukken vond ik veel te veel uitgesponnen, de fascinaties van Rebert bleven herhaald worden. Het was veel minder spannend dan Publieke werken en meeleven met een hoofdpersoon, wat toch wel prettig is in een roman, lukte niet echt. Zelfs begrip opbrengen was niet goed mogelijk. Mij viel het dus een beetje tegen, vooral in vergelijking met Publieke werken.

Dat recensenten er anders over denken kun je o.a. lezen in deze  uitgebreide analyse van Jeroen Vullings in Vrij Nederland. Misschien zou ik het dus nog een keer moeten lezen, maar dat is met deze dikke pil te veel gevraagd.

Thomas Rosenboom - Zoete mond. Amsterdam, Querido, 2009. Pb., 550 pg., isbn:9789021437170.

© Jannie Trouwborst, mei 2020.


woensdag 6 november 2019

Maarten 't Hart - Het Psalmenoproer


Het is voor recensenten erg vervelend als schrijvers zich niet houden aan gangbare categorieën, zodat zij het geschrevene via een specifiek beoordelingsschema kunnen bejubelen of afkraken. Dat Maarten ’t Hart dat ook beseft, blijkt uit zijn toegevoegde Verantwoording. Hij benadrukt, dat hij een documentaire roman heeft willen schrijven, somt alle bronnen op die hij daarvoor gebruikt heeft en legt uit op welke wijze hij geprobeerd heeft de omstandigheden en feiten van weleer zo correct mogelijk weer te geven.

Hij is niet de eerste die zich waagt in het niemandsland tussen fictie en non-fictie. Historische romans, zoals Hella Haasse deze o.a. schrijft, sluiten het meest aan bij fictie: gebaseerd op historische feiten wordt een roman gepresenteerd, die grotendeels op fantasie berust. Haar romans worden meestal besproken als literaire fictie. Aan de andere zijde van het palet vinden we bv. De graanrepubliek van Frank Westerman: de historische feiten overheersen, maar ze worden in een verhaal gegoten en verteld via de levens van enkele hoofdpersonen. Hierbij neigt de criticus naar beoordeling van de wetenschappelijke waarde van het werk, al zijn er ook, die meer nadruk willen leggen op de literaire kwaliteit.

Maarten’t Hart zweeft daar ergens tussenin met zijn documentaire roman. Wie open wil staan voor deze nieuwe manier om de historie in een roman onder de aandacht te brengen, dus wie eerst de Verantwoording en dan het boek leest, zal het op een andere manier beoordelen en waarderen.

In Het psalmenoproer krijgen we de geschiedenis van Maassluis in de roerige 18de eeuw voorgeschoteld. We lezen over de teloorgang van de beug- en haringvisserij, de daaruit voortkomende verpaupering, de sociale onrust, de strijd tussen Prinsgezindten en Patriotten, de oorlogen tegen Engeland, de overstroming van 1776 en de kerkelijke gebruiken en twisten, zoals het psalmenoproer. Alles wat zich tussen 1739 en 1811 afspeelde in Maassluis is gekoppeld aan het leven van de reder Roemer Stroombreker en dat van zijn (onechte) zoon. Alleen de reder leren we echt goed kennen. Van de andere hoofdpersonen (zoon Gilles, echtgenote Diderica en de moeder van zijn zoon Anna bv.) is de karaktertekening beperkt. Ik vind dat geen bezwaar: hoofdonderwerp is de historie, opgehangen aan de kapstok van het leven van een Maassluise reder. Daardoor is het een documentaire roman en geen historische. Het verhaal zelf heeft precies genoeg spanning om over de historie van Maassluis door te blijven lezen: komt het ooit goed tussen de vader en de zoon?

De sfeertekening is perfect, mede dankzij de woordkeuze: 18de eeuwse woorden (veelal gevonden in rechtbankverslagen) en plechtstatige spreektaal, bij de gegoede stand doorspekt met Franse termen. De beschrijving van de stad zelf en haar bewoners doet de rest.

Ik vind het een geslaagd boek. Maassluis, de roerige 18de eeuw, de haringvisserij en haar ondergang, het psalmenoproer: op deze manier gepresenteerd is het aangenaam kennismaken.

Maarten 't Hart - Het Psalmenoproer. Amsterdam, Arbeiderspers, 2013. Hardcover, 14de dr. 288 pg. ISBN: 9789029587860

© Jannie Trouwborst, november 2019

zaterdag 10 augustus 2019

Victoria, de jonge koningin - Helen Rappaport

De tv-serie

Vorig jaar keek ik met veel plezier naar de tv-serie Victoria, de jonge koningin. Een prachtig kostuumdrama van de BBC over de nog jeugdige koningin Victoria van Engeland. Laat kostuumdrama's maar aan de BBC over, die zijn altijd tot in de puntjes verzorgd. Maar hier was meer aan de hand. Geen romanfiguur in de hoofdrol, maar een koningin die we vooral uit haar latere jaren kennen. Wat we voorgeschoteld kregen, was een nauwkeurige biografie die de periode omvat van haar jeugd via haar kroning op achttienjarige leeftijd en haar huwelijk met Prins Albert tot en met de geboorte van hun eerste kinderen. Dat de serie waarheidsgetrouw deze periode in beeld kon brengen is te danken aan de vele documenten die bewaard zijn gebleven, waaronder correspondentie en dagboeken van Victoria.
Het script van de serie is geschreven door Daisy Goodwin, historica en gespecialiseerd in de 19de eeuw. Ze schreef al eerder twee succesvolle romans die zich afspelen in het Victoriaanse tijdperk.


Het verband tussen boek en serie

Helen Rappaport is eveneens historica en schreef twaalf non-fictieboeken, met name over het Victoriaanse tijdperk en over het Russische keizerrijk. Ook is ze vaak nauw betrokken bij BBC documentaires over deze onderwerpen. Voor dit boek putte ze, net als Daisy Goodwin uit de indrukwekkkende hoeveelheid dagboeken die koningin Victoria heeft nagelaten.

Hét boek bij de tv-serie, staat er op de omslag. En zo is het ook. Het voorwoord is van Daisy Goodwin. De meeste foto's zijn uit de serie en er is zelfs een hoofdstuk toegevoegd met de titel Achter de schermen. Voor wie de serie gezien heeft, zal het boek de nodige herkenningspunten bevatten. Maar het boek is meer, en ook anders, dan een herhaling op papier. Er zijn veel achtergrondverhalen opgenomen over de getoonde periode. Zowel van de verschillende hoofdpersonen, als van de toestand in het land. Dat maakt het lezen voor iedereen opnieuw boeiend. Uiteraard is dit een non-fictieboek en heeft Daisy Goodwin voor de tv-serie de feiten voorzien van een geloofwaardig, maar fictief sausje. Maar wie dit boek leest, ziet tevens hoe knap dat script geschreven is zonder de waarheid geweld aan te doen.

Het boek en de uitvoering

Om met het uiterlijk te beginnen: het boek is fraai uitgevoerd. Zeer rijk geïllustreerd, bijna geen bladzijde zonder foto's. Uit de tv-serie of kopieën van (vertaalde) fragmenten uit handgeschreven brieven en dagboeken, originele afbeeldingen van jurken, schilderijen en dergelijke. Alles is gedrukt op stevig, mat papier waarop de kleurenfoto's goed tot hun recht komen. Ruim 300 bladzijden bevat het boek en door de luxe uitvoering is het behoorlijk zwaar.

Maar dan de inhoud, want daar gaat het toch eigenlijk om. Net als in de serie wordt het verhaal van de jonge Victoria chronologisch verteld. Hier en daar lezen we een kanttekening bij wat er in het script gesuggereerd wordt. Maar bijna nergens botsen die twee. Wel blijken twee figuren een iets andere rol gekregen te hebben om het verhaal een extra romantisch tintje te geven. Het doet aan het levensverhaal van Victoria en Albert niets af en het is leuk om te lezen hoe het in werkelijkheid zat met met deze belangrijke bijfiguren. 
Daarnaast gaf deze literaire vrijheid de mogelijkheid om in de serie iets te laten zien van hoe het leven van de gewone man en vrouw er in die periode in Londen uitzag. In het boek lezen we daar nog meer over. En over vele andere zaken, die soms maar even werden aan gestipt in de serie. Zoals bijvoorbeeld het verhaal achter de trouwjurk, waarvan een foto uit de serie staat naast een oude tekening van de echte. Over de stoffen die allemaal uit Groot-Brittannië moesten komen, waaronder het Honitonkant. Hoe de maker ervan daardoor van een faillissement werd gered en dat de maakster van de jurk zelf de patronen vernietigde om te voorkomen dat de jurk nagemaakt kon worden.

Voorin staat een uitgebreide stamboom en van de figuren die een belangrijke rol speelden in het leven van Victoria krijgen we in de loop van het boek ook allemaal een beter beeld. Zelfs over de belangrijkste acteurs lezen we het een en ander.

Een prachtig cadeau

Ik heb het boek gewonnen bij een loterij, uitgeschreven door Uitgeverij Karmijn. Dat heeft mijn oordeel op geen enkele wijze beïnvloed. Wie mijn blog de afgelopen 15 jaar heeft gevolgd weet intussen dat ik alleen blog over boeken die dat waard zijn in mijn ogen. Zelfs recensie-exemplaren halen soms dit blog niet (wel laat ik dan de uitgever weten waarom niet).
Ik vind het van veel lef getuigen dat een kleine uitgeverij als Karmijn dit prachtige boek heeft uitgegeven. Ik hoop van harte dat het een verkoopsucces zal worden. Het boek is het meer dan waard om onder de aandacht gebracht te worden. Het is een fantastisch cadeau, zowel voor iemand die de tv-serie heeft gezien, als voor mensen die geïnteresseerd zijn in biografieën of historische romans. Voor die laatsten zal vast gelden, dat ze alsnog de serie willen zien, nadat ze het boek hebben gelezen en bekeken.

Helen Rappapoort - Victoria, de jonge koningin. Elburg, Karmijn, 2019. 300 pg., foto's tek.,ills. ISBN:978-9492-168-290.

© Jannie Trouwborst, augustus 2019.

zaterdag 27 juli 2019

Juli 2019: wat las ik?

Alweer een maand voorbij. En opnieuw voelt het vooral als een verplichting dit overzichtje te maken. Je zou kunnen stellen: doe het dan niet! Maar ik doe al zo weinig. En daar ga ik me echt niet beter van voelen. En soms, weet je, als ik mezelf forceer om toch iets te ondernemen, gaat het ineens weer wat beter. Dat geldt ook voor het schrijven van een blog. Als het eenmaal klaar is, begrijp ik niet meer waarom ik het niet eerder opgepakt hebt. Dus vooruit. De "oogst" van de afgelopen maand.

Victoria, de jonge koningin - Helen Rappaport

Zoals al aangekondigd in het vorige maandoverzicht heb ik Victoria, de jonge koningin van Helen Rappoport gewonnen bij een verloting door Uitgeverij Karmijn. Ik was er erg blij mee en heb er wekenlang van genoten. Heel langzaam lezen, de prachtige illustraties bekijken. Het verhaal is me bekend van de tv-serie, maar het boek geeft nog extra achtergronden over de hoofdpersonen en de toestand in Engeland in die periode. Plus een kijkje achter de schermen van de tv-serie. Kortom: heel compleet en heerlijk om je tijd mee door te brengen. Het staat op een prominente plek in mijn boekenkast. Ik zal het in de toekomst nog wel vaker oppakken om er weer in te lezen.

Het boek is het waard een echte recensie te krijgen. Daarom heb ik besloten binnenkort al mijn moed te verzamelen en voor te gaan zitten. Voor nu alleen mijn aanbeveling dus: voor wie de serie zag, maar ook voor wie die gemist heeft, een echte aanrader!

Jan van Mersbergen - MAN/VADER

Van Jan van Mersbergen las ik zo'n beetje alles wat hij tot nog toe schreef, incl. de beide  thrillers onder het pseudoniem Frederik Baas. Alleen deze was aan mijn aandacht ontsnapt. Het bleek een fijn boek voor op het nachtkastje. Elke dag een paar hoofdstukjes. Man/vader is namelijk een verzameling verhalen en columns waarin hij zijn dagelijks leven als man en vader van drie kinderen beschrijft.


Samenvatting
Jan van Mersbergen gaat door het leven als man en als vader. Maar wat betekent dat eigenlijk? In Man / Vader beschouwt Van Mersbergen ‘mannendingen’ als vissen, het metselen van een muurtje, vechten en bier drinken, maar in het leven van een vader worden ook koude handjes opgewarmd, geruststellende woorden gefluisterd voor een spannende sportwedstrijd, slaapliedjes gezongen. Hij vraag zich af: ‘Doe ik het als man wel goed?’, ‘Hoe verhoudt de man zich tot de vrouw?’, ‘Wat zijn de verschillen tussen het moeder- en vaderschap?’ en ‘Hoe voedt een man zijn kinderen op?’. Met tedere pen beschrijft Jan van Mersbergen het alledaagse leven van de moderne man die een zorgzame en toegewijde vader is en tegelijkertijd op en top mannelijk en stoer is of dat op z’n minst zou willen zijn. (Achterzijde boek).

Het mooist vind ik de stukjes waarin hij zijn jongste observeert, terwijl die opgroeit van baby naar peuter. Maar ook de verhouding met zijn al grotere dochter en zoon komen goed uit de verf. De titel Man/vader (en ook de samenvatting achterop het boek) zet je wel een beetje op het verkeerde been. Zijn "vader" en zijn "man" zijn komen in de stukjes naar voren, maar niet zijn "echtgenoot" zijn. Hoeft ook niet per se, de stukjes zijn ook zo aardig om te lezen.


Marja Visscher - De Wolkenkijker

Het is tientallen jaren geleden dat ik een streekroman las. Toch herinner ik me nog wel de luchtigheid ervan en het zorgeloze lezen, nog zonder recensieblik. In de hoop tijdens de afgelopen oververhitte dagen wat verstrooiing te vinden, zocht ik er een op tussen de e-books van de bibliotheek.Het moest in elk geval een historische streekroman zijn, bedacht ik, want ik steek toch wel graag wat op al lezende. Een streekroman die in Zeeland speelt, met een bekende Zeeuw in de hoofdrol. Dat trok me wel. En het is me best meegevallen. 

Samenvatting

De wolkenkijker' van Marja Visscher gaat over Frans Naerebout (1748-1818). Naerebout  is bepaald geen onbekende in Zeeland. Het is tweehonderd jaar geleden dat hij overleed en nog altijd is bij koninklijk besluit bepaald dat minstens één vaartuig van het Nederlandse loodswezen de naam Frans Naerebout zal dragen. Verder is er een standbeeld voor hem geplaatst op de boulevard van Vlissingen, ligt hij begraven in de grote kerk van Goes en komt zijn naam voor in het Zeeuwse volkslied. Maar hoe zag zijn leven eruit? Marja Visscher belicht dat aan de hand van zijn echtgenote Sara Hoevenaar. Deze historische roman neemt je mee naar het Vlissingen van de achttiende eeuw.


De heldendaden die de loods en garnalenvisser Frans Naerebout verrichtte en die uiteindelijk tot zijn roem leiden (weliswaar slechts ten dele tijdens zijn leven) komen stuk voor stuk ter sprake in het verhaal dat vanuit het perspectief van Sara Hoevenaar, zijn echtgenote, verteld wordt. Hoewel het verhaal van Sara een interpretatie van haar leven is door de schrijfster (er is weinig bekend over Sara zelf), komt er een compleet beeld te voorschijn van haar man Frans en het leven in Vlissingen in de beschreven periode. De armoede onder de bevolking, de houding van de bewindvoerders van de VOC, het ronselen van weeskinderen voor hun schepen, de crisis door de oorlog met Engeland en de opkomst van Napoleon. Door er een spannende affaire aan toe te voegen, blijft het verhaal boeien tot het einde.


Het verhaal is chronologisch opgebouwd en maakt af en toe een flinke sprong vooruit. Sara als persoon spreekt aan en maakt het geheel tot een vlot leesbaar en herkenbaar verhaal. Een vrouw met universele twijfels, gevoelens en verlangens. Die, ondanks de angst hem te verliezen,  achter haar man staat en haar gezin, met 6 eigen kinderen en 3 kinderen van haar overleden schoonzus en met de zorg voor haar schoonvader, met liefde draaiende houdt. Ook in de perioden dat Naerebout voor zijn werk, soms jaren, ver weg op zee verblijft. Haar gedrag is wellicht soms wat te modern voor de 18de eeuw, maar dat stoort niet echt.


In het nawoord komt ter sprake, dat de schrijfster (1951) een rechtstreekse afstammelinge is van Frans Naerebout. Er is veel historisch en nauwkeurig genealogisch onderzoek aan het schrijven van het boek vooraf gegaan.

Het blijft natuurlijk een streekroman, met de daarbij behorende stijl. Die weliswaar vlot en luchtig leest, maar waarin je nogal wat clichés tegenkomt en geen treffende beeldspraken hoeft te verwachten. En waarbij de opgesomde, diepe gevoelens en gedachtestromen soms wat te zoetsappig en teveel worden. Maar wie daar niet mee zit en graag streekromans leest, heeft hier een mooi en geregeld spannend verhaal te pakken, met een terloopse aanvulling van historische kennis. 

En verder?

Er is nog steeds geen blog van deel 2 van Het Bureau. Ik ben ook nog niet begonnen in deel 3. Ik troost me maar met de gedachte dat ook de lezers van destijds een poos op het volgende boek moesten wachten. Ik ben nu even niet in de stemming voor Maarten Koning, met zijn sombere buien waarin ik teveel herken. Hij maakt wel een persoonlijke ontwikkeling door, valt me op. Zodra ik de moed voor het blog over deel 2 kan opbrengen, ga ik ook weer verder met deel 3.

Het is een opluchting te weten dat Ali Molenaar beloofd heeft dit jaar de organisatie van de Maand van de Surinaamse Literatuur over te nemen. Ik ga zeker proberen daar iets voor te lezen.

Of de Maand van de Klassiekers door gaat, is niet zeker. Maar een klassieker lezen kan natuurlijk altijd. Daarvan staan er hier genoeg in de kast, maar ik kan niets naar mijn zin vinden. Ik ben inmiddels begonnen in Lijmen/Het been van Elsschot. Ik las al veel van hem, maar deze twee nog niet. Ik ben nog niet ver, maar tot zover boeit het me minder dan zijn andere boeken.


© Jannie Trouwborst, juli 2019.

zondag 10 maart 2019

Februari 2019: wat las ik?

Het was al een poosje stil hier. Wellicht is het sommigen van jullie opgevallen. Geen enkel blog, weinig reacties op Twitter, vrijwel geen Facebook. Het was voor mij even een tijd van bezinning. Ik las wel, maar in bloggen had ik weinig zin. Een paar maanden geleden worstelde ik er ook al mee. Ik dacht de oplossing gevonden te hebben, maar dat viel tegen. Dan is er dus meer aan de hand dan ik aanvankelijk dacht en dat kan ik niet langer negeren.

Wat dat betekent voor dit boekenblog kun je lezen in een persoonlijk stukje onder de titel Een nieuwe fase op mijn andere blog Verbeelding en Historie dat je HIER kunt vinden. Hierbij het eerste blog op Mijn Boekenkast nieuwe stijl.

Mijn leeservaringen van februari

Enthousiast gemaakt door Gerbrand Bakker voor het werk van J.J. Voskuil las ik De moeder van Nicolien (zie de recensie via de link). Daarna volgde Shinrin Yogu een non-fictieboek vertaald uit het Spaans en geschreven door Francesc Miralles en Hector García. Over hoe helend boswandelingen voor de gestresste stadsmens van tegenwoordig kunnen zijn. (Ook die recensie kun je via de link vinden.)

Over wat ik daarna nog las, schreef ik geen recensies meer. Maar ik wil de boeken hier wel even aanstippen. 

- Margje - Jan Siebelink.

Samenvatting:
Margje is een vervolg op Jan Siebelinks bestseller Knielen op een bed violen, het imposante verhaal over een gezin dat door de religieuze vader Hans Sievez te gronde wordt gericht. Ruben Sievez, de zoon uit Knielen op een bed violen, is in Margje een oudere man die gedurende een lange oudejaarsnacht terugkijkt op zijn leven, al dwalend door de leegstaande villa van zijn oom Anton. Daar, in de kelder, vond hij, een jongen nog, op een dag een album met daarin een foto van de oom met een jonge vrouw. In haar herkende Ruben onmiddellijk zijn moeder.

Een verhaal over een heel leven, dat van Margje en haar twee zoons. De jongste is haar lieveling, de oudste voert strijd om die plek in te nemen.


Door Knielen op een bed violen werd ik zo geraakt, dat alles wat ik daarna nog van Siebelink las, me tegenviel. Soms behoorlijk, soms een beetje. Dat is de prijs die een auteur soms betaalt voor een bestseller. Margje (over de vrouw van Hans Sievez) is niet onaardig, maar toch niet overal even sterk. De Buurjongen vind ik beter (voor recensie van beide titels, volg de link)

- Jean-Philipe Desbordes - Aiki, de eeuwenoude Japanse kunst van het ademhalen.


Samenvatting:
Meestal ademen we zonder erbij na te denken. Toch reageert je adem op je emoties: als jij zenuwachtig bent, gaat je adem versnellen en als je bang bent, wordt je adem oppervlakkig en versterkt dat je angst. Als je spierpijn hebt, kun je onbewust verkrampt gaan ademen, wat de pijn dan weer versterkt.
Maar wat als je het omdraait? Door je adem te reguleren kun je je emoties beïnvloeden. Zo blijf je zelfs op stressvolle momenten kalm en adem je je pijn weg!
De kunst van Aiki is eigenlijk heel simpel en iedereen kan het leren. Aiki stamt direct af van de Japanse krijgsdiscipline Aikido, waarbij er een specifieke ademhalingstechniek wordt gebruikt om volledig in je kracht te staan. Verdiep je in de theorie, focus op de oefeningen en adem jezelf sterk, fit en happy!


De uitgeverij Xander vroeg mij het boek te recenseren en omdat ik via de beoefening van de Chinese Tai Chi wel geïnteresseerd ben in deze materie, stemde ik toe. Helaas voldeed het boek niet aan mijn verwachtingen. Waarbij ik niet wil zeggen dat het niet goed zou zijn. Kijk het gerust zelf eens in in de boekwinkel als je in deze materie geïnteresseerd bent.

- Frits van Oostrom - Nobel streven.


Samenvatting:
Rond 1372 kwam op het luisterrijke kasteel Santpoort Jan van Brederode ter wereld in de meest gezegende omstandigheden. Een kleine veertig jaar later sneuvelde hij roemloos, als ridderlijke huurling, in de fameuze Slag bij Azincourt. Nobel streven reconstrueert, als een historische detective, de loop van dit bizarre leven tot in verbluffende details.
Hoe Jan tot tweemaal toe met een gigantisch Hollands leger de Zuiderzee overstak voor oorlog tegen Friesland. Hoe hij naar Ierland reisde om in een onderaardse grot het helse vagevuur van Sint Patricius te voelen. Zijn jaren in het klooster, waarin hij een sprankelende Middelnederlandse tekst schreef. Zijn pogingen om de gigantische erfenis van zijn echtgenote te verwerven, en hoe hij daarvoor zelfs deze Johanna uit haar eigen klooster ontvoerde... En hoe zijn naam door heel Europa roemrucht zou worden: tot in Parijs, waar men college gaf over zijn geval, en tot aan de Engelse koning Henry V.
Frits van Oostrom heeft de geschiedenis van Jan van Brederode, en heel de rijke wereld daaromheen, virtuoos gereconstrueerd en vervat in een meeslepend verhaal.


Ik leende het boek via de bieb en omdat er in heel Zeeland maar 1 exemplaar van is, mocht ik het maar 3 weken houden. Dat is te kort om het hele boek te lezen. Ik vond dat wel jammer, ik zal het later nog eens moeten lenen. Voor nu koos ik voor de laatste twee uitgebreide hoofdstukken: Feiten en fictie, en Nageschiedenis. Ik houd wel van filosoferen over de theorie van de geschiedwetenschap. En Van Oostrom kan ook dáár goed over schrijven en zijn keuzes uitleggen en verdedigen. Hoe het verder ging met de Van Brederodes sprak me ook wel aan. Vreemde volgorde misschien, maar wel een afgerond geheel. En dan later nog maar eens het "echte" verhaal over Jan van Brederode.

- Jean Pierre Rawie - Onmogelijk geluk


Samenvatting:
Jean Pierre Rawie (1951) is een Nederlands dichter en vertaler. Tot op heden schreef hij 19 dichtbundels. In 1992 verscheen Onmogelijk geluk, zijn grootste verkoopsucces. Daarin wordt o.a. over zijn beleving van het overlijden van zijn vader gedicht.

In onze krant las ik een interview met deze heerlijk "ouderwetse" dichter. Daarbij was één van de gedichten uit deze bundel afgedrukt. Een sonnet, waarin hij toonde groot te zijn in de dichttechniek van vroeger: rijm, ritme en metrum voelden zo goed bij deze gedichten, meestal als sonnetten vormgegeven. Daar past een voorbeeld bij:

Interieur

In dit met boeken volgestouwd vertrek
heb ik steeds minder anderen van node,
met al mijn aan de dood ontstegen doden
iedere nacht stilzwijgend in gesprek.

Bij wie is wat ik liefheb nog in trek?
Het meeste is al eeuwen uit de mode.
Van wat ik deed, uit nood of om den brode,
rest enkel de grandeur van het echec.

Maar ook al bood het leven nog zoveel
waar ik mijn tanden op heb stuk gebeten,
één regel, en de wereld raakt vergeten,

één rijm, en het verscheurd heelal wordt heel:
alleen achter mijn schrijftafel gezeten
heb ik opnieuw aan heel de schepping deel.

J.P. Rawie - Onmogelijk geluk - 1992. 

Heerlijk om een stukje Bloem terug te vinden in een dichter van nu.


Tot zover deze keer. Eind maart volgt een nieuw overzicht. Daarin de boeken die ik las voor Ik lees Nederlands van Sandra. En wellicht over Het Bureau, want deel 1 is bijna uit.

© Jannie Trouwborst, maart 2019.