Bij het opruimen van mijn boekenkasten kwam ik een dierbaar Prisma pocketboekje tegen met erin een heel lief briefje van mijn vader. Hij kon met mijn 16de verjaardag niet thuis zijn en stuurde het me toe. Het was Camera Obscura van Hildebrand. Opnieuw ontroerde het me dat hij begrepen had hoe blij ik daarmee zou zijn. Een puber die blij is met de Camera Obscura? Dat vraagt wellicht om enige uitleg.
Jeugdsentiment
Ik las veel in mijn jeugd en het ene boek maakte meer indruk dan het andere. Alleen op de wereld van Hector Malot en De negerhut van Oom Tom van Harriet Beecher Stowe grepen me enorm aan. In mijn jeugd gaf de Arbeiderspers een jeugdserie uit waarvan ik soms een boek kreeg, zoals De kinderen van de dief van Mathilde Smits-Esperstedt. De meeste boekjes kwamen echter van Kluitman (want goedkoop) en daar is weinig van blijven hangen. In mijn kastje met jeugdsentiment staan nog wel twee gekoesterde boeken van Ploegsma: De kinderen van de grote fjeld van Laura Fitinghoff en De wonderketting van Margreet Bruijn. Ook Hannes Brinker of de zilveren schaatsen van die laatste schrijfster herinner ik me nog. Net als De spoorwegkinderen van Edith Nesbit (Van Goor). Ik weet niet of er toen net zoveel goede kinderschrijvers waren als tegenwoordig. Maar bovengenoemde boeken gaven me wel een vaag idee van wat goede boeken met je wereldbeeld en je inlevingsvermogen kunnen doen.
Kennismaken met literatuur
Het woord "literatuur" kende ik nog niet, toen ik naar de H.B.S. ging. Dat veranderde toen wij Nederlandse literatuurgeschiedenis kregen en een overzicht ontvingen van de boeken die we zouden moeten gaan lezen voor het eindexamen. Als bèta leerlingen hoefden we gelukkig niet al te diep in te gaan op de historische teksten. Een globaal inzicht in perioden, schrijvers/dichters en bekende werken was genoeg. Weten waar Marike van Nimwegen of Reinaert de Vos over ging, bekende werken van Vondel en Hooft kunnen noemen, daar bleef het wel zo'n beetje bij. En al die tijd bleef "literatuur" voor mij een vaag begrip.
Camera Obscura
Vanaf de negentiende eeuw werd het echter serieuzer en moesten we ook romans en gedichten gaan lezen. Het eerste boek waar we aandacht aan besteedden was Camera Obscura van Hildebrand, het pseudoniem van Nicolaas Beets. We lazen er gezamenlijk stukken uit en er ging een wereld voor me open. Door het lezen van dit verhaal kwam je dichter bij hoe de mensen die in die tijd leefden, kreeg je zicht op de verhoudingen in de toenmalige standenmaatschappij, las je hoe Nederland er toen uitzag. Maar ook de schrijfstijl sprak aan. Ik had niet genoeg aan de korte stukken die we eruit lazen en ik wilde het boek graag helemaal lezen. En dus kreeg ik het van mijn vader voor mijn verjaardag.
Nog steeds in druk
Mijn exemplaar was niet de eerste herdruk en zou ook niet de laatste zijn: nog steeds is het boek volop verkrijgbaar. Op zoek naar hoe dat zit, stuitte ik op Deel 12 van de serie Tekst in context: Camera Obscura van Hildebrand. Het boek is samengesteld door Rick Honings en Peter van Zonnenveld en uitgeven door de Amsterdam University Press.
Wat ben ik jaloers op de middelbare schoolleerlingen van nu. Aan de hand van twee verhalen uit de Camera Obscura, nl. De familie Stastok en De familie Kegge, wordt uitgebreid stilgestaan bij alles wat dit boek in zich heeft. Alle facetten van de negentiende eeuw worden aangestipt en in aparte toelichtingen verwerkt, na steeds een stukje van de oorspronkelijke tekst. Bovendien is het boek rijk geïllustreerd. Een lijst met uitleg van niet meer gangbare woorden en een lijst met vragen en opdrachten zorgen ervoor dat je veel meer uit de teksten kunt halen.
Andere delen
Er zijn inmiddels meer dan 12 delen verschenen in deze serie. Ik denk dat ik binnenkort eens deel 10 ga lenen in de bieb: Sara B., een rebelse vrouw uit de Verlichting. Dat deel gaat over de briefroman De historie van Sara Burgerhart van Elisabeth en Wolff en Aagje Deken. En als ook die bevalt, misschien zelfs deel 13: De Spaanse Brabander van Bredero? Weer eens wat anders dan de moderne Nederlandse literatuur.
Hildebrand,Camera obscura/samengesteld door Rick Honings & Peter van Zonneveld. Amsterdam, Amsterdam University Press, 2014. 103 pg., ills., met lit. opg. (Tekst in context; 12).
© Jannie Trouwborst, januari 2019.
Posts tonen met het label studie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label studie. Alle posts tonen
woensdag 23 januari 2019
vrijdag 20 mei 2016
Notities maken tijdens het lezen
Maak jij notities bij het lezen? vroeg Hendrik-Jan ons, als vraag 20 van de reeks #50books (KLIK HIER). Voor mij hangt dat er van af over wat voor soort boek het gaat. Studieboeken krijgen een heel andere behandeling dan romans of non-fictie. Het hangt er ook van af wat ik verder moet doen met de inhoud. Examen doen? Blog schrijven? Verwerken in een artikel o.i.d.?
Mijn studieboeken zijn onverkoopbaar: ik onderstreep (weliswaar met potlood) bepaalde delen van de tekst, schrijf opmerkingen in de kantlijn en maak op papier een samenvatting om te gebruiken bij het leren. Maar die tijd ligt al weer even achter me, al zou ik het weer net zo doen, indien van toepassing. Want blijven leren is toch wel mijn rode draad.
Non-fictie lees ik over het algemeen alleen omdat het onderwerp me interesseert. Als ik daar geen blog over ga schrijven, dan maak ik geen aantekeningen, tenzij ik er nog iets anders mee wil doen: over het onderwerp schrijven op een van mijn andere blogs of bepaalde zaken nog eens elders nader onderzoeken (ander boek, museum, Wikipedia).
Blijft over mijn boekenblog. Zeker voor een blog is voor mij het maken van aantekeningen heel belangrijk. Soms zijn dat technische opmerkingen (perspectiefwisselingen, chronologie, structuur), maar vaker zaken die het boek voor mij persoonlijk boeiend en mooi maken: bepaalde stijlkenmerken, metaforen, stukjes die er om vragen geciteerd te worden. Het gevoel dat het lezen van het boek oproept of (meestal bij non-fictie, maar soms ook in romans) achtergrondinformatie die ik opzoek naar aanleiding van een woord, zinsnede, gebeurtenis.
Hoe ik dat doe? Op een los papiertje (pg. nummer + eerste woord alinea) dat tevens als bladwijzer dient of met gekleurde stickerreepjes op de betreffende bladzijde. Heel af en toe lees ik een e-book via de bieb. Daar is het ideaal dat je hele stukken tekst en pagina's kunt markeren om ze gemakkelijk weer terug te kunnen vinden.
Meestal gebeurt dat alles al tijdens het lezen, maar soms word ik zo gegrepen door een verhaal, dat ik weet: dit moet ik tweemaal lezen. Zodat ik me er bij de eerste lezing aan over kan geven en pas bij de tweede aantekeningen zal maken.
En eigenlijk zijn dat de boeken waar ik ook het meest van geniet: zonder bijgedachten helemaal opgaan in een verhaal en daarna alle aandacht voor de manier waarop de schrijver tot zoiets moois gekomen is! Daar lees ik voor. En op die boeken maak ik graag anderen attent via mijn blog.
© JannieTr, mei 2016
De leesvraag #50books (KLIK HIER) is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf 2016 doet Hendrik-Jan dat. Vanaf "2016: vraag 2" probeer ik ook elke week mee te doen.
Mijn studieboeken zijn onverkoopbaar: ik onderstreep (weliswaar met potlood) bepaalde delen van de tekst, schrijf opmerkingen in de kantlijn en maak op papier een samenvatting om te gebruiken bij het leren. Maar die tijd ligt al weer even achter me, al zou ik het weer net zo doen, indien van toepassing. Want blijven leren is toch wel mijn rode draad.
Non-fictie lees ik over het algemeen alleen omdat het onderwerp me interesseert. Als ik daar geen blog over ga schrijven, dan maak ik geen aantekeningen, tenzij ik er nog iets anders mee wil doen: over het onderwerp schrijven op een van mijn andere blogs of bepaalde zaken nog eens elders nader onderzoeken (ander boek, museum, Wikipedia).
Blijft over mijn boekenblog. Zeker voor een blog is voor mij het maken van aantekeningen heel belangrijk. Soms zijn dat technische opmerkingen (perspectiefwisselingen, chronologie, structuur), maar vaker zaken die het boek voor mij persoonlijk boeiend en mooi maken: bepaalde stijlkenmerken, metaforen, stukjes die er om vragen geciteerd te worden. Het gevoel dat het lezen van het boek oproept of (meestal bij non-fictie, maar soms ook in romans) achtergrondinformatie die ik opzoek naar aanleiding van een woord, zinsnede, gebeurtenis.
Hoe ik dat doe? Op een los papiertje (pg. nummer + eerste woord alinea) dat tevens als bladwijzer dient of met gekleurde stickerreepjes op de betreffende bladzijde. Heel af en toe lees ik een e-book via de bieb. Daar is het ideaal dat je hele stukken tekst en pagina's kunt markeren om ze gemakkelijk weer terug te kunnen vinden.
Meestal gebeurt dat alles al tijdens het lezen, maar soms word ik zo gegrepen door een verhaal, dat ik weet: dit moet ik tweemaal lezen. Zodat ik me er bij de eerste lezing aan over kan geven en pas bij de tweede aantekeningen zal maken.
En eigenlijk zijn dat de boeken waar ik ook het meest van geniet: zonder bijgedachten helemaal opgaan in een verhaal en daarna alle aandacht voor de manier waarop de schrijver tot zoiets moois gekomen is! Daar lees ik voor. En op die boeken maak ik graag anderen attent via mijn blog.
© JannieTr, mei 2016
De leesvraag #50books (KLIK HIER) is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf 2016 doet Hendrik-Jan dat. Vanaf "2016: vraag 2" probeer ik ook elke week mee te doen.
Abonneren op:
Posts (Atom)



