Posts tonen met het label poëziegeschenk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poëziegeschenk. Alle posts tonen
vrijdag 19 oktober 2018
De 100 beste gedichten van 2017 gekozen door Francine Houben
Een Grote Poëzieprijs
De VSB Poëzieprijs is sinds 1992 dé prijs voor Nederlandstalige poëzie en bekroont jaarlijks de beste bundel met een bedrag van € 25.000,-. De prijs kent grote laureaten als Hugo Claus, Leo Vroman, Gerrit Kouwenaar, Rutger Kopland en Anneke Brassinga. Recente winnaars zijn Ester Naomi Perquin, Ilja Leonard Pfeijffer en Hannah van Binsbergen. De VSB Poëzieprijs 2018 die in januari werd uitgereikt aan Joost Baars voor de bundel Binnenplaats, is de laatste in de reeks. Een aanpassing in het donatiebeleid van het VSBfonds dat de prijs financieel ondersteunde, maakt dat de bekroning van een bundel poëzie niet meer past in de nieuwe koers van het fonds.
Na het uitreiken van de 24e en laatste VSB Poëzieprijs zal er ook de komende jaren een forse prijs voor de beste Nederlandstalige poëziebundel blijven bestaan. De financiering hiervoor wordt gegarandeerd door het Elise Mathildefonds en het Van Beuningen / Peterich-fonds. De organisatie blijft in handen van Poetry International. VSBfonds, dat de VSB Poëzieprijs vele jaren lang ruimhartig heeft ondersteund, draagt bij aan een fluwelen overgang.
De doorstart werd aan het begin van het uitreikingsprogramma bekend gemaakt door Bas Kwakman, directeur van Poetry International.
'Deze Grote Poëzieprijs, en zie dat maar even als een werktitel, heeft een forse ambitie. Net als de VSB Poëzieprijs wil zij de komende jaren de kennis van en het enthousiasme voor poëzie breed bevorderen. Prioriteiten daarbij zijn trajecten binnen het middelbaar onderwijs en de presentatie van de genomineerde bundels en dichters in Nederland en Vlaanderen. De ambitie reikt echter verder. Het streven is om de prijs uit te breiden met een publiekprijs en om te zorgen voor bijzondere aandacht voor Spoken Word. In februari volgen gesprekken met een grote partner die nu al heeft aangegeven deze ambities te delen,' aldus Bas Kwakman.
Vooral het uitbreiden met een publieksprijs klinkt in mijn oren erg aantrekkelijk.
De 100 beste gedichten
In 1997 verscheen bij De Arbeiderspers De 100 beste gedichten van 1996. Dit was een bloemlezing uit de circa zeventig bundels die waren ingestuurd voor de VSB Poëzieprijs 1996. Tot op heden is De Arbeiderspers jaarlijks de bundel met de 100 beste gedichten blijven uitgeven, steeds met een andere samensteller (en voorzitter van de jury). Naast de poëzie van de 5 genomineerden staan in de bundels ook gedichten van andere dichters die in het betreffende jaar een dichtbundel uitbrachten. Voor wie op de hoogte wil blijven van de ontwikkelingen in de Nederlandse poëzie zijn deze verzamelbundels een prachtige leidraad.
Vorig jaar was de voorzitter van de jury Francine Houben, architect en oprichter van het architectenbureau Mecanoo. Uit haar voorwoord blijkt dat ze haar taak met plezier volbracht heeft.
"Over mijn eigen vakgebied, de architectuur, zeg ik dat het alle zintuigen moet beroeren. Een gedicht kan mij eveneens beroeren: je kunt het er koud of warm van krijgen, je moet er om huilen of lachen. Als het goed in elkaar zit voel je emotie. Soms is de verbeelding zo sterk dat je geuren en kleuren ervaart. Vaak herinnert een gedicht mij aan een persoonlijke ervaring."
Als Rotterdammer komt ze in haar stad veel poëzie tegen. Ze geeft een aantal voorbeelden. De vuilniswagens waarop dichtregels staan sinds 1989, zoals die van Jules Deelder: "Hoe langer je leeft, hoe korter het duurt." Maar ook de bekende dichtregel van Lucebert: Alles van waarde is weerloos. Ze vat haar opsomming samen met de constatering:
"De dichtregels zijn overal in de stad en horen bij het straatbeeld. Ze trekken de aandacht en de Rotterdammers, onder wie ik, waarderen ze. De kracht zit 'm in het onverwachte, de poëzie pakt je te midden van je dagelijkse bezigheden en gedachten." Ze besluit met de hoop uit te spreken: "dat wij in deze bloemlezing gedichten hebben verzameld die u treffen, zoals ik word getroffen door de poëzie op straat."
Poëzieweek
De officiële poëzieweek vindt elk jaar plaats in de laatste week van januari. Volgend jaar een weekje later:
Van 31 januari tot en met 6 februari vindt in heel Nederland en Vlaanderen de 7e Poëzieweek plaats. De Vlaamse romancier, theaterauteur, dichter, scenarist en performer Tom Lanoye dicht volgend jaar speciaal voor deze week het Poëziegeschenk 2019. Als geschenkdichter voor de Poëzieweek werd hij voorafgegaan door Anna Enquist (2013), K. Schippers (2014), Ilja Leonard Pfeijffer (2015), Stefan Hertmans (2016), Jules Deelder (2017) en Peter Verhelst (2018). Tijdens de Poëzieweek krijgen de klanten van de boekhandel bij aankoop van € 12,50 aan poëzie het Poëziegeschenk cadeau. De week staat in het teken van het thema 'Vrijheid'.
Als opwarmertje heeft Sandra (van Sandra Leest: KLIK HIER) besloten de laatste week van november als haar poëzieweek te betitelen. In de hoop dat iedereen weer eens een dichtbundel pakt en herleest, koopt of leent. En haar/zijn gedachten over een gedicht of bundel in een blogje deelt met anderen.
Ik heb de handschoen opgepakt en ben in De 100 beste gedichten van 2017 op zoek gegaan naar de gedichten die me het meest aanspreken. In Sandra's week zal ik van een aantal proberen te vertellen waarom ze me beroeren. Je hebt nog ruim een maand om je ook voor te bereiden. Dus wat let je?
© Jannie Trouwborst, oktober 2018.
Meer over de officiële Gedichtendag/-week en het Poëziegeschenk vind je HIER
Nieuws over de nieuwe poëzieprijs (waarschijnlijk) HIER.
zondag 29 januari 2017
Humor in gedichten
Jules Deelder heeft de Gedichtendaggeschenkbundel van dit jaar mogen schrijven. Vanzelfsprekend eigenlijk, want het thema is humor. Rotterdamse humor, naar mijn idee. Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg. En zijn genoeg "gewone" dingen waar je met humor je kanttekeningen bij kunt zetten.
In vraag 5 uit de serie #50books vraagt Martha ons: Welk gedicht vind je het grappigste dat je ooit hebt gelezen?
Ik vraag me af of er nog veel dichters over zijn die het genre light verse of plezierdicht beoefenen. In het verleden wijdde ik een blog aan een bundel van Alexander Pola (een van de medewerkers aan het TV-programma Farce Majeur). In de inleiding daarbij staat achtergrondinformatie over het genre (KLIK HIER).
Een citaat daaruit: Het lichte vers kende in de jaren zeventig en tachtig een grote bloei, met vooraanstaande dichters als Kees Stip, Drs. P, Annie M.G.Schmidt, Driek van Wissen en Ivo de Wijs. (Bron: Meander). Nu resten ons alleen nog Ivo de Wijs en natuurlijk Jules Deelder. Elk met een eigen stijl. Of vergeet ik er een paar?
Voor mij was Drs.P toch wel de favoriet. Het feit dat een plezierdicht nu eenmaal moest rijmen, zorgde nog wel eens voor wat verwrongen teksten. Maar niet bij Drs.P. Die kon spelen met taal als geen ander. Het grappigst vind ik zijn gedicht waarin alles wat rijmen moest, juist vervangen was door een synoniem dat nìet rijmde. Helaas kan ik het niet meer vinden, het zou bovendien te lang zijn om hier te citeren. Maar wie voor mij de titel heeft: ik zou het op prijs stellen als je die hieronder meldt!
Maar omdat het ook tuinvogeltelweekend is, heb ik maar gekozen voor een korter versje van Alexander Pola over Pimpelmezen:
Pimpelmees
Een pimpelmees sprak: "Pimpelen
Doet mensen vaak versimpelen,
Hetgeen, als ik mij niet vergis,
Des mensen geest onwaardig is.
Bij pimpelmezen echter hoort
Het pimpelen tot 't behoud der soort.
Wij zouden zonder gin of wijn
Gewoon maar simpel mezen zijn.
(Uit: Alexander Pola - Schrijfkramp).
Niet zo hilarisch, maar wel aardig, toch? (Met een knipoog naar de pimpelende gasten van Eva Jinek).
© Jannie Trouwborst, januari 2017.
Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden van anderen. Wil je ook meedoen? Iedereen is vrij om de vragen te beantwoorden zoals hij of zij wil. Laat een link naar je eigen blog achter in de reacties onder het blog van Martha (KLIK HIER) of alleen je reactie. Zo kan iedereen lezen wat jij ervan vindt.
In vraag 5 uit de serie #50books vraagt Martha ons: Welk gedicht vind je het grappigste dat je ooit hebt gelezen?
Ik vraag me af of er nog veel dichters over zijn die het genre light verse of plezierdicht beoefenen. In het verleden wijdde ik een blog aan een bundel van Alexander Pola (een van de medewerkers aan het TV-programma Farce Majeur). In de inleiding daarbij staat achtergrondinformatie over het genre (KLIK HIER).
Een citaat daaruit: Het lichte vers kende in de jaren zeventig en tachtig een grote bloei, met vooraanstaande dichters als Kees Stip, Drs. P, Annie M.G.Schmidt, Driek van Wissen en Ivo de Wijs. (Bron: Meander). Nu resten ons alleen nog Ivo de Wijs en natuurlijk Jules Deelder. Elk met een eigen stijl. Of vergeet ik er een paar?
Voor mij was Drs.P toch wel de favoriet. Het feit dat een plezierdicht nu eenmaal moest rijmen, zorgde nog wel eens voor wat verwrongen teksten. Maar niet bij Drs.P. Die kon spelen met taal als geen ander. Het grappigst vind ik zijn gedicht waarin alles wat rijmen moest, juist vervangen was door een synoniem dat nìet rijmde. Helaas kan ik het niet meer vinden, het zou bovendien te lang zijn om hier te citeren. Maar wie voor mij de titel heeft: ik zou het op prijs stellen als je die hieronder meldt!
Maar omdat het ook tuinvogeltelweekend is, heb ik maar gekozen voor een korter versje van Alexander Pola over Pimpelmezen:
Pimpelmees
Een pimpelmees sprak: "Pimpelen
Doet mensen vaak versimpelen,
Hetgeen, als ik mij niet vergis,
Des mensen geest onwaardig is.
Bij pimpelmezen echter hoort
Het pimpelen tot 't behoud der soort.
Wij zouden zonder gin of wijn
Gewoon maar simpel mezen zijn.
(Uit: Alexander Pola - Schrijfkramp).
Niet zo hilarisch, maar wel aardig, toch? (Met een knipoog naar de pimpelende gasten van Eva Jinek).
© Jannie Trouwborst, januari 2017.
Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden van anderen. Wil je ook meedoen? Iedereen is vrij om de vragen te beantwoorden zoals hij of zij wil. Laat een link naar je eigen blog achter in de reacties onder het blog van Martha (KLIK HIER) of alleen je reactie. Zo kan iedereen lezen wat jij ervan vindt.
donderdag 19 januari 2017
Poëzie: Het Liegend Konijn
Op de laatste donderdag van januari is het traditiegetrouw Gedichtendag. Poëzieliefhebbers in Nederland en
Vlaanderen organiseren die dag een grote diversiteit aan poëzieactiviteiten. Voor de enorme hoeveelheid optredens, publicaties, poëzieprijzen,
-programma’s en -activiteiten is één dag echter simpelweg veel te kort! Daarom is het tevens de start van de jaarlijkse poëzieweek die tot en met 2 februari zal duren. Meer daarover is te vinden op de website http://www.poezieweek.com/
Net als bij de Boekenweek hoort bij de poëzieweek een geschenk. Het thema van de week is dit jaar "humor". Het zal dan ook niet verbazen dat het poëtische geschenk geschreven is door Jules Deelder: Rotterdamse kost. Wie in deze week € 12,50 uitgeeft aan dichtbundels ontvangt het gratis.
Het was Ellen Deckwitz die met haar Olijven moet je leren eten in juni dit jaar een lans brak voor de poëzie. Dat de Cursus genieten van poëzie aanslaat, mag blijken uit het feit dat in september al de 3de druk verscheen. Dankzij haar "poëzie voor dummies" ontdekken velen dat poëzie misschien toch wel de moeite waard is om eens te proberen. Een tip voor beginners is, volgens de auteur, bloemlezingen door te nemen om zo de dichters te ontdekken die je aanspreken.
Een goed voorbeeld daarvan is Het Liegend Konijn onder redactie van de Vlaming Jozef Deleu. Tweemaal per jaar verschijnt dit Tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie. Voor mij ligt jaargang 14, nummer 2, oktober 2016. Daarin staan 167 nieuwe gedichten van 32 dichters. Ik zie bekende namen staan als: Anna Enquist, Eva Gerlach, Ingmar Heytze, Geert van Istendael, Hester Knibbe, Jan Lauwereijns, Yannick Dangre. Maar er vallen in de dikke bundel (232 pg.) genoeg minder bekende dichters te ontdekken. Volgens Vrij Nederland: 'Voor wie wil weten wat er in de Nederlandstalige poëzie gebeurt, is Het Liegend Konijn onmisbaar'. Misschien een idee om het in de poëzieweek te kopen? Dan krijg je Jules Deelder er gratis bij!
Mijn keuze: Geert van Istendael (1947) uit zijn recentste bundel Het was wat was (2015):
De kom die ik kapot liet vallen
Je had twee strepen, donkerbruin en goud,
geverfd, helemaal rond. De rest was gelig,
met luie ribbels naar beneden, oud,
vooroorlogs, toen mijn ongetrouwde tante,
je heeft gekocht, jou, inhoud en behoud.
Nu val je uit mijn linkerhanden. Scherven,
geen redden aan. Meer dan een mensenleven
heb jij gediend. Waarom dit domme sterven?
Het tijdschrift is in de boekhandel in Nederland en Vlaanderen te koop, maar ook te bestellen via de site van Het Liegend Konijn of uitgeverij Polis.
© Jannie Trouwborst, januari 2017.
Net als bij de Boekenweek hoort bij de poëzieweek een geschenk. Het thema van de week is dit jaar "humor". Het zal dan ook niet verbazen dat het poëtische geschenk geschreven is door Jules Deelder: Rotterdamse kost. Wie in deze week € 12,50 uitgeeft aan dichtbundels ontvangt het gratis.
Het was Ellen Deckwitz die met haar Olijven moet je leren eten in juni dit jaar een lans brak voor de poëzie. Dat de Cursus genieten van poëzie aanslaat, mag blijken uit het feit dat in september al de 3de druk verscheen. Dankzij haar "poëzie voor dummies" ontdekken velen dat poëzie misschien toch wel de moeite waard is om eens te proberen. Een tip voor beginners is, volgens de auteur, bloemlezingen door te nemen om zo de dichters te ontdekken die je aanspreken.
Een goed voorbeeld daarvan is Het Liegend Konijn onder redactie van de Vlaming Jozef Deleu. Tweemaal per jaar verschijnt dit Tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie. Voor mij ligt jaargang 14, nummer 2, oktober 2016. Daarin staan 167 nieuwe gedichten van 32 dichters. Ik zie bekende namen staan als: Anna Enquist, Eva Gerlach, Ingmar Heytze, Geert van Istendael, Hester Knibbe, Jan Lauwereijns, Yannick Dangre. Maar er vallen in de dikke bundel (232 pg.) genoeg minder bekende dichters te ontdekken. Volgens Vrij Nederland: 'Voor wie wil weten wat er in de Nederlandstalige poëzie gebeurt, is Het Liegend Konijn onmisbaar'. Misschien een idee om het in de poëzieweek te kopen? Dan krijg je Jules Deelder er gratis bij!
Mijn keuze: Geert van Istendael (1947) uit zijn recentste bundel Het was wat was (2015):
De kom die ik kapot liet vallen
Je had twee strepen, donkerbruin en goud,
geverfd, helemaal rond. De rest was gelig,
met luie ribbels naar beneden, oud,
vooroorlogs, toen mijn ongetrouwde tante,
je heeft gekocht, jou, inhoud en behoud.
Nu val je uit mijn linkerhanden. Scherven,
geen redden aan. Meer dan een mensenleven
heb jij gediend. Waarom dit domme sterven?
Het tijdschrift is in de boekhandel in Nederland en Vlaanderen te koop, maar ook te bestellen via de site van Het Liegend Konijn of uitgeverij Polis.
© Jannie Trouwborst, januari 2017.
Abonneren op:
Posts (Atom)


