Posts tonen met het label achtergrondinfo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label achtergrondinfo. Alle posts tonen

zaterdag 30 september 2017

Tim Parks - De roman als overlevingsstrategie

Toen ik vijftig jaar geleden les kreeg van Kees Fens op de Bibliotheek Academie in Amsterdam (de eerste en enige op dat moment), was het vloeken in de kerk als je ook maar iets van de achtergronden van een schrijver wilde betrekken bij het beoordelen van een boek. Het boek diende als een autonoom kunstwerk beschouwd te worden. Ik voelde me daar niet prettig bij. Het was voor mij dan ook een hele opluchting in het boek van Tim Parks te lezen dat hij iets dergelijks meemaakte tijdens zijn studie Engelse literatuur.

"Maar ik voelde meteen dat er iets mis was. Waarom mochten we nooit praten over de schrijvers zelf en de rol die boeken speelden in hun leven? Er kwam altijd een rode streep te staan door je opstel als je probeerde na te denken over het ontstaan van het verhaal. En waarom spraken we nooit over de lezers, over wie welke boeken las en waarom sommige boeken duidelijk geschreven waren voor een bepaald type mens en andere boeken schijnbaar voor niemand, tenzij misschien voor de auteur zelf? Waarom mocht je nooit spreken over je persoonlijke reactie, waarom je bijvoorbeeld niet van een bepaald boek hield, zelfs een klassieker; waarom je een goede reden had om er niet van te houden, of meende te hebben, en waarom je er merkwaardig genoeg een grote hekel aan bleef houden zelfs als je er geen goede reden voor had, ook al hadden alle autoriteiten de tekst subliem verklaard. Vreemd genoeg sloot de STUDIE van literatuur systematisch de ERVARING van literatuur uit."

Dat laatste is voor een studie aan de Bibliotheek Academie nog merkwaardiger. Hoewel het vijftig jaar geleden nog je taak was om de bibliotheekbezoekers (indien van toepassing) te begeleiden van het niveau van streekromanlezers tot dat van literatuurliefhebbers, was het daarnaast de bedoeling dat je een collectie kon samenstellen die voldeed aan de behoefte van je klanten. En dat lijkt een onmogelijke opgave, als je de leeservaring uit moet sluiten. Vandaar mijn ongemak, en mijn opluchting bij het zien van de ondertitel van Tim Parks boek: "Een nieuwe kijk op de relatie tussen schrijver, tekst en lezer."

Aan de hand van de levensloop en de uitgegeven werken van vier auteurs toont Parks aan wat hij bedoelt. Het gaat om James Joyce, Thomas Hardy, D.H. Lawrence en Charles Dickens. En (op verzoek van de uitgever en niet geheel van ganser harte) van hemzelf. Dat het hier om Engelse auteurs gaat, is geen enkel probleem. Ik ken hun namen en werken weliswaar alleen van horen zeggen, maar de uitwerking is degelijk genoeg om het betoog te kunnen volgen. Het zou zomaar van toepassing kunnen zijn op Nederlandstalige auteurs.

Hij toont aan dat niet alleen bepaalde thema's verwijzen naar de levensloop van een schrijver, maar dat ook het gedrag, de gevoelens en gedachten van zijn hoofdpersonen in een bepaald daglicht komen te staan. Hij stelt echter nadrukkelijk: 

"Het is banaal om te zeggen dat een boek OVER gebeurtenissen uit het leven van de auteur gaat en dan meer aandacht aan die gebeurtenissen te schenken, dan aan het boek zelf."

De auteur gebruikt uiteraard zijn fantasie bij het schrijven van zijn roman. Toch put hij, al dan niet bewust, op verschillende manieren uit zijn persoonlijke belevingswereld, achtergronden en overtuigingen. Het kan voor een lezer een waardevolle toevoeging zijn daar iets van te weten, om zo beter te begrijpen waarom een bepaalde roman hem zo aanspreekt of juist tegen staat. Dat zegt in beide gevallen ook iets over de lezer zelf en hoe die in het leven staat.

Parks benadrukt dat hij het hier over literatuur heeft. Er is niets mis mee een boek te beoordelen op de technische kwaliteiten waaraan literatuur moet voldoen. Lidewijde Paris legt in Hoe lees ik? (KLIK HIER) uit waaraan je het vakmanschap van schrijvers kunt herkennen. Maar zij besteedt ook nadrukkelijk aandacht aan het referentiekader van de lezer en de poëtica van auteurs, lezers en critici. Dat laatste verwijst naar het geheel van opvattingen dat een schrijver, uitgever, lezer of recensent heeft over wat literatuur is. En dat zo individueel is, dat het niet zelden tot een verschil van mening komt bij het beoordelen van een literaire roman.

Zet hij hiermee de beroepsrecensenten buiten spel? Niet noodzakelijkerwijs, als ze zich tenminste willen beperken tot een technische bespreking en zich realiseren dat zelfs daarbij persoonlijke factoren een rol spelen. En dat hun afkeuring van of voorkeur voor een bepaald werk niet automatisch hoeft te betekenen dat de lezers op dezelfde manier op het boek zullen reageren.

De auteur schrijft in principe (meestal toch) om gelezen te worden, om zijn lezers iets te bieden waarvan hij denkt dat het waardevol is. In deze tijden van Tv-interviews en lezingen zijn schrijvers vaak bekende persoonlijkheden wiens levensverhalen voor een deel bekend zijn bij het grote publiek. Toch begint de belangstelling voor de persoon van de schrijver meestal pas nà het lezen van een van zijn boeken. De kiem ligt in het werk zelf: in de thema's, de personages, de gebeurtenissen.

Tim Parks moedigt met De roman als overlevingsstrategie lezers aan op zoek te gaan naar de redenen achter hun voorkeur voor of afkeer van bepaalde boeken en auteurs. Samen met Hoe lees ik? van Lidewijde Paris moet dat lukken.

"Ik wil alleen maar suggereren dat jouw positie, net als de mijne, niet te danken is aan een erkenning van een absolute kwaliteit van de auteur, maar aan de mate waarin het "klikt" tussen twee mensen met verschillende wereldvisies, die aanvullend of tegenstrijdig kunnen zijn. Voor mij maken je literaire voor- en afkeuren deel uit van het bredere patroon van je relaties, en zijn ze verbonden met het soort gezin dat je hebt, het leven dat je leidt. Hoewel schrijven in het algemeen niet per se "goed" is of zelfs "iets goeds" kan het een erg levendig iets zijn, ik bedoel dat het deel uitmaakt van het leven. Wanneer we een roman openslaan, begeven we ons, net als bij elke ontmoeting, in een gevarenzone." (Uit het voorwoord).

Tim Parks - De roman als overlevingsstrategie. Een nieuwe kijk op de relatie tussen schrijver, tekst en lezer. Amsterdam Arbeiderspers, 2017. Pb., 238 pg. Met lit. opg. ISBN: 978-90-295-07011.

© Jannie Trouwborst, september 2017.

maandag 17 april 2017

Jan Terlouw - Kop uit 't zand

Jan Terlouw behoeft geen introductie. Wie hem niet kent van zijn kinderboeken of de spannende romans samen met zijn dochter, kent hem beslist als politicus. Zijn zorgen over het klimaat bracht hij onlangs tijdens een lang televisie-interview nadrukkelijk onder de aandacht in een emotioneel betoog. Hoewel velen nog lang smalend napraatten over "het touwtje uit de brievenbus" zijn uiteindelijk de boeken die in het interview ter sprake kwamen van groter belang. Het zijn opnieuw een jeugdboek: Het hebzuchtgas, en daarnaast Kop uit 't zand, een novelle over het klimaat.

Hoewel ik me bewust ben van de gevaren van de klimaatveranderingen en de noodzaak de CO2 uitstoot te beperken en daar graag mijn bescheiden bijdrage aan wil leveren, ben ik geschrokken van wat ik dankzij de novelle van Terlouw bijleerde. Om deze belangrijke informatie onder de aandacht te brengen van zoveel mogelijk mensen heeft hij die in deze novelle verwerkt. Ik kan niet stellen dat het een literair hoogstandje is geworden. Maar wel een aardig achtergrondverhaal bij een belangrijke boodschap en juist door die boodschap het waard om besproken èn gelezen te worden.

Het verhaal speelt voor een groot deel in een denkbeeldige (maar niet onwaarschijnlijke) toekomst. Bart is afgestudeerd in de Weg- en waterbouw in Delft. Hij is getrouwd met Fleur, juriste. Op een symposium ontmoet hij Arie, die bij Rijkswaterstaat werkt. Ze raken bevriend en biljarten geregeld samen. Arie probeert Bart te overtuigen dat het noodzakelijk is om maatregelen te nemen tegen de stijging van de zeespiegel en dat de CO2 uitstoot beperkt moet worden om erger te voorkomen. Op zijn werk bij Rijkswaterstaat wordt er niet naar hem geluisterd en ook Bart denkt dat het allemaal wel meevalt. Zijn onmacht om zijn reële zorgen duidelijk te maken, drijft Arie tot wanhoop en hij neemt een drastisch, afschuwelijk besluit.

Bart voelt zich geroepen het levenswerk van Arie voort te zetten, maar niet met evenveel inzet. Het zet allemaal weinig zoden aan de dijk. De politiek reageert ook nogal laconiek. Het leven kabbelt voort, halfslachtige maatregelen zouden het tij moeten keren, maar dat die niet voldoende zijn, blijkt als er een enorme watersnoodramp uitbreekt. De inmiddels bijna volwassen kinderen van Bart en Fleur nemen het heft in eigen handen: ze hebben geen geloof meer in de loze beloftes van de politiek en in de capaciteit van de wetenschappers om veranderingen af te dwingen. Het gaat immers om hun toekomst en die van hun kinderen. Toch zijn er nog enkele rampen nodig om er voor te zorgen dat men echt naar hen luistert.

Tussen de regels door maakt Terlouw duidelijk hoe de stand van zaken wat betreft het klimaat nu is, wat er te verwachten valt en waarom het omslagpunt nadert, waarop een ramp niet meer te voorkomen is. Welke mechanismen er dan in werking treden die elkaar alleen nog maar zullen versterken en niet te stoppen zijn. Angstaanjagend. En overtuigend.

Geen sterren van mij voor deze novelle. De inhoud is vele malen belangrijker dan de vorm. Het verhaal leest gemakkelijk weg, maar des te ongemakkelijker is de boodschap. Kop uit 't zand dus en allemaal lezen. En dan met kennis van zaken besluiten wat het juiste antwoord op deze noodkreet moet zijn.

Jan Terlouw - Kop uit 't zand, een novelle over het klimaat. Uitgeverij De Kring, 2016. Pb., 95 pg. ISBN:978-90-6297-046-5.

© Jannie Trouwborst, april 2017.

woensdag 26 oktober 2016

Lidewijde Paris - Hoe lees ik?

Kort na "Olijven moet je leren lezen" (over moderne poëzie lezen) van Ellen Deckwitz (KLIK HIER) verscheen Hoe lees ik? van Lidewijde Paris (over het lezen van moderne literatuur). Aanvankelijk twijfelde ik of ik het aan zou moeten schaffen. Ik heb al behoorlijk wat studieboeken op dat gebied. In de poëzie is veel veranderd de laatste 20 jaar. Het was dus niet meer dan logisch dat ik zou proberen mij de veranderende inzichten eigen te maken. Met proza leek dat minder noodzakelijk. Maar ik ben toch blij dat ik me door de enthousiaste verhalen van anderen heb laten overtuigen dat ook dit boek tot de standaarduitrusting van een enthousiaste en gemotiveerde lezer behoort. Naast het opfrissen van oude kennis leerde ik nieuwe begrippen kennen en zag ik prachtige voorbeelden voorbij komen. Het is me nog niet eerder gebeurd dat ik een studieboek maar moeilijk weg kon leggen: een aantrekkelijk citaat of kort verhaal lezen en tegelijkertijd bezig zijn met speuren naar de aangekaarte termen. Wat een fantastisch boek om te lezen!

Had ik dat maar eerder gehad! Hoezo? Een aantal jaren geleden heb ik voor een 55+ welzijnsorganisatie een cursus gegeven in: Hoe kun je met je leesclub meer uit een boek halen? Eigenlijk ging het om hetzelfde principe. Ik gebruikte daarbij voor de cursisten het boek Lezen en leesclubs van Inge Drewes en schreef het grootste deel van het lesmateriaal zelf. Dat was erg veel werk en ook het zoeken van bijpassende titels viel niet mee. Een jaar lang kwam alles stapje voor stapje aan bod. In elk volgend te lezen boek moest er meer benoemd worden: thema en motieven, perspectief en verteller, enz. Tot men aan het eind van de cursus het hele boek kon analyseren. Met daarbij de raad dat voortaan toch maar niet al te rigoureus te doen en zo een boek kapot te analyseren, maar vooral te letten op wat in dat speciale boek  opviel en het bijzonder maakte. In het daarop volgende jaar besprak elk van de leden zelfstandig een boek, rekening houdend met het geleerde.

Deze cursisten wisten waar ze aan begonnen. En de meesten vonden het heerlijk om zo meer houvast te hebben bij het bespreken van een tekst. Sommigen zaten al in een leesclub en hebben hun kennis daar verder verspreid. Met enkele andere cursisten hebben we een eigen leesclubje opgericht. Na vier jaar ben ik er mee gestopt. Ik vond het dankbaar, maar te intensief werk, ik bleef voor hen toch "de juffrouw". En ik wilde graag zelf weer aan lezen toekomen.

Dat ik destijds aan het lesgeven begonnen ben, is voortgekomen uit de teleurstelling die ikzelf ondervond toen ik om mensen te leren kennen in een voor mij nieuwe omgeving, me aanmeldde bij een regionale leesclub die Nederlandse literatuur besprak. Met stijgende verbazing moest ik constateren dat het vooral om het thema van het boek ging. Morele en politieke standpunten of gewoon persoonlijke verhalen of ideeën daarover kwamen uitgebreid aan bod. Als ik aan de beurt was om een boek te bespreken probeerde ik wel iets over het "onbetrouwbare perspectief" of het "gebruik van metaforen" te zeggen, maar dat werd én niet begrepen én niet gewaardeerd. Men las boeken om over de inhoud te discussiëren. Niets mis mee natuurlijk, als iedereen zich daar wel bij voelt. Maar voor mij was dat niet genoeg. Als de persoonlijke klik er dan ook nog eens niet is, dan is het snel over.

Als ik nu het succes zie van "Hoe lees ik?" ben ik dolgelukkig. Ik gun het mensen zó meer van literatuur te kunnen genieten, zo ingewikkeld is het niet, dat toont Lidewijde Paris wel aan. Maar mijn poëtica (zoals L.P. zegt) houdt in dat een boek pas goed is, als het ook zonder speciale kennis (literaire termen, context, diepere lagen, ect.) fijn is om te lezen. 

Want lezen moet in de eerste plaats plezierig zijn. Soms lees ik een boek daarom ook tweemaal: één keer om van het verhaal te genieten en één keer om te proberen te ontdekken hoe een schrijver het opgebouwd heeft en wat hij er allemaal in gestopt heeft. Voor mij is dat tweemaal genieten, maar als een ander genoeg heeft aan de eerste keer, dan is dat uiteraard ook goed.

Dus Lidewijde Paris: Dank je wel! Ik weet zeker dat je veel lezers op een nieuw en verslavend spoor hebt gezet. En mij weer wakker geschud. Want als je lang geen klankbord hebt gehad, dan word je gemakzuchtig.....

Lidewijde Paris - Hoe lees ik? Amsterdam,, Nieuw Amsterdam, 2016. Pb., 286 pg., met lit. opg. ISBN:978-90-468-2108-4.

© JannieTr, oktober 2016.

Ik lees Nederlands 37/35.

zondag 29 maart 2015

Ida Simons - In memoriam Mizzi

Wat een verrassing was In memoriam Mizzi voor me! Op twee manieren. Ten eerste omdat het erg aardig was van Cossee om me dit toe te sturen en ten tweede omdat de inhoud van dit kleine en mooi uitgegeven boekje zo bijzonder is. Het is eigenlijk onmisbaar voor wie genoten heeft van De dwaze maagd (KLIK HIER). Ondanks de biografische toevoeging van Mieke Tillema achterin dat boek bleven er vragen over bij veel lezers, ook bij mij. In dit boekje staat behalve de novelle waaraan de titel ontleend is, een nawoord van Eva Cossée met vooral informatie over de oorlogs- en kamptijd van de familie Simons. Samen met het toepasselijke beeldmateriaal (tekeningen, foto's, documenten) een waardevolle aanvulling.

Samenvatting

Het leven van een moeder en haar zoon in het kamp is zwaar, maar wanneer Herr Keppler vraagt of de jongen misschien van honden houdt, veren ze beiden op. Keppler laat hen kennismaken met Mizzi: niet zomaar een hond, Mizzi glimlacht, en moeder en zoon raken beiden in haar ban. Je zou het niet verwachten, legt Keppler uit, maar er worden wel meer dieren gehouden in het kamp - tot de leiding ze in de gaten krijgt. Zolang ze kan, glimlacht Mizzi naar de gevangenen en de zieken, naar de kinderen en de ouders. Onderwijl krijgt de lezer van dit wonderlijke, haast sprookjesachtige verhaal een zeldzame blik in het dagelijkse leven van de uitzichtlozen, en in het doorzettingsvermogen van mensen die vechten voor hun bestaan.
In deze uitzonderlijke novelle, voor het eerst gepubliceerd in 1956, vond Ida Simons haar stem: een zachte, subtiele stem, die zelfs niet stokt bij het vertellen van verhalen waarbij alles op het spel staat. (Bron: achterflap).


Leeservaring

Misschien niet gebruikelijk, maar ik kan het in dit geval aanraden: ik heb eerst het nawoord van Eva Cossée gelezen. Het omvat bijna de helft van het boekje, maar het is boeiend geschreven en geeft al bij voorbaat een antwoord op de vragen die zich anders wellicht opdringen bij het lezen van de novelle. Want dat het verhaal autobiografische achtergronden heeft, is wel duidelijk. De familie Simons verbleef in de concentratiekampen Westerbork en Theresiënstadt en werd tenslotte naar Zwitserland gestuurd bij een uitruil van gevangenen tegen materieel (!). Ze hebben om verschillende redenen geluk gehad en het er daardoor als gezin levend afgebracht, maar dat wil niet zeggen, dat ze niet door de hel  gegaan zijn. Maar zoals Eva Cossée haar nawoord besluit:

"In memoriam Mizzi, het verhaal van de grappige en troostende hond in het kamp, die de gevangenen en ook de kapo's laat lachen, is voor Jan geschreven. Wie het verhaal oplettend leest, zal snel vaststellen, dat Ida Simons in deze novelle het allermoeilijkste lukt: de juiste lichte toon voor haar lezers vinden zonder de poorten van de hel te laten verdwijnen."

En een mooi voorbeeld daarvan zijn de beginregels:

"De waarheid moet maar eens gezegd: de kinderen vonden het leven in het kamp heerlijk. Ze hoefden niet naar school, hun ouders konden geen toezicht houden, omdat ze de hele dag aan het werk waren; en het enkele uur dat ze samen met hen in de barak doorbrachten, waren de ouders zoet en gedwee.
Ze vonden alles prachtig wat de kinderen zeiden of deden; want altijd leefde in hun harten de bange vraag: hoe lang heb ik je nog bij me? - maar de kinderen wisten dat niet, die waren bijna altijd heel tevreden met hun vrijgevochten bestaan."

Voor in het boekje staat in de opdracht dat het verhaal geschreven is voor zoon Jan "om hem nooit te laten vergeten dat zelfs de donkerste uren verlicht kunnen worden door een warm hart". De gebezigde toon is soms bijna die van sprookjes, de hond Mizzi vormt de rode draad van het verhaal. Maar via Mizzi komt de ellende toch geregeld onnadrukkelijk in beeld en worden het verdriet en de angst voelbaar. Maar ook de troost die hij met zijn glimlach aan de kinderen schenkt. Een warm hart heeft ook de gebochelde joodse dokter die doet wat hij kan om het leed van de zieke kinderen (en hun machteloze ouders) te verzachten. Eind goed al goed? Ze leefden nog lang en gelukkig? Dat gold niet voor iedereen.

Toch: de ironie en de humor in de observaties van Ida Simons in De dwaze maagd ontbreken. Het is wel waar wat er beweerd wordt: in deze novelle (1956) vond ze de lichte toon waarmee ze De dwaze maagd (1959) kon schrijven. Volgens Eva Cossée heeft ze oorlog en de nasleep ervan van zich af proberen te schrijven in haar dichtbundel Wrange oogst 1940-1945, die in 1946 werd uitgegeven. 

De nieuwsgierigheid naar haar overige werk is met dit boekje erbij alleen maar groter geworden. Er moet naast In memoriam Mizzi nog een novelle gestaan hebben in Slijk en sterren (1956). En postuum verscheen Als water in de woestijn (1961), een roman. Daar ben ik nu wel heel benieuwd naar. Ik hoop stilletjes dat Cossée ook die een nieuw leven gunt, want een antiquarisch exemplaar kost inmiddels € 125....

Ida Simons -  In memoriam Mizzi. Amsterdam, Cossee, 2015. Geb. met stofomsl., 59 pg., ills., met een nawoord van Eva Cossée. ISBN: 978-90-5936-577-3.

Ik las dit boek als 13/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).
© JannieTr, maart 2015.


dinsdag 3 februari 2015

Beste Buren: 2015 is het jaar van Vlaanderen-Nederland

Dit weekend vond ik bij de tijdschriftenkiosk een Speciale editie van Elsevier, met de titel: Ons België. Wat Belgen en Nederlanders verbindt en scheidt, 200 jaar nadat zij een koninkrijk vormden.

Na de nederlaag van Napoleon in 1815 bedacht men tijdens het Congres van Wenen, dat er een sterke bufferstaat moest komen aan de noordgrens van Frankrijk. Dat werd het Koninkrijk der Nederlanden, een samenvoeging van het huidige België, Nederland en Luxemburg, onder het gezag van Koning Willem I. Een lang leven was deze staat echter niet beschoren: van 1815 tot 1830, het jaar van de Belgische opstand. Negen jaar later werden de scheidingspapieren getekend.


De laatste jaren is er sprake van steeds meer belangstelling voor onze zuiderburen. Voor 1815 was er zeker van verwantschap sprake, na 1830 veranderde dat. De laatste jaren is er echter weer sprake van toenadering en ontdekken we dat we toch meer verwantschap hebben, dan we dachten. Vandaar de titel van de glossy: ONS BELGIË.


De inhoud is zeer de moeite waard. Aan allerlei aspecten wordt aandacht besteed: de geschiedenis (samen en apart), feiten en cijfers (statistieken vergeleken), portretten (van Vlamingen die succesvol zijn in Nederland),  Nederlanders (wonend in België en gemengde huwelijken) , politieke verhoudingen (o.a. Groot Nederland?), economie, literatuur, cultuur, culinair, onderwijs. Deze droge opsomming doet geen recht aan de gevarieerde en aantrekkelijk gepresenteerde inhoud. Heel speciaal is bv. de paginagrote tekening van het "Literair banket" waar je (als op een zoekplaatje) 20 Vlaamse auteurs kan proberen te herkennen. De titel van het artikel luidt: Van stiefbroertje tot literaire broer....

Het komende jaar, van februari 2015 tot februari 2016 is het jaar van Vlaanderen-Nederland. Het accent ligt daarbij op creativiteit en culturele samenwerking. De glossy biedt een mooie kans om het geheugen op te frissen en daarna des te meer van de geplande projecten te kunnen genieten en profiteren.


Ons België. Amsterdam, Elsevier, febr. 2015. Glossy, 98 pg., € 8,95.

Hieronder meer informatie over de opening en het programma:
(Bron:Nederlandse Ambassade- Brussel)

Beste Buren begint!
 
Op 8 februari 2015 gaat BesteBuren - het jaar waarin we Vlaams-Nederlandse creativiteit en culturele samenwerking vieren - officieel van start in Lantaren Venster, Rotterdam. Met bijdragen van onder meer de minister-president van de Vlaamse regering Geert Bourgeois, de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders, de Nederlandse en Vlaamse ministers van cultuur Jet Bussemaker en Sven Gatz, de burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb en de wethouder Cultuur van Rotterdam, Adriaan Visser. Bovendien zijn er bijdrages van diverse Vlaamse en Nederlandse artiesten zoals Typhoon, Jef Neve, Abdelkader Benali, Annelies Verbeke, Ann Van den Broek, Brigitte Kaandorp en Naomi Velissariou. Tijdens het openingsprogramma maken de Nederlandse en Vlaamse ministers van Cultuur, Bussemaker en Gatz, de laureaat bekend van de Prijs der Nederlandse Letteren 2015.

Programma februari 2015 – februari 2016
Het jaar bestaat uit een programma van projecten in heel Vlaanderen en Nederland, variërend van klassiek tot cutting edge, van highbrow tot volkscultuur, en alles ertussenin. Opvallende samenwerkingen komen er onder meer met Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam en het Design Museum in Gent en met Stichting Urban Stylistix en Street Art Belgium. Bekijk de BesteBuren-agenda hier, en een overzicht van de eerste 50 gefinancierde projecten hier. De selectie voor de tweede ronde loopt momenteel.

Matchingfonds
De Vlaamse en de Nederlandse overheid hebben een matchingfonds beschikbaar gesteld om nieuwe culturele projecten te ondersteunen. De nadruk van gehonoreerde projecten ligt op jonge makers, verrassing, toekomstbestendigheid en innovatie. Aan het Vlaams-Nederlands Huis deBuren (Brussel) en DutchCulture (Amsterdam) is gevraagd het fonds te beheren en ceremoniemeesters te zijn van het feest.

BesteBuren Uitwisselingen
Centraal bij BesteBuren staat het concept van uitwisselingen. BesteBuren roept geïnteresseerden daarom op een uitwisseling aan te gaan met een Vlaamse of Nederlandse counterpart. Dat kan zowel letterlijk als figuurlijk. Wissel eens van stoel en maak kennis met de cultuur en creativiteit aan de andere kant van de grens.

Meer informatie op www.besteburen.eu, Facebook en Twitter @BesteBuren #BesteBuren. Schrijf je hier in voor de digitale nieuwsbrief.

© JannieTr, februari 2015.

woensdag 7 januari 2015

Keuzestress, hoe los je dat op? 10 Tips.

Onlangs kreeg ik de vraag van LALAGÉ LEEST hoe ik bepaal welke boeken ik ga lezen. Dat is een begrijpelijke vraag. Er verschijnt elk jaar zoveel moois en er waren daarvoor al zoveel boeken die niet aan de beurt kwamen en dan nog de klassiekers natuurlijk. Waar moet je beginnen?
Iedereen moet daarvoor natuurlijk zijn eigen oplossingen kiezen, maar ik deel graag de mijne. Misschien kun je er wat mee.

1. Dat ik mee doe met Ik Lees Nederlands is niet zo verbazingwekkend: ik las ook daarvoor al voornamelijk oorspronkelijk Nederlandse en Vlaamse literatuur. Het was ten eerste een manier om de hoeveelheid literatuur die ik bij moest houden en waaruit ik zou moeten kiezen, te beperken tot een overzichtelijker geheel. Ten tweede houd ik veel van het Nederlands en gaat er bij de meeste (niet alle) vertalingen veel verloren w.b. de beeldspraak, symboliek en connotatie van woorden. Ten derde kijk ik graag naar de ontwikkelingen binnen ons taalgebied. Debutanten lees ik graag, maar ook klassiekers en non-fictieboeken over aan Nederland gerelateerde onderwerpen.

2. Daarbinnen beperk ik het genre: ik lees geen literaire thrillers of chicklits, maar uitsluitend romans, poëzie en non-fictie, uitgegeven door literaire uitgevers. Wat onder literair verstaan moet worden is een hoofdstuk apart, maar ik ga er maar van uit, dat wat ik zoek bij deze uitgevers te vinden zal zijn.

Uitgeverij Cossee
3. Nu zijn er ook veel uitgevers, maar de ervaring van jaren leert, dat bepaalde uitgevers vaker boeken uitgeven die bij mijn smaak passen dan andere. Van deze uitgevers krijg ik de Nieuwsbrief over e-mail, ik volg ze via Twitter en Facebook en bekijk een paar maal per jaar hun aanbiedingscatalogi. Ik heb geen behoefte aan ongevraagde recensie-exemplaren (want wat ik niet interessant vind, lees ik niet), maar heb met enkele de afspraak dat ik op aanvraag een recensie-exemplaar kan ontvangen. De rest koop ik (tweedehands of nieuw) of leen ik via de bibliotheek: het liefst als papieren boek, maar soms als e-book omdat dat vaak eerder beschikbaar is.

4. Voor Klassiekers bestaat er een mooi boekje, uitgegeven door Waanders en de Koninklijke Bibliotheek (2003) : Het Literatuur boek. Bijna 450 pg., met de hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur tussen 1100 en 2003. En ja: er staan ook Vlamingen tussen! De keuzes zijn soms verrassend: ze zijn gemaakt door medewerkers van de KB en het Letterkundig Museum en het zijn niet altijd de meest voor de hand liggend titels. Aanbevolen!

5. Voor Debuten ga ik meestal naar de site van de Debutantenprijs (zie ook: Debutantenprijs blijft bestaan). Daar staan op een bepaald moment alle ingezonden debuten van het jaar op, later de longlist en nog later de shortlist waarover het publiek zich uit mag spreken. Al deze debuten worden ook gelezen en besproken door de LEESTAFEL (onder Nieuwe debutenrecensies). Dat is trouwens een heerlijke site met enorm veel besprekingen van allerlei Nederlandse en vertaalde boeken.

6. En dan telt ook nog het thema of onderwerp: spreekt dat me aan? 

7. Verder kan ik nog kijken op HEBBAN, DIZZIE, DE BOEKENSALON e.d. waar het wemelt van de lezersrecensies. Of de aankondigingen/besprekingen bekijken in BOEK_DELEN of de BOEKENKRANT (via de site of als abonnement).  De officiële recensiesites (van kranten of bv. Recensieweb, Literatuurplein e.d.) bekijk ik zelden, ik wil eerst mijn eigen mening vormen voor ik die eventueel raadpleeg.

8. Voor de Vlaamse boeken heb ik recentelijk deze site ondekt:  IEDEREEN LEEST.Te vergelijken met bv. Hebban. Een prima uitgangspunt als je niet zo thuis bent in de Vlaamse literatuur.

9. Op zondagmorgen is het vaste prik: VPRO BRANDS met BOEKEN. Een zeer informatief televisieprogramma. Overigens heeft VPRO-boeken ook een prachtig archief en een dagelijks radioprogramma.

10. En last but not least zijn er de blogs van vele collega boekbloggers die enthousiast boeken aanprijzen die ik anders misschien over het hoofd zou zien. Ik volg ze via Bloglovin' of Twitter of Pinterest.

Toch is ook mijn lijst langer dan ik waar kan maken. Ik lees een boek graag zorgvuldig, soms zelfs wel tweemaal als het erg mooi is, voor ik er een leesverslagje van schrijf. Soms vind ik het jammer dat er boeken niet aan de beurt komen, maar als ik voldoende heb kunnen genieten van wat ik wel las, dan is dat niet erg. Dat maakt alleen dat ik zorgvuldig moet kiezen en dat blijft moeilijk!

Succes en heel vooral heel veel leesplezier!

©JannieTr, januari 2015.

dinsdag 6 januari 2015

Debutantenprijs blijft bestaan, dankzij het ANV!

Het ANV heeft het mogelijk gemaakt om de Debutantenprijs te laten voortbestaan. De Debutantenprijs is een initiatief van DordtLiterair.

In het jaar waarin sommige van ons (boekbloggers) besloten hebben de Vlaamse literatuur meer aandacht te gaan geven worden we verrast met een verheugend persbericht. Na de schok dat de al 20-jarige Debutantenprijs een probleem had omdat de laatste sponsor zich terugtrok, werd onlangs onderstaand persbericht de wereld ingestuurd.

Ik heb hier heel blij mee en heb me weer aangemeld voor de Kernjury. (Uit onvrede over bepaalde zaken bij de vorige sponsor was ik daar na jaren mee gestopt). Binnenkort zal ik daar meer aandacht aangeven, want het is wellicht ook iets voor meer van de deelnemers aan de Ik Lees Nederlands uitdaging van 2015(KLIK HIER).


Wat is het ANV?

Op de website (KLIK HIER) staat o.a. het volgende:

Het ANV staat sinds 1895 voor de samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen. 
Missie
Het ANV wil de samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen op elk gebied bevorderen.
Doelstellingen
- De handhaving en de ontplooiing van de Nederlandse taal- en cultuurgemeenschap waar ook ter wereld
- de bevordering van de culturele integratie van Nederland en Vlaanderen
- het onderhouden van de verbindingen met de verwante taal, het Afrikaans, en met de daarmee verbonden cultuurgemeenschappen.


Hier het verheugende persbericht:

Het ANV heeft het mogelijk gemaakt om de Debutantenprijs te laten voortbestaan. De Debutantenprijs is een initiatief van DordtLiterair.
De prijs kent een rijke historie. In 1995 werd de toenmalige Dordtse Debutantenprijs voor het eerst toegekend aan Anna Enquist voor haar roman Het meesterstuk. De prijs, toen 9999 gulden, was een initiatief van de literaire stichting Perspektief (nu: DordtLiterair) en de gemeente Dordrecht, die de financiën beschikbaar stelde. Het bijzondere en unieke aan de prijs was én is dat het zowel een vakjury- als een publieksprijs is: een vakjury nomineert uit de Nederlandse en Vlaamse prozadebuten van een jaar eerst een longlist en daarna een shortlist van drie titels die door lezers in Nederland en Vlaanderen beoordeeld worden. De gezamenlijke oordelen bepalen de uiteindelijke winnaar.
Na het wegvallen van de gemeente Dordrecht als financieel ondersteuner nam Academica in 2008 het sponsorschap op zich. De geldprijs werd verhoogd naar € 10.000,- voor de winnaar en er kwam een aanmoedigingsprijs voor de overige twee debutanten.

In iets afgeslankte vorm wordt de prijs voor de winnaar dit jaar 7500 euro.

Winnaars van de prijs in het verleden waren bijvoorbeeld Erwin Mortier (2000) met Marcel, Gerbrand Bakker (2006) met Boven is het stil, Marieke van der Pol (2007-2008) met Bruidsvlucht, Ricus van de Coevering (2009) met Sneeuweieren, Ellen Heijmerikx (2010) met Blinde wereld, Erik Menkveld (2012) met Het grote zwijgen, Shira Keller (2013) met M. en dit jaar Hannah van Wieringen met De kermis van Gravezuid.

Bijzonder is dat in de geschiedenis van de prijs deze net zo vaak een vrouw als een man als winnaar had. Wellicht is dit te verklaren uit het feit dat de beoordelende lezers, gelijk het overgrote deel van het lezerspubliek, voor een belangrijk deel vrouw zijn.

Meer informatie op: www.dordtliterair.nl

Bron: persbericht ANV 



© JannieTr, januari 2015.

maandag 5 januari 2015

Niet alleen voor Leesclubs: Boek-delen

Boek-delen ("tijdschrift voor lezers en leeskringen") is aan haar 15de jaargang begonnen. In het colofon staat te lezen: Boek-delen is een tijdschrift voor iedereen met een levendige belangstelling voor literatuur, met specifieke aandacht voor het lezen in leeskringen. Verantwoordelijk voor de inhoud is de NBD ( Nederlandse Bibliotheek Dienst) Biblion. De discussietips die ze verzorgen zijn ook voor niet-abonnees gratis beschikbaar.

In de loop van deze 15 jaar is er het een en ander veranderd aan de inhoud. Daartoe worden de wensen van de abonnees regelmatig gepeild. Maar ook ontwikkelingen op lees- en leesclubgebied worden in de gaten gehouden. Zo gaat de inleiding van het jongste nummer over Slow-reading. Een stukje daaruit:

"Een belangrijke motivatie voor deelnemers aan de "Slow Reading Clubs" is dat zij bij zichzelf constateerden dat ze niet meer de concentratie konden opbrengen om een boek te lezen. Dat is een vaardigheid die onderhouden moet worden. Leden van leesclubs hoeven zich waarschijnlijk niet al te veel zorgen te maken op dit punt: hun verlangen om te lezen zal er voor zorgen dat zij zichzelf nog wel de tijd gunnen daarvoor (en, naar mijn idee, ook wel moeten nemen om zinvol met elkaar over een boek te kunnen praten). Maar ook een te groot leesverlangen kan het genot in de weg staan: er zullen altijd meer titels op het "to-do-lijstje" van een boekenliefhebber staan dan er in alle rust genoten kunnen worden. Kies bewust dus, als het om boeken gaat. Beter één boek in de hand, dan tien in "the Cloud".

Herkenbaar? Het is een van de redenen waarom ik op enig moment besloot me voornamelijk te beperken tot oorspronkelijk Nederlands (incl. Vlaams). In Boek-delen komen ook vertaalde boeken aan bod, maar het merendeel gaat over boeken van Nederlandse en Vlaamse auteurs.

Wat staat er zoal in?

In het laatste nummer van Boek-delen (dec. 2014): Een interview met Amy Bloom gevolgd door de analyse van Wij geluksvogels. Met daarbij discussietips voor een bespreking. Uiteraard zijn die ook goed te gebruiken voor individuele lezers, die meer uit hun boek willen halen.

In de rubriek Nieuwe namen aandacht voor Nina Weijers - De consequenties en in Van alle tijden komt Francoise Sagan aan de beurt met haar Bonjour tristesse.
Recensies zijn er over Monte Carlo van Peter Terrin, Gebed voor de vermisten van Jennifer Clement, Tijgers in de nacht van Fiona McFarlane en Bodemdrang van Laura van der Haar (poëzie).

Er zijn discussietips gemaakt voor: Anna Enquist - Kwartet, Ida Simons - Een dwaze maagd, Wessel te Gussinklo - Zeer helder licht, Nina Polak - Wij zullen niet te pletter slaan, Siri Hustvedt - De vlammende wereld, Thomas van Aalten - Leeuwenstrijd.
In Literair landschap wordt de plek beschreven waar Karin Blixen (Out of Africa) werd geboren en begraven en waar een museum aan haar leven en werk gewijd is. Literair wandelen beschrijft een route door Schiedam.

Het Dossier tenslotte gaat over Gijs IJlander: eerst zijn biografie en aandacht voor al zijn werken. Daarna een ananlyse van Vergeef ons onze zwakheid en discussietips bij de bespreking van dit boek (in totaal 6 pagina's).

Het blad verschijnt 4 keer per jaar. Je kunt er een abonnement op nemen (een voor de hele club of tegen gereduceerd tarief meerdere exemplaren), maar het is ook in te zien in de bibliotheek. Vaak kun je de oudere nummers ook lenen.

Is dat alles?

Nee, wie www.boek-delen.nl in tikt, wordt automatisch doorgesluisd naar deboekensalon.nl. Daar vind je allereerst alle informatie over Boek-delen. De Lezersservice is voor abonnees (je kunt o.a. romananalyses en auteursportretten bestellen). Maar de overige zaken zijn toegankelijk voor iedereen. Zoals het uitgebreide archief met discussietips (KLIK HIER) bij vele boeken. Het komende jaar zal ik proberen (indien beschikbaar) de link naar deze tips op te nemen aan het eind van mijn boekbesprekingen.

Hebban, Dizzy, Boekensalon?

En dan kan iedereen zich ook nog registreren bij de Boekensalon, vergelijkbaar met Hebban of Dizzy. Deze bestond al veel eerder, maar ik ben bang dat de functionaliteiten inmiddels ingehaald zijn door nieuwere sites.... Maar smaken verschillen, ieder zal zo zijn eigen voorkeuren hebben. Ook hiervoor hoef je geen abonnement te hebben op Boek-delen.
Op de homepage staan ook nog een aantal links naar nieuwe titels, de literaire agenda, winacties, ken uw klassiekers. Misschien toch eens even neuzen?

© JannieTr, januari 2015

zondag 28 december 2014

Wat zegt dat nou, zo'n lijstje?


Eindejaarslijstjes?

Het is zo verleidelijk om aan het einde van het jaar de balans op te maken en met allerlei rangschikkingen te komen. Ik vind dat ontzettend moeilijk. Mijn smaak bepaalt niet of een boek goed geschreven of mislukt is. Alleen of ik het met plezier heb gelezen en dat zegt niets over hoe een andere lezer het boek zal ervaren.
En de boeken die me tegenvielen? Die staan niet op mijn weblog, omdat ik dat weinig zinvol vind of omdat ik ze voortijdig dichtgeslagen heb. Conclusie? De boeken die mijn weblog wel haalden, zijn voor mij allemaal geslaagd. En ik heb ze allemaal met veel plezier gelezen.


Toch een beetje statistiek

Ik las dit jaar ongeveer 50 boeken, 37 daarvan haalden dit weblog en 32 daarvan waren oorspronkelijk Nederlands. Vlamingen schreven er 4 van. Er was 1 poëziebundel bij en 9 ervan waren non-fictie boeken. Van de 5 vertaalde boeken kwamen er 3 uit het Frans, 1 uit het Engels en 1 uit het Duits. Voor 5 gold dat je ze (min of meer) een verhalenbundel zou kunnen noemen. Ik las 11 debuten en 5 klassiekers.Van 4 auteurs las ik meer dan 1 boek dit jaar.
(De uitdaging van 2014 heb ik dus ruimschoots gehaald (20 stuks) en ik doe daarom weer mee met de Ik Lees Nederlands uitdaging (KLIK HIER). Voor het komende jaar heb ik besloten minstens 30 Nederlandse en Vlaamse boeken te lezen (eerlijk verdeeld) en daaronder ook 5 verhalenbundels).

Welke boeken kregen de meeste belangstelling? 

Ik postte op Twitter en op Facebook elk nieuw leesverslag en m.n. via Twitter (vaak dankzij uitgever en schrijver) zorgden de retweets voor veel bezoekjes aan mijn weblog. Hier dan toch een lijstje. De meeste belangstelling op mijn blog was er voor (klik op de link als je de recensie wilt zien):

Bregje Hofstede - De hemel boven Parijs (KLIK HIER)
Gijs IJlander - Vergeef ons onze zwakheid (KLIK HIER)
Jan van Mersbergen - De laatste ontsnapping (KLIK HIER)
Gerdien Verschoor - De kop van Wronski (KLIK HIER)
Hans Fallada - Alleen in Berlijn (KLIK HIER)
Kris van Steenbergen - Woesten (KLIK HIER)


Mijn favorieten?

Ik genoot van alle boeken die op dit blog staan. Maar misschien had ik sommige boeken wat meer belangstelling gegund dan ze blijkens de statistieken kregen. Misschien iets voor het komende jaar? Dat geldt voor:

Peter Zantingh - Een uur en achttien minuten (KLIK HIER)
Hannah van Wieringen - De kermis van Gravezuid (KLIK HIER)
Ineke Riem - Zeven pogingen een geliefde te wekken (KLIK HIER)
Remco Campert - Licht van mijn leven (KLIK HIER)

Nou vooruit, omdat het er nu eenmaal bij hoort. Moeilijk kiezen uit al deze mooie boeken, maar het meeste leesplezier beleefde ik dit jaar toch aan Woesten van Kris van Steenberge (KLIK HIER).

© JannieTr, 28 december 2014.

maandag 17 november 2014

De Voedselzandloper en Het Dovemansorendieet


November 2014

Ze staan inmiddels broederlijk naast elkaar in mijn boekenkast: De Voedselzandloper: over afvallen en langer jong blijven van Kris Verburgh (2012) en Het Dovemansorendieet:  Over zin en onzin van gewichtsverlies van Maarten 't Hart (2007). Ze horen bij elkaar, vind ik, maar of zijzelf het daarmee eens zijn, durf ik niet te beweren. Van Kris Verburgh kun je zeggen dat hij nogal "recht in de leer" is, terwijl we inmiddels van Maarten 't Hart wel weten dat hij dat juist bij voorkeur niet wil zijn. Maar dat neemt niet weg dat er voor mij voldoende overeenkomsten tussen deze twee boeken bestaan om ze hier samen te willen bespreken.

Wie alleen op de titels afgaat, zou kunnen denken dat het hier om dieetrichtlijnen gaat die dienen om af te vallen. Voor beide boeken geldt: dat is beslist niet zo. De heren zijn het erover eens, dat een levensstijl gebaseerd op gezond voedsel en geregelde lichaamsbeweging voldoende is om gezond oud te worden en een normaal gewicht te bereiken. Ze willen daarom ook niets weten van extreme, eenzijdige diëten of overmatige sportactiviteiten.

En is die boodschap wezenlijk anders dan die van het Nederlandse Voedingscentrum, dat hetzelfde beweert over de Schijf van Vijf?  Jammer is alleen dat het Voedingscentrum te star is (en te zeer gebonden aan andere belangen?) om mee te gaan met veranderende wetenschappelijke inzichten elders in de wereld.  (Zie verderop twee voorbeelden daarvan).

De Voedselzandloper las ik vorig jaar en vorige maand Het Dovemansorendieet. Een groot verschil tussen de beide heren is de manier waarop ze hun boodschap brengen. Kris Verburgh heeft medicijnen gestudeerd en heeft een degelijk boek geschreven, met een lange semiwetenschappelijke inleiding. Daar moet je echt wel even voor gaan zitten, maar dan geeft het wel inzicht in de redenen waarom hij de Voedselzandloper heeft ontworpen en de manier waarop de verschillende voedingsmiddelen daarin passen. Maarten 't Hart studeerde biologie en ook al is dat al langer geleden, hij heeft voldoende aanknopingspunten om zijn standpunten over een gezonde manier van omgaan met ons voedsel op een simpele èn humoristische wijze te verduidelijken. Helemaal eens zijn ze het niet, maar de grote lijnen en de strekking zijn hetzelfde.

Maarten 't Hart merkt in zijn boek terecht op dat mensen graag een dieet WILLEN hebben, ze zijn op zoek naar eenvoudige lijstjes: "dat mag ik wel, en dat niet". Veel van de extreme diëten voldoen daaraan, vaak lijken ze ook resultaat te hebben, maar uiteindelijk gaan ze ongemerkt ten koste van de gezondheid, zijn ze niet vol te houden of zorgen voor een zgn. jojo-effect.

Kris Verburgh benadrukt in zijn boek, dat hij niemand iets wil voorschrijven, dat hij alleen aangeeft wat er wetenschappelijk is vastgesteld over bepaalde voedingsstoffen en onze stofwisseling en dat de verantwoordelijkheid om te kiezen voor een bepaalde levensstijl geheel bij ons zelf ligt.

Als Maarten gelijk heeft, dan zitten de meeste mensen daar niet op te wachten. En gebruiken ze de Voedselzandloper toch als voorschrift. En daar gaat het m.i. verkeerd: als je weet waarvoor je kiest en dat bewust doet, dan zul je op den duur een levensstijl ontwikkelen die vol te houden is. Dus dat is waar ik vorig jaar aan begonnen ben: ik vertrouw op de integere wijze waarop Verburgh de wetenschappelijke literatuur bestudeerd heeft en heb daarop mijn eetpatroon aangepast op een manier die niet volledig overeenkomt met wat hij ontdekte, maar waar ik wel achter kan staan. Ik heb mijn eigen verantwoordelijkheid genomen en gekozen wat ik verantwoord vind. Het past bij mij en dat is belangrijk. Ik eet dus bv. wèl volkorenbrood en gèèn sojamelk maar yoghurt. Alleen nog vis en af en toe kip. Veel noten en groenten. Dat geldt ook voor bewegen: voldoende, normale, gezonde beweging. Niets extreems. En daar voel ik me goed bij.

En toen las ik Het Dovemansorendieet. Dat was echt genieten: Maarten 't Hart ten voeten uit. Met veel humor en ironie schets hij zijn jeugd, neemt hij Bijbelteksten over voeding op de korrel en vreemde diëten en gedragingen, beveelt voedsel aan of keurt het af. En daarbij overdrijft hij graag, spot of provoceert: wie zijn stijl kent, weet wat ik bedoel. Maar tussen de regels door blijk ik, via de Voedselzandloper, het toch aardig met hem eens te zijn. Daarom leest het zo prettig: op een leuke manier gebrachte, zinnige informatie, met de nodige autobiografische anekdotes en grotendeels overeenkomend met mijn eigen ideeën over een gezonde levensstijl.

Twee voorbeelden

Het boek van Kris Verburgh verscheen 5 jaar na dat van Maarten 't Hart. Het werd een hype en daar werden sommige instanties erg zenuwachtig van. Het is jammer dat Kris Verbrugh niet zo goed uit de verf komt op tv: schrijven kan hij wel, maar je verweren tegen agressieve tegenstanders, die je boek vaak niet eens gelezen hebben, is lastig. Maar laat het een troost zijn, dat zijn theorieën langzamerhand een voor een bewezen worden. Twee voorbeelden zijn er al.

1. In de Voedselzandloper wees Verburgh op verschillende onderzoeken waaruit zou blijken dat melk helemaal niet zo gezond is als wij veronderstellen. Uiteraard werd hij furieus aangevallen. Maar de wereld wordt wakker en er wordt steeds meer onderzoek naar gedaan. Vorige maand werden de resultaten bekend uit een groot Zweeds onderzoek. Toen ik de reacties daarop in het nieuws zag was ik verbijsterd: Een hoogleraar(!) gaf schoorvoetend toe, dat het onderzoek aan alle eisen van goed wetenschappelijk onderzoek voldeed, maar hij vond dat de uitkomst ervan zo onwaarschijnlijk was, dat die niet waar kon zijn! En schonk grijnzend een glas melk in. Zijn we terug bij Galilei en Copernicus: dat het zo onwaarschijnlijk is dat de aarde om de zon draait in plaats van andersom, dat dat dus niet waar kan zijn en dus heiligschennis is? Melk moet?

2. Verbrugh wees ook op onderzoek in Amerika naar de behandeling van Diabetes-type 2. Een gezond voedsel- en beweegprogramma had opmerkelijke resultaten: deelnemers hoefden minder of geen medicijnen meer te nemen en het aantal beroertes en hartziekten nam af. En wat las ik vorige week in de krant: er is een vergelijkbare proef gedaan onder de titel: "Keer diabetes-2 om". Minder koolhydraten bleek van belang en gezonde vetten. De resultaten waren zo uitzonderlijk, dat 2 zorgverzekeraars dit programma aan gaan bieden aan hun verzekerden. Bovendien bleek dat een van de bijwerkingen van de medicijnen die de diabetici kregen voorgeschreven was dat ze er buikvet van kregen en steeds dikker werden! En dat was nu juist niet de bedoeling.

We zullen er maar van uitgaan dat Kris Verburgh voorlopig nog een roepende in de woestijn is, maar dat hij nog jong genoeg is om mee te maken dat op een dag zijn Voedselzandloper door het Voedingscentrum ingevoerd zal worden. En tot die tijd moet hij er maar rekening mee houden dat veel van zijn ontdekkingen en adviezen aan Dovemansoren gericht zijn.

Maarten 't Hart - Het Dovemansorendieet. Over zin en onzin van gewichtsverlies. Amsterdam, De Arbeiderspers, 2007. Geb., 161 pg., fig., ills. ISBN: 978-90-295-6581-3.

Kris Verburgh - De Voedselzandloper. Over afvallen en langer jong blijven.  Amsterdam, Bert Bakker, 2012. Paperback, 375 pg., graf., tab., lit. opg., index. ISBN: 978-90-351-3758-5. 

©JannieTr, 17 november 2014.

Ik las dit boek als 25/20 voor Ik-lees-Nederlands 2014.


Naschrift: Achteraf ontdekte ik een filmpje waarin Maarten 't Hart De Voedselzandloper bespreekt (KLIK HIER). Zijn oordeel is negatief, maar eigenlijk komt hij niet verder dan zijn (èn mijn) bezwaar tegen het afwijzen van brood door Verburgh. Er staat ook wel veel goeds in, zegt hij aan het einde. Dat moet hij wel zeggen, want hij verwijst ook naar zijn eigen boek, waarin, zoals ik al schreef, veel dezelfde zaken voorkomen (zo stelt ook hij dat het overgewicht veroorzaakt wordt door o.a. suikerriet/-biet en zetmeel van tarwe, rijst en maïs). Daarom is het jammer dat hij, zoals velen, blijft hangen op de verkeerd geïnterpreteerde opvatting: "je mag geen volkoren brood eten".

En juist daarom ook is het leuk ze naast elkaar te lezen en dan te kijken of Maarten 't Hart wel eerlijk is in zijn kritiek! Misschien is het toch een beetje de kift, om het succes van deze "26-jarige snotneus"?