Posts tonen met het label dichtbundel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dichtbundel. Alle posts tonen

dinsdag 9 november 2021

Ineke Riem - Fantasii

Ineke Riem (Oudenhoorn, 1980) schrijft proza en poëzie en illustreert haar teksten zelf. Via haar debuut Zeven pogingen om een geliefde te wekken (2013) maakte ik kennis met haar werk. Deze roman werd bekroond met de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs en de Bronzen Uil en genomineerd voor de Academica Literatuurprijs. Daarna verschenen haar poëziedebuut Alle zeeën zijn geduldig (2015), de roman Rauw hart (2017) en de bundel korte verhalen Onderwaterverhalen (2020). 
 
En nu is daar de nieuwe dichtbundel Fantasii, waarin geregeld dezelfde magische, sprookjesachtige sfeer wordt opgeroepen als in haar eerdere werk. Op boeiende wijze speelt ze met dromen, fantasieën en herinneringen en gunt ze de lezer een intrigerende blik op haar bijzondere beleving van de werkelijkheid.
De bundel bevat 7 gedeelten met elk 5 gedichten gewijd aan een bepaald thema, plus een toegift. De volgorde van de thema's lijkt een reis door het leven van de dichter.
 
De letter i. Waar is het kleine meisje gebleven? Mooie herinneringen komen plotseling onstuitbaar vanuit de diepte naar boven. Ze mijmert over vroeger.
 
Het verleden dobbert rond in dit moment.
 
Dan begint de tafel te dansen.
Stoelen buitelen, de naald van de pick-up
krast seismische golven op een plaat.
De wereldkaart valt van de muur.
 
Onbewuste tektoniek vernielt mijn sterrenplafond,
ik zie het vensterglas versplinteren.
Brokken woestijnroos rollen van de vensterbank, boeken schokken,
de houten vloer barst onder mijn voeten.
 
De breuklijn schrijft: ik wil naar huis.
 
Ik weet een ven met lissen,
waar zwanenbloemen groeien,
waar het riet hoog is
en je je kunt verstoppen voor de grote jongens.

(Uit: Stickers en fossielen)

Er volgt een donkere periode in De Nacht. Dan het geruststellende besef onderdeel te zijn van al het leven op aarde in Landschap worden. In Astrale excursies wordt verbinding gezocht met het verre verleden en de kosmos. Terug op aarde probeert ze weer houvast te vinden en ontdekt Redenen voor voorzichtig optimisme. Ze ziet Perspectieven, al zijn die niet allemaal even hoopgevend. En tenslotte volgt het Zwanensaluut, waarover zo meer.

Natuurlijk doe ik met deze opsomming de gedichten binnen de thema's tekort. Ze vragen allemaal om aandachtig lezen en herlezen. Er staan prachtige metaforen in en ze bevatten verborgen betekenissen. Het zijn soms heerlijke puzzels, die een beroep doen op je eigen ervaringen. In sommige herken ik de omgeving waarin Ineke Riem opgroeide en waar ik zelf 30 jaar woonde.

Het gedeelte Zwanensaluut gaat over jezelf hervinden, over de kringloop van het leven, over afscheid nemen. Twee gedichten gaan over het afscheid nemen van haar moeder. 

Buiten liggen er grote plassen op de kale akkers, regenbogen vallen
uit decemberwolken. In een wei hebben tientallen zwanen zich verzameld
om je uit te zwaaien. Oma huilt tranen van bloedkoraal,
maar ik ben vreemd kalm. Waar zou ik nog bang voor moeten zijn?
Je bestaat al in mijn gedachten. De wind fluit je naam.
Mijn zusje draagt je ringen, een mapje met je optimisme rolt uit je handtas.

(Uit Het zwanensaluut)

Alle figuren uit de kinderboeken die haar moeder haar voorlas, verwerkt ze op inventieve wijze in Mama en de Maximonsters. Behalve ontroerend is het gedicht een puzzel die erom vraagt alle figuren te herkennen en de boektitels erbij te zoeken. 

Ze is een kleine kapitein die over golvende bladzijden navigeert. (...) 

soms is ze heel even mijn moeder die uit een boek voorleest (...)

In het holst van de nacht verstopt ze zich in het achtste woud, ik kan haar niet meer vinden. Misschien hebben de Maximonsters haar meegenomen. Nu woon ik alleen in een groot huis, ik heb vlechten en ik weet bijna zeker dat ik ontstaan ben uit haar fantasie.

(Uit: Mama en de Maximonsters)

Er valt nog zoveel te ontdekken in deze bundel, dat ik nog lang niet uitgelezen ben.

Eind november 2021 verschijnt in de serie Literaire Juweeltjes (verkrijgbaar bij Bruna) een boekje van Ineke Riem met de titel Herinneringen van een zeemeermin. Daarin 4 verhalen, waarvan er twee eerder verschenen (Voorbereidende aardrijkskunde en Grote roze vogel) en twee nieuwe in de sfeer van de verhalenbundel Onderwaterverhalen (De leugens van Hans Christiaan Andersen en Tesselschade). Het ontroerende, autobiografische verhaal Grote roze vogel verscheen eerder in Het Parool en gaat over het overlijden van de moeder van Ineke Riem. Het geeft een extra dimensie aan het lezen van de laatste gedichten uit de bundel Fantasii.
 
Ineke Riem - Fantasii Amsterdam, De Arbeiderspers, 2021. pb., 71 pg. ISBN:978-90-295-44221.

© Jannie Trouwborst, november 2021.

Lees ook wat Lalagè over deze gedichtenbundel schreef.

woensdag 11 december 2019

Oktober en november: wat las ik?

De tijd vliegt en alweer zijn er twee maanden voorbij, waarin ik nauwelijks blogde over gelezen boeken. Het is niet alleen dat ik het bloggen moeilijk kan opbrengen, ook het lezen verloopt niet meer zoals ik gewend was. Het valt me zwaar om mijn aandacht bij een boek te houden en al helemaal als het me niet meteen boeit en me echt afleiding bezorgt. De oogst van de afgelopen maanden is dus magertjes en dat ligt meer aan mij (en de omstandigheden) dan aan de boeken die ik wel las, maar niet bespreken zal. 

Voskuil: Ik ben ik niet

Laat ik beginnen met het "Voskuilproject". Het Bureau 1 en het Bureau 2 zijn uit. (Ik schreef daar eerder over. (Zie hier 3 afleveringen). Van medeblogster Sue kreeg ik Ik ben ik niet. Omdat ik me tijdens het lezen van Het Bureau vaak afvroeg in hoeverre Maarten Koning samenviel met J.J. Voskuil besloot ik dat eerst te lezen, in de hoop er wijzer over te worden. 
Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste bevat een samenvatting van de gesprekken die Detlev van Heest voerde met Lousje Voskuil over haar man en hun leven samen. Ik vond het heerlijk om te lezen. Zonder twijfel stond Lousje model voor Nicolien: dat wordt duidelijk in het woordelijke verslag van hun gesprekken. Over Han Voskuil als Maarten Koning ben ik weinig wijzer geworden. Ze hebben heel veel gemeen. Het Bureau als een soort van dagboek beschouwen gaat misschien te ver, maar er zijn genoeg overeenkomsten, als ik de verhalen van Lousje mag geloven.
Volgens de achterflap leest het tweede deel als een zelfportret. Het zijn bespiegelingen en boekbesprekingen. De meningen en thema's uit deze periode vóór Het Bureau zullen in zijn latere werk naar voren komen: vriendschap, vervreemding en vijandschap. Ik ben wel begonnen aan dit gedeelte, maar op dit moment bleek het teveel gevraagd. Er worden veel buitenlandse schrijvers besproken die ik niet ken, dat maakt het volgen van een betoog lastig. Misschien later nog eens. Net als deel 3 van Het Bureau.

Deze haalden wel een blog

Op aanraden van mijn boekwinkelvriendin in Haarlem (Boekwinkel Gillissen & Co) las ik Het Zoutpad van Raynor Winn. Het boeide me vanaf het begin en ik las het met plezier. Daarna verraste Cossee me met De wonderdokter van Rinus Spruit. Een schot in de roos. Ze weten daar ondertussen wie en wat ik graag lees. Uit het archief van mijn oude blog dook ik Maarten 't Hart - Het psalmenoproer op, omdat het ter sprake kwam in een bespreking van zijn laatste boek (De nachtstemmer) en ik vind dat het nog wel wat aandacht verdient. Ik las het dus niet opnieuw, maar het is goed mogelijk dat dat er nog wel eens van komt. Begin november volgde Lijfrente, een gevoelige poëziebundel van Vrouwkje Tuinman. Over een jaar van rouw na het verlies van haar geliefde. Wie ooit een geliefde verloor zal er een en ander in herkennen, maar rouwen doet ieder mens op zijn eigen manier. Vrouwkje Tuinman heeft besloten haar proces met de lezer te delen. Een moedig besluit dat respect verdient.
In november ontving ik De Kolonieman: de biografie over Johannes van den Bosch. Een dikke pil met interessante informatie, maar die af en toe het nodige doorzettingsvermogen van me vroeg. Dankzij de prettige schrijfstijl van Angelie Sens lukte het me toch hem uit te lezen er er een blog over te schrijven.

Deze haalden het (nog) niet.

Allereerst is daar Kaf van Joep Stapel. Ik las de recensie van Sue (KLIK HIER) en het leek me een interessant debuut. Sue bracht het voor me mee tijdens onze vakantie bij haar in de buurt. Ik las het uit, maar het was te ingewikkeld voor me om er een blog over te kunnen schrijven. Door het constant wisselen van tijd en perspectief is zeer aandachtig lezen nodig en dat kon ik niet genoeg opbrengen. Lees dus vooral wat Sue er over schreef.
In de bieb leende ik Laura Broekhuysen - Flessenpost uit Reykjavik. Eerder las ik van haar Winter-IJsland. Ik werd daar erg door getroffen en was reuze benieuwd naar het vervolg. Omdat het haar persoonlijke ervaring beschrijft van emigreren naar een land waarvan je taal niet spreekt en de cultuur niet kent, boeide dit vervolg me wel. Schrijnend om te lezen hoe haar dochter haar langzaam lijkt te ontgroeien, als ze eenmaal op school zit. De symboliek die ze gebruikt om met muziektermen aan te geven hoe ze bepaalde zaken ervaart, kon ik niet helemaal volgen, vanwege een gebrek aan kennis daarvan. Dat het boek toch de moeite waard is, valt de lezen in de recensie op De Leesclub van Alles

Ichigo-ichie van Francesc Miralles/Hector Garcia beschrijft de Japanse wijsheid voor het beleven van onvergetelijke momenten. Misschien komt er nog een blog over binnenkort. Langs brede rivieren, een bloemlezing met gedichten over onze rivieren door Wim Huijser bevalt goed en ligt op mijn nachtkastje. Ook van zijn hand is het fraaie boekje: De kracht van het wandelen - ontstressen in de natuur. Ook dat maakt nog een kans op een recensie.

Wat lees ik nu?

Ik ben mijn boekenkasten maar eens ingedoken, op zoek naar iets dat verstrooiing kan brengen. Ooit vond ik in een boekenstalletje langs de weg in de buurt van Bellingwolde een boek van Thomas Rosenboom: Zoete mond. Omdat Publieke werken me heel goed bevallen is, nam ik het destijds mee. Maar ik zie altijd een beetje op tegen dikke boeken, dus het stond nog steeds ongelezen in de kast. Inmiddels ben ik er al een eind in gevorderd. 
Daar houd ik het maar even bij. Er staan nog wel een paar reserveringen uit bij de bibliotheek, ik blader geregeld in de nieuwe uitgeverscatalogi, mijn lijst met wat interessant lijkt, wordt steeds langer. Maar ik doe toch liever even rustig aan met lezen. We zien wel wat er nog op mijn pad komt.

© Jannie Trouwborst, december 2019.

vrijdag 22 maart 2019

Maart 2019: wat las ik?

Deze maand vroeg Sandra ons mee te doen aan de actie: Ik lees Nederlands. Eigenlijk doe ik dat meestal wel, maar als extra uitdaging, stelde ze, zou je eens uit je comfortzone kunnen stappen. Dat heb ik gedaan. Maar daarnaast las ik ook weer twee romans die bij me passen en een dichtbundel. Hieronder het overzicht.

Frederik Baas - Herberekening


Frederik Baas is het pseudoniem van Jan van Mersbergen. Hij gebruikt het voor zijn literaire thrillers, om een duidelijk onderscheid maken met zijn overige werk. Zijn romans lees ik graag en zijn eerste thriller Dagboek uit de rivier beviel me wel, om diverse redenen (volg de link voor de recensie). Het leek dan ook geen groot avontuur om de tweede thriller Herberekening als een uitstapje uit mijn comfortzone te gebruiken.

Samenvatting
In 'Herberekening' komt schoolverlater Leon op straat bij toeval een meisje tegen dat hij van school kent en dat al aan het werk is. Ze rijdt in een huurauto en moet ergens papieren ophalen. Ze vraagt hem om even op de huurauto te passen. Dat doet Leon, het meisje komt echter niet meer terug. Dan hoort hij vanuit de auto de stem van de navigatie: 'Volg de weergegeven route.' Leon besluit in te stappen en de taak van het meisje over te nemen. Hij gaat op pad, zonder te weten waarheen en wat hij vervoert. De navigatie leidt hem. In eerste instantie voelt dat goed: hij heeft een taak en een doel, alles is overzichtelijk en eenvoudig en ook belangrijk. Maar langzaam wordt hem duidelijk dat het een duistere zaak is en hij worstelt met zijn ongevraagde betrokkenheid en daarmee samenhangende schuldvraag.

Het verhaal heeft een aparte structuur: achteraf moet Leon in een politiecel opschrijven in steekwoorden (die de titel van de hoofdstukken vormen) wat er precies gebeurd is. Zo beleven we stapje voor stapje zijn reis en de gevolgen en de bijzondere plot met hem mee. De spanning wordt langzaam opgebouwd en het verhaal wordt naar een onontkoombaar einde geleid. Knap in elkaar gezet, maar toch... Bij Dagboek uit de rivier voelde ik me veel meer betrokken. Ik vermoed dat dat komt omdat ik me maar moeilijk in de hoofdpersoon, de 19-jarige Leon, kon verplaatsen. Maar ik kan me heel goed voorstellen dat jongeren dat wel kunnen. Eigenlijk vind ik het meer een Young Adult boek. Die zullen het zeker met plezier lezen en zichzelf er ongetwijfeld in herkennen. Voor mij was het niet meer dan een tussendoortje, in afwachting van zijn volgende roman: De onverwachte rijkdom van Altena.

Zonder daar al te veel over te willen verklappen, speelt religie een rol in deze thriller. Dat was nog veel meer het geval bij de beide andere romans die ik las deze maand.

Esther Gerritsen - De Trooster

Van Esther Gerritsen las ik eerder Roxy, een wurgend mooi verhaal over hoe verschillend mensen om gaan met rouw (volg de link voor de recensie). Ik nam mij voor meer van haar te lezen. Eindelijk is daar nu de tijd voor en kon ik De Trooster lezen. 

Samenvatting
Geheel tegen de regels van het klooster in wordt een nieuwe gast opgevangen door Jacob, de conciërge. Aanvankelijk stelt Jacob, zich bewust van de hiërarchie binnen de orde, zich terughoudend op. Maar gaandeweg groeit er een verstandhouding tussen de gelovige conciërge en de gast die een misdaad op zijn geweten heeft. Jacob verliest zich in de aandacht die hij krijgt en is bereid ver te gaan om de vriendschap te behouden.
Esther Gerritsen volgt het verhaal van de conciërge parallel aan het lijdensverhaal van Christus. Op de haar bekende scherpe manier ontleedt ze de relaties tussen mensen, de verwachtingen en belangen die daarbij spelen en ze stelt de vanzelfsprekendheid der dingen ter discussie. 

Bijzonder aan dit verhaal (en ook aan het volgende dat ik hierna zal bespreken) is de religieuze context. De religie speelt in De Trooster een belangrijke rol, toch komt het verhaal niet belerend over. De karakters van de hoofdpersonen en de onderlinge verhoudingen krijgen de meeste nadruk. Knap hoe de religie daarbij een onderschikte rol LIJKT te spelen, maar ondertussen van wezenlijk belang is. Respectvol gebracht, anders kan het niet omschreven worden, naar zowel gelovigen als lezers die daar niets mee hebben. Zoals bij Roxy rouwen om individuele beleving vroeg, geldt dat hier voor de religie. Zo'n worsteling voelbaar maken, dat is wederom gelukt! 

Marie de Meister - De stilte van Thé


Opnieuw een roman waarin de katholieke godsdienst een grote rol speelt. Op een andere manier en met een totaal andere uitwerking.

Samenvatting
De stilte van Thé gaat over Sophie Keller, een succesvolle tv-journaliste. Ze is de dochter van Thé, die liever non wilde zijn dan moeder. Ze bevalt in het klooster en haar dochter wordt opgevangen in een pleeggezin (bij haar zus Toosje). Sophie vermoedt dat ze geen echt kind is van haar pleegouders, maar het wordt haar pas op haar 18de echt duidelijk. Ze raakt op latere leeftijd helemaal in de knoop met zichzelf en besluit uiteindelijk haar moeder op te zoeken om haar te vragen waarom ze haar weggedaan heeft. Dat valt niet mee, want moeder Thé alias zuster Barbara woont in een klooster waarin niet gesproken wordt. Bezoeken kan alleen als er samen gebeden wordt, vragen stellen kan dus niet.
Het verhaal van Sophie tijdens haar crisis wordt afgewisseld met brieven van Thé uit een ver verleden aan haar oudste zus Magda, die non is geworden voor de missie. Door deze brieven in chronologische volgorde af te wisselen met het verhaal van Sophie, kom je als lezer steeds dichter bij de waarheid over het afstaan van Sophie. Zowel de worstelingen van Sophie als die van haar moeder Thé komen zo mooi tot uitdrukking en uiteindelijk vallen ze samen in een voor beiden aanvaardbaar heden. 

Een van de thema’s die in dit boek naar voren komt, is het nurture/nature debat: wordt een kind gevormd door de opvoeding of door de afkomst of is het een combinatie en in welke verhouding dan? En dan daarnaast de vrijheid van het individu om een eigen levensweg te kiezen. In hoeverre moet je daarbij rekening houden met de mensen om je heen. De godsdienst zelf speelt echter een heel andere rol dan in De Trooster. Ze veroorzaakt onnoemelijk veel leed, maar er wordt ook een poging ondernomen om begrip te vragen voor diep religieuze overtuigingen en daar respect voor te hebben, al kun je ze niet helemaal berijpen. Ook hier geen belerende toon, maar vooral een blik op de menselijke worstelingen, met hun (on)geloof, opvattingen en onderlinge verhoudingen. Een verhaal dat nog lang na bleef zingen in mijn hoofd.

Hanny Michaelis - Een keuze uit haar gedichten door J.J. Voskuil

Dat uitgerekend J.J. Voskuil (1926-2008) een persoonlijke keuze maakte uit de gedichten van Hanny Michaelis (1922-2007) was voor mij een aangename verrassing. Soms valt alles op zijn plaats. Mijn allereerste op 20-jarige leeftijd zelf gekochte en nog steeds dierbare dichtbundel was van Hanny Michaelis:  Onvoorzien (1966). Sommige gedichten daarin vond ik terug in de keuze van Voskuil.

Inleiding
"Op zaterdag 1 augustus 1987 at Hanny Michaelis bij ons. Een paar uur later brachten we haar naar huis. Het was een warme zomeravond. Hoewel het al laat was, waren er nog veel mensen op straat. Op de hoek van de Herengracht en de Herenstraat kruiste ons pad dat van Jan Fontijn, Charlotte Mutsaers en hun hond. We groetten elkaar. Voortlopend vroeg ik me af hoe ze ons zagen: de grootste levende dichteres van Nederland en een man die lang geleden een dik boek over studenten had geschreven. Onwaarschijnlijk dat ze dat een van drieën gedacht hadden. Dat vond ík, hoewel ik een woord als "groot" niet gauw in mijn mond zou nemen. De ene dichter is niet groter dan de ander. Desgevraagd zou ik gezegd hebben dat geen andere dichter me zo aanspreekt en weet te ontroeren. Dat is nog zo. En dat zal wel zo blijven." (Inleiding van Voskuil).

In zijn inleiding noemt J.J. Voskuil haar poëzie 'direct, sober en onopgesmukt'. Poëzie die het verdient opnieuw en ook meer gelezen te worden. Ik las de bundel vanuit verschillende perspectieven: puur als de gedichten van H.M. en daarna als de keuze van Voskuil. Want die keuze zegt ook iets over hem. Het meest ontroerd is hij door haar liefdesgedichten, schrijft hij. Het grootste deel van de bundel bestaat daar dan ook uit. Voskuil stelt:

"De neiging om het onvermogen gelukkig te zijn te zoeken in het eigen tekort is terug te voeren op overbewustheid. Bij alles wat ze doet, ook op ogenblikken dat ze gelukkig zou moeten zijn, is er iemand in haar die toekijkt." 
Die manier van het gevoel hebben tekort te schieten, kom ik ook steeds tegen bij Maarten de Koning in Het Bureau, meer daarover een andere keer.

Het laatste gedicht is anders, maar trof me het meest. Het gaat over haar ouders, die in de oorlog weggevoerd werden, terwijl zijzelf als kind ondergedoken zat, en die niet meer terug kwamen.

Met mijn moeder die las
en breide tegelijk
en mijn vader die zes uur
per dag piano speelde
heb ik jarenlang gepraat,
gelachen en ruzie gemaakt
totdat ze werden ingelijfd
bij de legendarische 6 miljoen.
Een getal, waarover na ruim
een halve eeuw nog steeds
wordt geredetwist.
Hun gezichten beginnen te vervagen.
De klank van hun stem is
al bijna ontkleurd. Straks
ben ik er ook niet meer. Dan
zal het zijn alsof wij drieën
nooit hebben bestaan.
 

Hanny Michaelis
(Uit: Tirade, mei 2000)

  
En nu? 
Ik lees nu Foon van Marente de Moor, maar dat krijg ik niet meer uit deze maand. Het eerste deel van Het Bureau is wel uit. Daarover binnenkort een apart blog.

@Jannie Trouwborst, maart 2019.

zondag 10 maart 2019

Februari 2019: wat las ik?

Het was al een poosje stil hier. Wellicht is het sommigen van jullie opgevallen. Geen enkel blog, weinig reacties op Twitter, vrijwel geen Facebook. Het was voor mij even een tijd van bezinning. Ik las wel, maar in bloggen had ik weinig zin. Een paar maanden geleden worstelde ik er ook al mee. Ik dacht de oplossing gevonden te hebben, maar dat viel tegen. Dan is er dus meer aan de hand dan ik aanvankelijk dacht en dat kan ik niet langer negeren.

Wat dat betekent voor dit boekenblog kun je lezen in een persoonlijk stukje onder de titel Een nieuwe fase op mijn andere blog Verbeelding en Historie dat je HIER kunt vinden. Hierbij het eerste blog op Mijn Boekenkast nieuwe stijl.

Mijn leeservaringen van februari

Enthousiast gemaakt door Gerbrand Bakker voor het werk van J.J. Voskuil las ik De moeder van Nicolien (zie de recensie via de link). Daarna volgde Shinrin Yogu een non-fictieboek vertaald uit het Spaans en geschreven door Francesc Miralles en Hector García. Over hoe helend boswandelingen voor de gestresste stadsmens van tegenwoordig kunnen zijn. (Ook die recensie kun je via de link vinden.)

Over wat ik daarna nog las, schreef ik geen recensies meer. Maar ik wil de boeken hier wel even aanstippen. 

- Margje - Jan Siebelink.

Samenvatting:
Margje is een vervolg op Jan Siebelinks bestseller Knielen op een bed violen, het imposante verhaal over een gezin dat door de religieuze vader Hans Sievez te gronde wordt gericht. Ruben Sievez, de zoon uit Knielen op een bed violen, is in Margje een oudere man die gedurende een lange oudejaarsnacht terugkijkt op zijn leven, al dwalend door de leegstaande villa van zijn oom Anton. Daar, in de kelder, vond hij, een jongen nog, op een dag een album met daarin een foto van de oom met een jonge vrouw. In haar herkende Ruben onmiddellijk zijn moeder.

Een verhaal over een heel leven, dat van Margje en haar twee zoons. De jongste is haar lieveling, de oudste voert strijd om die plek in te nemen.


Door Knielen op een bed violen werd ik zo geraakt, dat alles wat ik daarna nog van Siebelink las, me tegenviel. Soms behoorlijk, soms een beetje. Dat is de prijs die een auteur soms betaalt voor een bestseller. Margje (over de vrouw van Hans Sievez) is niet onaardig, maar toch niet overal even sterk. De Buurjongen vind ik beter (voor recensie van beide titels, volg de link)

- Jean-Philipe Desbordes - Aiki, de eeuwenoude Japanse kunst van het ademhalen.


Samenvatting:
Meestal ademen we zonder erbij na te denken. Toch reageert je adem op je emoties: als jij zenuwachtig bent, gaat je adem versnellen en als je bang bent, wordt je adem oppervlakkig en versterkt dat je angst. Als je spierpijn hebt, kun je onbewust verkrampt gaan ademen, wat de pijn dan weer versterkt.
Maar wat als je het omdraait? Door je adem te reguleren kun je je emoties beïnvloeden. Zo blijf je zelfs op stressvolle momenten kalm en adem je je pijn weg!
De kunst van Aiki is eigenlijk heel simpel en iedereen kan het leren. Aiki stamt direct af van de Japanse krijgsdiscipline Aikido, waarbij er een specifieke ademhalingstechniek wordt gebruikt om volledig in je kracht te staan. Verdiep je in de theorie, focus op de oefeningen en adem jezelf sterk, fit en happy!


De uitgeverij Xander vroeg mij het boek te recenseren en omdat ik via de beoefening van de Chinese Tai Chi wel geïnteresseerd ben in deze materie, stemde ik toe. Helaas voldeed het boek niet aan mijn verwachtingen. Waarbij ik niet wil zeggen dat het niet goed zou zijn. Kijk het gerust zelf eens in in de boekwinkel als je in deze materie geïnteresseerd bent.

- Frits van Oostrom - Nobel streven.


Samenvatting:
Rond 1372 kwam op het luisterrijke kasteel Santpoort Jan van Brederode ter wereld in de meest gezegende omstandigheden. Een kleine veertig jaar later sneuvelde hij roemloos, als ridderlijke huurling, in de fameuze Slag bij Azincourt. Nobel streven reconstrueert, als een historische detective, de loop van dit bizarre leven tot in verbluffende details.
Hoe Jan tot tweemaal toe met een gigantisch Hollands leger de Zuiderzee overstak voor oorlog tegen Friesland. Hoe hij naar Ierland reisde om in een onderaardse grot het helse vagevuur van Sint Patricius te voelen. Zijn jaren in het klooster, waarin hij een sprankelende Middelnederlandse tekst schreef. Zijn pogingen om de gigantische erfenis van zijn echtgenote te verwerven, en hoe hij daarvoor zelfs deze Johanna uit haar eigen klooster ontvoerde... En hoe zijn naam door heel Europa roemrucht zou worden: tot in Parijs, waar men college gaf over zijn geval, en tot aan de Engelse koning Henry V.
Frits van Oostrom heeft de geschiedenis van Jan van Brederode, en heel de rijke wereld daaromheen, virtuoos gereconstrueerd en vervat in een meeslepend verhaal.


Ik leende het boek via de bieb en omdat er in heel Zeeland maar 1 exemplaar van is, mocht ik het maar 3 weken houden. Dat is te kort om het hele boek te lezen. Ik vond dat wel jammer, ik zal het later nog eens moeten lenen. Voor nu koos ik voor de laatste twee uitgebreide hoofdstukken: Feiten en fictie, en Nageschiedenis. Ik houd wel van filosoferen over de theorie van de geschiedwetenschap. En Van Oostrom kan ook dáár goed over schrijven en zijn keuzes uitleggen en verdedigen. Hoe het verder ging met de Van Brederodes sprak me ook wel aan. Vreemde volgorde misschien, maar wel een afgerond geheel. En dan later nog maar eens het "echte" verhaal over Jan van Brederode.

- Jean Pierre Rawie - Onmogelijk geluk


Samenvatting:
Jean Pierre Rawie (1951) is een Nederlands dichter en vertaler. Tot op heden schreef hij 19 dichtbundels. In 1992 verscheen Onmogelijk geluk, zijn grootste verkoopsucces. Daarin wordt o.a. over zijn beleving van het overlijden van zijn vader gedicht.

In onze krant las ik een interview met deze heerlijk "ouderwetse" dichter. Daarbij was één van de gedichten uit deze bundel afgedrukt. Een sonnet, waarin hij toonde groot te zijn in de dichttechniek van vroeger: rijm, ritme en metrum voelden zo goed bij deze gedichten, meestal als sonnetten vormgegeven. Daar past een voorbeeld bij:

Interieur

In dit met boeken volgestouwd vertrek
heb ik steeds minder anderen van node,
met al mijn aan de dood ontstegen doden
iedere nacht stilzwijgend in gesprek.

Bij wie is wat ik liefheb nog in trek?
Het meeste is al eeuwen uit de mode.
Van wat ik deed, uit nood of om den brode,
rest enkel de grandeur van het echec.

Maar ook al bood het leven nog zoveel
waar ik mijn tanden op heb stuk gebeten,
één regel, en de wereld raakt vergeten,

één rijm, en het verscheurd heelal wordt heel:
alleen achter mijn schrijftafel gezeten
heb ik opnieuw aan heel de schepping deel.

J.P. Rawie - Onmogelijk geluk - 1992. 

Heerlijk om een stukje Bloem terug te vinden in een dichter van nu.


Tot zover deze keer. Eind maart volgt een nieuw overzicht. Daarin de boeken die ik las voor Ik lees Nederlands van Sandra. En wellicht over Het Bureau, want deel 1 is bijna uit.

© Jannie Trouwborst, maart 2019.

vrijdag 19 oktober 2018

De 100 beste gedichten van 2017 gekozen door Francine Houben


Een Grote Poëzieprijs

De VSB Poëzieprijs is sinds 1992 dé prijs voor Nederlandstalige poëzie en bekroont jaarlijks de beste  bundel met een bedrag van € 25.000,-. De prijs kent grote laureaten als Hugo Claus, Leo Vroman, Gerrit Kouwenaar, Rutger Kopland en Anneke Brassinga. Recente winnaars zijn Ester Naomi Perquin, Ilja Leonard Pfeijffer en Hannah van Binsbergen. De VSB Poëzieprijs 2018 die in januari werd uitgereikt aan Joost Baars voor de bundel Binnenplaats, is de laatste in de reeks. Een aanpassing in het donatiebeleid van het VSBfonds dat de prijs financieel ondersteunde, maakt dat de bekroning van een bundel poëzie niet meer past in de nieuwe koers van het fonds.

Na het uitreiken van de 24e en laatste VSB Poëzieprijs zal er ook de komende jaren een forse prijs voor de beste Nederlandstalige poëziebundel blijven bestaan. De financiering hiervoor wordt gegarandeerd door het Elise Mathildefonds en het Van Beuningen / Peterich-fonds. De organisatie blijft in handen van Poetry International. VSBfonds, dat de VSB Poëzieprijs vele jaren lang ruimhartig heeft ondersteund, draagt bij aan een fluwelen overgang.
De doorstart werd aan het begin van het uitreikingsprogramma bekend gemaakt door Bas Kwakman, directeur van Poetry International.

 'Deze Grote Poëzieprijs, en zie dat maar even als een werktitel, heeft een forse ambitie. Net als de VSB Poëzieprijs wil zij de komende jaren de kennis van en het enthousiasme voor poëzie breed bevorderen. Prioriteiten daarbij zijn trajecten binnen het middelbaar onderwijs en de presentatie van de genomineerde bundels en dichters in Nederland en Vlaanderen. De ambitie reikt echter verder. Het streven is om de prijs uit te breiden met een publiekprijs en om te zorgen voor bijzondere aandacht voor Spoken Word. In februari volgen gesprekken met een grote partner die nu al heeft aangegeven deze ambities te delen,' aldus Bas Kwakman.

Vooral het uitbreiden met een publieksprijs klinkt in mijn oren erg aantrekkelijk.

De 100 beste gedichten

In 1997 verscheen bij De Arbeiderspers De 100 beste gedichten van 1996. Dit was een bloemlezing uit de circa zeventig bundels die waren ingestuurd voor de VSB Poëzieprijs 1996. Tot op heden is De Arbeiderspers jaarlijks de bundel met de 100 beste gedichten blijven uitgeven, steeds met een andere samensteller (en voorzitter van de jury). Naast de poëzie van de 5 genomineerden staan in de bundels ook gedichten van andere dichters die in het betreffende jaar een dichtbundel uitbrachten. Voor wie op de hoogte wil blijven van de ontwikkelingen in de Nederlandse poëzie zijn deze verzamelbundels een prachtige leidraad. 

Vorig jaar was de voorzitter van de jury Francine Houben, architect en oprichter van het architectenbureau Mecanoo. Uit haar voorwoord blijkt dat ze haar taak met plezier volbracht heeft.

"Over mijn eigen vakgebied, de architectuur, zeg ik dat het alle zintuigen moet beroeren. Een gedicht kan mij eveneens beroeren: je kunt het er koud of warm van krijgen, je moet er om huilen of lachen. Als het goed in elkaar zit voel je emotie. Soms is de verbeelding zo sterk dat je geuren en kleuren ervaart. Vaak herinnert een gedicht mij aan een persoonlijke ervaring."


Als Rotterdammer komt ze in haar stad veel poëzie tegen. Ze geeft een aantal voorbeelden. De vuilniswagens waarop dichtregels staan sinds 1989, zoals die van Jules Deelder: "Hoe langer je leeft, hoe korter het duurt." Maar ook de bekende dichtregel van Lucebert: Alles van waarde is weerloos. Ze vat haar opsomming samen met de constatering:

"De dichtregels zijn overal in de stad en horen bij het straatbeeld. Ze trekken de aandacht en de Rotterdammers, onder wie ik, waarderen ze. De kracht zit 'm in het onverwachte, de poëzie pakt je te midden van je dagelijkse bezigheden en gedachten." Ze besluit met de hoop uit te spreken: "dat wij in deze bloemlezing gedichten hebben verzameld die u treffen, zoals ik word getroffen door de poëzie op straat."

Poëzieweek

De officiële poëzieweek vindt elk jaar plaats in de laatste week van januari. Volgend jaar een weekje later: 

Van 31 januari tot en met 6 februari vindt in heel Nederland en Vlaanderen de 7e Poëzieweek plaats. De Vlaamse romancier, theaterauteur, dichter, scenarist en performer Tom Lanoye dicht volgend jaar speciaal voor deze week het Poëziegeschenk 2019. Als geschenkdichter voor de Poëzieweek werd hij voorafgegaan door Anna Enquist (2013), K. Schippers (2014), Ilja Leonard Pfeijffer (2015), Stefan Hertmans (2016), Jules Deelder (2017) en Peter Verhelst (2018). Tijdens de Poëzieweek krijgen de klanten van de boekhandel bij aankoop van € 12,50 aan poëzie het Poëziegeschenk cadeau. De week staat in het teken van het thema 'Vrijheid'.


Als opwarmertje heeft Sandra (van Sandra LeestKLIK HIER) besloten de laatste week van november als haar poëzieweek te betitelen. In de hoop dat iedereen weer eens een dichtbundel pakt en herleest, koopt of leent. En haar/zijn gedachten over een gedicht of bundel in een blogje deelt met anderen.

Ik heb de handschoen opgepakt en ben in De 100 beste gedichten van 2017 op zoek gegaan naar de gedichten die me het meest aanspreken. In Sandra's week zal ik van een aantal proberen te vertellen waarom ze me beroeren. Je hebt nog ruim een maand om je ook voor te bereiden. Dus wat let je?

© Jannie Trouwborst, oktober 2018.


Meer over de officiële Gedichtendag/-week en het Poëziegeschenk vind je HIER 

Nieuws over de nieuwe poëzieprijs (waarschijnlijk) HIER.