Posts tonen met het label kort verhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kort verhaal. Alle posts tonen

maandag 3 april 2017

Maarten 't Hart - De moeder van Ikabod

In 2015 is de J.M.A. Biesheuvelprijs (KLIK HIER) voor de beste Nederlandstalige verhalenbundel in het leven geroepen. Het bijzondere aan deze geldprijs is, dat de hoogte ervan bepaald wordt door de bereidheid van lezers er aan bij te dragen via crowdfunding, zonder dat ze nog weten naar wie hij zal gaan. Dat bepaalt een vakjury. Tijdens de Week van het korte verhaal wordt de winnaar bekend gemaakt. Dit jaar won Maarten 't Hart de prijs met zijn verhalenbundel De moeder van Ikabod. Het prijzengeld bedroeg ruim € 5000. Eerdere winnaars waren Rob van Essen en Marente de Moor.

In de bundel staan 18 korte verhalen. Het eerste verhaal De stiefdochters van Stoof las ik eerder als deeltje van de Bruna serie Literaire juweeltjes. De andere waren allemaal nieuw voor me. Ik vermoed dat deze voor het merendeel nog niet zo heel lang geleden geschreven zijn. Ze komen onmiskenbaar uit de koker van Maarten 't Hart, maar de toon is anders. Ik kan het niet anders omschrijven, dan dat er een zekere mildheid in geslopen is. Misschien zijn zijn korte verhalen daar bij uitstek geschikt voor.

De bekende thema's keren er uiteraard in terug: het geloof, de klassieke muziek, vogels en zijn moestuin. Soms spelen ze een hoofdrol, vaak is het achtergrondmuziek. Wat ook nooit ontbreekt is de humor, afwisselend venijnig en scherp, dan weer dwaas en hilarisch. Aan de onverwachte wendingen binnen verhaal lees je het plezier af waarmee hij zijn fantasie de vrije loop geeft. Ook al stoelen veel verhalen, zoals vaker in zijn werk, ongetwijfeld op autobiografische feiten. 

Voor ieder wat wils in deze geslaagde bundel. Wie vooral van een hilarisch verhaal houdt, zal genieten van De buitendeur, een hachelijk avontuur dat Maarten overkomt in Leiden, als hij in de vroege morgen wordt beroofd en gedwongen om mee te doen met een overval. Zijn mildere toon ten aanzien van het geloof komt het best tot uiting in De moeder van Ikabod. Een aantrekkelijke vrouwelijke dominee, een kerkdienst waarbij niemand komt opdagen en een interessante discussie over het geloof zijn de hoofdbestanddelen van dit verhaal.
Het meeste plezier heeft 't Hart ongetwijfeld beleefd aan het schrijven van Het kompas, waarin hij zijn huis probeert te verkopen voor een redelijke prijs. Zoals in de meeste andere verhalen in deze bundel verandert een normale gebeurtenis gaandeweg in een klucht en wat is leuker voor een schrijver om het verhaal steeds verder op te rekken en af te sluiten met een goed gevonden uitsmijter.

Het is geen wonder dat Maarten 't Hart met deze bundel de J.M.A. Biesheuvelprijs heeft gewonnen. Toeval is dat er ook een heel kort verhaal in staat met als titel: De hoofdprijs. Daarin wordt hij meermaals verward met Maarten Biesheuvel. Ook op het moment dat bekend werd (in 2006) dat aan Biesheuvel de P.C. Hooftprijs toegekend was. Nee, ik ga niet verklappen hoe dat verhaal verder gaat. Voor alle verhalen in deze bundel geldt dat de clou het perfect afmaakt en dat geldt ook voor De hoofdprijs. Maar dat juist hij nu de J.M.A. Biesheuvelprijs wint, is een wending die hij met al zijn fantasie niet voorzag.

Maarten 't Hart - De moeder van Ikabod. Amsterdam, De ArbeidersPers, 2016. Geb., 283 pg., ISBN:978-90-295-1004-2.

© Jannie Trouwborst, april 2017.

zaterdag 8 oktober 2016

Wim Daniëls - De tambour-maître

Wim Daniëls (1954) is schrijver, taalkundige en acteur. Wim Daniëls werkte enkele jaren als leraar Nederlands en Duits in het middelbaar onderwijs. Vervolgens was hij vijf jaar als tekstwetenschapper verbonden aan de Open Universiteit. Sinds 1994 is hij fulltime schrijver en taaladviseur. Hij geeft ook veel lezingen en voordrachten. Vijf jaar lang was hij columnist bij het tv-programma Spijkers met koppen en trad als taalkundige regelmatig op bij de talkshow van Pauw en Witteman. Hij heeft inmiddels een enorme lijst publicaties op zijn naam staan, zowel fictie als wetenschappelijke uitgaven. De tambour-maître is een in 2016 verschenen verhalenbundel. "Hartverscheurend, hilarisch en ontroerend", staat er achterop het boek als kwalificatie van de verhalen in de bundel. Misschien klopt dat wel, maar ik heb er toch wat kanttekeningen bij.

In de bundel staan veertien korte verhalen. Ze gaan over heel uiteen lopende onderwerpen en personen. En ze zijn heel verschillend uitgewerkt en roepen daarmee ook heel verschillende emoties op. Drie ervan zijn eerder elders verschenen.
Het verhaal dat het meest ontroert is ongetwijfeld het openingsverhaal, met dezelfde titel als de bundel. De fanfare marcheert door het dorp en naast de echte tambour-maître loopt een jongen heel erg zijn best te doen. De lezer wordt meegenomen in zijn gedachtestroom. Heel knap hoe Daniëls de spanning opbouwt: wie is die jongen, er is iets met hem, maar wat? Langzamerhand gaat er iets dagen. De clou verklappen zou jammer zijn, maar dat het verhaal ontroerend is, staat als een paal boven water. Hartverwarmend ook, maar dat staat niet tussen de kwalificaties.

Daarmee hebben we meteen het mooiste verhaal gehad. Ramses is ontroerend en hartverscheurend tegelijk. Net als Lilian. Ook in deze beide verhalen ligt het perspectief bij de hoofdpersonen: twee jonge mensen die met tienerproblemen worstelen, maar die zo levensecht beschreven worden dat je als lezer niet anders kan dan meeleven. (Deze twee verhalen zijn eerder elders verschenen).

Vooral hartverscheurend is Twee liter melk. Het is het verhaal van een zoon die achteraf begrijpt dat zijn vader jarenlang willens en wetens vergiftigd is door de werkomstandigheden in de fabriek waar hij werkte. Hij voelt zich schuldig dat hij daar niet eerder werk van gemaakt heeft en probeert na de dood van zijn vader bewijzen te verzamelen dat het werk zijn vaders gezondheid ernstig schaadde, dat de directeuren dat wisten en hem afscheepten met twee liter melk per dag. Alles heeft hij er voor over, zelfs zijn huwelijk strandt erdoor. Maar wat de rechtszaak hem uiteindelijk oplevert?
Maar ook De bandenplakker raakt je diep en zet je aan het denken over verborgen eenzaamheid. Mooi verhaal!

Blijft over hilarisch. En daar zit voor mij het probleem. Humor is er in vele gradaties en voor mij geldt dat hilarisch daarbij de overtreffende trap is. Ik houd van subtiele humor, woordgrapjes, dubbelzinnigheden en misschien een enkele goede mop. Maar hilarisch? Dat associeer ik met extreme uitingen en geforceerde lolligheid. En dat is niets voor mij. Het kan heel goed zijn dat andere lezers zich een ongeluk lachen om Schurende koeien, Het zwemlid en Flebile ludibrium. Bij mij kon er nog geen glimlach af. 

De overige verhalen zijn onderhoudend en maken het geheel tot een aardige bundel. Door de ontroerende en hartverscheurende verhalen was hij voor mij zeker de moeite van het lezen waard en wie ook nog van hilarische vertellingen houdt, kan helemaal zijn lol op!

Wim Daniëls - De tambour-maître. Amsterdam, Thomas Rap, 2016. Pb., 240 pg., isbn: 9789400407916.

© JannieTr, oktober 2016

Ik lees Nederlands 35/35.

zondag 10 juli 2016

Lang leve oud - tien korte verhalen

In het voorjaar kwam ik er bij toeval achter dat Beemster Kaas een bundel korte verhalen cadeau deed bij zijn oude kaas. Niets bijzonders zou je denken, maar toen ik zag wie de tien uitverkoren auteurs waren, wist ik dat ik die bundel wilde lezen. Het bleek ook mogelijk de bundel, zonder kaas, rechtstreeks via de site van Beemster te bestellen (KLIK HIER). Binnen een week had ik hem in huis. Ik weet niet of er nog exemplaren beschikbaar zijn, maar als dat zo is: hij is het aanvragen zeker waard! 

Om welke auteurs gaat het? In alfabetische volgorde van achternaam: Joris van Casteren, Bart Chabot, Elke Geurts, Sanneke van Hassel, Thomas Heerma van Voss, Shira Keller, Auke Kok, Marcel Möring, Pauline Slot en Manon Uphoff. Deze tien schrijvers geven elk op hun eigen manier hun kijk op het ouder worden van nu weer in even zoveel korte verhalen.

De titel van de bundel luidt: Lang leve oud: een oude aan oud in 10 korte verhalen. Het is heerlijk om te kunnen ervaren hoe één en hetzelfde thema door iedere schrijver anders uitgewerkt wordt. Behalve hun visie op oud worden of zijn, geven ze het verhaal ook een eigen toon: melancholisch vaak, maar ook met humor of ironie of optimistisch, op de toekomst gericht.

Uiteraard spreekt het ene verhaal me meer aan dan het andere. Enkele auteurs behoorden al tot mijn favorieten en maakten die titel opnieuw waar.

Elke Geurts schreef een gevoelig verhaal over ouders die niet steeds gelegen komen, maar wel altijd welkom zijn. Je voelt hoe de dochter op eieren loopt en begrijpt haar tweestrijd vanwege haar man die de bezoeken allang zat is. Hoe ze zich van alles laat welgevallen... Zoals altijd bij Elke is de spanning onderhuids: je voelt het meer dan dat het er staat.

Sanneke van Hassel is onovertroffen als het gaat om met heel weinig woorden een prachtig melancholisch verhaal neer te zetten: het portret een Kaapverdiaanse buschauffeur, ooit hierheen gekomen om genoeg te verdienen om op zijn mooie eiland van zijn oude dag te genieten. Maar er gebeurde hier in Nederland zoveel. Relaties veranderden, kinderen groeiden op in een wereld die ze niet willen verlaten, kostten meer geld dan verwacht. Vroegpensioen zat er niet meer in, het leven werd duurder, sparen lukt niet. En zo rijdt hij zijn rondjes met tram of bus, droomt van zijn eiland, maar beseft dat hij zijn dromen hier zal moeten waar maken. 

Maar er zijn ook verrassingen, nieuwe ontdekkingen. Van de schrijvers waar ik nog niet eerder iets van las, vielen mij op Manon Uphoff, Pauline Slot en Shira Keller.

Een bundel vol mooie verhalen. Alles hier bespreken kan niet. Ik hoop dat het boekje nog aan te vragen is. Wellicht volgt een extra druk, als er veel belangstelling is.......

Lang leve oud: een ode aan oud in 10 korte verhalen. Beemsterkaas, 2016. Pb, 58 pg. Geen ISBN.

© JannieTr, juli 2016.

Ik lees Nederlands, 27/35.

dinsdag 5 juli 2016

Frans Pointl - De Heer slaapt met watjes in zijn oren

In oktober 2015 overleed Frans Pointl op 82-jarige leeftijd. Kort ervoor las ik een interview met hem dat me enorm raakte en ik realiseerde me dat hij één van die schrijvers was wiens naam en een bekende titel (De kip die over de soep vloog) ergens in mijn brein zijn opgeslagen, maar waarvan ik desondanks nooit iets gelezen had. Ik begon dus maar met zijn laatste boek: De laatste kamer (KLIK HIER). Dat sprak me aan en toen ik via Ruilboek.nl deze verhalenbundel tegenkwam, leek me dat een goede ruil.
 

Samenvatting
Op een vrijdagochtend in juli 2000, terwijl hij bezig is de kattenbak te verschonen, wordt Frans Pointl bevangen door een helse pijn in de borstkas. Hij krijgt het dringende verzoek zich direct in het ziekenhuis te melden, maar dat is lastig: 'Wat is nu belangrijker, uw leven of uw katten?' vroeg de cardioloog. 'Mijn katten gaan altijd voor.' De cardioloog stelde dat deze beslissing voor mijn verantwoording was en verbrak de verbinding.
In De Heer slaapt met watjes in zijn oren beschrijft Frans Pointl op zijn kenmerkende ironische wijze het wel en wee van het ouder worden, en de bureaucratie in de medische wereld die daarmee in zijn geval gepaard lijkt te gaan. Hij blikt terug op zijn ervaringen als vrijwilliger voor de stokoude Geertje, die vijftigduizend gulden onder het linoleum heeft verstopt. Hij vertelt hoe hij als jong ventje muizen houdt, totdat ze uitgroeien tot een ware volksstam. Ook doet Pointl verslag van zijn reis naar Bulgarije, waar Brezjnev gelijk met hem een bezoek aan Sofia brengt. Meesterlijk is het verhaal Verdwaald in het echte leven over zijn relatie met Corrie, door haar collega's 'De Lip' genoemd, die een auto koopt die Pointl nog aan het afbetalen is als ze allang een andere vriend heeft.
In zijn volstrekt eigen stijl, wars van enige opsmuk, voert Pointl de lezer in deze bundel mee in zijn wereld, vol (zelf)spot en met een groot gevoel voor weemoed. (Achterzijde boek).


Leeservaring


Wat voor De laatste kamer geldt, zal ook wel voor deze bundel gelden: de verhalen zijn deels autobiografisch, d.w.z. op de werkelijkheid gebaseerd, maar niet per se daarmee overeenkomend. Slechts één verhaal moet helemaal verzonnen zijn: Op zondag opnieuw aardappels. Het speelt in 1868 in Polen. Het springt er ook een beetje uit doordat het een sprookjesachtig, nadrukkelijk Joods familieverhaal is. Al komt het Joods zijn ook in andere verhalen ter sprake. (Achterin het boek staat een verklarende woordenlijst met Joodse termen).

Steeds weer keert deze ongeluksvogel vol goede bedoelingen terug in de overige 7 verhalen van deze bundel. Maar het leven zit hem niet mee: niet in de relaties die hij aangaat, niet in de periode dat hij nog een jong ventje was en zeker niet op het moment dat de veroudering lichamelijke gebreken voor hem in petto blijkt te hebben. Hij is wat naïef, stroef en onhandig in de omgang met anderen. Maar ik betwijfel of het beeld dat Frans Pointl van deze "schlemiel" schetst wel helemaal samenvalt met Frans Pointl zelf.

Zijn stijl is helder en direct. Zijn beschrijvingen zitten vol ironie en zelfspot. Dat ontlokt mij soms een glimlach, maar echt humor zou ik het niet durven noemen. Hij moppert en klaagt, maar duikt nooit te diep in de slachtofferrol. Er smeult wel iets van binnen en soms komt de frustratie er plotseling uit. Maar meestal blijft het bij gelatenheid.
Tekenend is in dat kader het verhaal over de problemen met zijn ogen In het land der blinden. Hij wordt van het kastje naar de muur gestuurd, eindeloos aan het lijntje gehouden, verkeerd behandeld. Hij vertelt de meest krankzinnige verhalen over de oogarts. Tussendoor probeert hij het verhaal een luchtige toon te geven via een kappersbezoek. Maar het ogenprobleem suddert voort. Het is een opluchting voor de lezer, als hij eindelijk genoeg getergd is om elders zijn heil te zoeken en dan is het probleem zo opgelost.

Het meest ontroerend vond ik het verhaal Muizen en Muizenissen. De jonge Frans woont met zijn moeder in een huurkamer met balkon. Ze hebben het arm. Hij zou graag een huisdier willen, maar dat mag niet. Zonder dat de hospita het mag merken, krijgt hij tenslotte toestemming van zijn moeder om muizen te houden op het balkon. Af en toe ontvangt zijn moeder Joodse vriendinnen, ze praten dan vaak over de verschrikkingen van de kampen en wie er wel of niet terugkwamen. Frans hoort het allemaal. Moeder is bang dat ze niet meer willen komen, als ze de muizen ontdekken. Maar Frans denkt: "Na wat die vrouwen aan verschrikkingen hadden doorgemaakt, kon ik me niet voorstellen dat ze van een paar onschuldige, witte muizen in paniek zouden raken." Maar de muizen worden een probleem: het worden er al snel te veel en sommigen ontsnappen. Ze moeten weg, maar niemand wil ze. Dan vertelt zijn vriendje hoe zijn vader dat opgelost heeft. Door dat uitgebreide verslag ziet Frans de gruwelverhalen van de vriendinnen van zijn moeder ineens levensecht voor zich.... Aandoenlijk is ook zijn relatie met een van de muizen en het tochtje dat hij met zijn rijke oom maakt. In dit verhaal speelt de weemoed en de triestheid een grotere rol dan de ironie en humor.


Beter dan in de samenvatting kan ik het niet zeggen: "In zijn volstrekt eigen stijl, wars van enige opsmuk, voert Pointl de lezer in deze bundel mee in zijn wereld, vol (zelf)spot en met een groot gevoel voor weemoed." Dat gold ook voor de bundel die ik hiervoor las en dat zal in de volgende niet anders zijn. Want hij intrigeert, deze Pointl. En hij heeft ons nog veel meer verhalenbundels en gedichten nagelaten, zag in in de bibliotheekcatalogus.

Frans Pointl - De Heer slaapt met watjes in zijn oren. Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 2004. Pb, 182 pg. ISBN:90-388-5925-2.

© JannieTr, juli 2016.

Ik lees Nederlands, 26/35.

dinsdag 8 maart 2016

Thomas Heerma van Voss - Dat wat overblijft

Literaire Juweeltjes, wie kent ze niet. Ze liggen bij de Bruna op de toonbank vlakbij de kassa en zijn doorgaans te verleidelijk om te laten liggen. Van bekende auteurs en meestal met een verhaal dat eerder elders gepubliceerd werd, vaak al enige tijd geleden. Toch zijn ze met zorg uitgekozen en geven zo de auteur een podium dat voor meer bekendheid zorgt en wellicht tot het aanschaffen van meer van zijn boeken leidt. En ze vormen een laagdrempelige manier om nieuwe lezers kennis te laten maken met literatuur. Omdat ik net begonnen ben in een verhalenbundel van Thomas Heerma van Voss (De derde persoon) had ik wel trek in dit Juweeltje om onderweg in de trein te lezen, precies genoeg voor een reisje van Goes naar Schiedam. En nu blijkt ook nog eens dat dit verhaal speciaal voor deze uitgave geschreven is!

Samenvatting

Voormalig bijlesleraar Hans Stoltz woont tegenwoordig in Winschoten. Enkele jaren geleden woonde hij nog in Amsterdam met zijn vrouw en dochter. Maar zijn vrouw overleed en zijn dochter Anna verliet hem en ging op zichzelf wonen toen er verdenkingen van pedofilie tegen hem geuit werden. De zaak werd geseponeerd wegens gebrek aan bewijs, maar het kwaad was al geschied: niemand gelooft hem.  Lange tijd heeft hij geen contact meer met zijn dochter, maar dan wordt hij uitgenodigd door Anna voor een rockconcert ter gelegenheid van de presentatie van haar eerste album. Na lang aarzelen neemt hij de trein en gaat naar het concert.

Leeservaring

Een spannend en broeierig verhaal, dat je compleet in verwarring brengt door de dubbele bodem die het bevat. Omdat het verhaal vanuit de beleving van Hans zelf verteld wordt, kun je onmogelijk met zekerheid vaststellen of wat hij denkt, zegt en doet overeenkomt met de werkelijkheid of dat hij het voor zichzelf onschuldiger maakt dan het was. En als je dan aan de laatste paar bladzijden toe bent en net een beetje bereid bent te gaan geloven dat hij het slachtoffer is geworden van geroddel, gebeurt er iets waardoor opnieuw de twijfel toeslaat.

Ik heb grote bewondering voor de manier waarop de spanning in dit korte verhaal opgebouwd en vastgehouden wordt en voor de suggestieve manier waarop de gebeurtenissen beschreven zijn en die daarmee de lezer een belangrijke rol geeft. Vanuit een onbetrouwbaar perspectief lees je een dubbelzinnig verhaal: enerzijds voel je medelijden met een ten onrechte beschuldigde man, maar anderzijds twijfel je aan zijn onschuld en dat voelt weer of je mee heult met de roddelaars. Tot de laatste bladzijde word je heen en weer geslingerd tussen deze twee gevoelens. En dan.... weet je het nog niet. Zo zorgt Thomas Heerma van Voss ervoor dat je over een klein boekje nog lang na loopt te denken. Kortom: een Literair Juweeltje!

Thomas Heerma van Voss - Dat wat overblijft. Maartensdijk, B voor Books, 2016. Geb., 61 pg., isbn:9789085164272. Special geschreven voor Literaire Juweeltjes in maart 2016.

© JannieTr, maart 2016. 

 Ik lees Nederlands 2016: 13/35.


Overigens heb ik het experiment gevolgd op de nieuwe site van het Letterkundig Museum: Literatuurmuseum.nl waarbij 4 schrijvers in een maand een kort verhaal moesten schrijven, daarbij op de vingers gekeken door onderzoekers. Onder de noemer Het literaire werk 2.0 kon wie dat wilde meelezen met de vorderingen. De verhalen zijn inmiddels compleet en HIER te lezen. Thomas Heerma van Voss is een van de schrijvers. De anderen zijn: Bregje Hofstede, Alma Mathijsen en Walter van de Berg. Van harte aanbevolen!