Posts tonen met het label dagboek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dagboek. Alle posts tonen

zaterdag 12 maart 2022

Bas Kwakman - Flankhond

De geschiedenis van mijn hoofdpijn, luidt de ondertitel van Flankhond. Het is een dagboek geschreven door Bas Kwakman, voormalig directeur van Poetry International. Als kind had hij al regelmatig migraine, maar in 2017 wordt het zo erg, dat hij door zijn bestuur met ziekteverlof wordt gestuurd. En hoewel hij zelf verwacht dat hij na een paar maanden wel weer aan het werk kan, blijkt dat een illusie. Met het 50-jarig jubileum van Poetry International in het vooruitzicht, doet hij er alles aan om snel beter te worden. 

Wat maakt het leven de moeite waard?
 
Schrijven, dichten, tekenen en schilderen: het zijn zaken waar hij zich graag mee bezig houdt. Hij heeft er tijdens zijn werkzame leven niet veel tijd voor. Het schrijven en tekenen zou ontspanning moeten geven en daarom besluit hij een dagboek bij te gaan houden over zijn hoofdpijn en de pogingen die hij onderneemt om er iets aan te gaan doen. We lezen over zijn zoektocht die hem bij allerlei reguliere en alternatieve genezers brengt. De adviezen die hij van alle kanten krijgt. De mogelijke oorzaken van zijn hoofdpijn en zijn weerstand tegen het idee dat het niet alleen iets lichamelijks is.

Soms lijkt het even iets beter te gaan, maar steeds is er een terugval. De bedrijfsarts en het UWV bemoeien zich ermee, maar ook het bestuur, dat een interim directeur heeft aangesteld. Het voelt als een bedreiging, zeker als hem verweten wordt, dat hij, ondanks het ziekteverlof, nog volop contacten onderhoudt met dichters over de hele wereld.

Het is niet gemakkelijk om tot een echte introspectie te komen en uiteindelijk vast te stellen, dat de migraine wellicht toch te maken heeft met een werkzaam leven dat niet meer bij hem past.

Migraine is een monster

Wie nog nooit migraine heeft gehad, zal moeite hebben te begrijpen hoe totaal ontregelend een migraineaanval kan zijn. En al helemaal niet hoe een leven eruit ziet, waarin je vrijwel elke dag een aanval hebt. Daarom alleen al is Flankhond een belangrijk boek. Als ervaringsdeskundige kan ik zonder meer stellen, dat Kwakman erin is geslaagd woorden te vinden om de situaties te beschrijven waarin je er doodziek van bent. In zijn boek geeft hij de hoofdpijn cijfers. Als het een 2 of 3 is, kan hij nog functioneren en probeert dan zoveel mogelijk te doen. De dagen met een 7 of hoger verlopen dramatisch. De lichamelijke aanleg ervoor is erfelijk, denk aan bepaalde hormonen of bloedvatafwijkingen. Tegelijkertijd zijn er trickers die een aanval op kunnen wekken. Dat kunnen psychische factoren zijn, maar ook reacties op bepaalde voedingsmiddelen of medicijnverslavingen. Zelfs geuren, luchtdrukverschillen, slaaptekort, te weinig drinken, honger. Soms wordt nooit duidelijk waar het door komt. En zonder direct aanwijsbare oorzaak wordt het temmen van dit monster vrijwel onmogelijk.

Zelfonderzoek

Na een jaar begint het Kwakman langzaam duidelijk te worden wat hij zou moeten doen om de ergste aanvallen te voorkomen. Dat is geen gemakkelijk inzicht en ook die worsteling weet hij over te brengen. Hij is er nog niet, als het boek uit is, maar hij heeft hoop en ziet weer een toekomst. Het 50-jarig jubileum van Poetry International zal door iemand anders gerealiseerd worden. Het is heel knap (en verstandig) dat hij zich daarbij neer kan leggen en besluit zijn carrière als organisator en manager om te buigen naar een bestaan als schrijver en kunstenaar.
 
Een fijne vertelstem

Wie nu denkt een klagelijk verhaal te lezen, dat uitsluitend over hoofdpijn gaat, heeft het mis. Het is een verslag van een jaar waarin ook genoeg andere zaken gebeuren. Waarin met humor de bezoeken aan therapeuten beschreven worden, waarin het genieten van kleine gebeurtenissen en schoonheid van de natuur aan bod komen. Zo blijft het boeiend om te lezen.

"Vorige week leek het gedaan met Barber. Hij sjokte naar zijn geheime plek achter het huis om te sterven. Ik vond dat wel mooi, maar Aurélia accepteerde dat niet. Toen de zon achter de bomen zakte, haalde ze het matras van haar bed en legde dat in het veld naast de boerderij.Ze nam de zieke herder in de armen en beiden vielen in slaap. Toen ze de volgende ochtend wakker werd, lag Barbar zwaar ademend op haar buik. De bordercollie lag met zijn hoofd op de schoft van zijn oude vriend. De witte kater, doorgaans stoïcijns voor alles aangaande de twee honden, lag bovenop Barber. Zo hebben ze hem in leven gehouden."
 
Meer lezen?

Tijdens het jaar van zijn ziekteverlof zag hij ook nog kans een boek te schrijven over 50 jaar Poetry International. Op Wikipedia kunnen we daarover lezen:

In poëzie en oorlog (Arbeiderspers, 2019) is een persoonlijk verslag van vijftig jaar Poetry International in Rotterdam. In dit onthullende boek ontleedt Kwakman de wereld van de internationale poëzie in het algemeen en die van het vermaarde Rotterdamse festival in het bijzonder, waarbij hij niets en niemand (inclusief zichzelf) spaart. 

Hotelkamerverhalen (Arbeiderspers, 2017) bevat verhalen en tekeningen naar aanleiding van zijn reizen voor Poetry International. Van Colombia tot China, India tot Nicaragua en Zuid-Afrika tot Chicago.

Bas Kwakman - Flankhond. De geschiedenis van mijn hoofdpijn. Amsterdam, De Arbeiderspers, 2021. Pb., 259 pg., met zwart-wit ills. door de auteur. ISBN:978-90-295-4520-4.

© Jannie Trouwborst, maart 2022.

zondag 3 februari 2019

J.J. Voskuil - De moeder van Nicolien

Omdat De buurman (KLIK HIER) van Voskuil me goed bevallen is, informeerde ik bij de grootste Voskuilfan van Nederland, Gerbrand Bakker, welke titel nog meer in aanmerking zou kunnen komen om mijn drempelvrees ten aanzien van Het Bureau te slechten. Hij raadde De moeder van Nicolien aan. 

De schoonmoeder van Maarten Koning

In dagboekvorm lezen we over de veertig laatste jaren van de moeder van Nicolien, de vrouw van Maarten de Koning. Aanvankelijk nog een gezonde, ouder wordende vrouw, maar sluipenderwijs gaat het mis. We maken mee hoe ze langzaam maar zeker dement wordt. Hersenschimmen van Bernlef was schrijnend, doordat we in het hoofd van het slachtoffer zaten, maar De moeder van Nicolien is minstens zo aangrijpend, doordat we meemaken wat er bij de direct betrokken gebeurt.
De tijdspanne tussen de losse dagboekfragmenten omvat aanvankelijk jaren of maanden, later worden dat weken en dagen. Wat eerst nog op vergeetachtigheid lijkt die bij de ouderdom hoort, wordt zo erg, dat er vermoedens ontstaan dat er meer aan de hand is. Pas achteraf valt voor Maarten en Nicolien vast te stellen dat het beginnende dementie was.
Het is de moeder van Nicolien, maar Maarten is bijzonder op haar gesteld. Het is die genegenheid die van deze roman een liefdevol portret gemaakt heeft. Hoewel ook Nicolien haar best doet de situatie het hoofd te bieden, is het toch Maarten die nooit uit zijn slof schiet en met geheugenspelletjes en grapjes probeert ontspannen met zijn gedesoriënteerde schoonmoeder om te gaan. Voor Nicolien is het allemaal veel lastiger en achteraf voelt ze zich schuldig dat ze niet geduldiger was. Maar Maarten probeert dat uit haar hoofd te praten en ook voor de lezer is duidelijk dat het allemaal niet gemakkelijk was. En dat ze er het beste van gemaakt heeft.

Voskuil stijl

Dit is pas het tweede boek dat ik lees van Voskuil, maar toch heb ik al wel enig zicht op de kracht van zijn schrijfstijl, die me zeer aan spreekt. Al kan ik me goed voorstellen dat het een stijl is, die niet bij iedereen aan zal slaan. Net als in De buurman bestaat het verhaal voor een groot deel uit dialogen en veel minder uit beschrijvingen van gebeurtenissen. Heel knap als je dat zo kan opschrijven dat de lezer via de gesprekken de gevoelens kan navoelen die in en tussen de woorden liggen. Daardoor word je veel meer bij de gebeurtenissen betrokken. 
Het verschil met Het Bureau, heb ik me laten vertellen, is dat er maar een beperkt aantal personen in voor komt. Maar dat was in De buurman niet anders. Mij stoort het niet. Ik vind deze kleine romans wel zo prettig. Maarten en Nicolien leerde ik al kennen via De buurman. Ze zijn niet wezenlijk veranderd, als is de toon onderling een stuk milder. Het dramatische verloop van de slopende dementie zet de verhoudingen niet op scherp, zoals bij De buurman, maar verzacht de verschillen in karakter en temperament door de zorgen om hun (schoon)moeder.

Een heel herkenbaar verhaal voor iedereen die te maken heeft/had met een ouder familielid dat aan deze ziekte lijdt/leed. Maar ook zonder dat is het levensecht geschreven en daardoor aangrijpend.

De achtergrond van het boek

Er komen er episodes in voor uit Het Bureau (las ik elders), maar toch was Voskuil al voordat het eerste deel daarvan verscheen met dit verhaal bezig geweest. Pas toen de dementie van zijn schoonmoeder duidelijk begon te worden heeft hij zijn oude dagboekaantekeningen gebruikt om de voorgeschiedenis te achterhalen. En er daarna een chronologisch verhaal van te maken vanaf het moment dat nog niemand doorhad welke sluipende ziekte zijn kop op begon te steken.

In een interview vertelt hij:

"Ik had in de loop van de jaren nogal wat opgeschreven dat ik nu kon begrijpen. Maar het ís niet het dagboek. Mijn aantekeningen hebben slechts de herinnering ondersteund." In Het Bureau speelt de moeder van Nicolien een marginale rol. Hij is blij dat hij dat beeld nu aan kan vullen. "Zij is een veel belangrijker persoon dan je op basis van Het Bureau zou zeggen. Zij is een nuchtere buitenstaander die geen begrip heeft voor de wetenschap, voor het opgeblazen gedoe waarin haar schoonzoon verzeild is geraakt. Zij vervult als het ware de rol die de doodgravers in Hamlet vertolken. In Maartens leven staat ze lijnrecht tegenover de wetenschappers met pretenties."
Voskuil bekent dat de houding van zijn schoonmoeder, uit wie het leven langzaam wegstroomde, hem nog altijd kan ontroeren: "Zij heeft mijn sympathie omdat zij een gewoon, nuchter mens is.  Dicht bij de zin van het leven".

En nu?

Beide boeken zijn me dus bevallen. Ik denk dat ik het eerste deel van Het Bureau nu wel aandurf. Al was het alleen maar om meer over Voskuil zelf te weten te komen. Want dat Maarten en Nicolien de alter ego's zijn voor Voskuil en zijn vrouw is ondertussen wel duidelijk. En ik mag ze wel.
Op een biografie geschreven door Gerbrand Bakker hoef ik niet meer te rekenen, begreep ik uit de column Biograferen in Trouw van 2 februari. Lees even mee:

De laatste Voskuil die ik las, was 'Requiem voor een vriend'. Ik heb nu, op 'Het Bureau' na, alles weer eens gelezen. En hoewel ik donders goed weet dat je dat wat er in een boek staat niet één op één mag verbinden aan de schrijver van het boek, ben ik nu toch wel écht van het idee af een biografie over Voskuil te willen schrijven. Als je alles wat hij geschreven heeft chronologisch zou rangschikken, heb je al snel een heel leven te pakken. Vooruit, een gefictionaliseerd leven, maar dan wel een zeer sterk autobiografisch gefictionaliseerd leven.
Het enige wat je als biograaf zou kunnen doen is de werkelijkheid van de fictie te scheiden. En snel Lousje Voskuil bezoeken. Misschien nog wat medewerkers van het P.J. Meertens Instituut te spreken zien te krijgen. Een afspraak maken met Detlev van Heest (red. huisvriend van de familie Voskuil). Maar dan nog: waarom zou je een biografie over iemand schrijven terwijl de schrijver zelf zijn uiterste best gedaan heeft zijn leven weer te geven zoals hij het in zijn boeken weergegeven heeft? Is dat niet genoeg? Moet je dat niet respecteren? (De hele column is te lezen op het weblog van Gerbrand Bakker: KLIK HIER).

Ik denk dat hij gelijk heeft. En dat er voor mij nog heel veel te lezen valt van en over Voskuil. Wordt vervolgd dus.

J.J. Voskuil - De moeder van Nicolien. Amsterdam, Van Oorschot, 2008. 9de dr. 187g., ISBN:978-90-282-4093-3  (1e dr. 1998).

© Jannie Trouwborst, februari 2019.

donderdag 26 februari 2015

Mohammed Benzakour - Yemma

Voor zijn roman Yemma ontving Mohammed Benzakour de E. du Perronprijs 2013. In het boek beschrijft Benzakour hoe hij zijn Yemma - Marokkaans voor moeder - langzaam ziet afglijden. Ze belandde na een herseninfarct in een rolstoel en werd volledig zorgafhankelijk. De E. de Perronprijs is bedoeld voor mensen of instellingen die “met een cultuuruiting in brede zin” bijdragen aan de multiculturele samenleving.
Uit het juryrapport:
"In rake beelden wordt een zorgwereld geschetst die nog niet op de hoogte lijkt te zijn gebracht van de culturele diversiteit in Nederland.”
Maar dat het boek veel meer is dan een bijdrage aan de multiculturele samenleving blijkt uit een andere passage:
"Zijn observaties en de gevoelens die bij hem opkomen, zijn tegelijk maatschappelijk en algemeen én persoonlijk en intiem. Hij maakt van zijn documentaire een literaire prestatie van de eerste orde."

Samenvatting

Huis, gezin en Allah, dat zijn de domeinen van Mohammed Benzakours moeder. Ze is de echtgenote van een Marokkaanse eerste generatie gastarbeider. Ze is analfabeet en heeft nooit Nederlands geleerd. Na een herseninfarct belandt ze in een rolstoel, verlamd en zonder spraakvermogen. Ze wordt volledig zorgafhankelijk. Zonder haar zoon, die als tolk en  belangenbehartiger optreedt, is ze verloren in een doolhof van ziekenhuizen, therapeuten en zorginstellingen die niet berekend zijn op patiënten zoals zij.
Benzakour beschrijft hoe hij zijn yemma – Marokkaans voor ‘moeder’ – langzaam ziet afglijden. Hij haalt herinneringen op aan zijn vroegere moeder, aan wie zij was en wat hij aan haar te danken heeft. Te midden van een schrijnend gevecht tegen cultureel onbegrip en bureaucratie die
menswaardigheid in de weg staan, doet Benzakour alles om haar leven enigszins te  veraangenamen. (Bron: De Geus)


Leeservaring

De ondertitel van Yemma luidt: Stilleven van een Marokkaanse moeder. En hoewel het Marokkaans zijn zeker een rol speelt in het verhaal, wordt er ook veel aangestipt dat eerder te maken heeft met algemene maatschappelijke tekortkomingen en gevoelens van onmacht en verdriet die herkend zullen worden door de kinderen van iedere moeder die zoiets overkomt.

Ondanks dat er gesproken wordt over een roman, past het woord documentaire misschien beter bij het boek. In korte hoofdstukjes beschrijft Benzakour het verloop van de gebeurtenissen na een operatie waarbij iets fout ging, waardoor zijn moeder een herseninfarct kreeg. Tot aan de dag (ruim een jaar later) waarop ze het verpleeghuis mag verlaten en verbannen wordt naar een flat op de negende verdieping houdt hij een soort dagboek bij. Herinneringen aan vroeger, onbegrip bij de zorgverleners, bureaucratie, zijn en haar verdriet en onmacht: schrijnend zijn de aantekeningen die hij maakt. Bijzonder is dat hij positief probeert te blijven en bijna steeds naar oplossingen zoekt als hulpverleners of verzorgenden het af laten weten.

Een voorbeeld: als hij merkt dat zijn moeder niet meer wil eten, omdat ze de doorgekookte Hollandse groenten niet meer verdraagt, stelt hij voor (op eigen kosten) thuis haar eten te bereiden en dat mee te brengen naar het tehuis. Het wordt hem verboden dat in de kantine met haar op te eten. Ze moeten maar buiten in de tuin gaan zitten. Ze vindt het heerlijk, leeft helemaal op, maar als de winter komt is er een probleem. Hij vindt een kamertje in de kelder waar ze samen kunnen eten. Maar na een paar weken zit er ineens een hangslot op de deur.

De logopedist, de fysiotherapeut, de verpleeghuisarts, allemaal geven ze zijn moeder op. Ze moet maar wachten op een aangepaste woning en verder haar tijd uitzitten in het verpleeghuis. Vaak is hij het er niet mee eens, gaat het gesprek aan met de behandelaars, maar echt geluisterd wordt er niet. Daar zijn zaken genoeg bij die alle bewoners treffen. Stom voorbeeld: vaak moet er met tafels geschoven worden als er rollators of rolstoelen langs moeten. Dat veroorzaakt een oorverdovend gepiep, hinderlijk voor iedereen, maar zeker voor mensen met een gehoorapparaat. Als hij vraagt of er geen viltjes onder de tafelpoten gelijmd kunnen worden, moet er een heel bureaucratisch circus aan te pas komen en als er na een half jaar nog geen schot in de zaak zit, koopt hij ze zelf en lijmt ze er onder.

Het is een heel liefdevol verhaal geworden, maar ook erg verdrietig. Niet meer kunnen communiceren (zijn moeder kan immers ook niet schrijven) doet erg pijn en voelt als rouwen. Alle gevoelens die daarbij horen toont hij heel waarachtig (boosheid, onmacht, schuldgevoelens, wanhoop, depressie) en we krijgen een intiem verhaal te lezen, dat niemand onberoerd zal laten. Gelukkig krijgt ook de humor van sommige situaties een plek en blijft de toon, ondanks alles gericht op positief reageren: hoe pakken we deze tegenslag nu weer aan.

Het is een moeder-zoon verhaal, over vader lezen we heel weinig. Maar hij wordt niet vergeten. Ook hij heeft het er moeilijk mee en als er uiteindelijk een aangepaste woning gevonden is, zal hij mee moeten verhuizen. En dan blijkt hoe triest ook zijn verhaal is. Hoewel er nergens op gezinspeeld wordt, kun je niet anders dan er bij stil staan hoe het dit gezin is vergaan. Zijn vader (een Berber, afkomstig uit het noordoostelijke Rifgedeelte van Marokko) liet in 1975 zijn vrouw en 4 kinderen (waaronder de 3-jarige Mohammed) overkomen naar Nederland. En al zijn ze zelf ongeletterd, hun zoon schopt het ver, dankzij de kansen die hij aangeboden krijgt en benut. Maar nu zijn ze oud en versleten. En voor Nederland overbodig. Terug kunnen ze niet meer (als ze al zouden willen met alle kinderen en kleinkinderen hier). Opgeborgen in een WMO-flat, 9 hoog mogen ze verkommeren en wachten tot het moment waarop ze in een kist terug gebracht worden naar hun geboortegrond.

Het boek deed me denken aan een documentaire in 2012 uitgezonden door de Vara: Ik zie een verre reis. Met daarin het verhaal van de ouders van Turkse Fidan Ekiz. Vergelijkbaar. Het is goed dat deze verhalen verteld worden, het is goed daarover na te denken. Niet dat dat de hedendaagse problemen oplost, maar misschien wordt de bereidheid daar een oplossing voor te vinden dan wel groter. 

De problematiek maakt het zeker geschikt als leesclubboek. Mohammed Benzakour heeft (KLIK HIER) een eigen website.

Mohammed Benzakour - Yemma: stilleven van een Marokkaanse moeder. Breda, De Geus, 2013. Geb. met stofomsl., 220 pg. isbn: 9789044525946

Ik las dit boek als 9/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).

© JannieTr, februari 2015.



maandag 20 oktober 2014

Eefje Jonker - Het dagboek van Eefje Jonker (bezorgd door Robert Anker)


Oktober 2014 - waardering:8

Robert Anker (Oostwoud, 27 april 1946) is een Nederlands schrijver en dichter. Op wonderbaarlijke wijze komt hij in het bezit van Het dagboek van Eefje Jonker. Zij blijkt een achternicht van hem te zijn: het onechte kind van de broer van zijn grootvader. Hij heeft nooit iets over haar gehoord. Dat klopt wel, want de "schande" in de familie was effectief weggewerkt: bij een kinderloos, bevriend echtpaar.
Terwijl hij het dagboek leest, ontstaat een beeld van een heel leuk mens, dat hij graag gekend zou hebben. Hij besluit het dagboek uit te geven, omdat het zo goed geschreven is. 

"Daar zat ik dan, met voor mij op tafel de elf schoolschriften waaruit het dagboek van mijn onbekende tante bestaat. Ik begon te lezen: het gebonden schoolse handschrift, vrijwel identiek aan dat van mijn ouders, leverde weinig problemen op, en ik kon niet meer stoppen voor ik het uit had. Wat een ontzettend leuke tante was dat en wat kon ze goed schrijven! Zo fris en levendig van stijl. Zo bezonnen haar leven onderzoekend, openhartig, ontroerend, geestig, authentiek, een scherp oog voor de mensen om haar heen en wat ze vertelt is af en toe regelrecht schokkend." 

Hij heeft vrijwel niets aan de inhoud van de dagboeken veranderd, beweert hij. Hier en daar een woord en alles herschreven in de huidige spelling. En dat maakt dat de auteur van dit boek dus Eefje Jonker is. Het bestrijkt de periode van 1928 tot 1956. In de eerste jaren is er bijna dagelijks een stukje geschreven, later met tussenpozen van maanden of zelfs jaren. Ook zijn er een paar schriftjes zoek geraakt, maar Eefje heeft zelf de tussenliggende periode samengevat toen ze weer verder ging. 

Het dagboek van Eefje Jonker is een spannend verhaal geworden. En dat is in feite al heel bijzonder: het is niet als roman opgezet, maar zowel de schrijftrant als de gebeurtenissen maken er een boeiend geheel van. Toch zou er op basis van de feiten alleen geen roman van gemaakt kunnen worden: alle toevalligheden die haar overkomen, zouden als ongeloofwaardig beoordeeld worden en er zijn losse eindjes overgebleven. Maar zit het echte leven ook niet zo in elkaar? Als ze ergens de voornaamste gebeurtenissen nog eens samenvat, merkt ze dat zelf ook op.

Al lezend krijgen we een goed beeld van Eefje en van enkele belangrijke mensen in haar leven. En al leest het verhaal vlot weg, het besef dat dit geen verzonnen verhaal is, blijft op de achtergrond een rol spelen. Vooral bij die zaken die (soms onnodig) pijnlijk voor haar of haar omgeving zijn. De afstand die je bij fictie kunt nemen, is hier niet. Zij was onderdeel van deze werkelijkheid. Daarbij gaat het om persoonlijke keuzes en verlangens die niet mogelijk bleken, maar ook om razzia's, Jodenvervolging, verzetsactiviteiten en de Hongerwinter in Amsterdam: dit zijn ooggetuigenverslagen! Maar er zijn ook leuke zaken: de bijeenkomsten in Café Schiller met tal van schrijvers en kunstenaars, optredens van jazz-muzikanten enz.

Het dagboek breekt abrupt af in 1956, daarna ontbreekt van haar elk spoor. Wel is bekend dat ze inmiddels is overleden. Robert Anker geeft aan niet echt verder gezocht te hebben. Het beschreven leven is bijzonder genoeg. De belangrijkste thema's die het leven beheersten van deze moedige, getalenteerde, sprankelend en raak schrijvende vrouw zijn: haar tekentalent, haar liefde voor een vrouw en absenties (dissociaties). Ze heeft vaak het gevoel naast zichzelf te staan en toeschouwer te zijn. Zo schrijft ze in haar dagboek:

"Je schrijft voor jezelf, want het is niet de bedoeling dat iemand het leest, maar je schrijft ook voor een ander omdat je dingen noteert die je zelf allang weet, alles weet je eigenlijk al. Misschien weet ik pas echt wat er in mij omgaat als ik het heb opgeschreven, als ik het kan overlezen op papier." 

Veel  wil ik niets over de inhoud van het verhaal van Eefje vertellen, omdat het prettiger is het allemaal zelf te lezen. Daarom houd ik het maar bij deze samenvatting: 

Als Eefje de Boer 18 wordt vertellen haar ouders haar, dat ze eigenlijk Eefje Jonker heet en dat ze haar opgevoed hebben op verzoek van haar grootouders. Haar echte vader is door hen naar Indië gestuurd. Waar haar moeder is, is onbekend. Ze besluit die dag om een dagboek te beginnen. Daarin leren we Eefje kennen als een intelligent meisje dat zich goed kan uitdrukken, de moderne literatuur uit die periode leest en dol is op tekenen en schrijven. Ze volgt na de ulo een kappersopleiding in Amsterdam, ontmoet daar haar grote, maar onmogelijke liefde.  Ze begint een kapsalon in het dorp waar ze vandaan kwam, trouwt met een boer, maar komt toch weer in Amsterdam terecht, in een kring van schrijvers en kunstenaars en speelt een rol in het verzet, wat leidt tot een uiterst confronterende ontmoeting. 

Het dagboek van Eefje Jonker is een boeiend verhaal om te lezen. Daarnaast geeft het een mooi beeld van het leven tussen 1928 en 1956 in West-Friesland en meer nog  in Amsterdam.

Er blijft bij mij maar één vraag over: Zou ze Eenzaam avontuur van Anna Blaman toch nog hebben durven lezen? Of is het soms waar wat boze tongen beweren: dat Robert Anker het dagboek zelf verzonnen heeft en ook deze titel er wel mooi in vond passen.......? Ik durf het niet te zeggen, maar wie daar een antwoord op denkt te hebben: ik hoor het graag. 

Eefje Jonker  - Het dagboek van Eefje Jonker (bezorgd en van een nawoord voorzien door Robert Anker). Amsterdam, Querido, 2013. Paperback, 176 pg., met foto's. ISBN: 9789021446851 

© JannieTr, oktober 2014. 

Ik las dit boek als 22/20 voor Ik-lees-Nederlands 2014.