Posts tonen met het label Japan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Japan. Alle posts tonen

zondag 10 maart 2019

Februari 2019: wat las ik?

Het was al een poosje stil hier. Wellicht is het sommigen van jullie opgevallen. Geen enkel blog, weinig reacties op Twitter, vrijwel geen Facebook. Het was voor mij even een tijd van bezinning. Ik las wel, maar in bloggen had ik weinig zin. Een paar maanden geleden worstelde ik er ook al mee. Ik dacht de oplossing gevonden te hebben, maar dat viel tegen. Dan is er dus meer aan de hand dan ik aanvankelijk dacht en dat kan ik niet langer negeren.

Wat dat betekent voor dit boekenblog kun je lezen in een persoonlijk stukje onder de titel Een nieuwe fase op mijn andere blog Verbeelding en Historie dat je HIER kunt vinden. Hierbij het eerste blog op Mijn Boekenkast nieuwe stijl.

Mijn leeservaringen van februari

Enthousiast gemaakt door Gerbrand Bakker voor het werk van J.J. Voskuil las ik De moeder van Nicolien (zie de recensie via de link). Daarna volgde Shinrin Yogu een non-fictieboek vertaald uit het Spaans en geschreven door Francesc Miralles en Hector García. Over hoe helend boswandelingen voor de gestresste stadsmens van tegenwoordig kunnen zijn. (Ook die recensie kun je via de link vinden.)

Over wat ik daarna nog las, schreef ik geen recensies meer. Maar ik wil de boeken hier wel even aanstippen. 

- Margje - Jan Siebelink.

Samenvatting:
Margje is een vervolg op Jan Siebelinks bestseller Knielen op een bed violen, het imposante verhaal over een gezin dat door de religieuze vader Hans Sievez te gronde wordt gericht. Ruben Sievez, de zoon uit Knielen op een bed violen, is in Margje een oudere man die gedurende een lange oudejaarsnacht terugkijkt op zijn leven, al dwalend door de leegstaande villa van zijn oom Anton. Daar, in de kelder, vond hij, een jongen nog, op een dag een album met daarin een foto van de oom met een jonge vrouw. In haar herkende Ruben onmiddellijk zijn moeder.

Een verhaal over een heel leven, dat van Margje en haar twee zoons. De jongste is haar lieveling, de oudste voert strijd om die plek in te nemen.


Door Knielen op een bed violen werd ik zo geraakt, dat alles wat ik daarna nog van Siebelink las, me tegenviel. Soms behoorlijk, soms een beetje. Dat is de prijs die een auteur soms betaalt voor een bestseller. Margje (over de vrouw van Hans Sievez) is niet onaardig, maar toch niet overal even sterk. De Buurjongen vind ik beter (voor recensie van beide titels, volg de link)

- Jean-Philipe Desbordes - Aiki, de eeuwenoude Japanse kunst van het ademhalen.


Samenvatting:
Meestal ademen we zonder erbij na te denken. Toch reageert je adem op je emoties: als jij zenuwachtig bent, gaat je adem versnellen en als je bang bent, wordt je adem oppervlakkig en versterkt dat je angst. Als je spierpijn hebt, kun je onbewust verkrampt gaan ademen, wat de pijn dan weer versterkt.
Maar wat als je het omdraait? Door je adem te reguleren kun je je emoties beïnvloeden. Zo blijf je zelfs op stressvolle momenten kalm en adem je je pijn weg!
De kunst van Aiki is eigenlijk heel simpel en iedereen kan het leren. Aiki stamt direct af van de Japanse krijgsdiscipline Aikido, waarbij er een specifieke ademhalingstechniek wordt gebruikt om volledig in je kracht te staan. Verdiep je in de theorie, focus op de oefeningen en adem jezelf sterk, fit en happy!


De uitgeverij Xander vroeg mij het boek te recenseren en omdat ik via de beoefening van de Chinese Tai Chi wel geïnteresseerd ben in deze materie, stemde ik toe. Helaas voldeed het boek niet aan mijn verwachtingen. Waarbij ik niet wil zeggen dat het niet goed zou zijn. Kijk het gerust zelf eens in in de boekwinkel als je in deze materie geïnteresseerd bent.

- Frits van Oostrom - Nobel streven.


Samenvatting:
Rond 1372 kwam op het luisterrijke kasteel Santpoort Jan van Brederode ter wereld in de meest gezegende omstandigheden. Een kleine veertig jaar later sneuvelde hij roemloos, als ridderlijke huurling, in de fameuze Slag bij Azincourt. Nobel streven reconstrueert, als een historische detective, de loop van dit bizarre leven tot in verbluffende details.
Hoe Jan tot tweemaal toe met een gigantisch Hollands leger de Zuiderzee overstak voor oorlog tegen Friesland. Hoe hij naar Ierland reisde om in een onderaardse grot het helse vagevuur van Sint Patricius te voelen. Zijn jaren in het klooster, waarin hij een sprankelende Middelnederlandse tekst schreef. Zijn pogingen om de gigantische erfenis van zijn echtgenote te verwerven, en hoe hij daarvoor zelfs deze Johanna uit haar eigen klooster ontvoerde... En hoe zijn naam door heel Europa roemrucht zou worden: tot in Parijs, waar men college gaf over zijn geval, en tot aan de Engelse koning Henry V.
Frits van Oostrom heeft de geschiedenis van Jan van Brederode, en heel de rijke wereld daaromheen, virtuoos gereconstrueerd en vervat in een meeslepend verhaal.


Ik leende het boek via de bieb en omdat er in heel Zeeland maar 1 exemplaar van is, mocht ik het maar 3 weken houden. Dat is te kort om het hele boek te lezen. Ik vond dat wel jammer, ik zal het later nog eens moeten lenen. Voor nu koos ik voor de laatste twee uitgebreide hoofdstukken: Feiten en fictie, en Nageschiedenis. Ik houd wel van filosoferen over de theorie van de geschiedwetenschap. En Van Oostrom kan ook dáár goed over schrijven en zijn keuzes uitleggen en verdedigen. Hoe het verder ging met de Van Brederodes sprak me ook wel aan. Vreemde volgorde misschien, maar wel een afgerond geheel. En dan later nog maar eens het "echte" verhaal over Jan van Brederode.

- Jean Pierre Rawie - Onmogelijk geluk


Samenvatting:
Jean Pierre Rawie (1951) is een Nederlands dichter en vertaler. Tot op heden schreef hij 19 dichtbundels. In 1992 verscheen Onmogelijk geluk, zijn grootste verkoopsucces. Daarin wordt o.a. over zijn beleving van het overlijden van zijn vader gedicht.

In onze krant las ik een interview met deze heerlijk "ouderwetse" dichter. Daarbij was één van de gedichten uit deze bundel afgedrukt. Een sonnet, waarin hij toonde groot te zijn in de dichttechniek van vroeger: rijm, ritme en metrum voelden zo goed bij deze gedichten, meestal als sonnetten vormgegeven. Daar past een voorbeeld bij:

Interieur

In dit met boeken volgestouwd vertrek
heb ik steeds minder anderen van node,
met al mijn aan de dood ontstegen doden
iedere nacht stilzwijgend in gesprek.

Bij wie is wat ik liefheb nog in trek?
Het meeste is al eeuwen uit de mode.
Van wat ik deed, uit nood of om den brode,
rest enkel de grandeur van het echec.

Maar ook al bood het leven nog zoveel
waar ik mijn tanden op heb stuk gebeten,
één regel, en de wereld raakt vergeten,

één rijm, en het verscheurd heelal wordt heel:
alleen achter mijn schrijftafel gezeten
heb ik opnieuw aan heel de schepping deel.

J.P. Rawie - Onmogelijk geluk - 1992. 

Heerlijk om een stukje Bloem terug te vinden in een dichter van nu.


Tot zover deze keer. Eind maart volgt een nieuw overzicht. Daarin de boeken die ik las voor Ik lees Nederlands van Sandra. En wellicht over Het Bureau, want deel 1 is bijna uit.

© Jannie Trouwborst, maart 2019.

zondag 10 februari 2019

Shinrin-yoku - Francesc Miralles & Hector García

Ikagai

Een duidelijk bewijs voor de gezondheidsvoordelen van contact met de natuur, zijn de zgn. Blue Zones:  vijf plekken op aarde waar de langstlevende mensen wonen. Het zijn allemaal weinig verstedelijkte gebieden waar de natuur sterk aanwezig is. Om hun succesvolle boek Ikagai te schrijven hebben Francesc Miralles en Hector García één van die plekken uitgebreid onderzocht: het zogenaamde "dorp van de honderdjarigen" in het noorden van Okinawa, waar de bewoners midden in de jungle en dicht bij zee wonen.
Ze vroegen de bewoners naar hun eetgewoonten, lichaamsbeweging, relaties met hun buren en hun Ikagai: datgene wat hen ertoe drijft 's morgens hun bed uit te komen om weer aan een nieuwe dag te beginnen. Maar ze ontdekten dat ook de natuurlijke omgeving waarin ze leven een wezenlijke rol blijkt te spelen bij hun fysieke, mentale en spirituele welzijn.

Maar hoe moet dat dan met de stedelingen, vroegen de auteurs zich af. Ook voor hen geldt dat een geregeld contact met de natuur van levensbelang is. En zo gingen ze opnieuw op onderzoek uit en ontdekten dat er in Japan al meer dan 100 jaar een methode is die Shinrin-Yoku wordt genoemd, vrij vertaald: bos-baden. Het is het Japanse geheim voor beter slapen, minder stress en een gezond en gelukkig leven.

Shinrin-Yoku

Het verloren paradijs heet het eerste hoofdstuk, waarin de auteurs de gedenaturaliseerde mens, te midden van de stress in de stad, plaatsen tegenover de mensen in Blue Zones en in groene steden. In het daarop volgende hoofdstuk Terug naar de Hof van Eden behandelen ze de geschiedenis van het contact tussen mens en natuur: van Boeddha en oude Japanse en Chinese wijzen en filosofen, via de Keltische mythologie van het bos, naar tenslotte het avontuur van Thoreau in zijn zelfgebouwde hut bij Lake Walden.

Dat de natuur heilzaam is en veel voor de gezondheid en gemoedstoestand van de mens kan betekenen, lijkt vanzelfsprekend. Maar tegenwoordig vragen we (terecht) om wetenschappelijk bewijs. Dat komt er in het derde hoofdstuk: De wetenschap van Shinrin-Yoku. We beseffen dat stadslucht vervuild is en boslucht zuiverder, maar er is meer aan de hand. Japanse onderzoeksinstituten ontdekten dat de fytociden die bomen afscheiden en die ingeademd worden hormonale veranderingen bevorderen die ten goed komen aan onze gezondheid. In het boek staan 10 grote gezondheidsvoordelen van Shinrin-Yogu die wetenschappelijk zijn aangetoond, waaronder versterking van het immuunsysteem, verlaging van de bloeddruk en het stressniveau. De literatuurlijst achterin het boek geeft onder meer de titels van de wetenschappelijke artikelen.

Na een hoofdstuk over de verschillende Japanse kunstvormen die verband houden met de natuur en die men onderdeel zou kunnen maken van het helende 'bos-bad" komen we aan de concrete toepassingen van Shinrin-Yoku in Japan, maar ook in andere landen waarin erkend wordt dat geregeld in de natuur verblijven belangrijk is voor de mens.

Maar verblijven in een bos is niet genoeg. Vijf stappen die in gedachten gehouden moeten worden zorgen ervoor dat we er het maximale uithalen. Ze zijn uitgewerkt en worden nog eens opgesomd in twee lijstjes: wat juist wel en wat niet te doen tijdens een Shinrin-Yoku. Oneerbiedig samengevat zou je kunnen zeggen: mindfulness en meditatie in het bos. Ook tips voor thuis krijgen een eigen hoofdstuk (thee, etherische oliën, planten in huis en tuin).

De tien principes van de Shinrin-Yoku in het dagelijks leven

Natuurlijk moet je het hele boek lezen om de essentie ervan te doorgronden. Maar de auteurs besluiten het boek met tien sterk verkorte regels.

1. Dompel je één keer per week onder in het groen.
2. Leef vanuit mindfulness
3. Knuffel eens een boom
4. Luister naar het lied van de vogels
5. Wandel zonder doel
6. Blijf even staan om adem te halen
7. Schrijf een haiku
8. Laat je inspireren door wabi-sabi
9. Neem een kop thee
10 Voel de yugen.

Nieuwsgierig naar wat yugen is? Misschien is dat nog wel de belangrijkste tip. Maar dat moet wie interesse heeft dan maar zelf lezen in dit geslaagde boek.

Francesc Miralles & Hector García - Shinrin-Yoku. Amsterdam, Boekenrij, 2018. 188 pg., ills., lit. opg. ISBN:978-90-225-8479-8

© Jannie Trouwborst, februari 2019.

maandag 7 januari 2013

David Mitchell - De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet



Januari 2013 - waardering: 6,5.



Inleiding



De derde historische roman van dit seizoen bij onze leesclub is geschreven door een Britse auteur: David Mitchell, die met eerdere titels al de nodige faam opgebouwd heeft. Mijn keuze voor deze roman werd ingegeven door de aandacht voor Deshima (een Nederlandse handelspost voor de kust van Nagasaki) en de relatie tussen Nederland en Japan rond 1800.

Door het grote succes van het boek, ook in Nederland, is er van 1 maart 2013 tot 2 juni 2013 een tentoonstelling in het Sieboldhuis te Leiden onder de titel Hollanders: beeldjes en verbeelding van vreemdelingen in Japan. Philipp Franz von Siebold was arts op Deshima van 1823 tot 1829 en heeft model gestaan voor dokter Marinus in de roman. Voor meer informatie zie de website van het Sieboldhuis .



Inhoud



Jacob de Zoet is een Zeeuwse ambtenaar die in 1799 door de VOC naar Japan wordt gestuurd om als boekhouder te onderzoeken hoe corrupt de handelspost aldaar is. Hij hoopt binnen 5 jaar rijk terug te keren naar zijn verloofde Anna in Domburg. In het verre oosten wordt Jacob gestationeerd op Deshima, het kleine eilandje voor de kust bij Nagasaki, dat de Japanse bevelhebbers hebben gereserveerd voor de Nederlandse handelaars. Hij komt terecht in een slangenkuil van roddel, intrige, diefstal en chantage, maar de zaak verergert nog voor Jacob wanneer hij verliefd wordt op een "verboden" Japanse vrouw: de vroedvrouw Orito. Orito wordt ontvoerd, Engelse oorlogsschepen proberen Deshima in te nemen, de VOC gaat failliet, de Nederlandse koloniën in Indië worden overgenomen door de Engelsen en Jacob zit jaren vast op Deshima. Bij thuiskomst, na 18 jaar, blijkt zijn verloofde getrouwd.



Leeservaring



Over dit boek zijn talloze recensies geschreven, de meeste lovend. Daar verwijs ik graag naar voor een uitgebreide bespreking. Ik zal het hier houden bij enkele punten die in de discussie tijdens de leesclubavond aan bod kwamen.



- Bij de bespreking van het boek bleek, dat alleen het leesclublid dat het boek zou bespreken en ikzelf het boek tweemaal hadden gelezen. Sommigen waren zelfs de eerste keer niet helemaal tot het eind gekomen en anderen hadden gedeelten "diagonaal" gelezen. Gebrek aan tijd, moeizame concentratie door persoonlijke omstandigheden zouden de reden zijn. Begrijpelijk allemaal, maar als een boek echt boeit, dan kun je het niet wegleggen voor het uit is en vind je er juist afleiding in voor die nare persoonlijke omstandigheden. Dat zegt dus wel iets over het boek.


- Toch gaven de leden van de club het boek een 8. De bespreekster had recht van spreken, want zij had het boek uitgebreid bestudeerd en boeiende discussievragen (klik hier) gemaakt. Het was een genot daar vooraf mee bezig te zijn en ook tijdens de bijeenkomst leverden ze voldoende gesprekstof. De anderen spraken vooral van de mooie stijl en de goede vertaling. En waren verrast door het onderwerp: ze hadden niet eerder van Deshima gehoord.

Ondanks dat het boek vrijwel uitsluitend lovende recensies kreeg en een bestseller is geworden, komt mijn cijfer niet hoger dan een 6,5. Hoewel ik het boek bij tweede lezing iets meer waardeerde, bleven er voor mij een aantal tekortkomingen bestaan. 


- Mijn eerste opmerking zegt niets over de kwaliteit van het boek, maar heeft alles te maken met ons leesclub thema: in hoeverre is dit nog een historische roman?


Een historische roman is in de regel gebaseerd op waar gebeurde historische gebeurtenissen en/of bestaand hebbende personen. Dat geldt maar zeer ten dele voor deze roman. De verhouding "waar gebeurd en verzonnen" slaat behoorlijk door naar de verzinsels. Maar in een roman mag dat.

Wel van toepassing is: Het verhaal speelt in het verleden op een bestaande plek. Er is research verricht, ook om anachronismen te vermijden. Bestaande personen en omstandigheden worden opgevoerd, onder andere namen weliswaar. Het grote kader in de wereld(geschiedenis) klopt ook.



Het is leuk om via Wikipedia bv. op zoek te gaan naar de feiten rond Deshima. Dan wordt duidelijk dat Mitchell met feiten en personen aan het goochelen is geslagen. Deshima en de verhouding tussen de Japanners en de Nederlanders klopt. Ook de (wereld)geschiedenis die op de achtergrond een niet onbelangrijke rol speelt, komt overeen met de werkelijkheid. Jacob de Zoet is een gefingeerde naam, maar er zijn veel overeenkomsten met Hendrik Doeff. Door te kiezen voor een niet bestaande persoon werd het mogelijk de feiten uit het leven van Doeff aan te passen aan het romanverhaal. Dat geldt ook voor dokter Marinus die gemodelleerd is naar een latere Deshima arts: Philipp Franz von Siebold. Deze arts had een dochter bij een Japanse vrouw die later de eerste vrouwelijke arts van Japan zou worden en dus enigszins naar Orito verwijst.

Ook de aanval van de Engelse schepen is niet helemaal overeenkomstig de geschiedenisfeiten: een ander jaartal, een andere naam voor schip (Phaëton/Phoebus) en kapitein, maar toch duidelijk een verwijzing naar eenzelfde soort gebeuren, incl. de betrokkenen, onder andere namen weliswaar.



 - Over deel twee van het boek, waarin Orito ontvoerd wordt naar een sekteachtig klooster waar de meest lugubere zaken plaatsvinden, waren de meningen verdeeld. Het is bijna niet te geloven dat er in dit verhaal ergens een kern van waarheid in zit. Maar alles is natuurlijk mogelijk. Er is echter niets naders over te vinden op internet. Het hele deel staat eigenlijk los van de geschiedenis van Deshima. Het lijkt een gruwelijk horrorverhaal te zijn dat slechts toegevoegd is omwille van de spanning, met ontsnappingen, bevrijdingspogingen, moord en krankzinnigheid. Uiteraard speelt de uitkomst ervan (de gevangen gehouden kloosterzusters worden uiteindelijk bevrijd en de gestoorde abt gedood) nog wel een rol in de slotfase van het verhaal, maar daar had ook iets "normalers" voor verzonnen kunnen worden.

Het staat een auteur natuurlijk vrij om verzonnen gebeurtenissen in te passen in het verhaal dat hij in gedachten heeft en om met namen en feiten te goochelen. Wie dat prima vindt, leest een spannend verhaal en krijgt zo enig besef van wat Deshima was en wat het betekend heeft voor het moderne Japan. En hoe de Nederlanders daar leefden. Wie behoefte heeft aan meer juiste historische informatie, zal daarnaast nog zelf de nodige bronnen moeten raadplegen.



- Mijn volgende bezwaar betreft de structuur en de omvang.

In het boek worden relevantie historische feiten verweven met fictie met de bedoeling tot een spannend verhaal te komen. Helaas komen ook minder relevante feiten uitgebreid aan de orde en die hadden gerust beknopter beschreven kunnen worden, waardoor niet alleen de omvang geringer was geworden, maar er wellicht ook minder "diagonaal" gelezen zou zijn. Ik doel daarbij o.a. op bladzijdelange monologen van de verschillende Deshima bewoners over hun levensgeschiedenis. Hun achtergrond had compacter verteld kunnen worden en is niet van wezenlijk belang voor de rest van het verhaal. Ook het verzonnen kloosterverhaal maakt een te groot deel uit van het boek. Het is niet relevant voor het Deshimaverhaal. En het geeft ons, als uitzonderlijk gebeuren, ook weinig inzicht in de Japanse volksaard. Slechts in een enkel hoofdstuk is dat het geval. Over het geheel genomen blijft het beeld dat ons van de Japanners geschilderd wordt toch vooral een beeld gezien door de ogen van een westerling.



- De stijl en woordkeus werden door de leesclubleden gewaardeerd. Het is zonder meer duidelijk dat de vertalers een compliment verdienen. We zullen er maar van uit gaan dat de Engelse versie nauwkeurig gevolgd is. Ouderwetse woorden probeerden de sfeer van deze periode te ondersteunen, waarbij soms het woordenboek te pas moest komen om ze te begrijpen (een sloep met mariniers in landrottendracht met kortelassen in zakkengoed onder de doften). De meeste waardering had ik voor het begin van hoofdstuk 39: een prachtige sfeertekening in de vorm van een gedicht. Dit is een huzarenstukje van de vertalers geweest, het is bijzonder goed gelukt.



- Over een ander stijlkenmerk was ik minder te spreken. Bijna elk gesprek of langere beschrijving van gebeurtenissen wordt onderbroken door een losse opmerking over observaties van totaal andere zaken: dieren, het weer buiten, geluiden. Het lijkt bedoeld als sfeertekening en meestal past het mooi bij de omstandigheden waaronder het genoteerd wordt. Maar het komt zo regelmatig terug dat het op een maniertje gaat lijken: alsof er een stapel zinnetjes klaar ligt die er af en toe tussen gepast moeten worden. "Aalscholvers vliegen laag over het steengrijze nat; de uiteinden van hun vleugels druipen van het zeewater." "Aangetrokken door het licht van de lantaarn vormen insecten een korst op de patrijspoort van de kajuit." "Het gekoer van duiven onder het overhangende dak verstoort de ochtendstilte." "Het jonge poesje van Kawasemi zit achter een waterjuffer aan en schiet over de geboende vloer van de waranda."  Het was de anderen niet opgevallen, misschien was ik er te zeer op gefocust. 


- Zoals opgemerkt: verschillende bijfiguren vertellen in ellenlange verhalen hun levensgeschiedenis en de toestand in het deel van de wereld  waar ze vandaan komen. Deze verhalen doen lang niet altijd (en zeker niet zo uitgebreid) ter zake. Maar ook de plek en/of het tijdstip zijn nogal gezocht. Zo denkt De Zoet een luchtje te scheppen in de dakgoot van het gebouw waar hij de nacht heeft doorgebracht met een Japans meisje, net als zijn chef, merkt hij. Die klimt tot zijn schrik ook de dakgoot in. En vervolgens houdt Secunde Van Cleef een lange monoloog over zijn leven van enkele bladzijden, staand, half naakt,  in de dakgoot. En als De Zoet tijdens een belangrijke vergadering met de Japanners door de timmerman weggeroepen wordt, merkt hij op: "dat zou hij niet doen als er niet iets heel belangrijks te melden is." Ook hier gaat het om een bladzijdelang verhaal vol details over de problematische relatie die de timmerman gehad heeft met een van de officieren aan boord van het Engelse schip. Een avontuurverhaal op zich, maar niet logisch. De Zoet is zo wel erg lang weg uit de vergadering en wat er aan de hand was had de timmerman ook wel met minder uitwijdingen kunnen vertellen. 


- Jammer is dat er weinig aandacht was voor de verschillen tussen de Nederlandse en Japanse levensfilosofie en psyche. Het blijft vooral bij een westerse kijk op het gedrag van de Japanners. Invoelbaar zou het pas worden als er meer vanuit Japans perspectief geschreven was. Het meeste is echter vanuit het perspectief van Jacob de Zoet (of andere westerlingen), deel 1 zelfs helemaal. Deel 2 vanuit verschillende Japanse perspectieven, maar omdat dat over de avonturen rond het klooster gaat, is het toch moeilijk dit te zien als echt Japans. Ook in de rest van het boek blijft dat zo. We lezen vooral over het gedrag van de Japanners, weinig over hun gedachten en gevoelens. Slechts het eerste hoofdstuk van deel 3 is bijzonder en invoelbaar: de persoonlijke gedachtegang van een van de meegebrachte slaven is aangrijpend beschreven. Maar dat was geen Japanner.


- Humor is vooral te vinden in de manier waarop de tolken proberen hun werk te doen: de complete spraakverwarring die daarbij ontstaat als uitdrukkingen of onbegrepen woorden moeten worden uitgelegd en omschreven.



- Voor mij staat de plot van dit boek op blz. 609, als Orito tegen Jacob het volgende zegt:



Wanneer de pijn fel is, wanneer beslissingen op het scherpst van de snede worden genomen, menen we dat wij de chirurgijns zijn. Doch mettertijd overzien we het geheel veel duidelijker, en nu beschouw ik ons als de chirurgische instrumenten waarvan het leven zich heeft bediend om zich te ontdoen van de Orde van de berg Shiranui.



Daarmee krijgt het monsterlijke kloosterverhaal de hoofdrol: om tot deze filosofische uitspraak te komen (die zowel westerse (de mens wikt, maar God beschikt) als oosterse (Taoïsme) ideeën over het leven weerspiegelt) moest Jacob naar Deshima komen en verliefd worden op Orito.



Het feit dat Mitchell zo gegoocheld heeft met gebeurtenissen en mensen wordt dan ook van ondergeschikt belang. Zij zijn nog slechts figuranten die hij nodig had om zijn roman te kunnen schrijven en tot zijn plot te komen. Door de geschiedenis te herschrijven stelt hij zich als schrijver/regisseur boven het leven zelf. Maar waar heeft dat leven hem dan ondertussen voor gebruikt?



David Mitchell - De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet. Amsterdam, Ailantus, 2010. Geb., ill., 621 pg. Vert. (uit het Engels)  door Harm Damsma en Niek Miedema, oorspr. titel: The thousand autumns of Jacob de Zoet. ISBN: 978-90-895300-9-7.



©JannieTr, 23 januari 2013.