woensdag 27 april 2022

Eva Meijer - Zee Nu

Eva Meijer is filosoof en schrijver van romans en filosofische essays. Haar filosofische kijk op onze wereld en haar bewoners, zowel mens als dier, is dan ook nauw verweven met de fictie die ze schrijft. Als dat ergens duidelijk wordt, is het wel in Zee Nu. De combinatie van een onverwachte rampspoed, de machteloosheid en het falende beleid van de overheid en de reacties en het gedrag van de bevolking vormen tezamen een verhaal dat verdacht veel lijkt op de gebeurtenissen tijdens de COVID pandemie. En ze hebben ook een link naar de klimaatveranderingen.
 
Satire met humor
 
Er is genoeg gewaarschuwd voor een pandemie zoals die de wereld inmiddels in haar greep heeft. Nog steeds wordt er niet geluisterd naar wetenschappers die al jaren waarschuwen dat zonder maatregelen ook de vogelgriep over zal slaan op mensen en eenzelfde pandemie zal veroorzaken. De ernst van de zeespiegelstijging wordt maar deels erkend zolang er geen acute dreiging is voor Nederland. Dat intussen in andere delen van de wereld mensen in hun bestaan bedreigd worden krijgt weinig aandacht.
 
Misschien was het die combinatie die Eva Meijer ertoe bracht de zee een belangrijke rol te geven in haar verhaal. Niet als wrede, woeste, wraakzuchtige zee, maar als een stukje van de natuur dat zijn eigen weg gaat. Niemand begrijpt wat er gebeurt, maar de zee overspoelt stukje bij beetje Nederland. Het wordt vloed, maar nooit meer eb, na elke vloed volgt een volgende en zo wordt Nederland vanaf de kust elke dag een km meer overspoeld. Wetenschappers snappen het ook niet, willen het graag onderzoeken en bieden hun hulp aan, maar worden door de overheid genegeerd. De overheid wil vooral paniek voorkomen en wacht daarom zolang mogelijk met evacuatieplannen.
 
Maar wat als? 
 
Het eerste deel van het boek, waarin langzaam maar zeker heel Nederland onderloopt en de regering zich steeds verder terugtrekt, tot in Duitsland aan toe, is een milde satire. De overeenkomsten met de gebeurtenissen tijdens de COVID-periode zijn zeer herkenbaar en zorgen voor de nodige humor in het verhaal. Maar het wringt ook. Je kunt er om glimlachen, maar stel dat dit echt gebeurt (of dat een andere nog onbekende rampspoed ons treft). Je gaat je steeds ongemakkelijker voelen bij het verdere verloop van het verhaal. De ministers, op één na, zitten aanvankelijk hoog en droog in Duitsland. Als het land definitief verloren lijkt, hebben ze allemaal al snel een baantje gevonden bij buitenlandse multinationals of in Brussel. De koning zonder land leeft zonder geldzorgen verder in Mozambique. 
 
Met enige regelmaat somt Eva Meijer de rommel op die in het water drijft. Het is een combinatie van emotioneel waardevolle zaken en echte troep. Typerend zijn ook de terugkerende reclameboodschappen van de Action, toegepast op de situatie: aanbieding vier reddingsvesten voor de prijs van drie.
En de landgenoten? Die worden aan hun lot overgelaten. Velen beginnen een nieuw bestaan in Duitsland of België. Ook Murat, die tussen de alinea's van het verhaal de ruimte krijgt om geruststellende brieven te schrijven aan zijn moeder in Noord-Afrika. Sommige achterblijvers verdrinken, anderen zoeken naar mogelijkheden om nieuwe gemeenschappen te stichten op daken van gebouwen of andere hooggelegen delen te midden van het water.
 
De wetenschapper, de activist en het meisje
 
Aanvankelijk spelen ze een bijrol, de wetenschapper Steen, de activiste Arie van Zee Nu en het veertienjarige meisje Wilg. In het tweede deel van het boek krijgen ze meer een gezicht. Met z'n drieën krijgen ze een boot van de universiteit, zodat Steen toch iets van onderzoek naar de oorzaak van de blijvende vloed kan doen. Maar ze wil ook op zoek naar haar kater die achterbleef bij de overhaaste vlucht voor het water. Arie wil terug naar Amsterdam om haar actiegroep op te zoeken en te zien wat er van de stad is overgebleven, maar ook zij heeft daarnaast een persoonlijk motief: ze wil haar geliefde terug proberen te vinden. Voor Wilg geldt net zoiets: ze hoopt dat haar moeder niet is verdronken en wil haar zoeken. Door het hele boek heen heeft Wilg gedichten over de zee geschreven die een extra dimensie aan het verhaal geven. In het laatste deel schrijft ze een ontroerende en filosofisch doordachte brief aan haar moeder.

Hoe het afloopt met het drietal na deze tocht over de eindeloze zee laat ik graag open. Vaak is de weg belangrijker dan het doel. Zo is het lezen van deze mild satirische, filosofische, dystopische, ontroerende en met humor geschreven roman ook een weg die je via de verbeelding een uitzicht biedt op een mogelijke toekomst. En je laat nadenken over de mogelijkheden die binnen je bereik liggen om die te eventueel veranderen.
 
(Steen wordt geëvacueerd per bus naar een droog stuk land)
 
Steen staarde naar het land aan de andere kant van het raam, het deed haar denken aan het polderlandschap van haar jeugd. Gelukkig waren haar ouders dood. Dat dacht ze vaker, omdat ze in een wereld hadden geleefd die nu verloren ging, het begon lang voordat de zee kwam en had te maken met het verlies van het geloof dat dingen steeds beter worden, dat de mensen steeds gelukkiger zouden worden en veiliger en rijker - niet echt rijk maar rijk genoeg om niet bang te zijn en niet te lijden. Ze wisten niet dat de manier waarop we rijker en veiliger werden het evenwicht verstoorde. Ze wisten niet dat sommigen zo rijk zouden worden dat ze haast eigenhandig het evenwicht verstoorden. Dat er een evenwicht was, werd pas duidelijk toen het al zo verstoord was.
 
Met Zee Nu heeft Eva Meijer een belangrijk, zeer toegankelijk en prettig leesbaar boek aan haar oeuvre toegevoegd. Van harte aanbevolen. Zie ook het interview over dit boek in Brommer op Zee.
 
Eva Meijer - Zee Nu. Amsterdam, Cossee, 2022. Pb., 336 pg., isbn:978-94-6452-013-2
 
© Jannie Trouwborst, april 2022.

zondag 10 april 2022

Sarah Verhasselt - De verdwenen medaille

Verhuizen naar een andere omgeving, midden in een schooljaar, dat is niet prettig. Maar het is niet anders. Samen met haar moeder gaat Hannah bij haar Oma in Distelveen wonen. Aan Oma zal het niet liggen, Hannah voelt zich al snel op haar gemak in haar huis. Maar hoe zal het gaan op haar nieuwe school en hoe maakt ze nieuwe vrienden?
 
Het is lentevakantie en er is een rommelmarkt in Distelveen. Ook Oma en haar buren doen daar aan mee. Het is voor Hannah een mogelijkheid het dorp te verkennen en wellicht wat toekomstige klasgenoten en leerkrachten te ontmoeten. Maar als tijdens die rommelmarkt een voor Oma belangrijke medaille gestolen wordt uit haar huis, komt die kennismaking in een stroomversnelling. Wat volgt is een spannende zoektocht met vele wendingen die haar niet alleen in aanraking brengt met allerlei Distelveners, maar ook met nieuwe vrienden. En net als de oplossing dichtbij lijkt, gaat het toch nog bijna mis en blijkt alles heel anders in elkaar te zitten dan verwacht.
 
Mijn kleindochter (10 jaar) die ik het boek eerst liet lezen, las het in een ruk uit, zo spannend vond ze het. Ik ben niet meer gewend kinderboeken te lezen, maar aangestoken door haar enthousiasme nam ik het ook ter hand, om er als een volwassene naar te kijken. En ik kan alleen maar met bewondering vaststellen dat het niet alleen spannend is voor kinderen. Ook ik kon het niet wegleggen voor het uit was.
 
Maar ik zag meer. Hoe spelenderwijs allerlei wetenswaardigheden geïntroduceerd worden. Weet jij wat een palindroom is? Na een terloopse uitleg komt het geregeld terug in het verhaal. Een gekostumeerd feest schept een mogelijkheid om historische figuren op te laten draven. En een ouroboros? Dit Griekse symbool dat de kaft van het boek siert, speelt een belangrijke rol bij de zoektocht, maar voor de volwassenen (en wie weet ook voor sommige kinderen) staat het ook symbool voor het verloop van deze spannende geschiedenis. Daarnaast is het een verhaal voor hedendaagse kinderen, met hedendaagse spullen, uitdrukkingen, spelletjes en gadgets. Ik weet zeker dat ze zich snel thuis zullen voelen in een verhaal dat in staat is hun leefwereld op te roepen. Kortom: geslaagd!
 
Sarah Verhasselt is leerkracht Nederlands voor anderstaligen. Stiekem gelooft ze dat in elk kind een veellezer schuilt. In 2017 schreef ze Een miljoen voor middernacht waarmee ze de Averbode verhalenwedstrijd won. Haar tweede kinderverhaal De joyrider verscheen in 2021. Met haar jeugdboek De verdwenen medaille toont ze onmiskenbaar aan dat we haar in de gaten moeten houden als een veelbelovend kinderboekenschrijfster.
 
Sarah Verhasselt - De verdwenen medaille. Westerlo, Phoenix Books, 2022. Pb., 149 pg., ISBN:9789083202846
 
© Jannie Trouwborst, april 2022.

zaterdag 12 maart 2022

Bas Kwakman - Flankhond

De geschiedenis van mijn hoofdpijn, luidt de ondertitel van Flankhond. Het is een dagboek geschreven door Bas Kwakman, voormalig directeur van Poetry International. Als kind had hij al regelmatig migraine, maar in 2017 wordt het zo erg, dat hij door zijn bestuur met ziekteverlof wordt gestuurd. En hoewel hij zelf verwacht dat hij na een paar maanden wel weer aan het werk kan, blijkt dat een illusie. Met het 50-jarig jubileum van Poetry International in het vooruitzicht, doet hij er alles aan om snel beter te worden. 

Wat maakt het leven de moeite waard?
 
Schrijven, dichten, tekenen en schilderen: het zijn zaken waar hij zich graag mee bezig houdt. Hij heeft er tijdens zijn werkzame leven niet veel tijd voor. Het schrijven en tekenen zou ontspanning moeten geven en daarom besluit hij een dagboek bij te gaan houden over zijn hoofdpijn en de pogingen die hij onderneemt om er iets aan te gaan doen. We lezen over zijn zoektocht die hem bij allerlei reguliere en alternatieve genezers brengt. De adviezen die hij van alle kanten krijgt. De mogelijke oorzaken van zijn hoofdpijn en zijn weerstand tegen het idee dat het niet alleen iets lichamelijks is.

Soms lijkt het even iets beter te gaan, maar steeds is er een terugval. De bedrijfsarts en het UWV bemoeien zich ermee, maar ook het bestuur, dat een interim directeur heeft aangesteld. Het voelt als een bedreiging, zeker als hem verweten wordt, dat hij, ondanks het ziekteverlof, nog volop contacten onderhoudt met dichters over de hele wereld.

Het is niet gemakkelijk om tot een echte introspectie te komen en uiteindelijk vast te stellen, dat de migraine wellicht toch te maken heeft met een werkzaam leven dat niet meer bij hem past.

Migraine is een monster

Wie nog nooit migraine heeft gehad, zal moeite hebben te begrijpen hoe totaal ontregelend een migraineaanval kan zijn. En al helemaal niet hoe een leven eruit ziet, waarin je vrijwel elke dag een aanval hebt. Daarom alleen al is Flankhond een belangrijk boek. Als ervaringsdeskundige kan ik zonder meer stellen, dat Kwakman erin is geslaagd woorden te vinden om de situaties te beschrijven waarin je er doodziek van bent. In zijn boek geeft hij de hoofdpijn cijfers. Als het een 2 of 3 is, kan hij nog functioneren en probeert dan zoveel mogelijk te doen. De dagen met een 7 of hoger verlopen dramatisch. De lichamelijke aanleg ervoor is erfelijk, denk aan bepaalde hormonen of bloedvatafwijkingen. Tegelijkertijd zijn er trickers die een aanval op kunnen wekken. Dat kunnen psychische factoren zijn, maar ook reacties op bepaalde voedingsmiddelen of medicijnverslavingen. Zelfs geuren, luchtdrukverschillen, slaaptekort, te weinig drinken, honger. Soms wordt nooit duidelijk waar het door komt. En zonder direct aanwijsbare oorzaak wordt het temmen van dit monster vrijwel onmogelijk.

Zelfonderzoek

Na een jaar begint het Kwakman langzaam duidelijk te worden wat hij zou moeten doen om de ergste aanvallen te voorkomen. Dat is geen gemakkelijk inzicht en ook die worsteling weet hij over te brengen. Hij is er nog niet, als het boek uit is, maar hij heeft hoop en ziet weer een toekomst. Het 50-jarig jubileum van Poetry International zal door iemand anders gerealiseerd worden. Het is heel knap (en verstandig) dat hij zich daarbij neer kan leggen en besluit zijn carrière als organisator en manager om te buigen naar een bestaan als schrijver en kunstenaar.
 
Een fijne vertelstem

Wie nu denkt een klagelijk verhaal te lezen, dat uitsluitend over hoofdpijn gaat, heeft het mis. Het is een verslag van een jaar waarin ook genoeg andere zaken gebeuren. Waarin met humor de bezoeken aan therapeuten beschreven worden, waarin het genieten van kleine gebeurtenissen en schoonheid van de natuur aan bod komen. Zo blijft het boeiend om te lezen.

"Vorige week leek het gedaan met Barber. Hij sjokte naar zijn geheime plek achter het huis om te sterven. Ik vond dat wel mooi, maar Aurélia accepteerde dat niet. Toen de zon achter de bomen zakte, haalde ze het matras van haar bed en legde dat in het veld naast de boerderij.Ze nam de zieke herder in de armen en beiden vielen in slaap. Toen ze de volgende ochtend wakker werd, lag Barbar zwaar ademend op haar buik. De bordercollie lag met zijn hoofd op de schoft van zijn oude vriend. De witte kater, doorgaans stoïcijns voor alles aangaande de twee honden, lag bovenop Barber. Zo hebben ze hem in leven gehouden."
 
Meer lezen?

Tijdens het jaar van zijn ziekteverlof zag hij ook nog kans een boek te schrijven over 50 jaar Poetry International. Op Wikipedia kunnen we daarover lezen:

In poëzie en oorlog (Arbeiderspers, 2019) is een persoonlijk verslag van vijftig jaar Poetry International in Rotterdam. In dit onthullende boek ontleedt Kwakman de wereld van de internationale poëzie in het algemeen en die van het vermaarde Rotterdamse festival in het bijzonder, waarbij hij niets en niemand (inclusief zichzelf) spaart. 

Hotelkamerverhalen (Arbeiderspers, 2017) bevat verhalen en tekeningen naar aanleiding van zijn reizen voor Poetry International. Van Colombia tot China, India tot Nicaragua en Zuid-Afrika tot Chicago.

Bas Kwakman - Flankhond. De geschiedenis van mijn hoofdpijn. Amsterdam, De Arbeiderspers, 2021. Pb., 259 pg., met zwart-wit ills. door de auteur. ISBN:978-90-295-4520-4.

© Jannie Trouwborst, maart 2022.

donderdag 24 februari 2022

Mirthe van Doornik - Moeders van anderen

Nico en Kine zijn zusjes. Als het verhaal begint, zijn ze respectievelijk 14 en 9 jaar oud. Ze wonen samen met hun aan alcohol verslaafde moeder in een armzalige flat in een trieste buurt. Hun vader woont in een betere wijk van de stad. Hij heeft een nieuwe vriendin met twee zoontjes. Hoewel hij alimentatie betaalt, komt dat niet ten goede aan de meisjes. Ze kunnen maar zelden bij hem op bezoek en zelfs dan is er niet veel aandacht voor ze.

Een worsteling
 
Tussen de verschillende hoofdstukken in het boek zitten steeds enkele jaren. We zien de meisjes worstelen. Ze moeten zich staande zien te houden in een onmogelijke situatie, zonder veiligheid, begeleiding en voldoende middelen voor eten en kleding, laat staan enige luxe. Door bij de wisseling van de hoofdstukken ook te wisselen van perspectief, wordt gaandeweg duidelijk wat het voor elk van hen betekent om zo volwassen te moeten worden en waarom het de één beter lukt dan de ander.

Nico voelt zich als oudste verantwoordelijk voor haar zusje en tracht haar zoveel mogelijk te behoeden voor allerlei gevaren. Kine schuilt graag bij haar zus en vindt bij haar iets van de veiligheid die elk kind op jonge leeftijd nodig heeft. Hun moeder is vooral de stoorzender, soms vrolijk en uitgelaten, soms stomdronken en soms berouwvol met allerlei loze beloften over hoe ze het beter zal doen. Het lukt Nico niet haar moeder te behoeden voor stomme dingen en ze neemt steeds meer afstand van haar. Alles wat ze wil, is voor de buitenwereld de schande en de armoede verbergen. Maar dat valt niet mee, als je broodtrommel leeg is, omdat je moeder geen boodschappen heeft gedaan en als je met kapotte kleren en schoenen naar school moet. Niemand kijkt naar de meisjes om, behalve een tante af en toe. Ze staan er helemaal alleen voor.

Op zoek naar een uitweg
 
De stompzinnige acties van hun moeder en de vreemde vrienden die ze meebrengt naar huis zijn voor Nico een reden om een plan te bedenken om af en toe te kunnen vluchten. Samen met haar zusje spaart ze (door te werken en het geld goed te verstoppen voor hun moeder) voor een scooter om daarmee erop uit te kunnen en hun vader te kunnen bezoeken. Maar ook dat geeft niet waar ze op hoopten. En op haar 16de vertrekt Nico naar de aanleunwoning van haar oma en blijft daar clandestien wonen als deze naar een verzorgingshuis gaat. Ze verbreekt al het contact met haar moeder.
 
Kine blijft thuis wonen. Ze heeft medelijden met haar moeder en begint de manier waarop Nico leeft benauwend te vinden. Nico staat angstig en wantrouwend in het leven, probeert alle risico's te mijden, trekt zich terug, heeft nauwelijks sociale contacten. Kine begint zich af te zetten tegen Nico's fatalisme. Door haar enigszins beschermde manier van opgroeien, dankzij Nico, is ze minder beschadigd dan haar zus. De zussen verliezen elkaar uit het oog.

Getekend voor het leven

In het laatste hoofdstuk zijn de meiden 26 en 31. Hun moeder is ernstig ziek en zal waarschijnlijk overlijden. Kine is bij haar. Ze is er redelijk in geslaagd in het normale leven mee te draaien. Ze heeft gestudeerd, heeft een goede baan en sociale contacten. Nico slaagt er niet in de traumatische jeugd te boven te komen. Ze ziet overal rampen, leeft krampachtig en vervreemdt zich van haar leeftijdgenoten. Het ziet er niet naar uit dat het nog goed komt met haar.

Een aangrijpend verhaal

Ergens las ik dat er ook genoeg humor zit in dit verhaal. Maar daar denk ik toch anders over. Door het perspectief bij de kinderen te leggen, krijg je als lezer alle gelegenheid je helemaal in hun omstandigheden in te leven. Van een afstandje lijken de krankzinnige dingen die de moeder uithaalt geestig, maar dat zijn ze niet voor de kinderen. Een vakantie op een hippiecamping, in plaats van met pappa naar Frankrijk. Alleen achtergelaten worden in Disneyland, omdat ma met haar vriend ondertussen even naar Parijs wil. Een tipitent in de woonkamer en een weetplantage in de slaapkamer. Dat is niet leuk.
 
Moeders van anderen is vooral een ontroerende roman over onveiligheid, onmacht en loyaliteit. Vanaf de eerste bladzijde word je gegrepen door de angsten van de kinderen en hun kommervolle omstandigheden. Toch wil je door blijven lezen, hopend op iets beters, tegen beter weten in.

Mirthe van Doornik (1982) is journalist en documentairemaker. Moeders van anderen is haar debuut.

Mirthe van Doornik - Moeders van anderen. Amsterdam, Prometheus, 2018. Pb., 284 pg.. ISBN:978-90-446-3171-5
 
© Jannie Trouwborst, februari 2022.

zaterdag 5 februari 2022

Gerbrand Bakker - De kapperszoon

Er is lang naar uitgekeken, maar daar is hij dan: een nieuwe roman van Gerbrand Bakker. En wat voor één! Een origineel uitgangspunt met verrassende wendingen in de typerende, prettig leesbare Bakker stijl. Het was het wachten meer dan waard.
 
Vliegtuigramp
 
Zeg "Vliegtuigramp" en veel mensen zullen de MH17 noemen. Maar ik herinner mij nog heel goed de ramp op zondag 27 maart 1977, toen op de luchthaven Tenerife Noord (destijds bekend als Los Rodeos) op het Canarische eiland Tenerife twee vliegtuigen van het type Boeing 747 – een van Pan Am en een van de KLM – op elkaar botsten. Daarbij kwamen 583 mensen om het leven. Het is daarmee de grootste ramp uit de geschiedenis van de luchtvaart. Slechts 61 inzittenden, allen aan boord van het Pan Am-toestel, overleefden de ramp. Dat is nu 45 jaar geleden en er is nauwelijks meer aandacht voor. Maar Bakker haalde de ramp uit de vergetelheid door er een bijzondere roman omheen te schrijven.

De kapperszoon en de schrijver

Hoofdpersonen zijn een kapper en een schrijver. De kapper, Simon, is de zoon van een van de omgekomen passagiers. Zijn vader heeft hij niet gekend: hij werd geboren na het ongeluk, maar hij zit wel met veel vragen. De schrijver is zijn klant en vindt het gegeven interessant en wil er graag meer over weten. En zo ontstaat een boek waarin heel veel achtergrondinformatie over de vliegramp naar boven komt, want Simon zoekt de antwoorden die hij van zijn moeder en grootvader niet krijgt op via internet. De schrijver speelt een kleinere, maar vermakelijke rol. Hij heeft veel weg van Gerbrand Bakker zelf. Zo heeft hij een uiterlijk dat lijkt op dat van Bernlef en heeft hij romans geschreven als Beneden is het kil, De landweg, April en Amandelbomen bloeien rood. Het ontbreekt in dit bijzondere verhaal niet aan humor. Zelfs de Verantwoording achter in het boek doet je glimlachen.

Vader, grootvader en moeder

Waarom ging Simons vader, zonder iets te zeggen, op reis om het moment dat zijn moeder net zwanger was? Waarom wil ze hem niets vertellen? Wat weet zijn grootvader precies? Waarom zat een stagiair uit de kapperszaak in hetzelfde vliegtuig? Als Simon eenmaal begint te zoeken, laat het hem niet meer los. Met zijn grootvader bezoekt hij de plek waar de resten van veel slachtoffers begraven zijn. Maar daar ontdekt hij ook, dat van velen niets is terug gevonden en dat ook zijn vader nooit geïdentificeerd is. Bakker constateert (via Simon) op verschillende momenten in het verhaal dat er voor deze slachtoffers veel minder aandacht was dan voor die van de MH17. Pas in 2007 werd er een internationale herdenking gehouden op Tenerife en een monument onthuld.
Grootvader Jan wil graag dat Simon zijn kapperszaak (die zijn zoon Cornelis runde) overneemt, nu Cornelis er niet meer is. Simon vindt het geen prettig werk en de zaak is vaker dicht dan open. Zijn moeder Anja doet vrijwilligerswerk in het zwembad met geestelijk gehandicapte kinderen, daar betrekt ze ook Simon bij. Het geeft het verhaal allerlei extra wendingen, die toch uiteindelijk wel weer met elkaar te maken hebben. Via de gesprekken die Simon met zijn grootvader en moeder voert, krijgt de lezer een goed beeld van ze.

Eind goed, al goed?
 
Het is heel moeilijk om meer over de inhoud te schrijven, zonder de plot te verklappen. De gekozen constructie houdt de spanning er tot het einde in. De schrijver en de barman van de kroeg waar Simon de schrijver ontmoet, zorgen voor de humor in het verhaal. En dan zijn er nog de honden (ook een Bakker ding) en de Spaanse woorden: als al je boeken in het Spaans vertaald worden en je daar goede contacten hebt, dan spreek je natuurlijk ook zelf een beetje Spaans. Alles samen genomen is deze dikke roman zonder meer geslaagd. Een interessant onderwerp, goed uitgewerkt in een spannend verhaal, met de nodige humor en in de kenmerkende heldere Bakkerstijl, zonder zweverige metaforen. Met als basis de kracht van familiebanden en de behoefte je herkomst te kennen. En het einde? Dat mag iedereen zelf invullen.

Gerbrand Bakker - De kapperszoon. Amsterdam, Cossee, 2022. Pb., 303 pg. ISBN:978-90-6452-001-9 (ook gebonden verkrijgbaar).

© Jannie Trouwborst, februari, 2022.

vrijdag 4 februari 2022

Ricus van de Coevering - De hooier

Het is een hele spannende dag voor Timo: hij wacht op een telefoontje van zijn mentor. Is hij geslaagd voor zijn eindexamen? Dat moet wel haast, maar het is pas zeker als hij gebeld wordt. Intussen piekert hij wat af. Over vroeger, maar ook over de toekomst. Zal hij biotechniek gaan studeren of nog een jaartje bij zijn moeder blijven? Durft hij wel naar de grote stad en hoe moet hij contact maken met andere studenten? Op het vwo was hij een buitenbeentje. Kan hij zijn moeder wel alleen achter laten of is hij het haar verschuldigd dat hij bij haar blijft? Of is dat juist een excuus om niet naar de grote stad te hoeven? Is hij een lafaard?
 
Het verleden
 
Timo had een oudere broer, Ruben, begrijpen we uit zijn gepieker. Hij had een zeldzame geestelijke beperking: het Smith-Magenissyndroom. Het duurde lang voor de diagnose gesteld werd. De vader van Timo en Ruben zag het allemaal niet meer zitten en vertrok naar het buitenland om windmolens op zee te onderhouden. Ze zagen hem nauwelijks nog. Moeder was altijd met haar "clowntje" (zoals ze Ruben noemde) bezig en Timo moest vaak op hem passen als zij moest werken. Daardoor had hij weinig vrienden en kwam hij geregeld in de problemen door de impulsieve en gevaarlijke acties van Ruben.
 
Op een dag misdraagt Ruben zich zo, dat de boer waarvoor ze karweitjes deden in woede ontsteekt en Ruben een blauw oog stompt. Timo is dan al gevlucht. Hij voelt zich er nog schuldig over dat hij niet opgekomen is voor zijn broer. Maar erger nog is de keer dat hij zich niet voor de zoveelste onzin actie 's nachts uit bed laat halen door Ruben en zich omdraait en verder slaapt. Ruben komt die nacht om bij een onbezonnen daad. Zijn moeder verwijt Timo niets, maar is uiteraard enorm verdrietig. Ze vindt troost in haar geloof. Dat Timo meer opheeft met Nietzsche en God dood verklaart, vindt ze moeilijk.
 
De toekomst
 
Zijn moeder zorgt goed voor Timo, soms op het benauwende af. Gaan studeren in de grote stad geeft vrijheid, maar is ook eng. Haar alleen laten lijkt egoïstisch, maar als hij blijft, is het dan voor haar of omdat hij te laf is om het grote avontuur van de studie aan te gaan? Het blijft maar spoken in zijn hoofd.
 
Tijdens een fietstochtje om het wachten wat dragelijker te maken, ziet Timo een bord staan bij de boer die zijn broer geslagen heeft. Hij heeft werk en het betaalt goed. Misschien eens gaan kijken wat het is en dan in de zomervakantie wat verdienen om zijn moeder een nieuwe wasmachine te geven?
Er gebeuren vreemde dingen op de boerderij. Het gesprek met de boer zet van alles in beweging bij Timo. De hooier die de boer gebruikt om het hooi op het land los te woelen en om te keren om te drogen staat model voor wat zijn verhalen en de daarop volgende spannende gebeurtenissen teweeg brengen bij Timo. Ineens wordt het gemakkelijker om een beslissing te nemen.
 
Sneeuweieren, maar dan anders

In 2007 verscheen Sneeuweieren, een van mijn lievelingsboeken. Noordgeest uit 2014 viel me een beetje tegen. Maar met De hooier heeft Van de Coevering een prachtige opvolger geschreven. Dezelfde intieme, mysterieuze atmosfeer, de compacte stijl, de psychologische aspecten, de raadsels die de lezer zelf mag uitpluizen en verklaren. Een novelle die één dag uit het leven van een puber beschrijft die op het punt staat een volwassene te worden. Karakters die summier en toch levensecht beschreven zijn. Metaforen die aan de natuur zijn ontleend. De trieste en zwaarmoedige ondertoon van Sneeuweieren ontbreekt. Wel weer het boerenland en de boerderijen, verlies en rouw, teleurstellingen, brand. Maar in De Hooier is de blik vooruit gericht, er gloort hoop. Dat Timo biotechniek wil gaan studeren en fan is van Nietzsche maakt het verhaal mooi rond.
 
Ricus van de Coevering - De hooier. Amsterdam, Atlas/Contact, 2021. Pb., 171 pg., isbn:9789025471675.
 
© Jannie Trouwborst, februari 2022.

zondag 30 januari 2022

Sander Kollaard - Stadium IV

Nils Holgersson

Sinds 2006 woont Sander Kollaard op het Zweedse platteland, het land van Nils Holgersson, de hoofdpersoon van het kinderboek Nils Holgerssons wonderbare reis van Selma Lagerlöf uit 1906. Het boek was bedoeld om kinderen op een speelse manier de aardrijkskunde van Zweden te leren. In Stadium IV speelt het ook een rol.
Sarie (62) was aardrijkskundelerares. Ze is met pensioen en hoopt samen met Barend (64) over enkele maanden, als hij als politieagent ook met pensioen gaat, de wereld rond te reizen en al die plaatsen waarover ze les gegeven heeft, zelf eens te kunnen aanschouwen. Ze heeft haar moeder al jong verloren en herinnert zich vooral de fijne uren waarin die haar voorlas uit Nils Holgersson. Gebogen over de kaart van Zweden ziet ze alle plekken waar Nils overheen vloog, ook het eiland voor de oostkust waar ze Barend ontmoette en waar hun liefde ontlook. Daar wil ze hun rondreis beginnen.

Het noodlot slaat toe
 
De maanden voor zijn pensioen maakt Barend serieus werk van het zoeken van een perfecte camper. En als hij eenmaal zijn keus gemaakt heeft, besluiten ze een proeftocht te maken naar de Ardennen. Totaal onverwacht krijgt Sarie een epileptische aanval en ze wordt opgenomen in een Belgisch ziekenhuis. Na allerlei onderzoeken volgt een bittere uitslag: uitgezaaide kanker in Stadium IV. Er zijn nog wel behandelingen mogelijk, maar beter zal ze niet meer worden.
Ze keren naar huis terug en aanvankelijk schikt Sarie zich in de behandelingen die ze moet ondergaan en waardoor ze zich meestal heel beroerd voelt. Over de rondreis wordt niet meer gesproken. Tot ze een besluit neemt: ze wil geen behandelingen meer. Ze wil met de camper naar het Zweedse Öland, waar Barend en zij elkaar ontmoetten en hun leven samen begon.

Aanvaarding
 
Terwijl Sarie aanvaardt dat haar leven gaat eindigen, kan Barend zich er moeilijk bij neerleggen dat ze wil stoppen met de therapieën. Tenslotte geeft hij toe aan haar wens en laat zich door de huisarts nauwkeurig uitleggen hoe hij voor Sarie moet zorgen, welke medicijnen hij wanneer moet geven en waar hij op moet letten. Ook verdiept hij zich in alternatieve behandelingen, gezonde voeding en dergelijke.
Het lijkt een poos goed te gaan. Ze halen herinneringen op, maken uitstapjes naar bekende plekken, maar het onheil is niet meer af te wenden. Het gaat steeds slechter met Sarie en ook Barend begint te beseffen dat hij het onvermijdelijke moet aanvaarden, als hij het niet nog moeilijker wil maken voor haar.

Een ontroerende liefdesgeschiedenis 

Dit is niet in de eerste plaats het dramatische verhaal over een ten dode opgeschreven kankerpatiënt. Het is een liefdesgeschiedenis. Van het prille begin tot het bittere einde. Na zoveel jaren kennen ze elkaar goed. Sarie kan glimlachen om het gedreven fanatisme waarmee Barend een camper uitzoekt. Maar als hij met dat zelfde fanatisme probeert haar in leven te houden en niet begrijpt dat ze niet meer wil, ontstaat er wrevel en boosheid. Toch overwint hun liefde voor elkaar alle moeilijkheden. En leidt tot een aangrijpend einde.

Schrijfstijl

Kollaard heeft een rustige, heldere schrijfstijl. Hij neemt de ruimte voor sfeertekeningen, filosofische overdenkingen, nauwkeurige weergave van gevoelens en betekenisvolle gebeurtenissen. Nergens wordt het een melodramatisch verhaal, al is het gegeven triest genoeg. Duidelijk wordt wel hoe de echtgenoten de onheilstijding verwerken, ieder voor zich. Het is geen spannend verhaal in de zin van "door willen lezen om te weten hoe het afloopt". De lezer weet waar het zal eindigen. Maar toch wil die verder lezen, omdat de hoofdpersonen zo levensecht beschreven worden. Even is het spannend, als het erop lijkt dat ze elkaar niet meer begrijpen, maar uiteindelijk overwint toch de liefde voor elkaar. "Levendig, sfeervol en intiem" stond in Het Parool over dit boek en dat is raak getypeerd.

Sander Kollaard (1961) is geboren in Amstelveen en studeerde geschiedenis in Amsterdam. Sinds 2006 woont en werkt hij op het Zweedse platteland. In 2012 debuteerde hij met de verhalenbundel Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde (Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs). In 2015 volgde zijn romandebuut, Stadium IV, dat in De Wereld Draait Door werd gekozen tot Boek van de Maand. In 2018 verscheen zijn tweede verhalenbundel Levensberichten. In 2019 de roman Uit het leven van een hond (Libris Literatuurprijs) en in 2021 zijn derde roman De kleuren van Anna.
 
Sander Kollaard - Stadium IV. Amsterdam, Van Oorschot, 2020. Pb, 2e dr.,160 pg., ISBN: 9789028223158.
 
© Jannie Trouwborst, januari 2022

vrijdag 21 januari 2022

Jonathan Robijn - Tabak

Jonathan Robijn (Gent, 1970) studeerde sociologie en psychologie, en werkte nadien lange tijd voor Artsen Zonder Grenzen. In 2013 verscheen zijn literair debuut, de roman De stad en de tijd, die genomineerd werd voor de Gouden Boekenuil. In 2017 verscheen het succesvolle Congo blues. Tabak uit 2020 is zijn derde roman.
 
Het doodvonnis
 
De zestiger Jimmy Vandaele is een levensgenieter. Hij kleedt zich verzorgd, geniet graag met vrienden van een bourgondisch diner in een gerenommeerd restaurant en op z'n tijd van een goede wijn en een smaakvolle sigaret. Misschien is zijn levensstijl niet zo gezond, maar daar bekommert hij zich niet om. Er wordt teveel verboden in het leven om er nog van te kunnen genieten, is zijn visie. Hij heeft in zijn jeugd genoeg ellende mee gemaakt en daarna hard genoeg gewerkt om te bereiken wat hij nu heeft: van schoenlapper tot eigenaar van een florerend aspergebedrijf.
En dan komt zijn huisarts met de cynische opmerking, dat hij voortaan net zo veel mag roken als hij wil: stoppen heeft geen zin meer. In plaats van te schrikken negeert Jimmy de boodschap van de aangekondigde dood. Hij vertelt het niet aan zijn vrouw en kinderen. Wel neemt hij een drastisch besluit. Stoppen met roken zal hij niet, maar hij wil wel graag dat zijn laatste sigaretten weer zullen smaken als zijn favoriete merk van vijftig jaar geleden: Davros. Pure tabak, zonder de smerige chemische toevoegingen van de sigaretten van tegenwoordig. Het merk ging failliet, maar wie weet kan hij ergens nog een paar pakjes vinden?

De zoektocht

Zo komt hij in Brussel terecht bij de Armeense sigarettenhandelaar Missirian, in wie hij een gelijkgestemde vindt, en samen trekken ze naar Armenië, het vaderland van de producenten van zijn favoriete tabak. Het heeft heel wat voeten in de aarde voor hij eindelijk iemand vindt die nog Davros sigaretten zou moeten hebben. Ondertussen wordt hij geregeld overvallen door beelden uit zijn jeugd en de mooie jaren met Ella zijn vrouw, toen ze elkaar net kenden en nog geen kinderen hadden. Hij vraagt zich af waar het fout is gegaan, waarom ze zo van elkaar zijn vervreemd. Het hoesten wordt steeds erger. En dan komt er een telefoontje van zijn vrouw. Een overrompelend einde.

Een dubbelzinnig verlangen
 
Het is duidelijk te merken dat Jacob Robijn enige tijd in Armenië heeft gewoond. Zo kleurrijk als hij het land en zijn bewoners weet te schilderen, komt het voor mij vrij onbekende land tot leven. Jimmy voelt zich er thuis, alles wat hij in België mist vindt hij hier. De restanten van het communistische bewind ervaart hij ten dele als geruststellend. De mensen zijn beleefd, zien er verzorgd uit en ze zijn gastvrij. Je mag overal gewoon roken en je hoeft geen tienduizend stappen per dag te zetten, het alcoholgebruik te beperken tot 1 glas per dag en alleen nog gezonde salades te eten.
Maar ondertussen is er behalve het verlangen naar de smaak van de Davros sigaretten ook het verlangen naar het leven van vroeger, dat voorgoed voorbij is. Steeds opnieuw wisselen de avonturen van de zoektocht zich af met de vragen over zijn verleden. Hij ziet zijn hele leven aan zich voorbij trekken. Zijn gelukkige jaren met de avontuurlijke, spontane Ella, hun reizen samen, de drukte in het gezin bij de komst van de kinderen en tenslotte de verwijdering. Ook dat wordt een zoektocht: waar ging het fout? Ella is veranderd nadat de kinderen kwamen. Hadden ze ze niet moet hebben om gelukkig te blijven? Of is het toch zijn houding geweest die de oorzaak was? 

Het is mooi om te zien hoe deze beide verlangens gelijk opgaan. Zal hij de sigaretten vinden en zullen ze de smaak hebben die hij verwacht? Zal hij erachter komen wat hun verwijdering op gang bracht en daar nog iets aan kunnen doen voor het te laat is? De plot van het verhaal is een enorme verrassing.

Tabak is een verhaal over een generatie die bijna is verdwenen, over een man die gelaten terugkijkt op zijn leven, maar tussen de hoestbuien en rookwolken door is het vooral ook een melancholisch verhaal over een verloren liefde.
 
Jonathan Robijn - Tabak. Amsterdam, Cossee, 2020. Pb., 261 pg.  ISBN:978-90-5936-881-1.
 
© Jannie Trouwborst, januari 2022.

zondag 16 januari 2022

Renske Jonkman - Dit verdronken land

Renske Jonkman studeerde Nederlandse Taal & Cultuur. Als schrijver en freelance journalist maakt ze interviews en reportages voor onder meer de Volkskrant en National Geographic. Voor dagblad Trouw schreef ze de afgelopen jaren een column over boeren en natuurbeschermers. In 2011 debuteerde ze succesvol met haar roman Zo gaan we niet met elkaar om, in 2015 verscheen haar roman Gibraltar. Eind augustus 2021 verscheen haar nieuwe roman: Dit verdronken land. Een grote boerenroman over de relatie tussen de mens en het polderlandschap. Ze woont en werkt op het Noord-Hollandse platteland.
 
Vissers werden boeren

In een sfeervol beschreven proloog van enkele bladzijden schetst Renske Jonkman de situatie van de Wogmeer in 1607. Een landmeter moet bekijken welke mogelijkheden er zijn voor het drassige gebied dat eromheen ligt. Een ringdijk lijkt de oplossing, met uitwateringssloten en molens die het meer droogmalen. Met middendoor een weg, waaraan de boerderijen komen. De stukjes land tussen de sloten kunnen gepacht worden door de boeren. Om het vee te weiden moeten de boeren ze met een schuit naar de eilandjes varen om ze te laten grazen en ze te melken.
 
"Twee jaar later was de Wogmeer ingepolderd en werden de kavels verloot. De oudste visser kreeg kavel C9 toegewezen. Dat was Endegeest. Gerrit Pieterszoon Endegeest".

Daarna springen we naar 1956. De familie Endegeest boert nog steeds op boerderij de Jona, maar het wordt steeds moeilijker in dit bewerkelijke gebied een boterham te verdienen. Met wat schapen en kippen, een kleine kudde koeien, enkele trekpaarden en een moestuin is het geen vetpot. De moeder van het gezin is overleden en de vader maakt van de administratie een rommeltje. Dat ontdekt de oudste zoon Krijn (18) als ook zijn vader omkomt. Hij voelt zich verantwoordelijk voor zijn broers Lucas (16) en Seth (7) en zus Janna (14). Janna heeft het meeste verstand van het boerenbedrijf, maar als meisje wordt ze niet serieus genomen. Zowel zij als Lucas willen bij beslissingen betrokken worden, maar Krijn gaat zijn eigen weg. Dan is er nog Grootvader Endegeest die in één van de poldermolens woont. Waar Krijn kansen ziet via modernisering en ruilverkaveling, houden zijn grootvader en Lucas vast aan de oude manier van boeren en de grond die al eeuwen in hun bezit is. Het komt tot een uitbarsting tussen Krijn en Lucas, maar wat er precies gebeurd is, lezen we pas in het tweede deel.

Een nieuw leven lokt in Canada

Opnieuw een grote sprong, nu naar 2020. Janna bestiert nog steeds de ouderlijke boerderij. Krijn is verdwenen naar Canada en heeft geen contact meer met de familie. Een van Janna's dochters, Lucia, is getrouwd met een boerenzoon wiens ouders dankzij de ruilverkaveling goed geboerd hebben. Maar hij wil het bedrijf niet overnemen, vanwege de vele regels en problemen met mestoverschot, stikstof en grote schulden voor nieuwe stallen na het loslaten van de melkquota. Hij is lid van Farmers Defence Force, maar besluit uiteindelijk dat hij naar Canada wil. Lucia werkt aan de universiteit van Wageningen en is bezig met onderzoek om uit planten elektriciteit op te wekken. Hij noemt het haar hobby.
 
We volgen het stel naar Canada tijdens hun zoektocht naar een farm. De bedoeling is te emigreren. Maar daarover is Lucia minder enthousiast dan haar man. Ze zou alles op moeten geven: haar familie, haar onderzoek. En dan zijn er ook nog hun twee dochtertjes. Wordt dat hun toekomst? Ze mist het West-Friese landschap. Maar nu ze toch in Canada zijn, wil ze op zoek naar haar Oom Krijn. Ze vinden hem en langzamerhand wordt duidelijk wat zich voor zijn verdwijning heeft afgespeeld. 

Boeren worden vissers

Het laatste korte hoofdstuk speelt in 2148. De zeespiegelstijging heeft de Wogmeer onder water gezet. Net als de wijde omgeving. De meeste mensen zijn vertrokken of wonen op woonboten en leven van de visvangst en hun groenten uit drijvende kassen. Er worden toeristische rondvaarten gehouden boven het verdronken land.  Alleen de Jona, die iets hoger ligt, staat er nog.  En nog steeds wonen er nazaten van Endegeest...

Een ode aan het West-Friese landschap
 
Het kan niet anders dan dat Renske Jonkman zich grondig verdiept heeft in de periode rond 1956. Ze tekent de ruilverkavelingstoestanden en de moeilijke keuze waarvoor boeren destijds stonden heel overtuigend. En ze verpakt het vervolgens in een spannend familieverhaal. De problemen waar de jonge boeren van nu tegenaan lopen brengt ze eveneens onder de aandacht. Maar dat er meer te kiezen valt dan emigreren en dat er tevens aandacht moet zijn voor verduurzaming, krijgt ook een plaats. In net zo'n spannend en overtuigend verhaal over een ongelijkwaardige relatie en een roadtrip door Canada. Net zomin als Janna serieus genomen werd, geldt dat voor Lucia. Maar wie trekt er aan het langste eind?
 
Dat het West-Friese polderlandschap Renske Jonkman ter harte gaat, blijkt wel uit de manier waarop ze het beschrijft in Dit verdronken land. De sfeertekening, zowel in 1956, als in 2020 in Canada, spreekt aan. De heldere, rustige stijl, zonder poespas of mooi schrijverij heeft een prettig ritme met onopvallende alliteraties. Dit verdronken land doet me denken aan een andere roman uit deze streek: Boven is het stil van Gerbrand Bakker.

"In de keuken op de westzijde was het behaaglijk warm. De wandplanken waren blauw geschilderd - in deze streek was iedereen er heilig van overtuigd dat die kleur de vliegen op afstand hield - maar zelfs begin oktober kropen de vliegen nog tegen de ramen. De paar overgebleven appels op de schaal waren aangevreten en op de koude vloertegels lag de lapjeskat languit te slapen. De zon scheen laf naar binnen en de heiige lucht vulde het raam met de zes ruiten. Op de vensterbanken voor het raam stonden de jonge stekken die Janna had opgekweekt: geraniums, begonia's, een lampionplant. Maar de herfst hing rond, alles was verdord en uitgeput, de vogels zaten doodstil op de takken van de bruine notenboom te wachten tot ze konden uitvliegen naar het zuiden."
 
Renske Jonkman - Dit verdronken land. Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 2021. Pb, 272 pg. ISBN: 978-90-388-0462-0.
 
© Jannie Trouwborst, januari 2022.

vrijdag 14 januari 2022

Annet Schaap - De meisjes

Vorig jaar gaf ik mijn kleindochters met Kerstmis Lampje van Annet Schaap. Ik had er veel goeds over gelezen, dus ik vertrouwde erop dat het een verantwoord en leuk cadeau was. Maar nadat mijn dochter het aan ze had voorgelezen (ze zijn groot genoeg, maar voorlezen vinden ze toch ook nog wel heel fijn) kreeg ik zo'n enthousiast verhaal te horen, dat ik toch maar besloot het ook zelf te lezen. Het bleek inderdaad heel bijzonder te zijn. Modern, spannend, leerzaam en toch leuk. En niet te vergeten met de achterliggende boodschap: geloof in jezelf en laat je niet door anderen vertellen wat je wel en niet kunt.
 
Oude sprookjes in een nieuw jasje
 
Dus toen dit jaar de vraag was wat ik ze met de Kinderboekenweek zou geven was de keus snel gemaakt: De meisjes, zeven sprookjes van Annet Schaap natuurlijk. Maar net als vorig jaar duurde het een poos voor ik het zelf las en opnieuw werd ik verrast door de creativiteit waarmee Annet Schaap oude sprookjes in een nieuw jasje stak met een nieuwe boodschap.

Sprookjes die oorspronkelijk door de gebroeders Grimm en Charles Perrault zijn opgeschreven:  Repelsteeltje (Meneer Pelsteel), Roodkapje (Wolf), Hans en Grietje (Koekjes), De kikkerkoning (Kikker), Kapitein Blauwbaard (Blauw),  Doornroosje (Slaapster) en Belle en het Beest (Monstermeisje) kregen een geheel nieuwe wending en lading. Waarbij de titel al wijst naar wat ze er mee wilde: meisjes in de hoofdrol!

Spinnewiel en GPS

De sprookjes beginnen niet met Er was eens, maar met Het meisje en de hoofdfiguren zijn altijd meisjes of twee zusjes. Ze eindigen ook niet met En ze leefden nog lang en gelukkig. Hoe het leven verder gaat wordt onbesproken gelaten en vaak zijn de meisjes tevreden met hun keuze en blijft de toekomst onzeker. Oude sprookjeselementen gebruikt ze opnieuw (spinnewiel waarmee goud uit stro gesponnen kan worden) of ze kiest juist voor een heel modern voorwerp (mobiel met GPS voor de route naar oma). De volwassenen zijn moderne ouders, die mantelzorger zijn en online boodschappen bestellen, maar er komen ook koningen, prinsen en prinsessen in voor. 
 
Van alle zeven sprookjes is duidelijk herkenbaar dat ze gebaseerd zijn op het originele verhaal. Maar zowel het verloop, als de afloop is steeds verrassend. Vooral de moderne sprookjes (Wolf en Koekjes, ofwel Roodkapje en Hans en Grietje) spelen zo met hedendaagse omstandigheden, dat ze zowel grappig als confronterend zijn en een diepere laag hebben. Niet meteen herkenbaar voor kinderen misschien, maar wel voor volwassenen. En dacht je vroeger over het einde van de wolf misschien: net goed, eigen schuld, nu laat het sprookje je met een onbehagelijk gevoel achter. Net zoals Slaapster een ontroerend verhaal is geworden over het verdriet van ouders met een zieke dochter, die niet zien hoe haar zusje zich opoffert. Het einde is triest en hoopvol tegelijk.....

Geslaagd
 
Kortom, een bijzonder sprookjesboek, voor groot en klein, om voor te lezen en te herlezen en te genieten van de prachtige zinnen waarmee het verteld wordt. Annet Schaap is er zonder meer in geslaagd om ook van haar tweede boek een succes te maken.
 
Annet Schaap - De Meisjes: zeven sprookjes. Amsterdam, Querido, 2021. Geb. 247 pg., zwart-wit ills. ISBN: 9789045126692.
 
© Jannie Trouwborst, januari 2022 

woensdag 12 januari 2022

Toon Horsten - De pater en de filosoof

Halverwege de jaren dertig van de vorige eeuw wijdde de Duitse filosoof Edmund Husserl (1859-1938) een boek aan de crisis van de wetenschappen. Leveren de wetenschappen ons vandaag de dag niet méér inzicht in de werkelijkheid op dan ooit tevoren? – zo vroeg hij zich af. Al tijdens de Eerste Wereldoorlog had de wetenschap bewezen de oorlogsindustrie van groot nut te kunnen zijn, maar aan de ethische kwestie van het gebruik daarvan had ze weinig bij te dragen. En nu, in de jaren dertig, dreigde hetzelfde te gebeuren. De taal van de natuurkunde en de wiskunde regeert en bepaalt het discours. De filosofie is op zoek naar een andere invulling, naar een nieuwe plaats in die nog steeds veranderende wereld. Hij probeert fundamenten te leggen voor de filosofie als strenge wetenschap en wil haar algemene en absolute geldigheid geven. De ambitie van Husserl is enorm. Hij wil met zijn filosofische leer, de fenomenologie, niets minder dan het sluitstuk leveren van de westerse filosofie. Hij is ervan overtuigd dat we moeten zoeken naar het zuivere bewustzijn. Maar daarvoor is een methode nodig, die hij de fenomenologische reductie noemt. 
 
Het voert te ver deze ingewikkelde materie hier verder uit te werken. In de inleiding van het boek staat ze kort beschreven. Toch speelt deze baanbrekende filosofie verder nauwelijks een rol in het verhaal van Toon Horsten. Belangrijker is dat Husserl als Jood zijn eigen teksten niet meer kon publiceren in Duitsland. Dat er een Vlaamse pater was, filosofisch geschoold, die het belang van deze filosofie inzag. En dat die zich beijverd heeft de nalatenschap van Husserl veilig te stellen en zodoende een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de vernieuwing van de filosofie van de twintigste eeuw.

Wie is die man op de foto?

Toon Horsten ontdekte op familiefoto's en films geregeld een pater waar hij niet veel van wist en vroeg er zijn vader naar. Het bleek de lievelingsneef van zijn grootmoeder te zijn. Volgens zijn vader deed hij iets met filosofie aan de universiteit van Leuven. Hij bleek de doodsbrief van de pater bewaard te hebben en zo kwam ook de naam boven water: Herman Leo van Breda. Het overlijdensbericht omvatte een indrukwekkende opsomming van officiële eretekens van de staten West-Duitsland, Nederland, België en Israël. Plus een eredoctoraat en een erkenning als "weerstander" tijdens de Tweede Wereldoorlog. De familie bleek een held te hebben voortgebracht, maar wat hij had gedaan om dat allemaal te verdienen wist niemand. En dus startte Toon Horsten een speurtocht die vijf jaar zou duren en die resulteerde in dit spannende en interessante verhaal.

De redding van het Husserl archief

Herman Leo Van Breda (Lier 1911 - Leuven 1974) was een franciscaan, filosoof en stichter van de Husserl-archieven aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte verbonden aan de Katholieke Universiteit Leuven. Op 19 augustus 1934 werd hij tot priester gewijd en in 1936 startte hij met zijn studies wijsbegeerte aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij in 1941 zijn doctoraat behaalde met een proefschrift over de fenomenologie van Edmund Husserl. Hij werd later hoogleraar in Leuven, waar hij verbleef tot zijn overlijden in 1974.

Al tijdens zijn studie beseft de pater hoe belangrijk de fenomenologie van Husserl is en hij besluit Edmund Husserl in Freiburg (Duitsland) op te zoeken. In eerder werk heeft Husserl aangegeven dat er talrijke manuscripten zijn waarin hij zijn filosofie nader uitgewerkt heeft. Maar in het Duitsland van vlak voor de Tweede Wereldoorlog krijgt hij als Jood geen kans zijn werk uit te geven. Zijn leven en dat van zijn familie loopt gevaar. Vlak voor Van Breda naar Freiburg vertrekt, overlijdt Husserl. De pater weet het vertrouwen van de weduwe te winnen en belooft haar het complete, zeer uitgebreide archief in veiligheid te brengen. Alsmede de bibliotheek van haar man.

Wat volgt is een spannend verslag van een manuscriptensmokkel, in een periode waarin ondertussen de Tweede Wereldoorlog begint.
Ook de vrouw van Husserl moet onderduiken en Van Breda zorgt voor haar veiligheid door haar onder te brengen in een klooster in België.
 
Gabelsberger steno
 
Het kost Van Breda veel moeite om in België een geschikte plek te vinden voor het uitgebreide archief. En om instanties te bewegen de kosten voor het beheer van het Husserl-archief beschikbaar te stellen. Maar er is nog een probleem. De enorme hoeveelheid manuscripten is geschreven in Gabelsberger steno, dat slechts weinigen beheersen. De bedoeling is de manuscripten uit te geven en onderzoekers in staat te stellen ze te bestuderen. Daarvoor moeten ook de voormalige assistenten van Husserl (die bekend zijn met deze steno) naar België gehaald worden om voor het archief te werken en de manuscripten te transcriberen. Zowel tijdens als vlak na de oorlog brengt het in dienst nemen van Duitse medewerkers de nodige problemen mee, zowel voor de pater, als voor deze mensen zelf.

Het ontsluiten en beheren van het Husserl-archief zal het levenswerk van de pater worden. En al is niet iedereen vanaf het begin enthousiast, vele twintigste-eeuwse filosofen hebben er dankbaar gebruik van gemaakt. Zowel om er kanttekeningen bij de kunnen plaatsen, als er op voort te bouwen. Ter sprake komen: Martin Heidegger, Emmanuel Levinas, Jacques Derrida, Maurice Merleau-Ponty, Paul Ricoeur, Roman Ingarden, Edith Stein, Jean-Paul Sarte en nog vele anderen. 
Verwacht geen uitgebreide filosofische analyse van hun werk in verhouding tot de fenomenologie van Husserl. Er wordt slechts kort bij stilgestaan hoe ze met de vrijgekomen teksten omgingen. Alleen voor Heidegger is wat meer aandacht. 
 
Biografie
 
De pater en de filosoof is niet alleen een onderhoudend verhaal over de redding van het Husserl-archief, het is tevens een biografie van deze gepassioneerde en vindingrijke pater, die de nodige risico's nam om zowel het archief, als een aantal Joodse mensen van de vernietiging te redden. Toon Horsten zocht het allemaal uit. Het resultaat is een spannend boek, geschreven in een prettig leesbare stijl, dat boeit van begin tot eind. In Vlaanderen is het inmiddels een bestseller.
 
Toon Horsten - De pater en de filosoof. De redding van het Husserl-archief. Antwerpen, Vrijdag, 2021. Pb, 312 pg., met foto's, reg. en lit, opg. ISBN:
9789460018633
 
© Jannie Trouwborst, januari 2022.