Posts tonen met het label jeugdboek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jeugdboek. Alle posts tonen

zondag 10 april 2022

Sarah Verhasselt - De verdwenen medaille

Verhuizen naar een andere omgeving, midden in een schooljaar, dat is niet prettig. Maar het is niet anders. Samen met haar moeder gaat Hannah bij haar Oma in Distelveen wonen. Aan Oma zal het niet liggen, Hannah voelt zich al snel op haar gemak in haar huis. Maar hoe zal het gaan op haar nieuwe school en hoe maakt ze nieuwe vrienden?
 
Het is lentevakantie en er is een rommelmarkt in Distelveen. Ook Oma en haar buren doen daar aan mee. Het is voor Hannah een mogelijkheid het dorp te verkennen en wellicht wat toekomstige klasgenoten en leerkrachten te ontmoeten. Maar als tijdens die rommelmarkt een voor Oma belangrijke medaille gestolen wordt uit haar huis, komt die kennismaking in een stroomversnelling. Wat volgt is een spannende zoektocht met vele wendingen die haar niet alleen in aanraking brengt met allerlei Distelveners, maar ook met nieuwe vrienden. En net als de oplossing dichtbij lijkt, gaat het toch nog bijna mis en blijkt alles heel anders in elkaar te zitten dan verwacht.
 
Mijn kleindochter (10 jaar) die ik het boek eerst liet lezen, las het in een ruk uit, zo spannend vond ze het. Ik ben niet meer gewend kinderboeken te lezen, maar aangestoken door haar enthousiasme nam ik het ook ter hand, om er als een volwassene naar te kijken. En ik kan alleen maar met bewondering vaststellen dat het niet alleen spannend is voor kinderen. Ook ik kon het niet wegleggen voor het uit was.
 
Maar ik zag meer. Hoe spelenderwijs allerlei wetenswaardigheden geïntroduceerd worden. Weet jij wat een palindroom is? Na een terloopse uitleg komt het geregeld terug in het verhaal. Een gekostumeerd feest schept een mogelijkheid om historische figuren op te laten draven. En een ouroboros? Dit Griekse symbool dat de kaft van het boek siert, speelt een belangrijke rol bij de zoektocht, maar voor de volwassenen (en wie weet ook voor sommige kinderen) staat het ook symbool voor het verloop van deze spannende geschiedenis. Daarnaast is het een verhaal voor hedendaagse kinderen, met hedendaagse spullen, uitdrukkingen, spelletjes en gadgets. Ik weet zeker dat ze zich snel thuis zullen voelen in een verhaal dat in staat is hun leefwereld op te roepen. Kortom: geslaagd!
 
Sarah Verhasselt is leerkracht Nederlands voor anderstaligen. Stiekem gelooft ze dat in elk kind een veellezer schuilt. In 2017 schreef ze Een miljoen voor middernacht waarmee ze de Averbode verhalenwedstrijd won. Haar tweede kinderverhaal De joyrider verscheen in 2021. Met haar jeugdboek De verdwenen medaille toont ze onmiskenbaar aan dat we haar in de gaten moeten houden als een veelbelovend kinderboekenschrijfster.
 
Sarah Verhasselt - De verdwenen medaille. Westerlo, Phoenix Books, 2022. Pb., 149 pg., ISBN:9789083202846
 
© Jannie Trouwborst, april 2022.

maandag 26 november 2018

Ken jij de Poëzietafel al?

In de Najaarsweek van de poëzie georganiseerd door Sandra mag een verwijzing niet ontbreken naar een mooie en informatieve site die, als een van de weinige, exclusief en ruim aandacht geeft aan zowel bekende als debuterende Nederlandstalige en buitenlandse dichters.

Wat is de Poëzietafel? 

Poëzie-leestafel is een onderdeel van de website www.leestafel.info.  Beide zijn niet-commerciële, informatieve sites, waar iedereen gratis lid van kan worden. De leden zijn liefhebbers van literatuur en poëzie. Via het poëzieforum kunnen zij van gedachten wisselen over poëzie.

Van de site: 


Wij proberen door middel van deze site de drempel om poëzie te gaan lezen, te verlagen. Bij deze site zit een forum waar, in duidelijke, eenvoudige taal, de gedichten becommentarieerd en/of uitgelegd worden. Deze aanpak blijkt te werken, veel mensen zijn enthousiaste poëzielezers geworden.

De gedichten op deze site zijn aangeleverd door de dichters zelf of geplaatst door de Leestafelleden met toestemming van de dichters. Daarnaast zijn er recensies over dichtbundels te vinden.
 

Ook aan schoolkinderen proberen wij gedichten uit te leggen en zij kunnen ons hun vragen stellen over gedichten waar zij problemen mee hebben via mail of via het forum. Wel wordt van de schoolkinderen verwacht dat ze zelf meedenken.

Voor alle gedichten die op deze site staan heeft Leestafel toestemming gekregen van (erven van) de dichter en/of de uitgever. Indien onverhoopt toch nog iets onrechtmatig geplaatst is, gelieve contact op te nemen met de beheerder.


Misschien kennen sommigen van jullie De Leestafel al? Zo niet, dan zou ik er als boekblogger maar eens snel gaan kijken.

Wat is de Leestafel?

Van de site:
 
De Leestafel, opgericht in april 2004, is een drukbezochte (ca. 60.000 bezoekers per maand), niet-commerciële, informatieve site over boeken. Er zijn inmiddels meer dan 7500 recensies over zowel fictie- als non-fictie boeken, kinderboeken, spannende boeken en hobbyboeken op de Leestafelsite te vinden. Tevens is er een forum waarop gediscussieerd kan worden over boeken en andere literaire zaken. Kijk eens rond, hopelijk geniet u net zo van de site en het forum als wij doen.
(Sinds 11-04-2014 is de website Leestafel inclusief het forum op verzoek van de Koninklijke Bibliotheek in hun archieven opgeslagen - met door de aankomende jaren heen regelmatig updates - als zijnde digitaal/cultureel erfgoed.)


Lezen op de site kan altijd, maar voor meepraten op het forum moet je je (gratis) aanmelden.

Van harte aanbevolen!

In het verleden heb ik meegewerkt aan de site via het leveren van recensies en ook deelgenomen aan de discussies over boeken of het gezamenlijke uitpluizen van een gedicht. Via uitstekende ingangen is alles nog steeds te raadplegen en er komen elke dag nog boeken en gedichten/dichters bij. Als ik er af en toe weer eens een kijkje neem, ben ik meteen weer enthousiast. Maar het beste kun je het zelf gaan beoordelen, ik weet zeker dat je er terug zult keren. En helemaal als je echt meer met poëzie wilt gaan doen.

De Leestafel is inmiddels genomineerd voor de Jan van Luxemburg Prijs. Alles daarover en hoe je hen kunt helpen die te winnen, lees je ter plekke.

© Jannie Trouwborst, november 2018.

zondag 23 september 2018

Als tijd voorbij gaat – Martins en Matoso


Filosoferen met kinderen, dat is zo leerzaam. Niet alleen voor hen, maar ook jezelf. En leuk bovendien. De onbevangen manier waarop zij nog naar de wereld kunnen kijken, daarvan valt veel te leren. Dat werd me weer eens duidelijk toen ik het prachtig uitgevoerde prentenboek  “Als tijd voorbij gaat” in handen kreeg.

Vraag aan een volwassene wat “tijd” is en hij zal meteen komen met uren, dagen, maanden, jaren. Kortom met een gestructureerd overzicht, volgens de klok en de afspraken die erover gemaakt zijn door grote mensen. Maar hoe leg je dat uit aan een kind dat nog geen klok kan kijken? En is tijd eigenlijk niet veel meer dan de meetbare eenheden die wij gebruiken?
Een kind heeft wel degelijk een besef van wat het begrip inhoudt: het beleeft de tijd door te kijken, te ontdekken, te voelen. Tijd wordt een rekbaar begrip door kinderogen. En daar heeft dit boek gebruik van gemaakt. Eenvoudige tekeningen in heldere kleuren en korte tekstjes tonen voorbeelden van het zichtbaar maken van tijd. Allemaal onder de noemer:  Als tijd voorbij gaat.

De jongsten (tot ong. 4 jaar) zullen er begrip voor ontwikkelen (je wordt steeds groter, iets wat je eerst niet kunt, kun je nu wel), de iets oudere kinderen (tot ong. 7 jaar) zullen het willen uitproberen en onderzoeken (schaduwen worden langer, uien worden doorzichtig in een pan) en de nog oudere kinderen en volwassenen zullen genieten van alle voorbeelden en zich uitgedaagd voelen nog meer voorbeelden te bedenken waaraan je kunt zien dat de tijd voorbij gaat.

En zo worden kleine filosoofjes geboren:  napraten over wat tijd eigenlijk is. Is dat een gestructureerd begrip, gevangen in meetbare eenheden of is het wat we ervaren? Want waarom kan een dag omvliegen of juist erg lang lijken te duren? Moet je het onderscheid van gestructureerde tijd en ervaren tijd misschien gescheiden houden en steeds opnieuw bepalen wat nu belangrijk is: de klok of je gevoel?

Er zijn landen waar filosoferen in de klas een vast onderdeel van het lesprogramma is. Op vrijwel geen enkele school in Nederland gebeurt dat. Misschien is dat iets voor een volgende TV-serie van Stine Jensen: filosoferen met kinderen? Dan kan ze met dit boek beginnen.

Kortom: een mooi vormgegeven, leerzaam en leuk prentenboek voor jong en oud. Je zou hopen dat er meer begrippen op deze manier tastbaar gemaakt worden. 

Isabel Minhos Martins (tekst) en Madalena Matoso (tekeningen) – Als de tijd voorbij gaat. Elburg, Karmijn, 2018. Vert. door  Jannemieke van Ittersum en Wilma Seijbel. Geb., 42 pg., ills., isbn:978-9492-168-207.

© Jannie Trouwborst, september 2018. 

vrijdag 31 augustus 2018

Nienke van Hichtum - Afke's tiental

Als laatste boek voor de Maand van de Klassieker 2018 (KLIK HIER) koos ik voor een kinderboek uit 1906: Afke's tiental geschreven door Nienke van Hichtum. Het was het lievelingsboek van mijn Friese grootmoeder Trijntje van Oostrum-Molenaar (Bolsward 1892 - Drachten 1975). Ze had het al zo vaak tegen me gezegd: lees dit maar eens, dan weet je hoe mijn jeugd eruit zag. Toen het boek verscheen was ze net aan haar eerste dienstje begonnen (14 jaar oud). Maar ik vermoed dat ze het pas later gelezen heeft.

Mijn oma kwam uit een arbeidersgezin dat bij vlagen (werkeloosheid en ziekte) flinke armoede kende. Ze was de tweede in het gezin met 10 kinderen waarvan er 3 op zeer jeugdige leeftijd overleden. Waaraan is niet meer te achterhalen. Ondervoeding? Kinderziekten waartegen nog niet werd ingeënt? Als twee broertjes enkele dagen na elkaar overlijden, 3 maanden oud en 2 jaar, ga je daar wel aan denken. Het zijn schrijnende verhalen die mijn oma vertelde. Als ze tussen de middag uit het schooltje kwamen en de naaidoos stond op tafel, dan wisten ze dat ze niet om eten hoefden te vragen: dat was er gewoon niet. Voor ze buiten mochten spelen 's middags moesten de meisjes eerst tien toertjes breien aan de sokken. Zij was het die het mij leerde. Ik deed het graag. Maar in hun gezin vroeg niemand zich af of iets leuk was: er moest gewoon veel gebeuren en dat losten ze samen op. Want ondanks alles heeft ze een fijne jeugd gehad, met liefhebbende ouders in een hecht gezin.

Toen ze mijn grootvader ontmoette, was hij actief als een van de oprichters van De Blauwe Knoop (een vereniging tegen drankmisbruik). De uitzichtloze armoede en het drankmisbruik (lonen uitbetaald in de kroeg van de werkgever) brachten een tegenbeweging voort, waarbij ook mijn beide grootouders zich aansloten: de SDAP (Sociaal Democratische Arbeiders Partij).

Afke's tiental

Nienke van Hichtum is het pseudoniem van Sjoukje Maria Diderika Troelstra-Bokma de Boer (1860-1939). Behalve kinderboekenschrijfster was ze vertaalster Fries-Nederlands (en andersom). In 1888 trouwde ze met Pieter Jelles Troelstra, één van de oprichters van de SDAP. Ook Sjoukje/Nienke werd door de tijdgeest gegrepen en omarmde de principes van de beweging. Ze heeft veel geschreven, maar Afke's tiental is haar bekendste boek.
Het verhaal is gebaseerd op het leven van Harmke Feenstra-Tuinstra uit het dorp Warga. Haar dochter was dienstmeisje bij Nienke van Hichtum. Het boek werd voor het eerst uitgegeven als deel 2 van de 'Geïllustreerde Bibliotheek voor Jongens en Meisjes' in 1903 bij uitgever J.B. Wolters. In 1906 werd deze hele boekenreeks overgenomen door de in kinderboeken gespecialiseerde uitgeverij P. Kluitman. Een jaar later verscheen de tweede druk. Pas toen werd het boek populair bij het grote publiek. In 2014 verscheen bij deze uitgever de 61ste druk.


Inhoud

In een klein, arm dorp op het Friese platteland wonen moeder "mem" Afke en vader "heit" Marten met hun tien kinderen in een tochtig en veel te klein huisje. Het jongste kind is pas geboren en het valt Afke zwaar haar laatste "popke" genoeg eten te geven. In tegenstelling tot de rijke boeren en stadslui is voor Afke elke dag er een waarop zij hoopt alle monden weer te kunnen voeden. Geld voor aardappelen, boter, kleren en turf voor de kachel is er nauwelijks en 's winters gaan ze vroeg naar bed om in de bedstee, dicht tegen elkaar aan gekropen, nog enige warmte te vinden. De opofferingen die Afke zich moet getroosten om haar kinderen een bestaan te geven, hoe karig ook, gaan soms heel ver. (Achterzijde boek).

Leeservaring

Wie dit leest, krijgt niet de indruk dat het hier om een kinderboek gaat: deze samenvatting is teveel geschreven vanuit het perspectief van de moeder. Maar het is toch echt een jeugdboek. De kunst is het boek te lezen met kinderogen. Het werd geschreven eind 19de eeuw en we mogen zonder meer aannemen dat het niet alleen bedoeld was voor de kinderen waar het verhaal over gaat. Zij leerden ternauwernood lezen en boeken waren een te kostbaar bezit. Misschien werd het voorgelezen op school, want het verhaal is best spannend. Voor de kinderen van toen dan toch. Een boze boswachter uitdagen, een logeerpartijtje in de onbekende grote stad (Leeuwarden) bij de oudste zus in het huis van haar mevrouw en dan verdwalen. En een zondagse vaartocht met een geleend zeilscheepje die bijna rampzalig afloopt.

De vraag is echter wat de werkelijke drijfveer van Nienke van Hichtum was om dit boek te schrijven. Ze probeert duidelijk iets over te brengen. Ten eerste dat het gezin, hoe arm en radeloos soms, altijd een hechte eenheid vormt en samen optrekt. Maar ook dat het zich (te) gemakkelijk neerlegt bij onrecht en ongelijkheid en niet in opstand komt. En dat de jongens als echte Friezen zich niet laten kennen bij verdriet en tegenslagen, daar zijn ze trots op. Typerend is overigens dat de meisjes vanzelfsprekend de zorgtaken op zich nemen.

Maar dan is er de andere kant: het verschil tussen rijk en welvarend, en extreem arm. Het was geen gefantaseerde of aangedikte toestand waarover Nienke schrijft. Ze laat zien dat mededogen niet veel hoeft te kosten. De mevrouw waar de oudste dochter (14 jaar) werkt, laat de zusjes van 4 en 6 ophalen om twee weken bij hen te komen logeren na de geboorte van de jongste. Ter ontlasting van Afke en om ze een beetje aan te laten sterken. En ze stuurt vanaf dan elke week een mandje eieren.
Tijdens hun zeiltocht op het grote meer komen vader en de kinderen meerdere luxe schepen tegen. Sommige negeren de kleine boot met de armlastige bemanning en varen roekeloos voorbij en weigeren een groet te beantwoorden. De kinderen begrijpen dat niet. Dan komt er een boot waar duidelijk een partijtje aan de gang is. Als de feestende kinderen het bootje ontdekken, zwaaien ze en gooien allerlei lekkers in hun zeilscheepje. Weer zijn de kinderen verbaasd: dat ze al dat lekkers zomaar krijgen, maar voor het eerst komt dan de vraag even naar boven: waarom hebben zij zo veel en wij zo weinig. Om die snel weer weg te duwen: te pijnlijk. Het is nu eenmaal zoals het is.

Een verhaal met een boodschap

Een spannend kinderboek met een politieke boodschap. Enerzijds een hart onder de riem voor de arme kinderen: een hecht en liefdevol gezin en het blij kunnen zijn met de kleine dingen in het leven is heel wat waard. Zo heeft mijn oma haar jeugd ook ervaren, maar ik denk toch dat dit beeld wat te romantisch is. Niet iedereen was in staat zo harmonieus zijn lijden te dragen. In veel gezinnen, zeker als vader ook nog eens zijn karige loon verdronk, was het niet zo gezellig als bij Afke.
Anderzijds (en dat was denk ik haar werkelijke motief) was het een appèl op de welgestelden. Via hun kinderen en de boeken die deze lazen, waren die wellicht beter te bereiken. De SDAP maakte velen kopschuw, bang voor het uitbreken van een revolutie. Nienke van Hichtum toonde: met een beetje naastenliefde en wat eerlijker delen komen we heel ver. Betere woningen, een redelijk loon, goede zorg en scholing. Dat alles zou voor iedereen moeten gelden.

Hoe moeten we het succes van dit boek duiden? Je kunt het oubollig en zoetsappig noemen, maar voor de tijd waarin het geschreven werd, viel dat wel mee. Na meer dan 100 jaar kun je het een treffend tijdsbeeld noemen. Maar dan nog kan ik er niet de vinger op leggen waarom dit boek al 61 drukken achter de rug heeft en in een strip is verwerkt. Er moet iets tijdloos in zitten, dat door alle generaties heen begrepen wordt. En eigenlijk is dat heel hoopvol. Wie het weet mag het zeggen.

Tot slot 

Een mooie film over het leven van Nienke van Hichtum is: Nynke, een liefdesgeschiedenis, onder regie van Pieter Verhoef, met in de hoofdrol Monic Hendrickx (2001). Te leen via de bieb op DVD.

Afke's tiental is verkrijgbaar:

- als stripboek door Dirk Matena (ISBN 9789079287512), ook verkrijgbaar in het Fries en als kleurboek

- als e-book (ISBN: 9789081549363)

- als 61ste druk bij Kluitman (ISBN: 9789020621082)

- als antiquarische uitgave of tweedehands bij boekwinkeltjes.nl

Ik las de jubileum uitgave bij het 125-jarig bestaan van Uitgeverij Kluitman:

Nienke van Hichtum - Afke's tiental. Alkmaar, Gebr. Kluitman, 1989. Geb. 154 pg., met 16 ills. van J.H. Isings Jr., 51ste geheel herz. dr.

© Jannie Trouwborst, augustus 2018.

zondag 15 oktober 2017

Bettie Elias - De lege schommel

Azmi, een Syrische jongen van 11, moet samen met zijn zusje Rasha (4) en zijn ouders Aleppo ontvluchten. Een groot deel van de stad is platgebombardeerd, een nieuw offensief is aangekondigd en dat zal op hun wijk gericht zijn. Het afscheid van de grootouders en de rest van de familie is moeilijk en verdrietig. Te voet trekken ze door de bergen van Turkije naar de oever van de Middellandse Zee. Van daar brengen mensensmokkelaars hen met een gammele boot naar Italië. Uiteindelijk belanden ze in Brussel in een asielzoekerscentrum en moeten ze wachten op een verblijfsvergunning. Ondertussen leren ze de taal en Azmi gaat naar school. Hier zijn ze veilig, maar of dat ook echt zo voelt? 


Het perspectief van dit uitstekend gecomponeerde verhaal, ligt bij Azmi. Een must voor een dergelijk jeugdboek. Het stelt kinderen gemakkelijker in staat zich met de hoofdpersoon te vereenzelvigen en zich betrokken te voelen bij wat Azmi overkomt. En dat is niet niks!
Hoewel het verhaal chronologisch verteld wordt, lezen we in flash-backs ook over het leven van voor de vlucht. Hoe jongens van zijn leeftijd het ook allemaal wel spannend vinden en (in de ogen van volwassenen) gevaarlijke dingen doen. Hoe ze van de nood een deugd maken en zwemmen in het regenwater in de bomkraters die in de wijk een van de weinige mogelijkheden bieden om even plezier te hebben. Maar ook hoe ze geconfronteerd worden met dode mensen en immens verdriet en angst.

Het echte verhaal begint aan de oever van de Middellandse Zee. Azmi laat zich graag geruststellen door zijn ouders en speelt de grote broer voor zijn zusje, maar het ontgaat hem niet hoe zijn ouders zich groot proberen te houden. De dagenlange tocht over zee is beeldend beschreven: honger en dorst, storm en onweer, verzengende hitte, ruzie op een veel te kleine, gevaarlijke boot. Ook de opvang in Italië, waar ze niemand verstaan en opgesloten worden zonder te begrijpen waarom en wat er gaat gebeuren, maakt goed duidelijk wat het betekent voortdurend in onzekerheid te verkeren en je af te moeten vragen of het ooit nog goed komt. Terwijl teruggaan ook geen optie meer is: alle bezittingen zitten in enkele plastic tasjes, alles van waarde is verkocht om de smokkelaars te betalen en van het huis is niets meer over.

Eenmaal in Brussel in het asielzoekerscentrum zijn er weer andere problemen. Ze moeten een kleine kamer (6 bij 6 meter) delen met een jong echtpaar. Het valt niet mee, zo op elkaars lip te moeten leven. Azmi mag naar school, leert de taal en probeert nieuwe vrienden te maken. Dat is lastig. Hij heeft heimwee naar het Aleppo van voor de oorlog. Alles is zo anders, hij begrijpt de taal nog niet goed genoeg. Hij mist zijn beste vriend Roni. Niet elk kind is bereid hem een beetje te helpen. Hij heeft heel vaak zware hoofdpijn en nachtmerries. Daarvoor bezoekt hij de psychologe van het asielzoekerscentrum. Maar praten kan hij niet, hij tekent liever. Pas na maanden vertrouwt hij haar genoeg om zijn verhaal over Roni te delen. En dat omhelst heel wat meer dan het gemis van een vriend.

Langzaamaan raakt hij "ingeburgerd". In klas krijgt hij vrienden. Mede dankzij de meester tonen de andere kinderen belangstelling voor zijn verhaal en achtergrond. Ook in het asielzoekerscentrum maakt hij een nieuwe vriend: een jongen van zijn leeftijd die alleen de overtocht maakte, omdat zijn ouders geen geld genoeg hadden om het hele gezin te laten vertrekken. En die zijn familie ontzettend mist.
Na een jaar in onzekerheid  breekt de dag aan waarop ze te horen zullen krijgen of ze mogen blijven. Niet lang daarvoor maken ze nog de dramatische uitzetting mee van een Afghaan. Spanning tot de laatste bladzijde dus.

In dit jeugdboek weet Bettie Elias de gebeurtenissen die het leven van een vluchtelingenkind voor de rest van zijn leven zullen tekenen op een spannende en tegelijkertijd gevoelige manier te beschrijven. Het zal kinderen vanaf een jaar of tien geen enkele moeite kosten zich betrokken te voelen bij wat Azmi overkomt. Het boek geeft schrijnende details, maar is nergens echt gruwelijk. Het gaat niet alleen over afscheid nemen en vluchten, maar ook over vriendschap. Kinderen die zich realiseren dat dit niet zomaar een verhaal is, maar dat het allemaal in het echt ook zo gebeurt, zullen eerder bereid zijn hun klasgenootje uit een ander land de helpende hand toe te steken.

Bettie Elias (Hasselt, 1953) schreef al veel meer levensechte en boeiende verhalen voor kinderen, waarbij ze belangrijke thema's aankaart en waarmee ze al viermaal de Boekenwelp won en vijfmaal een bekroning kreeg van de Kinder- en Jeugdjury. Verschillende boeken werden vertaald naar het Duits, Engels, Frans en Deens.

Bettie Elias - De lege schommel. Antwerpen, Davidsfonds/Infodoc, 2017. Pb., 174 pg., isbn:978-90-5908-873-3.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

vrijdag 13 oktober 2017

Amanda Wood & Mike Jolley - Lang, lang geleden - ontdek de fout

Is geschiedenis te saai voor kinderen? Niet als ze er op een speelse manier kennis mee kunnen maken. Dat moet de drijfveer van Amanda Wood en Mike Jolley geweest zijn bij het samenstellen van een geschiedenispuzzelboek voor kinderen vanaf een jaar of tien. Een stevig gebonden boek in een mooi groot formaat (31 x 31 cm) met kleurige, fantasierijke illustraties van Frances Castle zal voor veel kinderen een leuke verrassing zijn.
Het boek behandelt 10 perioden en plekken op aarde: de Steentijd in Noord-Europa, het Oude Egypte, het Oude Griekenland, het Oude China, het Oude Rome, de Maya's in Centraal-Amerika, de Vikingen in Scandinavië,  Middeleeuwse ridders in Europa, de Mongols in India en de Piraten in de Caraïben. 

Over twee volle bladzijden staat eerst een kleurrijke tekening met heel veel details, op het eerste gezicht typerend voor de periode die besproken wordt. Maar let op: er staan ook zaken op die niet kloppen. Elke plaat bevat 20 fouten die niet allemaal even gemakkelijk te vinden zijn. Die dinosaurus tussen de Steentijdbewoners? En dat bakstenen huis tussen de hutten? Die zullen de meeste kinderen al snel ontdekken. Maar de kippen? En die ladder? Wie alles gevonden denkt te hebben, kan op de volgende twee bladzijden kijken of het juist is. Daar staat de plaat verkleind nogmaals afgebeeld, met cijfers bij de fouten. En in de tekst wordt bij elke fout een uitleg gegeven. Zelfs als je alle fouten ontdekt, leer je ook daar nog iets uit. In een apart kader worden de kenmerken van het leven in de betreffende periode nog eens op een rijtje gezet.

Door de mooie platen en de soms grappige fouten is het leuk om met het boek bezig te zijn. Ook de details die wel op waarheid berusten, spreken aan en nodigen de meest leergierige kinderen uit er meer over op te zoeken en te lezen. Enige basiskennis van de geschiedenis is wel nodig om er optimaal van te kunnen genieten. Dat zal in de bovenbouw van de basisschool doorgaans het geval zijn. De tekst is (mede dankzij een goede vertaling van Ed Franck) voor die doelgroep prettig leesbaar. Daarmee is het boek een aanrader voor wie geschiedenis saai dacht te vinden èn voor wie juist erg in geschiedenis geïnteresseerd is!

Amanda Wood & Mike Jolley - Lang, lang geleden: ontdek de fout. Antwerpen, Davidsfonds/Infodoc, 2017. Geb., 56 pg., ills. van Frances Castle, vert. door  Ed Franck, ISBN: 978-90-5908-880-1.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

maandag 8 mei 2017

Wat ik verder nog las in april

Van de meeste boeken die ik lees, komt er een bespreking op mijn weblog te staan (en meestal ook op de site van De Leesclub van Alles). Ik weet niet hoe dat voor andere bloggers is, maar mij kost het schrijven van een recensie veel tijd en moeite. Dat heb ik niet voor elk boek over. Ik schrijf het liefst over boeken die naar mijn idee aandacht verdienen en die ook andere lezers plezier kunnen verschaffen. Soms valt een boek me tegen, soms is het zo ingewikkeld dat ik het wel waardeer, maar niet het idee heb dat ik er iets zinnigs over kan schrijven. En soms is het best wel aardig, maar besteed ik mijn tijd toch liever aan een van de andere boeken waar ik echt enthousiast over ben.


Hoewel ik van plan was dit jaar niet mee te doen met de #boekperweek actie van de Bibliotheek kon ik het toch niet laten. Maar van alles ook een blogje schrijven, werd toch echt teveel. Daarom staat hier een overzicht van wat ik deze maand wèl las, maar dat nìet in een recensie terecht kwam, om wat voor reden dan ook.

In de maand april waren dat de volgende boeken:

- Het hebzuchtgas van Jan Terlouw. Ik kocht het samen met Kop uit 't zand waarvan wel een recensie op dit blog staat (KLIK HIER). Het is bedoeld als jeugdboek over hetzelfde thema als Kop uit 't zand. De ondertitel luidt: Een sprookje voor jong en oud. Ik heb geen ervaring met het schrijven over jeugdboeken. En ik weet niet hoe andere volwassenen het ervaren hebben, maar voor mij bleef het een jeugdboek. Ik begrijp wat hij ermee wil vertellen en misschien is het voor kinderen een spannende queeste. Een sprookje voor volwassenen vraagt echter om een heel andere uitwerking.

- Een jihad van liefde van Mohamed El Bachiri, opgetekend door David van Reybrouck. Uit de inleiding: Mohamed El Bachiri is een Marokkaanse Belg, moslim en Molenbekenaar. Hij is ook de man van Loubna Lafquiri, zijn grote liefde en moeder van zijn kinderen, die op 22 maart 2016 bij de aanslagen in Brussel om het leven is gekomen. Zijn liefdevolle speech in het tv-programma De Afspraak eind december beroerde miljoenen en werd het meest bekeken filmpje ooit op de Vlaamse televisie.
In Een jihad van liefde - opgetekend door David Van Reybrouck - praat Mohamed over zijn jeugd in Molenbeek, de liefde voor zijn vrouw en zijn leven na de aanslagen. Als eerbetoon aan zijn vrouw buigt Mohamed het leed dat hem is aangedaan op moedige en veerkrachtige wijze om in een boodschap van liefde en medemenselijkheid, waarbij hij westerse moslims oproept tot een meer humanistische benadering van de islam.


Roeland Dobbelaar gaf zijn recensie op De Leesclub van Alles de titel: Lezen met het hoofd of met het hart (KLIK HIER). En dat geeft heel goed het dilemma weer bij een bespreking van dit boekje. Voor mij een reden om het hier niet te bespreken. En het alleen te beschouwen als een oprechte, ontroerende en zeer persoonlijke hartekreet waar ik met mededogen en bewondering kennis van genomen heb. Mijn reactie op de bespreking door Dobbelaar vind je onder zijn recensie.


- Melancholie van de onrust - Joke J. Hermsen. Het essay, behorend bij de Maand van de filosofie. Op de achterkant: De mens is volgens Nietzsche een weemoedig wezen, een homo melancholicus die weet heeft van verlies, vergankelijkheid en verlatenheid. We proberen deze weemoed om te buigen tot hoop, tot reflectie of kennis, creativiteit of dagdromen, macht of verstrooiing.
Maar wat gebeurt er als het tij flink tegenzit en onze melancholie door onrust, angst en teloorgang van idealen slechts naar de duistere kant van het verlies getrokken wordt? Kan zij dan nog vruchtbaar, in de zin van creatief of hoopvol, gemaakt worden? Of reageren wij dan als de zwaan van Jan Asselijn en blazen we woedend en bang naar eenieder die in onze buurt komt en ons nest bedreigt? Wanneer slaat de melancholie om in angst en xenofobie?
In dit essay onderzoekt Joke Hermsen het kantelpunt waarop de mens nog net over voldoende moed, daadkracht en hoop beschikt om het tij te doen keren, over het verlies heen te stappen en een nieuwe verhouding tot de wereld en zichzelf te zoeken. Wat is er nodig voor deze veerkracht van het denken, die ons dezer dagen steeds vaker lijkt te ontbreken?


Een intrigerend boekje, dat ik met aandacht gelezen heb. Maar dat ook best pittig is voor iemand zoals ik, die wel enige kennis heeft van de filosofie, maar niet genoeg om alles meteen te doorgronden. Bij een tweede lezing zal het duidelijker worden. Dat komt nog wel eens. Maar ook daarna ben ik niet de juiste persoon om hier een recensie over te schrijven. Ik ken mijn beperkingen.


- Zeven soorten honger - Renate Dorrestein. Op de omslag: Zeven soorten honger speelt zich af in een exclusief kuuroord aan de Nederlandse kust, waar maatschappelijk geslaagde mannen hun overtollige kilo's proberen kwijt te raken. In dit statige landhuis worden amper calorieën geserveerd en krijgt het begrip lichaamsbeweging nieuwe dimensies. Voor de gasten staat er veel op het spel: ze mogen pas weg als ze hun streefgewicht hebben bereikt. Wie opgeeft, betaalt een netto jaarinkomen als boete. En díe dreiging blijkt te werken. Toch kampen Nadine en Derek Ravendorp, het echtpaar achter dit succesvolle instituut, met problemen die ze ondanks hun lange, gelukkige huwelijk niet met elkaar kunnen delen. Hoe lang kunnen die geheimen nog verborgen blijven? Wie is die zwerver die door Nadine wordt binnengesmokkeld? Hoe goed is Derek eigenlijk in boekhouden? En vooral: hoe loopt het af met het anorexia-meisje dat door haar vader is meegenomen naar de prestigieuze afslankvilla.

Een vermakelijk, gemakkelijk leesbaar boek, met een redelijk spannende plot en hier en daar de vileine humor en ironie waar Renate Dorrestein graag gebruik van maakt. Voer voor de echte Dorrestein fans. Met alweer het thema dat haar bezig blijft houden na de zelfmoord van haar zusje: eetproblemen. Maar de manier waarop het in dit verhaal een rol speelt, is lichtvoetig genoeg om te veronderstellen dat ze het steeds beter los kan laten. 
Ik had geen tijd voor een recensie en aangezien er genoeg goede recensies over zijn, heb ik deze maar laten schieten. Wil je er meer over lezen, kijk dan bij die van Sue op Boekenz (KLIK HIER). Daar kan ik me helemaal in vinden.

Deze vier boeken zal ik de komende tijd wel aanmelden voor #boekperweek met een verwijzing naar dit blogje. En intussen liggen er al weer nieuwe te wachten op een bespreking of om gelezen te worden. Eens kijken hoever we deze maand komen....

© Jannie Trouwborst, mei 2017.

vrijdag 4 november 2016

Maja Säfström - Wonderbaarlijke feiten over dieren

Het weer zat niet mee in de herfstvakantie die wij met onze kleindochters (5 en bijna 7 jaar) doorbrachten in een huisje op de Veluwe. Het zwembad bracht uitkomst, maar ook het Pluimveemuseum (waar ze kuikentjes mochten vasthouden), het Aardhuis met zijn wilde zwijnen en (vanuit de kijkhut) de herten en het Openluchtmuseum waar ze de boer mochten helpen met het verzorgen van de dieren op de kinderboerderij. Want ze zijn dol op dieren en reuze leergierig. Daarom kwam het goed uit, dat ik vlak voor de vakantie het boek met de Wonderbaarlijke feiten over dieren ontving van Uitgeverij Podium. 

Om met het uiterlijk te beginnen: het boek is mooi vormgegeven. Gebonden in een stevige kaft en voorzien van grappige en betrekkelijk eenvoudige zwart wit tekeningen. Dat die uitnodigen tot natekenen hebben we kunnen constateren in de vakantie. De letters zijn speels, maar duidelijk: de oudste kon de korte tekstjes zelf lezen, de jongste lazen we voor. Daarbij moesten we soms ook nog wel eens een woord uitleggen, maar dat verrijkt alleen maar hun woordenschat.

De inhoud is interessant en vermakelijk. Ook voor volwassenen valt er nog genoeg te leren. Voor de jongste was het soms nog wat te ingewikkeld, maar omdat er zo veel dieren in het boek staan, blijven er genoeg over waar ze wel alles van begreep. Het verhaal van de haai vond ze wel heel intrigerend (dit is niet de letterlijke tekst, maar met een klein beetje aanpassen, snappen ook 5-jarigen het verhaal). : 

"Een haai blijft haar hele leven tanden wisselen (tot wel 30.000 tanden) en vlak voor de babyhaaitjes geboren worden verliest een moederhaai haar eetlust, zodat ze niet per ongeluk haar kindjes opeet."

De oudste was in staat de verhaaltjes zelf te lezen en kwam ons af en toe enthousiast vertellen wat ze nu weer gelezen had. Of om iets te vragen, want eigenlijk kun je het boek het best samen lezen.

"De verst gemeten sprong van een kikker is ruim 14 meter!" 

Dat moesten we dus in de tuin even voor haar uitzetten, want dan wil je toch wel weten hoe ver dat precies is. Opperste verbazing natuurlijk als we daarna meten hoe ver ze zelf kan springen.

Ze waren dan ook wel een beetje teleurgesteld toen het boek met Oma mee naar huis moest omdat er nog een recensie over geschreven moest worden. Ze maakten een prachtige tekening van de zeesterren voor hun ouders en ik moest beloven dat ze het boek snel weer terugkregen, zodat ze pappa en mamma ook konden vertellen over alle ontdekkingen.

Een leuk boek dus, voor oud en jong!

Maja Säfström - Wonderbaarlijke feiten over dieren. Amsterdam, Podium, 2016. Geb., 120 pg., zwart-wit tekeningen, vert. uit het Engels door Roos van de Wardt, isbn: 978-90-5759-812-8

© Jannie Trouwborst, november 2016.

woensdag 12 oktober 2016

Kinderboeken herlezen

Het is Kinderboekenweek en daarom staat vandaag de boekenvraag van Hendrik-Jan in het teken daarvan. Vraag 41 van de #50books serie luidt: Lees je nog weleens kinderboeken? En waarom wel of niet? (KLIK HIER).

Als Oma lees ik al jaren kinderboeken voor, mijn oudste kleindochter is inmiddels 16 en de jongste 5. Soms zijn dat voor mij nog onbekende boeken, soms boeken die ik ooit hun ouders voorlas. Maar als ik terug moet naar de boeken die ik als kind las, dan moet ik even diep graven. En hoewel ik mijn kinderboeken al lang niet meer herlezen heb, gaat het nu toch wel kriebelen. Het is niet de eerste keer dat Hendrik-Jan met zijn vragen iets in gang zet!

Laat ik eerste een oud kinderboek noemen dat ik nog lezen móet: Afke's tiental van Nienke van Hichtum. Ik heb het jaren geleden van mijn grootmoeder (1892-1975) gekregen. Het was voor haar een dierbaar boek, omdat, zoals ze zei, de omstandigheden die er in beschreven werden heel dicht bij haar eigen kinderleven kwamen. Bovendien was de schrijfster (Sjoukje Bokma de Boer, pseudoniem Nienke van Hichtum) de vrouw van Pieter Jelles Troelstra, mijn oma's grote held.

De kinderboeken die ik las als ik bij deze oma logeerde, zal ik niet snel vergeten, maar ook niet nog eens lezen: ik vond ze te naar, eng, vreemd. Voor wie dat nog wat zegt: De negerhut van oom Tom, Gullivers reizen, Alleen op de wereld. Misschien was ik te jong toen, ze maakten me verdrietig en bang. Wat ik wel waarderen kon waren de twee boekjes van Piggelmee. Bulletje en Boonestaak had ze ook, maar daar snapte ik niets van.

Maar dan de herinneringen aan mijn eigen boeken, die ik nog wel in de kast heb staan, maar waarvan ik me niet meer kan herinneren wanneer ik ze voor het laatst las. Waar ze over gaan en waarom ik ze destijds mooi vond, weet ik nog wel. Hoog tijd om ze dus maar weer eens open te slaan. Goede vraag dus weer van Hendrik-Jan!

Ik ben benieuwd of er lezers van dit blog zijn, die ze ook kennen. Hier komen ze:
- Kinderen van de grote fjeld - Laura Fitinghoff
- De wonderketting - Margreet Bruijn
- Spoorwegkinderen - Edith Nesbit
- Saskia en Jeroen (serie) - Jaap ter Haar
- Het Winterboek van Paulus de Boskabouter - Jean Dulieu

© JannieTr, oktober 2016.

De leesvraag #50books (KLIK HIER) is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf 2016 doet Hendrik-Jan dat. Vanaf "2016: vraag 2" probeer ik elke week mee te doen.

maandag 10 oktober 2016

Koloniën van Weldadigheid - Vrij in de kolonie (dubbelboek)


In 1818 richt de sociaal bewogen generaal  Johannes van den Bosch de Maatschappij van Weldadigheid op. De Nederlanden zijn berooid achtergebleven na het vertrek van Napoleon. Het grootste deel van met name de stedelijke bevolking leeft in uitzichtloze armoede. Van den Bosch heeft een even ambitieus als ongewoon plan om deze ellende te bestrijden. Als hij dat voorlegt aan Koning Willem I krijgt hij carte blanche om middels het aanbieden van werk, onderdak, scholing en zorg in nieuw op te richten landbouwkoloniën de stedelijke paupers perspectief op een beter bestaan te bieden. Er wordt gestart met een proefkolonie in Zuidwest-Drenthe, uitbreiding volgt al snel.
De nieuw opgerichte leefgemeenschap kent haar eigen voorzieningen, zoals leerplicht vanaf 6 jaar (1819) en een verplicht ziekenfonds (1827), voor die tijd heel bijzonder. En al verloopt aanvankelijk niet alles zo als gehoopt, toch wordt Van den Bosch inmiddels beschouwd als een visionair. In Nederland vormen zijn ideeën de basis voor onze huidige verzorgingsstaat. Zijn concept vond internationale navolging.
De sporen van deze geschiedenis zijn nog steeds goed herkenbaar in o.a. Frederiksoord, Wilhelminaoord en Boschoord. In 2011 werd het culturele erfgoed van de Maatschappij van Weldadigheid opgenomen op de voorlopige lijst van Werelderfgoed van de Unesco, om waarschijnlijk in het jubileumjaar 2018 de definitieve status te bereiken. 

Dubbelboek

Wil Schackmann (1951, journalist en auteur van romans, scenario's en non-fictie) mag gerust beschouwd worden als een deskundige op het gebied van de geschiedenis van de Maatschappij van Weldadigheid. Hij heeft de afgelopen jaren het archief van de Maatschappij van Weldadigheid (bij het Drents Archief) grondig bestudeerd en aan de hand daarvan o.a. drie forse en degelijke boeken geschreven: De proefkolonie (2006), De bedelaarskolonie (2013) en De kinderkolonie (2016).

In september 2016 is daar een minder omvangrijk dubbelboek aan toegevoegd: een beknopt maar helder overzicht van de geschiedenis van de Koloniën van Weldadigheid en, als je het boek omdraait, een kinderverhaal dat diezelfde geschiedenis nog eens op een ander niveau vertelt. Het is aantrekkelijk uitgevoerd: gebonden in een harde kaft, gedrukt op stevig papier en het heeft een behoorlijk formaat: 24 x 27 cm. Elk boekdeel omvat 48 pagina's. Voor de tekst van Schackmann (met veel informatie) is een beduidend kleiner lettertype gekozen dan voor het kinderverhaal (gemakkelijker om zelf te lezen). 

Koloniën van Weldadigheid door Wil Schackmann is rijk geïllustreerd door middel van kopieën van kaarten, tekeningen, documenten en portretten. Het lezen van deze samenvatting is een aantrekkelijke manier om kennis te maken met de intrigerende geschiedenis van de Maatschappij van Weldadigheid en hetgeen zij heeft voortgebracht. Door voorbeelden en anekdotes in de tekst te verwerken, geeft hij tevens een gezicht aan de eenvoudige mensen die deel uitmaken van deze geschiedenis. Achterin dit gedeelte is een literatuurlijst toegevoegd voor wie er meer over wil lezen. Ook als hulpmiddel bij het maken van een werkstuk of voorbereiding op een spreekbeurt kan het goede diensten bewijzen. 

Kleurrijke aquarellen vormen de illustraties bij het kinderverhaal Vrij in de kolonie. Ze zijn gemaakt door Rob Hopstaken en vullen de tekst goed aan. Het verhaal is geschreven door Daniëlle Schothorst. Zij heeft de historische gegevens omgezet in een fictief, maar realistisch verhaal over ‘Hans’ en zijn ‘grote broer Dirk’, die met hun gezin opgezonden worden naar Willemsoord, een van de koloniedorpen. De beide broers ondergaan het regiem met heel verschillende gevoelens. Het verhaal is geschikt voor kinderen vanaf ca. 8 jaar. 

Koloniën van Weldadigheid - Wil Schackmann / Vrij in de kolonie - Daniëlle Schothorst en Rob Hopstaken. Frederiksoord, Stichting Weldadig Oord, 2016. Geb. 2x 48 pg., ills. in kleur en zwart/wit., krt. Met lit. opg. 

Het boek kan via http://www.weldadigoord.nl/kolonieroman besteld worden of via de gewone boekhandel onder vermelding van  ISBN: 978-90-825423-0-1 en uitgever Stichting Weldadig Oord.


© JannieTr, oktober 2016.

Ik lees Nederlands 36/35.