In de Najaarsweek van de poëzie georganiseerd door Sandra mag een verwijzing niet ontbreken naar een mooie en informatieve site die, als een van de weinige, exclusief en ruim aandacht geeft aan zowel bekende als debuterende Nederlandstalige en buitenlandse dichters.
Wat is de Poëzietafel?
Poëzie-leestafel is een onderdeel van de website www.leestafel.info. Beide zijn niet-commerciële, informatieve sites, waar iedereen gratis lid van kan worden. De leden zijn
liefhebbers van literatuur en poëzie. Via het poëzieforum kunnen zij van gedachten wisselen over poëzie.
Van de site:
Wij
proberen door middel van deze site de drempel om poëzie te gaan lezen,
te verlagen. Bij deze site zit een forum waar, in duidelijke, eenvoudige
taal, de gedichten becommentarieerd en/of uitgelegd worden. Deze aanpak
blijkt te werken, veel mensen zijn enthousiaste poëzielezers geworden.
De gedichten op deze site zijn
aangeleverd door de dichters zelf of geplaatst door de Leestafelleden met toestemming van de dichters. Daarnaast zijn er recensies over dichtbundels te vinden.
Ook aan schoolkinderen proberen wij gedichten uit te leggen en zij
kunnen ons hun vragen stellen over gedichten waar zij problemen mee
hebben via mail of via het forum. Wel wordt van de schoolkinderen verwacht dat ze zelf meedenken.
Voor
alle gedichten die op deze site staan heeft Leestafel toestemming
gekregen van (erven van) de dichter en/of de uitgever. Indien onverhoopt
toch nog iets onrechtmatig geplaatst is, gelieve contact op te nemen
met de beheerder.
Misschien kennen sommigen van jullie De Leestafel al? Zo niet, dan zou ik er als boekblogger maar eens snel gaan kijken.
Wat is de Leestafel?
Van de site:
De Leestafel, opgericht in april 2004, is een drukbezochte (ca. 60.000 bezoekers per maand), niet-commerciële, informatieve site over boeken. Er zijn inmiddels meer dan 7500 recensies over zowel fictie- als non-fictie boeken, kinderboeken, spannende boeken en hobbyboeken op de Leestafelsite te vinden. Tevens is er een forum waarop gediscussieerd kan worden over boeken en andere literaire zaken. Kijk eens rond, hopelijk geniet u net zo van de site en het forum als wij doen.
(Sinds 11-04-2014 is de website Leestafel inclusief het forum op verzoek van de Koninklijke Bibliotheek in hun archieven opgeslagen - met door de aankomende jaren heen regelmatig updates - als zijnde digitaal/cultureel erfgoed.)
Lezen op de site kan altijd, maar voor meepraten op het forum moet je je (gratis) aanmelden.
Van harte aanbevolen!
In het verleden heb ik meegewerkt aan de site via het leveren van recensies en ook deelgenomen aan de discussies over boeken of het gezamenlijke uitpluizen van een gedicht. Via uitstekende ingangen is alles nog steeds te raadplegen en er komen elke dag nog boeken en gedichten/dichters bij. Als ik er af en toe weer eens een kijkje neem, ben ik meteen weer enthousiast. Maar het beste kun je het zelf gaan beoordelen, ik weet zeker dat je er terug zult keren. En helemaal als je echt meer met poëzie wilt gaan doen.
De Leestafel is inmiddels genomineerd voor de Jan van Luxemburg Prijs. Alles daarover en hoe je hen kunt helpen die te winnen, lees je ter plekke.
© Jannie Trouwborst, november 2018.
Posts tonen met het label discussievragen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label discussievragen. Alle posts tonen
maandag 26 november 2018
dinsdag 10 maart 2015
Jaap Robben - Birk
Steeds nieuwsgieriger werd ik naar Birk van Jaap Robben. Maar toch heeft het lang geduurd voor ik eraan begon. Dat komt omdat al te enthousiaste verhalen soms verwachtingen wekken, die niet waar gemaakt worden. Ik ben blij dat ik me dit keer heb laten overhalen: Birk is een spannend en met veel psychologisch inzicht geschreven boek, dat een blijvende indruk nalaat. Ook door het taalgebruik: soms poëtisch, soms nuchter, soms zeer beeldend. Ik heb genoten en kan niet anders dan het op mijn beurt weer aan anderen aanraden!
Samenvatting
Mikael woont met zijn ouders op een afgelegen eiland tussen Schotland en Noorwegen. Op een dag verdwijnt zijn vader in zee en Mikael verzwijgt wat er is gebeurd. Schuld, troost en verwijten stapelen zich op, tot zijn moeder het onmogelijke van hem verlangt. Birk is een even teder als beklemmend verhaal over mensen die zelf eilanden dreigen te worden. (De Geus).
Leeservaring
Bovenstaande samenvatting lijkt extreem kort, maar toch geeft die de essentie van het verhaal goed weer. Maar om uit te leggen waarom ik zo onder de indruk ben van dit boek is toch iets meer tekst nodig.
Mikael is negen jaar als zijn bal de zee op drijft en zijn vader hem probeert te gaan halen. Lange tijd blijft onduidelijk wat er precies is gebeurd, maar vader is weg en wordt ook niet terug gevonden. Hoe Robben het doet weet ik niet, maar heel lang bleef ik het gevoel houden dat Birk nog ergens was. Een prachtig einde moet daar duidelijkheid over verschaffen (zelf lezen dus).
Het kleine eilandje is een ideale omgeving voor het verhaal dat Robben verzon. Behalve Mikael en zijn moeder woont er nog een visser (Karl) en staat er een verlaten huisje van een overleden oudere dame (mevrouw Augusta). Slechts zelden komt er een boot om de boodschappen en post te brengen. Vrijwel nooit verlaten moeder en/of zoon het eiland. En hoewel de 3 mensen op het eiland eigenlijk volkomen op elkaar zijn aangewezen, leven ze elk hun eigen leven, zonder veel contact.
Het verhaal wordt helemaal vanuit het perspectief van Mikael beschreven. Het boek heeft 3 delen. In het eerste deel is Mikael nog klein, hij voelt zich schuldig, kan en wil eerst niets vertellen. Er wordt door instanties gezocht en er blijft bij hem en zijn moeder nog hoop en ongeloof smeulen. Hij verbeeldt zich zelfs zijn vader als een klein mannetje uit de kraan te zien komen en raakt in paniek als zijn moeder de stop uit het bad trekt, omdat hij denkt dat papa dan weer zal verdrinken in de draaikolk bij het afvoerputje.
Als duidelijk wordt dat papa niet meer terug zal komen voelt hij het verwijt van zijn moeder:
"Papa zou ze nooit meer papa noemen, alleen nog Birk. Haar Birk, om me te laten voelen dat de schuld van mij was en het verdriet van haar. Dichter bij elkaar dan de overkant van de tafel kwamen we niet. Papa viel nooit meer uit de kraan."
Deel 2 bestaat uit maar een paar bladzijden. Het verlies lijkt aanvaard te worden en moeder en zoon proberen het leven weer op te pakken. Maar op een vreemde manier: alles wat van Birk was moet blijven zoals het was. Mama zwijgt vrijwel steeds. Mikael mag niet van het eiland af, al kan de visser zijn hulp goed gebruiken. Er worden 6 jaar overbrugd in dit deel. Mikael is 15 als deel 3 begint. We zijn dan op een derde van het boek. De verleden tijd (met de nodige flashbacks) wordt ingeruild voor de tegenwoordige tijd.
Wat volgt, is een typisch coming-of-age verhaal. In de 3 jaar die volgen ontwikkelt Mikael zich tot een jongeman die steeds meer begint te lijken op zijn vader. En terwijl zijn vader, zonder ooit gevonden te worden, dood verklaard wordt, verklaart hij zichzelf ook dood, via een vervalste brief aan het instituut dat hem zijn lesstof en toetsen stuurt. Hij heeft geen zin meer in leren.
De contacten met de wereld buiten het eiland blijven sporadisch: soms spreekt hij even met een leeftijdgenoot die de boodschappen komt brengen. Tot die een vriendinnetje heeft: dan probeert zijn moeder het contact te beletten. Soms gaat hij mee met Karl naar de grote stad op het vaste land, maar ook dat bevalt haar niet. Vaak trekt hij zich terug in het huis van de oude dame, waar hij een meeuwenmoeder en haar jong gevangen houdt en verzorgt.
Wat er in het hoofd van zijn moeder omgaat zullen we nooit weten, omdat het perspectief bij Mikael blijft. Maar er gebeuren onheilspellende zaken waarvan de lezer al eerder de dreiging en waanzin inziet, dan de jongen zelf. En dat maakt het tot een benauwend en spannend verhaal. Terwijl hij al in de war is van zijn eigen puberale ontwikkeling, maakt zijn moeder het er met haar vreemde gedrag niet gemakkelijker op. Het mondt uit in een climax die een prachtige tegenhanger heeft in het lot van het meeuwenjong.
Er valt nog veel meer te zeggen over dit boek, maar dat zou het leesplezier kunnen bederven. Het is zonder meer een geschikt leesclubboek en er zijn discussietips bij gemaakt door De Geus: discussietips Birk, je vindt ze in het leesclubdossier over de auteur en zijn boek.
Jaap Robben - Birk. Breda, De Geus, 2014. Geb., met stofomsl., 255 pg. ISBN: 978-90-445-3277-7.
Ik las dit boek als 11/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).
©JannieTr, maart 2015.
Samenvatting
Mikael woont met zijn ouders op een afgelegen eiland tussen Schotland en Noorwegen. Op een dag verdwijnt zijn vader in zee en Mikael verzwijgt wat er is gebeurd. Schuld, troost en verwijten stapelen zich op, tot zijn moeder het onmogelijke van hem verlangt. Birk is een even teder als beklemmend verhaal over mensen die zelf eilanden dreigen te worden. (De Geus).
Leeservaring
Bovenstaande samenvatting lijkt extreem kort, maar toch geeft die de essentie van het verhaal goed weer. Maar om uit te leggen waarom ik zo onder de indruk ben van dit boek is toch iets meer tekst nodig.
Mikael is negen jaar als zijn bal de zee op drijft en zijn vader hem probeert te gaan halen. Lange tijd blijft onduidelijk wat er precies is gebeurd, maar vader is weg en wordt ook niet terug gevonden. Hoe Robben het doet weet ik niet, maar heel lang bleef ik het gevoel houden dat Birk nog ergens was. Een prachtig einde moet daar duidelijkheid over verschaffen (zelf lezen dus).
Het kleine eilandje is een ideale omgeving voor het verhaal dat Robben verzon. Behalve Mikael en zijn moeder woont er nog een visser (Karl) en staat er een verlaten huisje van een overleden oudere dame (mevrouw Augusta). Slechts zelden komt er een boot om de boodschappen en post te brengen. Vrijwel nooit verlaten moeder en/of zoon het eiland. En hoewel de 3 mensen op het eiland eigenlijk volkomen op elkaar zijn aangewezen, leven ze elk hun eigen leven, zonder veel contact.
Het verhaal wordt helemaal vanuit het perspectief van Mikael beschreven. Het boek heeft 3 delen. In het eerste deel is Mikael nog klein, hij voelt zich schuldig, kan en wil eerst niets vertellen. Er wordt door instanties gezocht en er blijft bij hem en zijn moeder nog hoop en ongeloof smeulen. Hij verbeeldt zich zelfs zijn vader als een klein mannetje uit de kraan te zien komen en raakt in paniek als zijn moeder de stop uit het bad trekt, omdat hij denkt dat papa dan weer zal verdrinken in de draaikolk bij het afvoerputje.
Als duidelijk wordt dat papa niet meer terug zal komen voelt hij het verwijt van zijn moeder:
"Papa zou ze nooit meer papa noemen, alleen nog Birk. Haar Birk, om me te laten voelen dat de schuld van mij was en het verdriet van haar. Dichter bij elkaar dan de overkant van de tafel kwamen we niet. Papa viel nooit meer uit de kraan."
Deel 2 bestaat uit maar een paar bladzijden. Het verlies lijkt aanvaard te worden en moeder en zoon proberen het leven weer op te pakken. Maar op een vreemde manier: alles wat van Birk was moet blijven zoals het was. Mama zwijgt vrijwel steeds. Mikael mag niet van het eiland af, al kan de visser zijn hulp goed gebruiken. Er worden 6 jaar overbrugd in dit deel. Mikael is 15 als deel 3 begint. We zijn dan op een derde van het boek. De verleden tijd (met de nodige flashbacks) wordt ingeruild voor de tegenwoordige tijd.
Wat volgt, is een typisch coming-of-age verhaal. In de 3 jaar die volgen ontwikkelt Mikael zich tot een jongeman die steeds meer begint te lijken op zijn vader. En terwijl zijn vader, zonder ooit gevonden te worden, dood verklaard wordt, verklaart hij zichzelf ook dood, via een vervalste brief aan het instituut dat hem zijn lesstof en toetsen stuurt. Hij heeft geen zin meer in leren.
De contacten met de wereld buiten het eiland blijven sporadisch: soms spreekt hij even met een leeftijdgenoot die de boodschappen komt brengen. Tot die een vriendinnetje heeft: dan probeert zijn moeder het contact te beletten. Soms gaat hij mee met Karl naar de grote stad op het vaste land, maar ook dat bevalt haar niet. Vaak trekt hij zich terug in het huis van de oude dame, waar hij een meeuwenmoeder en haar jong gevangen houdt en verzorgt.
Wat er in het hoofd van zijn moeder omgaat zullen we nooit weten, omdat het perspectief bij Mikael blijft. Maar er gebeuren onheilspellende zaken waarvan de lezer al eerder de dreiging en waanzin inziet, dan de jongen zelf. En dat maakt het tot een benauwend en spannend verhaal. Terwijl hij al in de war is van zijn eigen puberale ontwikkeling, maakt zijn moeder het er met haar vreemde gedrag niet gemakkelijker op. Het mondt uit in een climax die een prachtige tegenhanger heeft in het lot van het meeuwenjong.
Er valt nog veel meer te zeggen over dit boek, maar dat zou het leesplezier kunnen bederven. Het is zonder meer een geschikt leesclubboek en er zijn discussietips bij gemaakt door De Geus: discussietips Birk, je vindt ze in het leesclubdossier over de auteur en zijn boek.
Jaap Robben - Birk. Breda, De Geus, 2014. Geb., met stofomsl., 255 pg. ISBN: 978-90-445-3277-7.
Ik las dit boek als 11/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).
©JannieTr, maart 2015.
donderdag 15 januari 2015
Maartje Wortel - IJstijd
James Dillard. Wie is James Dillard? Daar heb ik geen eenduidig antwoord op. De buitenkant en zijn omstandigheden vormen geen probleem. Maar al is hij het gehele boek aan het woord en deelt hij al zijn gedachten en gevoelens met de lezer, na de laatste pagina vraag ik me nog steeds af: wie is James Dillard? Zal hij ooit wel iemand zijn?
Samenvatting
James Dillard laat het leven over zich heen komen. Hij woont in hotels, bestelt Franse kazen en dure wijnen en gaat soms met een meisje naar bed. Maar met Marie is het anders. Voor het eerst heeft hij het idee dat er echt iets van hem gevraagd wordt. Tussen James en Marie ontwikkelt zich een uitzonderlijke liefde. Op een klein Zweeds eiland gaat het toch mis: waar James houvast vindt, zakt Marie steeds verder weg in haar zelfverkozen isolement.
Niet veel later krijgt James telefoon. Monica, redacteur van een literaire uitgeverij, heeft een verzoek. Of James een boek wil schrijven. Hij stemt toe, in de hoop eindelijk verlost te worden van zijn verdriet, door opnieuw iemand te worden.
IJstijd is een roman over de liefde, over literatuur en over identiteit. Bepaal jij wie je bent, of word je gedefinieerd door de omstandigheden? (Achterflap Bezige Bij).
Leeservaring
Het schijnt dat James Dillart een personage is uit een eerder boek van Maartje Wortel. Maar aangezien ik nog niet eerder iets van haar las, is dit mijn eerste kennismaking met beiden. En dan is er nog Marie, die via de verhalen van James tot leven zou moeten komen en nog een beetje Monica. Ze blijven allemaal wat vaag en ongrijpbaar voor me. Maar laat ik bij het begin beginnen.
In IJstijd wisselen twee (chronologische vertelde) verhaallijnen elkaar af: het heden en het nabije verleden. Beide worden in de tegenwoordige tijd verteld, alsof dat verleden nog niet echt voorbij is. In het heden maken we kennis met James die in een hotelkamer zit te treuren om zijn verbroken relatie met Marie. Tussen de huidige gebeurtenissen door lezen het gehele relaas over zijn ontmoeting met Marie, het verloop van hun relatie en de afloop ervan. Via flashbacks wordt ook duidelijk hoe de relatie van James (enig kind) met zijn ouders was/is: zeer afstandelijk, terwijl hij zich wel steeds opmerkingen van vader en moeder herinnert en zich die aantrekt. Het contact met zijn vader is zo goed als verbroken, met zijn moeder bestaat het nog uit een enkel telefoontje. Ze betaalt alles voor hem, noemt hem lieverd en knapperd, maar verder moet hij zichzelf maar redden.
Als hij in het heden gebeld wordt door Monica (redacteur bij een uitgeverij) die hem vraagt een boek te schrijven, leeft hij even op, maar het project mislukt en het lijkt er op dat hij weer terug bij af is. Maar toch is er iets veranderd. Wie wil weten wat, moet het verhaal maar lezen.
Arnon Grunberg wordt door velen beschouwd als een groot literair talent. Maar helaas ben ik na één boek (Tirza) afgehaakt. Soms zijn er schrijvers waarbij dat gebeurt: ze worden door een deel van de lezers op handen gedragen en anderen houden niet van hun schrijfstijl. Daarmee wordt geen waardeoordeel uitgesproken, het is gewoon een verschil in smaak. En ik ontdekte al snel, dat ik in de manier van vertellen van Maartje Wortel Grunberg herkende.
De meest vreemde wendingen en onwaarschijnlijke gebeurtenissen in het verhaal kun je lekker absurd of hilarisch noemen. Je kunt er om lachen of juist diep over nadenken, maar ze kunnen je ook storen. Omdat ze op zich wel zouden kunnen en het echte leven ook niet logisch in elkaar zit, zijn ze volkomen legaal in fictie. Maar voor mij is het allemaal teveel van het goede.
Wel kon ik de humor inzien van de satirische manier waarop het literaire wereldje op de hak genomen wordt. Van de uitnodiging om schrijver te worden ("kan iedereen, echte schrijvers zijn dood"), via de boekhandel met boekenclub en een schrijversavond, tot een feestje op de uitgeverij met andere schrijvers en recensenten. En Monica, die uiteindelijk bepaalt waarover geschreven moet worden en hoe, want dat kan natuurlijk niet aan een schrijver overgelaten worden. "Het gaat niet om wat de schrijver wil zeggen, maar om wat de mensen willen lezen".
Ik vind het een pluspunt, dat Maartje Wortel duidelijk wel haar eigen weg gevolgd heeft in dit boek.
Er worden terloops heel wat citaten van andere schrijvers aangehaald en teksten van muziek. Ze zullen allemaal wel bijdragen aan de diepgang die onder de ijsschotsen verborgen moet liggen. Maar ik heb geen moeite meer gedaan daar naar op zoek te gaan. Zowel James als Marie gingen voor mij niet leven. Het bleven vage, tobberige figuren zonder enige richting in hun leven. Ik kon me niet in hen verplaatsen, ik kon niet met ze meevoelen en ik begreep ze ook niet.
Ik kwam zeker mooie uitdrukkingen tegen die om overdenking vragen, alleen konden die (voor mij) het verhaal niet redden. Jammer, want ik heb begrepen dat haar korte verhalen wel de moeite waard zijn. Misschien moet ik die nog maar eens proberen.
Maartje Wortel - IJstijd. Amsterdam, De Bezige Bij, 2014. Paperback, 234 pg. ISBN: 978-90-234-8541-4.
Leesclubs die zich aan dit boek willen wagen, hebben wellicht belangstelling voor de bijbehorende discussietips van Boek-delen: Discussietips IJstijd (KLIK HIER)
Ik las dit boek als 4/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015(KLIK HIER).
© JannieTr, januari 2015.
Samenvatting
James Dillard laat het leven over zich heen komen. Hij woont in hotels, bestelt Franse kazen en dure wijnen en gaat soms met een meisje naar bed. Maar met Marie is het anders. Voor het eerst heeft hij het idee dat er echt iets van hem gevraagd wordt. Tussen James en Marie ontwikkelt zich een uitzonderlijke liefde. Op een klein Zweeds eiland gaat het toch mis: waar James houvast vindt, zakt Marie steeds verder weg in haar zelfverkozen isolement.
Niet veel later krijgt James telefoon. Monica, redacteur van een literaire uitgeverij, heeft een verzoek. Of James een boek wil schrijven. Hij stemt toe, in de hoop eindelijk verlost te worden van zijn verdriet, door opnieuw iemand te worden.
IJstijd is een roman over de liefde, over literatuur en over identiteit. Bepaal jij wie je bent, of word je gedefinieerd door de omstandigheden? (Achterflap Bezige Bij).
Leeservaring
Het schijnt dat James Dillart een personage is uit een eerder boek van Maartje Wortel. Maar aangezien ik nog niet eerder iets van haar las, is dit mijn eerste kennismaking met beiden. En dan is er nog Marie, die via de verhalen van James tot leven zou moeten komen en nog een beetje Monica. Ze blijven allemaal wat vaag en ongrijpbaar voor me. Maar laat ik bij het begin beginnen.
In IJstijd wisselen twee (chronologische vertelde) verhaallijnen elkaar af: het heden en het nabije verleden. Beide worden in de tegenwoordige tijd verteld, alsof dat verleden nog niet echt voorbij is. In het heden maken we kennis met James die in een hotelkamer zit te treuren om zijn verbroken relatie met Marie. Tussen de huidige gebeurtenissen door lezen het gehele relaas over zijn ontmoeting met Marie, het verloop van hun relatie en de afloop ervan. Via flashbacks wordt ook duidelijk hoe de relatie van James (enig kind) met zijn ouders was/is: zeer afstandelijk, terwijl hij zich wel steeds opmerkingen van vader en moeder herinnert en zich die aantrekt. Het contact met zijn vader is zo goed als verbroken, met zijn moeder bestaat het nog uit een enkel telefoontje. Ze betaalt alles voor hem, noemt hem lieverd en knapperd, maar verder moet hij zichzelf maar redden.
Als hij in het heden gebeld wordt door Monica (redacteur bij een uitgeverij) die hem vraagt een boek te schrijven, leeft hij even op, maar het project mislukt en het lijkt er op dat hij weer terug bij af is. Maar toch is er iets veranderd. Wie wil weten wat, moet het verhaal maar lezen.
Arnon Grunberg wordt door velen beschouwd als een groot literair talent. Maar helaas ben ik na één boek (Tirza) afgehaakt. Soms zijn er schrijvers waarbij dat gebeurt: ze worden door een deel van de lezers op handen gedragen en anderen houden niet van hun schrijfstijl. Daarmee wordt geen waardeoordeel uitgesproken, het is gewoon een verschil in smaak. En ik ontdekte al snel, dat ik in de manier van vertellen van Maartje Wortel Grunberg herkende.
De meest vreemde wendingen en onwaarschijnlijke gebeurtenissen in het verhaal kun je lekker absurd of hilarisch noemen. Je kunt er om lachen of juist diep over nadenken, maar ze kunnen je ook storen. Omdat ze op zich wel zouden kunnen en het echte leven ook niet logisch in elkaar zit, zijn ze volkomen legaal in fictie. Maar voor mij is het allemaal teveel van het goede.
Wel kon ik de humor inzien van de satirische manier waarop het literaire wereldje op de hak genomen wordt. Van de uitnodiging om schrijver te worden ("kan iedereen, echte schrijvers zijn dood"), via de boekhandel met boekenclub en een schrijversavond, tot een feestje op de uitgeverij met andere schrijvers en recensenten. En Monica, die uiteindelijk bepaalt waarover geschreven moet worden en hoe, want dat kan natuurlijk niet aan een schrijver overgelaten worden. "Het gaat niet om wat de schrijver wil zeggen, maar om wat de mensen willen lezen".
Ik vind het een pluspunt, dat Maartje Wortel duidelijk wel haar eigen weg gevolgd heeft in dit boek.
Er worden terloops heel wat citaten van andere schrijvers aangehaald en teksten van muziek. Ze zullen allemaal wel bijdragen aan de diepgang die onder de ijsschotsen verborgen moet liggen. Maar ik heb geen moeite meer gedaan daar naar op zoek te gaan. Zowel James als Marie gingen voor mij niet leven. Het bleven vage, tobberige figuren zonder enige richting in hun leven. Ik kon me niet in hen verplaatsen, ik kon niet met ze meevoelen en ik begreep ze ook niet.
Ik kwam zeker mooie uitdrukkingen tegen die om overdenking vragen, alleen konden die (voor mij) het verhaal niet redden. Jammer, want ik heb begrepen dat haar korte verhalen wel de moeite waard zijn. Misschien moet ik die nog maar eens proberen.
Maartje Wortel - IJstijd. Amsterdam, De Bezige Bij, 2014. Paperback, 234 pg. ISBN: 978-90-234-8541-4.
Leesclubs die zich aan dit boek willen wagen, hebben wellicht belangstelling voor de bijbehorende discussietips van Boek-delen: Discussietips IJstijd (KLIK HIER)
Ik las dit boek als 4/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015(KLIK HIER).
© JannieTr, januari 2015.
zaterdag 10 januari 2015
Esther Gerritsen - Roxy
Rouwen is een machteloze worsteling die voor elk mens en in elke situatie anders ervaren en aangegaan zal worden. Een uniek proces, waar geen regels voor gelden. Esther Gerritsen heeft dat perfect aangevoeld en is er in geslaagd dat op een overrompelende en overtuigende manier onder woorden te brengen. Roxy is een meisje geworden van vlees en bloed dat je het liefst in je armen zou willen nemen om haar te troosten en gerust te stellen. Waarvan ik na twee keer lezen nog geen afscheid kon nemen. Ik heb er alle vertrouwen in dat het goed komt, maar het schuurt dat je daar geen invloed op hebt na de laatste woorden.....
Samenvatting
Op een avond staan er twee agenten voor de deur. Ze komen Roxy vertellen dat haar man verongelukt is. Zijn auto is aangereden op de vluchtstrook. En alsof dat nog niet erg genoeg is, wordt hij naakt aangetroffen samen met een vriendin. Haar wereld stort in, maar Roxy houdt zich sterk. Ze wil niet dat haar dochtertje Louise de dupe wordt en beschermt haar kind tot het uiterste. Ondertussen raast de woede door haar hoofd. Roxy is een vulkaan die op uitbarsten staat (Flaptekst De Geus).
Leeservaring
Volgens de psychologie van de rouwverwerking zijn er een vijftal fasen te herkennen in de verwerking van rouw. Maar in hoeverre iemand die allemaal doorloopt en welke de overhand hebben en hoe iemand er tenslotte uitkomt (of niet) is puur persoonlijk en hangt van nog veel meer factoren af. Zoals de omstandigheden rond het overlijden, de relatie met de persoon om wie het gaat, de persoonlijkheid en achtergrond van de rouwende zelf en het sociale netwerk. Als we het leven van Roxy bekijken ziet het er allemaal niet erg hoopvol voor haar uit. Naast rouw speelt het thema vluchten een belangrijk rol.
Het verhaal wordt chronologisch verteld en begint bij het moment waarop de agenten aanbellen en haar het nieuws vertellen. Via flashbacks komen we meer te weten over haar achtergrond. Op haar 17de is ze het huis uit gevlucht (een meestal dronken moeder en een vader die vrachtwagenchauffeur was en nooit thuis) en ingetrokken bij de 30 jaar oudere Arthur, filmproducent. Ze hebben samen een dochtertje, Louise, nu 3 jaar, en ze waren 10 jaar bij elkaar. De diepte van hun relatie wordt niet helemaal duidelijk. Blijkbaar heeft Arthur haar als een kind beschermd en alle beslissingen genomen. Zijn assistente Jane (ook van middelbare leeftijd) neemt na de dood van Arthur die rol over, wat Roxy in een dronken bui de woorden ontlokt: Arthur en Jane zijn mijn vader en moeder en Louise is mijn pop. Want Arthur heeft ook voor een oppas voor Louise gezorgd: de jonge studente Feike. Hij liet merken er niet helemaal op te vertrouwen dat Roxy de zorg voor het kind aan kan.
De schok van zijn dood en de paniek hoe nou verder (dit was niet de afspraak, Arthur zou voor haar zorgen) wordt na enkele dagen verhevigd doordat blijkt dat hij niet alleen in de auto zat en dat hij een verhouding had met een stagiaire. Van alles roert zich van binnen, maar Roxy weet er niet mee om te gaan, kan het niet uiten. Woede en schaamte, ontkenning, depressieve gevoelens, opstandigheid, het zoeken naar verdoving in alcohol en mannen: het is een chaos in haar hoofd. Maar ook het gevoel: ik moet sterk zijn voor mijn kind. En de wanhoop niet te weten hoe.
Gelukkig blijkt Jane gaarne bereid alle praktische zaken te regelen. En Feike ontfermt zich zoveel mogelijk over Louise. Vlak voor de begrafenis staan ook haar ouders ineens op de stoep en daarna blijven ze. Het begint Roxy allemaal te benauwen. Al snel is de sfeer vergelijkbaar met toen ze nog thuis woonde. Jane dringt erop aan ze aandacht heeft voor de financiële zaken die geregeld moeten worden. Feike maakt haar verwijten dat ze haar kind niet goed opvoedt. En Roxy ziet nog maar één mogelijkheid om aan de verantwoordelijkheden te ontkomen en haar ouders opnieuw te ontvluchten: ze gaan op vakantie, er even tussen uit. Ze: dat zijn Feike, Jane, Louise en zij.
Maar natuurlijk helpt deze vlucht niet. En i.p.v. de gevoelens van rouw, verdriet en woede toe te laten en er over te praten ontkent Roxy ze en probeert ze te negeren. De sfeer wordt er onderling niet beter op. Tot een dramatische uitbarsting een nieuwe vlucht in gang zet.
Het is onmogelijk de wurgende opbouw van het verhaal in enkele woorden te vangen. Je herkent wat er met Roxy gebeurt. Louise blijft vragen: "Waar is Papa? Wanneer komt hij terug? Ik mis hem." Ook al zegt iedereen, ook Roxy, steeds: "Hij is dood, hij komt niet meer terug". Maar Roxy begrijpt wel het steeds weer willen horen dat het zo is, omdat het zo ongelooflijk is. In haar hoofd is ze boos op Arthur en scheldt op hem, ze kan niet huilen zegt ze tegen Jane, die wel huilt. Maar ze moet wel huilen om de ouders van de stagiaire die hun enige dochter kwijt zijn. Er begint zich een depressie af te tekenen: ze drinkt teveel, laat zich met allerlei mannen in in de hoop iets te voelen, voelt nergens meer medelijden voor, terwijl ze vroeger zo gevoelig was. Steeds weer probeert ze op te komen voor haar kind, zegt tegen zichzelf dat ze sterk moet zijn voor haar, maar vraagt zich ook af of het kind niet beter af is met Feike. Ze houdt ontzettend veel van Louise en ziet haar als enige reden om nog voor te leven.
Als ze in een museum naar een schilderij kijken, breekt er iets. Plotseling ziet ze het ongeluk voor zich:
"Onverwacht komt Arthurs verwrongen lijf uit het autowrak tevoorschijn, het zachte vlees van zijn buik, billen, de magere benen. Heeft hij pijn gehad? Zeg dat hij geen pijn heeft gehad. Roxy voelt haar armen die hem willen oppakken, beschermen en troosten, maar hoe kan ze zijn lichaam in haar armen nemen als iemand anders hem al vast heeft?
"Gaat het?" vraagt Feike."
Maar in plaats van te zeggen wat er in haar omgaat zegt ze: "Ik mis de Camaro" (haar auto, waar Arthur op het moment van het ongeluk in reed).
De sleutelpassage van de plot is die met de schapen die voor op het boek staan. Daar kan ik dus niet teveel over zeggen. Typerend is de opmerking:
"Als ze zich als kind verveelde op de lange zondagochtenden, haar moeder sliep nog, liep ze soms door de schapenwei van de buren. Het troostte haar hoe de schapen voor haar opzij gingen, een zeldzaam moment waarop de wereld zich aan haar aanpaste en niet andersom."
Esther Gerritsen schrijft in een stijl die ik zeer waardeer. Er wordt van de lezer meedenken, veronderstellen, begrijpen, invoelen verwacht. Daarom kan het zijn dat iedereen een eigen verklaring vindt voor de handelswijze van Roxy, zelfs voor de afloop van het verhaal. De droge dialogen, vaak kort door de bocht of verhullend wat echt bedoeld wordt, zijn geniaal. De gedoseerde humor in situaties en gesprekken maken dat het verhaal nergens melodramatisch wordt.
Dit is bij uitstek een leesclubboek! Kun je de gevoelens van rouw bij Roxy herkennen, kun je haar gedrag verklaren of is haar houding absurd? Is er een open einde of is duidelijk hoe het afloopt?
De discussietips van Boek-Delen vind je hier: Discussietips Roxy
Het Leesclubdossier van De Geus: KLIK HIER
Esther Gerritsen - Roxy. De Geus, 2014. Geb. als Colibri-boek, 285 pg. isbn: 978-94-6237-090-6.
Ik las dit boek als 3/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015(KLIK HIER).
© JannieTr, januari 2015.
Samenvatting
Op een avond staan er twee agenten voor de deur. Ze komen Roxy vertellen dat haar man verongelukt is. Zijn auto is aangereden op de vluchtstrook. En alsof dat nog niet erg genoeg is, wordt hij naakt aangetroffen samen met een vriendin. Haar wereld stort in, maar Roxy houdt zich sterk. Ze wil niet dat haar dochtertje Louise de dupe wordt en beschermt haar kind tot het uiterste. Ondertussen raast de woede door haar hoofd. Roxy is een vulkaan die op uitbarsten staat (Flaptekst De Geus).
Leeservaring
Volgens de psychologie van de rouwverwerking zijn er een vijftal fasen te herkennen in de verwerking van rouw. Maar in hoeverre iemand die allemaal doorloopt en welke de overhand hebben en hoe iemand er tenslotte uitkomt (of niet) is puur persoonlijk en hangt van nog veel meer factoren af. Zoals de omstandigheden rond het overlijden, de relatie met de persoon om wie het gaat, de persoonlijkheid en achtergrond van de rouwende zelf en het sociale netwerk. Als we het leven van Roxy bekijken ziet het er allemaal niet erg hoopvol voor haar uit. Naast rouw speelt het thema vluchten een belangrijk rol.
Het verhaal wordt chronologisch verteld en begint bij het moment waarop de agenten aanbellen en haar het nieuws vertellen. Via flashbacks komen we meer te weten over haar achtergrond. Op haar 17de is ze het huis uit gevlucht (een meestal dronken moeder en een vader die vrachtwagenchauffeur was en nooit thuis) en ingetrokken bij de 30 jaar oudere Arthur, filmproducent. Ze hebben samen een dochtertje, Louise, nu 3 jaar, en ze waren 10 jaar bij elkaar. De diepte van hun relatie wordt niet helemaal duidelijk. Blijkbaar heeft Arthur haar als een kind beschermd en alle beslissingen genomen. Zijn assistente Jane (ook van middelbare leeftijd) neemt na de dood van Arthur die rol over, wat Roxy in een dronken bui de woorden ontlokt: Arthur en Jane zijn mijn vader en moeder en Louise is mijn pop. Want Arthur heeft ook voor een oppas voor Louise gezorgd: de jonge studente Feike. Hij liet merken er niet helemaal op te vertrouwen dat Roxy de zorg voor het kind aan kan.
De schok van zijn dood en de paniek hoe nou verder (dit was niet de afspraak, Arthur zou voor haar zorgen) wordt na enkele dagen verhevigd doordat blijkt dat hij niet alleen in de auto zat en dat hij een verhouding had met een stagiaire. Van alles roert zich van binnen, maar Roxy weet er niet mee om te gaan, kan het niet uiten. Woede en schaamte, ontkenning, depressieve gevoelens, opstandigheid, het zoeken naar verdoving in alcohol en mannen: het is een chaos in haar hoofd. Maar ook het gevoel: ik moet sterk zijn voor mijn kind. En de wanhoop niet te weten hoe.
Gelukkig blijkt Jane gaarne bereid alle praktische zaken te regelen. En Feike ontfermt zich zoveel mogelijk over Louise. Vlak voor de begrafenis staan ook haar ouders ineens op de stoep en daarna blijven ze. Het begint Roxy allemaal te benauwen. Al snel is de sfeer vergelijkbaar met toen ze nog thuis woonde. Jane dringt erop aan ze aandacht heeft voor de financiële zaken die geregeld moeten worden. Feike maakt haar verwijten dat ze haar kind niet goed opvoedt. En Roxy ziet nog maar één mogelijkheid om aan de verantwoordelijkheden te ontkomen en haar ouders opnieuw te ontvluchten: ze gaan op vakantie, er even tussen uit. Ze: dat zijn Feike, Jane, Louise en zij.
Maar natuurlijk helpt deze vlucht niet. En i.p.v. de gevoelens van rouw, verdriet en woede toe te laten en er over te praten ontkent Roxy ze en probeert ze te negeren. De sfeer wordt er onderling niet beter op. Tot een dramatische uitbarsting een nieuwe vlucht in gang zet.
Het is onmogelijk de wurgende opbouw van het verhaal in enkele woorden te vangen. Je herkent wat er met Roxy gebeurt. Louise blijft vragen: "Waar is Papa? Wanneer komt hij terug? Ik mis hem." Ook al zegt iedereen, ook Roxy, steeds: "Hij is dood, hij komt niet meer terug". Maar Roxy begrijpt wel het steeds weer willen horen dat het zo is, omdat het zo ongelooflijk is. In haar hoofd is ze boos op Arthur en scheldt op hem, ze kan niet huilen zegt ze tegen Jane, die wel huilt. Maar ze moet wel huilen om de ouders van de stagiaire die hun enige dochter kwijt zijn. Er begint zich een depressie af te tekenen: ze drinkt teveel, laat zich met allerlei mannen in in de hoop iets te voelen, voelt nergens meer medelijden voor, terwijl ze vroeger zo gevoelig was. Steeds weer probeert ze op te komen voor haar kind, zegt tegen zichzelf dat ze sterk moet zijn voor haar, maar vraagt zich ook af of het kind niet beter af is met Feike. Ze houdt ontzettend veel van Louise en ziet haar als enige reden om nog voor te leven.
Als ze in een museum naar een schilderij kijken, breekt er iets. Plotseling ziet ze het ongeluk voor zich:
"Onverwacht komt Arthurs verwrongen lijf uit het autowrak tevoorschijn, het zachte vlees van zijn buik, billen, de magere benen. Heeft hij pijn gehad? Zeg dat hij geen pijn heeft gehad. Roxy voelt haar armen die hem willen oppakken, beschermen en troosten, maar hoe kan ze zijn lichaam in haar armen nemen als iemand anders hem al vast heeft?
"Gaat het?" vraagt Feike."
Maar in plaats van te zeggen wat er in haar omgaat zegt ze: "Ik mis de Camaro" (haar auto, waar Arthur op het moment van het ongeluk in reed).
De sleutelpassage van de plot is die met de schapen die voor op het boek staan. Daar kan ik dus niet teveel over zeggen. Typerend is de opmerking:
"Als ze zich als kind verveelde op de lange zondagochtenden, haar moeder sliep nog, liep ze soms door de schapenwei van de buren. Het troostte haar hoe de schapen voor haar opzij gingen, een zeldzaam moment waarop de wereld zich aan haar aanpaste en niet andersom."
Esther Gerritsen schrijft in een stijl die ik zeer waardeer. Er wordt van de lezer meedenken, veronderstellen, begrijpen, invoelen verwacht. Daarom kan het zijn dat iedereen een eigen verklaring vindt voor de handelswijze van Roxy, zelfs voor de afloop van het verhaal. De droge dialogen, vaak kort door de bocht of verhullend wat echt bedoeld wordt, zijn geniaal. De gedoseerde humor in situaties en gesprekken maken dat het verhaal nergens melodramatisch wordt.
Dit is bij uitstek een leesclubboek! Kun je de gevoelens van rouw bij Roxy herkennen, kun je haar gedrag verklaren of is haar houding absurd? Is er een open einde of is duidelijk hoe het afloopt?
De discussietips van Boek-Delen vind je hier: Discussietips Roxy
Het Leesclubdossier van De Geus: KLIK HIER
Esther Gerritsen - Roxy. De Geus, 2014. Geb. als Colibri-boek, 285 pg. isbn: 978-94-6237-090-6.
Ik las dit boek als 3/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015(KLIK HIER).
© JannieTr, januari 2015.
maandag 5 januari 2015
Niet alleen voor Leesclubs: Boek-delen
Boek-delen ("tijdschrift voor lezers en leeskringen") is aan haar 15de jaargang begonnen. In het colofon staat te lezen: Boek-delen is een tijdschrift voor iedereen met een levendige belangstelling voor literatuur, met specifieke aandacht voor het lezen in leeskringen. Verantwoordelijk voor de inhoud is de NBD ( Nederlandse Bibliotheek Dienst) Biblion. De discussietips die ze verzorgen zijn ook voor niet-abonnees gratis beschikbaar.
In de loop van deze 15 jaar is er het een en ander veranderd aan de inhoud. Daartoe worden de wensen van de abonnees regelmatig gepeild. Maar ook ontwikkelingen op lees- en leesclubgebied worden in de gaten gehouden. Zo gaat de inleiding van het jongste nummer over Slow-reading. Een stukje daaruit:
"Een belangrijke motivatie voor deelnemers aan de "Slow Reading Clubs" is dat zij bij zichzelf constateerden dat ze niet meer de concentratie konden opbrengen om een boek te lezen. Dat is een vaardigheid die onderhouden moet worden. Leden van leesclubs hoeven zich waarschijnlijk niet al te veel zorgen te maken op dit punt: hun verlangen om te lezen zal er voor zorgen dat zij zichzelf nog wel de tijd gunnen daarvoor (en, naar mijn idee, ook wel moeten nemen om zinvol met elkaar over een boek te kunnen praten). Maar ook een te groot leesverlangen kan het genot in de weg staan: er zullen altijd meer titels op het "to-do-lijstje" van een boekenliefhebber staan dan er in alle rust genoten kunnen worden. Kies bewust dus, als het om boeken gaat. Beter één boek in de hand, dan tien in "the Cloud".
Herkenbaar? Het is een van de redenen waarom ik op enig moment besloot me voornamelijk te beperken tot oorspronkelijk Nederlands (incl. Vlaams). In Boek-delen komen ook vertaalde boeken aan bod, maar het merendeel gaat over boeken van Nederlandse en Vlaamse auteurs.
Wat staat er zoal in?
In het laatste nummer van Boek-delen (dec. 2014): Een interview met Amy Bloom gevolgd door de analyse van Wij geluksvogels. Met daarbij discussietips voor een bespreking. Uiteraard zijn die ook goed te gebruiken voor individuele lezers, die meer uit hun boek willen halen.
In de rubriek Nieuwe namen aandacht voor Nina Weijers - De consequenties en in Van alle tijden komt Francoise Sagan aan de beurt met haar Bonjour tristesse.
Recensies zijn er over Monte Carlo van Peter Terrin, Gebed voor de vermisten van Jennifer Clement, Tijgers in de nacht van Fiona McFarlane en Bodemdrang van Laura van der Haar (poëzie).
Er zijn discussietips gemaakt voor: Anna Enquist - Kwartet, Ida Simons - Een dwaze maagd, Wessel te Gussinklo - Zeer helder licht, Nina Polak - Wij zullen niet te pletter slaan, Siri Hustvedt - De vlammende wereld, Thomas van Aalten - Leeuwenstrijd.
In Literair landschap wordt de plek beschreven waar Karin Blixen (Out of Africa) werd geboren en begraven en waar een museum aan haar leven en werk gewijd is. Literair wandelen beschrijft een route door Schiedam.
Het Dossier tenslotte gaat over Gijs IJlander: eerst zijn biografie en aandacht voor al zijn werken. Daarna een ananlyse van Vergeef ons onze zwakheid en discussietips bij de bespreking van dit boek (in totaal 6 pagina's).
Het blad verschijnt 4 keer per jaar. Je kunt er een abonnement op nemen (een voor de hele club of tegen gereduceerd tarief meerdere exemplaren), maar het is ook in te zien in de bibliotheek. Vaak kun je de oudere nummers ook lenen.
Is dat alles?
Nee, wie www.boek-delen.nl in tikt, wordt automatisch doorgesluisd naar deboekensalon.nl. Daar vind je allereerst alle informatie over Boek-delen. De Lezersservice is voor abonnees (je kunt o.a. romananalyses en auteursportretten bestellen). Maar de overige zaken zijn toegankelijk voor iedereen. Zoals het uitgebreide archief met discussietips (KLIK HIER) bij vele boeken. Het komende jaar zal ik proberen (indien beschikbaar) de link naar deze tips op te nemen aan het eind van mijn boekbesprekingen.
Hebban, Dizzy, Boekensalon?
Op de homepage staan ook nog een aantal links naar nieuwe titels, de literaire agenda, winacties, ken uw klassiekers. Misschien toch eens even neuzen?
© JannieTr, januari 2015
donderdag 1 januari 2015
Stefan Hertmans - Oorlog en terpentijn
Twee Vlaamse grootouders mocht ik de afgelopen weken ontmoeten: een West-Vlaamse grootmoeder en een Oost-Vlaamse grootvader. Liefdevol beschreven door respectievelijk haar kleindochter (Ann de Craemer) en zijn kleinzoon (Stefan Hertmans). Urbain Martien en Paula van Hauwaert leefden in (ongeveer) dezelfde tijd, in hetzelfde land, maar er waren ook verschillen. Zo groeide zij op op het platteland en hij in de grote stad. Beide auteurs voelden de noodzaak een eerbetoon te schrijven aan deze geliefde grootouder en kozen daar een bijzondere uitwerking voor. (Voor Kwikzilver van Ann de Craemer KLIK HIER).
Samenvatting
Vlak voor zijn dood in de jaren tachtig van de vorige eeuw gaf de grootvader van Stefan Hertmans zijn kleinzoon een paar volgeschreven oude cahiers. Door de verhalen uit zijn jeugd vermoedde Hertmans dat de inhoud wel eens onthutsend kon zijn. Jarenlang durfde hij de schriften niet te openen. Tot hij het wél deed, en onvermoede geheimen vond. Het leven van zijn grootvader bleek getekend door armoedige kinderjaren in het Gent van voor 1900, door gruwelijke ervaringen als frontsoldaat in de Eerste Wereldoorlog en door een jonggestorven grote liefde. Hij sublimeerde zijn verdriet in de stilte van de schilderkunst. In een poging dat leven te doorgronden schreef Hertmans zijn herinneringen aan zijn grootvader op. Hij citeert uit diens dagboeken en kijkt naar diens schilderijen,om uiteindelijk de ware toedracht te ontsluieren. Hertmans vertelt dit verhaal met een verbeeldingskracht waarover alleen grote schrijvers beschikken, en in een vorm die een onuitwisbare indruk op de lezer achterlaat. Oorlog en Terpentijn vormt een aangrijpende zoektocht naar een leven dat samenviel met de tragiek van een eeuw – en een postume, bijna mythische poging dat leven alsnog een stem te geven. (Achterkant boekomslag).
Leeservaring
Er zullen weinig echte lezers zijn die niet gehoord hebben van dit succesvolle boek. Er zijn inmiddels meer dan 200.000 exemplaren van verkocht en het is bekroond met vele prijzen. Heb ik daar dan nog wel iets aan toe te voegen? Ja toch wel: mijn eigen ervaring met een boek dat (juist door de vele loftuitingen) niet helemaal aan mijn verwachtingen voldeed.
Toen ik aan het lezen begon, stond het boek al een half jaar in de kast. Iedereen werd steeds enthousiaster. Het regende prijzen, vertalingen, interviews en ook mijn echtgenoot las het met veel genoegen. Maar ik kon er maar niet toe komen. En dat kwam voornamelijk door de weerzin te moeten lezen over de Groote Oorlog. Pas de laatste jaren werd mij duidelijk dat wat zowel de burgerbevolking als de Vlaamse frontsoldaten overkomen is in die periode honderd malen erger is dan wat wij erover leerden in het Nederlandse geschiedenisonderwijs. Want dat is wat literatuur ook doet: romans en verhalen komen veel harder binnen dat droge cijfers en feiten.
Stefan Hertmans heeft onder de titel Roman staan. Ik vraag mij af
waarom. Ik houd het er maar op, dat hij de memoires van zijn grootvader
(in de schriftjes) heeft aangevuld met zijn eigen herinneringen,
gedachten, uitkomsten van onderzoekingen, e.d. Daar zal de nodige fictie
tussen zitten waardoor de term Roman beter de lading dekt. Mij brengt
het echter een beetje in verwarring als ik echt en verzonnen niet van
elkaar kan scheiden. Overigens: memoires (zoals zijn grootvader schreef) zijn een terugblik en geen dagboeken (zoals op het boek staat). Ook daarvan is dus niet na te gaan in hoeverre de feiten kloppen.
Maar laat ik beginnen met waar ik van genoot en wat ik mooi vond. Het boek heeft drie delen. Het eerste beschrijft de armoedige jeugd en het harde leven van de jonge Urbain tot aan het moment waarop hij de oorlog in gaat. Het tweede deel omvat de oorlogsjaren en het derde deel zijn leven daarna, waarin hij zijn eerste grote liefde verliest en trouwt met haar zuster. En hoe hij zijn leven daarna probeert vorm te geven, geholpen door zijn liefde voor de schilderkunst.
Van het eerste deel heb ik het meest genoten. Een stukje sociale geschiedenis van Gent (en dus ook van andere Vlaamse steden) komt er overtuigend tot leven. Ook op andere plekken in het boek waar het gaat over de overgrootvader, valt genoeg te ontdekken om door aangeraakt te worden.
In het tweede deel was het vooral de poëtische stijl van de natuurbeschrijvingen die zo sterk contrasteerde met het oorlogsgeweld, die overrompelde en troostte. De schokkende beschrijvingen van het beestachtige optreden van de Duitse soldaten tegenover de burgerbevolking waren niet leuk om te lezen, maar hoorden er wel bij om ten volle te begrijpen waarom wat wij WO I noemen voor de Belgen de Groote Oorlog is. Nieuw voor me was ook om te lezen hoe verbijsterd de Belgen en Fransen waren dat de Duitsers zich niet hielden aan de "juiste, eervolle" manier om oorlog te voeren.
Het derde deel beschrijft onder meer de moeite die Stefan Hertmans gedaan heeft om belangrijke plekken uit het leven van zijn grootvader te zoeken en herontdekken en dat is ook bijzonder om te lezen.
Toch is er een en ander wat me minder beviel. Het tweede deel over de oorlogshandelingen was teveel van hetzelfde voor mij. Wat ik zelden doe, deed ik in dit deel: stukken overslaan of vluchtig lezen. Niet alleen is dit te naar om allemaal te lezen, het is ook te veel. Om hetzelfde effect te bereiken en de belangrijkste thema's aan te kaarten waren minder pagina's voldoende geweest. Dat laatste geldt ook een beetje voor het laatste deel. Het is duidelijk dat Stefan Hertmans zijn grootvader adoreert, maar soms zijn de zijpaden die hij daarvoor bewandelt voor hem ongetwijfeld heel belangrijk, maar voor de lezer wat minder interessant.
Maar het is al met al een mooi monument voor een geliefde grootvader. Er staan prachtige, poëtische zinnen in en het geeft een goed beeld van de sociale omstandigheden in de jaren voor 1900 in Gent.
Echt Vlaams?
Een vraag die ik me bij elk Vlaams boek dit jaar zal stellen is: hoe typisch Vlaams is dit boek? Wat woordkeus en stijl betreft, is het minimaal herkenbaar als Vlaams. Qua situering echter zeer Vlaams: daar zorgen de Groote Oorlog en de sociale beschrijvingen van Gent rond 1900 voor. Maar de rol die de schilderkunst in het leven van de hoofdpersoon speelt, is universeler. Net als de grote thema's: oorlog en liefde en welke littekens die achterlaten.
Stefan Hertmans - Oorlog en terpentijn. Amsterdam, De Bezige Bij, 2014. Geb., 334 pg., met foto's. ISBN:9789023476719.
Wilt u Oorlog en terpentijn bespreken in uw leeskring? De discussietips van Boek-delen helpen u op weg.(KLIK HIER)
Ik las dit boek als 1/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015(KLIK HIER).
© JannieTr, januari 2015
Vlak voor zijn dood in de jaren tachtig van de vorige eeuw gaf de grootvader van Stefan Hertmans zijn kleinzoon een paar volgeschreven oude cahiers. Door de verhalen uit zijn jeugd vermoedde Hertmans dat de inhoud wel eens onthutsend kon zijn. Jarenlang durfde hij de schriften niet te openen. Tot hij het wél deed, en onvermoede geheimen vond. Het leven van zijn grootvader bleek getekend door armoedige kinderjaren in het Gent van voor 1900, door gruwelijke ervaringen als frontsoldaat in de Eerste Wereldoorlog en door een jonggestorven grote liefde. Hij sublimeerde zijn verdriet in de stilte van de schilderkunst. In een poging dat leven te doorgronden schreef Hertmans zijn herinneringen aan zijn grootvader op. Hij citeert uit diens dagboeken en kijkt naar diens schilderijen,om uiteindelijk de ware toedracht te ontsluieren. Hertmans vertelt dit verhaal met een verbeeldingskracht waarover alleen grote schrijvers beschikken, en in een vorm die een onuitwisbare indruk op de lezer achterlaat. Oorlog en Terpentijn vormt een aangrijpende zoektocht naar een leven dat samenviel met de tragiek van een eeuw – en een postume, bijna mythische poging dat leven alsnog een stem te geven. (Achterkant boekomslag).
Leeservaring
Er zullen weinig echte lezers zijn die niet gehoord hebben van dit succesvolle boek. Er zijn inmiddels meer dan 200.000 exemplaren van verkocht en het is bekroond met vele prijzen. Heb ik daar dan nog wel iets aan toe te voegen? Ja toch wel: mijn eigen ervaring met een boek dat (juist door de vele loftuitingen) niet helemaal aan mijn verwachtingen voldeed.
Toen ik aan het lezen begon, stond het boek al een half jaar in de kast. Iedereen werd steeds enthousiaster. Het regende prijzen, vertalingen, interviews en ook mijn echtgenoot las het met veel genoegen. Maar ik kon er maar niet toe komen. En dat kwam voornamelijk door de weerzin te moeten lezen over de Groote Oorlog. Pas de laatste jaren werd mij duidelijk dat wat zowel de burgerbevolking als de Vlaamse frontsoldaten overkomen is in die periode honderd malen erger is dan wat wij erover leerden in het Nederlandse geschiedenisonderwijs. Want dat is wat literatuur ook doet: romans en verhalen komen veel harder binnen dat droge cijfers en feiten.
Maar laat ik beginnen met waar ik van genoot en wat ik mooi vond. Het boek heeft drie delen. Het eerste beschrijft de armoedige jeugd en het harde leven van de jonge Urbain tot aan het moment waarop hij de oorlog in gaat. Het tweede deel omvat de oorlogsjaren en het derde deel zijn leven daarna, waarin hij zijn eerste grote liefde verliest en trouwt met haar zuster. En hoe hij zijn leven daarna probeert vorm te geven, geholpen door zijn liefde voor de schilderkunst.
Van het eerste deel heb ik het meest genoten. Een stukje sociale geschiedenis van Gent (en dus ook van andere Vlaamse steden) komt er overtuigend tot leven. Ook op andere plekken in het boek waar het gaat over de overgrootvader, valt genoeg te ontdekken om door aangeraakt te worden.
In het tweede deel was het vooral de poëtische stijl van de natuurbeschrijvingen die zo sterk contrasteerde met het oorlogsgeweld, die overrompelde en troostte. De schokkende beschrijvingen van het beestachtige optreden van de Duitse soldaten tegenover de burgerbevolking waren niet leuk om te lezen, maar hoorden er wel bij om ten volle te begrijpen waarom wat wij WO I noemen voor de Belgen de Groote Oorlog is. Nieuw voor me was ook om te lezen hoe verbijsterd de Belgen en Fransen waren dat de Duitsers zich niet hielden aan de "juiste, eervolle" manier om oorlog te voeren.
Het derde deel beschrijft onder meer de moeite die Stefan Hertmans gedaan heeft om belangrijke plekken uit het leven van zijn grootvader te zoeken en herontdekken en dat is ook bijzonder om te lezen.
Toch is er een en ander wat me minder beviel. Het tweede deel over de oorlogshandelingen was teveel van hetzelfde voor mij. Wat ik zelden doe, deed ik in dit deel: stukken overslaan of vluchtig lezen. Niet alleen is dit te naar om allemaal te lezen, het is ook te veel. Om hetzelfde effect te bereiken en de belangrijkste thema's aan te kaarten waren minder pagina's voldoende geweest. Dat laatste geldt ook een beetje voor het laatste deel. Het is duidelijk dat Stefan Hertmans zijn grootvader adoreert, maar soms zijn de zijpaden die hij daarvoor bewandelt voor hem ongetwijfeld heel belangrijk, maar voor de lezer wat minder interessant.
Maar het is al met al een mooi monument voor een geliefde grootvader. Er staan prachtige, poëtische zinnen in en het geeft een goed beeld van de sociale omstandigheden in de jaren voor 1900 in Gent.
Echt Vlaams?
Een vraag die ik me bij elk Vlaams boek dit jaar zal stellen is: hoe typisch Vlaams is dit boek? Wat woordkeus en stijl betreft, is het minimaal herkenbaar als Vlaams. Qua situering echter zeer Vlaams: daar zorgen de Groote Oorlog en de sociale beschrijvingen van Gent rond 1900 voor. Maar de rol die de schilderkunst in het leven van de hoofdpersoon speelt, is universeler. Net als de grote thema's: oorlog en liefde en welke littekens die achterlaten.
Stefan Hertmans - Oorlog en terpentijn. Amsterdam, De Bezige Bij, 2014. Geb., 334 pg., met foto's. ISBN:9789023476719.
Wilt u Oorlog en terpentijn bespreken in uw leeskring? De discussietips van Boek-delen helpen u op weg.(KLIK HIER)
Ik las dit boek als 1/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015(KLIK HIER).
© JannieTr, januari 2015
donderdag 23 oktober 2014
Annegreet van Bergen - Gouden jaren
Oktober 2014 - waardering: 7,5
Inleiding
"Hoe ons
dagelijks leven in een halve eeuw onvoorstelbaar is veranderd", luidt
de ondertitel van dit bijzondere boek dat inmiddels bij heel wat babyboomers in
de boekenkast staat. Veel is er al over geschreven, wat kan ik daar nog aan
toevoegen? Verwacht hier dan ook geen recensie, maar slechts hoe ik het lezen
van dit boek ervaren heb. En welke overpeinzingen het bij mij teweeg bracht.
Samenvatting
Gouden jaren
vertelt het verhaal van de ongekende naoorlogse groei die ons leven op alle
fronten heeft veranderd. De wekelijkse teil werd een dagelijkse douche, het
papieren loonzakje een digitale bankrekening en de boterham met tevredenheid
een broodje gezond. Vertrouwde beroepen verdwenen, nieuwe deden hun intrede.
Wie had er in de jaren vijftig al gehoord van mondhygiëniste of activiteitenbegeleider?
Gouden jaren staat vol met herkenbare anekdotes, scherpe observaties en
schitterende foto's. Het laat zien hoe compleet anders ons leven er een halve
eeuw geleden uitzag en dat we rijker zijn geworden dan we ooit voor mogelijk
hadden gehouden.(Atlas/Contact)
Leeservaring
Annegreet van Bergen
is van 1954, ik ben van 1947. Misschien heb ik alles wat ze beschrijft nog net
even iets bewuster meegemaakt. Dat werd
dus herkennen en glimlachen of gruwelen tijdens het lezen van haar en andermans
herinneringen en anekdotes. En bij het bekijken van de foto's natuurlijk.
Want om eerst iets
over de vorm te zeggen: de goed
gekozen zwart-wit foto's sluiten prima
aan bij de besproken onderwerpen. De
tekst had ze chronologisch uit kunnen werken, maar ze heeft ervoor gekozen
die in onderwerphoofdstukken en -rubrieken te verdelen en daarbinnen de
chronologie aan te houden. Dat leest niet alleen veel prettiger, het is ook
veel overzichtelijker.
Met de inhoud is
al net zo weloverwogen omgesprongen: een aangename afwisseling van eigen en
andermans herinneringen en anekdoten met daarnaast, haast terloops, de
bijbehorende cijfers: informatief, zonder belastend of saai te worden.
Indrukwekkende cijfers soms die tot nadenken stemmen. Het is duidelijk dat er
veel onderzoekswerk aan te pas gekomen is. Zo losjes als het geschreven lijkt,
moet het toch een enorm karwei geweest zijn om het op papier te krijgen.
Tja en dan de
beleving. Nostalgie? Nee, daaronder versta ik terugverlangen naar die goede
oude tijd. Blij dat de beschreven tijd voorbij is? Nee, dat ook niet. De
huidige tijd heeft ook zijn nadelen. Wat dan? Laat ik beginnen met vertedering:
ach ja, zo was het.... en dat was best gezellig. Er was onderlinge warmte,
geborgenheid en aandacht voor elkaar. Maar ook opluchting: dat was erg,
gelukkig is dat nu beter geregeld. En af en toe: voor mij was dat niet nodig
geweest: elk voordeel heeft nu eenmaal z'n nadeel.
Maar het belangrijkste voor mij: Nuancering en relativering. Ook dat maakt dit boek los. Het is waar
dat het heel hard gegaan is met de veranderingen, dat er veel verbeterd is, vooral
op het materiële en medische vlak. Op het sociale en psychische vlak weet ik
dat zo net nog niet. En daar zetten al die goedgedocumenteerde onderwerpen je
over aan het denken.
Want de auteur blijft natuurlijk wel een econoom! Deze
positieve toon is goed: niet zeuren, kijk eens wat we allemaal bereikt hebben.
Of zoals ze zelf zegt: "Rijker dan we ooit voor mogelijk hadden
gehouden." Oké, mee eens. Maar
wordt het dan misschien nu langzamerhand ook niet eens tijd om te kijken wat er
ondertussen met andere belangrijke waarden in ons leven gebeurd is?
Medemenselijkheid en zorg voor elkaar, natuur- en milieu en duurzaamheid,
psychische gezondheid en ethiek, om er maar eens een paar te noemen. Ik blijf
hopen dat een boek daarover net zo'n bestseller zal worden, maar ik vrees van
niet: die boodschap zal een stuk minder positief zijn.
Leesclubs
kunnen hier zeker mee aan de slag: natuurlijk met het uitwisselen van eigen
ervaringen over vroeger, maar misschien ook
in een discussie over welke nadelen er zichtbaar beginnen te worden van deze (economische)
rijkdom?
Over de auteur
Annegreet van Bergen
(1954) is econoom en journalist. Ze schreef ruim dertig jaar over economie,
werk en samenleving voor o.a. De Volkskrant en Elsevier. Eerder verschenen van
haar: De lessen van een burn-out, Onthaasten van A tot Z, Werk of gekkenwerk en
Mijn moeder wilde dood.
Een interview over dit boek werd uitgezonden door de VPRO
in Brands met Boeken op zondag 21 september 2014 (KLIK HIER).
Annegreet van Bergen - Gouden jaren: hoe ons dagelijks leven
in een halve eeuw onvoorstelbaar is veranderd. Amsterdam, Atlas/Contact, 2014.
Paperback, 350 pg., lit. opg., zw.w. foto's. ISBN: 978-90-450-2354-0.
© JannieTr, oktober 2014.
Ik las
dit boek als 23/20 voor Ik-lees-Nederlands
2014.
woensdag 24 september 2014
Een driehoeksverhouding: Bregje Hofstede, Philippe Claudel en Georges Rodenbach
Inleiding
In hoeverre heeft Bregje
Hofstede zich laten inspireren door Georges
Rodenbach? Die vraag drong zich bij mij op, nadat ik bij toeval eerst het
debuut van Philippe Claudel en
daarna de roman van Rodenbach las. In het stuk hieronder wil ik proberen hier,
voor mezelf, een antwoord op te vinden. Maar ik denk zeker dat ook leesclubs er iets leuks mee zouden
kunnen doen. Vandaar dit blog.
Wat vooraf ging
- Eerst las ik met bijzonder veel plezier De hemel boven Parijs (KLIK HIER) en kreeg van
Cossee de toestemming daar als eerste een blog over te publiceren. Daarin
schreef ik o.a. dat ik na twee lezingen nog steeds het gevoel had, dat er nog
meer te ontdekken viel. Dat klopte. In de vele interviews die Bregje Hofstede
daarna gaf, vielen er steeds meer puzzelstukjes op z'n plaats. Zoals bv. waarom
de rugbywedstrijd zo levensecht beschreven was. Maar ook, en dat is van belang
voor dit blog, wat de rol van Parijs was in de roman.
- Daarna was Rivier
van vergetelheid (KLIK HIER) van Philippe Claudel aan de beurt. Een toevalstreffer: ik
wilde meedoen met de maand van de Franse literatuur en deze stond nog ongelezen
in de kast. Zijn debuut, een boek over rouw, waar ik een nogal dubbel gevoel
over had. Toen ik dat uitsprak, kreeg ik de tip het boek te lezen waardoor hij
geïnspireerd was.
- Dat werd dus Brugge-de-dode
(KLIK HIER) van Georges Rodenbach. Terwijl ik dat las begon er iets te dagen: tussen deze 3
boeken leken draden gesponnen. En wat is leuker, dan te proberen die draadjes
te ontrafelen.....
En dus...
Het is niet de bedoeling hier een diepgravend onderzoek
te doen en daarna antwoord te geven op de bovengestelde vraag. Het zijn mijn
overwegingen en voorlopige indrukken. Eigenlijk zou ik Claudel en Hofstede nog
een keer moeten lezen, maar misschien komt dat later nog eens.
- Het boek van G.R. verscheen in 1892. Hij was toen al een bekend (symbolistisch) schrijver en dichter.
Brugues la Morte bracht hem internationale
roem. Meuse l'oubli verscheen in 1999
en was het debuut van Ph.C. Het was geen doorslaand succes en hij zou pas later
doorbreken als gevierd auteur en filmmaker. De hemel boven Parijs was het debuut van B.H. in 2014 en alles wijst erop, dat dit
debuut een groot (wellicht ook internationaal) succes zal worden.
- Het thema van alle drie de boeken is rouw (al speelt er bij B.H. meer mee).
Bij G.R en Ph.C. gaat het om het verwerken van de dood van een jong gestorven
echtgenote, bij B.H. om het verwerken van het verlies van een geliefde en een abortus.
Kenmerkend voor alle drie is het leven van de hoofdpersoon, dat tot stilstand lijkt te komen en het blijven
hangen in het verlies. Bij G.R. is er in 5 jaar nog niets veranderd aan de
gevoelens van verlies, bij Ph.C. duurt dat minder lang en lijkt er licht te
gloren aan het einde van het boek, na ongeveer een jaar. En bij B.H. houdt de
hoofdpersoon zijn lethargie al 20 jaar vol, voor er iemand langs komt om hem
eruit te halen.
- Bij alle drie is de plaatsbepaling van het verhaal erg belangrijk. Bij G.R. is
duidelijk dat Brugge niet alleen het
decor is, maar ook vereenzelvigd wordt met de dode geliefde. De beschrijvingen
van de stad tijdens wandeltochten laten wat dat betreft niets aan duidelijkheid
over. Zoals G.R. schrijft: "Brugge was zijn dode. En zijn dode was
Brugge."
Bij Ph. C. werd
deze rol gespeeld door de Maas en de
seizoenen. Hier geen vereenzelviging van de rivier met de dode, maar met de
gevoelens van rouw en de verwerking daarvan. Uiteindelijk neemt de rivier de ergste
pijn mee. De seizoenen versterken de beschreven gevoelens.
Voor B.H. is
deze rol weggelegd voor Parijs. "Parijs is net een Openluchtmuseum",
zei ze in een interview. Het leeft niet, blijft net als Olivier hangen in het
verleden, richt zich niet op de toekomst. Daarmee staat Parijs symbool voor de
ontwikkeling van het leven van Olivier.
- De verloren
geliefde is een jonge vrouw, die de hoofdpersoon
niet los kan laten. Viane ziet haar evenbeeld
lopen in Brugge en reageert alsof hij haar hervonden heeft, met alle gevolgen
van dien. Bij B.H. ontmoet Olivier onverwacht
de studente Fie die sprekend op zijn verloren geliefde lijkt. Ook voor hem
heeft dat onvoorziene gevolgen. Beiden vertonen gedrag waarbij ze hun
vroegere geliefde en de jonge vrouw met elkaar vereenzelvigen. Ph.C. wijkt daar
vanaf door de hoofdpersoon te laten
ervaren dat hij niet vast hoeft te houden aan het vervagende beeld van Paule, zich
niet schuldig hoeft te voelen als hij weer naar andere vrouwen kan kijken.
- De herinneringen aan de verlorene worden
door de drie auteurs op verschillende wijze ingezet. Bij G.R. heeft Viane
gekozen voor Brugge omdat hij ervan overtuigd is dat alleen deze stad in staat
is de herinneringen levend te houden (zie ook plaatsbepaling). Bij Ph.C. heeft
de hoofdpersoon juist voor het plaatsje Feil aan de Maas gekozen, omdat hij op
een plek wil zijn waaraan geen gemeenschappelijke herinneringen bestaan. Hij wil proberen
een nieuwe start te maken en denkt dat alleen op een nieuwe plek te kunnen.
Voor Olivier
geldt dat er geen plek is in Parijs waar hij geen herinneringen aan heeft. B.H.
brengt ze ook geregeld naar voren in de flash-backs. Hij koestert ze gelaten, ze voeden zijn
schuldgevoel en zijn gevoel van falen. Hij zoekt ze niet op, hij wijst ze niet
af, maar hij leeft er gewoon in.
- De sociale omgeving speelt ook een
vergelijkbare rol. Bij G.R. is het Barbe,
de huishoudster van Viane, die goed voor haar meester zorgt, hem waarschuwt als
ze denkt dat het mis gaat en hem tenslotte verlaat als ze ziet dat hij niet
meer te redden is. Haar verontwaardiging over zijn gedrag is te groot.
Bij Ph. C. is
die rol voor Madame Outsander, de pensionhoudster. Ook zij moedert over de
hoofdpersoon en staat hem met raad en daar terzijde. Haar inbreng is
positiever.
Voor Olivier
moeten we daarbij kijken naar Sylvia,
waarmee hij een latrelatie heeft. Ook zij denkt hem te zien afglijden en trekt
verontwaardigd haar conclusies.
Brugge toont
zich een dorp, waar roddel en
achterklap en Vlaamse katholieke vroomheid een belangrijke rol spelen bij de
ontwikkeling van het verhaal. Ook Feil
is een dorp, maar hier blijkt het juist een beschutte omgeving te zijn, waar
alle bewoners na verloop van tijd de hoofdpersoon accepteren en elk op zijn
eigen manier bijdragen aan zijn hernieuwde levenslust. En, heel verrassend, Parijs blijkt ook een dorp! Onder
leiding van Sylvia wordt zowel de universiteit als de wijk waar Olivier woont
en waar Fie tijdelijk onderdak vindt, opgehitst tegen hem. Roddel, achterklap en
zelfs een opstootje voor zijn deur vanuit de kroeg er tegenover.
- Relikwieën
zijn er in elk verhaal. G.R. laat Viane de snuisterijen, foto's, meubels en vooral de
haarvlecht van zijn overleden vrouw vereren alsof het heilige voorwerpen zijn.
Vooral de vlecht: die wordt bewaart in een glazen kistje en mag niet aangeraakt worden. Hij kust geregeld het kistje. Deze vlecht speelt uiteindelijk een
doorslaggevende rol in de plot van het verhaal.
Ph.C. heeft zijn hoofdpersoon een trui en brieven als
relikwieën meegegeven naar Feil. Pas als hij in staat blijkt die aan de Maas
mee te geven, begint de kentering in zijn leven met het aanvaarden van het
besef dat het leven door zal gaan, ook zonder Paule, met alleen nog de steeds verder vervagende
herinneringen .
Oliviers relikwieën bestaan uit een doos met oude foto's
van Mathilde. Na zijn ontmoeting met Fie haalt hij deze na jaren weer eens
tevoorschijn, daar moet hij behoorlijk veel moeite voor doen. "In het late zonlicht had de doos een aureool van stof". Hij zet
hem binnen handbereik op de schoorsteenmantel en zal er nog vaak in kijken.
- De rol van de "opvolgster"
kent kleine verschillen. Jane (bij G.R)
is een uitgekiende tante die denkt van Viane te kunnen profiteren. Het duurt
lang voor hij door heeft, dat hij zo bedwelmd wordt door haar gelijkenis met
zijn overleden vrouw dat hij de realiteit uit het oog verliest en onvergeeflijke
fouten heeft gemaakt. Hij heeft haar ondergebracht in een door hem betaalde
woning om haar geregeld te kunnen bezoeken. Ze blijkt een wolf in
schaapskleren.
Ook voor Sofie laat
B.H. door Olivier een woning regelen bij hem in de buurt. Het duurt lang
voor de lezer meer over Sofie en haar motieven te weten komt en zelfs aan het
eind van het verhaal is dat niet ondubbelzinnig duidelijk. Wel begint Olivier
zich op een bepaald moment af te vragen wat hij zich allemaal op de hals
gehaald heeft door de zinsbegoocheling van de gelijkenis. "Hij kende haar van buiten. Nu vervloekte hij die buitenkant.
Zij was de wolf, en hij een onwaarschijnlijke Roodkapje". Een fraaie
verwijzing naar G.R. vond ik: "Fie
lag te slapen op de bank. Haar vlecht krulde
over het kussen als een blonde schorpioen".
Reine, het meisje van de bakker in Feil speelt bij
Ph.C. een veel bescheidener rol. Ze lijkt niet op Paule, maar maakt toch iets
los bij de hoofdpersoon dat hem weer doet geloven in een nieuwe kans op geluk.
Conclusie
Bregje Hofstede
heeft Frans gestudeerd. Je mag aannemen dat ze, behalve het in het boek
genoemde Le Chef-d’œuvre inconnu van Balzac, ook Brugues la Morte
van Rodenbach kende. Het lijkt
mij dat ze er op z'n minst door geïnspireerd is. Ze heeft daarna op een
subtiele en intelligente manier een heel
speciale draai gegeven aan het verhaal, waardoor
het een totaal andere en moderne roman geworden is.
Men heeft mij verteld dat ook Philippe Claudel is beïnvloed Rodenbach's Brugues la Morte, waar hij een grote
bewondering voor had. Misschien heb ik hem tekort gedaan in mijn blog. Ik ben
zeker van plan Rivier van vergetelheid nogmaals te lezen, met de kennis van nu.
Ik hoop dat er leesclubs zijn, die hiermee aan de slag
gaan. Reacties worden zeer op prijs gesteld!
© JannieTr, september 2014.
Abonneren op:
Posts (Atom)


















