donderdag 1 oktober 2009

P.J. Thomése - Schaduwkind


Oktober 2009 - waardering: 9,0.

Samenvatting

Autobiografisch relaas van de bekende auteur Thomese [1958], die eerder verhalen en romans schreef en in 1991 de AKO Literatuurprijs kreeg voor 'Zuidland'. Anders dan zijn eerdere uitgaven is dit verhaal autobiografisch. Het is onderverdeeld in een vijftigtal korte fragmenten en gaat over de dood van zijn pasgeboren dochtertje Isa. Thomése wisselt passages van ontreddering, diepgaande rouw en sprakeloosheid af met stukjes over het geluk van het prille vaderschap. Het boekje is opvallend onemotioneel en met een zekere afstand geschreven vanuit een mannelijk (vaderlijk) perspectief. De auteur probeert het onzegbare te zeggen in een mooie literaire en symbolische taal, met als doel zijn schaduwkind (een soort engeltje) vast te leggen in die taal. (Biblion recensie, Annemiek Buijs).

Schrijver

Pieter Frans Thomése (Doetinchem, 23 januari 1958) is een Nederlands schrijver. Van 1979 tot 1984 is Thomése redacteur en verslaggever bij het Eindhovens Dagblad. In 1984 pakt hij zijn geschiedenisstudie voor drie jaar weer op, maar voltooit deze niet. Daarna schrijft Thomése voor het weekblad De Tijd en levert hij bijdragen voor NRC Handelsblad, enkele regionale dagbladen en Vrij Nederland.
Thomése publiceert zijn eerste literaire verhaal in 1986 in het literair tijdschrift De Revisor. Dit verhaal maakt in 1990 deel uit van zijn debuut in boekvorm, de novellenbundel Zuidland. Van januari 1998 tot april 2001 was Thomése redacteur van De Revisor. In 1991 en 2003 ontving hij literaire prijzen. In september 2007 verscheen zijn roman Vladiwostok! over het "politieke bedrijf" in Den Haag, de media en andere valkuilen. Vladiwostok! werd genomineerd voor de Gouden Uil 2008. Een jaar later werd de bundel Nergensman. Autobiografieën genomineerd voor de Gouden Uil 2009.
Een aantal malen belandde Thomése in stevige literaire polemieken. Leon de Winter verweet hem antisemitisme naar aanleiding van een column van zijn hand in de GPD-bladen. Joost Zwagerman verweet hem dubbelhartigheid inzake cultuurpessimisme; Thomése had medio jaren negentig in de Revisor een essay gepubliceerd getiteld 'De narcistische samenzwering', waarin hij het commercialisme in de literatuur hekelde. Naar de mening van critici verweet hij echter schrijvers als Connie Palmen datgene wat hij nadien ook zelf zou doen: het zoeken van publiciteit met autobiografische literatuur.

- Prijzen:
    * 1991 - AKO Literatuurprijs voor Zuidland
    * 2003 - Max Pam Award voor Schaduwkind

- Bibliografie:
    * 1990 - Zuidland
    * 1994 - Heldenjaren
    * 1996 - Haagse liefde & De vieze engel
    * 1999 - Het zesde bedrijf
    * 2001 - Greatest hits
    * 2003 - Schaduwkind
    * 2005 - Izak
    * 2007 - Vladiwostok!
    * 2008 - Nergensman. Autobiografieën
    * 2009 - J. Kessels: The Novel


 Boekbespreking
- Titel
Schaduwkind is het woord dat hij bedenkt voor zijn kort na de geboorte gestorven dochtertje Isa

- Motto:
Je suis toujours celle que tu respires (Ik ben altijd degene die je inademt) Paul Valéry – La jeune Parque.

- Genre:
Autobiografisch relaas, taalkundig exercitie.

- Opbouw/structuur:
Het boek is verdeeld is ongeveer 50 korte, tot zeer korte, hoofdstukjes. Allemaal met een titel.

- Tijd:
Het boekje is geschreven tussen 16 april 2002 en 1 maart 2003. In die periode werd zijn dochtertje geboren en stierf ze kort na haar geboorte. Hij beschrijft haar geboorte, korte leventje, ziekenhuisopname en sterven. En probeert woorden te vinden om het verlies en zijn wanhoop tot uitdrukking te brengen.
De beschrijvingen van de gebeurtenissen rond het kindje zijn in de verleden tijd geschreven en staan tussen de overpeinzingen van de vader, die in de tegenwoordige tijd staan. De eerste vormen een soort flash-back.

- Plaats en ruimte:
Het ziekenhuis en thuis bij de ouders.

- Perspectief en verteller:
De schrijver en de verteller vallen samen in dit boek. Het ik-perspectief is afwisselend een belevende ik en een vertellende ik.

- Personages:
De vader, de moeder en het kindje zijn de voornaamste figuren. Hulpverleners, familie, vrienden komen nauwelijks ter sprake. De vader is steeds aan het woord en zijn gedachten en gevoelens maken het grootste deel van het boek uit. Van een round-character kan in zo’n kort bestek natuurlijk nauwelijks sprake zijn.

- Verhaallijnen:
Ondanks de essayachtige opzet van het boekje zijn er toch 2 verhaallijnen te ontwarren. Gedoseerd vertelt de vader wat er chronologisch gebeurde. Die verhaallijn wordt doorbroken door overpeinzingen en het uitdrukking geven aan de onmogelijkheid om dit verlies onder woorden te brengen. Je weet wat er gaat gebeuren, maar de spanning wordt wel in het verhaal gehouden door steeds een klein stukje van het drama op te voeren.

- Thema’s:
- Het verlies van een kind
- Eenzaamheid
- Rouwverwerking

- Motieven:
-

- Stijl- en stijlfiguren:
Essayistische stijl. Maar daarnaast ook een directe, indringende persoonlijke stijl in andere hoofdstukjes. Mooie symboliek.

- Verhouding schrijver tot de thematiek van het boek:
De schrijver heeft zijn eigen ervaringen opgeschreven.


Uit deze recensie:

De roman gaat niet zo zeer over de dood van zijn dochter Isa, maar eerder over de tekortkomingen van de mens om realiteit in zoiets conventioneels als taal om te zetten.
Hij begint de radeloze zoektocht naar betekenis, zowel van zijn taalgebruik als van zijn toekomst zonder kind. Hij vecht tegen constructie, maar weet dat hij zich er aan zal moeten onderwerpen. De meest intieme waarheid zal door een medium, de taal, aangeraakt moeten worden voordat het communicabel wordt.

Leeservaring

Toch is hij in staat gebleken een ontroerend boek te schrijven, dat ondanks het zoeken naar woorden, heel duidelijk overbrengt wat ouders doormaken die iets dergelijks overkomt.
De hierboven gemaakte technische analyse doet daar geen recht aan. Het is een boek waar je eigenlijk niets over kunt vertellen: je moet het zelf lezen.

© JannieTr,  1 oktober 2009.

Citaat: “Een vrouw die haar man begraaft, wordt weduwe genoemd, een man die zonder zijn vrouw achterblijft, weduwnaar. Een kind zonder ouders is wees. Maar hoe heten vader en moeder van een gestorven kind?” (P.F. Thomése in ‘Schaduwkind’).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen