dinsdag 15 oktober 2013

Rinus Spruit - Een dag om aan de balk te spijkeren



Oktober 2013 - waardering: 8,0.



Inleiding

In 2008 verscheen het debuut van Rinus Spruit (Nieuwdorp, 1946), ter gelegenheid  van de Week van het Zeeuwse boek onder de titel: Zwieg stille. In 2009 werd het boek herdrukt door Cossee met als titel De rietdekker, een familiegeschiedenis. Het is gebaseerd op zijn eigen geschiedenis.  Rinus Spruit schetst met gevoel het harde bestaan van een rietdekkerfamilie in het begin van de vorige eeuw. Maar het is ook een roman geworden, over een vader en zijn zoon. De oude rietdekker vertelt, zijn zoon schrijft het op. En blijft doorschrijven tot na zijn vaders dood.  Het boek werd een succes, werd vertaald en als toneelstuk bewerkt. En nu is er van deze laatbloeier opnieuw een boek verschenen bij Cossee:  Een dag om aan de balk te spijkeren. Een echte roman dit keer, deels gebaseerd op zijn eigen leven. Een goed geschreven en boeiend boek! Zo mogen er nog meer komen.

Samenvatting

Maarten Rietgans streeft naar het allerhoogste. Hij moet meer presteren dan zijn omgeving, anders gaat hij, de meest schuchtere mens van Zeeland, ten onder.
Na het overlijden van zijn moeder ontvlucht hij het Zeeuwse platteland. Hij meldt zich als leerling-verpleegkundige bij een Rotterdams ziekenhuis, en slaagt daar glansrijk - maar neemt dan ontslag omdat hij zich niet geliefd voelt bij zijn collega's en bij elke vorm van erkenning vlucht. Of hij nu als bankbediende, fotograaf, buschauffeur of meteropnemer werkt, zijn dienstverband duurt nooit lang. Zijn vader, een kleine landbouwer, begrijpt er niets van. 'Jongen, jongen, jongen, jongen.' Waarom houdt Maarten nooit iets vol?
In de liefde gaat het hem al niet beter af. Hoewel hij wekelijks reacties krijgt op zijn veelvuldig geplaatste contactadvertenties, keurt hij het overgrote deel van de vrouwen bij voorbaat af - een enkele spelfout kan al fataal zijn voor een toekomstige ontmoeting.
Zijn zoektocht naar werk, een vrouw, een groots en meeslepend leven én een rustig bestaan is afwisselend ontroerend, aandoenlijk en komisch. (website: www.rinusspruit.be).

Leeservaring

Cossee heeft besloten Zeeland de primeur te geven: vanaf vandaag ligt tot 1 november het nieuwe boek van Rinus Spruit alleen in de Zeeuwse boekwinkels. Hier geeft hij ook zijn eerste interviews en vindt de presentatie plaats. In een groot interview in de PZC (15 okt. 2013) geeft hij zelf al aan dat hij er wel tegenop ziet over zijn boek te moeten praten. Vooral als er gevraagd gaat worden naar het autobiografische gehalte van de roman. Hij benadrukt het vast: er zijn inderdaad overeenkomsten, maar ook veel verschillen. Het is een romàn, gebaseerd op sommige feiten en anekdoten uit zijn leven, maar verder grotendeels verzonnen.

Eigenlijk is het ook helemaal niet interessant of er autobiografische elementen in dit boek zitten.  De Rietdekker moest een betrouwbaar beeld geven van het leven van zijn vader en grootvader, voor zijn eigen leven is die noodzaak er niet. De psychologische roman die nu op tafel ligt, boeit vooral door de sublieme wijze waarop het leven van Maarten Rietgans verbeeld wordt. Ik schrijf expres niet beschreven wordt, want het is meer dan dat. Of eigenlijk  juist minder. Er is ruimte genoeg voor de eigen verbeelding.

Het (personale) perspectief ligt vrijwel constant bij Maarten. Je zou zeggen dat je dan zijn gedachten en drijfveren goed leert kennen en de reacties van Maarten  goed kunt begrijpen. Maar niets is minder waar. Elke keer overrompelt hij iedereen met zijn reacties: zijn vader, zijn collega's, zijn vriendinnen, en uiteraard de lezer. Maar ook zichzelf. Hij neemt impulsieve beslissingen, waarvan hij zelf niet precies weet waarom of hij probeert er een verklaring voor te vinden die hem toch niet helemaal bevredigt. Of hij stelt juist beslissingen uit om onduidelijke redenen. En dat brengt de spanning in het boek. Net als zijn vader blijf je hopen: nu komt het goed, heeft hij zijn draai gevonden in zijn werk of is hij de juiste vrouw tegengekomen.  En weer is het plotseling over. Tot op de laatste bladzijde en toch verveelt het absoluut niet!

Is het daarmee en zwaarmoedig boek? Spruit zegt daarover:" Dit boek heeft meer diepgang dan het boek over het leven van mijn vader. Het gaat over een kleine man, een man met zwakheden. Ik heb geprobeerd het niet te zwaar te maken, er zit humor in." En dat is waar. Om te beginnen heeft hij een prettig leesbare schrijfstijl, vlot en helder. Daarbij is het verhaal bij vlagen ontroerend of gedraagt Maarten zich aandoenlijk of is een situatie komisch, maar nooit nadrukkelijk, eerder speels. Juist die afwisseling maakt het verschil.

Had Maarten niet eigenlijk psychische hulp nodig, vroegen zijn meelezers hem. Misschien wel, was zijn antwoord, maar dan was er een totaal andere Maarten op papier gekomen, die waarschijnlijk een stuk minder boeiend was geweest. Mooi gespreksthema voor een leeskring: Maarten deed op zich niemand kwaad, was ook niet altijd doodongelukkig, had misschien wel een gemakkelijker leven gehad als hij had kunnen leren zich anders te gedragen, maar maakt dat zijn leven zoals het zich nu ontwikkelde daarmee zinloos? Zouden zijn bijzondere foto's en uiteindelijk zijn boek zonder dat alles ontstaan kunnen zijn? Ook in het leven van anderen maakte hij het verschil: het verbeteren van de kwaliteit van leven in het verpleeghuis, de hulp aan en liefde voor zijn bejaarde vader bv.

Een motief dat terug blijft keren is het hart. Maarten voelt sinds zijn opleiding vaak de behoefte de pols te voelen. Zo kan hij bepalen wat iemand mankeert. Zelf heeft hij hartritmestoornissen. Zijn moeder overlijdt aan een hartstilstand. De huisarts heet Vliegendhart. Als de kat een halfdode rat neerlegt, kijkt hij of het hartje nog klopt en als hij op een terras zit met een glas wijn in de hand ziet hij in de kringetjes in het glas zijn eigen hartslag. Verliefd is hij soms en heeft ook wel relaties, maar het is moeilijk iemand zijn hart echt te schenken. En als iemand het hem wil geven, dan schrikt hij terug. Wanneer  hij een nieuwe studie of passie heeft, dan stort hij zich er met hart en ziel in.

De titel Een dag om aan de balk te spijkeren is een uitdrukking van de vader van Maarten: als alles meezat op een dag, dan zei hij dat, soms prees hij zo'n dag zelfs al voor het avond was. De dag waarop dit boek gepresenteerd wordt, is er ook zo één, dat durf ik nu al te voorspellen!
Hoe het verhaal afloopt? Eind goed al goed? Hm, misschien, het boek eindigt in elk geval met een vette knipoog. Ik zou zeggen: zelf lezen!

Rinus Spruit - Een dag om aan de balk te spijkeren. Amsterdam, Cossee, 2013. 224 pg., isbn: 9789059364486.

©JannieTr, 15 oktober 2013.

maandag 14 oktober 2013

Dimitri Verhulst - De Laatkomer




Oktober 2013 - waardering: 8,5.

Inleiding
Het beste boek dat ooit geschreven werd over het thema dementie is en blijft voor mij Hersenschimmen van Bernlef. Het zou niet eerlijk zijn dat boek als maatstaf te nemen bij de beoordeling van een nieuw boek over hetzelfde thema. Het zal wel altijd ongeëvenaard blijven. Maar toch is Dimitri Verhulst erin geslaagd om op een geheel andere manier opnieuw aandacht te vragen voor deze ziekte en de wijze waarop er met mensen wordt omgesprongen die er aan lijden. Via een omweg en met humor die schrijnt. Maar niet minder effectief.

Samenvatting
Om zich alsnog te kunnen verzoenen met zijn leven, verlaat Désiré Cordier het pad zoals dat richting graf voor hem was uitgestippeld. Hij neemt wraak op zijn matte, liefdeloze burgermansbestaan door te doen alsof hij dementeert. Zijn gevoel van eigenwaarde, dat door zijn huwelijk was aangetast, wint hij terug als hij op een heuglijke dag, gezond en wel, in een tehuis voor seniele bejaarden wordt geplaatst. Hij belazert de kluit op virtuoze wijze door zich voor te doen als demente en incontinente grijsaard die op zijn einde afstevent. De rol van zijn leven, en die wordt nóg veelbelovender als er opeens een demente jeugdliefde in het tehuis opduikt.  (Achterflap).

Leeservaring
Wat is het thema van De Laatkomer? De laffe manier waarop Désiré (vert.: de gewenste!) probeert ten lange leste uit zijn huwelijk te breken dat al snel een gevangenis bleek? Door dementie te veinzen? Wat begint als een humoristisch spel waar hij zich met plezier volledig aan overgeeft,  gaat steeds meer wringen, zowel voor hemzelf als voor de lezer. Soms schiet je in de lach bij zijn geniale invallen, maar vaak ook wordt pijnlijk duidelijk dat je het als ècht demente bejaarde niet best hebt. Zelfs niet als er mensen in de buurt zijn die het beste met je voor hebben. En dat blijkt dan toch het echte thema van dit boek te zijn, dat nog lang nazeurt in je gedachten.

In Hersenschimmen ligt het perspectief bij een hoofdpersoon waarbij de dementie sluipenderwijs toeslaat. Door in zijn hoofd te zitten, maak je dat proces op een benauwende manier mee. Hier ligt het perspectief bij een hoofdpersoon die dementie voorwendt. Hij heeft zich er goed in verdiept en speelt ermee. Omdat je weet dat het spel is, lach je eerst om de drama's die hij verzint, maar het voelt meteen ook ongemakkelijk. De wanhoop bij een echt dement wordende persoon en de mensen in zijn omgeving schemeren door het verhaal heen.

Volledig bij zijn verstand kan Désiré zijn commentaar leveren bij alles wat er over zijn hoofd heen beslist wordt en wat er met hem gebeurt.  Als een undercoverspecialist doet hij verslag vanuit Home Winterlicht. De ruzie die hij afluistert tussen de verpleegster en een dochter van een bejaarde over het wel of niet gedwongen voeden van iemand die niet meer eten wil. Is het de plicht van de verpleging iemand tegen zijn wil in leven te houden en hoe weet de dochter dat haar vader dood wil? Wil ze zelf soms van de zorg af? Dilemma's tekenen zich af. Zijn eigen dochter komt op bezoek, hij veinst haar niet te kennen, maar voelt dat ze definitief afscheid komt nemen. Het komt hard aan, als ze hem deze laatste keer van alles vertelt wat eerder niet gezegd kon worden en als hij daar niet op kan reageren zonder uit zijn rol te vallen.

Iedereen laat hem in de steek, hij krijgt geen bezoek meer, alleen soms zijn vrouw, waar hij nou net niet op zit te wachten. En als hij denkt voor het eerst in zijn leven ongestoord naar klassieke muziek uit zijn radiootje te kunnen luisteren, is er altijd wel een welwillende zuster die redding brengt: Wat een nare muziek, daar worden we maar somber van, ik zal gauw iets vrolijkers voor u aan zetten...Dan blijft er niets anders meer over dan gelaten in zijn zelfgekozen gevangenis te wachten op de dood en zich daarbij voor te stellen hoe de anderen, zijn vrouw, zijn vrienden, daarop zullen reageren. En ook dat beeld is treurig.

Recensenten denken erg verschillend over het boek. Voor de één had het wel wat hilarischer gemogen, voor de ander heeft het niet genoeg diepgang. Maar er zijn er ook genoeg met waardering voor deze originele manier om een sociaal en maatschappelijk probleem aan de orde te stellen: hoe op een respectvolle en waardige manier om te gaan met demente ouderen. Toch is het geen moralistisch verhaal geworden, dankzij de humor die ook een rol mocht  spelen. Laat dat maar aan Dimitri Verhulst over. Knap gedaan!

Het lijkt me een uitermate geschikt boek voor leesclubs, zeker als er andere boeken over  dit onderwerp bij betrokken worden.

Dimitri Verhulst - De Laatkomer. Amsterdam, Atlas, 2013. Geb., 140 pg., isbn: 9789025441265.

©JannieTr, 14 oktober 2013.

zondag 15 september 2013

Eric Schneider - Een tropische herinnering



September  2013 - waardering:  7.
Inleiding

Er zijn al zoveel  boeken over Nederlands-Indië  geschreven. Kan daar nog iets wezenlijks aan toegevoegd worden? Ik vroeg het me af, toen ik de aankondiging van deze titel zag in de catalogus van Cossee. Maar ik lees deze verhalen graag, ook al ben ik er nooit geweest. De aanbeveling van Willem Nijholt trok me definitief over de streep: "Wat een boeiend boek. Eric  Schneider schrijft zijn prachtige verhalen onderkoeld, maar weet juist daardoor diepe emoties op te wekken."
Hoewel het een totaal ander boek bleek te zijn dan ik veronderstelde, heb ik het toch met plezier gelezen. Zoals verderop te lezen valt:  je hoeft  zelf geen tropische herinneringen te hebben om er door geboeid  te raken.

Samenvatting

Elke vijf jaar komen de diplomaat Ferdy Aronius, zijn moeder Alice en haar ex-minnaar Mees Stork bij elkaar om de bombardementen op Hiroshima en Nagasaki  te ‘vieren’. De verwoestende bommen maakten een einde aan de jappenkampen in Nederlands-Indië, maar betekenden tegelijkertijd het einde van een koloniaal tijdperk.
Naarmate de avond in Hotel Hoogduin vordert, neemt de eerlijkheid van het gezelschap toe. Voor het eerst komt de schokkende waarheid over het gewelddadige verleden van Nederlands-Indië op tafel en praat Ferdy over zijn jong overleden broer.  Een tropische herinnering , het debuut van een van de laatste ooggetuigen van Nederlands-Indië, brengt overtuigend in beeld hoe  gebeurtenissen uit het verleden het heden nog steeds blijken te bepalen.(Achterflap).

Leeservaring

Als succesvol acteur heeft Eric Schneider (Batavia, 1934) het schrijven altijd overgelaten aan zijn broer, die onder het pseudoniem F. Springer (1932-2011) publiceerde. In een uitgebreid interview (http://www.ntr.nl/player?rbid=246595&ssid=424)  met Frenk van der Linden voor Radio 1 op 12 augustus 2013 geeft E.S. aan dat hij deze tropische herinnering moest schrijven, omdat hij vond dat deze zgn. Bersiap periode  nooit voldoende aandacht heeft  gekregen, ook  niet van zijn broer, die er naar zijn mening  nogal sceptisch en afstandelijk over sprak en schreef. (De Bersiap-periode was een gewelddadige periode in de Indonesische geschiedenis die duurde van ongeveer oktober 1945 tot begin 1946. Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 ontstond een gezagsvacuüm in het toenmalige Nederlands-Indië.)
En al blijft het een boeiend boek, hier ligt toch ook een beetje mijn teleurstelling. Ik was benieuwd naar de herinneringen aan deze periode, maar ze vormen slechts een klein (maar wèl wezenlijk) deel van het boek.

Een tropische herinnering blijkt te bestaan uit 2 verhalen: een novelle met de titel De beige man en een kort verhaal met de titel Firs. Om met dat laatste te beginnen: Firs gaat over een bejaarde acteur die na een optreden, met  de bus van het toneelgezelschap naar huis rijdt en onderweg een ongeluk krijgt.  Zijn hoofdwond wordt verzorgd op de Eerste Hulppost in het ziekenhuis en daarna gaat hij naar huis. Thuis mijmert hij over het verloop van zijn leven, het ouder worden en de gevolgen voor zijn loopbaan, de voortschrijdende geestelijke aftakeling van zijn vrouw, die vroeger een gevierde en intelligente actrice was. Firs heeft als ondertitel: Een epiloog. Het ongeval, de doorwaakte nacht met de herinneringen, visioenen van vroeger en benauwende toekomstbeelden (zowel w.b. zijn eigen carrière, als de aftakeling van zijn vrouw), alles komt samen in een epiloog die tot een onstuitbare climax leidt. Een spannend en gevoelig verhaal, maar het verband met tropische herinneringen ontgaat me.

De novelle heeft als titel De beige man met als ondertitel Een tropische herinnering. De beige man is Boeli Kamidjojo die Hotel Hoogduin inmiddels heeft overgenomen Van Mees Stork. (De parallel met de overname van Nederlands-Indië door de Indonesiërs ligt voor de hand.) Mees Stork mag er tot zijn dood blijven wonen en gedraagt zich t.o.v. de beige man (de Javaanse Boeli) zoals hij dat gewend was te doen toen hij nog in Indië was. Boeli wil van het hotel eenzelfde succes maken als het hotel dat Stork in Indië bezat. Op zijn nieuwe hotelbadjas leest Ferdi dan ook: Hotel Nieuw Buitenzorg. Tropische herinneringen genoeg in deze novelle: de twee oude mensen halen ze op tijdens hun kibbelpartijtjes, Ferdy graaft in zijn geheugen naar zijn jeugdervaringen, de beige man zorgt voor de entourage die zo bekend was in die "goede oude tijd", voor tropische gerechten en drank,  gamelanmuziek en wajangpoppenspel.
Maar de herinneringen die Ferdi als een  loodzwaar geheim al 45 jaar met zich meedraagt, zijn de echte tropische herinneringen waar het om gaat. Hij heeft besloten zich ervan te bevrijden door ze op deze avond te vertellen aan de twee oude mensen en hun rol in het verhaal te openbaren. De gevolgen zijn anders dan hij verwacht.

Het bijzondere aan deze novelle is de zeggingskracht ondanks weinig woorden. Het personale perspectief van het verhaal ligt bij Ferdi. Dat brengt extra spanning met zich mee. De lezer kent alleen zijn gedachten, overwegingen, herinneringen. De andere hoofdfiguren:  Alice (zijn moeder), Mees Stork (haar ex-minnaar) en Boeli (de beige man) zien we door zijn ogen. Zijn weergave van hun gesprekken en gedragingen roepen een beeld op dat door de lezer zelf verder moet worden ingevuld. Ferdi vraagt zichzelf ook geregeld veel af over de anderen en hun beweegredenen, gedachten, gevoelens, maar antwoorden komen er niet. En al is tenslotte het geheim bekend, de uiteindelijke uitwerking  ervan op de anderen blijft een kwestie van interpreteren. Dat is niet storend, eerder intrigerend. Net als het voortdurend zwijgen en grijnzen van Boeli. Het nodigt uit tot een herlezing.

De schokkende gebeurtenis uit de Bersiap-periode (door Eric Schneider zelf voorgelezen tijdens het genoemde interview) is "onderkoeld" beschreven (zoals Nijholt zei), maar tegelijkertijd ijzingwekkend. En al is de novelle er omheen gebouwd, toch maakt het item zelf maar een klein deel uit van het verhaal. Ik ken geen romans over deze periode (ze schijnen er wel te zijn). Wel vond ik een non-fictieboek dat deze periode beschrijft:  Bersiap! opstand in het paradijs, de Bersiap-periode op Java en Sumatra 1945-1946 - Herman Bussemaker. De novelle heeft me er in elk geval wel toe aangezet dat boek eens te lezen. 

Een tropische herinnering  is dus de ondertitel van de novelle De beige man. Omdat er alleen in het eerste verhaal sprake is van tropische herinneringen komt de gekozen titel voor dit boek nogal willekeurig over. Of misschien moet ik zeggen: de titel is goed gekozen, maar het tweede verhaal lijkt een nogal willekeurige toevoeging.  Hoe dan ook, al kreeg ik niet wat ik verwachtte, het leesplezier was er niet minder om.

Eric Schneider - Een tropische herinnering. Amsterdam, Cossee, 2013. Geb., 154 pg., isbn: 978-90-5936-434-9.

©JannieTr, 15 sept. 2013.

woensdag 29 mei 2013

Carolijn Visser - Argentijnse avonden



Mei 2013 - waardering: 8.

Inleiding

Carolijn Visser heeft de VPRO Bob den Uyl Prijs 2013 gewonnen met haar boek Argentijnse avonden. Dat is de prijs voor het beste Nederlandstalige reisboek uit het afgelopen kalenderjaar (2012). Er is een bedrag van 7500 euro aan verbonden. De jury, die bestond uit voormalig politicus Job Cohen (voorzitter), VPRO-hoofdredacteur Karen de Bok, schrijver Christine Otten, schrijver Pauline Slot en journalist Laura Starink, koos de winnaar uit zes genomineerden (Geert Mak, Pascal Verbeken, Fred de Vries, Maarten Zeegers, Monique Samuel en Carolijn Visser). Het is de tiende keer dat de prijs werd uitgereikt.
Visser won de prijs voor haar verhaal over het leven van Rinus van Mastrigt en zijn twee dochters. Rinus vertrok in 1937 naar Batavia om werk te zoeken. Geld voor de overtocht had hij niet, dus hij ging op de fiets. Zijn twee dochters werden daar geboren, maar al snel na de oorlog besloot Rinus het geluk in Argentinië te zoeken.
'Het harde bestaan op de pampa's, de moeizame relatie tussen de grillige vader en zijn dochters, en de onbekende geschiedenis van de Nederlandse kolonie in Argentinië, wist Visser met haar vakmanschap, passie en stijlvastheid tot een schitterend verhaal te smeden', luidt het juryoordeel.

Samenvatting

Maart 2006: De Hollandse consul, Ida van Mastrigt, bereidt zich voor op het bezoek van koningin Beatrix, kroonprins Willem-Alexander en Máxima aan de Hollandse kolonie van Tres Arroyos, vijfhonderd kilometer ten zuiden van Buenos Aires. Zestig jaar geleden, als verweesd meisje van tien, belandde Ida hier met haar zusje Miep op de kostschool bij meester Slebos. Ida's familiegeschiedenis is een verbazingwekkend relaas dat de lezer de halve wereld over voert: haar vader Rinus stapt in de crisisjaren van de vorige eeuw op de fiets om zijn geluk in Nederlands-Indië te beproeven, bouwt daar een bestaan op met zijn Rotterdamse verloofde en wordt vervolgens door de Japanners geïnterneerd, om na de oorlog zijn vrouw terug vinden aan de zijde van een ander. Ida en haar zusje worden op de boot terug naar Holland gezet en gaan bij hun grootouders in Rotterdam wonen. Daarna wil Rinus een nieuw leven opbouwen in booming Argentinië, de meisjes moeten mee. Omdat hij hard moet werken kan hij niet voor ze zorgen. In Tres Arroyos worden zij liefdevol opgenomen door de gereformeerde nazaten van Hollandse en Friese landverhuizers. Als de meisjes na hun schooltijd weer bij hem gaan wonen, blijkt alle meegemaakte ellende teveel en is hun verhouding voorgoed verziekt. Ida trouwt met de zoon van een van de landverhuizers, wordt boerin, brengt vier kinderen groot en vervult daarnaast de functie van consul. Trots leidt ze bezoekers langs de Hollandse school, de kerk en de coöperatie. (Uitg. Augustus).


Leeservaring

Is Argentijnse avonden, van de Zwart Janstraat naar de pampa van Carolijn Visser eigenlijk wel een reisboek? Bij een reisboek denk ik in principe aan een verslag van een reis die door de schrijfster zelf is gemaakt. Maar dat ligt in dit geval anders. Tijdens het interview met Brands op zondagmorgen 19 mei 2013 in zijn TV-boekenprogramma vertelt ze daar zelf over:

"Ik was in Argentinië op zoek naar een verhaal. Ik had gehoord dat daar een Hollandse kolonie bestond: Tres Arroyos. Toen ik dat aan  de Nederlandse consul ter plaatse Ina van Mastrigt vertelde, zei ze me dat ze een verhaal voor mij had. Een totaal ander verhaal, dan ik gedacht had te zullen vinden. En ook een verhaal dat niemand zou kunnen verzinnen: het was zo bijzonder dat het nooit als roman geschreven had kunnen worden, omdat niemand het zou geloven."

Voor het schrijven van het boek maakte Visser gebruik van de verhalen van Ina, haar zus Miep en andere familieleden, vrienden en kolonie-inwoners. Maar ook van de uitgebreide documentatie, in de vorm van o.a. vele brieven van Rinus en foto's, die de dochters, ondanks hun moeilijke verhouding met hun vader wel hebben bewaard. Aan de hand van het verloop van het leven van Rinus en zijn dochters maakt de lezer een wereldreis: van Rotterdam naar Nederlands-Indië en later in Indonesië, terug naar Rotterdam, en dan naar Argentinië: Buenos Aires en Tres Arroyos. De beschreven belevenissen binnen de Hollandse gemeenschap laten ook ruimte voor het verhaal van degenen die besluiten terug te keren: naar bv. de Achterhoek. En daar een nieuwe (Spaans sprekende) gemeenschap vormen en met heimwee denken aan de Argentijnse avonden....

Dus toch een reisboek? Ik houd niet zo van hokjes, maar ik voel er veel voor dit boek in te delen bij de literaire non-fictie. Carolijn Visser blijkt een rasvertelster. Al het aan haar toevertrouwde materiaal: de verhalen, documenten en foto's, heeft ze verwerkt tot een zeer prettig leesbaar verhaal. Het is geen roman, maar het boek leest wel bijna zo. Nergens treedt de schrijfster zelf op, ze is op de achtergrond aanwezig als een soort van alwetende verteller. Onzichtbaar reist ze met Rinus mee, citeert onnadrukkelijk uit zijn brieven, vertelt wat er ondertussen met de andere familieleden gebeurde. Past als een regisseur de beelden in elkaar die ons het indrukwekkende verhaal van dit gezin vertellen. Daarbij oordeelt ze niet, laat de conclusies over het handelen van de vader en anderen over aan het oordeel en inlevingsvermogen van de lezer, ze registreert slechts. Maar wel op een manier die raakt: die 2 kleine meisjes (7 en 9 jaar) alleen op dat schip naar Holland bv.: Ina's herinneringen feitelijk weer gegeven, maar toch zo treffend dat je er van volschiet.

Beter dan de jury van de Bob den Uylprijs kan ik het niet zeggen:

Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam, zei Bob den Uyl eens. Het typeert het boek, waarin Carolijn Visser het bizarre verhaal van Rinus van Mastrigt beschrijft, als aanloop naar de goeddeels onbekende geschiedenis van de Nederlandse kolonie in Argentinië. Carolijn Visser is de ideale reisleidster die niet zichzelf maar anderen op de voorgrond plaatst. Haar vakmanschap, passie voor haar onderwerp, stijlvastheid en compositorische gaven hebben een schitterend boek opgeleverd dat de jury om die redenen bekroont met de VPRO Bob den Uylprijs 2013.

Als er leesclubs zijn die reisboeken tot thema maken voor hun leesseizoen, dan is dit een ideaal boek. Het is verrijkend om het te vergelijken met andersoortige reisboeken, die uiteraard ook allemaal hun eigen kwaliteiten hebben. Wie invalshoek, uitwerking en compositie, taalgebruik, perspectief en leesbaarheid wil vergelijken heeft in dit boek een bijzonder voorbeeld van literaire non-fictie.

Carolijn Visser - Argentijnse avonden, van de Zwart Janstraat naar de pampa. Amsterdam, Augustus, 2012. Geb., 253 pg., foto's,. ISBN: 978-90-457-0520-0.

©Jannie Tr, 29 mei 2013.