"Van onze correspondent in Shanghai" : zo luidt de ondertitel van Het geluk van de Chinezen. In het boek staan de verslagen van gesprekken die Eefje Rammeloo voerde met Chinezen uit verschillende delen van het enorme land. Jong en oud, rijk en arm, stadsbewoners en boeren, studenten en arbeiders, mannen en vrouwen, ze komen allemaal aan het woord. Als freelance journalist werkt ze voor diverse media en onderdelen van deze interviews zijn terecht gekomen in de artikelen die ze schreef voor verschillende tijdschriften en kranten.
Met het werk van Eefje Rammeloo maakte ik kennis via het literaire non-fictie verhaal over haar grootouders: Titia, Een onbezonnen reis naar het land van de vijand. Aan de hand van interviews, reizen door Duitsland, Frankrijk en
Nederland en een geërfde kist vol brieven, documenten en foto’s
reconstrueerde Eefje Rammeloo hun tumultueuze leven: een oma die in 1942 naar Duitsland vertrok om te trouwen met een Duitse Wehrmachtsoldaat. Een bijzonder en persoonlijk verhaal dat niet alleen boeit, maar tegelijkertijd een andere kijk geeft op de historische gebeurtenissen die we zo goed denken te kennen. Onderzoeken, vastleggen en niet oordelen: dat zijn de kenmerken van dit bijzondere verhaal, gegoten in een prettig leesbare stijl.
In dezelfde heldere stijl en zonder vooroordelen is Het geluk van de Chinezen geschreven. Wat weten we in het westen eigenlijk van China? Wie het nieuws daarover wil volgen merkt al snel dat artikelen schaars zijn. Sinds ik Eefje Rammeloo volg op Twitter valt dat nog meer op. Veel van haar opmerkingen en links naar belangrijke Chinese of buitenlandse artikelen komen hier nergens in de pers terecht. Daarom is het goed dat ze met dit boek een deel van het verouderde en/of misvormde beeld dat velen nog van China hebben, kan bijgestellen.
Uit haar inleiding:
'Het optimisme van de Chinezen is soms moeilijk uit te leggen in het buitenland. China is immers een eenpartijstaat, waar de vrijheid van meningsuiting beknot wordt en het gevaarlijk is om de lucht in te ademen of je kind melk te laten drinken. Dat kan allemaal wel zo zijn, denken veel Chinezen, maar dat betekent niet dat het hele politieke systeem op de schop moet. De oudere generatie is moe van de overheidscampagnes die leiden tot honger en terreur. De jongere generatie heeft inmiddels zoveel persoonlijke vrijheid dat ze geen noodzaak tot verandering ziet. Het gaat goed met het land, don't rock the boat.'
En: 'China verkeert in een overgangsfase (....). De Partij vroeg het Chinese volk zelf met antwoorden te komen "welke droom het wil nastreven" (....). Die moet een antwoord bieden op de identiteitscrisis. En dus dromen de Chinezen. Over een tweede auto, een eigen bedrijf, schone lucht en een goede opleiding. Maar wat is er voor nodig om hun wensen in vervulling te laten gaan? En tegen welke grenzen lopen ze aan? Dat zijn de vragen die aan bod komen in de rapportages die ik de afgelopen jaren maakte en die in dit boek gebundeld zijn. Ze geven een beeld van het leven van Chinezen in deze tijd.'
De onderwerpen zijn divers en goed uitgewerkt: opleidingen en scholen, problemen met minderheden zoals de Oeigoeren, zorg voor ouderen, discriminatie van plattelandsbewoners, corruptie bij/of het ontduiken van wetten die schone energie nastreven. In zo'n groot land gaat wel eens wat anders dan voorzien: i.p.v dat de streekbevolking profiteerde van de arbeidskansen bij de aanleg van de hoge snelheidsspoorlijn bv., kwamen de Han-Chinezen uit de stad om er aan te werken. Een mooi verhaal gaat over de controleurs van de een-kindpolitiek die (nu de wet afgeschaft is) omgeschoold worden tot een soort pedagogisch medewerkers die grootouders (die op de kleinkinderen moeten passen als de ouders werken) leren wat een kind nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen.
Over vroeggepensioneerde ouderen in de stad die gaan dansen op pleinen, jonge studenten die naar het buitenland gaan om te studeren, de kwaliteitsomslag die men in producten wil bewerkstelligen en de stimulering van het verwerven van kennis om een voorsprong te krijgen op gebieden die er toe doen, zoals duurzame energie. Kortom een heel boeiend en afwisselend geheel.
Aan het einde van het boek staat behalve de geraadpleegde literatuur nog een overzicht met de gebruikte begrippen en de geschiedenis van China vanaf 1912. Plus een kaartje van China waarop de bezochte steden en streken.
Nu Amerika een onbetrouwbare partner is gebleken, lijkt het vanzelfsprekend dat we de blik naar het oosten richten, naar China. Dan is het nuttig op de hoogte te zijn van de juiste feiten over het land en de gemeenplaatsen die doorgaans geuit worden, te vergeten. Het geluk van de Chinezen is daarbij een welkome handreiking, die nieuwsgierig maakt naar meer. Dat kan: Eefje Rammeloo is actief op Twitter: @Eefjerammeloo. Volg haar en je blijft dagelijks op de hoogte.
Eefje Rammeloo (Geleen, 1979) studeerde Journalistiek, Politicologie en Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen in Utrecht en Grahamstad, Zuid-Afrika. Ze was redacteur op de buitenlandredactie van de NOS en werkt sinds 2011 als freelancejournalist. In 2014 verhuisde ze naar Shanghai, waar zij als correspondent werkt voor onder andere de VPRO en de Groene Amsterdammer.
Eefje Rammeloo - Het geluk van de Chinezen. Amsterdam. Cossee, 2017. Pb., 254 pg., krt. ISBN:978-90-5936-710-4.
© Jannie Trouwborst, juni 2017.
vrijdag 9 juni 2017
maandag 15 mei 2017
Kristien Dieltiens - Kortgeknipt
Je kunt een kind wel uit de oorlog halen, maar hoe
haal je de oorlog uit een kind? Deze slogan komt van Warchild, een stichting die zich overal ter
wereld inzet voor kinderen die met oorlog te maken krijgen. Hoe moeilijk het is
deze kinderen daadwerkelijk te helpen en hoe groot de inzet van de medewerkers
en vrijwilligers is, is te lezen op hun site. Oorlog is van alle tijden en
kinderen zijn de meest weerloze slachtoffers. Als zij de verschrikkingen al
overleven, zijn ze lichamelijk en/of psychisch voor het leven getekend. Het is
goed dat er aandacht voor hun lot is, al zal Warchild niet alle kinderen kunnen
bereiken.
Die aandacht was er niet voor de kinderen uit eerdere
perioden, zoals tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en de nasleep
daarvan. In Kortgeknipt toont Kristien Dieltiens ons in een
aangrijpend verhaal de levenslange gevolgen van oorlogsleed voor twee Spaanse
kinderen.
Kristien Dieltens (Antwerpen,1954) volgde een kunstopleiding aan de academies van Kontich en Brugge en stond jarenlang voor de klas. Sinds 2008 is ze voltijds auteur en illustrator. Haar jeugdboeken werden in vele talen vertaald. Haar laatstverschenen jeugdroman Kelderkind (2013) won de prestigieuze Woutertje Pieterseprijs en werd bejubeld in Duitsland waar het begin 2017 werd uitgeroepen tot 1 van de 7 beste Young Adultboeken. Kortgeknipt is haar debuut voor volwassenen.
Om goede jeugdboeken te kunnen schrijven, moet je in staat zijn je te verplaatsen in de gedachten en gevoelswereld van kinderen. Dat Kristien Dieltiens dat prima kan, is in deze roman voor volwassenen duidelijk merkbaar. Hoofdpersonen zijn Angel van 10 en Carmela van 14. Het is 1937, de Spaanse burgeroorlog woedt in alle hevigheid.
De Basken en de Catalanen verzetten zich fanatiek tegen de staatsgreep van Generaal Franco en zijn fascistische aanhang. Maar zij worden gemakkelijk verslagen door de coupplegers als die hulp krijgen van de Duitsers. De dagelijkse bombardementen op burgerdoelen kosten velen het leven. Er wordt een noodplan bedacht om te proberen tenminste de kinderen in veiligheid te brengen: ze zullen ondergebracht worden bij opvanggezinnen in onder andere Vlaanderen. Als de oorlog over is (binnen korte tijd, verwacht men), zullen de kinderen weer terug kunnen keren.
Angel is een gevoelig jongetje, erg gehecht aan zijn familie, vooral aan zijn ouders en grootouders. Met zijn stoere broers kan hij minder goed overweg. Voor zijn vader afscheid neemt en de bergen intrekt om te strijden, draagt hij zijn vrouw op de kinderen naar Guernica te brengen, naar een neef, die zal helpen ze mee te geven aan een kinderkonvooi dat hen over zee naar veilige landen zal brengen. Moeder gaat met haar drie zonen op weg, net als vele andere gezinnen. Nauwelijks aangekomen in Guernica voeren de Duitsers een bombardement uit op de stad, waarbij bijna de gehele bevolking omkomt. Carmela is de dochter van de neef waarheen Angels familie op weg was. Zij overleeft als enige in haar familie de aanval en wordt door haar peetoom mee gestuurd met de vluchtelingen.
Alle ellende die de kinderen zien, meemaken en ondergaan in een nietsontziende oorlog komen aan bod in dit aangrijpende verhaal. Daarna volgt de reis over zee, de opvang in Vlaanderen. Angel treft het, zijn tweelingbroer Jaime niet. Hun oudste broer is in Frankrijk van boord gevlucht om terug te gaan naar Spanje om er te vechten. Ook Carmela zit het niet mee. Voor haar houdt de ellende niet op in het veilige Vlaanderen. Hoe goed bedoeld die opvang ook is, voor de traumatische ervaringen van de kinderen en hun heimwee naar hun ouders is geen aandacht. De oplossing lijkt te zijn: als je er niet meer over praat, dan verdwijnt het verdriet vanzelf naar de achtergrond. En terug naar hun land? Dat zit er de eerste tien jaar ook niet meer in. Eerst komt daar nog de Tweede Wereldoorlog tussen. Uiteindelijk zullen beide kinderen, als zovelen, in België een nieuw leven opbouwen.
Door vanuit het perspectief van Angel en Carmela te schrijven maakt Kristien Dieltiens het drama invoelbaar zonder grote woorden. Het is duidelijk dat alles wat ze meegemaakt hebben, hen tekent voor het leven. In het vreemde land proberen ze, op heel verschillende wijze, zich staande te houden, kiezen elk voor een onwrikbare overlevingsstrategie, worstelen met tegenstrijdige gevoelens. Steeds wisselt een periode uit het leven van Angel af met één uit het leven van Carmela. Soms raken die twee verhaallijnen elkaar, maar pas op het einde komen ze echt samen. Angel vertelt zijn verhaal in de ik-vorm, Carmela doet een groot deel van haar trieste verhaal in de jij-vorm. Daarmee kan ze alles wat haar overkomt op afstand zetten: niet haar maar iemand anders overkomt het allemaal.
Al zijn Angel en Carmela romanfiguren toch staan hun belevenissen model voor de werkelijkheid. Niet alleen ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog, maar ook voor wat kinderen daarna en nog steeds meemaken ten gevolge van oorlogen tussen grote mensen. Omdat Kristien Dieltiens ons als volwassenen de gebeurtenissen laat meebeleven door de ogen van de kinderen komen ze extra hard aan. Daar heeft geen ze tranentrekkende teksten voor nodig. De verbijstering van een kind, maar ook zijn relativeringsvermogen, de onschuld (waardoor wij al eerder begrijpen wat voor ramp er gaat gebeuren), loyaliteit en schuldgevoelens (naar zijn ouders en zijn pleegouders), heimwee, omgaan met onrecht, de gelatenheid en toch ook steeds weer de vechtlust: het is onmogelijk om niet geraakt te worden door dit beklemmende en psychologische goed uitgewerkte boek.
Achterin het boek staat de geschiedenis van de Spaanse Burgeroorlog beknopt beschreven. Ook worden de feiten over de opvang in België en de redenen van het al dan niet terugkeren naar Spanje op een rijtje gezet. In haar nawoord merkt Kristien Dieltiens nog op dat de meeste kinderen goed terecht gekomen zijn.
Kristien Dieltiens - Kortgeknipt Antwerpen, Uitgeverij Vrijdag, 2017. Pb., 367 pg., isbn:978-94-6001-569-4.
© Jannie Trouwborst, mei 2016.
Kristien Dieltens (Antwerpen,1954) volgde een kunstopleiding aan de academies van Kontich en Brugge en stond jarenlang voor de klas. Sinds 2008 is ze voltijds auteur en illustrator. Haar jeugdboeken werden in vele talen vertaald. Haar laatstverschenen jeugdroman Kelderkind (2013) won de prestigieuze Woutertje Pieterseprijs en werd bejubeld in Duitsland waar het begin 2017 werd uitgeroepen tot 1 van de 7 beste Young Adultboeken. Kortgeknipt is haar debuut voor volwassenen.
Om goede jeugdboeken te kunnen schrijven, moet je in staat zijn je te verplaatsen in de gedachten en gevoelswereld van kinderen. Dat Kristien Dieltiens dat prima kan, is in deze roman voor volwassenen duidelijk merkbaar. Hoofdpersonen zijn Angel van 10 en Carmela van 14. Het is 1937, de Spaanse burgeroorlog woedt in alle hevigheid.
De Basken en de Catalanen verzetten zich fanatiek tegen de staatsgreep van Generaal Franco en zijn fascistische aanhang. Maar zij worden gemakkelijk verslagen door de coupplegers als die hulp krijgen van de Duitsers. De dagelijkse bombardementen op burgerdoelen kosten velen het leven. Er wordt een noodplan bedacht om te proberen tenminste de kinderen in veiligheid te brengen: ze zullen ondergebracht worden bij opvanggezinnen in onder andere Vlaanderen. Als de oorlog over is (binnen korte tijd, verwacht men), zullen de kinderen weer terug kunnen keren.
Angel is een gevoelig jongetje, erg gehecht aan zijn familie, vooral aan zijn ouders en grootouders. Met zijn stoere broers kan hij minder goed overweg. Voor zijn vader afscheid neemt en de bergen intrekt om te strijden, draagt hij zijn vrouw op de kinderen naar Guernica te brengen, naar een neef, die zal helpen ze mee te geven aan een kinderkonvooi dat hen over zee naar veilige landen zal brengen. Moeder gaat met haar drie zonen op weg, net als vele andere gezinnen. Nauwelijks aangekomen in Guernica voeren de Duitsers een bombardement uit op de stad, waarbij bijna de gehele bevolking omkomt. Carmela is de dochter van de neef waarheen Angels familie op weg was. Zij overleeft als enige in haar familie de aanval en wordt door haar peetoom mee gestuurd met de vluchtelingen.
Alle ellende die de kinderen zien, meemaken en ondergaan in een nietsontziende oorlog komen aan bod in dit aangrijpende verhaal. Daarna volgt de reis over zee, de opvang in Vlaanderen. Angel treft het, zijn tweelingbroer Jaime niet. Hun oudste broer is in Frankrijk van boord gevlucht om terug te gaan naar Spanje om er te vechten. Ook Carmela zit het niet mee. Voor haar houdt de ellende niet op in het veilige Vlaanderen. Hoe goed bedoeld die opvang ook is, voor de traumatische ervaringen van de kinderen en hun heimwee naar hun ouders is geen aandacht. De oplossing lijkt te zijn: als je er niet meer over praat, dan verdwijnt het verdriet vanzelf naar de achtergrond. En terug naar hun land? Dat zit er de eerste tien jaar ook niet meer in. Eerst komt daar nog de Tweede Wereldoorlog tussen. Uiteindelijk zullen beide kinderen, als zovelen, in België een nieuw leven opbouwen.
Door vanuit het perspectief van Angel en Carmela te schrijven maakt Kristien Dieltiens het drama invoelbaar zonder grote woorden. Het is duidelijk dat alles wat ze meegemaakt hebben, hen tekent voor het leven. In het vreemde land proberen ze, op heel verschillende wijze, zich staande te houden, kiezen elk voor een onwrikbare overlevingsstrategie, worstelen met tegenstrijdige gevoelens. Steeds wisselt een periode uit het leven van Angel af met één uit het leven van Carmela. Soms raken die twee verhaallijnen elkaar, maar pas op het einde komen ze echt samen. Angel vertelt zijn verhaal in de ik-vorm, Carmela doet een groot deel van haar trieste verhaal in de jij-vorm. Daarmee kan ze alles wat haar overkomt op afstand zetten: niet haar maar iemand anders overkomt het allemaal.
Al zijn Angel en Carmela romanfiguren toch staan hun belevenissen model voor de werkelijkheid. Niet alleen ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog, maar ook voor wat kinderen daarna en nog steeds meemaken ten gevolge van oorlogen tussen grote mensen. Omdat Kristien Dieltiens ons als volwassenen de gebeurtenissen laat meebeleven door de ogen van de kinderen komen ze extra hard aan. Daar heeft geen ze tranentrekkende teksten voor nodig. De verbijstering van een kind, maar ook zijn relativeringsvermogen, de onschuld (waardoor wij al eerder begrijpen wat voor ramp er gaat gebeuren), loyaliteit en schuldgevoelens (naar zijn ouders en zijn pleegouders), heimwee, omgaan met onrecht, de gelatenheid en toch ook steeds weer de vechtlust: het is onmogelijk om niet geraakt te worden door dit beklemmende en psychologische goed uitgewerkte boek.
Achterin het boek staat de geschiedenis van de Spaanse Burgeroorlog beknopt beschreven. Ook worden de feiten over de opvang in België en de redenen van het al dan niet terugkeren naar Spanje op een rijtje gezet. In haar nawoord merkt Kristien Dieltiens nog op dat de meeste kinderen goed terecht gekomen zijn.
Kristien Dieltiens - Kortgeknipt Antwerpen, Uitgeverij Vrijdag, 2017. Pb., 367 pg., isbn:978-94-6001-569-4.
© Jannie Trouwborst, mei 2016.
maandag 8 mei 2017
Wat ik verder nog las in april
Van de meeste boeken die ik lees, komt er een bespreking op mijn weblog te staan (en meestal ook op de site van De Leesclub van Alles). Ik weet niet hoe dat voor andere bloggers is, maar mij kost het schrijven van een recensie veel tijd en moeite. Dat heb ik niet voor elk boek over. Ik schrijf het liefst over boeken die naar mijn idee aandacht verdienen en die ook andere lezers plezier kunnen verschaffen. Soms valt een boek me tegen, soms is het zo ingewikkeld dat ik het wel waardeer, maar niet het idee heb dat ik er iets zinnigs over kan schrijven. En soms is het best wel aardig, maar besteed ik mijn tijd toch liever aan een van de andere boeken waar ik echt enthousiast over ben.
Hoewel ik van plan was dit jaar niet mee te doen met de #boekperweek actie van de Bibliotheek kon ik het toch niet laten. Maar van alles ook een blogje schrijven, werd toch echt teveel. Daarom staat hier een overzicht van wat ik deze maand wèl las, maar dat nìet in een recensie terecht kwam, om wat voor reden dan ook.
In de maand april waren dat de volgende boeken:
- Het hebzuchtgas van Jan Terlouw. Ik kocht het samen met Kop uit 't zand waarvan wel een recensie op dit blog staat (KLIK HIER). Het is bedoeld als jeugdboek over hetzelfde thema als Kop uit 't zand. De ondertitel luidt: Een sprookje voor jong en oud. Ik heb geen ervaring met het schrijven over jeugdboeken. En ik weet niet hoe andere volwassenen het ervaren hebben, maar voor mij bleef het een jeugdboek. Ik begrijp wat hij ermee wil vertellen en misschien is het voor kinderen een spannende queeste. Een sprookje voor volwassenen vraagt echter om een heel andere uitwerking.
- Een jihad van liefde van Mohamed El Bachiri, opgetekend door David van Reybrouck. Uit de inleiding: Mohamed El Bachiri is een Marokkaanse Belg, moslim en Molenbekenaar. Hij is ook de man van Loubna Lafquiri, zijn grote liefde en moeder van zijn kinderen, die op 22 maart 2016 bij de aanslagen in Brussel om het leven is gekomen. Zijn liefdevolle speech in het tv-programma De Afspraak eind december beroerde miljoenen en werd het meest bekeken filmpje ooit op de Vlaamse televisie.
In Een jihad van liefde - opgetekend door David Van Reybrouck - praat Mohamed over zijn jeugd in Molenbeek, de liefde voor zijn vrouw en zijn leven na de aanslagen. Als eerbetoon aan zijn vrouw buigt Mohamed het leed dat hem is aangedaan op moedige en veerkrachtige wijze om in een boodschap van liefde en medemenselijkheid, waarbij hij westerse moslims oproept tot een meer humanistische benadering van de islam.
Roeland Dobbelaar gaf zijn recensie op De Leesclub van Alles de titel: Lezen met het hoofd of met het hart (KLIK HIER). En dat geeft heel goed het dilemma weer bij een bespreking van dit boekje. Voor mij een reden om het hier niet te bespreken. En het alleen te beschouwen als een oprechte, ontroerende en zeer persoonlijke hartekreet waar ik met mededogen en bewondering kennis van genomen heb. Mijn reactie op de bespreking door Dobbelaar vind je onder zijn recensie.
- Melancholie van de onrust - Joke J. Hermsen. Het essay, behorend bij de Maand van de filosofie. Op de achterkant: De mens is volgens Nietzsche een weemoedig wezen, een homo melancholicus die weet heeft van verlies, vergankelijkheid en verlatenheid. We proberen deze weemoed om te buigen tot hoop, tot reflectie of kennis, creativiteit of dagdromen, macht of verstrooiing.
Maar wat gebeurt er als het tij flink tegenzit en onze melancholie door onrust, angst en teloorgang van idealen slechts naar de duistere kant van het verlies getrokken wordt? Kan zij dan nog vruchtbaar, in de zin van creatief of hoopvol, gemaakt worden? Of reageren wij dan als de zwaan van Jan Asselijn en blazen we woedend en bang naar eenieder die in onze buurt komt en ons nest bedreigt? Wanneer slaat de melancholie om in angst en xenofobie?
In dit essay onderzoekt Joke Hermsen het kantelpunt waarop de mens nog net over voldoende moed, daadkracht en hoop beschikt om het tij te doen keren, over het verlies heen te stappen en een nieuwe verhouding tot de wereld en zichzelf te zoeken. Wat is er nodig voor deze veerkracht van het denken, die ons dezer dagen steeds vaker lijkt te ontbreken?
Een intrigerend boekje, dat ik met aandacht gelezen heb. Maar dat ook best pittig is voor iemand zoals ik, die wel enige kennis heeft van de filosofie, maar niet genoeg om alles meteen te doorgronden. Bij een tweede lezing zal het duidelijker worden. Dat komt nog wel eens. Maar ook daarna ben ik niet de juiste persoon om hier een recensie over te schrijven. Ik ken mijn beperkingen.
- Zeven soorten honger - Renate Dorrestein. Op de omslag: Zeven soorten honger speelt zich af in een exclusief kuuroord aan de Nederlandse kust, waar maatschappelijk geslaagde mannen hun overtollige kilo's proberen kwijt te raken. In dit statige landhuis worden amper calorieën geserveerd en krijgt het begrip lichaamsbeweging nieuwe dimensies. Voor de gasten staat er veel op het spel: ze mogen pas weg als ze hun streefgewicht hebben bereikt. Wie opgeeft, betaalt een netto jaarinkomen als boete. En díe dreiging blijkt te werken. Toch kampen Nadine en Derek Ravendorp, het echtpaar achter dit succesvolle instituut, met problemen die ze ondanks hun lange, gelukkige huwelijk niet met elkaar kunnen delen. Hoe lang kunnen die geheimen nog verborgen blijven? Wie is die zwerver die door Nadine wordt binnengesmokkeld? Hoe goed is Derek eigenlijk in boekhouden? En vooral: hoe loopt het af met het anorexia-meisje dat door haar vader is meegenomen naar de prestigieuze afslankvilla.
Een vermakelijk, gemakkelijk leesbaar boek, met een redelijk spannende plot en hier en daar de vileine humor en ironie waar Renate Dorrestein graag gebruik van maakt. Voer voor de echte Dorrestein fans. Met alweer het thema dat haar bezig blijft houden na de zelfmoord van haar zusje: eetproblemen. Maar de manier waarop het in dit verhaal een rol speelt, is lichtvoetig genoeg om te veronderstellen dat ze het steeds beter los kan laten.
Ik had geen tijd voor een recensie en aangezien er genoeg goede recensies over zijn, heb ik deze maar laten schieten. Wil je er meer over lezen, kijk dan bij die van Sue op Boekenz (KLIK HIER). Daar kan ik me helemaal in vinden.
Deze vier boeken zal ik de komende tijd wel aanmelden voor #boekperweek met een verwijzing naar dit blogje. En intussen liggen er al weer nieuwe te wachten op een bespreking of om gelezen te worden. Eens kijken hoever we deze maand komen....
© Jannie Trouwborst, mei 2017.
Hoewel ik van plan was dit jaar niet mee te doen met de #boekperweek actie van de Bibliotheek kon ik het toch niet laten. Maar van alles ook een blogje schrijven, werd toch echt teveel. Daarom staat hier een overzicht van wat ik deze maand wèl las, maar dat nìet in een recensie terecht kwam, om wat voor reden dan ook.
In de maand april waren dat de volgende boeken:
- Het hebzuchtgas van Jan Terlouw. Ik kocht het samen met Kop uit 't zand waarvan wel een recensie op dit blog staat (KLIK HIER). Het is bedoeld als jeugdboek over hetzelfde thema als Kop uit 't zand. De ondertitel luidt: Een sprookje voor jong en oud. Ik heb geen ervaring met het schrijven over jeugdboeken. En ik weet niet hoe andere volwassenen het ervaren hebben, maar voor mij bleef het een jeugdboek. Ik begrijp wat hij ermee wil vertellen en misschien is het voor kinderen een spannende queeste. Een sprookje voor volwassenen vraagt echter om een heel andere uitwerking.
- Een jihad van liefde van Mohamed El Bachiri, opgetekend door David van Reybrouck. Uit de inleiding: Mohamed El Bachiri is een Marokkaanse Belg, moslim en Molenbekenaar. Hij is ook de man van Loubna Lafquiri, zijn grote liefde en moeder van zijn kinderen, die op 22 maart 2016 bij de aanslagen in Brussel om het leven is gekomen. Zijn liefdevolle speech in het tv-programma De Afspraak eind december beroerde miljoenen en werd het meest bekeken filmpje ooit op de Vlaamse televisie.
In Een jihad van liefde - opgetekend door David Van Reybrouck - praat Mohamed over zijn jeugd in Molenbeek, de liefde voor zijn vrouw en zijn leven na de aanslagen. Als eerbetoon aan zijn vrouw buigt Mohamed het leed dat hem is aangedaan op moedige en veerkrachtige wijze om in een boodschap van liefde en medemenselijkheid, waarbij hij westerse moslims oproept tot een meer humanistische benadering van de islam.
Roeland Dobbelaar gaf zijn recensie op De Leesclub van Alles de titel: Lezen met het hoofd of met het hart (KLIK HIER). En dat geeft heel goed het dilemma weer bij een bespreking van dit boekje. Voor mij een reden om het hier niet te bespreken. En het alleen te beschouwen als een oprechte, ontroerende en zeer persoonlijke hartekreet waar ik met mededogen en bewondering kennis van genomen heb. Mijn reactie op de bespreking door Dobbelaar vind je onder zijn recensie.
- Melancholie van de onrust - Joke J. Hermsen. Het essay, behorend bij de Maand van de filosofie. Op de achterkant: De mens is volgens Nietzsche een weemoedig wezen, een homo melancholicus die weet heeft van verlies, vergankelijkheid en verlatenheid. We proberen deze weemoed om te buigen tot hoop, tot reflectie of kennis, creativiteit of dagdromen, macht of verstrooiing.
Maar wat gebeurt er als het tij flink tegenzit en onze melancholie door onrust, angst en teloorgang van idealen slechts naar de duistere kant van het verlies getrokken wordt? Kan zij dan nog vruchtbaar, in de zin van creatief of hoopvol, gemaakt worden? Of reageren wij dan als de zwaan van Jan Asselijn en blazen we woedend en bang naar eenieder die in onze buurt komt en ons nest bedreigt? Wanneer slaat de melancholie om in angst en xenofobie?
In dit essay onderzoekt Joke Hermsen het kantelpunt waarop de mens nog net over voldoende moed, daadkracht en hoop beschikt om het tij te doen keren, over het verlies heen te stappen en een nieuwe verhouding tot de wereld en zichzelf te zoeken. Wat is er nodig voor deze veerkracht van het denken, die ons dezer dagen steeds vaker lijkt te ontbreken?
Een intrigerend boekje, dat ik met aandacht gelezen heb. Maar dat ook best pittig is voor iemand zoals ik, die wel enige kennis heeft van de filosofie, maar niet genoeg om alles meteen te doorgronden. Bij een tweede lezing zal het duidelijker worden. Dat komt nog wel eens. Maar ook daarna ben ik niet de juiste persoon om hier een recensie over te schrijven. Ik ken mijn beperkingen.
- Zeven soorten honger - Renate Dorrestein. Op de omslag: Zeven soorten honger speelt zich af in een exclusief kuuroord aan de Nederlandse kust, waar maatschappelijk geslaagde mannen hun overtollige kilo's proberen kwijt te raken. In dit statige landhuis worden amper calorieën geserveerd en krijgt het begrip lichaamsbeweging nieuwe dimensies. Voor de gasten staat er veel op het spel: ze mogen pas weg als ze hun streefgewicht hebben bereikt. Wie opgeeft, betaalt een netto jaarinkomen als boete. En díe dreiging blijkt te werken. Toch kampen Nadine en Derek Ravendorp, het echtpaar achter dit succesvolle instituut, met problemen die ze ondanks hun lange, gelukkige huwelijk niet met elkaar kunnen delen. Hoe lang kunnen die geheimen nog verborgen blijven? Wie is die zwerver die door Nadine wordt binnengesmokkeld? Hoe goed is Derek eigenlijk in boekhouden? En vooral: hoe loopt het af met het anorexia-meisje dat door haar vader is meegenomen naar de prestigieuze afslankvilla.
Een vermakelijk, gemakkelijk leesbaar boek, met een redelijk spannende plot en hier en daar de vileine humor en ironie waar Renate Dorrestein graag gebruik van maakt. Voer voor de echte Dorrestein fans. Met alweer het thema dat haar bezig blijft houden na de zelfmoord van haar zusje: eetproblemen. Maar de manier waarop het in dit verhaal een rol speelt, is lichtvoetig genoeg om te veronderstellen dat ze het steeds beter los kan laten.
Ik had geen tijd voor een recensie en aangezien er genoeg goede recensies over zijn, heb ik deze maar laten schieten. Wil je er meer over lezen, kijk dan bij die van Sue op Boekenz (KLIK HIER). Daar kan ik me helemaal in vinden.
Deze vier boeken zal ik de komende tijd wel aanmelden voor #boekperweek met een verwijzing naar dit blogje. En intussen liggen er al weer nieuwe te wachten op een bespreking of om gelezen te worden. Eens kijken hoever we deze maand komen....
© Jannie Trouwborst, mei 2017.
dinsdag 2 mei 2017
Eva Meijer - Het vogelhuis
Waarom geeft een getalenteerde violiste haar muziekcarrière
op, slaat ze een huwelijksaanzoek af en trekt ze zich vervolgens terug op het
Britse platteland om er de rest van haar leven te wijden aan het bestuderen van
het gedrag van vogels?
Die vraag fascineert Eva
Meijer zo dat ze probeert daar het antwoord op te vinden. Eva Meijer (1980)
is schrijver, beeldend kunstenaar, singer-songwriter en filosoof. Bij het
schrijven van haar masterscriptie filosofie komt zij bij toeval twee boeken
tegen die ooit bestsellers waren in Engeland:
Birds as Individuals en Living with Birds, beide geschreven door
Len Howard, het pseudoniem van Gwendolen Howard (1894-1973). Nu is haar
werk grotendeels vergeten. Eva vindt dat zonde, want (stelt ze) 'met haar onderzoek was ze haar tijd ver
vooruit en de boeken die ze schreef zijn voor lezers nu ook nog interessant'.
Helaas blijkt er over haar leven weinig bekend te zijn. Eva besluit
daarom feiten en fictie te vermengen. Het resultaat is een geromantiseerde
biografie waarin, ter illustratie, af en
toe korte stukjes staan die overgenomen zijn uit de boeken van Len Howard over
haar vogelonderzoek.
Welke feiten vormen de ruggegraat van Eva's roman? Gwendolen
Howard is de jongste dochter van de welgestelde Britse dichter en toneelschrijver
Henry Newman Howard (1861-1929). Samen met haar ouders brengt ze haar jeugd
door in diverse landhuizen in Engeland en Wales voor ze, nauwelijks volwassen,
naar Londen verhuist om er een muzikale carrière te starten. Ze geeft er onder andere muziekles aan arme
kinderen en speelt viool in een orkest onder leiding van een bekende dirigent
(Malcolm Sargent). Na het overlijden van haar vader erft ze genoeg om te
stoppen met de muziek en een huisje met
een grote tuin te kopen op het platteland. Daar begint ze met het bestuderen
van het gedrag van vogels. Ze is ervan
overtuigd dat het gedrag van dieren alleen in natuurlijke omstandigheden echt
bestudeerd kan worden, omdat ze zich in gevangenschap nooit natuurlijk zullen
kunnen gedragen. Een hele nieuwe visie
die tegenwoordig niet meer betwist wordt. Na een aantal tijdschriftartikelen
volgen de boeken waarmee ze bekend zou worden.
Ze blijft er haar leven lang wonen om onderzoek te doen naar
de vogels in de buurt. Ze weet te voorkomen dat er een bungalowpark rondom haar
terrein gebouwd wordt. Haar
bezittingen laat ze na aan de Sussex Naturalist Trust die haar belooft er een
vogelopvang van te zullen maken. Daar is
niets van terecht gekomen: het huisje is verkocht en de bomen in de tuin zijn
gekapt. Ze ligt begraven in een naamloos graf op de begraafplaats achter haar
huis.
De roman die Eva Meijer rondom deze feiten gebouwd heeft,
zit goed in elkaar. Nergens worden de feiten verdraaid om in het deels
verzonnen verhaal te passen. Eerder andersom: Eva tracht voor elk feit een
aannemelijke, psychologische verklaring te vinden en die in het verloop van de
gebeurtenissen uit te werken. De beschrijving van de persoonlijke ontwikkeling
van een eenzaam kind naar een zelfstandige vrouw die naar vrijheid verlangt en
tot rust komt in haar Birds Cottage in Ditchling komt heel vanzelfsprekend
over. En niet alleen Len Howard, ook de andere hoofdrolspelers in de roman komen
goed tot hun recht.
De ingelaste stukjes uit de boeken over de vogels hebben eveneens
een hoofdpersoon: Ster. Len Howard had een sterke band met de vogels in haar
tuin. Ze herkende ze niet alleen aan de kleurschakeringen van hun veren, maar
ook aan hun gedrag. De vogels vertrouwden haar en stelden haar daarmee in staat
hun gedrag van heel dichtbij te bestuderen. De manier waarop ze naar ze kijkt,
hoe ze met hen omgaat en wat haar opvalt aan hun gedrag komen in deze korte
tekstfragmenten met Ster in de hoofdrol duidelijk naar voren.
Eva Meijer verdient een compliment. Met Het vogelhuis schreef ze een geslaagde geromantiseerde biografie over
een bevlogen en eigenzinnige onderzoekster die nooit echt de waardering kreeg die
haar toekomt. Maar die daar ook niet om gaf: ze was volkomen tevreden en gelukkig
met haar vogels en met haar onderzoek. Er over schrijven deed ze op verzoek van
anderen. Het is begrijpelijk dat Eva Meijer door haar leven en onderzoek
gefascineerd raakte. In 2016 schreef ze zelf Dierentalen, waarin ze wetenschappelijke onderzoeken naar de communicatie
van dieren besprak. Len Howard stond in feite aan de basis van dit soort
onderzoeken. Het Vogelhuis is een postuum eerbetoon aan deze uitzonderlijke
vrouw.
Eva Meijer - Het vogelhuis. Amsterdam, Cossee, 2016. Geb., 282
pg., ills., isbn:978-90-5936-669-5.
© Jannie Trouwborst, mei 2017.
Abonneren op:
Posts (Atom)






