zaterdag 1 maart 2008

Inez van Dullemen – Maria Sibylla: een ongebruikelijke passie

Maart 2008 – waardering: 7,0

Vele namen en titels passeerden de revue tijdens mijn opleiding. Ze zitten nog steeds in mijn hoofd. Toch zijn ze vaak ongelezen gebleven. Een van die auteurs was Inez van Dullemen. Misschien heeft dat ook te maken met het feit dat de boeken die na mijn schooltijd verschenen volgens critici beter waren: haar naam komt dan ook niet voor in Schets voor de Nederlandse letterkunde uit 1965, die wij op school hanteerden. Intussen zijn er tientallen boeken, novellen, reisverhalen en toneelbewerkingen van haar hand verschenen. En werd ze genomineerd voor o.a. de AKO-literatuurprijs (Het gevorkte beest) en de Libris Literatuurprijs (Het land van rood en zwart) en onderscheiden met prijzen als de Henriëtte Roland Holstprijs (Het land van rood en zwart) en de Anna Bijnsprijs voor haar gehele oeuvre. Het boek Vroeger is dood (over de neergang en dood van haar ouders) bracht haar bekendheid bij een breder publiek en werd in 1987 verfilmd.
De titel van haar debuut (1949) luidde: Ontmoeting met de ander. En dat is ook precies wat in haar werk centraal staat: De ontmoeting met de andere mens, zowel op cultureel als sociaal gebied. In dat kader passen ook de boeken die ze schreef over historische figuren in verre landen. Een daarvan is het boek over Maria Sibylla Merian (2001).
* * *   * * *
Over het leven van Maria Sibylla Merian (1647-1717) is niet veel bekend. Sommigen zullen haar kennen van haar prachtig geïllustreerde boeken over rupsen, vlinders en hun voedselplanten. (Zie de link bij de site over Merian op Wikipedia). Anderen zullen wellicht over haar gehoord hebben via de Labadisten, een religieuze groepering die als een soort commune leefde in een slot in Friesland (Wieuwerd). Inez van Dullemen heeft de bekende feiten uit het leven van Maria Sibylla Merian gebruikt en deze met behulp van haar fantasie aangevuld tot een aansprekend verhaal over een bijzondere vrouw, met vooruitstrevende ideeën en doortastend gedrag. Een voorname rol in het verhaal is toebedeeld aan de verzonnen Kwasiba, haar Afrikaanse slavin die zij mee terug neemt naar Amsterdam.
* * *   * * *

 
Het boek bestaat uit 3 delen:

 
I. Maria Sybilla, waarin we lezen over haar jeugd, haar belangstelling voor de natuur, m.n. de metamorfose van de rupsen tot vlinders, haar tekentalent, haar huwelijk, haar intrede in de commune van de Labadisten, haar uittreding daar en uiteindelijk haar beslissing naar Suriname te vertrekken (met haar jongste dochter) om daar vlinders e.d. te tekenen en de natuur te beschrijven en tenslotte haar zeereis er naar toe.

 
II. Kwasiba, waarin we lezen hoe deze Afrikaanse vrouw leefde in haar land van oorsprong. En in welke angsten men daar leefde in de tijd van de rooftochten door slavenhandelaren. Over hoe ze trouwt, zwanger wordt. En daarna overmeesterd en per schip getransporteerd wordt naar Suriname. Haar leven is hard en ze houdt dat slechts vol door de hoop eens haar in Suriname geboren zoontje terug te kunnen brengen naar het land van zijn vader. Maar het kind sterft en bij het begraven ervan ontmoeten Sibylla en Kwasiba elkaar. Sibylla koopt het meisje van haar eigenaar en betrekt haar en nog twee slaven bij haar werk.
Ze besluit de binnenlanden in te trekken, waar zich een nog nederzetting moet bevinden van de Labadisten (Providentia) en waar ze de Morpho Achilles hoopt te vinden: een bijzondere en grote vlinder. De tocht is zwaar en wat ze vindt is een verwaarloosde bende, die weinig meer van doen heeft met de religieuze gemeenschap in Friesland. Machtsmisbruik, corruptie en hypocrisie vieren hoogtij. Toch ziet ze zich genoodzaakt een plekje in de buurt van het verwaarloosde huis te gebruiken voor het voltooien van haar werkzaamheden.

 
III. De Morpho Achilles. Tijdens een van haar tochten door het oerwoud slaat het noodlot toe: ze ziet de Morpho Achilles, wil hem vangen, maar valt en wordt gebeten door een slang. Haar bediende, een indiaan, probeert het gif te verwijderen, maar kan niet voorkomen dat ze ernstig ziek wordt.
Medicijnmannen, magische handelingen, koortsvisioenen: wekenlang zweeft ze op het randje van de dood. Als ze hersteld is, gaat ze terug naar Paramaribo en later naar Amsterdam. Ze neemt Kwasiba mee, als haar dienstbode, die echter niet erg in dit koude land kan aarden. Sibylla twijfelt of ze haar niet terug moet sturen naar Suriname. Als Sibylla tenslotte overlijdt, blijft Kwasiba hulpeloos achter en slijt haar leven in een souterrain in Amsterdam.
* * *   * * *

 
Maria Sibylla en Kwasiba worden met veel inlevingsvermogen neergezet. De verhouding tussen de beide vrouwen komt niet helemaal uit de verf. Maar misschien heeft dat ook te maken met de beschreven periode. Het rechtvaardigheidsgevoel van Sibylla kan maar moeilijk overweg met de voor die tijd normale houding t.o.v. de slavernij. Maar zij staat daarin vrijwel alleen en het verhaal zou ongeloofwaardig worden als zij zich er in haar eentje totaal van distantieert of tegen verzet. Ze kiest voor enige menselijkheid, terwijl ze ook beseft de ander nooit echt goed te kunnen begrijpen. Kwasiba op haar beurt begrijpt ook Sibylla vaak niet. Misschien is dat eigenlijk ook wel logisch, hun achtergronden zijn heel verschillend en ze verstaan elkaar niet goed.

 
Sommige recensenten vonden het opvoeren van Kwasiba overbodig voor het verhaal. Maar het is typisch Van Dullemen om in een verhaal waarin het Suriname van de 17e eeuw een belangrijke rol speelt ook de werkelijke omstandigheden in die periode te willen tekenen. Via de gedachten en ervaringen van Kwasiba worden we met de neus op de feiten gedrukt: wat het betekende voor Afrikaanse mensen om uit hun cultuur gerukt te worden en ver van hun familie erger dan beesten behandeld te worden. 

 
De sfeerbeschrijvingen zijn uitstekend. De toestanden bij de Labadisten, de zeereis, de tocht door het oerwoud, de hallucinaties tijdens de ziekte, dat alles komt tot leven in een heldere stijl. De ik- en de zij-vorm worden terloops afgewisseld, waardoor je als lezer soms extra het verhaal wordt ingezogen. Nergens wordt de toon of het verhaal dramatisch, ondanks dat wat verteld wordt hier en daar redelijk heftig is. Maar juist daardoor ben je als lezer bereid deze gruwelijke feiten onder ogen te zien als een flinke smet op onze vaderlandse geschiedenis. En dat terwijl het eigenlijk over de vlinders en tekeningen van Maria Sibylle Merian lijkt te gaan….. Knap gedaan! 

 
Amsterdam, De Bezige Bij, 2002. Geb., 259 p., 2e dr.

 
© JannieTr, maart 2008.


Klik hier voor de Teleac uitzending over Maria Sibylla Merian, met een interview met Inez van Dullemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen