donderdag 30 augustus 2012

Discussievragen bij de verhalenbundel Koorddansers van Marylin Simons


Inleiding

Het kort verhaal (ook kortverhaal gespeld) is een prozatekst die korter is dan een novelle en zich gewoonlijk beperkt tot slechts enkele personages. Hoewel het pas vanaf de 19e eeuw beschouwd werd als een apart literair genre is de orale traditie, het elkaar vertellen van verhalen en anekdotes, al veel ouder. In de middeleeuwen en later ontstonden de raamvertellingen, waarin korte verhalen aan elkaar werden gekoppeld door ze in een kader te plaatsen.
De omvang van een kort verhaal varieert van twee tot een twintigtal bladzijden. Is het verhaal langer, dan heeft men vaak te maken met een novelle. Een speciaal genre is het zkv of zeer korte verhaal, een verhaal dat meestal niet langer is dan een bladzijde. De bekendste hedendaagse schrijver van dit genre is in Nederland de schrijver A.L. Snijders.
Het moderne genre begint meestal midden in de handeling ('in medias res') en stelt één personage en één gebeurtenis centraal, die licht werpt op het karakter of het leven van die figuur. Vaak worden min of meer alledaagse gebeurtenissen transparant en verwijzen ze naar een wezenlijk menselijk probleem (Wikipedia).

1. Korte verhalen worden doorgaans samengebracht in één bundel. Ze gaan dan meestal allemaal over  hetzelfde thema en zijn geschreven door 1 of meerdere auteurs. Wat is het belangrijkste thema van deze bundel?

2. De titel luidt: Koorddansers: bitterzoete verhalen uit Suriname. De meeste verhalen uit deze bundel verschenen eerder onder de titel: Carrousel. Beide titels zijn ontleend aan één van de verhalen in de bundel. Kun je de titels bij het betreffende verhaal verklaren? Zijn ze ook goed gekozen als titel voor de gehele bundel?

3. Pas sinds enkele jaren krijgt de verhalenbundel meer waardering. Het schrijven van korte verhalen vraagt andere vaardigheden dan het schrijven van een roman. Zo moet de lezer direct nauw betrokken worden in het verhaal, moet een karakter snel en soepel getekend worden en de plot verrassend en toch geloofwaardig zijn. Probeer na te gaan of Marylin Simons daar goed in geslaagd is. Geef eventueel voorbeelden aan de hand van een of enkele van de verhalen.

4. Welk verhaal vond je het meest geslaagd? Kun je dat motiveren? En welk het minst?

5. Let eens op het perspectief bij de verhalen. De meeste hebben een ik-perspectief of een personaal perspectief (hij- of zij-, van binnenuit verteld). Van een ik-perspectief wordt gezegd dat het onbetrouwbaar is (je weet immers alleen hoe de ik-persoon alles ziet en ervaart). Voor een personaal perspectief geldt dat minder, MITS er sprake is van perspectiefwisselingen. Die zijn er niet in deze verhalen. Behalve bij Koorddansers. Wat is het effect daar van de perspectiefwisseling?

6. In Blaka Nene (de naam van de hond, maar het betekent: zwarte, oudere kinderverzorgster of huisbediende, grootmoeder, oude vrouw) wisselt het perspectief ook. Wie is de zij uit het begin, wie de ik verderop? Waarom is deze wisseling nodig? Herken je de auctoriale verteller?

7. In de beperkte ruimte van een kort verhaal moet ook de tijdspanne beperkt blijven. Dat kan opgelost worden door het verhaal zich af te laten spelen binnen enkele uren of hoogstens dagen, of door een lange flashback in te lassen (die dan het grootste deel van het verhaal inneemt). Noem een verhaal waarin dit gebeurt.

8. Van welk verhaal vond je de plot het meest verrassend? Van welk het minst?

9. Tussen weg en weesgegroet is een voorbeeld van "Stream of consciousness" of "Monologue intérieur" (interne monoloog, zie pg. 71 cursusboek). Deze stijl vraagt  veel van de lezer. Lees het verhaal (blz. 94-97) tweemaal. Kun je de gedachtensprongen volgen?

10. Ook Carrousel bevat enkele dergelijke passages. Bij Wikipedia tref je een analyse aan van dit verhaal. Carrousel is een vrij ingewikkeld verhaal, maar als je de moeite neemt de analyse te lezen krijg je er wellicht meer grip op. Je vindt die hier: http://nl.wikipedia.org/wiki/Marylin_Simons.

11. Behalve Surinaamse woorden wordt ook de Surinaamse spreektaal gebruikt. Wat vind je van deze stijl? Vond je het moeilijk te volgen of wende het op den duur? Voegt het is toe aan de verhalen? Zouden ze in correct Nederlands hetzelfde effect op de lezer hebben?

N.B. De woordenlijst aan het eind is niet zo lang. Alleen de woorden met een * staan er in. Veel zul je uit de tekst moeten begrijpen. Wil je toch ergens de betekenis van weten, kijk dan op: http://www.sil.org/americas/suriname/sranan/national/sranannldictindex.html. Hier vindt je een Surinaams-Nederlands woordenboek.

©JannieTr, augustus 2012.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen