dinsdag 26 augustus 2014

A.M. de Jong - Merijntje Gijzen: Flierefluiters oponthoud


Augustus 2014 - waardering 6.

Inleiding

Adrianus Michiel de Jong (1888–1943) publiceerde zijn meeste werk onder eigen naam (A.M. de Jong) en enkele werken  onder pseudoniem (Frank van Waes, Herbert D. Ross).  De Jong werd geboren in Nieuw-Vossemeer  in het westelijk deel van Noord-Brabant. Het gezin had 13 kinderen. De Jongs vader was landarbeider en ging op zoek naar meer welvaart als arbeider in Rotterdam. Veel van De Jongs jeugdherinneringen zijn verwerkt in de romancyclus Merijntje Gijzens jeugd en jonge jaren.  De Jong is onderwijzer geweest te Delft en journalist bij Het Volk. Wegens zijn socialistische sympathieën is hij in de oorlog vermoord door de Duitsers. Voor meer informatie: KLIK HIER
Als laatste boek voor de Augustus Klassieke Literatuur Maand en het door mij gekozen thema "toekomstdromen/opgroeien" koos ik voor één van de boeken uit de Merijntje Gijzen cyclus. In mijn volgende blog zal ik een vergelijking maken tussen de vier gelezen boeken.

Samenvatting

Merijntje Gijzen is een vroom en nadenkend katholiek jongetje van ongeveer 8 à 9 jaar. Flierefluiter's oponthoud is het tweede deel uit de serie: Merijntjes jeugd. Hij komt uit een (land-)arbeidersgezin met een oudere broer en enkele jongere broertjes en zusjes.  Als de oude pastoor te oud en ziek begint te worden en de koster een dief blijkt te zijn, vraagt hij aan zijn goede vriend de  landloper Flierefluiter of hij tijdelijk koster wil zijn. Merijntje en Flierefluiter trekken veel op samen en worden goede vrienden. Als meneer pastoor overlijdt, gaat Flierefluiter weer op pad. Merijntje kan het verdriet over het verlies van zowel meneer pastoor als zijn vriend Flierefluiter maar moeilijk verkroppen.

Leeservaring

Dat de ene klassieker de andere niet is, bewees het boek over Merijntje Gijzen wel. Ook dit boek is bekend van een TV-serie die van de Merijntje- cyclus gemaakt werd (1973), bovendien werd het  verfilmd (1936). En ook Merijntje Gijzen heeft een eigen wiki-pagina: KLIK HIER  en in Nieuw-Vossemeer staat een standbeeld van hem. Het  boek kwam ongeveer in dezelfde periode uit als de andere drie. Reden genoeg dus om het op te nemen als nummer 4 van deze thema-reeks over opgroeien in begin 20ste eeuw.
Maar waar ik genoot van het (her)lezen van de andere drie boeken bleek Flierefluiters oponthoud een ware worsteling. Daar zijn verschillende redenen voor.

Ten eerste het Brabantse dialect. Elke dialoog (en dat zijn er heel wat) is in dialect geschreven: dat leest heel moeilijk. Je moet eigenlijk hardop de tekst proberen uit te spreken om er iets van te begrijpen. Maar dan nog blijven er woorden over die niet te begrijpen zijn (en enigszins uit de context geraden moeten worden).

Ten tweede de geforceerde literaire stijl,  die in schril contrast staat met het dialect. Het perspectief ligt namelijk niet bij Merijntje, maar bij de alwetende en nogal autoritaire verteller die in overdreven volzinnen zijn visie op de situatie geeft.

Lente:  "Het wijde land lag onder de milde lentezon opengespreid en op alle dijken in het wijkende verschiet groenden zacht de bomen". Als Merijntje zegt dat zijn vriendinnetje een stuiter mag houden: "Ouwe? Wezelik? vroeg Nelleke ademloos, ongelovig tegenover het overstelpend geluk van zo vorstelik geschenk". Een man en vrouw hebben ruzie: "Deur jouw schuld, smerlap! smerlap! smerlap! krijste de vrouw in een paroxisme van hysteries geworden opwinding." Als Merijntje en Flierefluiter in een theologische discussie verzeild zijn geraakt, leidt F. hem af: "omdat Flierefluiter al disputerend in een heg het nest van een sijsje vond met vier half vlugge jongen, wat Merijntjes fanatieke inquisitoriese aandriften afleidde en hem in een vertedering stortte, waarbij geen plaats meer was voor hatelike berisping."(Spelling overgenomen uit de tweede druk uit 1926). Een zeer oubollige en gedateerde stijl dus.

Ten derde het genre. Hier kunnen we met recht spreken van een streekroman en absoluut niet van een ontwikkelingsroman.  Het landschap, de gewoontes uit de streek, het dialect en zelfs de aard van het verhaal wijzen in die richting. Het einde van dit deel is extreem melodramatisch.  En wie een sociale roman verwachtte, komt ook bedrogen uit: de werkelijke armoedige en moeilijke omstandigheden van de Brabantse landarbeiders rond deze tijd komen nauwelijks ter sprake ( school, woning, werk, kleding, voedsel? ).

De karaktertekening laat veel te wensen over. Merijntje, zijn vriendinnetje Nelleke, Flierefluiter en meneer Pastoor komen enigszins uit de verf, alle anderen blijven vaag, ook de leden van het gezin waarin Merijntje leeft. Maar zelfs Merijntje wordt niet een levensecht jongetje. Hij is te braaf, te vroom, te naïef, te kinderachtig, vooral met geloofszaken bezig.  Het boek lijkt vooral geschreven te zijn om volwassenen te amuseren, met de kinderlijke gedachtespinsels over geloofszaken bij Merijntje en met de streken die Flierefluiter uithaalt en met karakteristieke dorpstaferelen: roddel, ruzie, feesten, dronkenschap, begrafenissen, etc.

Misschien ligt het aan mij, ben ik met de verkeerde verwachtingen aan dit boek begonnen. Was ik teveel gefocust op Merijntje. Misschien is Flierenfluiter wel de hoofdpersoon, want al heeft die af en toe karikaturale trekjes, de levensvisie die hij Merijntje tussen de regels door tracht bij te brengen getuigt van meer diepgang dan zijn naam doet vermoeden. Hij bleek in elk geval het meest intrigerende personage uit het boek. Helaas staat de stijl en de taal van het boek me inmiddels zo tegen, dat ik het niet nog een keer ga lezen om dat te ontdekken.

Lest best ging in dit geval dus voor mij niet op. Augustus is inmiddels bijna voorbij. Het was een leuk experiment, misschien volgend jaar weer?  Ter afsluiting zal ik in mijn volgend blog de vier Augustus Klassiekers nog eens naast elkaar zetten.

A.M. de Jong - Merijntje Gijzen's jeugd: II Flierefluiters oponthoud. Amsterdam, Querido, 1926. Geb. 2e dr., 226 pg.

©JannieTr, 26 augustus 2014.

 Ik las dit boek als 14/20 voor de Ik lees Nederlands uitdaging 2014 . En als het vierde boek voor: Augustus is klassieke literatuurmaand bij Sandra

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen