zaterdag 22 november 2014

Gerdien Verschoor - De kop van Oskar Wronski



November 2014 - waardering: 7,5 

Inleiding 

Gerdien Verschoor (1963) is schrijver en kunsthistoricus. In 2011 debuteerde zij met de roman De draad en de vliegende naald, die op de shortlist van de Vrouw Debuutprijs stond. De kop van Oskar Wronski is haar tweede roman. Ze promoveerde op een Poolse kunstenaarsgroep uit het Interbellum nadat ze kunstgeschiedenis had gestudeerd in Leiden en Kraków. Na haar studie werkte ze als conservator voor Muzeum Sztuki (Kunstmuseum) in Lódz en kasteel het Nijenhuis bij Heino. Zie verder haar website.

Samenvatting 

Deze kunstenaarsroman gaat over een jonge Nederlandse baronesse: Ophélia Bentinck Nyevelt van Heeckeren die in 1937 op 21-jarige leeftijd haar milieu ontvlucht en naar Parijs vertrekt. Daar neemt ze een nieuwe naam aan, Odessa, wordt beeldhouwster en ontmoet er de man van haar leven: Oskar Wronski. Oskar is een voormalige Russische frontsoldaat; hij is verminkt en getraumatiseerd en gaat als kunstenaar door het leven. De Tweede Wereldoorlog rukt hen uit elkaar, maar Odessa kan haar eerste liefde en mannelijke muze niet vergeten. Na de oorlog keert Odessa terug naar Nederland. Ze neemt haar intrek in haar geërfde landgoed in Overijssel.  Als inmiddels beroemd portrettist herschept ze in iedere kop die ze maakt een fragment van zijn gezicht. Als ze in de zeventig is, leert ze een kunstverzamelaar kennen door wie ze erachter komt hoe Oskars leven in Polen, achter het IJzeren Gordijn, verlopen is. 

Leeservaring 

Gerdien Verschoor benadrukt dat het om een verzonnen verhaal gaat. Toch lijkt het erop, dat Charlotte van Pallandt deels model gestaan heeft voor Odessa van Heek. Wie haar biografie bekijkt (KLIK HIER), zal opvallende overeenkomsten ontdekken. En ongetwijfeld heeft G.V. ook gebruik gemaakt van haar uitgebreide kennis van de Poolse kunst. Ik ben daarvan niet genoeg op de hoogte om er een oordeel over te geven. Maar ik kan me voorstellen dat dat voor kunstkenners een toegevoegde waarde heeft.

Voor mij telt echter vooral het verhaal en hoe het verteld wordt. Kun je je inleven in een hoofdpersoon (het verhaal is in de ik-vorm geschreven) die bezetten is van haar Kunst en haar Liefde voor een onbereikbare man? Ja, dat kan heel goed. Maar je moet er wel voor open willen staan. 

De emoties waarop het verhaal gebaseerd is, zijn diep en heftig, je voelt ze smeulen. Ze uiten zich op ongebruikelijke wijze. Vlak voor het ja-woord ervandoor gaan en in je bruidsjurk de IJssel overzwemmen om naar Parijs te vluchten. Niet jammeren en klagen als je je grote liefde kwijt bent, maar het verdriet absorberen door de kop van Wronski dagelijks te tekenen en te boetseren. In de gebeeldhouwde portretten van anderen altijd een detail van Wronski uithakken. Elke dag een tekening opsturen naar Polen, ook al krijg je nooit antwoord. Aanvaarden dat de zin van een eenzaam leven het creëren van schoonheid kan zijn, i.p.v. in lege verbintenissen te vluchten. 

(In het atelier van haar leermeester Paul Dupré):
"Odessa van Heek zoekt haar man", zei hij, alsof ik er zelf niet bij was."Zij zoekt hem in haar huis en langs de kades van de Seine. Zij zoekt hem onder het bed en in zijn schilderijen. Zij zoekt hem in haar buik en in haar hart. Zij zoekt hem overal waar hij niet is. Want Odessa van Heek is vergeten waarom ze naar Parijs is gekomen. Ze is vergeten dat ze kunstenaar is. Haar man is hier! Hier!". Hij sloeg met zijn handen op de steen alsof het de schouders van Oskar Wronski waren.
En hij had gelijk. Ik hoefde het stuk marmer maar aan te raken en zijn kop bewoog onder mijn handen. Ik voelde het kloppen in zijn hals en de warmte achter zijn oren. De hardheid van zijn kaken en de adem in zijn neus. Mijn woorden lagen nog in zijn oren verborgen. 

Hoewel het boek gemakkelijk leest, is de inhoud zeker niet altijd even gemakkelijk. Mij is het goed bevallen om eerst van het verhaal te genieten, van de spanning, de prachtige beeldspraken en de poëtische stijl. En het daarna nog een keer te lezen om te ontdekken hoe Gerdien Verschoor gespeeld heeft met fantasie en werkelijkheid, met de relatie tussen kunstenaar en muze. Bijzonder zijn ook de vele spiegeleffecten in de gebeurtenissen en dromen van de personages en het gebruik van motieven. Een voorbeeld daarvan zijn de handschoenen die Odessa als jong meisje krijgt aangemeten in Venetië en die tot aan het einde een symbolische rol zullen spelen. Een ervan raakte ze kwijt bij aankomst in Parijs. 

"De handschoenen lagen op het nachttafeltje. Gek, hoe twee dezelfde handschoenen er na ruim vijftig jaar zo anders uit konden zien, alsof ze totaal van elkaar vervreemd waren geraakt". 

De artistieke gedrevenheid  van Odessa en Oskar is overtuigend opgetekend. Net als het verschil in kunstopvattingen: Odessa haar levenlang zo realistisch mogelijk en Oskar juist zo abstract mogelijk.
Ze respecteren elkaar daarin. En trachtten beiden een levenlang trouw te blijven aan hun eigen overtuigingen.

Door aan het einde  van het boek het leven van Oskar Wronski te beschrijven, lezen we bovendien hoe de ontwikkeling van de abstracte kunst in Rusland en vervolgens in Polen verliep: hoewel Moskou de abstracte kunst omarmde na de Russische Revolutie, beschouwden de autoriteiten het later als een kapitalistische uitwas. Wronski mag geen abstracte kunst meer maken, maar  kan zich niet met de nieuwe eisen van de 'Kunst voor het Volk" verenigingen. Met alle gevolgen van dien.

Het hele verhaal draait om twee thema's: Kunst en Liefde. Liefde voor de Kunst, maar ook troost in de Kunst voor een verloren en onbereikbare Liefde: letterlijk omdat de twee geliefden worden gescheiden door het IJzeren Gordijn, maar ook figuurlijk omdat er nog een andere liefde in het leven van Oskar Wronski blijkt te zijn – Olga Engelhardt.
Typerend: alle drie de namen beginnen met een O, de perfect ronde, witte cirkel die Oskar op een wit doek schilderde en op een brief aan de beide dames. Maar ook de titels van de hoofdstukken vormen een cirkel. En het einde van het boek maakt het verhaal rond.

Een laatste citaat: 

(Als een portretopdracht niet wil lukken):
"Als dat gebeurde, riep ik Oskar Wronski te hulp. Met zijn adem blies ik mijn portretten leven in en dan voltrok zich het wonder: steen die begon te ademen, ogen die zich openden. Pas als ik het portret voltooid had, zag ik wat hij erin had achter gelaten. Bij het vijlen van graniet: kijk, de mondhoek van Oskar Wronski. Bij het polijsten van het brons: kijk, een traan van Oskar Bronski. (........). Ik kon er niets aan doen: hij had zich voorgoed in mijn handen verborgen."

Gerdien Verschoor - De kop van Oskar Wronski. Amsterdam, Atlas Contact, 2014. Paperback, 171 pg. ISBN: 978-90-254-4190-6. 

© JannieTr, november 2014

Ik las dit boek als 26/20 voor Ik-lees-Nederlands 2014.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen