zondag 11 december 2016

Bette Adriaanse - Post voor Rus Ordelman

Rus lag in zijn trainingsbroek onder zijn gebloemde dekbed toen hij dat geluid voor het eerst hoorde. Het was een doodgewone donderdagochtend geweest tot dit geluid ineens in zijn appartement opdook, flapte, en weer verdween. 

Bette Adriaanse (Amsterdam, 1984) is beeldend kunstenares en schrijfster. Ze studeerde aan de Rietveld Academie in Amsterdam en behaalde een master in Creative Writing aan de universiteit van Oxford in 2010. Een Amerikaanse uitgever publiceerde haar debuutroman Rus like everyone else. Dankzij de jubelende ontvangst in Amerika verschijnt het nu als Post voor Rus Ordelman in Nederland.

Een postbode speelt in het boek de rol van de alwetendende ik-verteller. Het is een jonge vrouw die vanuit haar flat zicht heeft op de buurt. Terzijde gestaan door iemand die op bezoek is. We mogen zelf invullen om wie het gaat: samen met haar slaat hij de hoofdpersonen aandachtig gade, maar geeft nooit commentaar. Zij praat soms wel tegen hem: "Hij (red. Rus) is nooit buiten de stad geweest, op zijn mislukte toelatingsdag bij de schippersschool na, en nu vliegt hij het land uit, met alleen een twintigje en de munten die jij hem bij de pinautomaat hebt gegeven op zak." Het ziet er naar uit, dat ze ons, de lezers, aanspreekt.

Het boek is verdeeld in vele korte hoofdstukjes. Die waar Nacht boven staat, zijn de observaties die de postbode rechtstreeks met ons deelt. In de andere treedt een buurtbewoner op, alleen of verderop in het verhaal samen met een van de anderen. Want de draden raken langzamerhand verweven. 

Rus is één van de kleurrijke stoet hartverwarmende buurtgenoten die allen op zoek zijn naar houvast in een vervreemdende wereld. Zoals de Amerikaanse titel al suggereert (Rus like everyone else), verschillen de hoofdpersonen uit het boek in feite niet van andere mensen. Behalve dan dat ze een onvolkomenheid hebben die Bette Adriaanse op een haast surrealistische manier uitvergroot. Ze zijn en blijven buitenstaanders in een wereld die ze niet begrijpen en die hen niet accepteert. Zoals de licht dementerende weduwe Blauw, die de personages in haar favoriete soapserie als echte mensen beschouwt, de teruggetrokken Mijnheer Lucas die aan achtervolgingswaanzin lijdt, de secretaresse die moeite heeft met de normale sociale omgang tussen mensen, de allochtone pakketbezorger die zijn dromen steeds gedwarsboomd ziet door de vooroordelen waarmee hij wordt geconfronteerd. Door uitvergroting lijkt hun gedrag soms absurd. Toch houdt het ons indirect een spiegel voor. Oordelen is zo gemakkelijk en mankeert er aan ons niets?

Rus is tevreden met zijn leventje. Hij woont in een illegaal bouwsel boven op het dak van een flat. Op een dag komt hij thuis en vindt een leeg huis, een pinpas en een briefje van zijn moeder. Ze is met haar vriend vertrokken naar Afrika en hij moet zich verder maar alleen redden. Met de pinpas pint hij elke dag 10 euro en koopt wat eten. Hij vermaakt zich met het kijken naar de wolken, de mensen in het park of de sterren. Niemand schijnt te weten dat hij bestaat. Maar dan valt er op een dag een brief op de mat.

Kleine gebeurtenissen kunnen grote gevolgen hebben. Het zijn haast Kafkaiaanse toestanden die Rus Ordelman treffen en die Bette Adriaanse met de nodige humor beschrijft.  Maar wat gebeurt er met ons, lezers, nadat we het boek dichtslaan? In het allerlaatste hoofdstukje neemt de metgezel van de postbode afscheid en vertrekt met de bus waarmee hij in het eerste aankwam. Het leven gaat verder, de postbode houdt de buurtgenoten in de gaten. En de lezer? Die net de deur/het boek dichtsloeg? Kijkt hij voortaan met andere ogen naar zijn medemens? Is hij minder een O(o)rd(e)elman geworden? 

Een fascinerend en aangrijpend verhaal, een sterk debuut. Goed om te weten dat Bette Adriaanse met haar tweede roman bezig is.

Bette Adriaanse - Post voor Rus Ordelman. Amsterdam, Cossee, 2016. Pb., isbn:978-90-5936-689-3.

© Jannie Trouwborst, december 2016.

Ik lees Nederlands 46/35.

Mijn mooiste boek van het jaar

Het jaar loopt ten einde. De lijstjes verschijnen. Ik ben er niet zo dol op. Net zo min als op het bedenken van goede voornemens die op 1 januari moeten beginnen. Ik spreid die liever over de rest van het jaar. Maar de allerlaatste vraag die Hendrik-Jan dit jaar stelt, vraagt gelukkig maar om één boek. Vraag 50 van #50books luidt: Wat is het mooiste boek dat je dit jaar las? (KLIK HIER)

Een gewetensvraag die simpel lijkt, maar heel moeilijk is. Eentje maar! Het is zo verleidelijk er meer te kiezen, want als je met zorg uitkiest wat je wilt lezen, dan zijn het doorgaans allemaal mooie boeken. En ik las er dit jaar (voor mijn doen) erg veel, mede door de #boekperweek challenge van de bibliotheek.

Het jaar is nog net niet voorbij en het toeval wil dat ik nog bezig ben met een boek waarvan ik eigenlijk verwacht, dat het voor mij het mooiste zal blijken te zijn, ook al ben ik nog maar halverwege. Ik hoop dat niemand mij kwalijk neemt, dat ik er, na heel lang beraad, twee heb gekozen. Maar wat was dat moeilijk! Hoewel... weer gemakkelijker dan een lijstje, want dan moet je ook nog eens aan de slag met de volgorde!

Maar hier zijn ze dan. Het boek dat ik nog aan het lezen ben, is De ruiter van Jan van Mersbergen (KLIK HIER). Het boek dat op dit moment nog het mooiste van het jaar voor mij is, is Vuurland van Andreas Oosthoek (KLIK HIER).

Ik vind dat Hendrik-Jan het fantastisch gedaan heeft. Het zal niet altijd gemakkelijk geweest zijn om elke keer weer een uitdagende vraag te verzinnen. Ik heb er van genoten om er mee bezig te zijn. Hij kan niet genoeg bedankt worden voor zijn inzet. Misschien vindt hij het leuk om te weten welke vraag mij het meest aansprak?

Ook die vraag is niet snel te beantwoorden: als ik ze allemaal naloop, zie er genoeg die echt iets voor me betekenden. Ik leerde mezelf er beter door kennen (ik analyseer nu eenmaal het beste al schrijvend) en ik haalde veel herinneringen naar boven. Mijn dochter las ze ook graag: de antwoorden zijn geregeld nogal persoonlijk getint. Maar goed, ook hier wil ik het bij één laten: vraag 41 over Kinderboeken (KLIK HIER) De kinderboeken die ik wil herlezen liggen hier al klaar. Ze komen echt aan de beurt binnenkort.

Maar wat die goede voornemens betreft..... soms kom je er niet onderuit. Ten eerste natuurlijk weer meedoen als Martha (KLIK HIER) het stokje overneemt. Daarnaast heb ik haar #WOT-project ontdekt (= Write On Thursday, stukje schrijven n.a.v. een opgegeven woord). Daar wil ik het komende jaar graag aan meewerken. Dan is er iets waar ik mee stop: challenges. Met name de #boekperweek challenge van de bibliotheek (hoe sympathiek bedoeld ook) begon me op te breken. Eigen schuld misschien, omdat ik nu eenmaal van elk gelezen boek een recensie op mijn blog wil zetten. Aan de andere kant leverde dat wel een mooi overzicht op om uit te kiezen voor het antwoord op deze laatste vraag.

Ik ben benieuwd naar de antwoorden van de andere #50books schrijvers, maar ook naar die van de lezers van mijn blog. Heb je ook een favoriet? En wellicht "voornemens" op boeken- en leesgebied? Ik hoor het graag!

© Jannie Trouwborst, december 2016.


De leesvraag #50books (KLIK HIER) is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf 2016 doet Hendrik-Jan dat. Vanaf "2016: vraag 2" probeer ik elke week mee te doen.

vrijdag 9 december 2016

Pauw, pauw ik hou van jou!

Stukjes schrijven, echt iets voor mij. En ik mag voortaan meedoen met #WOT, ook al is het vandaag al vrijdag! Uit de introductie van Martha Pelkman (KLIK HIER) bij het 49ste woord van 2016 uit de serie: 

Pauw ~ 1) Dier 2) Fazantachtige vogel 3) Gedomesticeerde vogel 4) Haarlemse organist 5) Heilige dieren van Hera 6) Hoenderachtige 7) Hoenderachtige vogel 8) Hoendervogel 9) Middelgrote hoendervogel 10) Nederlandse politieke figuur 11) Nederlandse raadpensionaris 12) Raadpensionaris 13) Sierhoen 14) Siervogel 15) Sterrenbeeld 16) TV-programma vernoemd naar presentator Jeroen Pauw. De pauw was het heilige dier van Hera, de godin van het huwelijk. De pauw is sinds de oudheid het symbool van pracht en praal, weelde en ijdelheid. En hoe kan het ook anders: zeker het mannetje heeft prachtige veren. Blauw en groen en dan die staart met die prachtige ogen erop. Daar steekt het vrouwtje, bruin en grauw, toch maar kaal bij af. En denk ook even aan Lucius Malfoy, de vader van Draco Malfoy: hij had witte pauwen in zijn tuin rondlopen. Teken van ijdelheid. En dan is er natuurlijk die presentator om elf uur ’s avonds op NPO 1.

Wie Draco Malfoy is, moest ik toch even opzoeken, ik ben nu eenmaal geen Harry Potter kenner. Maar witte pauwen, dat roept meteen herinneringen op. Aan vakanties op de Veluwe en wandeltochten langs Kasteel Staverden. Met in de kasteeltuin een indrukwekkend beeld en op het dak een windwijzer van een witte pauw met een lange staart. De echte exemplaren scharrelen rond in de tuin, roepen dezelfde kreet als hun blauw-groene soortgenoten en lijken niet te beseffen hoe bijzonder ze zijn.

Pauwen zijn van oorsprong afkomstig uit Voor-Indië en Sri-Lanka. De witte pauw is een kleurmutatie van de gewone blauw-groene pauw. Het verenkleed van zowel het mannetje als het vrouwtje is zuiver wit. Ze hebben donkere ogen en zijn daarom geen albino's. De haan heeft een grote en lange staart die hij op dezelfde wijze gebruikt als zijn anders gekleurde soortgenoten. Raszuivere witte pauwen zijn behoorlijk zeldzaam. De meeste witte pauwen elders in ons land zijn verwant aan de dieren van Staverden.

Kasteel Staverden werd vroeger ook wel de "Witte Pauwenburcht" genoemd. De hertogen van Gelre gebruikten het in de 13de eeuw als jachtslot. Vanaf 1400 woonden er leenmannen op het kasteel, die de verplichting hadden om witte pauwen te houden. Met de veren van deze pauwen werden de helmen van de graaf versierd. Het oude kasteel en de bijbehorende traditie verdwenen in de loop der eeuwen.
Einde negentiende eeuw herstelde de toenmalige eigenaar van het herbouwde kasteel de gewoonte. De veren werden niet meer gebruikt voor de helmen, maar jaarlijks aangeboden aan de Commissaris van de Koningin en vervolgens in de statenzaal van het provinciehuis gezet. Nog steeds zijn er witte pauwen op Staverden en worden de veren ieder jaar aangeboden aan de commissaris van de Koning die vervolgens tweejaarlijks (elk even jaar) één witte pauwenveer uitreikt aan een persoon of instelling die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor het cultuur- en natuurbehoud van Gelderland. 

Een teken van ijdelheid? Dat zal het zeker geweest zijn voor de hertogen van Gelderland. Maar ik vind deze zuiver witte pauwen vooral erg mooi. Geen protserig gedoe met fluorescerende kleuren en geen verschil tussen man en vrouw. En uiteraard geen ijdelheid of zelfgenoegzaamheid over hun zeldzaamheid. Dat is iets waar alleen mensen mee bezig zijn. Heel mooi dat hun bijzondere witte veren nu uitgereikt worden aan mensen die zich inzetten voor cultuur- en natuurbehoud. Die mogen daar met recht zo trots als een pauw op zijn.

© Jannie Trouwborst, december 2016.

woensdag 7 december 2016

Vonne van der Meer - December verhalen

December - de donkerste maand, lichtste maand, voor de één een feestmaand, voor de ander een rampmaand - is de maand van de lange gure avonden. Van de gordijnen dicht en een boek op de schoot. En dan het liefst een boek waarin het sneeuwt en meisjes met zwavelstokjes voor de ramen staan.

In deze verhalenbundel uit 2009 toont Vonne van der Meer ons de feestdagen van de laatste maand van het jaar in een ander perspectief dan gebruikelijk. Het zijn geen "gezellig rond de kerstboom" verhalen, al appelleren ze allemaal aan een (al dan niet verborgen) christelijke kerstgedachte.
Slechts twee verhalen zijn speciaal voor deze bundel geschreven, de vijf overige verschenen al eerder in tijdschriften of andere verhalenbundels. Voor mij waren ze allemaal nieuw.

Ze zijn niet allemaal even sterk. De best geslaagde (en tevens langste) was voor mij Het zingen, het water, de peen. Het verhaal heeft het geloof in Sinterklaas als basis. Op het moment dat de jongste in een gezin begint te twijfelen aan het bestaan van Sinterklaas heeft zijn moeder niet veel aandacht voor wat er in hem omgaat. Ook zijn vader is er niet voor hem, zijn ouders hebben duidelijk huwelijksproblemen en gaan tenslotte uit elkaar. Wat er ook in de jaren die volgen gebeurt: hij blijft geloven in Sinterklaas en zijn schoen zetten. Pesterijen van zijn broers, bespotting, zachte dwang van zijn moeder. Niets helpt. Hij blijft elke avond zijn schoen zetten met water erbij en een peen en zingt voor hij gaat slapen. In zijn eigen kamer, om zijn moeder die het niet meer aan kan zien te ontzien. Zelfs als hij verkering krijgt en zijn meisje een nachtje zal blijven slapen, volhardt hij in zijn ritueel met als gevolg: einde relatie.
Je kunt het als een psychologisch verschijnsel zien: toen niets meer zeker was en het gezin uiteen dreigde te vallen, was het geloof in Sinterklaas, die er altijd was en naar je lied luisterde, een houvast. Zelfs als er niets in je schoen zat. Rituelen bieden houvast in lastige tijden. Een metafoor voor het christelijk geloof lijkt me echter meer op zijn plaats: de moeder heeft in stilte bewondering voor de manier waarop haar zoon ondanks alles blijft geloven en volharden in zijn vertrouwen dat zijn lied gehoord wordt, dat hij gezien wordt. Zelfs als hij daar grote offers voor moet brengen.
Het verhaal wordt subtiel opgebouwd en maakt iets wat aanvankelijk absurd lijkt tot iets waar je respect voor dient te hebben: iemand die door dik en dun achter zijn overtuiging durft te blijven staan.

Vreemd gaan tijdens het schminken van een Zwarte Piet (Bedrog), het oplossen van de diefstal van Kindeke Jezus uit het stalletje (Kinderdief), Zwervers in je nieuwe huis laten wonen met Kerst (Zwartslapers), deze verhalen zijn inderdaad direct verbonden met de decemberfeestdagen. Dat geldt wat minder voor de man die vlak voor de Kerst tijdens een dienstreis beseft dat hij meer aandacht aan zijn vrouw moet schenken en cadeau's voor haar meebrengt (In vreemde handen), voor Maria die haar zoon als  jong meisje moest afstaan (Maria je zoon zoekt je) en de cardiologe die tijdens een kerstbal in een blauwe jurk naar de intensive care geroepen wordt en voor Maria wordt aangezien (Blauwe Kerst). Geen van deze overige verhalen kon me erg boeien. Maar misschien hoort de sentimentaliteit van bijvoorbeeld Zwartslapers wel bij het idee van een bundel met Kerstverhalen.

Wie niet teveel verwacht, zal zich er ongetwijfeld mee kunnen vermaken tijdens de donkere dagen van december. Maar Eilandgasten vond ik toch een stuk sterker.


Vonne van der Meer - December verhalen. Amsterdam, Contact, 2009. Geb., 142 pg., isbn:978-90-254-3256-0.

© Jannie Trouwborst, december 2016.

Ik lees Nederlands 45/35.

Mijn non-fictie voorkeuren

De één na laatste vraag die Hendrik-Jan ons stelt dit jaar in de serie #50books is vraag 49: Wat lees je naast fictie? (KLIK HIER). Vanaf januari zal Martha (KLIK HIER) het stokje weer overnemen, met een nog geheimgehouden, andere opzet. Ik ben benieuwd!
 
Ik deed hem deze suggestie aan de hand maar uit de antwoorden die binnenkwamen tot zover, blijkt dat niet iedereen begreep wat ik bedoelde. Het ging niet om tijdschriften e.d., maar echt om boeken (#50books).

Maar dan niet met verzonnen, gefantaseerde verhalen (fictie), maar om alle boeken die daar op de een of andere manier van afwijken (non-fictie = niet verzonnen).
Meestal bloggen we over romans of poëzie. Maar ik geloof vast dat iedereen ook andere boeken leest, waar dan niet of nauwelijks over geblogd wordt. En voor zover dat niet te privé is, leek het me leuk om te lezen wat de anderen op dit gebied graag lezen.

Wat mezelf betreft:
- (sociale) geschiedenis, m.n. van Nederland in de 19de, begin 20ste eeuw vind ik interessant
- biografieën uit diezelfde periode
- cultuurhistorische onderwerpen
- natuurfotografie is een van mijn hobby's, dus zowel boeken over de technische aspecten van fotograferen als natuur- en fotoboeken om inspiratie op te doen lees/bekijk ik graag
- dat geldt ook voor kunstboeken: net als poëzie en fotografie kunnen schilderijen/tekeningen/prenten gevoelens oproepen of je weg laten dromen. Het verhaal dat in een roman uitgewerkt is, verzin je zelf terwijl je ze bekijkt
- dan zijn er nog de LAW-wandelgidsen, met niet alleen een routebeschrijving en een kaartje, maar met foto's en achtergrondinformatie/historie van de streek: eerst lezen , later wandelen.
- psychologie en filosofie op z'n tijd
- en dan (zoals vast iedereen) naslagwerken op het gebied van hobby's en interesses.

Natuurlijk lees ik ook tijdschriften, sommige omdat ik er een abonnement op heb, andere omdat je ze nu eenmaal bij je lidmaatschap van de een of andere vereniging krijgt. Daar is veel over de natuur bij, maar ook over lezen, wandelen en cultuurgeschiedenis. Wisten jullie trouwens dat je in de grotere bibliotheken ook heel veel tijdschriften kunt lezen? Zelfs zonder lid te zijn! En dat je als lid de oudere nummers ook kunt lenen?
 
Ik ben reuze benieuwd naar de laatste vraag van Hendrik-Jan en naar de plannen van Martha. Ik wil hem hierbij nogmaals hartelijk danken voor alle inzet! Het is voor mij een inspirerend Jaar van het Boek geweest op deze manier!

Jannie Trouwborst, december 2016.

De leesvraag #50books (KLIK HIER) is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf 2016 doet Hendrik-Jan dat. Vanaf "2016: vraag 2" probeer ik elke week mee te doen.

maandag 5 december 2016

Louis van Dievel - Landlopersblues

Landloper, een woord dat waarschijnlijk niemand meer gebruikt. Tegenwoordig spreekt men over zwervers of daklozen en die zijn doorgaans te vinden in een stedelijke omgeving. Maar er was een tijd dat de ouderwetse landloper van dorp naar dorp zwierf en trachtte aan voedsel te komen door te bedelen, iets te verkopen of muziek te maken. Lange tijd levert dat geen problemen op. Totdat Koning Willem I bij zijn terugkeer in 1815 een totaal verarmde natie aantreft: het is crisis in de Nederlanden. Werkeloosheid en hongersnood treffen grote delen van de verpauperde bevolking. De overlast van daklozen, landlopers en bedelaars dreigt te groot te worden, met name in de steden. Landlopen en bedelen wordt bij wet verboden, zowel in de Noordelijke, als in de Zuidelijke Nederlanden. Wie wordt opgepakt, komt in strafkolonies terecht, zoals Ommerschans (1820 - Overijssel), Veenhuizen (1822 - Drenthe) of Merksplas (1824 - Vlaanderen). Pas in resp. 1993 (Vlaanderen) en 2000 (Nederland)  wordt de wet afgeschaft. Volgens de rechten van de mens kan niemand veroordeeld worden voor arm en dakloos zijn. Dat klinkt alleszins redelijk, maar of het zo ook uitpakte voor alle betrokkenen?

Louis van Dievel (Mechelen - 1953, journalist en schrijver van o.a. De Pruimelaarstraat, shortlist  Libris literatuurprijs 2007) schreef in zijn roman Landlopersblues over het leven van enkele landlopers uit de tweede helft van de 20ste eeuw, die overleden kort voor het einde van de Merksplas als landloperskolonie.

Merksplas is tegenwoordig een gevangenis en strafinrichting. Maar net als in Veenhuizen is er een plek ingeruimd voor een gevangenismuseum en wordt het kerkhof in ere gehouden. Hier zijn sinds halfweg de negentiende eeuw duizenden landlopers begraven, bijna altijd naamloos. De witte kruisjes dragen enkel een nummer. Niemand miste de overleden landlopers. Maar nu gaan steeds vaker kleinkinderen op zoek naar de grootvader wiens naam in de familie taboe is, die nooit heeft bestaan en over wie nooit wordt gesproken.

Landlopersblues begint wanneer kleindochter Anita na lang zoeken het graf van haar grootvader Pol Vervoort ontdekt op het landloperskerkhof van Merksplas. En zich afvraagt waarom hij indertijd vrouw en kinderen in de steek liet.

Een stem geven aan landlopers die niets hebben nagelaten en die geen familie hebben die over ze kan of wil vertellen: hoe doe je dat? De oplossing van Van Dievel is even verrassend als effectief: hij laat ze allemaal zelf aan het woord. Vanuit hun graf communiceren ze met elkaar, zonder dat de levenden het kunnen horen. Want ook zij krijgen een stem in het verhaal: de kleindochter, de weduwe van een cipier en een gepensioneerde cipier die nu voor het kerkhof en het museum zorgt.

De hoofdrolspelers worden op de eerste pagina geïntroduceerd aan de hand van een korte typering. "Pol Vervoort, ex-havenarbeider, landloper". "Jeanne van Gorp, weduwe van cipier Gerard van Gorp". "Nest de Fauw, dief, gedetineerde". Want tussen de landlopers ligt ook een enkele crimineel. In elk hoofdstukje (meestal maar enkele bladzijden lang) horen we de stem van één van deze hoofdrolspelers. Hun trieste voorgeschiedenis wordt stukje bij beetje duidelijk. Maar omdat het er best veel zijn (5 landlopers, 3 gedetineerden en 3 nog levende personen) is het soms wat lastig de levensverhalen uit elkaar te houden. Geregeld terugbladeren naar de eerste bladzijde helpt wel, maar pas bij een tweede maal lezen gingen alle personen echt voor me leven.

Er is een mooie mix gemaakt van de achtergrondverhalen. Zoals van grootvader Pol, die zwerven móest en zelf niet precies weet waarom. Die momenten van spijt had, maar zich tegelijk zo schaamde dat hij geen weg terug meer zag. En die, nu hij Anita hoort en ziet bij zijn graf, nog meer beseft wat hij gemist heeft. En van Jefke, als dwerg geboren, werkend bij het circus met zijn ouders. Hij is pas veertien als ze overlijden en de directeur hem verkoopt aan kermisklanten, die hem vervolgens uitbuiten. Pol ontfermt zich over hem. Of over Berten Bossard, door zijn moeder als heel kleine jongen, samen met zijn broertje zonder uitleg achtergelaten aan de poort van een klooster. De paters misbruiken beide kinderen. Het drijft zijn broertje tot zelfmoord en Berten is daar getuige van. Ze zetten hem buiten zodra hij daar groot genoeg voor is. Het leger lijft hem in voor een extra lange diensttijd, omdat hij niet reageerde op de oproep (die hij in zijn zwervend bestaan nooit ontving). Daar leert hij o.a. zuipen als de beste....

Zo komen alle verhalen voorbij, eigen keus/schuld of juist pech en ongeluk, het maakt niet uit. Uiteindelijk kennen ze elkaar, zoals ze daar nu liggen, van Merksplas. Wie wegens landlopen door de rechter wordt veroordeeld, komt daar terecht. Uit de verhalen wordt duidelijk, dat de landlopers het hier niet slecht hebben. Er heerst wel een zekere orde, alcohol is (officieel) verboden en er moet gewerkt worden. Daar verdienen ze iets mee voor als ze weer vrij komen. In het voorjaar en de zomer zijn ze liever buiten. Maar tegen de winter verzuipen ze hun laatste cent en melden zich daarna als landloper bij de rechter. Die kent hun verhalen inmiddels en veroordeelt ze welwillend tot een verblijf in Merksplas, waar een warm bed en een goede maaltijd wacht.

Daaraan komt een eind als in 1993 de kolonie Merksplas (en het vergelijkbare Wortel) wordt gesloten. Jeanne, de weduwe van een cipier, vertelt daar verontwaardigd over. "Dien je zo de rechten van de mens?" Honderden mensen worden  van de ene op de andere dag op straat gezet en hebben dus in de winter geen toevluchtsoord meer. Merksplas verandert in een gesloten strafinrichting. Drugsverslaafden en illegalen komen in de plaats van de landlopers. De landlopers op de begraafplaats maken dat niet meer mee. Ze zijn allemaal voor 1990 overleden.
Het is knap om zowel al deze feitelijke, als persoonlijke aspecten in een roman te verwerken. Van Dievel maakt op natuurlijke wijze gebruik van Vlaamse woorden en uitdrukkingen, dat leest prettig. Een Vlaamse zwerver spreekt nu eenmaal geen ABN. En de context lost een enkele onduidelijkheid wel op.

Landlopersblues: het verwijst naar de melancholieke muziek die Jaak Ponsaerts uit zijn "mondmuziekje" (mondharmonica) haalde. Als hij zich triestig voelt, speelt hij er improviserend op, is even helemaal weg van de wereld en ontroert iedereen, zelf de stoerste kameraden. Blues, melancholie, heimwee naar de vrijheid van het zwerven, maar ook naar wat verloren gaat in de loop van een mensenleven en niet meer terug te draaien valt: daarover mompelen de mannen onder de voeten van Anita, in zichzelf en soms met elkaar. En Van Dievel maakt ons daar een stille getuige van.

Louis van Dievel - Landlopersblues. Antwerpen, Vrijdag, 2016. Pb., 254 pg. ISBN:978-94-6001-452-9

© Jannie Trouwborst, november 2016

Ik lees Nederlands 44/35. 

Deze recensie verscheen eerder op  De Leesclub van Alles en De Leestafel .

zaterdag 3 december 2016

Hans Peter Roel - Ki: kracht van binnenuit

Ki of Chi zoals de Chinezen het noemen is niets geheimzinnigs. Het is een universele energie die ons omringt en voedt en die we kunnen leren voelen en gebruiken. Daar is wel oefening voor nodig. In de afgelopen vier jaar maakte ik er stapje voor stapje kennis mee via de Tai Chi en Qigong lessen van een gedreven en enthousiaste lerares. Er is nog een lange weg te gaan, maar de eerste resultaten zijn zichtbaar en voelbaar: wie geregeld Tai Chi en Qigong beoefent voelt zich vitaler, gezonder en soepeler. Spieren worden ongemerkt sterker, de ademhaling rustiger, de houding meer ontspannen. En, ook niet onbelangrijk, je bekijkt je omgeving en de zaken die op je pad komen met andere ogen.

De honderden mensen die hier in Zeeuws-Vlaanderen wekelijks de lessen volgen, kennen elkaar inmiddels van workshops in Breskens, Tai Chi weken in Frankrijk (komend jaar in de Ardennen) en inhaallessen op andere locaties. Het voelt goed om allemaal met dezelfde intenties bezig te zijn met deze bijzondere levensfilosofie.

Er valt genoeg over te lezen, zoals het boek Ki van Hans Peter Roel. Ik kreeg het te leen van een van de cursisten en heb het met plezier gelezen. Met Ki en Chi wordt hetzelfde bedoeld. Zeker voor wie de betekenis er al van kent, is het een aanrader. Je leest er dingen in die je zelf al ervaren hebt. Voor wie het nieuw is en er nieuwsgierig naar is, is het een gemakkelijke manier om er kennis mee te maken. En daarna eens een proefles, zou ik zeggen.

Hans Peter Roel heeft een deels autobiografisch, deels verzonnen verhaal geschreven over zijn eigen ervaringen in een boeddhistisch klooster in Nepal. Opgebrand in de bankwereld komt hij bij "toeval" tijdens een week vakantie in Nepal in contact met een Nepalese gids die hem overhaalt mee te gaan naar een klooster in de bergen. Daar leert hij anders naar het leven te kijken, wordt hij ingewijd in het geheim van de Chi en krijgt hij de opdracht deze kennis over de wereld te verspreiden. Hij aanvaardt dat zijn verblijf van vijf weken in Nepal onvermijdelijk tot ontslag zal leiden en zet na thuiskomst zijn opdracht om in daden. Hij gaat boeken schrijven en workshops geven om zo de opgedane kennis te verspreiden.

Verwacht geen literair hoogstandje: een goede redacteur had nog wel wat kunnen schaven aan de tekst, die veel herhalingen en clichés bevat. Maar als je daar over heen leest, leest het vlot en het gaat uiteindelijk om de boodschap. Het boek werd voor het eerst gepubliceerd in 2010. Inmiddels is het aan de 8ste druk toe. Er bestaat ook een werkboek van en Roel heeft een Ki centrum (KLIK HIER) opgericht waar workshops en begeleide meditaties plaats vinden.
Voor mij hoeft dat niet zo nodig. Ik ben dik tevreden met wat onze eigen Tai Chi school (KLIK HIER) aanbiedt. Bovendien moet je het toch vooral zelf doen, door er dagelijks bewust mee bezig te zijn. Maar het kan nooit kwaad eens te lezen over de weg die een ander heeft afgelegd.

Van harte aanbevolen dus voor iedereen die geïnteresseerd is in een leven dat meer voldoening kan geven. Om met Hans Peter Roel te spreken: We zijn de grootste bron van geluk vergeten: onze levensenergie.

Hans Peter Roel - Ki: kracht van binnenuit. Baarn, N.E.X.T. Company, 2010. Pb., 313 pg., isbn:978-90-79677-10-8.

© Jannie Trouwborst, december 2016.

Ik lees Nederlands  43/35