woensdag 18 april 2012

Jan van Mersbergen - De Hemelrat


April 2012 - waardering: 7,5.

Inleiding

Tijdens de Boekenweek 2012 schreef uitgeverij Cossee elke dag een wedstrijdje uit, waarmee een boek te winnen viel. Ik was één van de gelukkigen: ik won een boek naar keuze van Gerbrand Bakker. Ik trok de stoute schoenen aan en vroeg of het ook van een andere Cossee auteur mocht zijn: ik heb nl. alle denkbare titels van G.B al in de kast staan, soms zelfs in verschillende uitgaven. Niet zo lang geleden ontdekte ik Jan van Mersbergen: ik was meteen weg van zijn manier van schrijven. Dus vroeg ik om De hemelrat. Dat kon. Tot mijn verrassing ontving ik zelfs 2 boeken, De macht over het stuur (2003) zat er ook bij. En zo kwam na De grasbijter (2001) en Zo begint het (2009), De hemelrat (2005) aan de beurt.

Samenvatting

Edward, een werkstudent in een ziekenhuis, neemt stiekem een proefdier, een rat, mee naar huis. Nora, een meisje dat hij ontmoet, vraagt hem goed voor het diertje te zorgen. Zij blijkt regelmatig op bezoek te gaan in het ziekenhuis, zeer bezorgd om haar vriend die aan kanker lijdt. Edward op zijn beurt treurt om een geliefde die hem heeft verlaten. Edward en Nora zoeken en vinden (naar blijkt voor een korte tijd) troost bij elkaar waarbij het ratje, dat geluk zou brengen, een belangrijke rol speelt, met als achtergrond het werk en de mensen in het proefdierenlaboratorium en in het ziekenhuis. Heel subtiel worden de gevoelens en de ontmoetingen van de hoofdpersonen, alsmede het bijna onverbiddelijk einde getekend in een zeer goed daarbij passende stijl. (Biblion).

Leeservaring

Wat is het toch met de schrijfstijl van J.v.M. dat maakt dat ik bij elk boek opnieuw het verhaal in getrokken word en tot het eind geboeid blijf? Ik denk dat ik het langzamerhand begin door te krijgen. Ogenschijnlijk beschrijft hij uitermate nauwkeurig en uitgebreid hoe zijn personages zich gedragen, waar ze zich bevinden, hoe hun omgeving eruit ziet. Gedachten en gevoelens worden echter niet of nauwelijks benoemd. En toch gebeurt er iets met je als lezer: de beschrijvingen zijn niet zo onschuldig als ze lijken. Eronder ligt een onzichtbare, maar invoelbare wereld verborgen. De lezer trekt zijn eigen, subjectieve conclusies en creëert zo zijn eigen ideeën over de hoofdpersonen, over hun gedachten en gevoelens en onderlinge relatie. En omdat het slechts vermoedens zijn, wil je ze als lezer graag bevestigd zien en dus blijf je tot de laatste bladzijde geboeid. Er zijn schrijvers die beweren dat een boek tweemaal geschreven wordt: eenmaal door de auteur en eenmaal door de lezer. Voor de boeken van J.v.M. gaat dat zonder meer op.

Maar hoe zit het met de karaktertekening, als er zo weinig verteld en zo veel "geraden" moet worden over de gedachten en gevoelens van de personages? Dit verhaal wordt verteld vanuit een personaal perspectief dat bij uitsluitend bij Edward ligt. Door de bovengenoemde schrijfstijl vormen we ons eigen beeld van deze jongen. Dat lukt vrij aardig: een gevoelige, zwijgzame jongen, slim genoeg om te gaan studeren, maar zonder motivatie. Lam geslagen door zijn verbroken verkering, met heimwee naar zijn geboortedorp, eenzaam in de grote stad, zonder vrienden. Werkstudent in een proefdierenlaboratorium, met weinig contact met zijn collega's. Omdat hij het ratje niet wilde doden (hij vond het in een kooi die schoongemaakt moest worden) neemt hij het mee naar huis. Hij vindt het wel prettig iets van leven om zich heen te hebben.
Van Nora, zijn tegenspeelster, is het moeilijker een beeld te vormen. De lezer ziet haar alleen door zijn ogen en moet net als Edward gissen naar wat er aan de hand is en hoe de zaken zich verder ontwikkelen. Ook dat schept een band tussen de lezer en Edward.
Alle andere figuren blijven vrij vaag: alleen Tom komt iets meer tot leven uit de gesprekken die ze met elkaar voeren.

Het is Tom die hem vertelt dat er een fabel bestaat dat zwarte ratten geluk brengen, dat er in India zelfs tempels zijn waar ze vertroeteld en aanbeden worden. Edward weet niet of hij het geloven moet, maar Nora gelooft er blijkbaar wel in. Vanaf dat ze hem met de rat ontmoet in de tram is ze goede maatjes met het dier. Ze neemt hem ook een keer mee naar het ziekenhuis waar haar ernstig zieke vriend ligt. Daaruit is de titel te verklaren: De hemelrat.

Het verhaal wordt chronologisch verteld, maar aanvankelijk veel en later regelmatig onderbroken door korte flashbacks over de tijd in zijn geboortedorp, veelal opgeroepen door associaties met geuren of geluiden in het lopende verhaal. Ze gaan vaak over Elizabeth, zijn ex-vriendin, over de boerderij van haar vader, over hun onafscheidelijkheid, over de omgeving waar hij opgroeide. Over de breuk die hij nog steeds niet begrijpt.

Is er een bepaald thema in het verhaal? Na 3 boeken van J.v.M. gelezen te hebben krijg ik de indruk dat er één thema is dat ten grondslag ligt aan al zijn boeken (ik zal wel merken bij het lezen van de resterende 3 of dat zo is).  Het onvermogen tot werkelijke communicatie en miscommunicatie. En in het verlengde daarvan verwachtingen en illusies. Als ik me beperk tot dit boek: in de plot van het verhaal wordt duidelijk dat zowel tussen Nora en Edward, als tussen Elizabeth en Edward heel wat verkeerd begrepen en geïnterpreteerd is. Als gevolg daarvan speelt ook eenzaamheid een belangrijke rol. Wie niet in staat is tot echte communicatie zal problemen hebben met het aangaan en onderhouden van relaties en de kansen er wat aan te doen voorbij laten gaan. Wat dat betreft zijn er zeker parallellen te trekken met de Grasbijter en Zo begint het. In dit verhaal was een mooie rol weggelegd voor de troost: Nora en Edward zoeken troost bij elkaar in hun grote verdriet. Voor Edward groeit hun verhouding langzaam tot verliefdheid, voor Nora niet. Hem blijft de hemelrat als maatje en troost.

Kortom: weer een mooi en boeiende boek. Enige minpuntje vond ik het grote aantal korte flashbacks in het begin, ze kwamen een beetje gekunsteld over. Verder niets dan lof.

Jan van Mersbergen - De hemelrat. Amsterdam, Cossee, 2005. Geb., 175 pg. isbn: 90-5936-066-4.

© JannieTr, 18 april 2012.

maandag 9 april 2012

Hans Buddingh - De geschiedenis van Suriname

April 2012 - Waardering: 8,0.

Inleiding

Een goede vriendin, die wist dat ik Suriname als thema voor de leeskring gekozen had dit seizoen, maakte me attent op de hernieuwde uitgave van een standaardwerk over Suriname: De geschiedenis van Suriname door Hans Buddingh. Hoewel ik al eerder een zeer toegankelijk boek over de geschiedenis van Suriname besprak: De geschiedenis van Suriname - Walburg pers wil ik dit boek hier ook noemen voor wie zich uitgebreider wil informeren.

Samenvatting

Suriname werd in 1975 onafhankelijk. Nog geen vijf jaar later pleegden militairen een staatsgreep. Daarna bepaalden de Decembermoorden, drugshandel, een binnenlandse oorlog en economische teloorgang ons beeld van het voormalige Nederlandse rijksdeel. Wat een modeldekolonisatie had moeten worden, was jammerlijk mislukt. In 2010 werd Desi Bouterse, veroordeeld wegens drugshandel en hoofdverdachte in het Decembermoordenproces, de democratisch gekozen president van Suriname. De fascinatie van buitenstaanders voor Suriname is er altijd geweest. Op een kaart werd de 'wilde kust' eind 16e eeuw aangeduid als 'het wonderbaer ende goudrijcke landt'. Slavenhandelaren met hun menselijke koopwaar en plantagehouders maakten van Suriname een wingewest, maar werden ook geconfronteerd met een heftige strijd van weggelopen slaven. Na de afschaffing van de slavernij volgde vanaf eind 19e eeuw immigratie van Hindoestaanse en Javaanse contractarbeiders ten behoeve van de plantage-economie, te midden van sociale spanningen en de roep om autonomie. In dit alom geroemde standaardwerk beschrijft Hans Buddingh' op heldere en boeiende wijze vier eeuwen Surinaamse geschiedenis. Hans Buddingh' studeerde economie en is als redacteur verbonden aan NRC Handelsblad. Hij bezocht voor deze krant veelvuldig Suriname. In 1994 schreef hij met Marcel Haenen het onthullende en geruchtmakende boek. De danser over het Surinaamse drugskartel en de banden met de Colombiaanse cocaïnemaffia (Achterkant omslag).

Leeservaring

N.B. Voor de volledige recensie verwijs ik naar de website van de Leestafel, waar ik een uitgebreidere versie voor maakte: De geschiedenis van Suriname


Volgend jaar is het 150 jaar geleden dat de slavernij in Suriname officieel werd afgeschaft. Op dit moment staat Suriname in het middelpunt van de belangstelling vanwege het aannemen van een amnestiewet die de huidige president Desi Bouterse moet vrijwaren van een veroordeling voor betrokkenheid bij de Decembermoorden van 1982. Dat er nu juist een herziene en uitgebreidere versie van De Geschiedenis van Suriname verschijnt is toeval, zegt de auteur in een interview.

 De 1ste druk van dit door deskundigen zeer betrouwbaar genoemde standaardwerk over de geschiedenis van Suriname verscheen in 1995. In 1999 en 2000 verschenen er geactualiseerde herdrukken. In deze 4e herziene druk uit 2012 is daar de periode 2000-2012 aan toegevoegd en de auteur is er van overtuigd dat er na 2015 opnieuw het een en ander bij zal komen. Dan is niet alleen bekend waar de amnestiewet toe geleid heeft, maar zijn er ook nieuwe verkiezingen met mogelijk een andere meerderheid die de amnestiewet desgewenst kan terugdraaien.

 Misschien wordt het dan ook tijd om eens na te denken over een opsplitsing in twee delen: met zijn 576 pg. is het boek nu al aan de dikke kant. Dat levert overigens geen bezwaren op wat betreft de uitvoering: een prettige lay-out met hier en daar een zwart-wit foto, tabel, landkaartje of grafiek. Ook met de leesbaarheid is niets mis: het boek heeft een duidelijke structuur en de schrijfstijl is onderhoudend. Wie echt in de geschiedenis van Suriname wil duiken, zal niet teleurgesteld worden: het boek leest vlot, verveelt geen moment en is toch uitermate volledig.

Ongeveer de helft van het boek beslaat de periode van de prehistorie (o.a. over de oorspronkelijke bewoners) tot begin 20ste eeuw. Over de transformatie van de plantage-economie en de weg naar autonomie en de onafhankelijkheid en alles wat daarna gebeurde, gaat de andere helft. Een uitgebreide, becommentarieerde literatuurlijst en de index vormen samen de laatste 90 blz. Een gedegen werk dus, maar desondanks niet helemaal volledig.

De focus van het boek ligt op de sociale structuur en de economische en politieke ontwikkelingen van Suriname in de loop der eeuwen. Dat is logisch, gezien de achtergrond van de auteur. En daarom ook is het op deze gebieden een belangrijk standaardwerk geworden.
Voor de cultuurgeschiedenis echter zullen andere bronnen geraadpleegd moeten worden. Want dat daarover een minstens zo dik boek geschreven kan worden, dat staat vast!

Hans Buddingh - De geschiedenis van Suriname. Amsterdam, Nieuw Amsterdam/NRC Boeken, 2012. Paperback, 4de herz. dr., 576 pg., met lit. opg en index. isbn: 978-90-468-1103-0.

©JannieTr, 9 april 2012.

zaterdag 7 april 2012

Cynthia McLeod - De vrije negerin Elisabeth, gevangene van kleur

Maart 2012 - waardering: 7,0.

Inleiding

Het seizoen 2011-2012 van de Leeskring Philippine staat in het teken van Surinaams-Nederlandse literatuur. We begonnen met De groeten aan de koningin (2006), het reisverslag van Karin Anema, om een beetje achtergrondkennis te verzamelen. Daarna de romans: Scheurbuik (2002) van Annette de Vries en  Solo, een liefde (2009) van Tessa Leuwsha, over de keuze van Surinamers tussen blijven of weggaan uit Suriname in de 2de helft van de 20ste eeuw. Het vierde boek was een klassieker: De stille plantage (1931) van Albert Helman, een historische roman die zowel de ellende van de slavernij, als het leven van de planters beschreef, de goedbedoelende en de hardvochtige.
Dit keer was de beurt aan een historische zedenroman met een uitzonderlijke vrouw in de hoofdrol: Elisabeth (1715-1771). Deze roman is gebaseerd op een wetenschappelijke studie van Cynthia McLeod. Het is tevens een zedenschets van de Surinaamse maatschappij in de 18e eeuw (en de beperkte kennis van de Nederlanders overzee van deze kolonie).

Samenvatting

De naam van Elisabeth Samson komt voor in grote historische werken over Suriname, omdat zij in 1764 wilde trouwen met een blanke man en hiervoor geen toestemming kreeg van het koloniaal bestuur. Wat jammer dat ze alleen om dit feit in de geschiedenisboeken genoemd wordt, terwijl ze veel andere belangwekkender zaken verricht heeft. Na een twaalf jaar durend, zeer intensief archievenonderzoek doet Cynthia Mc Leod uit de doeken welk een markante persoonlijkheid Elisabeth Samson geweest moet zijn. Mede daardoor is het Elisabeth gelukt op eigen kracht uit te groeien tot de rijkste vrouw van Suriname in het midden van de achttiende eeuw. Deze periode, die de Gouden Eeuw van Suriname genoemd wordt, werd de piek van de driehonderjarige slavernij. Negers werden uit Afrika gehaald, volgens de Bijbel waren ze voorbestemd slaven te zijn; ze hadden geen rechten, aangezien ze volgens blanke suprematie wel fysieke kracht, maar zeker geen intellect of gevoelens zouden hebben.
Hoe de vrije negerin Elisabeth zich heeft kunnen handhaven in die tegenstrijdige Surinaamse koloniale maatschappij, hoe ze heeft zaken kunnen doen ondanks haar kleur en wat ze daarbij gevoeld en gedacht moet hebben, is het onderwerp van deze boeiende roman. (Achterflap).

Leeservaring

Om met het oordeel van de leeskring te beginnen: het gemiddelde cijfer kwam uit op een 7,5 (ik koos hierboven toch voor een iets lager cijfer, omdat de stijl me iets tegenviel). Daar keek ik van op, omdat het een behoorlijk dik boek is en vooral de aanloop van het verhaal wat moeizaam is. Dat bleek ook het voornaamste bezwaar te zijn: men had liever een overzicht gehad met de ingewikkelde familiestructuur. Niet alleen liepen de bloedbanden nogal grillig (ook door verhoudingen tussen slavinnen en plantagehouders), daarnaast gingen vrije slaven andere namen gebruiken. Vrij kon een slaaf worden doordat zijn meester dat zo bepaalde (vaak vanwege een bloedband) of door geboorte: wie geboren werd uit een vrije slavin werd een vrijgeborene. En zo iemand was Elisabeth. Ten grondslag aan haar maatschappelijke succes lagen de opvoeding door een blanke man die met haar oudste halfzus was getrouwd. Dit huwelijk was wel toegestaan, omdat haar zus vrij en een halfbloed was (onecht kind van een planter). Zijzelf was een volbloed negerin. Mede door haar opvoeding logenstrafte ze alle vooroordelen: ze was intelligent en succesvol. Ze deed in niets onder voor blanke tijdgenoten, stak zelfs met kop en schouders op alle gebieden boven hen uit en dat was bedreigend.

De vragen bij dit boek staan elders op het weblog (kijk onder Suriname of discussievragen). Ze gaan zowel over de vorm als de inhoud. Hieronder een verslag van de discussies over enkele daarvan.

Wanneer een boek gebaseerd wordt op een jarenlange studie is dat vaak in de roman terug te zien. Men vond dat het meeviel: alleen aan het einde werd het wat rommelig. het was duidelijk dat McLeod niet af wilde wijken van de feiten, maar daardoor werden de beide laatst geïntroduceerde mannen een soort karikaturen. Haar obsessie persé te willen trouwen met een blanke werd bijna ongeloofwaardig, maar zo lagen nu eenmaal de feiten. Je zou het boek bijna kunnen beschouwen als literaire non-fictie, zo strak heeft McLeod zich aan de feiten gehouden.
Een uitzondering daarop vormt het dagboek van Elisabeth tijdens haar verblijf (verbanning) in Nederland. Niet alleen is dit fictie (er was geen dagboek), het is ook het deel waarin Elisabeth zelf aan het woord is en eindelijk echt gaat leven voor de lezers. Iedereen vond dit deel het aantrekkelijkst. Men was het erover eens dat het karakter van de andere hoofdfiguren niet echt uit de verf kwam.

Bij de bepaling van het genre werd unaniem gekozen voor historische roman. Daarnaast vond men het een zedenschets, van een echte psychologische roman was geen sprake. De meeste karakters bleven vaag en ook Elisabeth maakte niet echt een ontwikkeling door. Ze leek nogal op zichzelf gericht en haar obsessie: dezelfde rechten hebben als blanken. Maar niets over de emancipatie van andere gekleurde mensen. Ze had zelf ook slaven, al behandelde ze die over het algemeen iets beter, maar paste zich verder perfect aan aan de blanke maatschappij. Ze veroordeelde alleen onmenselijkheid, maar niet de slavernij op zich. Tot het eind van haar leven vocht ze slechts voor gelijke rechten voor zichzelf.

De titel is goed gekozen: gevangene van kleur. Door haar talenten en opvoeding logenstrafte ze alle vooroordelen over zwarte mensen, maar aan discriminatie viel weinig te doen. Dat is het basisthema van dit boek, naast de daarmee verbandhoudende negatieve thema's als slavernij, onderdrukking, kolonialisme en de positieve: emancipatie en doorzettingsvermogen.
Interessant is nog om op te merken, dat McLeod het aandurfde een historische roman te schrijven over een vernederende periode die de creoolse bevolkingsgroep het liefst doodzweeg. Als er al historische romans verschenen, dan gingen die over verzetshelden. Hier wordt echter een sterke zwarte vrouw opgevoerd, die haar rol opeiste in een kolonialistische maatschappij gebaseerd op slavenarbeid die ze als vanzelfsprekend accepteerde. Ze wilde beoordeeld worden op haar prestaties, niet op haar kleur.

In een scholierenverslag over het boek merkt een leerlinge op, dat ze trots is op Elisabeth. De leeskring debatteerde nog even over de reikwijdte van die opmerking. Is Elisabeth een rolmodel? Niet als toonbeeld van emancipatie van zwarte vrouwen, maar wel als voorbeeld van een sterkte vrouw, die zich door niets of niemand van haar doel af liet houden. Die geen gevangene wenste te zijn van haar kleur en die op eigen kracht haar gelijkwaardigheid bevocht. Geen slachtoffer van de omstandigheden of het verleden, maar een zelfbewust mens dat verantwoordelijk voor haar eigen leven nam.

Heeft McLeod het zo bedoeld? Wil ze daarmee de huidige Surinamers een spiegel voorhouden? Misschien, maar ze mag daarbij niet vergeten, dat Elisabeth een enorme voorsprong had op veel van haar huidige landgenoten: ze groeide op in een rijk en intellectueel milieu en ze bezat talenten die daar volop tot ontwikkeling konden komen. Vergelijkbaar met de start van McLeod zelf, als dochter van de eerste president van Suriname Johan Ferrier. Ze zal zich verwant voelen aan Elisabeth, net als Jetty Mathurin (die toevallig deze week de hoofdpersoon was in Verborgen verleden - Uitzending gemist). Ook zij benadrukte de kracht van haar voormoeders in de Surinaamse geschiedenis, ook zijzelf straalt dat uit: je bent geen slachtoffer van je verleden, tenzij je dat zelf wilt.

Discussiestof genoeg dus. Wie de vragen bij dit boek voor de eigen leesclub wil gebruiken, vindt ze hier. Samenvattend: een onderhoudend boek met veel discussiepotentieel.
Op internet is volop materiaal over Cynthia McLeod en over haar andere boeken te vinden.

Cynthi McLeod - De vrije negerin Elisabeth, gevangene van kleur. Schoorl, Conserve, 2000. Geb., 508 pg. isbn: 9054290773.

@JannieTr, 7 april 2012.

vrijdag 6 april 2012

Vragen bij De vrije negerin Elisabeth, gevangene van kleur - Cynthia McLeod.


1. McLeod heeft 5 jaar lang studie verricht naar de figuur van Elisabeth Samson (1715-1771). Na het verschijnen van deze wetenschappelijke studie heeft ze nog eens 8 jaar de sociale structuur en het maatschappelijk leven uit die periode bestudeerd. Dat alles is in 2000 verwerkt in deze roman.

Hoe beoordeel je het resultaat? Is het een leesbare roman geworden?

2. Biblion (die de korte besprekingen levert in de bibliotheekcatalogus bij alle boeken) stelt: Dit is geen psychologische roman, maar eerder een boeiende zedenschets voor lezers met belangstelling voor Suriname en de Surinaamse geschiedenis.

Ben je het daarmee eens?

3. McLeod was lerares Nederlands op het VWO in Suriname en zegt gestimuleerd te zijn door haar leerlingen om historische romans over de Surinaamse geschiedenis te gaan schrijven: er werd te weinig over gesproken in Suriname. Ze doet dat systematisch, van de eerste kolonisten tot de revolutie van Bouterse. Daarbij wil ze blank èn zwart een plaats in deze geschiedenis geven.

Hoe schildert ze in dit boek die verhouding? Gebeurt dat op een stereotype manier: alle blanken slecht, alle zwarten slachtoffer? Veroordeelt ze in haar boek de sociale structuur en het maatschappelijke leven in de beschreven periode of laat ze dat oordeel aan de lezers over door alleen te beschrijven wat tijdens het leven van Elisabeth de gewoonste zaak van de wereld was?

4. In het voorwoord stelt McLeod: Elisabeth Samson heeft in haar leven laten zien dat een zwarte vrouw met lef en moed, met kennis en ontwikkeling en vooral zonder angst en sakifasi-gedrag (onderdanigheid), in staat was zelfs binnen een slavenmaatschappij een belangrijke financiële positie te veroveren, alle racistische vooroordelen en tegenwerking ten spijt. Zij wachtte niet tot men iets voor haar kwam doen, maar nam het lot in eigen handen, Met deze roman heb ik dat aan willen tonen.

Vind je die poging geslaagd? Komt Elisabeth in dit boek naar voren als een uitzondering of als een voorbeeld/aanmoediging voor andere zwarte vrouwen? Wellicht ook voor die van nu?

5. In het tweede deel: Elisabeths dagboek lezen we wat Elisabeth vindt van de Nederlanders en hun kennis van Suriname (dit is een gefingeerd dagboek). I.t.t. de rest van het boek is dit in de ik-vorm geschreven.
 Welk beeld schetst Elisabeth? Wat doet de keuze voor de ik-vorm voor het verhaal?

6.  De historische research voor dit boek wordt geprezen, de literaire kwaliteit zwak genoemd. Zo vindt men de historische karakters te weinig tot leven komen. "McLeod beschrijft de feiten exact, maar slaagt er zelden in de beweegredenen of emoties van haar personages voelbaar te maken." (Boek-delen, nr. 1 2001). Dat geldt net name voor de passages aan het eind van haar leven waarin ze plotseling besluit te gaan trouwen met een nog niet eerder geïntroduceerde schuldenaar. En als die overlijdt met een andere onbekende blanke man.

Hoe heb jij dit ervaren? Geldt het voor alle karakters?

7. Vooral het begin van de roman heeft volgens critici te lijden onder "een overvloed aan clichés,  breedlopige uitweidingen en zinloze opsommingen van namen" (Trouw, Jos de Roo, 2000/11/04).

 Heb je dit ook zo ervaren?

8. M. Bingley constateert in Yord (21 mrt. 2001): "De lezer gaat zich afvragen in hoeverre er sprake is van een objectieve benadering. Soms krijg je het gevoel dat McLeod zich zo verwant voelt met Samson, en zo veel sympathie voor deze vrouw koestert, dat ze haar fantasie wel erg de vrije loop laat om een positief beeld van haar te schetsen. Het beeld van een vrouw die op alle fronten werd tegengewerkt door de kolonisator, en eigenlijk als martelaar moet worden erkend. "

Heb jij die indruk ook?
 
9. Is er in dit boek sprake van een alwetende verteller? (M.u.v. Elisabeths dagboek).

10. Bij het zoeken naar informatie vond ik een scholieren-boekverslag, dat geschreven is door een Surinaams meisje. Ze gaf aan dat ze zich goed in had kunnen leven in Elisabeth en sprak er zelfs over dat ze zich "trots voelde" toen het uiteindelijk zo goed ging met Elisabeth.

Hoe groot acht je de kans dat Surinaamse vrouwen dit boek anders waarderen dan Nederlandse? Kun je dat nader verklaren?

©JannieTr,  26 febr. 2012

dinsdag 27 maart 2012

Cesare Pavese & Bianca Garufi - Het grote vuur


Maart 2012 - waardering: 8,0.

Inleiding

Met de kleine Uitgeverij Karaat maakte ik kennis via de verhalenbundel Het dodevissenmuseum van D'Ambrosio. Op hun website las ik over Het grote vuur van Cesare Pavese & Bianca Garufi. Daarna las ik nog vele lovende recensies over het boek. En hoewel ik zelden vertaalde literatuur lees, werd ik er steeds nieuwsgieriger naar. Toen zich de mogelijkheid voordeed het via een prijsvraag te winnen, waagde ik een gokje. Afgelopen vrijdag lag het op de deurmat en na één bladzijde gelezen te hebben wist ik dat ik dit boek eerst wilde lezen, ondanks al die andere mooie boeken die liggen te wachten.

Samenvatting

Een man, een vrouw, onbeantwoorde liefde, en een verzwegen verleden.
In de nadagen van haar relatie met Giovanni ontvangt Silvia een dringend bericht: ze moet zo snel mogelijk terugkeren naar haar geboortedorp. Ze vraagt Giovanni haar te vergezellen naar de familie die ze al jaren niet gezien heeft. Omdat Giovanni hoopt dat hun relatie daardoor weer zal opbloeien, accepteert hij meteen. Samen reizen ze naar het Italiaanse platteland, naar het dorp waar Silvia opgroeide, en naar haar moeder en stiefvader, die ze ooit, om voor Giovanni onbekende redenen, ontvlucht is. Daar aangekomen is niets wat het lijkt, en komt de liefde tussen beiden nog meer onder druk te staan. Maar beetje bij beetje lijkt Giovanni Silvia’s verleden te doorgronden.
Het grote vuur is niet alleen een prachtige schets van een broze relatie, het is ook een zeer persoonlijk verhaal, dat symbool staat voor hoe mensen worden bepaald door hun afkomst en omgeving, en dat toont hoe teder en wreed liefde kan zijn. (Flaptekst).

Leeservaring

Eigenlijk was het volkomen onlogisch dat dit boek iets voor mij zou kunnen betekenen. Ik lees zelden vertaalde literatuur, bang om iets te missen van het taalspel van de oorspronkelijke auteur. Daarnaast was het al meer dan 60 jaar geleden geschreven en bovendien oorspronkelijk Italiaans.
Italië, ik ben er nooit geweest, ken de landschappen alleen van films en documentaires. En erger: ik weet weinig van de Italiaanse literatuur: de grote namen uit de literatuurgeschiedenis op de middelbare school (zoals Dante Alighieri, Petrarca, Boccaccio, Machiavelli) en een enkeling uit de 20ste eeuw ( zoals Alberto Moravia, Umberto Eco, Primo Levi).
Zoals gezegd: ik houd me doorgaans bezig met Nederlandse literatuur. Maar Het dodevissenmuseum van D'Ambrosio maakte me nieuwsgierig naar andere boeken van Karaat en de recensies over Het grote vuur deden de rest. Tja en als je dan ook nog een exemplaar wint, dan is er geen excuus meer er niet op z'n minst iets van te proeven.

Tegen mijn gewoonte in ben ik achterin het boek begonnen: daar vond ik een nawoord van de vertalers, dat me een beetje wegwijs maakte in de achtergronden van de beide auteurs en hun onderlinge verhouding. Het werd gevolgd door een essay van Alejandro Zambra: Op zoek naar Pavese. Hoewel er parallellen getrokken werden tussen feit en fictie was het voor mij toch vooral achtergrondinformatie die ik interessant vond om te lezen, maar die niet de leesbeleving van het boek zelf beïnvloedde. Misschien maar goed ook, want wie tijdens het lezen voortdurend bezig is met zich af te vragen waar het verhaal aan de werkelijkheid raakt, mist beslist een deel van de schoonheid ervan.

Allereerst die gedateerdheid: geen sprake van. Het is geschreven in de stijl die mij het meest aanspreekt: vertel zo weinig mogelijk, laat de lezer zelf nadenken, aanvullen, fantaseren. Dat werd nog versterkt door het perspectief. Afwisselend hebben Pavese (als Giovanni) en Garufi (als Silvia) een hoofdstuk in ik-perspectief geschreven.  Het legt genadeloos hun onvermogen tot  communicatie en wederzijds onbegrip bloot, ze verzwijgen dingen voor elkaar, begrijpen elkaar verkeerd. De lezer ziet waar en hoe het onherroepelijk misgaat en hoe ze ondanks hun grote liefde elkaar voorgoed kwijt zullen raken en houdt daar een machtloos gevoel aan over.
De liefdesgeschiedenis, het drama dat zich afspeelt, het lijden van deze twee mensen onder een verborgen, onderdrukt en verzwegen verleden, het is een beklemmend verhaal. Tel daarbij op nog hun eenzaamheid en machteloosheid die woede en wraakgevoelens oproept. En zelfvernietiging? Ook dat laatste wordt aan lezer overgelaten.
Het script werd (volgens het nawoord) pas na de dood van Pavese gevonden. Was het boek klaar? Het lijkt erop dat ze het goed vonden zo. Al schreef Garufi er later nog een vervolg op: Il fossile (1962).

Ook al loopt het verhaal door en reageren ze op elkaar, toch leggen beide auteurs hun eigen accenten. Voor Pavese is dat de geboortegrond en de bloedband, de rituelen in de dorpsgemeenschap en het landschap. Ze zijn voor hem een wezenlijk onderdeel van wie een mens is en waaraan hij nooit zal kunnen ontsnappen. Voor Garufi is het het verdrongen verleden en de manier waarop dat het leven van Silvia bepaalt. Het grote vuur is voor haar iets waaraan niet te ontsnappen is:

"Geboorte, dood, alles, ook de meest ontstellende gebeurtenissen, leek willekeurig plaats te vinden. Er was een vuur dat altijd brandde, en geboorte, dood, oorlogen en overstromingen gingen op in die vlammen. Ik zei: "Catina, hier sta je altijd midden in het vuur". "Een groot, groot vuur", zei Catina. En gedurende de nacht voelde ik dat mijn moeder brandde, dat Dino brandde en dat ook ik weer had vlam gevat. Ik zei: "Die arme kerel die met me is meegekomen".

De stijl van Pavese is wat afstandelijker dan die van Garufi, maar tijdens het lezen is dat niet vervreemdend: ook als een auteur twee ik-perspectieven kiest, zullen er doorgaans (bewust gekozen weliswaar) verschillen zijn. Voor de beleving van dit verhaal was het misschien zelfs beter zo.

Kortom: het beviel onverwacht goed, Het grote vuur. Zo goed, dat het binnenkort beslist nog eens gelezen zal worden.  

Cesare Pavese & Bianca Garufi - Het grote vuur - ISBN 9789079770069 - Paperback, 144 p., € 16,90
Vertaling Evalien Rauws & Luc de Rooy. 

©JannieTr, 27 maart 2012.


Cesare Pavese (1908-1950) wordt beschouwd als een van de beste Italiaanse auteurs van de twintigste eeuw. Hij schreef romans, poëzie, essays, verhalen en een dagboek (Leven als ambacht), waarin hij zijn streven en falen in de liefde genadeloos becommentarieerde, en waarin hij zijn zelfmoord ‘literair aankondigde’. Het grote vuur is de enige roman van zijn hand die tot nu toe onvertaald is gebleven in het Nederlands.
Bianca Garufi (1918-2006) schreef poëzie en romans. Ze vertaald onder anderen Claude Lévi-Strauss en Simone de Beauvoir, en werkte als psychoanalytica. Tussen 1945 en 1958 was ze in dienst bij de Italiaanse uitgeverij Einaudi, waar ze Pavese ontmoette en samen met hem aan Het grote vuur werkte. Later zou zij zelf een vervolg erop schrijven: Il fossile (1962).

zondag 18 maart 2012

Jan van Mersbergen - De grasbijter


Maart 2012 - waardering: 8,0.

Inleiding

In 2012 viert uitgeverij Cossee haar tienjarig jubileum met een serie van 10 feestboeken. Een ervan, De grasbijter, heb ik meteen besteld, omdat ik na het lezen van o.a. Zo begint het heel nieuwsgierig ben geworden naar de andere boeken van Jan van Mersbergen. Daar kwam nog bij dat hij een hoofdstuk uit dit boek voorlas bij VPRO's Donkere Dagen. Dat greep mij zo aan dat de keus voor het volgende boek snel gemaakt was. De grasbijter (2001) werd in 2002 genomineerd voor de Debutantenprijs. Hoewel hij die niet won, waren er lovende recensies van o.a. Het Parool, De Volkskrant en de Leeuwarder Courant. Meer info over zijn boeken en een dagelijks bijgehouden weblog zijn te vinden op www.janvanmersbergen.nl.

Voor deze jubileumuitgave heeft Jan van Mersbergen achterin een aantal discussiepunten voor leesclubs geschreven. Ook voor de individuele lezer kunnen die een eyeopener zijn.

Samenvatting

Francis, een eenvoudige man van een jaar of dertig, leeft met zijn hond Cesar teruggetrokken ergens op het platteland, in het huis waar vroeger ook zijn ouders en zusje woonden. Hij zorgt voor het vee, gaat naar zijn werk, kuiert door de dag en slaat zich redelijk, zij het alleen, door het leven. Tot op een zeker moment Cecile, een meisje van zijn vroegere school, belangstelling gaat vertonen voor zijn oude piano. Het zet zijn hele leven op z'n kop. Zijn beperkte bestaan krijgt plotseling een weidsheid die hem duizelig maakt en hem van streek brengt. Maar met zijn schuchtere liefde kan hij geen kant op. Hij heeft lief zoals hij leeft: in stilte. Aan de kleine treurnis van zijn bestaan meent hij met een grote Daad een eind te kunnen maken - een daad van gerechtigheid. Ingehouden, zonder enige sentimentaliteit en in een heldere taal schetst Van Mersbergen het lot van deze droevige figuur. (Uitg. Cossee).

Leeservaring

In het hoofdstuk dat J. van M. voorlas bij de VPRO vindt een dramatische gebeurtenis plaats. Een van de weinige in het boek, maar met een grote impact. Ik had bij het lezen van dit boek liever niet de kennis gehad die ik opdeed bij de voorlezing, al werd het verhaal er niet minder spannend door. Maar ik wil de gebeurtenis daarom hier niet noemen: ik denk dat het nog heftiger is, als je het niet weet. 

Zoals gezegd: er gebeurt weinig schokkends in het leven van Francis, zijn werk is eentonig, hij heeft weinig contacten, hij voelt zich in de steek gelaten door zijn ouders. Hij voelt zich verantwoordelijk voor de schapen en de kippen, de boomgaard en de moestuin, maar meer omdat hij zich steeds afvraagt wat zijn vader ervan zou vinden dat hij de boel verwaarloost dan dat hij belangstelling voor het boerenleven heeft. Toch heeft hij wel een band met de dieren, geniet hij van de natuur om hem heen en zorgt hij op een soms ontroerende manier voor de dieren die van hem afhankelijk zijn. Hij doet er echter alles aan om vreemden van zijn erf te weren. Alleen zijn collega John en de buren met hun gehandicapte zoon Tom, waar hij erg goed mee kan opschieten, ontvangt hij graag. De telefoon laat hij vaak bellen, het lijkt er op dat hij zijn ouders aan de telefoon verwacht en zich zo in de steek gelaten voelt of schuldig omdat hij het boerenwerk niet serieus heeft opgepakt, dat hij ze niet wil speken. Verder kabbelt zijn leventje voort.

Tot iemand met Cecile de piano komt halen die toch niet gebruikt wordt. Meer nog dan het meisje zelf is het de (klassieke) muziek die hem in vervoering brengt, al denkt hijzelf verliefd te zijn. Hij wordt er onrustig van, zijn bestaan wordt op z'n kop gezet. Hij leent zelfs een auto om een keer naar een uitvoering van Cecile in de stad te gaan en hoort weer die wondermooie klanken. Hij is te schuchter om lang met haar te praten. Bij een tweede concert speelt ze extreem moderne muziek, hij vindt het vreselijk en als dan ook nog blijkt dat ze een vriend heeft waar hij zich duidelijk minderwaardig bij voelt, keert hij vol frustratie terug naar huis. Alsof dit niet genoeg is, krijgt hij een nog groter drama te verwerken.

Het perspectief ligt uitsluitend bij Francis, maar de lezer komt nauwelijks direct iets van zijn gedachten en gevoelens te weten. Het bijzondere aan de stijl van dit boek is, dat de schijnbaar onbeduidende gedragingen van Francis zijn meestal onuitgesproken gedachten en gevoelens bij de lezer oproepen. Je voelt zijn onzekerheid, zijn tegenzin tegen zijn eentonige werk, zijn schuchterheid en eenzaamheid, zonder dat er ergens over gesproken wordt. En de woede (zoals in een van de recensies wordt opgemerkt) die onderhuids voortwoekert en aanzet tot verzet tegen het lot dat hem in zijn greep lijkt te hebben. We krijgen wel een beeld van zijn karakter, maar of dat het juiste is?

Het verhaal wordt chronologisch verteld, met een enkele, korte flashback, het beslaat waarschijnlijk maar een paar maanden (het lijkt voorjaar en zomer te zijn). De titel De grasbijter zou kunnen verwijzen naar de term die wordt gebruikt voor kalveren die groot genoeg zijn om in de wei te mogen lopen, gras te eten en geen melk meer drinken. Is Francis ook een symbolische grasbijter, te jong door zijn ouders in de steek gelaten? Of bijt hij zich vast in het gras van zijn kleine wereld, waar hij ondanks alles veel van houdt en die hij verkiest boven het stadse en de voorbij rijdende auto's op de dijk? 

Er zit veel symboliek in het verhaal, het weer speelt een rol, de dieren, de muziek. Heel mooi wordt dat bv. beschreven in een kort hoofdstuk dat (in deze uitgave) op blz. 155 staat, dat begint met een opbollende witte wolk boven de polder. Of als het over Cesar gaat, die echt blij is hem te zien en met wie hij hele gesprekken voert. Of de schapen die hem opzoeken als hij verloren in het duister in de boomgaard zit.

Een bijzonder boek, dat spannend is zonder dat er veel gebeurt, behalve die dramatische gebeurtenis dus, die ik niet wil verklappen.  Ik zou zeggen: lees het zelf maar!

Jan van Mersbergen - De grasbijter. Amsterdam, Cossee, 2012. Jubileumuitgave, geb. in linnen band, 191 pg., met leesclubdiscussietips.

©JannieTr, 18 maart 2012.

10-jaar Cossee jubileumboeken
De eerste vijf van deze tien boeken ligt nu in de winkel: In ongenade van J.M. Coetzee, De stem van Tamar van David Grossman, Vrouw in de schaduw van Dorinde van Oort, De grasbijter van Jan van Mersbergen en Rakelings van Yolanda Entius. Alle boeken zijn voorzien van een auteursinterview of leesclubvragen, zijn gebonden in linnen en kosten slechts € 12,50.