maandag 13 november 2006

Arjan Visser – De laatste dagen



November 2006 – Waardering: 8,5.

Korte inhoud:

De laatste dagen
begint met een rapport van een zenuwarts uit het begin van de 20ste eeuw. Hij is naar een afgelegen dorpje ontboden omdat daar een geval van godsdienstwaanzin zou hebben plaatsgevonden, met dodelijke afloop.
Dan start het eigenlijke verhaal en maken we kennis met twee echtparen. Het ene bestaat uit een in alle opzichten mislukte huisarts en zijn energieke, maar alsmaar gefrustreerder rakende echtgenote. Van het andere echtpaar, een boer en zijn vrouw, is de man ook geestelijk niet zo stabiel, maar zeer godsvruchtig en is de vrouw ook zeer doortastend.
Door toedoen van een ietwat wazige, zelfbenoemde prediker komt er een proces op gang dat de levens van onder andere deze mensen ingrijpend beïnvloedt. De pogingen van met name de boerin om haar doel te bereiken, leiden tot een zeer verrassende afloop.

Verhaalanalyse:

- Opbouw:
Het boek bestaat uit 4 delen. “Vooraf” bevat het rapport van Prof. Dr. P. Rijnierse, waarin zijn verslag van de vermoedelijke gebeurtenissen en voorlopige conclusies staan. Dan volgt deel I, waarin het verhaal van de huisarts en zijn vrouw verteld wordt. In deel II komen de boer en zijn gezin aan de beurt en zijn we getuige van de verwikkelingen rond de godsdienstwaanzin en de uiteindelijke moord. In deel III komen we de huisarts en zijn vrouw weer tegen. De verbinding tussen al deze delen is 1 persoon: de onechte zoon die de huisarts bij de boerin verwekt heeft en die zich later als knecht op de boerderij meldt. Daarnaast is het boek ingedeeld in hoofdstukken, die binnen de delen doornummeren: daarmee aangevend, dat het verhaal een geheel vormt. Het dagboek van de knecht krijgt ook deze hoofdstuknummers, maar heeft een ander perspectief en is cursief gedrukt. Dat geldt ook voor de brieven van de doktersvrouw in deel I.

- Tijd:
Het verhaal speelt zich af tussen ca. 1890 en 1910. Het “Vooraf” is een achteraf reconstructie van het verhaal dat nog komen gaat. Toch verklapt het niet de plot. De reconstructie is nl. niet helemaal in overeenstemming met de “werkelijkheid” uit het verhaal. Zowel deel I als deel II worden chronologisch verteld, maar lopen ook deels parallel. Het einde verbindt de delen. De vertelde tijd is ca. 20 jaar. De verteltijd is wisselend. In deel I wordt in kort bestek het leven van het echtpaar Boon geschetst tot de verhuizing naar een andere stad en het bezoek van een zwangere oud-patiënte. De rest van het deel gaat over de oplossing van dit probleem. In het laatste hoofdstuk treedt opnieuw een verdichting op: de volgende 18 jaar tot aan de verdwijning van de huisarts. In deel III is de verteltijd weer de vertelde tijd: de vondst van de arts en zijn overlijden. Ook in deel II over het boerengezin en de godsdienstwaanzin is een afwisseling te zien: het begint met een dag uit het dagboek van de nieuwe knecht, waar in de vertelde tijd de verteltijd is. Daarna een verdichting, die het leven van de boer en boerin tot dan toe beschrijft. Vanaf de komst van de knecht tot het offer is de vertelde tijd de verteltijd, al worden er (ook in het dagboek) flashbacks gebruikt. Het dagboek en de hoofdstukken over de boer wisselen elkaar af en lopen aanvankelijk niet synchroon, daarna wel, tot de laatste dagboektekst, waarvan de beschreven dag na de dagen in het vorige hoofdstuk ligt. De plot van het verhaal eiste dat.

- Plaats en ruimte:
Het verhaal speelt zich af in een plattelandsdorpje. Deels in het grote doktershuis en deels op en om een boerderij. De opbouw tot de climax van de moord vindt vrijwel geheel binnenhuis plaats. De geïsoleerdheid van zowel een plattelandsgemeente als de boerderij zijn functioneel voor het verhaal: de onbekwame dokter zit hier mooi opgeborgen, de godvrezende boer komt in dergelijke omgevingen ook meer voor en op de afgelegen boerderij kan de waanzin zich ongestoord ontwikkelen.

- Perspectief en verteller:
Er is hoofdzakelijk sprake van een alwetende verteller. Toch zijn er ook enkele andere perspectieven. Het rapport waar het verhaal mee begint, is geschreven vanuit het perspectief van de psychiater. Dat is functioneel voor de plot, want als je het rapport aan het einde van het verhaal nogmaals leest, ontdek je, dat hij de werkelijke gang van zaken niet doorzien heeft. De brieven van de doktersvrouw aan haar zuster zijn vanuit haar perspectief geschreven. De functionaliteit daarvan moet ik nog achterhalen. We leren haar ook kennen via de alwetende schrijver. Het dagboek van de knecht is uit zijn perspectief geschreven. Dat is functioneel, omdat hij in het verhaal zelf nauwelijks aan bod komt en toch eigenlijk een hoofdrol speelt. Ook houdt hij zich afzijdig van de godsdienstwaanzin. Uit zijn dagboeken wordt duidelijk dat hij niet zag aankomen wat er met hem stond te gebeuren.

- Personages:
De hoofdrolspelers zijn de huisarts Boon (alias Borislawski) en zijn vrouw Nella, de boer Simon en zijn vrouw Louise (alias de zwangere patiënte van Boon) en Peregrino (de zelfbenoemde prediker). De knecht (zonder naam, onecht kind van Boon en Louise), Zeger (de zoon van Simon en Louise) en Rebecca (dochter van beiden) maken een belangrijk deel van het verhaal uit, zonder echte hoofdrolspelers genoemd te kunnen worden. De bijrollen zijn voor de surrogaatmoeder van de knecht, de oude dames en het achterlijke meisje kind die meedoen aan de bijeenkomsten op de boerderij, de psychiater (als opsteller van het rapport) en het dienstmeisje (dat 18 jaar geleden langs kwam op de boerderij en door Simon gebruikt werd). Ook de stationschef speelt een bijrol,tevens typetje (punctueel).
Boon, Nella, Simon en Louise zijn round-characters. Ze worden getekend door de alwetende schrijver, die henzelf beschrijft en dat de anderen in het verhaal laat doen. Daarnaast schrijft Nella nog brieven aan haar zus.
Peregrino (Spaans voor pelgrim) leren we alleen kennen in zijn godsdienstwaan. Zijn afkomst blijft vaag, net als hoe hij zo geworden is. Van Zeger komen we te weten dat hij een sadistische opportunist is, Rebecca blijft lang onduidelijk. Via het vertekende beeld in het dagboek van de knecht ontstaat een valse voorstelling, die in het laatste hoofdstuk wordt ontzenuwd. (Zeger is “met de helm geboren” (een vlies over zijn hoofd, maar of dat nog een rol speelt?)).  Ook voor de knecht geldt: we leren hem vrijwel alleen kennen via zijn dagboek (eigen perspectief vertekent) en in het laatste hoofdstuk via Rebecca. We weten niet eens zijn naam. Deze  4 mensen hangen tussen round en flat in.
De overige genoemde personen zijn flat-characters, de stationchef zelfs een typetje.

- Verhaallijnen:
Door slim gebruik te maken van wel of geen namen bij personen of andere namen te gebruiken (Boon-Borislawski b.v.) komen de verhaallijnen uiteindelijk op een verrassende manier samen. Pas bij een tweede lezing wordt duidelijk hoe ingenieus een en ander in elkaar past. Hoe er tal van verwijzingen zijn naar de werkelijke verhouding tussen de verschillende personages. Zo lijkt de laatste brief van de knecht een open einde in te houden: is hij “geofferd” door Simon? In het rapport staat: de knecht is verdwenen. In het laatste hoofdstuk spreekt de stationschef over “een ongeschoren jongeman die naar het buitenland vertrok”.
Er schijnen losse eindjes te zijn in de verhaallijnen, maar ik kon ze niet ontdekken. Behalve de oorsprong van Peregrino (die zwervend aankwam lopen, als vermist opgegeven door zijn vrouw).

- Thema:
Het thema van het boek zou kunnen zijn: het zoeken naar houvast, controle. Voor sommigen is dat de godsdienst (Simon en Peregrino), voor anderen status (Nella Boon en Louise), voor weer anderen macht (Zeger en Rebecca) en voor weer anderen liefde (de knecht). In het boek wordt uitgediept hoe ver mensen bereid zijn te gaan daarvoor.
Een sleutelrol  speelt het bijbelverhaal over Abraham, die zijn zoon Isaäk moet offeren.

- Motieven:
De laatste dagen??

- Titel:
De laatste dagen. Hoewel Arjan Visser zelf aangeeft in een interview dat de titel slaat op de laatste dagen van het varken (dat geslacht gaat worden), zijn er m.i. meer aanknopingspunten. Peregrino komt met een boodschap over De Nieuwe Tijd die aan gaat breken. De dagen op de boerderij blijken voor hem zijn laatste dagen te zijn. Ook de boer beleeft de laatste dagen op de boerderij (hij gaat naar een krankzinnigengesticht). Dr. Boon beleeft zijn laatste dagen al zwervend en overlijdt in de stationsrestauratie. Het lijkt er op dat ook voor de knecht zijn laatste dagen zijn aangebroken. Dat wordt nog versterkt door het feit dat hij een gedateerd dagboek bijhoudt.

- Motto’s:
Citaat 1: Het is voor de mens onmogelijk zich voor te stellen dat er een uitsluitend liefhebbende God bestaat. Verklaring: zonder een straffende God, die morele eisen stelt en vertrouwen eist, zal de mensheid zich misdragen. Klinkt moralistisch, maar in de roman wordt het kwaad niet gestraft. De prediker wordt gedood en de boer ( die zeer vroom wilde zijn) opgesloten in een gesticht. Zijn vrouw slaagt in haar boze opzet.
Citaat 2: Wees niet bang voor de laatste dag, maar zie er ook niet naar uit. Verklaring:

- Genre:
Ik zou het een psychologische thriller  willen noemen.

- Stijl- en stijlfiguren:
Heldere stijl, zonder veel opsmuk. Geen ellenlange dialogen of teveel sfeertekening. De stijl van het psychiatrische rapport is aangepast aan de tijd waarin het geschreven is. Specifieke stijlfiguren zijn bij de eerste lezing niet opgevallen.
Prettig leesbaar, spannend soms, maar ik voelde me niet meegesleept in de “godsdienstwaanzin scènes”.

- Verhouding schrijver tot de thematiek van het boek:
Uit een interview blijkt: Komt zelf uit een streng gelovige gemeenschap voort, worstelt daar nog steeds enigszins mee. Toch geen afrekening of zo in dit boek.


Vianen, ECI, 2003. Geb. met stofomsl., 5e dr. (nov. 2003) in de serie: Schrijvers van nu, 220 p. (1e dr. verschenen in febr. 2003). Gekocht via Boekwinkeltjes (4,75 + 2,25 porto).

Romandebuut, genomineerd voor de AKO-literatuurprijs 2003. Bekroond met de Anton Wachterprijs (2004) en de Marten Toonder/Geertjan Lubberhuizenprijs (2003) voor literaire prozadebuten.

Gelezen: oktober 2006. Besproken: 13 november 2006.

©JannieTr, 13 nov. 2006.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen