woensdag 3 oktober 2007

Adriaan van Dis - De wandelaar


Eerste lezing

Een alleenstaande, oudere, keurige heer wandelt elke avond hetzelfde rondje door Parijs, voor het slapen gaan, in opdracht van zijn dokter. Op een avond komt hij bij toeval in een oploop terecht, als er vlakbij zijn route brand ontstaat in een vervallen woonhuis vol illegalen. Een hond springt uit het brandende pand, springt tegen hem op en geeft te kennen bij hem te willen blijven. Vanaf dat moment gaat zijn leven er heel anders uitzien.

De hond neemt de regie in handen en brengt hem op plekken waar hij zelf niet heen zou gaan. Hij leert de zelfkant van de maatschappij kennen, ontmoet zwervers, illegalen, vreemdelingen, een priester en zelfs de maffia. Langzamerhand ontstaat het besef, dat er naast zijn luxe leventje, door anderen geleden wordt in Parijs en komt de vraag op of hij daar iets aan kan veranderen. Of hij dat zou moeten doen en waarom? Of een schuldgevoel een geldige reden is? Of het wel verschil maakt of hij iets doet voor een enkeling? Wat de rol van de kerk is? De goedwillende priester (die min of meer zijn vriend wordt) wordt door de kerkelijke gezagsdragers buitenspel gezet als hij wil helpen.

De hond (Le Chien) is een symbool voor... ja, wàt? De feniks van het nieuwe geweten, van de nieuwe "West-Europese" samenleving? In de oudere heer (Mulder, alias Martin) herkennen we Van Dis (zoals hij zelf ook aangeeft in interviews). In een uitzending van Pauw en Witteman: http://pauwenwitteman.vara.nl/uitzending.php?id=94 zegt hij geen speciale boodschap te hebben. Alleen het signaleren van deze toestanden en mensen aan het denken zetten zou zijn bedoeling geweest zijn. Ik vond het boek niet echt meeslepend of spannend. Eerder wat langdradig. Maar misschien moet ik het nog een keer lezen, met wat meer aandacht voor de “mooie zinnen en rake dialogen” die anderen er in lazen. En voor de diepere lagen, die er in zitten. Later dus nog maar eens. (April 2007 – Waardering 6,5)

Tweede lezing

Voor de tweede maal las ik De wandelaar. En ik moet erkennen, dat het boek me nu een stuk beter is bevallen. Twee thema’s wisselen elkaar af: naast het signaleren en zoeken naar oplossingen voor politiek-maatschappelijke problemen, zijn er de vragen over zingeving: bv. zin en onzin van het geloof. Mulder stelt: “Ik geloof in de mens die er per ongeluk is en er het beste van probeert te maken.”

In de pittige gesprekken tussen Mulder en pater Bruno worden de drijfveren en de levensvisies van de beide mannen (een katholieke priester en een humanist) uitgewerkt. Ze hebben meer gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. In de gesprekken met Sri (een boeddhistische vrouw) komen ook enkele beginselen van haar religie/levensopvatting naar voren. Dat alles dwingt Mulder tot zelfonderzoek. En daarmee zet hij tevens (zoals hij zei bij Pauw en Witteman) mensen aan het denken. In Sri (gevlucht uit Sri-Lanka) en Ngolo (uit Tsjaad) leren we de mens achter de illegaal kennen. En lezen we over de schrijnende redenen voor hun reis naar Europa. “Gelukzoekers” wordt er vaak gezegd, maar het ligt toch iets genuanceerder.

Het verhaal is zwaar, maar de schrijfstijl maakt het lichter. Heel beeldend en doorspekt met humor, sarcasme en cynisme. En zelfspot, want Mulder/Martin is een beetje de alter-ego van Van Dis, die zichzelf in zijn studententijd in Parijs Maarten noemde. (Zie daarvoor ook het boekje Onder het zink, dat hij enkele jaren eerder schreef voor de Boekenweek 2004: veel van wat in De wandelaar uitgewerkt wordt, staat daar aangestipt.).

Tot slot een citaat: Bij de begrafenis van 3 mensen uit het brandende huis maken politici en sterren graag hun opwachting. Van Dis schrijft:

 “Politici en roem zaten op de eerste rij en de scholieren plooiden nog snel de linten van de bloemstukken met de letters naar boven. Het rouwen moest zichtbaar zijn. De drie kisten waren voor het altaar geplaatst, in een gloed van hoge kaarsen. Drie vluchtelingen uit de Balkan, zonder familie, opgeëist als symbool van solidariteit, ten leste ondergebracht in pronkhulzen voor maden en botten – steviger dan hun laatste woonhuis.”.

Ik denk niet, dat dit niet de laatste maal is, dat ik dit boek gelezen heb.
(September 2007 – Waardering: 7,5.)


© JannieTr, oktober 2007.
Amsterdam, Augustus, 2007. Paperback, 219 p., isbn:978-90-457-00151 (www.adriaanvandis.nl)
N.B. Ik las dit boek (voor de tweede maal) in het kader van de NS-publieksprijs.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen