dinsdag 23 oktober 2012

Vragen bij het boek van Margriet de Moor: De schilder en het meisje



 1. Hoe vindt u het dat Margriet de Moor de schilder nergens Rembrandt noemt, terwijl bijvoorbeeld uit de beschrijving van zijn werk overduidelijk is dat hij bedoeld wordt.

2. Rob Schoute typeerde de roman in Trouw (8 mei 2010) als ´een historische psychografie´. Daarmee bedoelde hij dat Margriet de Moor zijns inziens niet primair een zoektocht onderneemt naar wat zich exact heeft afgespeeld maar naar wat er omging in de hoofden van de schilder en het meisje. Wat vindt u van die typering en die visie?

3. Een andere visie vertolkte Joost de Vries in De Groene Amsterdammer (13 mei 2010). Ook volgens hem gaat het de schrijfster niet om ´het levensverhaal van twee buitenbeentjes in de stad, nee, De Moor presenteert ons in feite de making of, of liever de feitelijke en emotionele totstandkoming van Rembrandts beroemde tekening´. Hoe denkt u over deze visie?

4. Elsje heet in de roman ´een meisje dat nog nooit een vlieg kwaad heeft gedaan´ (p. 213). Hoe verklaart u dat ze op 28 april 1664 met een bijl haar hospita de schedel inslaat?  Welk beeld heeft u zich verder van haar gevormd?

5. Adrie Storm schreef in Het Parool (29 april 2010 over de roman onder andere:´Margriet de Moor maakt van Rembrandt een soort zweverige debiel die denkt als een achtjarige´. Welk beeld heft u zich van de schilder als personage gevormd?

6. Margriet de Moor legt de zeventiende-eeuwers soms populair hedendaags jargon in de mond,
zoals: ´U rotzooit maar wat aan´ (p.17). Waarom zou de schrijfster dat doen? En: hoe waardeerde u het?

7. De Moor verschaft veel historische informatie over de stad Amsterdam, de architectuur, de werkwijze van de schilder en dergelijke. Wat vindt u van de manier waarop ze dit heeft gedaan?

8. Hoe waardeerde u de essay-achtige opzet van het gesprek tussen de schilder en de apotheker: een dialoog met tussenkopjes (p.54-61)?

9. In hoeverre speelt in de thematiek van de roman ook migratie een rol?

10. In de analyse (onder ´Structuur en techniek´) en in diverse recensies wordt gesteld dat er sprake is van een alwetende verteller. Margriet de Moor denkt daar zelf anders over, zo blijkt uit het geciteerde interview van NRC Handelsblad (20 augustus 2010). Hoe ziet u de vertelsituatie in de roman?

11. Op pagina 230-231 is een discussie weergegeven tussen de schilder en een bezoeker naar aanleiding van een schilderij van  Rubens, het afgehakte hoofd van Medusa. Kernpunt: Kan een groot kunstenaar van zoiets gruwelijks iets moois maken? Hoe zou u in deze discussie stelling hebben genomen?

(Samengesteld door Boek-delen, zie jrg. 10 nr. 4, dec. 2010)

woensdag 19 september 2012

Leesclubthema seizoen 2012 - 2013 : Historische romans



De historische roman is een roman waarvan de verhaalstof gebaseerd is op (in de regel) waar gebeurde historische gebeurtenissen en/of bestaand hebbende personen. Althans volgens Wikipedia (zie: link). In een uitgebreid artikel wordt daar aandacht besteed aan de kenmerken en geschiedenis van dit genre en worden enkele bekende binnen- en buitenlandse vertegenwoordigers genoemd. 

Via de link historische romans  wordt een overzicht geboden van historische romans die in Nederland en België spelen. Met daarbij o.a. de periode waarin ze spelen en een waarderingsaanduiding.

Bij de Koninklijke Bibliotheek kun je een informatief dossier vinden met daarbij een overzicht van de bekendste Nederlandse historische romans.

Een (Engelstalige) selectie van historische romans gesorteerd op tijd en auteur zijn hier te vinden.

Op de eerste avond van het nieuwe seizoen hebben we besproken waar we op zullen gaan letten bij het lezen en beoordelen van een historische roman. We zijn tot het volgende lijstje gekomen.



1. Wanneer en waar speelt het verhaal zich af?

2. Hoe is de verhouding tussen feit en fictie in het betreffende boek? 

3. Is de roman gebaseerd op een bestaande figuur? Zo ja, wat weet je over deze figuur?

4. Komt de roman je geloofwaardig over en waarom wel/niet? Kun je passages aanwijzen waaruit dat blijkt?

5. Is het verleden slechts een decor of vormt het een wezenlijk onderdeel van het verhaal?

6. Hoe goed heeft de auteur het verleden bestudeerd? Is er sprake van anachronismen?

7. Bewaart de auteur voldoende distantie tot de materie? Of kiest hij duidelijk partij?

8. Welke rol speelt de verteller? Blikt hij/zij vooruit (alwetende/auctoriale verteller)?

9. Onder welk ander genre is de roman tevens onder te brengen (psychologische roman, sociale roman, geromantiseerde biografie bv.)? 

10. Gaat het echt om een roman of om verhalende geschiedschrijving?

Misschien dat er in de loop van het seizoen nog vragen bij komen.

Als eerste boek zal aan de beurt zijn: Margriet de Moor - De schilder en het meisje

Op dit moment zijn er nog enkele plaatsen vrij in onze leeskring. Woon je in Zeeuws-Vlaanderen en lijkt het je leuk om aan te sluiten? Probeer dan eens een avondje vrijblijvend mee te draaien. De eerst volgende bijeenkomst is op 23 oktober. Stuur gerust een mail voor het uitwisselen van enkele gegevens.

 © JannieTr, 19-09-2012.

vrijdag 31 augustus 2012

Marylin Simons - Koorddansers: bitterzoete verhalen uit Suriname


Juli 2012 - Waardering: 7,0.

Inleiding

Het laatste boek van dit leeskringseizoen over Suriname is een verhalenbundel geworden. Als cadeautje voor de deelneemsters, als herinnering aan het thema van dit jaar. Daarmee sneed het mes aan twee kanten: aan korte verhalen worden weer hele andere eisen gesteld dan aan romans. Dit was dus tevens een mooie manier om daar meteen ook eens aandacht aan te besteden. De bundel verscheen al eerder onder de titel: Carrousel (2003). De Geus gaf deze bundel opnieuw uit in 2006, aangevuld met twee verhalen en onder de titel Koorddansers. Deze mooie, gebonden uitgave is nog steeds verkrijgbaar tegen een redelijke prijs. Over Marylin Simons is niet veel te vinden. Op Wikipedia staat haar levensloop en een uitgebreide bespreking van het verhaal Carrousel: voor wie getroffen wordt door de verhalen in deze bundel is het zeer zeker de moeite waard om die eens na te lezen.

Samenvatting

De verhalen in Koorddansers hebben allemaal de liefde of het gebrek daaraan als onderwerp. Wat de verhalen bijzonder maakt is dat ze op een poëtische, zintuiglijke manier relaties tussen mensen schetsen, zonder te dwepen met de exotische achtergrond. Door het gebruik van het Surinaams-Nederlands in de dialogen en soms ook daarbuiten, krijgt elk verhaal een extra emotionele lading en een hoge mate van authenticiteit (Achterflap).
 "De verhalen in deze bundel zijn mensenlevens. Daar hoef je niets voor op te zoeken. Die worden je ongevraagd in het gezicht gesmeten. Het zijn juist gewone mensen die stof bieden voor ongewone verhalen" (Marylin Simons).

Leeservaring

Voor de meesten was het toch even wennen geweest: korte verhalen. Maar dat M.S. erin geslaagd is in het korte bestek van enkele bladzijden een spannend verhaal neer te zetten met levensechte mensen, daar was men het wel over eens. Na een aantal boeken gelezen te hebben dit jaar waarin geregeld Surinaams-Nederlandse woorden en zinnen voorkwamen, bleek het geen probleem meer de verhalen te lezen. Daarbij hielp ook nog de woordenlijst achterin. En de opgebouwde spanning richting plot natuurlijk. Dan lees je gewoon door en begrijp je onbekende woorden wel uit de context.
Hoewel de meesten het boek met een voldoende beoordeelden, gaf bijna iedereen aan dat ze toch liever romans lazen. In hoeverre dat ook met de verhalen zelf samenhing was moeilijk in te schatten. De meeste verhalen zijn erg schrijnend, dat maakt het een deprimerend boek. Temeer als je bedenkt dat ze ook realistisch zijn (we kwamen voorbeelden tegen in de andere boeken). Is er in een roman toch een zekere ontwikkeling, een open eind dat misschien nog kansen biedt, een sterk karakter dat alles lijkt aan te kunnen, in deze korte verhalen moeten we het doen met steeds weer de schets van een trieste situatie, waarbij de plot meestal (niet altijd) nog triester is. Een uitzichtloosheid wordt ons voorgespiegeld, waaruit geen ontsnappen mogelijk lijkt. Je realiseren dat veel ervan op de werkelijkheid berust en dat de wortels ervan in onze gezamenlijke geschiedenis liggen is niet opbeurend.

Aan de hand van de discussievragen (zie elders op dit weblog) spraken we zowel over de vorm als over de inhoud van de verhalenbundel. Ieder had zo zijn eigen voorkeur voor een bepaald verhaal of personage. Er was ook wel kritiek, op de verhouding tussen ouder en kind in enkele verhalen: onwaarschijnlijk werd gezegd. Ik ben toch geneigd te geloven dat Marylin Simons de (harde) werkelijkheid benadert en dat er nog enkele generaties nodig zijn om de gevolgen van het gewelddadige en liefdeloze verleden voor de Surinamers te doen verdwijnen.

Op de afsluitende avond van dit seizoen was iedereen het er wel over eens, dat Suriname een interessant thema is gebleken voor een leesclub. Meer inzicht in een land dat zolang bij ons hoorde en oog de mensen die er wonen (en woonden) werd als een verrijking ervaren.

Volgend seizoen iets heel anders: historische romans.

Marylin Simons - Koorddansers. De Geus, 2005. Geb. met stofomsl., 159 pg., woordenlijst. ISBN: 90-445-0667-6.

©JannieTr, aug. 2012.

donderdag 30 augustus 2012

Discussievragen bij de verhalenbundel Koorddansers van Marylin Simons


Inleiding

Het kort verhaal (ook kortverhaal gespeld) is een prozatekst die korter is dan een novelle en zich gewoonlijk beperkt tot slechts enkele personages. Hoewel het pas vanaf de 19e eeuw beschouwd werd als een apart literair genre is de orale traditie, het elkaar vertellen van verhalen en anekdotes, al veel ouder. In de middeleeuwen en later ontstonden de raamvertellingen, waarin korte verhalen aan elkaar werden gekoppeld door ze in een kader te plaatsen.
De omvang van een kort verhaal varieert van twee tot een twintigtal bladzijden. Is het verhaal langer, dan heeft men vaak te maken met een novelle. Een speciaal genre is het zkv of zeer korte verhaal, een verhaal dat meestal niet langer is dan een bladzijde. De bekendste hedendaagse schrijver van dit genre is in Nederland de schrijver A.L. Snijders.
Het moderne genre begint meestal midden in de handeling ('in medias res') en stelt één personage en één gebeurtenis centraal, die licht werpt op het karakter of het leven van die figuur. Vaak worden min of meer alledaagse gebeurtenissen transparant en verwijzen ze naar een wezenlijk menselijk probleem (Wikipedia).

1. Korte verhalen worden doorgaans samengebracht in één bundel. Ze gaan dan meestal allemaal over  hetzelfde thema en zijn geschreven door 1 of meerdere auteurs. Wat is het belangrijkste thema van deze bundel?

2. De titel luidt: Koorddansers: bitterzoete verhalen uit Suriname. De meeste verhalen uit deze bundel verschenen eerder onder de titel: Carrousel. Beide titels zijn ontleend aan één van de verhalen in de bundel. Kun je de titels bij het betreffende verhaal verklaren? Zijn ze ook goed gekozen als titel voor de gehele bundel?

3. Pas sinds enkele jaren krijgt de verhalenbundel meer waardering. Het schrijven van korte verhalen vraagt andere vaardigheden dan het schrijven van een roman. Zo moet de lezer direct nauw betrokken worden in het verhaal, moet een karakter snel en soepel getekend worden en de plot verrassend en toch geloofwaardig zijn. Probeer na te gaan of Marylin Simons daar goed in geslaagd is. Geef eventueel voorbeelden aan de hand van een of enkele van de verhalen.

4. Welk verhaal vond je het meest geslaagd? Kun je dat motiveren? En welk het minst?

5. Let eens op het perspectief bij de verhalen. De meeste hebben een ik-perspectief of een personaal perspectief (hij- of zij-, van binnenuit verteld). Van een ik-perspectief wordt gezegd dat het onbetrouwbaar is (je weet immers alleen hoe de ik-persoon alles ziet en ervaart). Voor een personaal perspectief geldt dat minder, MITS er sprake is van perspectiefwisselingen. Die zijn er niet in deze verhalen. Behalve bij Koorddansers. Wat is het effect daar van de perspectiefwisseling?

6. In Blaka Nene (de naam van de hond, maar het betekent: zwarte, oudere kinderverzorgster of huisbediende, grootmoeder, oude vrouw) wisselt het perspectief ook. Wie is de zij uit het begin, wie de ik verderop? Waarom is deze wisseling nodig? Herken je de auctoriale verteller?

7. In de beperkte ruimte van een kort verhaal moet ook de tijdspanne beperkt blijven. Dat kan opgelost worden door het verhaal zich af te laten spelen binnen enkele uren of hoogstens dagen, of door een lange flashback in te lassen (die dan het grootste deel van het verhaal inneemt). Noem een verhaal waarin dit gebeurt.

8. Van welk verhaal vond je de plot het meest verrassend? Van welk het minst?

9. Tussen weg en weesgegroet is een voorbeeld van "Stream of consciousness" of "Monologue intérieur" (interne monoloog, zie pg. 71 cursusboek). Deze stijl vraagt  veel van de lezer. Lees het verhaal (blz. 94-97) tweemaal. Kun je de gedachtensprongen volgen?

10. Ook Carrousel bevat enkele dergelijke passages. Bij Wikipedia tref je een analyse aan van dit verhaal. Carrousel is een vrij ingewikkeld verhaal, maar als je de moeite neemt de analyse te lezen krijg je er wellicht meer grip op. Je vindt die hier: http://nl.wikipedia.org/wiki/Marylin_Simons.

11. Behalve Surinaamse woorden wordt ook de Surinaamse spreektaal gebruikt. Wat vind je van deze stijl? Vond je het moeilijk te volgen of wende het op den duur? Voegt het is toe aan de verhalen? Zouden ze in correct Nederlands hetzelfde effect op de lezer hebben?

N.B. De woordenlijst aan het eind is niet zo lang. Alleen de woorden met een * staan er in. Veel zul je uit de tekst moeten begrijpen. Wil je toch ergens de betekenis van weten, kijk dan op: http://www.sil.org/americas/suriname/sranan/national/sranannldictindex.html. Hier vindt je een Surinaams-Nederlands woordenboek.

©JannieTr, augustus 2012.