donderdag 24 april 2014

Remco Campert - Te vroeg in het seizoen: autobiografische schetsen



April 2014 - waardering: 7,5. 


Inleiding 

Er zijn een paar schrijvers waarvan ik elke nieuwe titel ongezien bestel bij onze plaatselijke boekhandel, vaak nog voor het boek verschenen is. Een daarvan is Remco Campert. En nog nooit ben ik teleurgesteld, al krijg ik soms iets anders te lezen, dan ik verwachtte. Zo ook dit keer. De titel deed iets anders vermoeden dan een verzameling columns. Maar uiteindelijk bleek vooral de ondertitel wonderwel te kloppen.

In de bundel 'Te vroeg in het seizoen' geeft schrijver Remco Campert het proces van ouder worden weer. Zijn wereld wordt weer klein, net als vroeger, en details worden belangrijker dan ooit. Het heden bestaat voornamelijk nog uit herinneringen, maar hoe betrouwbaar zijn die? Verslaggever Maarten Westerveen van de VPRO zocht hem thuis op om er met hem over te praten. Via de deze link kun je het interview beluisteren. 

Leeservaring 

De in dit boek opgenomen columns verschenen van september 2012 tot januari 2014 wekelijks in de Volkskrant. Omdat ik geen abonnement heb op de Volkskrant waren de meeste stukjes nieuw voor mij. Meestal spelen columns in op de actualiteit en daardoor krijgen ze gebundeld al snel iets gedateerds. Dat ligt in dit boek volkomen anders. Zonder de expliciete verwijzing op de achterzijde van de titelpagina herken je de stukjes nauwelijks als columns. Vandaar dat de ondertitel "autobiografische schetsen" zo goed de lading dekt. Het is aangenaam lezen in deze bundel met herinneringen, beschouwingen, overpeinzingen en dagdromen. De toon is wisselend: melancholisch, vlak of droef, maar ook uitdagend en met soms nauwelijks onderdrukt vilein plezier of  vol zelfspot en droge humor. Dat ze met een tussenpoos van minstens een week geschreven zijn, zorgt vermoedelijk mede voor deze prettige afwisseling.

De titel Te vroeg in het seizoen komt terug in het stukje Fladderen, waarin hij beschrijft hoe hij al associërend van herinnering naar herinnering fladdert. Via een dichtregel van Paul Rodenko komt hij tot de conclusie: "Voor tulpen is het nog te vroeg in het seizoen". Ik zag echter al eerder een verband in De dood als product. Daarin beschrijft hij hoe hij o.a. door een literair tijdschrift wordt gevraagd zijn eigen in memoriam te schrijven, wat hij weigerde: "Ik vond mezelf niet de aangewezen persoon om mijn eindvonnis op schrift te stellen en weigerde. Voor je het weet ga je jezelf serieus nemen". Daarna volgde een glossy die hem op de foto in een doodskist wilde ("Ik leef nog, de glossy is intussen ter ziele") en de EO met De Kist. Ze schreven bij het verzoek dat er haast bij was, omdat er plotseling iemand uitgevallen was. "Dit deed het ergste vermoeden, dood door schrik?"

Om te eindigen met: "And death shall have no dominion", schreef Dylan Thomas. Althans niet zolang ik leef". Met andere woorden: ik ben misschien aan mijn laatste seizoen bezig, maar voorlopig is het nog Te vroeg in het seizoen om op mijn einde vooruit te gaan lopen.

Zoals gezegd: de stukjes bevatten veel herinneringen. Niet chronologisch, maar willekeurig. Aan het eigen leven en de ontwikkeling als mens en schrijver/dichter, over gelezen boeken en gewaardeerde schrijvers en vrienden, aan plaatsen en gelegenheden. Of juist over het ontbreken van herinneringen, als de regels in de notitieboekjes niets meer oproepen of alleen vragen over wanneer, met wie, hoe? Geregeld gaat het ook over het weinig opwindende dagelijkse leven en de beperkingen van de ouderdom, de valkuil van een depressie. En tenslotte over het fenomeen van het schrijven en dichten zelf.

Het is ondoenlijk om hier alle rake zinnen te vermelden die ik tijdens het lezen opschreef. Neem maar van mij aan, dat er genoeg te genieten valt in de bundel. Ik zal er hieronder een aantal citeren. Ervoor staat het stukje waarin ze te vinden zijn. 

Ademen: Ik vermoed dat er heel wat schrijvers zijn, maar laat ik voor mezelf spreken, die in het diepste van hun wezen twijfelen aan het belang van hun schrijverschap. Toch maar doorschrijven, want als je die gedachte echt tot je toelaat dan duurt het niet lang of je adem stokt en er komt geen woord meer uit je.

Roken en drinken: Denkend aan drank zie ik oneindige rijen flessen in mijn leven staan.

Voetbaldroom en poëzie: Ik schrijf graag over het niet-bijzondere, in de hoop het een paar honderd woorden bijzonder te maken.

Bril in bad: De regenjas bleek te weerloos voor de gemene streken van de slachtmaand, een bruut woord dat al genoeg zegt over november. En: Op de radio en televisie wordt geleden aan een overmaat van politiek. Je zou bijna weer naar radiostilte verlangen.

Kalender: Sissend, knallend en gierend kwam het oude jaar tot stilstand. Ik betastte mijn ledematen, gelukkig niets gebroken, stapte uit en hees me, door weer en wind bestookt, aan boord van het volgende jaar. En: De eindejaarskranten, waarin de gebeurtenissen van het afgelopen jaar, die we juist graag zouden vergeten, omstandig werden opgerakeld.

Writers' block: Schrijven mag dan volgens Cees N. het tegenovergestelde van leven zijn, maar eenmaal dood komt er niets meer van.

Achter het bonsaiboompje en Inhaallezen zijn in zijn geheel mooi om te lezen. Net als:

Herinneringen: Twee passen vooruit en dan weer anderhalve pas terug, zo twijfel ik me door het leven. En: Herinneringen zijn de mest van de kunst. Zolang ze niet vervlogen zijn, kan ik het erover hebben. En: Ik beschik over veel herinneringen. Ze hoeven niet echt te zijn. Als er maar mee te schrijven en te leven valt.

Winterjas: Het is altijd een feest om andere dichters te ontmoeten, al was het alleen maar omdat je niet met elkaar over poëzie hoeft te praten.

Lucebert: Alles gaat voorbij, daar heb ik me bij neergelegd, maar als er een tijd is die ik zou willen terughalen dan is het wel die tijd, toen alles nog beginnen moest, alles nieuw was, de toekomst open. 

Veel herinneringen in deze bundel, veel autobiografische schetsen. Toen zijn dichtbundel Nieuwe herinneringen (link) uitkwam, keek hij ook nog vooruit.
Nu schrijft hij:

Mijn vlucht vooruit in het heden heb ik opgegeven. Mijn heden bestaat nu voornamelijk uit de herinnering. Pogingen om opnieuw te beginnen, met een schone lei als het ware, geef ik op. Mij rest -  en dat is meer dan genoeg - de herinnering aan vroegere hedens, vol gebeurtenissen die soms goed, soms verkeerd uitvielen. Het hoort allemaal bij elkaar. Eerst de herinnering en dan de eeuwigheid. Maar die moet nog even wachten ( in: Koffers pakken).

Het is nog te vroeg in het seizoen. 

Remco Campert - Te vroeg in het seizoen: autobiografische schetsen. Amsterdam, Bezige Bij, 2014. Paperb., 196 pg., isbn: 978 90 234 8621 3 

©JannieTr, april 2014.

Ik las dit boek als 2/20 van de Ik lees Nederlands Uitdaging 2014.




woensdag 16 april 2014

Jan van Mersbergen - De laatste ontsnapping



April 2014 - waardering: 9,0. 
Inleiding 

Nadat ik Jan van Mersbergen bij toeval in begin 2012 ontdekte, heb ik met terugwerkende kracht en met heel veel plezier, al zijn eerder verschenen boeken gelezen. In januari 2013 was ik aan zijn meesterwerk toe: Naar de overkant van de nacht. En toen begon het lange, ongeduldige wachten op de volgende titel.  Zijn dagelijkse blog (link) zorgde gelukkig voor wat afleiding, geschreven in dezelfde, hem typerende stijl: sober en tegelijkertijd, tussen de regels door, aan veel kleine details een volle, vaak ontroerende betekenis gevend.  In februari van dit jaar was het dan eindelijk zover:  De laatste ontsnapping verscheen en een onophoudelijke stroom van lovende recensies kwam op gang. Ik heb ze nog niet gelezen: ik wil eerst zelf bepalen wat ik er van vind. En dat laat zich simpel samenvatten. Opnieuw een bijzonder en ontroerend  verhaal : een echte Van Mersbergen dus. 

Samenvatting 

Jij bent mijn vader, zegt de jongen aan de telefoon. Hij heet Deedee en is tien jaar. Wat betekenen familiebanden als je elkaar nog nooit gezien hebt?  De vader (Ivan) vluchtte ooit voor de dienstplicht uit voormalig Joegoslavië en treedt al jaren op in het nachtleven in Amsterdam met een ontsnappingsact, waarbij hij zich aan een stoel laat vastbinden en vrij moet zien te komen. Na het eerste telefoontje van de tienjarige jongen dringt het nieuws nog niet tot hem door. Neemt iemand hem in de maling? Na het tweede telefoontje ontmoeten ze elkaar. Nu hij de jongen voor het eerst ziet, weet hij het zeker:  Deedee lijkt sprekend op zijn jongere broer, die in Joegoslavië achterbleef en wel ging vechten.

Tijdens een verblijf aan de Zuid-Franse kust, waar de ontsnappingskunstenaar is uitgenodigd om op te treden, wordt duidelijk dat er meer speelt dan alleen de band met zijn zoon. Welke waarde heeft vrijheid als je volledig ongebonden bent? Op welke manier hebben je kinderen jou nodig en op welke manier heb jij je kinderen nodig? (Cossee). 

Leeservaring 

Wat is toch het geheim van Jan van Mersbergen? Hoe komt het dat boeken die zich afspelen in een mannenwereld zonder probleem door zowel mannen als vrouwen gewaardeerd kunnen worden? Dat geldt bv. voor Morgen zijn we in Pamplona(link), De macht van het stuur(link) en Naar de overkant van de nacht(link). Mannenonderwerpen (boksen, auto's), mannenvriendschappen (carnavalskameraden), extreem mannengedrag (kroegen en vrouwen), maar zó beschreven dat het allemaal slechts een levendig decor vormt voor een psychologisch goed onderbouwd verhaal. Een verhaal dat veel meer in zich heeft, dan je op het eerste gezicht vermoedt.

Zoals dat gaat bij een goed boek, moest ik het tweemaal lezen om er optimaal van te kunnen genieten. Het verhaal is zo geraffineerd opgebouwd dat de spanningsboog dwingt tot doorlezen. De subtiele verwijzingen, ontroerende details en de vele onderliggende thema's dreigen daarbij over het hoofd gezien te worden. Dan voelt het beter je maar onder te laten dompelen in het verhaal en pas bij een tweede lezing op die zaken te letten die in een recensie thuishoren.

Om met de structuur te beginnen. Even een term uit de verhaalanalyse:  " in medias res": in het midden van de zaak, de vertelling start zonder duidelijke inleiding of sfeerschepping, terwijl de voorafgaande gebeurtenissen pas later (impliciet of expliciet) uit de doeken worden gedaan. Een vaak gebruikte techniek is het werken met flashbacks om de ontbrekende informatie te onthullen.

Het verhaal begint tijdens het opstijgen van het vliegtuig waarmee de ik-figuur (zonder naam, ik zal hem X noemen), Ivan (de gevluchte Joegoslaaf) en hun beider zoontjes (Ruben en Deedee) naar Zuid-Frankrijk gaan. Verwarrend voor de lezer, die zich meteen van alles afvraagt. Dat geeft al een zekere spanning. Daarna  komen er via flash-backs steeds gedeeltelijke antwoorden, net genoeg om iets te verklaren en tevens de spanning vast te houden. De reis naar Frankrijk en alles wat zich daar afspeelt loopt als een rode draad door het boek. De lezer maakt alles mee terwijl het gebeurt, met in zijn achterhoofd de titel: De laatste ontsnapping. Ondertussen denkt X terug aan wat vooraf ging en daarbinnen komen de verhalen en herinneringen van Ivan die aan X verteld werden: flash-backs in flash-backs. Het klinkt ingewikkelder dan het is: alles loopt soepel in elkaar over en vormt één geheel. Toch is het deze structuur die zorgt voor het vasthouden van de spanning.

De hoofdrolspelers zijn uitsluitend mannen, de vrouwen zijn figuranten en er loopt ook nog een typetje rond: de vader van Elsje. Deedee en Ruben zijn dikke vrienden en echte jongetjes van 10. Knap neergezet en van precies de juiste leeftijd: wie nu nog een band met zijn zoon wil opbouwen zoals dat voor beide mannen geldt, heeft geen tijd te verliezen: het is nu of het is te laat. De moeders spelen nauwelijks een rol: het stoort niet. Zij kunnen hierin niets bijdragen, dit is nu eenmaal een vader-zoon verhaal.

Twee vaders, twee zonen, de verhaallijnen lopen samen op. X is de verteller: over zijn eigen situatie en wat hij weet van Ivan. Het kost veel moeite die informatie naar boven te halen: Ivan wil vooral vergeten. Naar wat hij voelt, moet X vaak gissen. Of hij moet het horen van anderen uit de omgeving van Ivan. X is door de crisis zijn baan kwijt, maakt zich zorgen over de toekomst. De mannen trekken veel met elkaar op. Maar terwijl Ivan zich steeds meer afkeert van zijn leven vol verdovende drank en vrouwen, omdat hij voelt dat hij maar één kans krijgt om alles anders te maken, stort X zich juist heviger in het nachtleven van de Delta, een kroegengebied in Amsterdam, waar Ivan zijn act opvoerde. Tot ook X  begint te voelen dat er meer knaagt, dan alleen zijn werkeloosheid. "Jij bent verliefd op je hypotheek", zegt Ivan.  Dat is raak: geld verdienen was belangrijker dan de omgang met zijn kinderen: wat weet hij van zijn eigen zoon? Die is voor hem bijna net zo vreemd als Deedee nu nog voor Ivan.

In Zuid-Frankrijk volgt een onverwachte apotheose. Ivan zal nog één keer de ontsnappingsact opvoeren, speciaal voor zijn zoon, die dat nog nooit gezien heeft. X zoekt wanhopig toenadering tot een onwillige Ruben. Het blijft spannend tot de laatste pagina.
Wie het boek voor de tweede maal leest, ontdekt prachtige uitspraken, kleine vooruitwijzingen, melancholische passages. En symbolen die het verhaal (en de titel) ondersteunen. Een leuke opdracht voor leesclubs die op te zoeken.

Tenslotte iets over het genre. Uiteraard is het een psychologische roman. Maar het is meer dan dat. Het is een geëngageerde roman. Niet van het ouderwetse, belerende type, maar heel subtiel en onderhuids. Veel thema's krijgen er een plaats in, maar voor mij sprong die van de vluchteling eruit. In een tijd waarin (mede door de "crisis") alle niet-autochtonen  op één hoop gegooid worden, wordt in dit boek op een ontroerende manier beschreven hoe het is om een vluchteling te zijn. Het is een schrijnend portret geworden van iemand die alles wat hem lief was achter gelaten heeft, gekweld wordt door herinneringen en heimwee, door spijt en berouw, om wie hij achter moest laten en niet redden kon. Die zich na 20 jaar nog steeds een vreemdeling voelt en zich aan niemand meer durft te binden en zijn geheugen het zwijgen probeert op te leggen.

Wie dat met zoveel invoelingsvermogen in een spannend verhaal kan vangen, is een groot schrijver!

Jan van Mersbergen - De laatste ontsnapping. Amsterdam, Cossee, 2014. 224 pg. isbn 978 90 5936 4691.

© JannieTr, april 2014.

Ik las dit boek als 1/20 van de Ik lees Nederlands uitdaging 2014.

maandag 7 april 2014

Een nieuwe uitdaging!



Wie dit blog volgt, weet het inmiddels: ik lees het liefst oorspronkelijk Nederlandtalige literatuur. Ten eerste omdat ik wil genieten van het taalspel dat in een goed geschreven boek een belangrijke rol speelt. En al bestaan er uiteraard uitstekende vertalers en kan ik van hun vondsten ook genieten, in mijn eigen taal is de kans daarop toch groter. Ten tweede groeide het aanbod van goede boeken mij boven het hoofd: er komt zoveel moois uit elk jaar, dat is niet meer bij te houden. Om optimaal van een boek te kunnen genieten is het vaak nodig iets te weten over de auteur, zijn achtergrond, het onderwerp, de thema's en de omgeving die hij/zij beschrijft en dat is nu eenmaal eenvoudiger als het om Nederlandse en Vlaamse auteurs gaat. Bovendien wordt daarmee de keuze begrensd tot een min of meer overzichtelijke hoeveelheid. Al gaat het langzaamaan zelfs de kant op van min of meer favoriete uitgevers  en schrijvers. Maar naast de jongere generaties blijf ik ook mijn oude kanjers trouw.

Een weerslag van dit alles is te vinden op dit blog. Deels opgezet om leesclubs een steuntje in de rug te geven: met  tips over de opzet van een leesclub, thema's om als leidraad te gebruiken, verwijzingen naar manieren om een boek op een diepgaander manier te bespreken en natuurlijk heel veel recensies om boeken mee te kunnen kiezen.

Een eenzame exercitie soms. Waardoor ik de zin om een gelezen boek van een recensie op mijn blog te voorzien  soms niet meer inzie en dat er bij inschiet.  Zelden komen er reacties. Maar vorige week was er een:  van Inge. En zo kwam ik op haar blog terecht Inge leest. Met net als ik een voorkeur voor oorspronkelijk Nederlands. En wat nog leuker was: met een nieuwe uitdaging. Waarbij het tevens mogelijk is gemakkelijk kennis te maken met de blogs en recensies van anderen die aan deze uitdaging meedoen en ook alleen oorspronkelijk Nederlands lezen.

Ik ga me inschrijven en meedoen! Voorlopig heb ik het streefgetal op 20 boeken gezet voor dit jaar. Ik heb er al enkele gelezen sinds januari, maar ze zijn nog niet van een recensie voorzien. Eerst maar eens De laatste ontsnapping van Jan van Mersbergen hier bespreken. En dan een lijstje maken.
Lijkt je dat ook wel wat? Kijk dan hier: Ik lees Nederlands en meld je ook aan. Misschien komen we elkaar nog tegen in de toekomst!

©JannieTr, april 2014.

zaterdag 1 maart 2014

Hans Fallada - Alleen in Berlijn



Februari 2014 - waardering: 7,5.

Inleiding

Binnenkort gaan we een weekje naar Berlijn om er, gegidst door een daar wonende kennis, iets van de historie op te snuiven. Iets, want in die paar dagen zullen we lang niet alles kunnen bezoeken dat van betekenis is geweest voor de geschiedenis van de stad. Ter voorbereiding stuurt hij ons geregeld boek- en filmtitels. Zo zagen we al Das Leben der Anderen, over Oost-Berlijn in de communistische periode. En daarna las ik Alleen in Berlijn, spelend in de periode daaraan voorafgaand: de oorlogsperiode onder de nazi's. Zowel de film als het boek schetsen wat onvrijheid, wantrouwen, achterdocht, terreur met mensen doet. Triest te bedenken dat de Oost-Berlijners na de "bevrijding" door de Russen onder vergelijkbare omstandigheden moesten verder leven. Ik ervaar de film en dit boek als een goede voorbereiding om straks met andere ogen naar Berlijn te kijken.

Samenvatting

Berlijn 1940. Otto Quangel verdient zijn brood als werkmeester in een meubelfabriek en hij en zijn vrouw Anna interesseren zich niet voor politiek. Maar als ze per brief de melding krijgen dat hun enige zoon tijdens Hitlers veldtocht in Frankrijk gesneuveld is, voelen de Quangels, die niet per se als helden geboren zijn: dit is te erg! Als hun manier van protest verspreiden ze kaarten met onhandig geformuleerde anti-Hitler-slogans (met rare spelfouten) in trappenhuizen en op vensterbanken van openbare gebouwen.
Ze dromen ervan de mensen met hun actie wakker te schudden. Maar de meeste kaarten worden onmiddellijk ingeleverd bij de Gestapo, een ambitieuze rechercheur  markeert op een plattegrond de vindplekken met rode vlaggetjes, en een moordend kat-en-muisspel begint.

Tegelijk met de beschrijving van de wat hulpeloze, nauwelijks effectieve verzetsactiviteiten van het moreel hoogstaande paar wordt een beeld geschetst van de angst, de onderdrukking en de gecorrumpeerdheid van de doorsnee burger en de bruutheid van de nazi's in Berlijn tijdens WO II. Deze herontdekte roman uit 1947 leest als een detective, door de perspectiefwisseling die verspringt van het echtpaar naar de laconieke met opsporing belaste rechercheur van de Gestapo. Realistisch zonder grote woorden of sentimentaliteit, met een ondertoon van humor geschreven. Een boek over gewone, fatsoenlijke burgers in een samenleving vol dreiging.
Fallada modelleerde de Quangels naar een moedig Berlijns arbeidersechtpaar, Otto en Elise Hampel. Hij schreef hun verhaal binnen acht weken, kort voor zijn dood (1947), nadat hij verslagen van de verhoren had gelezen. Alleen in Berlijn is Fallada's monument voor het verzet van de 'kleine mensen' tegen het nazi-regime, en het is de eerste roman over dit onderwerp in het naoorlogse Duitsland. (Achterflap/Biblion).

Leeservaring

Eigenlijk lees ik niet graag vertalingen en al helemaal geen oorlogsromans. Vanwege onze trip naar Berlijn heb ik  een uitzondering gemaakt en dat is maar goed ook: ik heb dit best wel dikke boek in 3 weken tijd met voldoening uitgelezen. Niet alleen is de vertaling goed, ook de stijl van de schrijver is aantrekkelijk en doet modern aan. Er gebeurt uiteraard veel vreselijks in het verhaal en toch weet Fallada het zo te beschrijven dat je je de verschrikkingen voor kunt stellen,  zonder dat hij in misselijkmakende details hoeft te treden. Hier en daar zit er zelfs wat humor in.

 De bijfiguren, wiens belevenissen  Fallada door het verhaal van Otto en Anna heen geweven heeft, spelen allemaal een rol in het completeren van het totale beeld: goed uitgewerkte, typerende karakters, die van "de Duitsers" weer individuele mensen maken: goede, bange en slechte, slachtoffers, meelopers en verzetstrijders, profiteurs  en spijtoptanten, met ieder hun eigen rol in het drama dat Nazi-Duitsland heette. Ze helpen er bovendien aan mee dat de spanning in het verhaal aanwezig blijft, ondanks dat de afloop wat betreft Otto en Anna al bekend is.

 De toevoegingen aan het einde van het boek horen er echt bij. Fallada's  uitleg over hoe hij tot het schrijven van het verhaal is gekomen in: Duitsers in verzet tegen de Hitlerterreur. Dan een Nawoord door Geoff Wilkes over Hans Fallada en zijn werk. En de gegevens en foto's van documenten en het echtpaar Elise en Otto Hampel dat model stond voor de roman: Het ware verhaal achter Alleen in Berlijn. Ook daarvan wil je toch nog kennis nemen na het lezen van deze dikke pil!

Het boek is al een aantal jaar geleden verschenen en veel geprezen en besproken. Ik zal daarom ditmaal niet een uitgebreid leesverslag schrijven, maar hierbij alleen verwijzen naar de vele recensies die elders op internet te vinden zijn. Ik kan het zeker aanraden, ook voor leesclubs. Er zijn zoveel morele en ethische vragen te stellen bij dit verhaal en parallellen te trekken met opvattingen en acties in de huidige tijd. Daar valt nog lang over na te praten.

Hans Fallada - Alleen in Berlijn. Amsterdam, Cossee, 2010. Geb., 460 pg., isbn: 9789059362970.

©JannieTr, 1 maart 2014.