zondag 9 oktober 2011

Bart Vercauteren - Een ziel van glas

Oktober 2011 - waardering: 7,5.

Inleiding

Helaas greep Bart Vercauteren net naast de Academica Literatuur Prijs van 2011. Misschien moet men er bij de ALP toch eens over nadenken of het wel redelijk is, dat lezers die niet alle 5 de nominaties gelezen hebben toch mogen stemmen op een enkel boek. Op deze manier wint een bestseller op een nogal dubieuze manier van de andere genomineerden, zonder dat er kennis genomen is van hun literaire kwaliteiten.
Het graf van de voddenraper is en blijft voor mij de winnaar. Vandaar dat ik blij verrast was dat er nog voor de uitslag van de ALP al een nieuwe titel van Bart Vercauteren in de boekwinkel lag. Die werd meteen aangeschaft uiteraard en inmiddels heb ik het boek tweemaal gelezen.

Inhoud

Liesbeth Schreurs is draaideurpatiënte in Sint-André, een psychiatrisch ziekenhuis. Op een onbewaakt moment gaat ze ervandoor. Ze neemt gewoon de trein, helemaal tot in Italië. Daar is Liesbeth een vrije vrouw. Ze maakt brokken en belandt in een politiecel. Sint-André zit met meer dan een probleem. Het kost veel meer om voor de onbetaalde rekeningen en de stommiteiten op te draaien, dan om Liesbeth terug te halen.
Martin De Bruyne aarzelt niet. Hij gaat haar in de auto achterna. De eerste keer dat hij Liesbeth zag, was ze jaren jonger, ze slofte nog niet door de gangen, keek nog helder uit haar ogen, was nog verontwaardigd over alles wat ze zag. Ik ben toch niet gek. Hij hield haar voor een bezoekster. Dat blijft elke patiënt voor hem. In de auto en op de terugweg wordt duidelijk waarom. Doorheen herinneringen, wachten, verwachten, herkennen en verlangen. (Achterflap).

Leeservaring

Meestal lees ik een boek tweemaal voor ik er hier een verslagje van maak. Dit keer leverde dat twee totaal andere ervaringen op. Mijn gretigheid en de samenvatting op de achterzijde speelden daarbij een rol.
Liesbeth Schreurs leek de hoofdpersoon van de roman, als je de achterkant bekeek. En wie te snel leest om te willen weten of het nog goed komt met haar, ziet essentiële zaken over het hoofd. Ik vond het verhaal verwarrend, begon het pas bij deel 2 een beetje te waarderen en ontdekte in deel 3 dat ik door de achterflap op het verkeerde been was gezet.

Het thema werd me daar pas duidelijk: Waar ligt de grens tussen geestelijk gezond en ziek zijn, waar die tussen een geval en een mens en die tussen verpleger en patiënt? Is het mogelijk om deze grenzen ter discussie te stellen en wat zijn de gevolgen als ze overschreden worden? Toeval en geluk bepalen aan welke kant van de grens je staat, maar de grens tussen zin en waanzin is flinterdun.

Martin bleek de echte hoofdpersoon van het verhaal en toen ik het nog een keer las vanuit dat gezichtspunt kwam er een heel ander, intrigerend verhaal te voorschijn. De spanning in het verhaal lag minder bij: hoe zal het gaan met Liesbeth, maar kan Martin het allemaal in de hand houden of betreedt hij stukje bij beetje een moeras waaruit geen ontsnappen meer mogelijk is.
En ik hàd het kunnen weten, als ik de Proloog beter tot me door had laten dringen.

Het personale perspectief ligt meestal bij Martin. Heel soms bij Liesbeth, maar meestal wordt er òver haar verteld. Beiden hebben een traumatische jeugd achter de rug, al is die van Liesbeth vele malen erger. Martin is verpleger geworden omdat hij voor mensen wilde zorgen. Zo leert hij Liesbeth kennen die steeds vaker wordt opgenomen en die het stempel psychotisch heeft gekregen. Niets meer aan te doen, volgens de geldende regels: opnemen, medicijnen geven en weer een poosje wegsturen, tot de volgende uitbarsting. Martin wil haar blijven zien als een mens met een verhaal dat aanknopingspunten biedt om ongezonde gedragingen te kunnen veranderen. Proberen contact te maken met de mens in de patiënt is echter ongewenst in Sint André. Als het een keer, door een terloopse opmerking toch gebeurt, krijgt Martin het gevoel dat ze hem vertrouwt en dat hij haar wellicht zou kunnen helpen.

Het is dan ook vanzelfsprekend dat hij meteen aanbiedt haar op te halen. Hij hoopt haar weer op de weg naar genezing en een normaal leven te kunnen leiden, op zijn manier, buiten de muren en de regels van Sint André. Dat hoopt hij te bereiken tijdens de terugreis in de auto.
Het boek is verdeeld in een Proloog (waarin we lezen dat het niet goed is gegaan met Martin), 3 delen, een Naschrift en een Epiloog. In deel 1 omvat de heenreis, deel 2 de terugreis met Liesbeth en deel 3 de gevolgen die onontkoombaar zijn. In het Naschrift lezen we in een brief van Liesbeth voor Martin wat hij voor haar heeft betekend en de Epiloog suggereert dat Bart zich met Martin vereenzelvigt.

 Tijdens de heenreis wordt Martin geplaagd door herinneringen aan zijn jeugd, onderweg terug met Liesbeth gaat er van alles fout, dat hij niet zal kunnen verklaren aan wie niet horen wil en al een oordeel klaar heeft. Toch maakt hij vorderingen met Liesbeth, tot de reis afgebroken moet worden en ze met het vliegtuig terug moeten keren. Op zijn werk wordt het onwerkbaar: men accepteert zijn mensbeeld niet, houdt angstvallig en arrogant vast aan eigen regels en veroordeelt hem. Hij wordt ontslagen. Ook thuis is alles anders dan voor de reis.

Een verhelderend interview over dit boek en de achtergronden (B.C. was zelf werkzaam in de psychiatrie) kun je hier zien bij: Onder Cover. Hij brengt daarin o.a. Franco Bazaglia ter sprake die in Italië psychiatrische ziekenhuizen verving door therapeutische gemeenschappen, waar patiënten, verplegers en doktoren bij elkaar woonden. (In het boek is Liesbeth gevlucht naar Nocera waar Sergio Piro, een aanhanger van Bazaglia, een therapeutische gemeenschap had). Martin en B.C. voelen zich verwant met deze anti-psychiatrie. Wie hierin geïnteresseerd is, kan meer informatie vinden op de site van en in het Museum Dr. Guislain te Gent.

Qua stijl vond ik deel 2 en 3 prettiger lezen. Was het Vlaams in Het graf van de voddenraper nog poëtisch te noemen, hier stoorde het me af en toe, omdat ik bleef steken in een onbegrepen zin. Soms vond ik de  beeldspraak wat gezocht. Maar er zaten ook  hele mooie bij:

"Ze was voor iedereen een hopeloos geval, maar ze was mooi in alles wat ze had kunnen worden. Voor Martin was ze zijn eigen hopeloze droom. Zijn pop, zijn vlinder in een veel te ingewikkelde cocon van staal en beton. Hij was vertrokken met een duidelijke verwachting: deze reis moest de hamer zijn die die cocon zou openbreken."

 Of: "Ze kijkt hem aan met ogen waarin de hopeloze waanzin langzaam dooit tot tomeloos verdriet".

Al lijkt dit boek een totaal ander thema aan te snijden dan Het graf van de voddenraper toch hebben ze gemeen dat ze gaan over hoe mensen in het leven staan en hoe ze zich erdoor heen proberen te slaan. Hoe verwerk je een groot verlies en hoe kun je dan verder gaan of hoe vindt je een manier om te leven met de trauma's van je jeugd? Waarom kan de een het wel en de ander het niet?
Ik heb zo'n vaag vermoeden dat we nog wel enkele romans over levensvragen mogen verwachten.

Er zijn maar weinig boeken die over de psychiatrie gaan. Door het originele thema, de bijzondere hoofdpersonen en de dilemma's die aangekaart worden is het tevens een interessant boek voor  leesclubs.

Bart Vercauteren - Een ziel van glas. Antwerpen, Houtekiet, 2011. Paperback, 165 pg.

©JannieTr, oktober 2011.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen