zondag 2 oktober 2011

Voor mij ben je hier: verhalen van de jongste generatie Surinaamse schrijvers - onder red. van Michiel van Kempen

September 2011 - waardering: 8


Inleiding


Omdat we dit jaar aandacht gaan besteden aan de Surinaamse literatuur met onze leesclub vroeg ik voor mijn verjaardag een verhalenbundel waaraan verschillende Surinaamse schrijvers een bijdrage geleverd hebben. Het is Voor mij ben je hier geworden. Zestien schrijvers toonden hun kunde in even zo veel korte verhalen. Het is een interessante kennismaking geworden.  Aan de keuze van de titels voor onze bijeenkomsten veranderde deze bundel niets: niet van elke auteur zijn voldoende boeken aanwezig in de bibliotheek om ze op het lijstje te zetten. Maar dat neemt niet weg, dat van de meeste titels wel een enkel exemplaar aangevraagd kan worden en dat zal ik in de toekomst ook zeker doen. 


Beschrijving:


Ter gelegenheid van 35 jaar onafhankelijkheid van Suriname stelde Michiel van Kempen een bundel samen met zestien verhalen van de jongste generatie Surinaamse schrijvers. Diversiteit en actualiteit worden moeiteloos verbonden aan herkenbare Surinaamse onderwerpen. Guilly Koster reist naar de binnenlanden van Limburg af waar hij verliefd wordt op een dominee die Surinaamse wortels heeft. Mala Kishoendayal beschrijft de reis van een Hindoestaans echtpaar op het eerste schip dat naar Suriname ging met contractarbeiders. Clark Accord treft de laatste resten van een koloniaal verleden in Santiago de Cuba aan. De verhalen zijn heel beeldend geschreven en de diversiteit geeft precies weer wat de Republiek Suriname kenmerkt: onovertroffen gemêleerd! Van Kempen is bijzonder hoogleraar West Indische Letteren aan de UvA. Hij heeft al diverse bloemlezingen Surinaamse letterkunde samengesteld. (NBD|Biblion recensie, C.H. Gajadin).


Leeservaring


In de inleiding van dit boekje stelt Michiel van Kempen, dat er in de eerste tien jaar van deze eeuw binnen de Surinaamse literatuur meer debuten verschenen zijn dan in de twee eeuwen daarvoor. Opvallend is het aandeel van jonge vrouwen daarin. Bovendien maakt het niet meer uit waar de auteurs wonen of geboren zijn om van Surinaamse literatuur te spreken. 

De ondertitel: Verhalen van de jongste generatie Surinaamse schrijvers wekt de suggestie dat het ook om jonge mensen gaat. Van elke auteur is een korte biografie opgenomen achterin het boek. En wie naar de geboortejaren kijkt, zal zien dat dat niet zo is. Uitschieters zijn: Herman Hennink Monkau (1935) en Carry-Ann Tjong Ayong (1941). Daarna is er een grote groep geboren in de jaren 50, begin 60: Joanna Werners (1953), Henna Goudzand Nahar (1953), Annette de Vries (1954), Guilly Koster (1955), Ismene Krishnadath (1956), Mala Kishoendajal (1959), Rihana Jamaludin (1959), Marylin Simons (1959), J.Z. Herrenberg (1961) en Clark Accord (1961). De jongste schrijvers uit deze verzameling zijn: Tessa Leuwsha (1967), Ruth San A Jong (1970), Iraida Ooft (1974) en Karin Amatmoekrim (1976).

Maar in de inleiding schrijft van Kempen ook, dat er als gevolg van de ontwikkelingen na de onafhankelijkheid een tijdlang weinig tot niets gebeurde op literair gebied. Pas in de eerste 10 jaar van de deze eeuw kwam de literaire productie weer op gang en debuteerden er Surinaamse schrijvers die ondertussen dus al een jaartje ouder waren. 

Met de term Jongste generatie schrijvers is m.i. dan ook vooral bedoeld: schrijvers die (ongeacht hun kalenderleeftijd) een andere, modernere Surinaamse literatuur voortbrengen. Minder gedreven door een maatschappelijke taak, zich er meer bewust van dat een literair werk een artistiek kunstwerk hoort te zijn. Dat wil niet zeggen dat ze niet open staan voor wat er gebeurt in de wereld, ook niet dat de thema's geen verband meer hebben met Suriname en haar geschiedenis. Maar er wordt vrijer, artistieker mee omgesprongen.

Zoals Van Kempen schrijft: In deze bundel is werk opgenomen van auteurs die het gezicht van de jongste Surinaamse literatuur in het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw bepaald hebben, plus het werk van enkele schrijvers die met beloftevol werk op de drempel staan van een literaire carrière. 

Ik heb deze bundel met veel plezier gelezen. De meeste verhalen waren boeiend en intrigerend. Èn afwisselend: de gemêleerdheid van al wie zich Surinamer noemt, komt in de verhalen naar voren. Ik zal in de toekomst zeker nog meer werk van deze schrijvers lezen. Verhalen die mij erg aanspraken waren de volgende:

 * Marylin Simons - Blijf stil. Het onthutsende verhaal van een oude vrouw die spijt heeft van het mishandelen van haar kind, maar die nooit aan iemand de trauma's van haar jeugd heeft kunnen vertellen.

 * Iraida Ooft - High Maintenance. Over een alleenstaande vrouw die dol is op haar kind, verwekt door een man wiens vrouw geen kinderen kan krijgen. De echtgenote roept winti in om dat kind te laten sterven en adopteert zelf een ander kind. Dan is het de beurt aan de minnares om winti in te roepen.

*  Clark Accord - Una casa particular. Een Spaanse edelvrouwe in het communistische Cuba verhuurt kamers om aan inkomen te komen. Ze wordt al jaren bezocht door de geest van een slavin van haar voorvaderen die zelf haar ongeboren kind doodde om te voorkomen dat het ook een ellendig slavenbestaan zou moeten ondergaan. Ze vertelt haar verhaal aan een student. Het Yoruba-geloof speelt er een belangrijke rol in. Als hij dit verhaal op gaat schrijven, wordt de vloek doorbroken en vindt de geest rust in het dodenrijk.

* Ismene Krishnadath - Adempauze. Een intrigerend verhaal waarin heden (de aardbeving op Haïti), verleden (mysterieuze Indiaanse verhalen) en toekomst (de voorspellingen van een Indiaanse) samenkomen.

**Zonder de anderen daarbij te kort te willen doen: deze hele bundel is het lezen waard!!

Voor mij ben je hier: verhalen van de jongste generatie Surinaamse schrijvers - samengest. en gered. door Michiel van Kempen. Amsterdam - Meulenhoff, 2010. Paperback, 254 pg., met verklarende woordenlijst en auteursinformatie. ISBN: 9789029086790

© JannieTr, 2 oktober 2011.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen