dinsdag 2 april 2013

Discussievragen bij Bruidsvlucht van Marieke van der Pol



1. De titel Bruidsvlucht kan op verschillende manier worden uitgelegd. Welke kun jij verzinnen?

2. Het basisthema van de roman is emigratie en alle praktische en emotionele zaken die daarbij komen kijken. Heeft Marieke van der Pol dat thema HISTORISCH gezien goed uitgediept? M.a.w. maakt zij duidelijk hoe het in 1953 was om te emigreren? Hoe is dat nu voor Nederlanders? En hoe was het voor de gastarbeiders om hier in de zestiger jaren te komen werken?

3. In hoeverre zijn de hoofdpersonen in staat gebleken te integreren? Waarom lukte dat wel of niet?

4. Marieke van der Pol heeft 3 zeer verschillende vrouwen neergezet. Het zijn zeer uitgesproken karakters geworden. Kun je een karakteristiek geven van elk van de vrouwen? Wie spreekt jou persoonlijk het meest aan? Maken de vrouwen nog een ontwikkeling door in de loop van hun leven? Kun je vluchten voor wie je bent?

5. Het eerste hoofdstuk van het boek wordt vertelt door een alwetende verteller. Kun je stukjes aanwijzen waar dat uit blijkt?

6. In de rest van het boek ligt het perspectief meestal bij een van de vrouwen, nooit bij Frank. Heb je daar een verklaring voor? Heb je zijn perspectief gemist?

7. Een van de belangrijkste motieven in Bruidsvlucht is de dood.  Kun je de momenten opsommen waarin die ter sprake komt?

8. Andere motieven zijn: (on)gewenste zwangerschap, onverwerkt oorlogsleed, de invloed van het geloof. Daarnaast worden in de bespreking van Biblion nog genoemd: vertrouwen versus angst en (gebrek aan) communicatie. Kun je daar zelf de voorbeelden bij bedenken?

9. Hoe denk je over de verhouding feiten/fictie? Heb je een beeld gekregen van Nieuw-Zeeland en haar bewoners in de beschreven periode? Heb je het idee iets "opgestoken" te hebben van dit boek?

10. De structuur van de roman bestaat uit een vertelheden en een vertelverleden. Ze worden afwisselend beschreven. Hoeveel tijd beslaat het vertelheden?

11. Het vertelverleden beslaat in principe de periode tussen 1953 en het vertelheden (2003). Enkele perioden krijgen daarbij de nadruk (1953, 1961-1963). Daarnaast zijn er herinneringen van de verschillende hoofdpersonen die als flashback niet-chronologisch voorkomen in het verhaal. Een ingewikkelde structuur, maar wel met een reden. Welke denk je? Vond je het moeilijk?

12. Is het je opgevallen dat de ruimte die Nieuw-Zeeland biedt en de klimaatverschillen binnen het land een symbolische rol spelen t.o.v. het leven dat de vrouwen en Frank leiden?

13. Wat vind je van de schrijfstijl van Marieke van der Pol? Is ze te uitleggerig (zoals in een recensie wordt beweerd) of kun je merken dat ze eerder scenario's schreef? Ze won met dit boek in 2008 de Debutantenprijs, is het merkbaar dat dit een romandebuut is?

14. Ik kon de terloopse humor wel waarderen. Zoals die Nieuw-Zeelandse die wel begreep dat het  wennen moest zijn voor de Hollanders, om hier op schoenen te moeten lopen.
Ook ontdekte ik enkele mooie beeldspraken. Zoals het samenzijn van Ada met Derk: met de graaiende handen van een drenkeling. Als je ze tegenkomt, wil je ze dan noteren? (Zie pg. 67 en 68 van het cursusboek).

15. Als je de verfilming hebt gezien (te leen via de bieb) kun je dan iets zeggen over de uitwerking?

©JannieTr, 2 april 2013.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen