dinsdag 27 mei 2014

Gijs IJlander - Geen zee maar water



Mei 2014 - waardering: 7,0.

Inleiding

Van Gijs IJlander (Alkmaar, 1947) las ik onlangs Vergeef ons onze zwakheid. Ik was er erg van onder de indruk en omdat hij al 14 titels op zijn naam heeft staan, besloot ik ook een wat oudere titel uit te proberen.  Het werd Geen zee maar water, omdat de samenvatting van de inhoud voor mij als Zeeuws-Vlaamse associaties opriep met het drama rond de Hedwige polder. Zeker, er waren raakvlakken, maar toch was dit niet helemaal wat ik ervan verwachtte. En dat lag niet alleen aan het onderwerp. Van Vergeef ons onze zwakheid wordt al gezegd dat het zijn beste boek is, dat hij gegroeid is als schrijver. Dan is het eigenlijk logisch, dat ik wat gemengde gevoelens aan dit oudere boek overhield: mijn verwachtingen waren gewoon te hoog gespannen. De manier van schrijven die mij raakte in Vergeef ons onze zwakheid, vind ik wel terug in Geen zee maar water. Alleen minder vaak dan ik zou wensen.

Samenvatting

De jonge staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat Annet de Goede is niet omzichtig in haar omgang met ambtenaren en collega's in het kabinet. Ze is ervan overtuigd dat het nieuwe beleid dat ze voorstaat het enige juiste is en onderschat de weerstand die ze oproept met haar voornemen om land terug te geven aan de zee. Haar plannen zaaien angst en verwarring bij de mensen die het betreffende land bewonen, zoals rattenvanger Bennie en zijn drankzuchtige vader, die aan politiek geen boodschap hebben, maar des te meer aan het waterrijke land waaraan ze hun bestaan ontlenen. Terwijl Annets populariteit in de aanloop naar nieuwe verkiezingen stijgt tot onvermoede hoogte, wordt haar familie in de Wieringermeer onder druk gezet door nietsontziende actievoerders. Geen zee maar water vertelt uitermate levendig over een actueel conflict dat het zelfbeeld van dit land fundamenteel raakt en daarom niemand onberoerd laat, en tegelijkertijd is het een liefdesverklaring aan het Nederlandse landschap met zijn hoge luchten en rechte lijnen. (Achterflap)

Leeservaring

Voor iemand dat zou kunnen gaan denken: dit is echt geen slecht boek! Het heeft me nog dagen bezig gehouden voor ik erachter kwam waarom ik er gemengde gevoelens over had. Gelukkig ben ik daar nu uit. Nogmaals: ik geef in dit blog altijd mij eigen leeservaring weer en toets verder alleen of ik het geschikt vind als leesclubboek en waarom. Maar wat voor de meeste lezers zal gelden, geldt ook voor mij: het moet wel klikken tussen mij en een boek om er volop van te kunnen genieten. En daar haperde het een beetje aan in dit geval. Ik moet me thuis voelen in het boek: zowel de plaats en ruimte, als het tijdperk moeten me aanspreken en ik moet me kunnen inleven in de hoofdpersonen. Laat ik daar eens een voor een naar kijken.

De plaats en ruimte: ik had dus een soort Hedwigepolder verwacht. En dat kwam omdat ik me herinnerde dat er ooit een plan was om delen van het voormalige eiland Wieringen op te offeren voor een randmeer of zoiets. Dat onzalige plan is gelukkig niet doorgegaan. De kleinschaligheid daarvan komt echter dichter in de buurt van de Hedwigepolder dan de uitgestrektheid van de rechtlijnige Wieringermeer (althans zoals ik me die voorstel). Maar toch, zoals Gijs IJlander deze omgeving omschrijft, dat heeft ook wel wat. De weilanden, het water, de luchten, de vogels. Het werk van de rattenvanger, het oude veerhuis. Nee,  aan de sfeerbeschrijving  ontbreekt niets. En ook de beschrijving van de ruimte waar de andere hoofdpersoon doorgaans verblijft, Utrecht en Den Haag en de snelwegen daartussen, is helder.  Een mooi contrast, nodig voor het verloop van het verhaal, dat trouwens vol dergelijke contrasten zit.

Het tijdperk is meestal niet zo'n issue voor me. Elke periode heeft z'n charme, het is maar net wat de schrijver er mee doet. Het boek is uit 2007. Het verhaal komt nog steeds actueel over. Toch zou het ook veel eerder hebben kunnen spelen.  Vernieuwers in de politiek? Sinds 1966 blijven ze opstaan. Het gepolder, het gekonkel, de verborgen agenda's, de blinde ambities, de gewetenloze compromissen, achterkamertjespolitiek, spindokters, machtswellust? Het wordt alleen maar erger.
 En land onder water zetten? Ook dat is al heel lang bezig: Groningen, Zeeland, het Grote Rivierengebied? En naast de al uitgevoerde plannen, zijn er de afgeblazen projecten. De rol van de milieuclubs? Ook die is niet altijd even zuiver. En ook daar speelt Gijs IJlander op een onderhuidse en ironische manier mee. Laten we het er maar op houden dat het boek weinig aan actualiteit heeft verloren. En dat het daarom nog steeds het lezen waard is.

Blijven over de hoofdpersonen. En daar wringt de schoen bij mij, heb ik gemerkt. Het boek is verdeeld in 4 hoofdstukken. In het eerste leren we Annet kennen, als een zeer gedreven jonge politica, die het tot staatsecretaris van Verkeer en Waterstaat heeft geschopt en die de ambitie heeft een nieuwe partij op te richten die alles anders zal gaan doen in de politiek. En al probeert IJlander haar neer te zetten als een in wezen goed mens met eerlijke bedoelingen, die echter omringd wordt door mensen die haar een kant op drijven die haar in conflict brengt met haar geweten,hij slaagt er niet in bij mij enige sympathie voor haar op te roepen. Het blijft een onecht mens, zelfs in haar rol als liefhebbende kleindochter en dochter.
Het tweede hoofdstuk is voor Bennie. Wat een verademing na bijna 100 bladzijden politiek. In dit hoofdstuk herkende ik de schrijfstijl die ik in Vergeef ons onze zwakheid zo bewonderde. Bennie's ouders hadden een veerdienst met café, De Lier genaamd. Ze woonden in het  veerhuis. Terwijl vader de mensen overzette, schonk moeder in het café of op het terras koffie e.d. Ze had het er druk mee en op een dag verloor ze Bennie uit het oog, hij raakte te water en verdronk bijna. Sindsdien is hij zwakbegaafd, heeft geen werk, kan de veerdienst niet overnemen en woont als volwassen zoon bij zijn ouders. Als zijn moeder overlijdt, is hij erg verdrietig. Zijn vader raakt aan de drank, doet vreemde nachtelijke zaken en verwaarloost de boel, zichzelf en Bennie. En dan sterft ook zijn vader. Bennie is op zichzelf aangewezen, met weinig hulp van de omgeving.
Het is zo ongelooflijk knap hoe IJlander in de huid en hoofd van Bennie kruipt. Je voelt al lezend wat het betekent om zoals Bennie te zijn: bang, onzeker, maar ook tot op zekere hoogte overtuigd van zijn eigen mogelijkheden, zijn besef gebruikt te worden en misleid, zijn pogingen te ontsnappen aan verwarrende gedachten, zijn vaste geloof in het nabij zijn van zijn moeder, in de vorm van een vogel. En meer. Een grotere tegenstelling is niet mogelijk: hier is een echt mens, een oprecht mens, een veracht mens, dat alleen vraagt met rust gelaten te worden en zijn simpele werkzaamheden in de polder voort te kunnen zetten.
De structuur zit goed in elkaar, want in het derde hoofdstuk wisselen Bennie en Annet elkaar af. Maar de achtergrond krijgt ook steeds meer nadruk: een belachelijke milieuclub van bejaarde activisten (ook vooral met zichzelf ingenomen) profiteert van Bennie's huis en onvermogen iets tegen te werpen en een groep mediatrainers en een oud-hoogleraar zetten Annet onder druk. Het al dan niet onder water zetten van de polder staat op het spel, de peilingen voor de  verkiezingen met Annet als lijsttrekker, er zijn bedreigingen, chantage, plannen voor het opblazen van dijken en meer zaken die het verhaal spannend moeten maken.
In het vierde hoofdstuk tenslotte vindt de confrontatie tussen Bennie en Annet plaats. Mag Bennie in het veerhuis blijven wonen? Wordt de milieuclub ter verantwoording geroepen? Gaat de polder onder water? Zet Annet haar plannen voor een nieuwe partij door?

Wie het weten wil, zal het boek moeten lezen. Mij blijven vooral de stukken vanuit het perspectief van Bennie bij en de prachtige beschrijvingen van de poldernatuur. Die twee zaken kunnen zich met Vergeef ons onze zwakheid meten. De rest sloeg bij mij niet zo aan, maar bij andere lezers vast wel. Of dit een leesclubboek is? Misschien toch wel, gezien de nog steeds actuele thema's. Gewoon proberen, zou ik zeggen.

Gijs IJlander - Geen zee maar water. Amsterdam, Cossee, 2007.Geb. met stofomsl., 286 pg. ISBN: 978-90-5936-196-6.

©JannieTr, 27 mei 2014.

Ik las dit boek als 7/20 voor de Ik lees Nederlands Uitdaging 2014

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen