dinsdag 1 mei 2007

Willem Elsschot – Villa des Roses


Mei 2007 – Waardering 7,0


“Naar eigen zeggen is Alfons De Ridder alias Willem Elsschot toevallig aan het schrijven gegaan door toedoen van 'een 45-jarige juffrouw Van der Tak', collega van De Ridder bij de Schiedamse Werf Gusto: 'Ze wilde altijd dat ik de verhalen die ik vertelde, onder andere over het familie-pension in Parijs waar ik gewoond had, opschreef. Ik sprak nog Vlaams, weet u; en dat vermaakte haar. Wel driehonderd keer heeft ze gezegd: "Fons, waarom schrijf je dat niet eens op." En ik schreef Villa des Roses in drie weken.'

In interviews vertelde Elsschot maar al te graag dat het verhaal autobiografisch was ('Die onsympathieke, jonge Duitser uit mijn eerste boek was ik zelf') en dat hij het 'spontaan' en 'zonder erbij na te denken noch iets te compliceren' had geschreven. Een bewering die overigens niet waar is: uit een brief van Elsschot aan Jan van Nijlen blijkt duidelijk dat de jonge schrijver stilistisch uiterst weloverwogen te werk is gegaan.

Ook in de vele recensies van de eerste druk van Villa des Roses (1913) is Elsschots verrassende stijl een terugkerend onderwerp van lof, al weet men het werk niet zo goed te plaatsen: men noemt het uiteenlopend 'frisch Hollandsch', 'zuiver Noord-Nederlandsch' en 'on-Hollandsch/Fransch', waarbij zelfs meermalen een vergelijking met Honoré de Balzac wordt getrokken.

J. Greshoff: 'Zelden trof een Nederlandsch boek mij zoo direct en zoo diep, omdat het anders was dan alle andere Nederlandsche boeken, welke ik gelezen had.'” (Citaat van de site van het Elsschot Genootschap).



Het is al lang gelden, dat ik van Elsschot Het Dwaallicht las. Ik herinner mij globaal de inhoud en dat ik het mooi vond.  Ook Lijmen /Het Been heb ik ooit gelezen, maar daar is minder van bijgebleven. Dit jaar is het 125 jaar geleden, dat Elsschot geboren werd en dat wordt in Antwerpen uitgebreid gevierd, met als stuwende kracht Het Elsschot Genootschap. De daarbij behorende activiteiten (van wandelingen, via lezingen tot heruitgaven) zijn te vinden op hun website. In dit kader is het wel toepasselijk, dat de Leestafel Villa des Roses, zijn eersteling, gekozen heeft tot samenleesboek van de maand juni.

De kennismaking met het eerste boek dat Elsschot schreef is niet tegengevallen. Na bijna 100 jaar doet de stijl niet echt ouderwets aan. En in het sporadische geval dat de woordkeuze wat vreemd overkomt, speelt doorgaans het Vlaamse taal- en woordgebruik een rol.

Het boek leest alsof het verhaal zich terwijl het geschreven werd ontwikkeld heeft. Wat begint als een luchtige, licht ironische beschrijving van een familiepension in Parijs, “waarin het echtpaar Brulot te eten gaf en kamers verhuurde” wordt gaande weg grimmiger: er wordt in de tuin een zelfmoord gepleegd, de oudste gast (die kleptomanie ontwikkeld heeft) wordt zo getergd dat ze een verschrikkelijke wraak verzint, er worden gasten op straat gezet en het eindigt ermee dat de huur van Villa des Roses wordt opgezegd: het huis staat op de nominatie gesloopt te worden. Ondertussen komt daar al snel het verhaal bij van Louise, het kamermeisje. Het verloop van haar affaire met een van de gasten en de afloop ervan plaatst het verhaal terug in de periode waarin het geschreven werd: het heeft beslist naturalistische trekjes. En zo eindigt een nog steeds niet echt gedateerd boek toch een beetje ouderwets.

Niet alle karakters zijn evenveel uitgediept. Bij sommigen wordt een bepaalde eigenschap er uitgelicht en uitvergroot. Wat er in hen omgaat, is dan niet altijd helemaal duidelijk. Slechts voor zover het van belang is voor de ontwikkeling van de gebeurtenissen lezen we hun gedachten. Alleen Louise en (in iets mindere mate) Grünewald leren we beter kennen. En juist daardoor komt de naturalistische inslag van het verhaal naar voren.

Toch wel aardig om te lezen. Ik heb het tweedehands aangeschaft (mooie gebonden uitgave), dus herlezen kan ook nog. Inmiddels ook aangeschaft: Tjip/De Leeuwentemmer (ook een mooie gebonden uitgave, met uitgebreide inleiding). Die zijn van veel later (1934 en 1940). Wel leuk om eens naast de Villa te leggen.



Amsterdam, Querido, 1969. Geb., met stofomsl., 127 p., 12de dr. (1e dr. 1913).

© Librije, mei 2007.

N.B. DIT BOEK WERD OVERGEZET VANUIT MIJN OUDE WEBLOG EN HEEFT DUS EEN IETS ANDERE FORMAT.


maandag 2 april 2007

Lilian Blom - De tuinkamer

In de tuinkamer van hun Haarlemse woning beleeft Louis Ferron, schrijver en partner van Lilian Blom, de laatste weken van zijn leven. Op zijn sterfbed vraagt hij zijn echtgenote te noteren wat hij zelf niet meer zal kunnen schrijven over zijn leven. En hoewel ze al regelmatig columns schreef en docente Engelse literatuur is, ontstond zò pas haar eerste boek: een debuut dat er mag zijn en dat ik tip als een van de kanshebbers voor de Debutantenprijs 2007.

We kunnen dit boek onmogelijk een roman noemen, omdat het geen fictie is. Maar de term non-fictie is hier ook niet op z’n plaats: daarvoor is de vertelling te persoonlijk. “Een memorie” luidt de ondertitel van De Tuinkamer en misschien is dat wel de beste omschrijving. Want naast de dramatische gebeurtenissen van deze laatste weken komen de herinneringen aan hun gezamenlijk leven en hun jeugdervaringen als vanzelf naar boven en vervlechten zich met het verhaal. Twee verhaallijnen krijgen we aldus gepresenteerd, die elkaar steeds na enkele bladzijden op een natuurlijke wijze afwisselen. Soms ingeleid door een toepasselijk citaat uit een van Ferrons boeken. Op zijn sterfbed komen deze verhaallijnen samen.

Nadat hij zich al een paar weken niet lekker gevoeld heeft, bezoekt Louis de huisarts, die de ernst van zijn klachten onderschat. Kort daarna krijgt hij hevige pijnen en wordt er door de internist geconstateerd dat er geen hoop op genezing meer is: binnen enkele weken zal hij overlijden aan kanker. De klap komt hard aan. Het verloop van de daarop volgende zware en emotionele weken vormt de eerste lijn.

De tweede verhaallijn is het verhaal van hun relatie: vanaf de dag dat ze elkaar ontmoeten tot het moment dat ze elkaar twintig jaar later bij het sterven van Louis moeten loslaten. Daarin komt ook hun beider jeugd ter sprake. Zij is de dochter van een joodse man en een Nederlandse vrouw, hij (geboren in de oorlog) is de zoon van een getrouwde Duitse man en een ongehuwde “moffen-hoer”. Ze vertellen elkaar hun levensgeschiedenis in het begin van hun relatie, maar gaan ook samen op zoek naar de antwoorden die ze van hun ouders niet kregen. Vooral het verhaal van Ferron is schrijnend. Zijn echte moeder hoefde hem niet en gaf hem mee aan zijn vader. Diens vrouw, die zelf geen kinderen kon krijgen, voedde hem liefdevol op tot het moment waarop de vader overleed. Toen werd hij (6 jaar oud!) opgeëist door zijn echte moeder en zijn grootouders, die hem liefdeloos behandelden. Zijn leven lang bleef hij zoeken naar allerlei antwoorden en vond de meeste, sommige nog vlak voor zijn overlijden.

Het thema is triest, maar het is te mooi beschreven om ongelezen te laten. Lilian Blom is er in geslaagd een gevoelig, maar nergens sentimenteel beeld van deze laatste weken te schilderen. En tevens een realistisch beeld: het gewone leven gaat door. Er moeten allerlei zaken geregeld worden. Toch schrijft ze niet afstandelijk: ze blijft er volop bij betrokken. Haar wanhoop, woede, verdriet verstopt ze niet. Dat het boek toch niet dieptreurig, maar ontroerend geworden is, komt denk ik mede door de sterke band tussen beiden die uit de tekst spreekt. En door de milde humor die toch ook hier en daar doorklinkt. Maar niet in het minst doordat ze tevens laat zien wie Ferron werkelijk was: een gevoelig, kwetsbaar mens, getekend door een verpestte jeugd. En dat is geen fictie…..

Lilian Blom - De tuinkamer. Amsterdam, De Bezige Bij, 2007. Gb., 180 pg., 2007. ISBN10: 9023425324 | ISBN13: 9789023425328 

© Jannie Trouwborst, april 2007. 

Meer over Louis Ferron en zijn werk lees je HIER.
Mijn bespreking van een van zijn boeken: Het overspelige gras staat HIER

(Deze bespreking komt van mijn oude blog en heeft een afwijkend format) 

Het boek is herdrukt en nog verkrijgbaar, ook als e-book. In de winkel en in de bibliotheek. Dat geldt ook voor de twee opvolgers: Strijklicht en Slagschaduw.

maandag 5 maart 2007

Mensje van Keulen - Van lieverlede

Maart 2007 – waardering: 7,5.

Van lieverlede verscheen in 1975: het was de eerste echte roman van Mensje van Keulen (3 jaar na haar debuut Bleekers zomer, een novelle). Haar werk uit deze periode is realistisch, naturalistisch bijna, met een fascinatie voor verval en uitzichtloosheid. Op beklemmende wijze beschrijft ze het kleinburgerlijke milieu, de eenzaamheid, de sleur en de hopeloze relaties rond een jonge vrouw in een volksbuurt in de jaren zeventig.

Hanna is negentien jaar. Haar vader is sinds een paar jaar dood en haar moeder is ziek. Haar oudere zus is getrouwd met een ex-zeeman en heeft een dochtertje. Hanna zorgt voor haar zieke en zeurderige moeder, doet het huishouden en de boodschappen en leest haar de krant voor. Ze wonen samen in een verwaarloosde en oncomfortabele woning in een volksbuurt. De verhouding tussen moeder en dochter is kil. De moeder heeft weinig aandacht voor haar dochter en haar wensen en toont geen enkele dankbaarheid of warmte. Toch wil ze haar bij zich houden: haar man is dood, haar oudste dochter getrouwd en haar zoontje overleden (toen Hanna nog heel klein was). Ze zeurt en klaagt alleen maar tegen haar, beknibbelt op het huishoudgeld, zodat er geen geld is voor iets lekkers of iets leuks. Ook mag Hanna niet gaan werken, zodat ze zelf geld kan verdienen voor kleding of de kapper. Het leven voor Hanna is een uitzichtloze sleur geworden, zonder contacten met de buitenwereld.

Dan wordt ze via de kerk uitgenodigd voor een dansavond voor jongeren. Ondanks de bezwaren van haar moeder (gevaarlijk op straat, het kost geld) gaat ze er toch heen. Ze ontmoet er Adje, een onsympathieke macho. Hoewel ze hem niet ziet zitten, maakt ze toch een afspraak met hem. Hij noemt haar: de onnozele en dat is ze in feite ook. Als haar getrouwde zus een avondje uit gaat met haar man, past Hanna op haar nichtje en komt Adje haar opzoeken. Hanna wil bij haar moeder weg en denkt, dat dat het beste kan door net als haar zus te trouwen, desnoods met Adje. Maar ze schrikt ervoor terug, als Adje haar op deze avond bijna verkracht. En ze maakt geen nieuwe afspraak.
Hoewel Hanna haar zus benijdt omdat deze getrouwd is en een dochtertje heeft, blijkt het ook in dat huwelijk niet goed te gaan: drank, geweld en overspel spelen een rol. En op een avond staat Coby voor haar moeders deur, omdat haar man haar wil vermoorden. Ze blijft een paar dagen logeren. Als alles weer bijgelegd is, verdwijnt Coby weer. De eenzaamheid en sleur zijn daardoor voor Hanna echter nog erger geworden. Ze begint haar moeder af te snauwen, geeft het geld dat Coby achterliet uit aan make-up, lingerie en lekker eten. En ze zwerft ’s avonds laat over straat om Adje te zoeken: alles is beter, dan nog langer in dat benauwde huis te moeten verblijven.
Haar moeder gaat geestelijk en lichamelijk steeds verder achteruit. Ze krijgt waanideeën en wil Hanna vertellen over een vreselijk geheim, maar Hanna is niet meer in haar geïnteresseerd.  En dan volgt er een schokkend einde.

Eenzaamheid, een verstikkende moeder-dochter relatie, de zin van het bestaan, de beperkingen van een lagere sociale klasse, dat zijn de thema’s van dit boek. Het wordt op een bijzondere manier verwoord: sober, zonder franje of literaire kunstjes. Geen ironie, geen overdrijving. Puur alleen de gedetailleerde beschrijving van de trieste omgeving, de inhoudsloze gesprekken, de hopeloze omstandigheden. Maar op zo’n manier, dat je vanaf de eerste bladzijde meegetrokken wordt in het verhaal en het boek haast niet meer weg kunt leggen. Om aan het einde geen moraal te vinden in dit verhaal, of het moest zijn, dat wie voor een dubbeltje geboren is, nooit een kwartje kan worden….

© Librije, maart 2007.

http://www.mensjevankeulen.nl/ (website Mensje van Keulen).


 
N.B. DIT BOEK WERD OVERGEZET VANUIT MIJN OUDE WEBLOG EN HEEFT DUS EEN IETS ANDERE FORMAT.

donderdag 1 maart 2007

Dimitri Verhulst - Mevrouw Verona daalt de heuvel af


Helaas zijn bij het overzetten van mijn oude weblog naar Mijn Boekenkast een aantal besprekingen verloren gegaan. Gelukkig heb ik de toestemming van De Leestafel (KLIK HIER) om in een enkel geval die van hun site over te nemen. Dit is er een van. 

De Vlaamse schrijver Dimitri Verhulst (1972) volgde zijn succesvolle De helaasheid der dingen (wellicht zijn werkelijke doorbraak) nog hetzelfde jaar op met Mevrouw Verona daalt de heuvel af, een novelle met alweer zo’n prachtige titel.


Op een gure winterdag besluit de bejaarde Mevrouw Verona dat haar tijd erop zit. Jaren eerder legde de jong gestorven liefde van haar leven, Meneer Pottenbakker, een voorraad met brandhout aan. Nu ze het laatste blok uit de schuur heeft gehaald, vindt Mevrouw Verona dat ze lang genoeg een gevangene van de heuvel is geweest. Ze daalt de steile heuvel af, waarop ze in het samen met Meneer Pottenbakker gekochte huisje woont, in de wetenschap dat de terugtocht voor haar fysiek niet meer haalbaar is. Vergezeld van haar trouwe viervoeter overdenkt ze haar ruim tachtigjarige leven en passeren talrijke flamboyante dorpelingen de revue. Dat is, kort samengevat, het plot van Verhulsts nieuwe boek. Meer vertellen zou de charme van deze novelle ondermijnen.

Mooie, beeldrijke beschrijvingen worden vaak als ‘not done’ beschouwd door jonge (Nederlandse) schrijvers met hun dikwijls kale, sfeerloze schrijfsels over vervelende twintigers aan de zelfkant van de maatschappij. Aan een oude dame aan het einde van haar leven zouden zij zich niet wagen. Gelukkig trekt Verhulst zich daar niets van aan. Met zijn welhaast barokke schrijfstijl, in prachtig Zuid-Nederlands, sleurt hij de lezer het verhaal in. Veel zinnen zijn prachtig en eigenlijk kunstwerkjes op zich. Het meeslepende verhaal kabbelt rustig voort - in veelal poëtisch mooie zinnen die eigenlijk kunstwerkjes op zich zijn - en mondt uit op een bitterzoet einde. Het enige dat de lezer wellicht teleurstelt is dat het boek zo kort is en dat je het dus binnen een halve middag uitleest, maar daar is het dan ook een novelle voor. Mevrouw Verona daalt de heuvel af is een verrukkelijke novelle en doet uitkijken naar nieuw werk van deze getalenteerde Vlaming, die ongetwijfeld één van de beste schrijvers uit het Nederlandstalige taalgebied is.

Paperback | 110 Pagina's | Uitgeverij Contact | 2006 | ISBN: 9025425380

© gordana (via De Leestafel)
januari 2007

(© JannieTr, helemaal mee eens, waardering: 7,5)

donderdag 8 februari 2007

Hans Münstermann - Het gelukkige jaar 1940


Februari 2007 – Waardering: 6.

Vijf romans heeft Hans Münstermann geschreven met zijn alter-ego Andreas Klein in de hoofdrol. Voor de laatste (De Bekoring) kreeg hij in 2006 de AKO-literatuurprijs. Volgens zijn critici was de eerste (Het gelukkige jaar 1940) de meest geslaagde.

Het verhaal laat zich simpel samenvatten: Marianne Petersen, een 18-jarig meisje uit Arnhem trouwt op 10 mei 1940 (!) met de 30-jarige Joachim Klein, een Duitser. Ze krijgen 7 kinderen en scheiden kort na hun 25-jarig huwelijksfeest. Joachim sterft op zijn 60ste. Een familiefeest (de 40ste verjaardag van een van de broers) waarop iedereen, ook de 78-jarige moeder, aanwezig is, vormt het decor waartegen ons de geschiedenis van dit huwelijk wordt verteld.
Münstermann gebruikt hiervoor 3 verhaallijnen, die elkaar voortdurend afwisselen. Het perspectief ligt steeds bij Andreas, de middelste zoon. Hij vertelt over de huwelijksdag in 1940, verhaallijn 1), over de kennismaking en verloving van vader en moeder en het verloop van het huwelijk tijdens en na de oorlog (verhaallijn 2) en over de gebeurtenissen op het familiefeest (verhaallijn 3).

Uiteengerafeld ziet dat er zo uit: Andreas blijkt gefascineerd door het verleden. Van jongs af aan merkt hij dat er tussen zijn ouders geen liefde, warmte bestaat. Er mist iets in het gezin. Hij probeert uit te vinden of het ooit anders was en hoe het komt dat dat verdween. Ook vermoedt hij dat er geheimen zijn in de familie. Zijn moeder verzwijgt iets. In de eerste verhaallijn reconstrueert hij de trouwdag van zijn ouders. Vanaf het moment dat Marianne de avond voor de bruiloft naar bed gaat tot en met de huwelijksnacht. Hoewel toen nog niet geboren (uiteraard) doet hij of hij er bij was, praat met zijn moeder, vraagt haar van alles en voegt dat bij de feiten en antwoorden die hij van later kent. Doordat Joachim een Duitser is en precies op de trouwdag de oorlog uitbreekt, zijn er nogal wat verwikkelingen op deze dag. Toch concludeert Andreas, dat ze blij met elkaar en gelukkig zijn die dag. Al realiseert hij zich wel, dat Marianne ook trouwde om het huis uit te kunnen en Joachim omdat er op seksueel gebied nu eenmaal niets mogelijk was zonder huwelijk.

De tweede verhaallijn volgt het paar, vanaf de kennismaking tot na de scheiding, met veel  aandacht voor de oorlogsperiode. Hij komt tot de conclusie dat met name zijn vader gebroken uit deze periode is gekomen. Afgewezen door de Nederlanders (hoewel geneutraliseerd) probeert Joachim in Duitsland de kost te verdienen. Marianne komt over, maar vertrekt al weer snel naar het relatief veilige Nederland, als ze de bombardementen in Dortmund meemaakt. Soms komt Joachim even over. Er worden ondertussen 3 kinderen geboren. Maar als hij zich in Duitsland kritisch uitlaat over de Nazi’s wordt hij daar in een dwangarbeiderskamp gestopt. Hij mist zijn gezin enorm. Na de oorlog komt hij naar huis en wordt vervolgens in een Nederlands kamp opgesloten. Als hij eindelijk terug kan keren naar zijn gezin is hij een totaal gebroken, een ander mens, volgens Marianne. Ze doet haar best, maar kan niet meer van hem houden. En dan is er ook nog Oom Paulus, een broer van Joachim, die als majoor in het Duitse leger dient en tijdens de oorlog in het huis bij Marianne woont en aan het eind van de oorlog onder verdachte omstandigheden sterft.

De derde lijn is het feest, waarop Andreas iedereen, maar vooral zijn moeder en een tante, ondervraagt over het verleden. Aanvankelijk vinden zijn broers en zussen dat hij het feest verpest met zijn gezeur, maar gaandeweg raken ook zij geboeid en zijn ze benieuwd naar de antwoorden. Het is duidelijk dat er iets verzwegen wordt, maar wat? Is Andreas soms een zoon van Oom Paulus? En wat is er aan het eind van de oorlog met Oom Paulus gebeurd? Net als Andreas denkt, dat hij alles goed gereconstrueerd heeft, blijkt het toch weer allemaal anders te zijn:
“Dit zijn aantekeningen die altijd bijgewerkt moeten worden, elke dag, tot ik er niet meer ben. Steeds opnieuw overlezen en de wenkbrauwen fronsen. Nieuwe details, nieuw mededogen.” “De hele geschiedenis moest weer van voren af aan onder de loep genomen worden. Daar gingen we weer. Het was maar goed dat niemand wist waar ik nu weer mee bezig was. Ze zouden me in een inrichting stoppen. Daar zouden ze toe in staat zijn. En geef ze eens ongelijk”.
Tenslotte vertelt Marianne toch het geheim.

Welk thema wordt er in deze roman aangesneden? Je kunt het een oorlogsroman noemen. Niet het militaire gebeuren, maar de gevolgen voor de gewone mensen staan centraal. Vooral Joachim wordt het slachtoffer van het feit, dat hij op deze bijzondere dag met een Nederlands meisje trouwt. Marianne lijkt er beter vanaf te komen. Maar er is ook wat voor te zeggen om het een psychologische roman te noemen. Al leren we het ouderpaar, waar het verhaal in feite over gaat, minder goed kennen dan hun zoon Andreas. Het doordrammerige fanatisme waarmee hij het verleden probeert te reconstrueren dient een hoger doel: hij is op zoek naar de reden van zijn moeizame omgang met anderen, zijn wantrouwen en de moeite die hij heeft zich aan anderen te binden. Hij heeft duidelijk veel emotionele problemen met het verleden van zijn familie.

De 3 verweven verhaallijnen, de gedreven zoon die zgn. aanwezig is op de trouwdag van zijn toekomstige ouders, de interne monologen, vragen, antwoorden, maken het boek tot een apart geheel. Het zal wel literair verantwoord zijn. Maar ik vond het niet prettig lezen. De verhaallijnen gaan plompverloren in elkaar over. Als je de volgende zin even niet begrijpt, dan blijkt de schrijver alweer overgestapt te zijn op een andere verhaallijn. Teveel monologen en vragen vertragen het verhaal, halen de spanning eruit. Aan het einde van het boek wordt het geheim (dat Andreas na diepgaand speurwerk ontdekt heeft) op een nogal terloopse wijze prijsgegeven. Maar over de karakters en de onderlinge verhouding tussen de twee mensen die trouwden op 10 mei 1940 weten we dan nog steeds niet veel. Van Andreas Klein des te meer. Daar hoef ik De Bekoring dus niet meer voor te lezen. 
Gelukkig maar, want dat boek kreeg weliswaar de AKO  literatuurprijs , maar stond ook op de shortlist 2006 van de Gouden Doerian (de prijs voor de slechtste Nederlandse literaire roman)……

© Jannie Trouwborst, februari 2007.

Paperback | 254 Pagina's | L.J. Veen | 2000
ISBN10: 9020457586 | ISBN13: 9789020457582

donderdag 1 februari 2007

Jan Siebelink – Knielen op een bed violen



Februari 2007 / Waardering 8,5.

Bestsellers roepen bij mij meestal argwaan op en dit boek is er beslist één: sinds het verschijnen  in januari 2005 zijn er inmiddels al bijna een half miljoen exemplaren van verkocht. Het ontving de AKO-literatuurprijs en het bleek vrijwel onmogelijk een negatieve recensie te vinden. De meningen van lezers stonden echter lijnrecht tegenover elkaar: of men was diep geroerd en enthousiast of men vond het helemaal niks of veroordeelde het. Een middenweg leek niet mogelijk. Dat alles intrigeerde me genoeg om het zelf te willen lezen. En daar heb ik geen spijt van.
Slechts in één (verder lovende) recensie vond ik een brokje kritiek: de stof in dit boek is al meerdere malen aan de orde geweest in de andere boeken van Siebelink, de setting en de anekdotes ook. Maar zelfs daar werd gesteld, dat het dit keer in een volmaakt verhaal gegoten was. Dat kan ook haast niet anders, want de roman is vrijwel geheel autobiografisch (zoals hij in interviews vertelde): een monument voor zijn vader (en moeder). Zelf schrijft hij daarover: “Ik ben altijd bang geweest het complete verhaal te vertellen: het geleidelijke, maar onstuitbare afglijden van een zachtaardige, maar in zijn jeugd verwonde man – vluchtend in het zwartste calvinisme – en het verdriet dat hij in zijn naaste omgeving veroorzaakt. Het is ook het verhaal van een grote liefde. Een man en een vrouw: de een wil overleven in het hiernamaals, de ander in het nu.”

Hans Sievez noemt Siebelink zijn vader in dit boek. Hij groeit op in Lathum als enig kind van een hardvochtige, gefrustreerde vader en een lieve, jong gestorven moeder. Het dromerige jongetje houdt van de natuur en zwerft graag, samen met zijn konijn, door het veengebied. Hans’ vader hangt een zwaar geloof aan. Na de dood van zijn moeder wordt de toestand thuis steeds uitzichtlozer en nadat zijn vader zijn konijn heeft gedood en verkocht, besluit hij weg te lopen. Hij is dan 17 jaar. Hij vindt een werkplek op een kwekerij in de buurt van Den Haag en krijgt er een opleiding. Ondertussen woont hij bij een hospita. Hier maakt hij opnieuw kennis met het zware geloof via een collega: Jozef Mieras. Jozef dringt zich op. Niemand van de collega’s ziet deze zalvende broeder zitten en ook Hans krijgt het zo benauwd van hem, dat hij hem uiteindelijk in elkaar slaat. Maar zelfs dat doet Jozef niet afdruipen. Als Hans (ondanks de nodige tegenwerking van zijn hospita, die hem niet kwijt wil) genoeg gespaard heeft en zijn vader is overleden, keert hij terug en trouwt met Margje (Siebelinks moeder), zijn vroegere schoolvriendinnetje. Ook zij heeft gespaard, als dienstbode, en samen kopen ze een vervallen kwekerij (met een hoge hypotheek). Vol van liefde voor elkaar en vol goede moed beginnen ze aan hun leven samen en al snel krijgen ze een zoon: Ruben (Jan Siebelink). Alles lijkt op een zonnige toekomst te wijzen, totdat op een dag Jozef Mieras op de kwekerij verschijnt…….

Geen enkele samenvatting kan recht doen aan de zich daarna langzaam opbouwende spanning, aan het wurgende verloop van de gebeurtenissen, aan de steeds meer benauwende sfeer van het verhaal. Siebelink bereikt dat door het perspectief steeds bij de vader te laten liggen: zo wil hij proberen zich in deze man te verplaatsen en hem te begrijpen. Af en toe wordt het hem teveel en wisselt hij van perspectief en stelt hem dan regelrecht zijn vragen: Had je toen niet….., waarom ging je niet…., voelde je niet dat….. Het relaas wordt er alleen maar aangrijpender door. De liefde en trouw van de moeder, de steun van Ruben, de wanhoop en het zich afzetten van de tweede zoon (Tom) en de steeds verder groeiende waan van de vader onder invloed van deze zwarte orthodoxe broeders: als lezer word je heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees. Maar zelfs op het sterfbed heerst het onmenselijke geloof. Nergens schopt Siebelink aan tegen dit geloof: hij registreert slechts wat er plaats vond, hoe zijn vader langzaam door deze waanwereld werd verteerd. Maar deze registratie geeft ons een heel duidelijk beeld van het leed dat dit extreme geloof teweeg kan brengen.

Helemaal voor in het boek staat een motto: … en had de liefde niet…. 1 Cor. 13. Zelf zegt hij daarover:
“Het is een duistere liefdesroman. Als je het boek goed leest, begrijp je dat zijn vrouw zich volledig voor hem opoffert en hem als een soort heilige altijd trouw blijft. Ook hij heeft, zo vlak voor het einde van het boek, als hij op zijn sterfbed ligt en haar voelt naderen en zijn gezicht afwendt, herinneringen. Dat is de herinnering aan hun eerste tijd, die zo mooi en puur en authentiek was. Maar ja, Hans is op weg naar die andere liefde, naar de goddelijke liefde. Toch houdt hij nog van haar. Zij worden uit elkaar gedreven. Ze waren de volstrekte radeloze eenzaamheid nabij. Daar ging het mij om. Die man ondervond in zijn geloof weinig liefde en genegenheid van zijn broeders en ook niet van God of van boven. Beiden zijn totaal eenzaam. Zie hier de essentie van mijn boek.”

Willem Vogel schreef in het Haarlems Dagblad: “Een monument voor zijn vader wilde hij neerzetten. Nadat het is onthuld, blijkt het een ontroerend en hartverscheurend monument voor zijn moeder te zijn. Het verdient veel bloemen.” Thomas van den Bergh  schreef in Elsevier: “Wie bij het lezen van dit boek geen brok in zijn keel krijgt, is geen mens.” Daar heb ik eigenlijk niets meer aan toe te voegen.

© JannieTr – februari 2007.

Paperback | 445 Pagina's | De Bezige Bij | 2005
ISBN10: 9023416651 | ISBN13: 9789023416654