dinsdag 16 december 2014

Stefan Brijs - Twee levens - een kerstnovelle



December 2014 - waardering 7,5.

24 december 2000, kerstavond. Er zit sneeuw in de lucht. In een Vlaams stadje bereiden de inwoners zich voor op deze bijzondere avond. Zo ook de buren in de Noorderstraat op nummer 43 en 45. Ze kennen elkaar niet zo heel goed, maar zullen op deze avond voorgoed elkaars lot delen.

Inleiding

Stefan Brijs (1969-) is een Vlaamse schrijver. Het meest bekend werd hij in Nederland met De engelenmaker (KLIK HIER). Het boek werd genomineerd voor verschillende belangrijke prijzen en won uiteindelijk de Publieksprijs van de Gouden Uil. 
Ik was zo enthousiast over De engelenmaker dat ik meteen enkele andere boeken van Stefan Brijs kocht. Maar zoals dat helaas vaker gaat: het kwam er niet van ze te lezen. Iemand van de leesclub leende enkele jaren geleden Twee levens: Een kerstnovelle van me en was er zo van onder de indruk, dat ze het verhaal in de dagen voor Kerst voorlas aan de bewoners van een verzorgingshuis. En weer is het bijna Kerst: tijd om ook zelf eens te onderzoeken wat er zo bijzonder is aan dit kleine, maar mooi vormgegeven boekje: gebonden, deels in zwart linnen, met zilveren letters op de rug en met een rood leeslint en een "matglazen" omslag, waarop met rood Een kerstnovelle (niet zichtbaar op bijgevoegde afbeelding). Helemaal in kerstsfeer dus. 

Leeservaring

Een novelle is een verhaal van beperkte omvang. Het woord is afgeleid van het Latijnse novus (nieuw) en het Italiaanse novella (nieuwtje). Qua omvang zit zij tussen een roman en een kort verhaal in. Er is een beperkt aantal personages die we ontmoeten op een beslissend punt in hun leven. De structuur is doorgaans eenvoudig (Wikipedia).

Twee levens: Een kerstnovelle voldoet prima aan deze omschrijving. De omvang is ruim 100 pagina's. Het verhaal is gebaseerd op een krantenbericht (het nieuwtje). Het gaat over de drie bewoners van twee aan elkaar grenzende huizen. Het is kerstavond, 24 december 2000, 10 voor half 8. Ze zijn volop bezig met de voorbereidingen van wat een een gedenkwaardige avond moet worden. Dan volgt er een beslissend half uur.

De structuur van de novelle lijkt eenvoudig, maar zit zeer geraffineerd in elkaar. Het boek is in tweeën gedeeld: eerst lezen we wat zich in het ene huis afspeelt, daarna gaan we terug naar hetzelfde begintijdstip en volgen de gebeurtenissen in het andere huis. In beide gevallen is er een open einde, maar je voelt aan dat op dat punt de verhalen samenvallen. Mooi verweven in de verhalen zijn de spiegelingen en pijnlijke contrasten.

Ook de manier waarop de spanning wordt opgebouwd en vastgehouden is bijzonder. Ik las ergens: "dat in een goed boek de schrijver zo weet te schrijven dat de lezer wel weet dat het fictie is, maar tegelijkertijd gelooft dat wat hij leest echt waar is". En dat is precies wat Stefan Brijs doet.

Het eerste deel heet: Noorderstraat 43. En begint zo:

"Luister. Je bent een man. Achtentwintig jaar oud. Zes maanden getrouwd. Een meter drieëntachtig lang, Drie kilo te zwaar, volgens je vrouw. Je hebt een bleke huid. Blond haar dat al begint te dunnen. Korte vingers met afgebeten nagels. Sinds je huwelijk woon je in een oud rijtjeshuis. In een plaats die twijfelt tussen dorp en stad."


Wat de verteller hier eigenlijk zegt, is: Stel je voor dat dit het geval is. "Je" is de lezer die zich in moet beelden deze man te zijn. Dit "je" perspectief nestelt zich steeds dieper in het leven van de hoofdpersoon en daarmee in het hoofd van de lezer. Wat als een suggestie begint, gaat ongemerkt over in iets wat als de werkelijkheid aanvoelt. En daarmee bèn je deze "je" zelf geworden. Dichterbij een karakter in een verhaal kun je niet komen. En meer betrokken bij de gebeurtenissen ook niet.

Hetzelfde gebeurt in het tweede deel, met als titel: Noorderstraat 45. Dat begint zo:

"Luister. Vergeet wat vooraf ging. Het is ook nog niet gebeurd. Je bent nu een vrouw. Vijfenzestig jaar oud. Weduwe. Mager gebouwd. Lang ook. Waardoor je altijd wat voorovergebogen loopt. Je hebt duifgrijs, kort geknipt haar dat in tegenstelling tot je karakter weerbarstig is. Op je rechte neus draag je een bril met een groot montuur en licht gekleurde glazen.(....) Je woont al decennia in een eenvoudig maar gezellig hoekhuis. In een dorp dat tot stad begint uit te dijen."

De twee levens worden tegenover elkaar gezet. Dat van de jonge, pasgetrouwde man tegenover dat van de net gepensioneerde weduwe. De voorbereidingen voor het kerstmaal in afwachting van de schoonouders tegenover de zelfverkozen eenzaamheid van een kerstavond met herinneringen aan die van 5 jaar geleden, toen haar echtgenoot stierf. Beiden zetten muziek op: hij vrolijke kerstliedjes (een CD gekregen bij 3 pakken koffie) op aandringen van zijn vrouw, hoewel hij een hekel heeft aan de teksten en de muziek. Zij een langspeelplaat met de Weihnachtskantaten van Bach, omdat ze die op die gedenkwaardige kerstavond ook draaide en de tekst zo toepasselijk is.

En dan valt de stroom uit. Dat brengt in beide huizen het nodige teweeg, maar zorgt er ook voor dat deze twee levens niet meer tegenover elkaar staan, maar samenkomen. Meer kan ik er niet over zeggen, om het plezier in het lezen niet te bederven.
Het eerste deel vond ik spannender dan het tweede. De teksten van de kerstliedjes die de ergernis oproepen van de jongeman zijn bekend en maken daarmee een deel van het meevoelen uit. Het klassieke stuk van zijn buurvrouw ken ik niet en de vele regels die daaruit geciteerd worden (in het Duits) zijn weliswaar begrijpelijk, maar hebben toch, voor mij althans, een geringere gevoelswaarde, dan voor wie ze mee kan zingen. En daardoor werd dat soms wat teveel van het goede. Wat zich in het huis van de weduwe afspeelde was al dramatisch genoeg.

Na de twee delen volgt nog een krantenbericht. Dat zou het antwoord moeten zijn op het open einde van beide verhalen. Maar of het dat ook is?
Het is in elk geval de inspiratie geweest voor een mooie novelle. Leesclubs zullen hierin genoeg aanknopingspunten vinden voor verdere discussies, zowel wat betreft de tekst zelf als de inhoud en het thema van het verhaal.


Stefan Brijs - Twee levens. Een kerstnovelle. Amsterdam/Antwerpen, Atlas, 2001. Geb., 119 pg., isbn 90-450-0606-5.

© JannieTr, december 2014.


Ik las dit boek als 30/20 voor Ik-lees-Nederlands 2014.

woensdag 10 december 2014

Zalig uiteinde, meneer Lisowski. Een winterverhaal.

Hendrik Groen is de afgelopen maanden uitgegroeid tot een soort van cult-schrijver. Hij heeft een eigen Facebook pagina, er is een fanclub, je kunt T-shirts kopen met zijn karakteristieke portret erop, er zijn Hendrik Groen leesclubbijeenkomsten, kortom: er is een ware (vrij onschuldige) Hendrik Groen-gekte ontstaan.

De verkoopcijfers van het boek Pogingen iets van het leven te maken: Het geheime dagboek van Hendrik Groen, 83 1/4 jaar zijn indrukwekkend en dat terwijl niemand precies weet wie Hendrik Groen is. Of Hendrik Groen eigenlijk wel bestaat of dat het wellicht een pseudoniem is van een bekende schrijver die samen met Meulenhoff een uitgekiend spelletje speelt.

Om de mythe in stand te houden verscheen er deze maand een boekje van 64 pagina's. Gratis af te halen in de boekwinkel. Het kan van twee kanten af gelezen worden. Halverwege moet je het omdraaien. Op de ene voorkant staan Hendrik Groen. Wie daar begint, krijgt de eerste achttien dagen uit de dagboek van Hendrik Groen te lezen als voorproefje. Als je het daarna omdraait, staat op de andere voorkant een minstens zo mooie tekening (beide van Victor Meijer) van Meneer Lisowski. Daar kun je een kort verhaal lezen met als titel: Zalig uiteinde, meneer Lisowski: Een winterverhaal. Volgens het colofon zou ook dit verhaal geschreven zijn door Hendrik Groen.

Ik twijfelde al een poosje of ik Het geheime dagboek zou kopen. Als iedereen erg enthousiast wordt, word ik juist meestal een beetje achterdochtig. Als iedereen vindt dat je iets gelezen moet hebben, dan laat ik het juist liever maar liggen en geef mijn aandacht aan een boek dat aandacht tekort komt. Maar toen mijn boekhandelaar me op dit boekje wees en aanraadde het eens gratis te proberen, ging ik overstag.


En nu heb ik dus een stukje Hendrik Groen gelezen en ik weet niet wat ik er van moet vinden. Dat het een echt dagboek is, lijkt me erg onwaarschijnlijk. Het kan wel geschreven zijn door iemand die geregeld in een bejaardenhuis verblijft (misschien zelfs een bewoner) en het nodige heeft gezien. Maar eigenlijk kan iedereen het verzonnen en geschreven hebben. Nu heb ik natuurlijk maar ruim 30 pagina's uit het echte boek gelezen, maar mij spreekt het niet aan. Het is me een beetje te geforceerd grappig. Er zit wat wrange humor in, we krijgen een klein beetje van Hendriks innerlijk te zien. Maar net niet genoeg om overtuigd te worden van het werkelijk bestaan van deze stoere oudere die gaat pogen iets van het laatste stukje van zijn leven te maken. Misschien zou ik daarvoor het hele boek moeten lezen, maar daartoe nodigt deze kennismaking niet uit.

Maar dan het korte verhaal Zalig uiteinde, meneer Lisowski: een winterverhaal. Dat is andere koek! En daarom ben ik mijn boekhandelaar toch dankbaar dat hij het me "opdrong". Maakt niet uit wie het geschreven heeft of wie deze Hendrik Groen is. Een schrijnend verhaal, met even tegoed nog de nodige humor, en naar mijn idee meer in overeenstemming met de realiteit van wat er zoal op je pad komt als je ouder wordt, hoeveel je ook nog van het leven zou willen maken.

Ben ik dan toch fan van Hendrik Groen geworden? Misschien. Als hij ons op nog meer verhalen kan trakteren zoals dat over Meneer Lisowski dan zeker wel. We wachten het met spanning af. En tot die tijd: iedereen, fan of niet, snel naar de boekwinkel voor je eigen exemplaar van Meneer Lisowski.

Hendrik Groen - Zalig uiteinde, meneer Lisowski. Een winterverhaal / Pogingen iets van het leven te maken. Het geheime dagboek van Hendrik Groen, 83 1/4 jaar (1-18 januari 2013). Amsterdam, Meulenhoff, 2014. Paperback, 64 pg., geen ISBN, gratis af te halen bij de boekhandelaar in december 2014.

© JannieTr, december 2014.

Ik las dit boek als 29/20 voor Ik-lees-Nederlands 2014.

maandag 8 december 2014

Vooruitblik Ik Lees Nederlands in 2015

Het afgelopen jaar heb ik met veel plezier meegedaan met de Ik-Lees-Nederlands uitdaging georganiseerd door Inge Leest (KLIK HIER). Het was al april toen ik ervan hoorde. En hoewel ik eigenlijk vrijwel alleen oorspronkelijk Nederlandse en Vlaamse literatuur lees, koos ik voor een voorzichtige 20 titels voor de rest van het jaar. Dat werden er uiteindelijk 30, zodat ik de uitdaging van 2015 ook op 30 ga zetten. Dat moet lukken en zo blijft er ook nog enige ruimte over voor vertaalde boeken of voor uitgaven die misschien niet helemaal het label literatuur verdienen.

Maar binnen de 30 titels wil ik wel nog een andere uitdaging proberen te halen: ik wil 15 Vlaamse en 15 Nederlandse boeken lezen. Daarnaast probeer ik er ook 5 verhalenbundels in op te nemen. Naast fictie zal er ook ruimte zijn voor (literaire) non-fictie, biografieën en poëzie.

Nu al een lijst met titels opstellen lijkt me niet zo handig. In de loop van het jaar zullen er nog genoeg boeken verschijnen die erom vragen gelezen en besproken te worden. Ik houd het dan ook op een maandelijks aangepaste vooruitblik. En dan nog zal het zwaar vallen een keus te moeten maken: alles lezen wat je zou willen, blijft onmogelijk, zelfs als je je tot het Nederlandse taalgebied beperkt.


Voor de maand januari denk ik te lezen:

1. Stefan Hertmans - Oorlog en terpentijn (Vlaams)
2. Esther Gerritsen - Roxy (Nederlands)
3. Maartje Wortel - IJstijd (Nederlands)
4. Ann de Craemer - Kwikzilver (Vlaams)

Binnenkort gaan we horen wie het stokje van Inge overneemt. Het is veel werk en ik wil haar hier alvast hartelijk bedanken daarvoor. Dat het een succes was het afgelopen jaar kun je zien op het totaaloverzicht dat ze maakte: KLIK HIER.

Honderden titels vind je er, de meeste met een link naar de bespreking op het blog van de betreffende deelnemer. Genoeg te lezen dus van eigen bodem in Nederland en België. En het jaar is nog niet voorbij. Tot 15 januari 2015 kunnen de gelezen titels nog gemeld worden.

Doe je ook mee volgend jaar? Zodra ik meer weet, zal ik het hier melden.

© JannieTr, december 2014.



zondag 7 december 2014

Toon Tellegen - Het geluk van de sprinkhaan



November 2014 - waardering: 8,0.

Inleiding 

Antonius Otto Hermannus (Toon) Tellegen (Brielle, 18 november 1941) is een Nederlandse schrijver, arts en dichter, wiens werk door zowel  kinderen als volwassenen graag gelezen wordt. Na al een aantal jaren gedichten voor volwassenen te hebben geschreven, begon hij verhalen voor zijn kinderen te schrijven. In 1984 verscheen zijn eerste kinderboek. Vooral zijn dierenverhalen rond de mier en de eekhoorn zijn erg geliefd en worden ook door volwassenen graag gelezen vanwege de amusante, bizarre situaties en filosofische diepgang. Enkele boeken zijn met prijzen bekroond, zoals De genezing van de krekel (De Gouden Uil 2000) en Het vertrek van de mier (longlist Libris Literatuurprijs 2010). Voor zijn gehele oeuvre ontving hij o.a. de Theo Thijssenprijs, de Hendrik de Vriesprijs en de Constantijn Huygensprijs. Voor een volledige bibliografie en prijzenoverzicht KLIK HIER. 

Samenvatting 

De sprinkhaan, die aan de rand van het bos een winkel heeft, wil niets liever dan dat zijn klanten altijd tevreden naar huis gaan. Daarom is hij elke dag vanaf vroeg in de ochtend geopend en zorgt hij ervoor dat hij álles in voorraad heeft: van stoelen en tafels tot taarten, schubben, stekels, wanhoop en zelfs een ander leven. Ook kan hij de duizendpoot van nieuwe schoenen voorzien, in elke gewenste kleur. Alleen de zon, de maan en de sterren heeft hij niet te koop. 

Leeservaring 

In 59 verhaaltjes, van elk gemiddeld 2 bladzijden, vertelt Toon Tellegen over de Sprinkhaan en zijn winkel. Een winkel waar werkelijk alles te koop is en waar de dieren om de meest normale èn meest bizarre zaken komen vragen. 

"De sprinkhaan verkocht het allemaal. En als sommige dieren hem wel eens vroegen naar betalen, waarvan niemand precies wist wat het was, zei hij: "Ik doe aan alles, maar niet aan betalen." 

Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat stond hij klaar voor zijn klanten, zelfs 's nachts. En wie te ver weg woonde of niet kon komen omdat hij in het water leefde, kon een boodschappenlijstje sturen. 

"De sprinkhaan bracht alles wat zij nodig hadden naar ze toe. Hij vloog voor iedereen en wilde niemand ooit teleurstellen. Teleurstellen.... dat leek hem iets verschrikkelijks." 

De naam Toon Tellegen kende ik wel, waarschijnlijk door de vele Gouden en Zilveren Griffels die hij kreeg. Maar daardoor associeerde ik hem vooral met kinderboeken. Door zijn uitgeverij worden de meest dierenverhalenboeken ook in die categorie ondergebracht. Maar na het lezen van deze verzameling verhaaltjes over de dieren in de winkel van de sprinkhaan moet ik (opnieuw) constateren dat boeken en schrijvers in hokjes stoppen heel misleidend en jammer is. Het is puur toeval dat ik dit boekje vond en ik kan nu al zeggen dat Tellegen er een fan bij heeft.

Om met de kinderen te beginnen: vanaf een jaar of 5 à 6 zullen ze het leuk vinden uit dit boekje voorgelezen te worden (al zullen ze misschien de plaatjes missen en niet alle verhaaltjes zijn even geschikt).  Kinderen houden van herhalingen: er komt steeds komt een ander dier binnen en meestal begint het inleidende gesprek hetzelfde: "Dag sprinkhaan, dag egel, waar kan ik je mee van dienst zijn?" En daarna speelt zich een tafereel af, dat tot onverwachte gebeurtenissen leidt. Die op hun beurt weer uitnodigen tot (speelse) gesprekjes met de (klein)kinderen over de filosofie en psychologie die eronder verborgen ligt. Hoe ouder het kind hoe groter de kans dat ze "de moraal van het verhaal" zullen vatten.
Maar ook voor volwassenen valt er voldoende te genieten van de originele vondsten en de humor, die de kleintjes nog ontgaat. Een paar voorbeelden.

- De pad probeert de sprinkhaan te verleiden tot het verkopen van een ster. Maar de sprinkhaan blijft weigeren. "Zelfs niet het allerkleinste, onbelangrijkste sterretje, dat nog nooit iemand is opgevallen en dat niemand zal missen als hij 's nachts naar de hemel kijkt?" probeert pad tenslotte. "Nee", zegt de sprinkhaan. Pad moet erover nadenken  en zegt dan: "Gelukkig maar". (Zo leg je een kind het moeilijke woord "principes"uit en dat die bescherming kunnen bieden en niemand uitzonderen. Misschien zocht de pad ook wel naar geruststelling en erkenning, wilde hij horen dat zelfs hij niet gemist kon worden?)

- Een leuk verhaal is dat over het schrijvertje. Het schrijvertje is uitgeschreven. Hij heeft alles geschreven wat er te schrijven viel. Maar de sprinkhaan heeft nog wel wat woorden in voorraad die niemand hebben wil. Die wil het schrijvertje wel en hij krijgt een groot pak onverkoopbare woorden. "De volgende dag kreeg de sprinkhaan een brief: "Welwillende, groothartige, nimmer afdoende opgehemelde, rechtvleugelige neringdoende, heden mijnerzijds scheppen hervat. Scriptorretje. De sprinkhaan las de brief en stuurde hem nog een woord: gevleid. Dat voel ik me nu, schreef hij eronder".

De sprinkhaan verkoopt ook achterdocht of schaamteloosheid, maar het loopt meestal niet goed af met dieren die denken dat ze daar profijt van zullen hebben. Verdriet is helemaal gevaarlijk, of weemoed, of heimwee naar vroeger. "Daarvan verkocht hij altijd maar een klein beetje, omdat  teveel geen verdriet of weemoed meer was, maar pijn: hij was altijd bang dat iemand pijn zou kopen en het aan een ander cadeau zou doen." Een doordenkertje:  ".....een klein beetje heimwee naar vroeger, ook al wist niemand wat vroeger was, was niemand daar ooit geweest en verkocht de sprinkhaan alleen de heimwee ernaar." 

Mijn favoriet is het verhaaltje over de eendagsvlieg. Hij komt aan het einde van de dag bij de sprinkhaan in de winkel en is erg verdrietig. "Ik wou dat ik nòg een dag had, sprinkhaan,"zei hij. Hij slikte even. "Ik zou nog zoveel willen doen..." Er kwamen tranen in zijn ogen. "En dat ik tegen iemand kon zeggen: "Tot morgen." Hij slikte even en fluisterde: "Dat heb ik nog nooit gezegd". Hij krijgt één dag van de sprinkhaan en is dolgelukkig. Hij is nu een tweedagsvlieg en roept dat hij nu nooit meer voorbij gaat. Hij vliegt naar buiten en gaat aan iedereen vertellen wat hij morgen allemaal gaat doen. Zoveel dat de sprinkhaan vermoedt dat hij de volgende avond wel weer langs zal komen, maar gelukkig heeft hij nog wel een dag of wat in voorraad. (Deze samenvatting doet niet helemaal recht aan het verhaaltje, er zit meer in, lees het zelf maar).

Een beetje triest word je van de dag waarop de sprinkhaan ziek is en iedereen zichzelf bedient in de winkel en de sprinkhaan aan zijn lot overlaat, opzij legt, over hem heen stapt. Egoïsme viert hoogtij, alleen de eekhoorn bekommert zich om zijn zieke vriend. Een verhaaltje waar een hoop aanknopingspunten in zitten voor een gesprekje over egoïsme, vriendschap, betrokkenheid, mededogen. Maar het hòeft niet, het verhaal vertelt zichzelf. De kleintjes zullen blij zijn dat het toch nog goed komt met de sprinkhaan, dankzij de eekhoorn, maar er zal toch wel iets van blijven hangen, denk ik.

Het lijkt wel alsof het allemaal moraliserende verhaaltjes zijn, zoals ik ze nu beschrijf. Dat is echter beslist niet het geval. Ze lezen heel prettig, zijn humoristisch, luchtig en origineel. Maar tegelijkertijd zijn ze bepaald niet oppervlakkig. Ik voelde soms de gedachte erachter voor ik hem onder woorden kon brengen. En dan zingt het verhaal nog een tijdje rond in je hoofd. Dat maakt ook dat de verhaaltjes nooit vervelen en dat je het boek graag af en toe weer oppakt om er nog wat in te herlezen.

Ik heb ondertussen echt zin om meer van de dierenverhalen te lezen. Maar ik zag ook dat er kort geleden een nieuwe dichtbundel is verschenen van Toon Tellegen: De Werkelijkheid. Hier staat een leesfragment: KLIK HIER. Ook dat lijkt me wel wat. Kortom: ik heb bij toeval weer een geweldige ontdekking gedaan! 

Toon Tellegen - Het geluk van de sprinkhaan. Amsterdam, Querido, 2011. Paperback, 126 pg., isbn: 978902144594.(Gelezen als e-book via de bieb).

©JannieTr, december 2014. 

Ik las dit boek als 28/20 voor Ik-lees-Nederlands 2014.

dinsdag 2 december 2014

Verleden, heden, toekomst: meer begrip voor psychisch leed


Inleiding

In Nederland kampen duizenden volwassenen èn kinderen met psychische problemen. Jaarlijks neemt het aantal mensen met depressieve gevoelens, ADHD, eetproblemen of overmatige angsten toe. Er zijn slachtoffers bij van aanranding, verkrachting en incest, anderen worstelen met een paniekstoornis of zijn suïcidaal. Deze problemen zijn van invloed op hun functioneren: thuis, op school, op het werk of in de vrije tijd. Veel van deze problemen blijven verborgen, met alle nare gevolgen van dien.
Via het Blog van Anja de Rijk (KLIK HIER) kwam ik op het spoor van de verhalenbundel Ik & Mezelf. Omdat ik steun aan mensen met psychische problemen en hun omgeving heel belangrijk vind, besloot ik het boek te lezen en er zelf een blog aan te wijden.

Leeservaring

Deze verhalenbundel wil een tweeledig doel dienen: begrip kweken en inzicht geven in deze problematiek en daarnaast geld inzamelen voor het werk dat het Fonds Psychische Gezondheid verricht (voor meer informatie, zie onderaan deze pagina). Een nobel streven. Toch blijf ik met een heel dubbel gevoel achter, na het lezen van alle bijdragen.

Mijn bezwaren

 -Van een goede verhalenbundel mag je verwachten dat de inhoud een eenheid vormt: via het behandelde thema (dat is wel in orde) en door de aard van de bijdragen en de manier waarop ze geschreven zijn. Dat laatste is hier niet het geval.

- De combinatie van ervaringsverhalen en verzonnen verhalen is naar mijn idee een verkeerde keuze. Juist de echte verhalen maken een diepe indruk, komen authentiek en geloofwaardig over, hoe moeilijk het ook voor buitenstaanders zal blijven ten volle te beseffen wat deze mensen doormaken. Daarbij steken de verzonnen verhalen, ondanks de research die daarvoor gedaan is, schril af. Het wordt hier en daar pijnlijk duidelijk dat de auteurs lang niet allemaal beseffen waar ze over schrijven.

- Vreemd is ook dat de ervaringsverhalen goed geschreven zijn, terwijl er bij de verzonnen verhalen sprake is van een zeer wisselende kwaliteit en schrijfstijl. Ik zal de verhalen niet allemaal apart analyseren, de schrijvers hebben allemaal ongetwijfeld hun best gedaan.
Er was echter één verzonnen verhaal dat er met kop en schouders bovenuit stak en dat was dat van Natasja Bijl - Het Kompas. Ook al wordt hier niet helemaal duidelijk aan welke psychische aandoening de puber over wie het verhaal gaat lijdt, het leed dat bij zoiets de naaste omgeving treft, wordt op een heel geloofwaardige en directe manier beschreven. In een verhaal dat ook nog eens spannend is en een prachtig open einde heeft. Kortom een kort verhaal, zoals korte verhalen horen te zijn. En zo echt beschreven dat het als enige niet misstaat tussen de ervaringsverhalen.

- Een andere tekortkoming  is, dat niet in elk verhaal de aandoening ook een naam krijgt, soms moet je het maar raden of lijken de schrijvers zelf niet precies te weten waar ze over schrijven. En in één geval, als de aandoening wel een naam krijgt, wordt die zo stereotype uitgewerkt, dat het ongeloofwaardig wordt en niets toevoegt aan begrip.

- Mijn laatste bezwaar betreft de omslag van het boek en de titel. Ik vind de omslag zo ontzettend geforceerd dramatisch, dat ik deze niet (zoals gebruikelijk) hierbij als foto gezet heb en voor een andere afbeelding koos. Bovendien is de titel nietszeggend.
Ik had het boek al eerder voorbij zien komen, maar er verder geen aandacht aan geschonken. Ik vermoed dat de lezers voor wie het bedoeld is, zich niet aangetrokken zullen voelen door deze combinatie van omslag en titel.
Wie een dramatisch liefdesverhaal verwacht (afgaande op de omslag) legt het boek weg, als zij/hij merkt dat het om psychische aandoeningen gaat. En wie juist dààr werkelijk in geïnteresseerd is, laat het boek in eerste instantie liggen, omdat het boek er niet uitziet als een boek over medemensen die met een psychisch probleem worstelen. Bij de titel kan ik me al helemaal niets voorstellen. Waarom niet die van een van de korte verhalen genomen, zoals gebruikelijk in verhalenbundels, bv. Verleden, heden, toekomst?

Ik denk dat het Fonds beter verdient en dat het heus goed mogelijk is om een mooi boek te maken dat voor begrip zorgt èn dat prettig leesbaar is. Zoek een goede uitgever en redacteur, zoek patiënten die hun verhaal kunnen en willen opschrijven, eventueel samen met een gerenommeerd auteur die affiniteit heeft met het onderwerp. Houd het authentiek en zorg voor een neutrale omslag en een titel die beter de inhoud dekt.

Pluspunten blijven:

De authentieke en zeer indringende verhalen van Mandy Verleijsdonk, Monique van den Brok en Dennis van Elten en het (deels) verzonnen verhaal van Natasja Bijl.

En omdat de opbrengst naar een goed doel gaat, het Fonds Psychische Gezondheid, zou ik iedereen die zich hier een klein beetje voor interesseert toch aanraden het boek te kopen.

Ik & mezelf - Verhalenbundel. Amsterdam, Scelta Publishing, 2014. Gelezen als e-book, 151 pg., ISBN: 9789491884238. (Ook te leen als e-book bij de bibliotheek).

Het Fonds Psychische Gezondheid financiert wetenschappelijk onderzoek en zorgprojecten. Het doel is nieuwe en betere behandelmethoden mogelijk te maken en mensen met psychische problemen en hun naasten uitzicht te bieden op een beter leven. Daarnaast zet het zich in voor het bevorderen van meer openheid en begrip in de samenleving.
Het Fonds ontvangt geen overheidssteun. Het werk kan slechts gedaan worden met financiële steun van de Nederlandse bevolking en het bedrijfsleven. De uitgever en de auteurs die meewerkten aan deze verhalenbundel doneren de opbrengst ervan aan het fonds. De bundel is zowel als paperback als als e-book te koop via de boekhandel.
Voor meer informatie zie: www.psychischegezondheid.nl

© JannieTr, 2 december 2014.