maandag 27 april 2020

Marjoleine de Vos - Je keek te ver

Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 1957) schrijft over kunst, literatuur en koken en heeft een tweewekelijkse, beschouwelijke column over zingeving op de opiniepagina van de NRC. Een selectie van deze columns werd gebundeld in Nu en altijd: bespiegelingen (2000),  Het is zo vandaag als altijd (2011) en Doe je best (2018).
In 2000 verscheen haar eerste poëziebundel Zeehond graag (genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2002), gevolgd door Kat van sneeuw (2003) en Het waait (2008). In haar laatste bundel Uitzicht genoeg (2013) vinden we dit gedicht:

Ruimtevrees

 Achter weilanden weiden, daar weer achter
dijken, zee en Zweden. Waar zou je heen?
De blik verliest je met zichzelf in de ruimte
waar aankomst ver en ver is te zoeken.
Niet voor de woerd die plotseling en onbedaarlijk
groen het zonlicht en je oog in zwemt.
Kijk bij je voet, maant hij, waar speenkruid
bloeit, de lucht gespiegeld blauw is in het diep.
Voel warmte op je neus, zie 't vroege blad
van vlier. Je keek te ver. Dat wat je zoekt is hier
.


In Je keek te ver werkt ze die gedachte verder uit, in wat je zou kunnen noemen: een persoonlijk doorleefd, poëtisch essay.

Groningen

Marjoleine de Vos woont in het Noord-Groningse Zeerijp. Elke dag maakt ze een wandeling vanuit haar huis, ongeacht het weer of het seizoen. Bezoekers van elders begrijpen niet wat er zo bijzonder is aan het grootschalige landschap met de wijkende einder. Maar Marjoleine stelt: er is niets te zien, en tegelijk heel veel. Voor wie daar moeite voor doet en er voor open wil staan.
En daarom neemt ze ons mee op haar wandelingen en in haar mijmeringen. Ze spreekt ons aan en ook zichzelf. Verwacht geen routebeschrijving, geen chronologie. Associatief leidt ze ons door het landschap, langs dichters en filosofen, door de geschiedenis en in de richting van de toekomst. Maar ze staat vooral stil bij het hier en nu. 

Lezen van het landschap

In het eerste hoofdstuk leert ze ons het landschap te lezen aan de hand van de geschiedenis. Wie daar weet van heeft, ziet veel meer. Er valt altijd iets te ontdekken, je kunt je ergens pas over verwonderen als je de historie ervan kent. 
Bovendien is het landschap nooit hetzelfde, al lijkt dat zo. Een andere lichtval, een ander jaargetijde, volle of gerooide akkers, bomen in lentetooi of met herfstbladeren. Wie wandelt maakt deel uit van het landschap en beleeft het directer. Als je drukke hoofd vol gedachten dat tenminste niet dwarsboomt.

Niet dat ze geen oog heeft voor het te grootschalige landschap met rechtgetrokken waterlopen en enorme boerderijen. Maar erover mopperen heeft geen zin, je moet kijken naar wat nog herkenbaar is van vroeger, zoals kerkjes en wierden, en naar de simpele dingen in de natuur.

"Maar zoals gezegd: zien moet je leren. Zoals voor wie niets weet van het verleden, het Drentse essenlandschap als het ware niet bestaat, zo bestaat ook middeleeuws Groningen niet voor wie niet weet dat er zoiets was als middeleeuws Groningen. Je moet de sporen ervan leren herkennen, anders zijn er eenvoudigweg geen sporen."

Wie zo kijkt, weet beter wat het behouden waard is. Maar ook wat nooit meer terug zal komen. Voorgoed, missen: het zijn woorden om over te filosoferen, om dichters te citeren. En tot de conclusie te komen:

"Kun je ook te ver in het verleden kijken? In ieder geval wel te veel. Misschien is alles wat uit verlangen bestaat wel "te". Je moet niet verlangen. The art of losing bestaat uit niet-verlangen maar zijn. Er is ook nu: een hoogte, een smalle, kleine kerk, een schitterend uitzicht, schapen op de ijsbaan, stilte. Groningerlandstilte."

Het echte leven

Voor stadsbewoners die op bezoek komen speelt het werkelijke leven zich toch af in de stad, beweren ze. Marjoleine de Vos geeft voorbeelden van wat zij onder het echte leven verstaat. De subtiele verandering in de natuur in de loop van de seizoenen, het oogsten en zaaien, de weidsheid van de luchten, de geringe beschutting tegen de elementen en de vriendelijkheid in de winkels, de praatjes op straat en de tafeltjes met de oogst van de moestuintjes langs de kant van de weg. De rust, de ruimte, de stilte van het platteland.

Al filosoferend en dichters en schrijvers citerend wandelt ze steeds opnieuw door haar Groninger landschap. Denkt na over de onveranderlijkheid van sterke gevoelens door eeuwen heen, over de ontoereikendheid van woorden om uit te leggen wat je voelt, over de tekortkomingen van herinneringen en over de zin van het bestaan. Een vol druk hoofd, dat maar blijft nadenken en dat alleen tot zwijgen gebracht kan worden door te wandelen en te zien. 

"Het is alsof je, buiten lopend, je leven weer terug krijgt. Ik sta op de Eenumerhoogte - een wierde die in de derde eeuw al bewoond was, nu naast het eigenlijke dorp gelegen dat op een eigen wierde staat. Ze hebben de kaak van een bruine beer in de bodem gevonden - ongelooflijk toch, hier tussen de suizende akkers. Het moet hier zo anders geweest zijn, zonder aardappels en puntige kerktoren. Met beren.
Maar enfin, als je daar staat en uitkijkt dan is het of je ook van binnen ruimer wordt. En zolang je op doortocht bent, niet aangekomen, zonder haast, zolang is het leven eigenlijk wel uit te houden."

Een bijzonder boekje dat je al mijmerend en filosoferend meeneemt op pad door het Groninger landschap en alle aspecten van het leven.

Marjoleine de Vos - Je keek te ver. Amsterdam, Van Oorschot, 2020. Pb.,72 pg., isbn:ISBN 9789028210325 

© Jannie Trouwborst, april 2020.

Meer over de gedichten van Marjoleine de Vos vind je onder  Moderne Nederlandse dichters op de site van de KB.

vrijdag 24 april 2020

Stephan Enter - Pastorale

Een pastorale is, zoals ik tijdens de literatuurlessen op de middelbare school leerde, een muziekstuk met herderlijk karakter, vooral wat de sfeer betreft. Die is ontspannen, rustig, op de wijze die aan het gemoedelijke landleven moet herinneren. Ook in toneelstukken, gedichten en romans wordt deze sfeer opgeroepen, waarin het eenvoudige landleven wordt geïdealiseerd als tegenhanger van het verdorven hofleven.

Zoiets verwacht je dus ook bij een boek met de titel Pastorale. Maar de foto op de omslag toont voor wie goed kijkt, dat het allemaal niet zo rooskleurig zal zijn. Zwart-wit, met  een verweerde zuil bij de ingang van een landgoed, vanuit een perspectief dat naar de hemel opkijkt, met donkere wolken. Dat belooft niet veel goeds.

Grote thema's

Liefde, religie, onrecht, ontworteld zijn spelen een rol bij dit verhaal over de bewoners van een familielandgoed. Het landhuis ligt in een dorp dat twee totaal verschillende bevolkingsgroepen telt: de boerenbevolking en winkeliers en in een aparte wijk de Molukkers. Er is nauwelijks onderling contact en daardoor zijn de vooroordelen groot. De meeste dorpsbewoners zijn streng gereformeerd, de Molukkers belijden hun christelijk geloof totaal anders.
Hoofdpersonen in het verhaal zijn Oscar en Louise, broer en zus en kinderen van de bewoners van het landhuis. Oscar zit op de middelbare school, Louise studeerde in Amsterdam, maar is teruggekeerd omdat ze haar studie wil staken. Hun moeder is uitermate gelovig, doet veel voor de kerkgemeenschap, maar hun vader heeft zich helemaal teruggetrokken. Speelt piano of leest, zonder zich met de gang van zaken in het gezin te bemoeien. En dan zijn er nog Jonki en Dona, ook broer en zus, uit de Molukse wijk, die via Oscar in het verhaal betrokken worden. Tenslotte Maarten, de zoon van de nieuwe dominee, die vriendschap sluit met Louise.

Vervlechting

Liefde, religie, onrecht, ontworteld zijn: Enter heeft deze thema's vervlochten in een onderhoudend en best spannend boek. De periode waarin het verhaal zich afspeelt is een lange zomer. Het begint vlak voor de schoolvakantie van Oscar, als Louise terugkeert uit de stad, blut, teleurgesteld in haar studie en weifelend over haar toekomst.
Vanaf het begin van haar pubertijd heeft Louise zich verzet tegen de gereformeerde leer en ze heeft daarover al heel wat discussies gevoerd met haar moeder. Ze voelt zich bedrogen door de manier waarop ze als kind geïndoctrineerd is en daardoor, onnodig, een hele angstige jeugd gehad heeft. In Maarten vindt ze een gesprekspartner, geen medestander, maar wel iemand die een open gesprek daarover aandurft. Bij haar studiegenoten is Amsterdam vindt ze geen aansluiting, de gereformeerde dorpsbewoners staan haar tegen, terwijl ze zich in het landhuis, met een afwezige vader, een ontoegankelijke moeder en de boosheid en herinneringen over een nare jeugd, ontworteld voelt.

Oscar krijgt van zijn leraar de opdracht huiswerk te gaan brengen voor Jonki, een Molukse jongen in zijn klas, die in het ziekenhuis ligt. Het lijkt een hachelijk avontuur: niemand durft de Molukse wijk in. Maar het valt mee en zo leert hij Dona kennen, wordt verliefd, sluit vriendschap met Jonki en leert via diens vader de geschiedenis en achtergrond van de Molukkers in Nederland kennen. Hij trekt zich het onrecht dat de Molukkers is aangedaan erg aan, gevoed door de machteloze woede van Jonki's vader. Hij begrijpt hoe ontworteld de Molukkers zich moeten voelen. De onderliggende spanningen in het dorp tussen de twee bevolkingsgroepen komen tot een uitbarsting, als zijn dorpsgenoten Dona beledigen.

Toekomstperspectieven?

Een happy end heeft deze Pastorale niet. Het eenvoudige, prettige landleven blijkt een illusie, zowel op het landgoed, als in het dorp en de Molukse wijk. Niemand heeft enig idee wat de toekomst nog zal brengen, maar iedereen ziet het somber in. Oscar, Louise en haar ouders, maar ook de ontwortelde Molukkers. Het leven gaat verder op dezelfde voet. Maar het is gezien.... De Heer is mijn herder?

Bijzondere combinatie

In Pastorale heeft Enter ontworteling en onrecht als basis gebruikt om twee problemen aan de kaak te stellen: het opdringen van gereformeerde geloofsovertuigingen aan kinderen en de misleiding van en de valse beloften aan de Molukkers. Er zit een parallel in. Soms zijn daarbij de beschrijvingen van personen en situaties iets te stereotype. Maar omdat het verhaal op zich overtuigend genoeg is, nemen we dat maar voor lief. Het is goed dat beide problemen op deze manier onder de aandacht gebracht worden.

Stephan Enter - Pastorale. Amsterdam, Van Oorschot, 2019. Geb., 285 pg., isbn:978-90-2829-300-7.

N.B. Wil je meer lezen over de Molukkers in Nederland, zie dan ook mijn blogs onder het label Molukkers in Nederland

© Jannie Trouwborst, april 2020.

maandag 9 maart 2020

Ik wacht: 101 verhalen uit het aardbevingsgebied

Keerzijde van de Gouden jaren

In 2014 las ik Gouden jaren van Annegreet van Bergen. Een boek over hoe geweldig het leven wel niet is geworden, na de oorlog. Leuk om de ontwikkelingen te herkennen. Iets ouder dan de schrijfster, heb ik ze allemaal bewust meegemaakt. Ik schreef er een recensie over die op zich positief was, maar toch begon er iets te knagen: ik miste iets. Een zekere mate van nuancering en relativering. En kaartte dat aan in mijn recensie. Dat kon niet iedereen waarderen. Maar ik sta er nog steeds achter.

"Want de auteur blijft natuurlijk wel een econoom! De positieve toon is goed: niet zeuren, kijk eens wat we allemaal bereikt hebben. Of zoals ze zelf zegt:  "Rijker dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden."  Oké, mee eens. Maar wordt het dan misschien nu langzamerhand ook niet eens tijd om te kijken wat er ondertussen met andere belangrijke waarden in ons leven gebeurd is? Medemenselijkheid en zorg voor elkaar, natuur- en milieu en duurzaamheid, psychische gezondheid en ethiek, om er maar eens een paar te noemen. Ik blijf hopen dat een boek daarover net zo'n bestseller zal worden, maar ik vrees van niet: die boodschap zal een stuk minder positief zijn."

De gasbel van Slochteren
 
Wat ik daarbij onder andere voor ogen had, waren de toenemende, zorgelijke berichten vanuit Groningen. Want de eerste verhalen over aardbevingen, schade en een NAM die alle verantwoordelijkheid ontkent, drongen langzaam door tot de rest van Nederland. De Gouden jaren van Annegreet van Bergen zijn mede mogelijk geworden dankzij de 300 miljard euro die de gasbel onder Slochteren tot nog toe opleverde. Maar nu de keerzijde duidelijk is - zo'n 100.000 schademeldingen, huizen die onveilig en onbewoonbaar worden verklaard, steeds meer mensen met psychische problemen en schoolkinderen die leren hoe ze zichzelf tijdens een aardbeving kunnen redden - geeft de overheid niet thuis.

Het gasdossier liet me niet meer los. Er volgen meer en zwaardere aardbevingen. De ministers Kamp en Wiebes wisselen elkaar af en beloven van alles. De minister-president zegt dat het allemaal goed zal komen. Er worden allerlei instanties opgetuigd (CWV, NCG, TCMG), er komt een coördinator, een arbiter. Maar de spelregels worden steeds veranderd, waardoor eerdere oplossingen en afspraken weer ongedaan gemaakt worden. Wiebes spreekt doortastende taal, over de gaswinning die drastisch naar beneden gaat en over harde beloftes over vergoeding van geleden schade. De adder onder het gras is het uitgangspunt dat door de verminderde gaswinning de kans op een volgende aardbeving kleiner zou zijn en er dus veel minder huizen verstevigd behoeven te worden. Iets wat geologen bestrijden: het zal nog jaren blijven rommelen in de Groningse bodem. Maar in één klap worden zo aanvankelijk onveilig verklaarde huizen, plotseling weer veilig verklaard. En de NAM? Die trekt zich nergens iets van aan en gaat gewoon door met het murw maken van de slachtoffers.

Dagblad van het Noorden 

Dat bracht het Dagblad van het Noorden er toe een serie interviews te beginnen met getroffenen. Eén mens kan zaken aandikken en overdrijven, maar tientallen malen een verhaal van dezelfde strekking duidt op een strategie: de kosten van het herstel zoveel mogelijk drukken, de boel traineren en de burger treiteren tot hij verslagen inbindt. Na 101 verhalen is dat wel duidelijk. 

Ik besefte dat het geen prettige verhalen zouden zijn die ik ging lezen, maar dat het zo absurd zou zijn, hield ik niet voor mogelijk. Kafka op Het Hoge Land, stelt Bert Wagendorp in zijn voorwoord. Het is geen wonder dat mensen hieraan onderdoor gaan. Elk verhaal is net even anders, maar samen geven ze een compleet beeld van alle ellende en de moedeloosheid van de meeste getroffenen. Wie begint met lezen, kan niet meer stoppen. Misschien wel door de ijdele hoop dat er eentje tussen zit, dat wel goed eindigt. De enkele verhalen met een positieve draai zijn die van mensen met genoeg geld om eindeloze rechtszaken te voeren of het heft in eigen hand te nemen en zelf de schade te herstellen in afwachting van de vergoeding die waarschijnlijk nooit komt.
Bovendien gaat het niet alleen over de vergoeding van schade of het eindeloos wachten op rapporten, maar ook over het gevoel van onveiligheid. Wanneer komt de volgende beving, gaan we dat overleven? Een huis dat verstevigd zou moeten worden en nu ineens niet meer, voelt voor de bewoners onveilig en is dat waarschijnlijk ook. Een thuis is het in elk geval niet meer.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de schat aan cultuur-historie die verdwijnt. Kerken,  eeuwenoude boerderijen, dorpsgezichten. Door het uitstellen van de juiste en nodige reparaties en weigeren deze gebouwen aardbevingsbestendig te maken zijn sommige gebouwen al niet meer te redden.

In de steek gelaten door de rest van Nederland

De Groningers voelen zich in de steek gelaten en terecht. Door de overheid in de eerste plaats, die niet van plan is op te treden tegen de NAM en ook zelf niet voor de schade wil opdraaien. Maar ook door de rest van Nederland. Alsof wij er niet meer bij horen, klinkt het. Daarom hoop ik dat meer mensen de moeite zullen nemen hun verhalen in Ik wacht te lezen. En te beseffen hoe groot het onrecht is dat de Groningers wordt aangedaan.

Ik wacht: 101 verhalen uit het aardbevingsgebied / woord vooraf van Bert Wagendorp; onder red, van Het Dagblad van het Noorden. Amsterdam - Balans, 2019. Pb., 326 pg., foto's, begrippenlijst. ISBN: 9789463820370.

© Jannie Trouwborst, maart 2020.

zondag 23 februari 2020

Wim Huijser - De kracht van het wandelen

Wandelen zit in de lift! 

Voor het behoud en de verbetering van onze gezondheid is bewegen noodzakelijk. Dat weet inmiddels iedereen wel. Of we met die wetenschap iets doen is een andere zaak. Maar sinds het niet meer per se nodig blijkt om naar de sportschool te gaan of elke dag een heel stuk te rennen, komen er steeds meer mensen in beweging. Want een half uur per dag wandelen is al voldoende, wordt ons voor gehouden. En daar begint het, want wie merkt hoe fijn wandelen is, zal, naarmate de conditie vooruit gaat, steeds vaker en verder willen wandelen. en daarbij ontdekken dat er aan wandelen heel veel kanten zitten.

Ontstressen in de natuur


In Japan heeft men er een woord voor: Shinrin-Yoku, letterlijk vertaald Bosbad. Er worden daar zelfs speciaal "therapeutische bossen" voor aangewezen. Maar Wim Huijser laat in De kracht van wandelen zien, dat elke natuurlijke omgeving zich leent voor wandelen op een helende manier voor lichaam èn geest. Het gaat namelijk niet alleen om het bewegen, maar ook om het jachtige en veeleisende leven achter je te laten en tot rust te komen. Vandaar dat de gemiddelde leeftijd van de wandelaars steeds lager wordt.

Wat ook helpt zijn de digitale middelen die gebruikt kunnen worden om het vinden en volgen van mooie wandelroutes te vergemakkelijken. Op bijvoorbeeld De Wandelzoekpagina staan wandelingen in alle afstanden en soorten. Een groot deel ervan is ook als GPS-route te downloaden en dus altijd up-to-date. En wie liever een wandelboekje heeft, kan veel van deze wandelingen ook vinden in de wandelgidsen van Wandelbart of Uitgeverij Gegarandeerd Onregelmatig.
En dan is er natuurlijk nog het vertrouwde Wandelnet waar de LAW-routes en streekpaden ontwikkeld worden en die tegenwoordig alle routes uit de gidsen ook als GPS-track aanbieden.

Klein beginnen

Om de voordelen van het wandelen voor je lichamelijke en geestelijke gezondheid te ontdekken, moet je echter klein beginnen. Het liefst kies je daarvoor een natuurlijk omgeving uit: park, bos, strand, polder, uiterwaarden. Wim Huijser neemt je mee op je ontdekkingstocht, stap voor stap. Begin met een kwartiertje, kijk anders naar je omgeving, ervaar de wind, de geuren, laat de drukte en het lawaai achter je. 

"Wanneer je regelmatig op deze manier wandelt en je onderdompelt in de natuur, verandert er iets in jezelf. Je raakt niet meer zo snel overweldigd door een maalstroom van gedachten en ideeën maar kunt die misschien wat sturen of even in de wacht zetten. Je kunt je dan beter richten op wat zich nu, op dit moment afspeelt, op de plek waar je dan bent."

Zoveel mogelijkheden

Tot zover de inleiding. Daarna volgen 42 hoofdstukjes met allerlei aspecten van het wandelen en suggesties. Afgewisseld met evenzovele spreuken en citaten over het lopen, wandelen en beleven van de natuur. En sfeervolle foto's.
Ook in Nederland kun je pelgrimstochten lopen, kinderen krijg je gegarandeerd mee het bos in als je met ze gaat geocachen. Samen wandelen of juist alleen, stiltewandelingen, naar je werk lopen, wandelcoaching, struinen. Dat je er creatief van wordt, blijkt uit de stukjes over kunstenaars, schrijvers en filosofen. En de citaten die van hen opgenomen zijn. 

Het boekje is niet duur en een heel leuk cadeau voor iedere wandelaar. De beginneling zal er steun in vinden, de gevorderde zal nieuwe mogelijkheden ontdekken en de ervaren wandelaar zal vooral genieten van de herkenning, de toepasselijke spreuken en foto's.

"We zullen niet ophouden met ontdekken en het einde van al onze ontdekkingen zal de terugkeer zijn naar waar we zijn begonnen en we zullen de plaats voor de eerste keer kennen." T.S. Eliot.

"Pessimisten wandelen altijd in een regenjas; optimisten worden nat." John Vangelis.

"Wie wandelt, verandert. Op ons levenspad zijn we altijd in beweging". Anselm Grün.

"Bij slecht weer kun je wel lekker met je hoofd in de wolken lopen.". Loesje.

 Wim Huijser - De kracht van wandelen. Ede, De Lantaarn, 2019. Pb., 160 pg., kleurenfoto's. ISBN:978-94-6354-103-9

© Jannie Trouwborst, februari 2020.



Dido Michielsen - Lichter dan ik

Njai Isah

Het leven van haar betovergrootmoeder inspireerde Dido Michielsen bij het schrijven van Lichter dan ik. Isah, zoals zij zal heten in deze roman, werd in 1850 geboren op Java. Ze groeit op in de kraton, het vorstenverblijf van de sultan in Djokja. Samen met haar moeder bewoont ze er een eenvoudige woning, waar haar moeder de kost verdient als batikster. Isah is bevriend met de dochters van de sultan, maar bij het opgroeien ontdekt ze al snel dat er onneembare obstakels bestaan in de traditionele standenmaatschappij. Maar ook dat die tradities zowel voor de prinsesjes als voor haarzelf enorme beperkingen met zich mee brengen. Ze besluit haar leven in eigen hand te nemen. Laat zich niet uithuwelijken, maar wordt de huishoudster en minnares van een Hollandse officier. Ze krijgen twee dochters en Isah hoopt dat hij ze zal erkennen en met haar zal trouwen. Maar zo werkt dat niet in de Nederlands-Indische kolonie. Hij laat hen in de steek, haar kinderen worden haar afgenomen en ze moet grote offers brengen om ze te kunnen zien, zonder dat ze hen kan vertellen dat ze hun moeder is. Ze kan niet voorkomen dat haar dochters tenslotte naar een internaat gestuurd worden en niet lang daarna uitgehuwelijkt. Ze heeft geen idee waar ze kunnen zijn en blijft de rest van haar leven naar hen op zoek. Ze voorziet in haar levensonderhoud met de verkoop van kruiden die ze zelf verbouwt en slaapt bij vrienden in de armoedige kampongs in de buurt van de stad. Vlak voor ze op 67-jarige leeftijd sterft, vraagt ze een vriendin haar verhaal op te schrijven, in de hoop dat haar dochters of hun nakomelingen ooit de waarheid zullen weten.

Van binnenuit

Over Nederlands-Indië zijn al heel wat boeken verschenen. Maar wie denkt het wel te kennen door de prachtige verhalen van Nederlandse auteurs als Louis Couperus en Hella Haasse, vergist zich. Want dat is het mooie van dit verhaal: het is vanuit het perspectief van een Javaanse vrouw geschreven. Daarvoor heeft Michielsen een handige truc toegepast: het verhaal is zogenaamd geschreven door de vriendin van Isah, Tjanting. Zij schrijft het voorwoord en nawoord om uit te leggen dat ze niets verzint, dat het allemaal door Isah verteld is, maar dat Isah zelf het Nederlands niet goed genoeg beheerst om haar eigen verhaal op te schrijven. Daarna laat zij Isah in de ik-persoon aan het woord. Dat alles maakt het verhaal nog directer, aangrijpender en geloofwaardiger.

We volgen het leven van Isah chronologisch en maken kennis met de omgeving waarin ze verkeert. Allereerst de kraton, later het huizen van verschillende Hollanders en tenslotte de kampongs. Met de beperkingen die er gelden door traditionele gebruiken en religie, maar ook met de vooroordelen die de Hollanders hebben. De rijke cultuur van de Javanen, die zich bijvoorbeeld toont in de symboliek van de batikstoffen die haar moeder op zeer kunstzinnige wijze bewerkt, worden door de blanken niet begrepen. Uit alles blijkt dat de meesten geen belangstelling hebben in en respect voor de inlandse cultuur. Zoals de eis dat hun vrouwelijk personeel witte kebajas dragen: voor de Javanen de kleur van de rouw.

De onderdrukking door de Hollanders en de effecten daarvan op de oorspronkelijke bewoners kunnen niet duidelijker tot uitdrukking komen dan door deze njai (zoals een huishoudster en minnares genoemd wordt) aan het woord te laten. Ze kan er nooit iets van laten merken, maar haar gedachten erover delen in deze roman is geen enkel probleem. En dat maakt dit verhaal zo uitzonderlijk. Het maakt de onmacht voelbaar en het schetst haar verachting voor de leeghoofdige Hollanders. Hun Europese pracht en praal kan niet tippen aan de bezielde symboliek van de natuur, traditionele voorwerpen en batikpatronen. Door hun invoering van het cultuurstelsel ontstonden armoedige kampongs waar niemand meer werk heeft. In Isahs verhaal wordt duidelijk dat het al broeit in de kampongs en dat het wel tot een uitbarsting moet komen.

Eind goed, al goed?

Nee. En ik verklap daarmee niets, want al op de eerste bladzijden van het boek wordt duidelijk: Isah zal haar dochters nooit meer terugzien. En toch is het verhaal van begin tot eind spannend. Alle belangrijke personages zijn levensecht beschreven, de situaties benauwend, het verdriet en de wanhoop voelbaar. Maar ook de onvermoeibare wijze waarop ze blijft hopen en zoeken.
In het Nawoord deelt Tjanting haar dilemma ons: mag ik Isahs verhaal, dat voor haar dochters bedoeld is, wel uitgeven als boek? Ze besluit uiteindelijk het toch te doen, om daarmee alle andere vrouwen en kinderen die hetzelfde is overkomen ook een stem te geven. En dat zijn er velen.

Zelden heb ik zo'n aangrijpend, spannend, triest en leerzaam boek gelezen als de roman Lichter dan ik van Dido Michielsen. Dat er heel veel tijd gestoken is in cultuur-historisch onderzoek is duidelijk. Ik ontdekte de titel op de longlist voor de Libris literatuurprijs 2020. Inmiddels is bekend gemaakt dat het de Nederlandse Boekhandelsprijs 2020 gewonnen heeft. Dat lijkt me volkomen terecht, want het is ook nog eens heel goed geschreven.

(Achterin staat een verklarende woordenlijst, maar door de manier waarop de Javaanse woorden in de tekst zijn verweven is het ook zonder die lijst vaak wel duidelijk waar het om gaat. Ik heb maar zelden iets op hoeven te zoeken.)

Dido Michielsen - Lichter dan ik. Amsterdam, Hollands Diep, 2019. Pb., 267 pg.,
ISBN: 9789048845033.


© Jannie Trouwborst, februari 2020.

zondag 16 februari 2020

Kees Kooman - Nieuw boeren: Je leent het land van je kinderen


Kees Kooman is onderzoeksjournalist en schrijver. Hij schreef verschillende boeken over de landbouw. Zo verscheen in 2015 Boerenbloed - Melkquota, megastallen en het verdwenen platteland. Daarin stelt hij vast wat de gevolgen zijn van het besluit de melkquota los te laten, zowel voor de boeren als voor het landschap, en voorspelt hij de crisis waar de veeteelt nu in verkeert. Van de achterflap van dat boek:

"Journalist Kees Kooman, inwoner van Ee, zag de afgelopen jaren het landschap om hem heen veranderen en de megastallen verrijzen. Hij gaat op onderzoek uit. Hij praat met wetenschappers, politici en milieubeweging over de kansen, de bedreigingen en zelfs de gevaren voor de melkveehouderij. Maar Kooman praat vooral met de boeren zelf. Kiezen zij voor grootschaligheid of juist niet, wat zijn hun dromen en ambities? Zij spelen de hoofdrol in dit nostalgisch stemmende én verontrustende boek over het kantelpunt waarop 'Nederland Boerenland' zich bevindt."


Nieuw Boeren 

Opnieuw gaat Kees Kooman in gesprek met boeren. Hij bezoekt tien boeren die het roer helemaal omgegooid hebben. Zij gaan op een andere manier boeren. De titel luidt nadrukkelijk Nieuw boeren en niet Nieuwe boeren. De boeren die hij spreekt, komen allemaal uit oude boerenfamilies. En in elk van de tien gesprekken komen ook de vorige generaties aan bod.

Het beeld dat uit deze portretten naar voren komt, is niet dat van dromers zonder realiteitszin. Stuk voor stuk gaat het om ondernemers die overtuigd zijn van het feit dat het roer om moet en dat doen op een manier die zowel de natuur spaart, als hen een goed inkomen verschaft. De verhalen zijn heel divers. Soms verrassend en soms eigenlijk heel vanzelfsprekend. 

Tradities 

In enkele van de verhalen wordt duidelijk dat de voorouders altijd een klein gemengd bedrijf hebben gehad. Vaak vertelt de grootvader daar zelf nog over. De vader vertelt over de schaalvergroting, de investeringen, de regelgeving en de macht van de banken en de tussenhandel. Het mee moeten doen met de groei en er steeds minder aan verdienen. De zoon ziet dat het anders moet en keert terug naar het model van zijn grootvader. Door manieren te vinden om zelf direct te leveren aan de consument en dus de tussenhandel uit te schakelen, zijn de verdiensten goed. En door er voor te zorgen dat het inkomen niet meer afhankelijk is van één product, kunnen tegenvallers gemakkelijk opgevangen worden. En de natuur? Die vaart er, tot genoegen van de boer, wel bij.

Anderen breken met de traditie door zich te richten op een nieuw product, maar ook zij gaan uit van de consument en leveren hun product zelf aan afnemers. Voorbeelden daarvan zijn een bloeiend bedrijf dat theeplanten en zaad voor de theeplanten over de hele wereld levert. En binnenkort ook zelf thee gaat verkopen. Of de boer uit Zeeland die zich gespecialiseerd heeft in zilte groenten die hij levert aan restaurants, maar die hij ook veredelt en vermeerdert.

Eveneens onderweg naar vroeger is een groep boeren op Schiermonnikoog. Ze keren terug naar kleinschalig boeren en een traditioneel werkende coöperatie. En op Landgoed Twickel wordt de boer bijgestaan door de rentmeester van het landgoed, die ook zijn verhaal doet. Een andere manier van grondbewerking, kleinschaliger gebruik en kringlooplandbouw houden het fraaie landschap in stand, zorgen voor biodiversiteit en leveren de boer voldoende op om van te leven. 

Wat ging er fout? 

Door de verhalen van deze tien boeren op te tekenen laat Kooman zien wat er na de Tweede Wereldoorlog allemaal fout is gegaan op het platteland. En geeft hij voorbeelden van hoe het anders kan. Met een goed inkomen en aandacht voor de natuur. Maar nog steeds, geven de kinderen van de laatste generatie aan, wordt er op de landbouwschool het achterhaalde mantra van de schaalvergroting geleerd en wordt er aan kringloop landbouw, zonder kunstmest en met een andere grondbewerking geen aandacht besteed. 

Ondertitel 

De ondertitel van het boek is een citaat uit een interview met een van de boeren: Je leent het land van je kinderen. Opvallend is, dat terwijl op dit moment veel kinderen het niet meer zien zitten hun ouders op te volgen op de boerderij, dat bij het Nieuwe boeren heel anders ligt. Leven met de natuur, een goed inkomen en zelfstandigheid, dat is een aanlokkelijk perspectief.
Inspirerende en hoopgevende verhalen in deze tijden van crisis.

Kees Kooman - Nieuw Boeren: je leent het land van je kinderen. Gorredijk, Noordboek, 2019. Pb., 272 pg., foto's. ISBN:978-90-5615-550-6 of 978-90-5615-502-5.

©Jannie Trouwborst, februari 2020.

zondag 9 februari 2020

Eva Meijer - Het schuwste dier

In 2017 wordt het oeuvre van Eva Meijer, dat bestaat uit zowel fictie als non-fictie, bekroond met de Halewijnprijs. Op dat moment heeft ze al een aantal succesvolle titels op haar naam staan en verschillende prijzen ontvangen. Ook de daarna verschenen boeken zijn succesvol gebleken. Dat heeft Cossee ertoe doen besluiten om Het schuwste dier, haar debuut uit 2011, opnieuw uit te geven. Want ook al werd het boek destijds genomineerd voor de Academica  Literatuurprijs, de Gouden Boekenuil en de Vrouw&Proza debuutprijs, toch kreeg het niet de aandacht die het verdient. Bovendien is er in deze roman al veel van haar latere thematiek te herkennen. Een herkansing dus.

Rouw in de familie om een plotselinge dood

De hoofdpersoon, een meisje van nog geen twintig, studeert sinds een paar maanden in Engeland. Ze wordt teruggeroepen naar huis vanwege de plotselinge dood van haar tante. De zelfmoord van deze zieke zus van haar moeder schokt de hele familie. Er is verbijstering, verdriet, ongeloof, woede, er moet van alles geregeld worden. De hoofdstukken hebben als titel de namen van de week waarin zich dat alles afspeelt. Een week waarin de tijd stil lijkt te staan, terwijl het leven gewoon door blijft gaan. Een week waarin iedereen opgesloten lijkt te zitten in de eigen rouw en het eigen verdriet.

Intiem perspectief

De naam van de ik-persoon kennen we niet. Toch zitten we in haar hoofd gevangen. Ze deelt in veelal korte zinnetjes haar gedachten met ons. Die variëren van banale alledaagse dingen die haar opvallen, via observaties van de reacties van de anderen om haar heen, tot haar eigen rouwgevoelens en de ondertussen ook nog verwarrende liefdeservaringen met haar voormalige lerares.
Een meisje van twintig is er in te herkennen. Nog zoekende en onzeker. De gebeurtenissen rond het sterfgeval laten haar anders kijken naar haar familieleden. Door het gedrag te beschrijven, ontstaat er een bepaald beeld van de persoon en van de verhoudingen tussen de familieleden. Het is een manier van schrijven waarin van de lezer de nodige empathie wordt verwacht. Dat maakt het lezen boeiend, terwijl het tegelijkertijd de verwarring teweeg brengt die in deze week iedereen in zijn greep houdt.
Dieren zijn ook aanwezig. Vooral huisdieren. De honden en katten, waar nauwelijks aandacht voor is bij de andere mensen, die troost bieden, recht hebben op verzorging, ook in lastige tijden. De ik-persoon kijkt naar ze om. Ook het gedrag van de vogels slaat ze met interesse gade. Als afleiding.

Het schuwste dier

De gesprekken tussen de betrokken familieleden lijken willekeurig, maar zijn het niet. Gekibbel bijvoorbeeld over welke vla de tante het liefst lustte, is in feite een strijd over wie haar het beste kende: haar partner of haar zussen. Zo gebeurt er veel dat meer is dan het lijkt, alles om het gesprek over het verdriet en het gemis niet aan te gaan. Dat is het schuwste dier, dat zich verstopt en alleen zichtbaar wordt in een plotselinge huilbui en de talrijke omhelzingen. Het verhaal krijgt zo een diepere laag. Ook de ik-persoon probeert door observatie van het dagelijkse niet met het ergste bezig te zijn, maar toch dringt het zich geregeld op. Dat zich uit in filosofische overwegingen.

Er zijn verschillende manieren waarop iets verloren kan gaan.
Soms verdwijnt het gewoon. Het was er eerst nog. Het is niet duidelijk waar het gebleven is, en of het ergens gebleven is. Een goocheltruc.
Soms verdwijnt het langzaam uit zicht, als een schip of en huis vanuit het achterraam van een auto. Een van beide partners beweegt moedwillig, of beide partijen bewegen van elkaar af.
Soms wordt het weggegooid. Oud papier, gft-afval, een kunstgebit dat niet meer past, een boodschappenlijstje dat iemand in een winkelwagen heeft laten liggen.
Soms wordt het vergeten. Niemand denkt er ooit meer aan. Het bestond, maar omdat iedereen vergeten is dat het bestond, bestond het misschien niet. (Soms duikt het weer op, door een associatie met iets anders of een vraag).
Soms is het al weg terwijl het er nog lijkt te zijn, zoals een ster.
Soms is het avond, wordt het laat en later, nacht, ochtend. Dat het weer avond wordt, maakt voor de avond die geweest is niet uit. Elke seconde is al voorbij als je aan hem denkt. (Nu.)

In het slothoofdstuk, tijdens een wandeling met de hond, lukt het haar uiteindelijk de woorden te vinden die haar moeten helpen om te leren verder te leven in het besef van het onvermijdelijke.

Mooi debuut, goed dat het opnieuw is uitgegeven.

Eva Meijer - Het schuwste dier. Amsterdam, Cossee, 2020. Pb., 219 pg., ISBN:978-90-5936-879-8.

© Jannie Trouwborst, februari 2020.

Eerder verschenen op dit blog, de recensie van Eva Meijer Het vogelhuis.