maandag 12 september 2011

Wolfgang Herrndorf - Tsjik


September 2011 - waardering: 7,0.

Inleiding

Binnenkort (op 1 oktober 2011) zal Tsjik, geschreven door Wolfgang Herrndorf, in de boekwinkels liggen. Het is een vertaling van het Duitstalige boek Tschick dat in Duitsland een groot succes is en dat inmiddels is bekroond met de Clemens Brentano Preis 2011 van de Stadt Heidelberg en genomineerd is voor de Duitse Jeugdliteratuurprijs 2011. Hoewel ik vrijwel geen vertalingen lees, wilde ik, op verzoek van Cossee, voor dit boek wel een uitzondering maken. Vooral omdat er op de achterflap gesuggereerd werd, dat het overeenkomsten zou hebben met Joe Speedboot, een van mijn favoriete boeken, dat onze leesclub destijds een interessante discussieavond opgeleverd heeft. Helaas moest ik constateren dat die overeenkomst een beetje tegenviel, maar daarmee is het nog geen slecht boek. Er zullen ongetwijfeld lezers voor te vinden zijn en ik heb het niet met tegenzin gelezen. Maar het verschilt toch wezenlijk van Joe Speedboot.

Inhoud

(FLAPTEKST) "Moeder in de ontwenningskliniek, vader met ‘assistente’ op zakenreis: Maik Klingenberg zal de grote vakantie in zijn eentje doorbrengen bij het zwembad van de villa van zijn ouders. Maar dan duikt Tsjik op.
Tsjik, die eigenlijk Andrej Tsjichatsjow heet, is niet bepaald een toonbeeld van integratie. Hij komt uit een van de aso-torenflats in Berlijn-Hellersdorf en heeft het op de een of andere manier tot het gymnasium weten te schoppen. Hij heeft een lichtblauwe Lada gescoord en daarmee begint een tocht zonder landkaart over het Duitse platteland in hartje zomer. Tsjik wil graag naar Walachije waar zijn opa woont, maar er is in de hele provincie Brandenburg geen enkele wegwijzer naar Walachije te vinden.
Wat volgt, is een reis die zo grotesk, droevig, dramatisch en grappig is dat je geregeld niet meer verder kunt lezen van het lachen, maar evenmin kunt ophouden. In de lege wereld achter Berlijn is blijkbaar niemand echt in vakantiestemming. Niet de knappe Tatjana, op wier verjaardagsfeest zij niet uitgenodigd zijn, niet WO II veteraan Fricke die een uitstekende schutter is, niet de man aan de benzinepomp en helemaal niet het varken op de autosnelweg. Maik vertelt hun vakantieverhaal zonder opsmuk met het temperament van een veertienjarige, argeloos en wereldwijs.
Tsjik is een hartverwarmende en hartverscheurende avonturenroman die maar één nadeel heeft: dat hij maar 256 bladzijden telt en dus veel te snel uit is. Maar zo gaat dat nu eenmaal met verboden tochtjes in een gejatte auto."


Leeservaring

Laat ik beginnen met commentaar op de subjectieve opmerkingen in de flaptekst: er zat zeker "humor" in het verhaal, maar "niet verder kunnen lezen van het lachen" is me niet overkomen. Wel was het zo, dat ik het boek in vrij korte tijd heb uitgelezen. Al is het niet bloedstollend spannend, je wilt wel graag weten hoe het afloopt met de twee vrienden. In de termen: " Grotesk, droevig, dramatisch en grappig" kan ik me wel vinden. Misschien hoort ontroerend er nog bij, "hartverwarmend" inderdaad ook, maar " hartverscheurend" is weer teveel van het goede.

Maik is de 14-jarige ik-verteller van dit vakantieavontuur. Op mij komt zijn manier van vertellen over als een verteltrant die bij zijn leeftijd past. Ook de innerlijke monologen komen natuurlijk over. Maar of dat echt zo is, kan eigenlijk alleen een leeftijdgenoot bepalen. Als genre zou ik het zowel een avonturenroman, als een ontwikkelingsroman willen noemen. Maar hier komt meteen een onderscheid met Joe Speedboot om de hoek kijken: die ontwikkelingsroman duikt dieper en langer de levens van de hoofdpersonen in en gebruikt spannende avonturen ter ondersteuning. Bij Tsjik gaan de avontuurlijke tocht  en de ontwikkeling gelijk op. En al ontdekken de beide jongens veel dat hun kijk op het leven en hun houding t.o.v. allerlei zaken voortaan zal beïnvloeden, het thema wordt toch minder uitgediept dan bij Joe Speedboot.

Dat neemt niet weg dat er belangrijke zaken aan de orde komen: allereerst de liefde, voor een onbereikbaar meisje, sluimerende liefde die pas later herkend wordt voor een ander meisje, tussen ouders en kinderen, tussen vrienden, lichamelijke liefde, onbaatzuchtige liefde en nauw er aan verwant: bezorgdheid, bij mensen waarvan je het niet verwacht (toevallige ontmoetingen) of juist niet van mensen waar je het juist wel van verwachten mag (ouders). Dan vooroordelen: een jongen uit een aso-wijk die op het gymnasium zit, een rijkeluiszoontje dat vereenzaamt omdat zijn ouders totaal geen interesse voor hem hebben, wildvreemde en een beetje eigenaardige mensen die gewoon aardig blijken te zijn bv. 

Wat de jongens overkomt, waarin ze verzeild raken, de landschappen die ze passeren, het getuigt allemaal van grote fantasie, maar het wordt nergens storend. Het hoort allemaal heel natuurlijk bij deze grote reis naar een niet bestaande plek. Bij dit zomervakantie-avontuur. De verwijzingen naar hun computergames (voor zover ik die op kan pikken) getuigen van humor: bij een bijna ongeluk een gedachteflits: shit, ik heb nog niet gesaved.... 
Ontroerend is de onvoorwaardelijke trouw die tussen de vrienden gegroeid blijkt, ondanks het hardhandige verzet daartegen van de vader van Maik. Vertederend de conclusie die de verbijsterende Maik trekt: Mijn vader, mijn leraren, de TV, en Der Spiegel, iedereen heeft mij geleerd dat de mensheid slecht is en dat je niemand moet vertrouwen. Hoe komt het dan dat wij alleen maar aardige en behulpzame mensen tegen gekomen zijn? Ze bestaan dus wel, daar zouden ze op school toch wat meer aandacht aan moeten geven, zodat je er niet volledig door verrast wordt als je ze tegenkomt.

Geen onaardig boek dus. Leuk om gelezen te hebben, het zal ook vast wel gewaardeerd worden door anderen. Maar ik mistte er toch wat in. Dat heeft deels te maken met mijn voorliefde voor onvertaalde literatuur: een belangrijk onderdeel is voor mij toch het taalgebruik. Ik heb genoten van de beeldspraak in Tommy Wieringa's Joe Speedboot. En al lijkt mij de vertaling in orde, ik denk toch dat Duitse lezers er qua stijl meer uit zullen kunnen halen. Ik vond de stijl prettig leesbaar, maar niet bijzonder. Een tweede probleem is denk ik, dat ik geen jongen van 14 ben, trouwens ook nooit geweest. Jongeren zullen dit boek anders lezen, misschien wordt het wel net zo'n cultboek als The Catcher in the Rye van J.D. Salinger. En misschien dat mannen het ook anders lezen.

Voor een leesclub met alleen maar vrouwen zou ik het niet aanbevelen, maar als er ook mannen lid van zijn wordt het wat anders. Dan kunnen er misschien nog interessante discussies ontstaan. Bijv. over de vraag of er zoiets als mannen- en vrouwenboeken bestaan. Het meest geschikt lijkt het me echter toch als jongerenboek.

©JannieTr - 12 september 2011.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen