maandag 7 januari 2013

David Mitchell - De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet



Januari 2013 - waardering: 6,5.



Inleiding



De derde historische roman van dit seizoen bij onze leesclub is geschreven door een Britse auteur: David Mitchell, die met eerdere titels al de nodige faam opgebouwd heeft. Mijn keuze voor deze roman werd ingegeven door de aandacht voor Deshima (een Nederlandse handelspost voor de kust van Nagasaki) en de relatie tussen Nederland en Japan rond 1800.

Door het grote succes van het boek, ook in Nederland, is er van 1 maart 2013 tot 2 juni 2013 een tentoonstelling in het Sieboldhuis te Leiden onder de titel Hollanders: beeldjes en verbeelding van vreemdelingen in Japan. Philipp Franz von Siebold was arts op Deshima van 1823 tot 1829 en heeft model gestaan voor dokter Marinus in de roman. Voor meer informatie zie de website van het Sieboldhuis .



Inhoud



Jacob de Zoet is een Zeeuwse ambtenaar die in 1799 door de VOC naar Japan wordt gestuurd om als boekhouder te onderzoeken hoe corrupt de handelspost aldaar is. Hij hoopt binnen 5 jaar rijk terug te keren naar zijn verloofde Anna in Domburg. In het verre oosten wordt Jacob gestationeerd op Deshima, het kleine eilandje voor de kust bij Nagasaki, dat de Japanse bevelhebbers hebben gereserveerd voor de Nederlandse handelaars. Hij komt terecht in een slangenkuil van roddel, intrige, diefstal en chantage, maar de zaak verergert nog voor Jacob wanneer hij verliefd wordt op een "verboden" Japanse vrouw: de vroedvrouw Orito. Orito wordt ontvoerd, Engelse oorlogsschepen proberen Deshima in te nemen, de VOC gaat failliet, de Nederlandse koloniën in Indië worden overgenomen door de Engelsen en Jacob zit jaren vast op Deshima. Bij thuiskomst, na 18 jaar, blijkt zijn verloofde getrouwd.



Leeservaring



Over dit boek zijn talloze recensies geschreven, de meeste lovend. Daar verwijs ik graag naar voor een uitgebreide bespreking. Ik zal het hier houden bij enkele punten die in de discussie tijdens de leesclubavond aan bod kwamen.



- Bij de bespreking van het boek bleek, dat alleen het leesclublid dat het boek zou bespreken en ikzelf het boek tweemaal hadden gelezen. Sommigen waren zelfs de eerste keer niet helemaal tot het eind gekomen en anderen hadden gedeelten "diagonaal" gelezen. Gebrek aan tijd, moeizame concentratie door persoonlijke omstandigheden zouden de reden zijn. Begrijpelijk allemaal, maar als een boek echt boeit, dan kun je het niet wegleggen voor het uit is en vind je er juist afleiding in voor die nare persoonlijke omstandigheden. Dat zegt dus wel iets over het boek.


- Toch gaven de leden van de club het boek een 8. De bespreekster had recht van spreken, want zij had het boek uitgebreid bestudeerd en boeiende discussievragen (klik hier) gemaakt. Het was een genot daar vooraf mee bezig te zijn en ook tijdens de bijeenkomst leverden ze voldoende gesprekstof. De anderen spraken vooral van de mooie stijl en de goede vertaling. En waren verrast door het onderwerp: ze hadden niet eerder van Deshima gehoord.

Ondanks dat het boek vrijwel uitsluitend lovende recensies kreeg en een bestseller is geworden, komt mijn cijfer niet hoger dan een 6,5. Hoewel ik het boek bij tweede lezing iets meer waardeerde, bleven er voor mij een aantal tekortkomingen bestaan. 


- Mijn eerste opmerking zegt niets over de kwaliteit van het boek, maar heeft alles te maken met ons leesclub thema: in hoeverre is dit nog een historische roman?


Een historische roman is in de regel gebaseerd op waar gebeurde historische gebeurtenissen en/of bestaand hebbende personen. Dat geldt maar zeer ten dele voor deze roman. De verhouding "waar gebeurd en verzonnen" slaat behoorlijk door naar de verzinsels. Maar in een roman mag dat.

Wel van toepassing is: Het verhaal speelt in het verleden op een bestaande plek. Er is research verricht, ook om anachronismen te vermijden. Bestaande personen en omstandigheden worden opgevoerd, onder andere namen weliswaar. Het grote kader in de wereld(geschiedenis) klopt ook.



Het is leuk om via Wikipedia bv. op zoek te gaan naar de feiten rond Deshima. Dan wordt duidelijk dat Mitchell met feiten en personen aan het goochelen is geslagen. Deshima en de verhouding tussen de Japanners en de Nederlanders klopt. Ook de (wereld)geschiedenis die op de achtergrond een niet onbelangrijke rol speelt, komt overeen met de werkelijkheid. Jacob de Zoet is een gefingeerde naam, maar er zijn veel overeenkomsten met Hendrik Doeff. Door te kiezen voor een niet bestaande persoon werd het mogelijk de feiten uit het leven van Doeff aan te passen aan het romanverhaal. Dat geldt ook voor dokter Marinus die gemodelleerd is naar een latere Deshima arts: Philipp Franz von Siebold. Deze arts had een dochter bij een Japanse vrouw die later de eerste vrouwelijke arts van Japan zou worden en dus enigszins naar Orito verwijst.

Ook de aanval van de Engelse schepen is niet helemaal overeenkomstig de geschiedenisfeiten: een ander jaartal, een andere naam voor schip (Phaëton/Phoebus) en kapitein, maar toch duidelijk een verwijzing naar eenzelfde soort gebeuren, incl. de betrokkenen, onder andere namen weliswaar.



 - Over deel twee van het boek, waarin Orito ontvoerd wordt naar een sekteachtig klooster waar de meest lugubere zaken plaatsvinden, waren de meningen verdeeld. Het is bijna niet te geloven dat er in dit verhaal ergens een kern van waarheid in zit. Maar alles is natuurlijk mogelijk. Er is echter niets naders over te vinden op internet. Het hele deel staat eigenlijk los van de geschiedenis van Deshima. Het lijkt een gruwelijk horrorverhaal te zijn dat slechts toegevoegd is omwille van de spanning, met ontsnappingen, bevrijdingspogingen, moord en krankzinnigheid. Uiteraard speelt de uitkomst ervan (de gevangen gehouden kloosterzusters worden uiteindelijk bevrijd en de gestoorde abt gedood) nog wel een rol in de slotfase van het verhaal, maar daar had ook iets "normalers" voor verzonnen kunnen worden.

Het staat een auteur natuurlijk vrij om verzonnen gebeurtenissen in te passen in het verhaal dat hij in gedachten heeft en om met namen en feiten te goochelen. Wie dat prima vindt, leest een spannend verhaal en krijgt zo enig besef van wat Deshima was en wat het betekend heeft voor het moderne Japan. En hoe de Nederlanders daar leefden. Wie behoefte heeft aan meer juiste historische informatie, zal daarnaast nog zelf de nodige bronnen moeten raadplegen.



- Mijn volgende bezwaar betreft de structuur en de omvang.

In het boek worden relevantie historische feiten verweven met fictie met de bedoeling tot een spannend verhaal te komen. Helaas komen ook minder relevante feiten uitgebreid aan de orde en die hadden gerust beknopter beschreven kunnen worden, waardoor niet alleen de omvang geringer was geworden, maar er wellicht ook minder "diagonaal" gelezen zou zijn. Ik doel daarbij o.a. op bladzijdelange monologen van de verschillende Deshima bewoners over hun levensgeschiedenis. Hun achtergrond had compacter verteld kunnen worden en is niet van wezenlijk belang voor de rest van het verhaal. Ook het verzonnen kloosterverhaal maakt een te groot deel uit van het boek. Het is niet relevant voor het Deshimaverhaal. En het geeft ons, als uitzonderlijk gebeuren, ook weinig inzicht in de Japanse volksaard. Slechts in een enkel hoofdstuk is dat het geval. Over het geheel genomen blijft het beeld dat ons van de Japanners geschilderd wordt toch vooral een beeld gezien door de ogen van een westerling.



- De stijl en woordkeus werden door de leesclubleden gewaardeerd. Het is zonder meer duidelijk dat de vertalers een compliment verdienen. We zullen er maar van uit gaan dat de Engelse versie nauwkeurig gevolgd is. Ouderwetse woorden probeerden de sfeer van deze periode te ondersteunen, waarbij soms het woordenboek te pas moest komen om ze te begrijpen (een sloep met mariniers in landrottendracht met kortelassen in zakkengoed onder de doften). De meeste waardering had ik voor het begin van hoofdstuk 39: een prachtige sfeertekening in de vorm van een gedicht. Dit is een huzarenstukje van de vertalers geweest, het is bijzonder goed gelukt.



- Over een ander stijlkenmerk was ik minder te spreken. Bijna elk gesprek of langere beschrijving van gebeurtenissen wordt onderbroken door een losse opmerking over observaties van totaal andere zaken: dieren, het weer buiten, geluiden. Het lijkt bedoeld als sfeertekening en meestal past het mooi bij de omstandigheden waaronder het genoteerd wordt. Maar het komt zo regelmatig terug dat het op een maniertje gaat lijken: alsof er een stapel zinnetjes klaar ligt die er af en toe tussen gepast moeten worden. "Aalscholvers vliegen laag over het steengrijze nat; de uiteinden van hun vleugels druipen van het zeewater." "Aangetrokken door het licht van de lantaarn vormen insecten een korst op de patrijspoort van de kajuit." "Het gekoer van duiven onder het overhangende dak verstoort de ochtendstilte." "Het jonge poesje van Kawasemi zit achter een waterjuffer aan en schiet over de geboende vloer van de waranda."  Het was de anderen niet opgevallen, misschien was ik er te zeer op gefocust. 


- Zoals opgemerkt: verschillende bijfiguren vertellen in ellenlange verhalen hun levensgeschiedenis en de toestand in het deel van de wereld  waar ze vandaan komen. Deze verhalen doen lang niet altijd (en zeker niet zo uitgebreid) ter zake. Maar ook de plek en/of het tijdstip zijn nogal gezocht. Zo denkt De Zoet een luchtje te scheppen in de dakgoot van het gebouw waar hij de nacht heeft doorgebracht met een Japans meisje, net als zijn chef, merkt hij. Die klimt tot zijn schrik ook de dakgoot in. En vervolgens houdt Secunde Van Cleef een lange monoloog over zijn leven van enkele bladzijden, staand, half naakt,  in de dakgoot. En als De Zoet tijdens een belangrijke vergadering met de Japanners door de timmerman weggeroepen wordt, merkt hij op: "dat zou hij niet doen als er niet iets heel belangrijks te melden is." Ook hier gaat het om een bladzijdelang verhaal vol details over de problematische relatie die de timmerman gehad heeft met een van de officieren aan boord van het Engelse schip. Een avontuurverhaal op zich, maar niet logisch. De Zoet is zo wel erg lang weg uit de vergadering en wat er aan de hand was had de timmerman ook wel met minder uitwijdingen kunnen vertellen. 


- Jammer is dat er weinig aandacht was voor de verschillen tussen de Nederlandse en Japanse levensfilosofie en psyche. Het blijft vooral bij een westerse kijk op het gedrag van de Japanners. Invoelbaar zou het pas worden als er meer vanuit Japans perspectief geschreven was. Het meeste is echter vanuit het perspectief van Jacob de Zoet (of andere westerlingen), deel 1 zelfs helemaal. Deel 2 vanuit verschillende Japanse perspectieven, maar omdat dat over de avonturen rond het klooster gaat, is het toch moeilijk dit te zien als echt Japans. Ook in de rest van het boek blijft dat zo. We lezen vooral over het gedrag van de Japanners, weinig over hun gedachten en gevoelens. Slechts het eerste hoofdstuk van deel 3 is bijzonder en invoelbaar: de persoonlijke gedachtegang van een van de meegebrachte slaven is aangrijpend beschreven. Maar dat was geen Japanner.


- Humor is vooral te vinden in de manier waarop de tolken proberen hun werk te doen: de complete spraakverwarring die daarbij ontstaat als uitdrukkingen of onbegrepen woorden moeten worden uitgelegd en omschreven.



- Voor mij staat de plot van dit boek op blz. 609, als Orito tegen Jacob het volgende zegt:



Wanneer de pijn fel is, wanneer beslissingen op het scherpst van de snede worden genomen, menen we dat wij de chirurgijns zijn. Doch mettertijd overzien we het geheel veel duidelijker, en nu beschouw ik ons als de chirurgische instrumenten waarvan het leven zich heeft bediend om zich te ontdoen van de Orde van de berg Shiranui.



Daarmee krijgt het monsterlijke kloosterverhaal de hoofdrol: om tot deze filosofische uitspraak te komen (die zowel westerse (de mens wikt, maar God beschikt) als oosterse (Taoïsme) ideeën over het leven weerspiegelt) moest Jacob naar Deshima komen en verliefd worden op Orito.



Het feit dat Mitchell zo gegoocheld heeft met gebeurtenissen en mensen wordt dan ook van ondergeschikt belang. Zij zijn nog slechts figuranten die hij nodig had om zijn roman te kunnen schrijven en tot zijn plot te komen. Door de geschiedenis te herschrijven stelt hij zich als schrijver/regisseur boven het leven zelf. Maar waar heeft dat leven hem dan ondertussen voor gebruikt?



David Mitchell - De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet. Amsterdam, Ailantus, 2010. Geb., ill., 621 pg. Vert. (uit het Engels)  door Harm Damsma en Niek Miedema, oorspr. titel: The thousand autumns of Jacob de Zoet. ISBN: 978-90-895300-9-7.



©JannieTr, 23 januari 2013.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen