zaterdag 31 december 2016

Sta eens stil bij mantelzorg

Een leuk experiment! We worden dit keer opgezadeld met een ? door Martha. Het is aan ons een woord aan te dragen. Van al onze woorden samen zal ze een stukje maken. Maar natuurlijk is het wel zo eerlijk als wij zelf ook iets met ons gekozen woord doen. Ik koos voor "mantelzorger".

Mantelzorgers zijn mensen die langdurig en onbetaald zorgen voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende persoon uit hun omgeving. Dit kan een partner, ouder of kind zijn, maar ook een ander familielid, vriend of kennis.

In mijn Dikke van Dale uit 1984 komt het woord niet voor. Toch bestond het toen al wel. Op de site van de etymologiebank (KLIK HIER) vond ik een citaat uit M. Philippa - Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (2003-2009)

Mantelzorg is zorg in een kleine groep, waarvan de leden onderling in relatie staan. (J.C.M. Hattinga, 1971).

"J.C.M. Hattinga Verschure introduceerde dit begrip in 1971 als een van de drie kaders van zorgverlening, naast zelfzorg en professionele zorg. Die ‘kleine groep’ is in de praktijk vaak een gezin, maar kan ook een familie, een buurt, een gemeenschap van geloofsgenoten of een groepje lotgenoten zijn. De zorg die men binnen zo'n groep aan elkaar verleent is “voor elk lid van de groep als een mantel, die verwarmt, beschut en beveiligt,” aldus Hattinga Verschures motivatie. Haar analyse van zelfzorg en mantelzorg omvatte destijds ook de normale zorg voor o.a. eigen eten en eigen kinderen.
Tegenwoordig (2009) spreekt men meestal alleen van mantelzorg bij zorg aan personen met vrij ernstige fysieke, verstandelijke of psychische beperkingen. Van (bereidheid tot) wederkerigheid, bij Hattinga Verschure nog een definiërend kenmerk van mantelzorg, is lang niet altijd meer sprake."

In 1999 komt M. De Coster in zijn Woordenboek van Neologismen tot een andere definitie:


Mantelzorg, hulp, verleend aan zieken, bejaarden enz. door personen uit de kennissenkring. Dit woord wordt natuurlijk vooral gebruikt in de gezondheidszorg, maar in politieke kringen hoort men het ook wel eens gebruiken m.b.t. de taken van sommige beleidsterreinen.

In de voorbeelden die daaronder staan en die dateren van 1983 tot 1997 staan een aantal uitspraken die aantonen hoe de inhoud van het begrip langzamerhand veranderde en welke politieke doelen men ermee wilde bereiken:
-  "Zachte-sector-jargon voor burenhulp" (Hans Ferree, 1983)
-  "In verband met bezuinigingen op de volksgezondheid en de maatschappelijke dienstverlening (o.a. gezinszorg) kent het kabinet-Lubbers een grotere rol toe aan de mantelzorg" (1985).
- In 1994 vindt Elsevier: "dat er in Nederland naar verhouding nog erg veel mensen zijn die de tijd, conditie en mogelijkheden hebben om ‘mantelzorg’ te verschaffen: een hele generatie vrouwen van middelbare leeftijd die nooit een betaalde baan hebben gehad en langzamerhand ‘uit de kinderen’ raken".
- Maar bij een terugtredende overheid en steeds meer "vrouwen van middelbare leeftijd met een betaalde baan", is andere mantelzorg nodig, dus start de gemeente Utrecht een "experiment waarbij bijstandsgerechtigden die mantelzorg verrichten niet meer verplicht zijn te solliciteren".
In 1997 wordt voor het eerst de vraag gesteld wat of er precies met de aanmoediging/verplichting tot mantelzorg bereikt wordt: "Hoe denkt de minister ooit te weten of alleen de onterechte zorgvraag geremd is? Natuurlijk kan er altijd een beroep op de mantelzorg — partner, kinderen, buren — worden gedaan, maar hoe groot is dat beroep reeds? (Elsevier, 1997)

En daarna is het m.i. steeds verder uit de hand gelopen. Mantelzorg is een eis en een verplichting geworden en voor een deel in de plaats gekomen van de professionele hulp. Ondertussen zijn er voor het  mantelzorgen steeds minder mensen beschikbaar: door de verspreiding van familieleden over heel Nederland, door overbelaste tweeverdieners, door sociale isolatie van de zorgvrager. En dat terwijl er via het overhevelen van zorgvragen naar de gemeenten nog verder beknibbeld wordt op hulp en zorg. Er zijn al te weinig mantelzorgers en wie het noodgedwongen wordt, raakt sneller overbelast.

De kleine groep, de wederkerigheid en de beschutting die de mantel moest bieden uit de oorspronkelijke definitie uit 1971? Er klopt allemaal niets meer van. Daar ondervinden de hulpbehoevende  zorgvrager en de huidige mantelzorger dagelijks. In Nederland wonen zo'n 2,6 miljoen volwassen mantelzorgers. Gelukkig bestaan er regionale verenigingen die hen ondersteunen en hun belangen behartigen. Het heeft zeker zin daar lid van te worden. Het levert in elk geval een kleine groep op die steun kan verlenen aan, in dit geval, de mantelzorger zelf. Want hoe dit verder moet ?????

#WOT deel 52 ? ~ 1) Haakvormig leesteken 2) Leesteken 3) Signum interrogandi 4) Taalteken 5) Vraagteken

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat HIER een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen.


© Jannie Trouwborst, december 2016.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen