zaterdag 6 april 2019

Het Bureau en ik: Aflevering 1

Na het lezen van De Buurman en De moeder van Nicolien ben ik enthousiast aan het eerste deel van Het Bureau begonnen. Laat ik 2019 maar uitroepen tot mijn Voskuil-jaar. 
Ik ga geen recensies over Het Bureau schrijven, maar geregeld hier een blogje plaatsen met mijn vorderingen en bevindingen.

Kort na het plaatsen van het blog over De moeder van Nicolien heb ik via de bieb het e-book van Deel 1: Meneer Beerta op mijn tablet geladen. Ik lees het liever als een echt boek, maar ik was te nieuwsgierig om te wachten tot het gereserveerde exemplaar opgestuurd werd naar onze dorpsbibliotheek. Ik wilde er vast even van proeven.  Op 6 februari was ik al op bladzijde 67. Dat dat niet overeen komt met het papieren boek ontdekte al snel. Want ik was intussen zo enthousiast dat ik, misschien wel heel overmoedig, de hele serie bestelde....

De start

Al vrij snel na het begin van het verhaal stuit ik op twee citaten. Ik schrijf ze over in een speciaal voor het project aangeschaft notitieboekje.

pg.4 "In zijn ogen was Beerta het levende bewijs dat je jezelf zo van de buitenwereld kan afschermen, dat je onaantastbaar blijft. Dat trok hem aan." 

pg. 5 "Als er één uithoek was in het Nederlandse wetenschappelijke bestel zonder enige pretentie, dan was het deze." ( lees: de Atlas voor Volkscultuur).

Maarten wordt op 1 juli 1957 aangenomen als wetenschappelijk medewerker. Hij maakt kennis met de andere medewerkers van Het Bureau. Een aantal van hen kent hij al van vroeger. Mij begint het even te duizelen, zoveel namen en posities. En ook even zovele, soms vileine en rake, beschrijvingen van deze personages. Ik gebruik mijn aantekenboekje om ze allemaal te noteren met voorlopig alleen hun functie erbij.
Ik probeer of ik op internet wellicht meer duidelijkheid kan krijgen over de medewerkers van het Bureau en stuit op verschillende sites die uitgebreid ingaan op o.a. de werkelijke personen die schuil gaan achter de gefingeerde namen van Voskuil. Daar heb ik op dit moment niet zo'n belangstelling voor. Ik wil vooral het verhaal beleven, zonder verdere bijgedachten. Ik noteer de webadressen en laat het rusten.

Dan komt al snel een fragment dat ik herken: de eerste bladzijde uit De moeder van Nicolien. Het past er probleemloos tussen. Maarten viert zijn verjaardag op de eerste dag dat hij begint met werken bij het Bureau. Zijn schoonmoeder denkt dat hij haar voor de gek houdt als hij haar zegt dat hij onderzoek doet naar het geloof in kabouters.
Nicolien heb ik leren kennen in De Buurman. Dat was een andere Nicolien dan in De moeder van... In wat ik tot zover las in Het Bureau zie ik toch weer meer de onredelijke, overgevoelige en labiele echtgenote uit De Buurman. Ik ben benieuwd hoe zich dat verder zal ontwikkelen.

pg. 41 "Door wie wordt Veerman eigenlijk begeleid? "vroeg Maarten. "Door Wiegel". "En als er problemen zijn?" "Die zijn er niet" antwoordde Beerta. "Wiegel is een geboren bibliothecaris. Als er problemen zijn, dan lost hij ze op". (Veerman is de beheerder van het knipselarchief. Puur om (misplaatste) persoonlijke redenen sprak dit citaat me als bibliothecaresse aan).

Pg. 42 "Wat ben je stil" zei Nicolien. "Is er iets"? "Er is niets", antwoordde hij. Wat volgt is weer één van die onredelijke gesprekken en verwijten van de kant van Nicolien. Schrijnend als je weet hoe ongelukkig hij zich op zijn werk voelt. En thuis daarvoor geen uitlaatklep vindt. Hij loopt tenslotte weg en wandelt malend door nachtelijk Amsterdam. Als hij thuis komt slaapt Nicolien al.
"Eenmaal in bed voelde hij zich zo triest dat hij moeite had zijn tranen te bedwingen". 

Ik vraag me af of het gehele boek zo beklemmend zal blijven.

Het vervolg

9 februari:  Vandaag komen de zeven bestelde delen en er zit nog een extra boekje bij: Ingang tot het Bureau van J.J. Voskuil. Dat komt goed van pas, want er komen heel veel personen in voor. In het begin zoek ik ze er geregeld even in op.

Het wordt steeds duidelijker dat Maarten het niet naar zijn zin heeft, dat hij problemen heeft in de omgang met sommige collega's en dat de verhoudingen op Het Bureau erg formeel zijn. Je zou kunnen denken: wat saai als er weinig meer in staat. En toch is dat niet zo. De gebeurtenissen zijn hilarisch, droogkomisch en dramatisch tegelijk. Dramatisch (in mijn ogen) omdat ik de worsteling van Maarten Koning als authentiek ervaar. Ik begin moeite te krijgen met het al dan niet autobiografische gehalte van het boek.

Het is duidelijk dat van de andere hoofdpersonen karikaturen zijn gemaakt. Dat maakt het lezen ook zo leuk. Naar mate het verhaal vordert, kun je hun gedrag eigenlijk al voorspelen. Ik herken figuren uit mijn eigen "kantoorleven", eind jaren 60. Met name juffrouw de Haan maakt bij mij heel wat onprettige herinneringen los.

Wat mij verwart is de vraag in hoeverre Voskuil Maarten Koning en zijn vrouw Nicolien (als alter ego's) ook aangepast heeft. Dat zal best en voor de gebeurtenissen thuis of op kantoor is dat ook niet zo van belang. Maar zijn houding t.o.v. zijn werk, de moedeloosheid die hij ervaart en de zinloosheid die hij tracht het hoofd te bieden. Wat moet ik daar van denken? Het komt heel authentiek over.
Nu weet ik ook wel dat je zelfs een grotendeels autobiografisch boek niet mag beschouwen als een weergave van de werkelijkheid. Het is en blijft een roman. Maar toch, het leven is soms een echte worsteling voor Maarten Koning. Met een willekeurige romanfiguur kun je enigszins meeleven, maar beseffen dat een verhaal grotendeels op waarheid berust, maakt het voor mij af en toe schrijnend.
Er schijnt een boek te bestaan met de titel: Ik ben ik niet. Misschien moet ik dat maar eens erbij nemen.

Toeval?

Er gebeuren de laatste tijd zaken die allemaal op de een of andere manier aansluiten bij Het Bureau. Daarover later meer. Maar eentje moet ik hier toch noemen. Via Twitter kwam ik op de site van Neerlandistiek "In memoriam Blok" tegen, geschreven door Jan Berns. Je kunt het HIER lezen.  Uiteraard komt daarin ook Het Bureau ter sprake, want Dick Blok was in Het Bureau Jaap Balk. De auteur van het stuk is in het boek trouwens Huub Pastoors. 

Deel 1 is uit. Het is inmiddels 1965. Meneer Beerta neemt afscheid en Jaap Balk volgt hem op als directeur. Tot opluchting van Nicolien die het al vreselijk vindt dat Maarten werkt en zeker niets moet hebben van een man die directeur wordt. Maar ook Maarten zelf ziet dat niet zitten.

Ik ben nog niet in deel 2 begonnen. Even pauze genomen om wat anders te lezen. De oorspronkelijke boeken kwamen ook niet allemaal tegelijk uit. Maar vanaf vandaag ga ik er weer ruimte voor maken.

Wordt vervolgd dus.

J.J. Voskuil - Het Bureau I - Meneer Beerta. Amsterdam, Van Oorschot 1996. 

© Jannie Trouwborst, april 2019.

12 opmerkingen:

  1. Hoi Jannie, een mooi stuk! Ik ben benieuwd hoe ver je gaat komen in "Het Bureau". Ik zit er zelf ook aan te denken om de serie (gedeeltelijk?) te gaan herlezen. Groetjes, Erik

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik ga er niet zo diep op in als jij met Hans Warren heb gedaan. Daar heb ik nog altijd veel bewondering voor. Groetjes, Jannie.

      Verwijderen
  2. Leuk om jouw bevindingen te lezen. Ik kan me de sfeer van de boeken goed herinneren, al is het alweer 10 jaar geleden dat ik erin begon. In 2009 las ik vier delen van de serie, het laatste deel kwam in 2013 en dat heb ik zo langzaam mogelijk gelezen, want daarna was het afgelopen. En ik zie mezelf dit niet zo snel herlezen, want er zitten ook best taaie stukken bij.
    Wist je dat er ook een hoorspel van is gemaakt, in 500 afleveringen? Ook erg vermakelijk!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Nee dat wist ik niet. Is dat nog ergens te beluisteren? Ik vind het nog niet saai, maar ik ben ook nog maar pas begonnen. Over herlezen kan ik dus nog helemaal niets zeggen.

      Verwijderen
  3. Ik ben bijna jaloers op je dat je er nog aan moet beginnen, het zijn heerlijke boeken. Ik keek aldoor uit naar het nieuwe deel.
    Veel leesplezier Jannie, maar dat gaat vast lukken!
    Dettie

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Zeker Dettie. Ik ben inmiddels al met het tweede deel bezig.

      Verwijderen
  4. Je opmerking 'Puur om (misplaatste) persoonlijke redenen sprak dit citaat me als bibliothecaresse aan' intrigeert me. Juist om het woord dat je tussen haakjes zet. Want als iets me aanspreekt in een boek kan dat vele redenen hebben. Soms is het simpelweg een naam die me terug doet denken aan een andere tijd in mijn leven, wat verder niets met het boek te maken heeft. En toch is dat dan weer even aangeraakt. Dus mijn vraag is dan of iets misplaatst kan zijn als reden. Je begrijpt dat ik denk van niet. :-)
    En ongelooflijk leuk om je zo te zien genieten van de ze boeken. Dat roept bij mij ook allemaal blije herinneringen op.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ha,ha Niek! Ik begrijp wat je bedoelt, maar dat dit citaat aansprak, is puur mijn ijdelheid die gestreeld werd. De haakjes zijn, omdat inderdaad een bibliothecaris meestal een secuur persoon is. Maar als het mijn ego streelt, dan is het noemen van dit citaat hier eigenlijk een beetje "misplaatst". Snap je? ;-)

      Verwijderen
    2. Ow, op die manier. Ja, ik heb 'm. :-)

      Verwijderen
  5. Ik heb altijd gedacht dat ik Het bureau niet leuk zou vinden maar nu ik je blog lees begint het toch te kriebelen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik dacht het ook, maar op aanraden van Gerbrand Bakker heb ik een aanloopje genomen met De buurman en De moeder van Nicolien en toen dorst ik het wel aan. Maar ik kan natuurlijk niemand iets beloven....

      Verwijderen
    2. Begin met een dunnetje dan kom je er snel genoeg achter of het wat voor je is.

      Verwijderen