dinsdag 28 februari 2012

Albert Helman - De stille plantage

Februari 2012 - waardering: 6,5.

Inleiding

Het seizoen 2011-2012 van de Leeskring Philippine staat in het teken van Surinaams-Nederlandse literatuur. We begonnen met De groeten aan de koningin (2006), het reisverslag van Karin Anema, om een beetje achtergrondkennis te verzamelen. Daarna de romans: Scheurbuik (2002) van Annette de Vries en  Solo, een liefde (2009) van Tessa Leuwsha. Als vierde boek koos ik voor een klassieker: De stille plantage (1931) van Albert Helman. Nog steeds prijkt het boek hier en daar op literatuurlijsten van middelbare scholen. Hoog tijd om eens te kijken of het nog wel leesbaar is na 80 jaar. En een vergelijking te maken met de leesbaarheid van andere klassiekers.

Samenvatting

De stille plantage is een roman over kolonisatie. Een familie Hugenoten (met het Edict van Nantes (1598) kregen de Hugenoten (protestanten) in Frankrijk de vrijheid om hun godsdienst te belijden, maar in 1685 werd het Edict herroepen en moesten de Hugenoten vluchten) wijkt naar Holland uit, en vertrekt van daar naar Suriname. Raoul de Morhang, zijn vrouw Josephine en haar twee zusters, Agnes en Cecile willen een plantage stichten waar rechtvaardigheid en liefde de leidende beginselen zijn. Diep in het bos zetten zij de suiker- en tabaksplantage Bel Exil op. Maar de onderneming mislukt. De wrede en zuipende plantage-opzichter Willem Das is het niet eens met de mens-vriendelijke slavenbehandeling die De Morhang voorstaat. Willem Das schopt een slavin dood die van hem zwanger is, de nobele neger Isidore slaat hem neer. Naburige planters doden daarop de neger. Een van de zusters, Agnes, verliefd op Isidore, is ontroostbaar en wordt tot een schim van de nuchtere, taaie werkster die zij ooit was. Cecile kwijnt weg in de tropen en overlijdt na een ziekte. De ‘goede planter’ Raoul beseft dat zijn onderneming faalt. Als zijn vrouw eindelijk zwanger blijkt, vertrekt hij met haar en Agnes naar Engeland. Als hun zoon 20 jaar later terugkeert, wijst niets meer op het bestaan van de plantage.

Leeservaring

Iedereen was het erover eens dat het lezen van dit ruim 80 jaar oude boek niet meeviel. Ook al was het in de hedendaagse spelling gedrukt. De stijl wijkt toch wel erg af van wat tegenwoordig gebruikelijk is. Lange zinnen, veel overpeinzingen, afwijkende woordvolgorde, vooral schrijftaal: eerder poëtisch dan prozaïsch, historische woorden, een auctoriale verteller, die het lezerspubliek bij het verhaal betrekt via "wij" en "onze".
Toch had men over het algemeen wel waardering voor het boek. Vrijwel niemand had het tweemaal gelezen, maar men was het er wel over eens dat er prachtige zinnen en stukjes in staan, die het verdienen nog eens, los van het verhaal, aandachtig gelezen te worden.
Maar wie het boek naast bv. Villa des Roses (1913) van Elsschot legt, ontdekt dat dit nog oudere boek minder gedateerd (qua stijl) aandoet. Helman zelf stelt in een nawoord bij een latere druk (1980) dat hij eigenlijk nog te jong was voor het schrijven van dit verhaal. Met het schrijven van Een laaiende stilte heeft hij geprobeerd de tekortkomingen van De stille plantage goed te maken.

De bespreekster van het boek heeft dan ook deze twee boeken samen behandeld op deze avond en dat was een goede keuze. In het tweede boek uit 1952 heeft A.H. van Agnes de hoofdpersoon gemaakt: we lezen in haar dagboek nogmaals alle gebeurtenissen, maar nu zoals zij die beleefd heeft. Het is een veel persoonlijker relaas geworden waarin de karakters beter uitgewerkt worden dan in De stille plantage. Helman zelf zegt daarover: "De stille plantage is meer lyrisch dan realistisch. De laaiende stilte is misschien lyrisch geschreven, maar het psychologische portret van Agnes is verdiept tot in wezen dramatische stof."
Voor wie in de gelegenheid is, is het ook nog lezen van De laaiende stilte aan te raden.

Aan de hand van een aantal vragen werd over de inhoud en de vorm van het boek gediscussieerd (zie bij discussietips). Daarbij kwamen de volgende aspecten ter sprake:

Opdracht: Aan jou, om wie ik het eerste woord schreef en het laatste. In een nawoord stelt Helman: dit is bedoeld voor de lezers aller tijden.

Titel: De stille plantage. Zo noemen de hoofdpersonen de plek waar ze wonen. Behalve de bij het oerwoud horende geluiden is het er stil. Andere plantages zijn ver weg, ze worden gemeden omdat ze alles anders, humaner willen doen. Later schrijft Helman nog een roman over het zelfde verhaal: De laaiende stilte. Hier wijst stilte ook naar wat onderhuids blijft, wat niet uitgesproken wordt. In de stille plantage was dat niet anders. Na het vertrek van de familie neemt de natuur de plantage over en heerst er weer de stilte van de natuur.

Personages: de karaktertekeningen zijn mager en nogal stereotype.

Plaats en tijd: Vnl. Suriname van ongeveer 1685 tot 1690. Verder Frankrijk, Nederland en Engeland. De totale tijdspanne is 25 jaar: na 20 jaar keert een zoon terug en vindt niets meer van de plantage.

Structuur en perspectief: het verhaal wordt chronologisch verteld met minimale flashbacks (weemoedige herinneringen). Er is sprake van een alwetende, auctoriale verteller die het verhaal geregeld onderbreekt voor extra informatie en uitgebreide filosofische overdenkingen. Verder wordt het vnl. via het perspectief van Raoul verteld, daarnaast Josephine, sporadisch Cecile, Agnes en Willem Das. De slaven, waaronder Isidore, krijgen geen eigen perspectief.

Stijl: nogal lyrisch en barok. Niet alleen de woordkeus, maar ook de overpeinzingen en natuurbeschrijvingen zijn erg uitgebreid. Komt erg ouderwets en gekunsteld over.

Naast de genoemde boeken heeft Helman nog veel meer teksten op zijn naam staan (zie daarvoor Wikipedia). In Suriname schijnt hij nog wel gelezen te worden. In Nederland echter hoofdzakelijk dit boek en De laaiende stilte. De reden dat De stille plantage nog steeds als een klassieker wordt beschouwd is volgens de DBNL dat A.H. als een van de eersten naar het koloniale verleden keek vanuit de verhouding blank en zwart en daar een historische roman over schreef. De Creoolse bevolking wilde alleen vooruit kijken en streven naar gelijke rechten voor blank en zwart. Omkijken naar deze vernederende periode paste daar niet bij. En dus ook geen historische roman. Het passieve van de slaven in de roman van Helman stond velen tegen.  Pas in de jaren 80 kwamen er historische romans, waarin de verzetshelden onder de zwarte bevolking een hoofdrol kregen. Eind jaren 80 schrijft ook Cynthia McLeod over de historische rol van de blanken, als vrijwillige kolonisators die kwamen en bleven en die dus net zo goed hun lot met dat van Suriname verbonden, als de uit Afrika gehaalde slaven. Zij horen gewoon bij de geschiedenis van het land, terwijl de Creoolse bevolking graag doet, alsof zij, na de Indianen, de werkelijke Surinamers zijn.
Een gewaagd standpunt. We zullen het er bij de bespreking van het volgende boek ( De negerin Elisabeth: gevangene van kleur - Cynthia McLeod) uitgebreid over hebben.

Albert Helman - De stille plantage. Schoorl, Conserve, 1997.

©JannieTr, 28 februari 2012.

maandag 27 februari 2012

Discussievragen bij Albert Helman - De stille plantage


  1. Wat vind je van de titel? Kun je die verklaren? Waaruit bestaat “de stilte”?


  1. Vind je De stille plantage een gedateerd boek? ( woordkeus, stijl?)


  1. Waarom zou dit boek een klassieker genoemd worden?


  1. Is er een parallel te trekken met de Max Havelaar van Multatuli? (voor degenen die dit misschien nog in hun geheugen hebben zitten)


  1. Het boek wordt getypeerd als een historische roman. Vind je dit juist? Kun je er nog meer “lagen” in ontdekken?


  1.  Welke personages leren we goed kennen en wie vind je “vaag” blijven?


  1. Wat vind je van het karakter van Raoul?


  1. Wanneer blijkt al dat Agnes aan haar geloof begint te twijfelen (waarvoor ze uiteindelijk Frankrijk heeft verlaten)?


  1. Zit er ook een climax in dit boek?


  1. Waaraan kun je merken dat Helman ook componist en dichter is?


  1. Zit er ook dramatiek in het boek?


  1. Vind je dat je Helman van racisme kunt beschuldigen?

(Met dank aan © Marry van der M., febr. 2012).

zondag 12 februari 2012

Jan van Mersbergen - Zo begint het


Februari 2012 - waardering: 7,5.

Inleiding

Via het Winterboek van Gerbrand Bakker maakte ik kennis met Jan van Mersbergen. Hij schreef er een kort verhaal in dat aansprak. Daarna hoorde ik hem op de radio tijdens de Donkere Dagen van de VPRO een verhaal voorlezen over de hond Ceasar. Ook al zo'n prachtig verhaal. Via zijn site ontdekte ik zijn weblog en was het mogelijk stukjes uit zijn boeken te lezen. Enkele pagina's waren genoeg om Zo begint het aan te schaffen en daar heb ik geen spijt van. Het was zijn vijfde roman, geschreven in 2009. Zijn debuut De grasbijter verscheen in 2001 en zal als jubileumuitgave van Cossee half februari opnieuw verschijnen. Voor zijn laatste boek: Aan de overkant van de nacht  heeft hij inmiddels de BNG-prijs ontvangen. Zo begint het was destijds ook voor deze prijs genomineerd. (Zie de auteurspagina op de site van Cossee voor meer info: .)

Samenvatting

In Friesland bijt een grote, zwarte hond een baby van 8 dagen dood. Nederland is geschokt. Het nieuws verspreidt zich via krant en TV. Verschillende mensen herkennen de hond. Evana, zelf net bevallen, die de hond als puppy verzorgde en opvoedde in het asiel. Chris, hulpeloos overgeleverd aan de Poolse verzorgster Edyta, die op haar beurt tracht te achterhalen wat er met deze hond gebeurd is toen Chris zijn baas was. Emma, de moeder van de dode baby die zich afvraagt  waar dit drama zijn aanvang nam. En Derek, werkzaam in het asiel toen de hond er als puppy kwam en die het asiel de rug toekeerde nog voor de hond goed opgevoed was.
Het boek is het verslag van de zoektocht van deze mensen naar hoe dit heeft kunnen gebeuren en toont welke invloed dit op hun aller leven heeft.

Leeservaring

Dit toch wel dikke boek (de druk is vrij klein en het heeft desondanks nog 266 pg.) heeft me van de eerste tot de laatste bladzijde in zijn greep gehouden. Stukje bij beetje krijgen we zicht op de levensgeschiedenis van de hond Sirius en de rol die de genoemde personen daarin speelden. Daarnaast spelen hun persoonlijke omstandigheden een rol en soms grijpen die twee zaken in elkaar. Het is zo'n boek waarvan je het jammer vindt dat het uit is en waar je, door de onderliggende thema's, nog lang over nadenkt.

De verteller van het verhaal is alwetend. Hij vertelt ons zaken over de hond die we anders niet zouden kunnen weten. Verder ligt het perspectief afwisselend bij de andere personages, m.n. bij Evana, Edyta en Emma. Wat er volgens Emma gebeurd is,  vertelt ze vanuit het perspectief van de hond, het zijn echter vermoedens. Alleen aan het einde van het boek is er even het perspectief van Sirius zelf.

Het is een verhaal over moederliefde, over de band tussen moeder en kind, over verantwoordelijk zijn voor wat van jou afhankelijk is. Het is bijzonder dat een mannelijke auteur zo goed in staat is gebleken deze gevoelens en karakters zo levensecht neer te zetten.

Evana is jong en onzeker. De vader van haar kind zit in de gevangenis. Haar eigen moeder is al jong uit beeld verdwenen. Haar schoonmoeder helpt haar waar ze kan met de kleine Max. Ook zij zit met vragen over hoe het met haar zoon zo ver gekomen is.
Edyta verzorgt de hulpeloze Chris vol toewijding, bijna als een kind. Ze wil eigenlijk terug naar huis, maar heeft het geld nodig en wil Chris niet in de steek laten. Ze mist haar dochtertje, dat groot gebracht wordt door Oma, verschrikkelijk. Als Chris naar het ziekenhuis gaat, besluit ze dat het maar eenmaal jong is en dat ze alles van haar mee wil maken en ze keert terug naar Polen.
Emma valt in een diep gat na de dood van haar zoontje. Haar man is niet goed in staat haar te helpen. Ze blijft zich afvragen waar haar schuld ligt. In het feit dat ze een hond wilde? Pas nadat ze met Derek gepraat heeft, die zichzelf ook verwijten maakt en die haar vertelt dat Emma dat ook doet, komt ze een beetje tot rust.
Ook van de mannelijke personages, die we zien door de ogen van de vrouwen, krijgt de lezer een aardig beeld. Zelfs van de woordeloze Chris, hoewel daar ook de alwetende verteller af en toe iets invult.

De structuur ziet geraffineerd in elkaar. Ten eerste wisselen de perspectieven van de 3 vrouwen elkaar af. Niet op een verwarrende manier, je ziet al snel wie er aan het woord is. Daarnaast speelt de chronologie een rol: er wordt 2 kanten opgewerkt. Het drama is gebeurd en de 3 vrouwen gaan op zoek naar de oorzaak ervan in het verleden. Stukje bij beetje, via de verschillende perspectieven komen we te weten hoe Sirius zich ontwikkeld heeft, zien we de vragen waar de personages mee worstelen. En pas helemaal aan het eind is er een soort van verklaring over de daad van Sirius. Die verklaring komt via het perspectief van Emma. Niet betrouwbaar dus en misschien wel een manier om er zelf vrede mee te hebben.

Heel bijzonder vond ik verder de talloze spiegeleffecten in de roman. Ik noem er een paar.
- De moeder van Sirius wordt na haar bevalling opgesloten in de badkamer, haar puppy's worden haar afgenomen. Emma raakt niet zolang na de bevalling haar zoontje kwijt.
- Sirius verbleef lang in een hok met tralies in het asiel, was blij als Evana kwam, net als Steven (haar vriend) die in de gevangenis zit.
- Evana en Emma, beiden net bevallen.
- Steven en BB (man van Emma) lijken beiden niet betrokken bij hun vriendin/vrouw, maar zijn dat in feite wel.
- Sirius en Max (zoontje van Evana) krijgen allebei de fles van haar.
- Evana maakt zich zorgen over de opvoeding: als ze Sirius niet goed opgevoed heeft, hoe weet ze dan wat voor een monster ze van Max zal maken. Hierbij speelt ook de moeder van Steven nog een rol: ook zij twijfelt over wat er fout is gegaan met haar zoon, of ze daar schuld aan heeft.
- Bindingsangst: de moeder van Evana was al snel uit haar leven verdwenen, zelf heeft ze moeite iets met Max op te bouwen, laat het graag aan haar schoonmoeder over. ook de puppy's zijn meten bij hun moeder weggehaald.
- Verontwaardiging: de landelijke opinie, eerst over het lot van de jonge hondjes (werden gevonden in een plastic zak in de vuilcontainer), nu over het lot van de baby. Eerst: die dierenbeul moet dood, nu: de hond moet dood.

Opvallend vond ik de reactie van de hoofdpersonages. Als er zoiets verschrikkelijks gebeurt, probeert doorgaans iedereen zijn straatje zo snel mogelijk schoon te vegen: het is de schuld van iemand anders. De publieke opinie is dan ook: de hond moet afgemaakt worden. Maar alle personages in dit verhaal reageren anders: de hond kan er niets aan doen. Wat heb IK (niet een ander) fout gedaan dat hij dit heeft gedaan. Het gevolg is dat je je als lezer met iedereen, ook met de hond als je zijn hele geschiedenis kent en de verklaring van Emma accepteert, kunt identificeren. En daarmee wordt het verhaal des te triester.

En dan kun je deze geschiedenis doortrekken naar mensenkinderen, zoals Evana ook deed: de omstandigheden waaronder kinderen opgroeien, incl. hun opvoeding bepalen de uitkomst. Soms zijn die anders dan je zou wensen of willen, soms doe je iets verkeerd, maar meer dan het goed menen en je best doen zit er niet in. En vooral proberen van ze te blijven houden, dat helpt ook!

Ik vind het onbegrijpelijk dat dit boek niet eerder ontdekt is door leesclubs. Zowel over de vorm, als over de inhoud valt een hoop te zeggen.

Jan van Mersbergen - Zo begint het. Amsterdam, Cossee, 2009. Paperback, 266 pg. isbn: 9789059362451.

© JannieTr, 12 februari 2012

donderdag 19 januari 2012

Academica Literatuur Prijs: Reactie en weerwoord

De voorzitter van de jury van de Academica Literatuur Prijs, Casper van Markesteijn, heeft een reactie gegeven op mijn bezwaren (en die van vele anderen) tegen de huidige gang van zaken bij de ALP2012. Ik ben niet onder de indruk van zijn argumenten en zal mijn beslissing om te stoppen als kernjurylid niet heroverwegen. Wel wil ik zijn argumenten, en mijn reactie daarop, hierbij doorgeven, zodat een ieder daar zelf conclusies aan kan verbinden.

Argument 1: Dat het aantal nominaties voor de zgn. shortlist is teruggebracht van 5 naar 3 is in overleg en op aandringen van sponsor Academica gedaan. De veronderstelling was dat bij 3 nominaties er wellicht meer lezers geïnteresseerd zouden zijn om alle nominaties te lezen en te beoordelen. De tijd zal het leren.

 
Vooral het aandringen is interessant. Want: hoe minder nominaties, hoe minder het een publieksprijs is en hoe groter de kans dat er een boek wint, dat (naar de verwachting van de vakjury) een kans maakt op meer literaire prijzen. Zodat Academica de gewenste reclame krijgt.
Daarnaast: Alleen als lezers verplicht worden alle 3 de nominaties te lezen voor hun stem meetelt, zou dit argument zinnig zijn. Maar dat is niet het geval: alleen op een bestseller stemmen kan nog steeds.

Argument 2: Dit jaar was die keuze overigens niet zo moeilijk, aangezien de nominatiejury vond dat de oogst nogal mager was. Vandaar dat de jury ook tot niet meer dan 10 nominaties voor de longlist kon komen (uitgaven t/m september).

 
Als het een publieksprijs is, mag het lezerspubliek dan misschien zelf oordelen over wat zij van de oogst vindt? Aan de vakjury de taak om 10/15 debuten aan te wijzen die er (wat hen betreft) mee door kunnen. Het gaat hier wel om debutanten, waarvan niet altijd een perfect resultaat verwacht mag worden. Maar die wellicht nog  kunnen groeien en door gerenommeerde uitgevers wèl  goed genoeg gevonden worden voor een publicatie. En die het verdienen hun naam op een longlist te zien staan. Bovendien worden hieruit door de vakjury uiteindelijk toch de 5 nominaties gekozen.

Argument 3: Dat de shortlist tegelijk met de longlist bekend werd gemaakt, hebben we zo besloten omdat we vonden dat het weinig zin had de longlist bekend te maken en zeer kort daarna de shortlist. 

 
De longlist werd na protest gepresenteerd NA de shortlist en er is verder helemaal geen aandacht aan besteed. Wat daar de oorzaak van was is niet interessant. Slechts 3 boeken te lezen voor de publieksjury en dan kan de shortlist niet een week of 3 nà de longlist gepubliceerd worden? En voor wie had dat dan geen zin? Zeker wèl voor de andere debutanten, die graag ook even in de schijnwerpers gestaan hadden.

Argument 4: Dat een boek dat al tot de bestsellerlijsten was doorgedrongen uiteindelijk won, staat los van het feit dat misschien meer ‘losse’ lezers dat boek kozen.

 
Misschien??? Het is wel zeker dat dat zo gegaan is. Voor de sponsor is dat natuurlijk uitermate gunstig. De keuze om in deze gang van zaken (alle lezers mogen op een los boek stemmen, zonder de andere gelezen te hebben) geen verandering te brengen, kan ik dan ook alleen maar toeschrijven aan het "aandringen van de sponsor". Bij de slechts 3 genomineerden van dit keer zit er in elk geval al weer één (Erik Menkveld) die al op 26 oktober genomineerd is voor de Selexyz debuutprijs. Misschien moet Academica het Gouden Ezelsoor in ere te herstellen, veel simpeler: het best verkochte literaire debuut wint.
Bovendien kunnen deze losse lezers niet bepalen WELK van de 5 genomineerde boeken de prijs verdient, omdat ze geen kennis hebben genomen van de andere 4. Zolang dat niet verplicht wordt gesteld bij het stemmen is de toekenning van deze prijs niet zuiver.

Argument 6: Wij zouden overigens graag zien dat veel meer kernjuryleden (bijvoorbeeld 500) zich zouden aanmelden om de nominaties te beoordelen, maar wij blijven constateren dat het helaas moeilijk blijft om gemakkelijk aan de boeken te komen via bibliotheken. Gratis of tegen geringe prijs over de nominaties kunnen beschikken zou een goede oplossing kunnen zijn, maar dat stuit op veel problemen.

 
Dit is eindelijk een argument dat ik begrijp. Hoewel ik de boeken altijd zonder problemen bij de bibliotheek heb kunnen lenen, zijn er vaak maar weinig exemplaren van. Maar waar een wil is, is een weg, alleen waarschijnlijk niet met deze sponsor.

Argument 7: Stichting Perspektief, dat de naam veranderd heeft in DordtLiterair, blijft een organisatie van vrijwilligers die literaire activiteiten organiseert en de know how levert voor de Academica Literatuurprijs, met name het werk van de nominatiejury, het contact met uitgevers en het organiseren van de lezersjury. Zou sponsor Academica stoppen, dan is het ook gedaan met de Academica Literatuurprijs.

 
M.a.w. DordtLiterair wordt gegijzeld door Academica. Het is fantastisch wat alle vrijwilligers van DordtLiterair allemaal doen, maar moeten we ons dan niet afvragen of iets dat in het belang is van heel literatuur minnend Nederland gedaan en betaald moet worden door een kleine groep mensen?

 
Hier is dus een taak weggelegd voor NBD/Biblion, de WSF-bibliotheken en de bibliotheken in de grotere plaatsen. Zorgen voor voldoende boeken en publiciteit. Leesclubs benaderen, een set boeken daar laten circuleren bv. Misschien wil de CPNB ook wel meewerken. Niet aan mij om dat allemaal uit te zoeken.  DortLiterair kan dan zelf bepalen wat ze financieel nog op kan brengen, het organiseren van een debutantendag bv. met de 15 schrijvers van de longlist. Daar is vast wel een plaatselijke sponsor voor de vinden.
Meewerken met internetsites die al jaren aandacht aan debutanten besteden, zoals leestafel.info, is ook een goedkope manier om aan veel meer vrijwilligers te komen. En respons, want ook daar circuleren debuten.

 
Het belangrijkste is echter een sponsor te vinden bij wie de belangstelling voor debuterende auteurs voorop staat. Natuurlijk sponsort men met de bedoeling daar naamsbekendheid mee te verkrijgen. Maar zodra dat doel voorop komt te staan, is het verstandiger uit te zien naar een andere sponsor en inderdaad te stoppen met de Academica Literatuur Prijs. Wat wil  niet zeggen dat het daarmee ook gedaan is met de Debutantenprijs.

 
Zoals ik al eerder schreef: ik blijf de debutanten met interesse volgen, ik zal alleen niet meer deelnemen aan de (kern)jury en voor de ALP2012 geen reclame meer maken.

woensdag 18 januari 2012

Erik Nieuwenhuis - Een gat in de lucht

Januari 2012 - waardering:  7,0.


Inleiding

De shortlist van de Academica Literatuurprijs 2012 telt dit jaar slechts 3 titels. Weinig keus dus voor de publieks-/kernjury.  Mijn menig daarover kun je hier lezen. Maar hoewel ik niet meer mee zal doen met de jurering, zal ik de 3 boeken wel lezen en hier bespreken. Dit is de tweede in de reeks.
Erik Nieuwenhuis (1964) was mede-oprichter en redacteur van het literaire tijdschrift Schrijver & Caravan. Voor een selectie uit zijn verhalen ontving hij het Hendrik de Vriesstipendium. Zijn beschouwingen over taal, literatuur en nachttreinen verschenen onder de titel Woordsoep o.a. in de Volkskrant. In 2010 verscheen ook de bloemlezing Woordsoep. Een gat in de lucht (2010) is zijn romandebuut.

Samenvatting

Nieuwjaarsochtend. Een Amsterdamse cultuurbobo zit met een teiltje in zijn handen. Een bejaarde allochtone dame gaat in haar scootmobiel op pad. Een gescheiden Kwikfit-bedrijfsleider keert terug van een date. En een onbekende man ligt in kamer H51 dood te gaan.
Wat hebben ze met elkaar gemeen? Weinig. Ze hebben het nieuwe jaar gehaald. En ze kijken of luisteren allemaal naar het skischansspringen in Garmisch-Partenkirchen, waar de Finse Yuri Raikkonen straks een sprong zal wagen. Hoewel niemand wezenlijk geïnteresseerd is in de verrichtingen van Raikkonen, raakt zijn worsteling met de zwaartekracht hier en daar een onverwacht gevoelige snaar.
Alle personages in dit intelligente, toegankelijke literaire debuut worstelen met niet-ingeloste verwachtingen en proberen een oude huid af te leggen. In pogingen hun beschadigde levens nog wat glans te geven, flirten ze met zaken die even makkelijk tot een spectaculaire val kunnen leiden. Op prachtig subtiele wijze laat Nieuwenhuis de verschillende levens in elkaar scharnieren en met zijn soepele pen ontvouwt hij stap voor stap hun verhaal.
(Achterflap/NwA'dam).


Leeservaring

Het is lang geleden dat ik met zoveel plezier een boek in vrijwel een ruk heb uitgelezen. Al duurde het even voor de vaart er in kwam. Dat had alles te maken met de grote hoeveelheid personages die allemaal hun rol opeisten.
Structuur: Het verhaal bestaat uit aan elkaar geregen hoofdstukjes, van elkaar gescheiden door een klein figuurtje. In elk hoofdstukje lezen we over het wel en wee van één van de personages. Het verhaal speelt zich af op Nieuwjaarsdag. Overal wordt er gekeken naar het skischansspringen in Garmisch-Partenkirchen. Dat vormt aanvankelijk de enige verbinding tussen de hoofdpersonages.
Karakters: Eerst worden er 5 hoofdpersonages geïntroduceerd. Gaandeweg het verhaal komen we via flash-backs meer over hun verleden te weten en vervolgens krijgen ook de mensen waarmee ze een relatie hebben een eigen verhaal en gezicht. Ondanks dat het er veel zijn, worden ze net genoeg uitgediept om een geloofwaardige rol in het verhaal te spelen. En om je betrokken te voelen bij hun belevenissen. Het perspectief is voortdurend personaal.

 Op een speelse manier weeft E.N. door de losse verhalen een verhaallijn, die de spanning er in houdt: de gebeurtenissen rond de Finse skispringer Raikkonen. In een van de eerste hoofdstukjes is hij nog onvindbaar, daarna lezen we geregeld over zijn gedragingen in de aanloop naar het schansspringen. En via flash-backs over de problemen waar deze gedragingen uit voortvloeien. Met zijn sprong eindigt het boek.
Alle verhaaldraadjes komen aan het eind samen:  iedereen kijkt naar de sprong van Raikkonen op TV. Sommige personages zijn elkaar ondertussen toevallig tegen gekomen, anderen blijken achteraf bij elkaar te horen, weer anderen weten niets van elkaars bestaan, al worden ze soms wel in een ander verhaal genoemd. Maar allemaal kijken ze naar hetzelfde beeld van een skispringer die een gat in de lucht springt.

De titel verwijst naar  de sprong van de schans: zo ervaart Raikkonen het als hij met zijn ski's loskomt van de schans. Maar ook de andere personages zeggen er iets over: de zon begint te schijnen door een gat in de lucht als iemand zijn woonplaats nadert, of een kind wordt opgetild aan zijn armen door zijn beide ouders en zweeft dan in een gat in de lucht, bv.
Het is geen vrolijk boek, maar ook niet zwaarmoedig. De meeste personages zijn in wezen eenzaam en niet in staat daar echt iets aan te veranderen. Ze zitten gevangen in de rol die ze gewend zijn te spelen en kunnen daar maar moeilijk uit losbreken. Hun dagelijkse bestaan is leeg en zonder belofte op iets beters. Daar kunnen de goede voornemens die bij het Nieuwjaar horen niets aan veranderen. Het is aan de stijl van E.N. te danken dat het desondanks geen dramaverhaal wordt: humor en ironie brengen een en ander in evenwicht.

 En zo valt er genoeg te genieten in dit boek. Het is vlot geschreven en prettig leesbaar, er worden interessante personages en situaties geschilderd, hoewel fantasievol wordt het nergens absurd, er zit een spannende verhaallijn in, humor en ironie houden de zwaarmoedigheid op afstand. De thema's die aangesneden worden zijn divers en herkenbaar. En, ook niet onbelangrijk, het zet aan tot nadenken over de tekortkomingen van onze huidige maatschappij. En die maatschappij....dat zijn wij.

Hoewel ik er een beetje over twijfel, denk ik dat ik dit boek toch maar het label leesclubtip meegeef. Zowel over de inhoud als de vorm valt genoeg te zeggen.

Erik Nieuwenhuis - Een gat in de lucht. Amsterdam, NwA'dam, 2010. Paperback, 208 pg. isbn: 9789046808917

©JannieTr, 18 januari 2012.

donderdag 12 januari 2012

Tessa Leuwsha - Solo, een liefde

Januari 2012 - waardering: 6,5.

Inleiding
 
Het seizoen 2011-2012 van de Leeskring Philippine staat in het teken van Surinaams-Nederlandse literatuur. We begonnen met De groeten aan de koningin (2006), het reisverslag van Karin Anema, om een beetje achtergrondkennis te verzamelen. Na de roman Scheurbuik (2002) van Annette de Vries was het de beurt aan Solo, een liefde (2009) van Tessa Leuwsha (1967).

T. L. werd in Amsterdam geboren uit een Surinaams-creoolse vader en een Nederlandse moeder. Na het gymnasium volgde zij een opleiding toeristisch management en studeerde Engels, vanwege haar interesse in Engelse en Amerikaanse literatuur en poëzie. Zij werkte een aantal jaren in de reiswereld en bezocht vele landen. In 1996 vestigde zij zich als freelance journalist in Suriname, schreef artikelen, columns en boekrecensies voor diverse media, en ondersteunde haar huidige partner bij het oprichten van een toeristisch bedrijf, Wild Coast Expeditions (tegenwoordig bekend als Access Travel Suriname). T.L. heeft deelgenomen aan enkele internationale literatuurfestivals, zoals het Winternachtenfestival in Den Haag. Ze woont samen in Paramaribo en heeft twee kinderen. (Bron: Wikipedia).

Haar eerste gepubliceerde verhaal ‘Voor William’ werd bekroond met de aanmoedigingsprijs van de Kwakoe Literatuurprijs. In 2005 debuteerde T.L. met de roman De Parbo-blues , waarin een dochter naar Suriname reist om er de jeugd van haar eigenzinnige vader in te kleuren. De Parbo-blues werd goed door de pers ontvangen, o.a. shortlist genomineerd voor de Debutantenprijs 2006.
Het verhaal 'Nieuwe huid' verscheen in de bundel Waarover we niet moeten praten (2007). Bantaskine' verscheen in Kill your darlings (2008).
In 2009 verscheen de roman Solo, een liefde, over het streven van twee jonge Surinamers om hun doelen te verwezenlijken, tegen hun moedeloze familieachtergrond in. Het boek speelt zich grotendeels af in het Surinaamse district Coronie en in Paramaribo.

Inhoud

Twee jonge mensen, Solana en Orfeo, ontmoeten elkaar in Paramaribo - het is liefde op het eerste gezicht. Ze herkennen elkaar in hun droom en in hun ijver hun talent te ontwikkelen. Solana Cummings wil de ban van mislukking en moedeloosheid waaronder haar voorouders leden doorbreken en de akkers van haar overgrootvader opnieuw in cultuur brengen. Orfeo hoopt op een carrière in de muziek. Als bezield trompettist heeft hij een groepje vrienden om zich heen verzameld. Ze spelen op verjaardagen en partijen en later in een club. Orfeo wil naar het buitenland, maar in tegenstelling tot Solana, die haar doel niet uit het oog verliest, dreigt hij te verzanden in zijn loyaliteit aan zijn bloedbroeders.(Flaptekst).


Leeservaring

De titel Solo, een liefde verwijst naar de naam van Solana die ze in de sluiswand op haar plantage Paradise probeerde te krassen als kind: ze kwam niet verder als Solo, maar ziet dit later als een voorteken. Ze zal het helemaal alleen moeten doen. Haar liefde voor Paradise is groter dan die voor Orfeo. Het motto is een gedicht in het Sranan waarin de geliefde wordt gevraagd: Zwarte Roos, ga niet weg, neem me mee in je hart (het zou door Orfeo gezongen kunnen zijn).

Het hoofdthema is een typisch Surinaams dilemma: blijven of weggaan. Blijven betekent dan vaak: accepteren dat je in een ellendige situatie leeft, die niet zal veranderen en wegzakken in lethargie en vluchten in drank e.d., dromen van een beter bestaan (zoals Orfeo en zijn vrienden doen). Of je er niet bij neerleggen en er wat van proberen te maken, een nieuw bestaan op te bouwen, vaak in het buitenland. Solana's moeder kiest daarvoor, gaat naar Amsterdam. Solana probeert het nieuwe bestaan op Paradise op te bouwen.
Motieven die samenhangen met dit thema zijn: escapisme, muziek en liefde.
Bijgeloof speelt ook een belangrijke rol: de Cummings hebben altijd geloof gehecht aan de vloek die op de grond zou rusten, gebaseerd op een mythisch verhaal. Ze zouden gedoemd zijn een ellendig bestaan te leiden. Solana gelooft daar niet in en ontdekt tijdens haar lessen aan de Landbouwschool de ware reden van het mislukken van de teelten. In het verhaal zijn meer bijgeloof- en wintiverhalen en opgenomen.
Liefde is er niet alleen tussen Solana en Orfeo, maar ook tussen de muzikanten en hun moeders. Een grote loyaliteit ook van Orfeo richting medebandleden (andersom misschien minder), maar vooral tussen Solana en haar Paradise. De liefde voor de muziek (die ook een soort escapisme is), speelt voor alle muzikanten aanvankelijk een rol, maar voor Orfeo het meest.
Ook het slavenverleden wordt met enige regelmaat ter sprake gebracht.

Structuur 

De historische uitweidingen en ingelaste verhalen worden niet door een alwetende verteller vertelt.
Het gemiddelde cijfer dat de leeskringleden aan het boek gaven was een 6,5. Dat had vooral te maken met de structuur. Vooral in het begin vond men het verhaal rommelig en verwarrend. Analyserend kwamen we tot de conclusie dat dat te maken heeft met de geforceerde manier waarop T.L. getracht heeft haar verhaal NIET te vertellen via een alwetende verteller.

Vooral in het eerste deel ligt het personale perspectief bij Solana, aan wie alles verteld wordt: door haar moeder over de geschiedenis van haar voorouders, door Orfeo over zijn vrienden en over zijn jeugd en voorouders. Later krijgt ook Orfeo een personaal perspectief en vertelt dan weer wat zijn bandleden hem vertelden.
Hoe geforceerd dat overkomt blijkt bv. in hfdst. 7, pg. 60:  Als de muzikanten voor een paar dagen in Coronie verblijven, zitten we in het perspectief van Solana. Er wordt uitgebreid beschreven wat de jongens deden, we lazen hoe ze zich gedroegen, zònder dat Solana daar zelf bij aanwezig was. Om geen alwetende verteller nodig te hebben begint de passage met de tekst: Ze hoorde via de geruchtenmolen  en eindigt met........vermoedde ze. Zo houdt zij het perspectief. Maar onnatuurlijk is het wel.

Steeds gaat aan dergelijke verhalen een zinnetje vooraf als: Vera had haar verteld..., in Vera's tori's..., Solana kende het verhaal van Sisi...., Orfeo kon zich goed herinneren hoe Howard..., etc. Iwan vertelt zijn verhaal over de gevangenis in de ik-vorm aan Orfeo. Alles wordt dus verteld of naverteld door of via vnl. Solana en Orfeo, wat zij hebben gehoord van hun ouders, vrienden etc.

Zodra zo'n verhaal echter op dreef raakt, wordt het een personaal perspectief van de persoon waarover verteld wordt. Bv.: Vera vertelt over hoe Riedewald, haar grootvader, zijn vrouw ontmoette. We lezen over zijn gedachten en gevoelens, dat kan Vera nooit weten. Verzint ze het? Het is een personaal perspectief van Riedewald geworden. Toch is het de bedoeling dat we het lezen als het verhaal dat Vera vertelt. Dat gebeurt met meer historische figuren. Het komt af en toe nogal verkrampt over.

Beeldspraak
De gevonden recensies zijn nogal wisselend van toon. Zowel lovend (goede sfeertekening, mooie beeldspraak, aangename stijl), als negatief (landerige stijl, cliché's). Ons beviel de stijl wel: helder en rustig. De opmerkingen over de beeldspraak vonden we nogal gezocht: een uitdrukking als: hij knipperde met zijn ogen tegen het licht is o.i. geen cliché, maar een gewone uitdrukking. Wij vonden enkele mooie voorbeelden van beeldspraak:

Pg. 88: Doodmoe werd hij van de eindeloos opeenvolgende dagelijkse handelingen. Het zaaien en oogsten, het wieden en snoeien, zonder dat het resultaat duidelijk merkbaar werd. Alsof hij liep maar niet vooruit kwam; als of hij klapperde met zijn armen, maar niet opsteeg. (Riedewald, verwijzing naar de vloek).

Pg. 101: Abrupt konden ze naar haar omkijken. Fel en met een intense afschuw: ze was een hond die het gebouw had weten binnen te dringen en hier naast het kledingrek om eten bedelde. (Solana als verkoopster t.o.v. rijke dames).

Pg. 109: Haar oma en haar moeder hadden juist weinig gesproken, hun stemmingen waren alleen af te leiden aan hun lichaamstaal, aan Aleida's vooruitstekende onderlip en aan Vera's uitdeiende heupen. (Solana over haar oma en moeder).

Pg. 113: We waren op het dieptepunt van ons leven. Vanaf onze geboorte stroomde alles daar naar toe, als water naar een afvoerputje. We hadden geprobeerd tegen de stroom in te zwemmen, maar waren toch afgedreven. (Iwan over zijn tijd in een gevangeniscel).

Pg. 135: Datzelfde gold voor het gekras van de ara's op hun zenuwachtige vlucht over de rivier, schor en eentonig, totdat soms een scherp schot vanuit de verte een vogel naar beneden haalde, tuimelend als een ballon waarin plotseling een lek was ontstaan. (Orfeo schrikt soms op uit zijn overdenkingen).

De discussievragen die we bij de bespreking van dit boek gebruikten, komen uit de uittrekselbank van Biblion.(Zie ook onder Leeskring Philippine, Suriname).

Tessa Leuwsha - Solo, een liefde. Amsterdam, Augustus, 2009. Paperback, 191 pg.
 ISBN: 978-90-457-0174-5.


©JannieTr, 12 januari 2012.

woensdag 11 januari 2012

Discussievragen bij Tessa Leuwsha - Solo, een liefde

1.    Welke rol speelt de vloek van de familie Cummings in het verhaal en hoe verschillend reageren familieleden op die vloek?

2.    Wat zijn volgens u de oorzaken van de breuk tussen Solana en Orfeo en wat is de aanleiding?

3.    Aan het eind van de roman staat wat Solana vermoedt dat Orfeo na haar vertrek zal doen. In hoeverre vindt u haar vermoedens aannemelijk?

4.    Het slot van de roman is ook wat betreft Solana open. Hoe loopt het volgens u met haar af?

5.    De naam Orfeo doet denken aan Orpheus, de mythologische held die hield van Euridice. Welke overeenkomsten en verschillen ziet u tussen hen en Orfeo en Solana en tussen hun liefdesgeschiedenissen?

6.    Waarom besluit Orfeo in een opwelling eindelijk zijn schuld aan Yousef Brahim terug te betalen? Hoe oordeelt u over zijn gedrag?

7.    Waarom komt Iwan op Oudjaar niet opdagen in de nachtclub van Antoine Emanuels, waar hij moet spelen? Hoe oordeelt u over zijn gedrag?

8.    Wat is uw mening over de vele onderbrekingen van het verhaal (familiegeschiedenissen, ingelaste verhalen)?

9.    Peter Dowma (www.parbode.com, 16 juni 2009) vindt dat de roman af en toe behoorlijk rammelt: de dialogen overtuigen allerminst. De mensen lijken lesjes op te zeggen en de beeldspraak ontspoort geregeld. In hoeverre bent u het met deze uitspraak eens?

10.    Bas Belleman (Trouw, 13 juni 2009) noemt de verteltoon plichtmatig. De landerigheid die ze beschrijft, lijkt ook haar eigen schrijfstijl dof te maken. Wat is uw mening over de stijl?

(Biblion).


Voor het boek: klik hier