Belcampo, een schrijver waarvan ik de naam op school wel leerde, maar waarvan ik eigenlijk nooit iets gelezen heb. En toen was er onlangs een medeblogster Lalagè die enthousiast vertelde over zijn korte verhalen. Dat leek me wel wat en het feit dat inmiddels ook een van zijn verhalen verfilmd was, deed de rest. Morgen is het zover, dan gaan we weer naar ons onvolprezen Ledeltheater in Oostburg om De Surprise te zien. Het was dus zaak vóór die tijd het verhaal te lezen en dat is gelukt! Hier volgt het blogje.
Samenvatting/inleiding
De ideale Dahlia dateert uit 1968. Op de achterflap staat een uitgebreide tekst die de verhalenbundel op poëtische wijze vergelijkt met een symfonie. Ik houd het maar bij een wat prozaïscher beschrijving. Er staat ook: Zeven nieuwe verhalen - evenzovele malen een bizarre mengeling van fantasie en realiteit. En: Op en top Belcampo, om met Gabriël Smit te spreken: "een werkelijk uniek schrijver, een man die beschikt over een eigen wonderlijk heldere humor en een haast visionair, de lezer ademloos gespannen houdend vermogen tot hallucinaire verbeelding'.
Belcampo (1902-1990) is het pseudoniem van de Nederlandse schrijver Herman Pieter Schönfeld Wichers. Belcampo is de Italiaanse vertaling van zijn achternaam Schönfeld (mooi veld). (Zie ook: Belcampo op wikipedia voor meer info over leven en werk.) Bij het verschijnen van deze bundel had Belcampo al naam gemaakt als schrijver. Hij begon in 1934 en had inmiddels al 3 grote prijzen ontvangen. De samenhang in de bundel moeten we vooral zoeken in de bovengenoemde bizarre mengeling van fantasie en realiteit. De verhalen zelf staan los van elkaar. Zelfs de titel dekt de lading niet: het zijn de laatste woorden uit het boek in een afsluitende zin die ik na lezing van deze bundel "typisch Belcampo" durf te noemen.
Op de inhoud van de overige 6 verhalen zal ik niet ingaan. Korte verhalen samenvatten is niet zo'n goed idee: je geeft al snel de clou weg. Alleen op het laatste verhaal "De Surprise" zal ik hieronder verder in gaan, i.v.m. met de film van morgenavond.
Leeservaring
Een rijke jongeman is levensmoe en ontdekt dat er een firma bestaat die discreet kan helpen bij zijn zelfmoordplannen. Hij weet zelf nl. niet zo goed hoe, maar zij kunnen zijn levenseinde leveren op een manier die hij zelf mag kiezen. En als hij dat niet zo goed kan, kan hij ook voor De Surprise kiezen, dan komt het einde toch nog onverwacht en op een bijzondere manier. Er moet van alles geregeld worden: zijn totale bezit moet hij aan hen overmaken en hij moet een kist uitzoeken en de begrafenis bepalen. In de showroom ontmoet hij een jonge vrouw met precies dezelfde wensen. Het noodlot wil, dat ze op elkaar vallen en onder de overeenkomst uit willen, maar dat gaat zo maar niet! Ze slaan samen op de vlucht, leven een leven vol angst en achtervolgingswanen. Knap hoe hier werkelijkheid en fantasie door elkaar spelen: de situatie is absurd en toch ook weer niet. Niemand weet wanneer zijn uur geslagen heeft, het contract met de onherroepelijke dood werd getekend bij je geboorte. Daar kun je constant aan denken en vergeten te leven, daar kun je proberen voor te vluchten en denken de dood te slim af te zijn, maar uiteindelijk staat dan toch De Dood op je te wachten in Ispahaan (de Tuinman en de Dood - P.N. van Eyck (1887-1954).
Ik heb al vernomen dat de film anders eindigt dan het boek. Het slot van het boek was voor mij verrassend en passend. Ik ben benieuwd hoe men dat in de film gedaan heeft. Ik kan me zo voorstellen dat vooral het gedeelte van de vlucht en de mislukte aanslagen uitgebreid aan bod komt. Maar daarover later op mijn blog Verbeelding en historie.
Van de overige verhalen heb ik ook genoten. Vooral Bloed zonder bodem is een fantasierijk verhaal vol bizarre humor. Ik kan het niet laten een stukje te citeren om een indruk te geven.
(Het hoofd van de laatste vampierkolonie in Amsterdam is de directeur van de bloedtransfusiedienst.)
"Toen kort na de Eerste Wereldoorlog de bloedbanken werden opgericht besefte men in vampierkringen onmiddellijk dat hier de mogelijkheid lag het bloedzuigen te humaniseren. In een lang hoofdartikel van hun tweemaandelijks orgaan Ons Ochtendrood, dat met nog veel groter geheimzinnigheid werd gedrukt en verspreid dan onze illegale blaadjes tijdens de bezetting, werd het volgende pleidooi gehouden: het kwam voor de donor op hetzelfde neer of zijn offergave werd aangewend ter vervanging van reeds vergoten bloed of ter voorkoming van toekomstig bloedverlies. Wij moeten leven, zo vervolgde het artikel, en wij zijn gedwongen daarvoor altijd weer nieuwe slachtoffers te maken. Wanneer de mensheid zijn eigen belang en ook het onze begreep zou ze ons donors ter beschikking stellen. Dat doet zij niet. Zij onthoudt ons het onontbeerlijke levenssap, ook nu ze ons dat zonder schade zou kunnen verschaffen. En daarmee belaadt zij zich ten opzichte van ons met schuld. Deze schuld geeft ons het recht de oplossing van dit probleem in eigen hand te nemen."
(En zo zorgen de directeuren van de bloedbanken voor het benodigde bloed).
Hoe het afloopt met deze laatste vampierkolonie in Amsterdam? Dat zul je zelf moeten lezen, als je het weten wilt.
Belcampo - De ideale dahlia, verhalenbundel. Amsterdam, Kosmos, 1968. Geb., 124 pg., isbn: onbekend. Geleend via de bibliotheek.
Ik las dit boek als 24/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).
© JannieTr, juli 2015.
donderdag 9 juli 2015
zaterdag 4 juli 2015
Kees Kooman - Boerenbloed - Melkquota, megastallen en het verdwenen idyllische platteland
Enkele jaren geleden las ik De Graanrepubliek van Frank Westerman. Vlak daarvoor Hoe God verdween uit Jorwerd van Geert Mak. Beide literaire non-fictieboeken gaan over onze twee noordelijkste provincies: Groningen en Friesland. Over de omstandigheden die het platteland en het leven van haar bewoners (mens en dier) voorgoed zouden veranderen. Zoals de ideeën van Mansholt, de ruilverkaveling, het instellen en verhandelen van melkquota en tenslotte de krimp. Geen vrolijk beeld, maar helaas de werkelijkheid.
Daar kan nu een derde boek aan toegevoegd worden: Boerenbloed van Kees Kooman. Het sluit er naadloos bij aan, nu per 1 april de melkquota weer zullen verdwijnen. Ook het beeld dat uit dit derde boek naar voren komt, is niet hoopvol. De ondertitel is al veelzeggend: Melkquota, megastallen en het verdwenen idyllische platteland.
Samenvatting
Boerenbloed beschrijft de levens van een aantal agrarische families in het 'melk-eldorado' rond het Friese dorpje Ee. De boeren hebben met hard werken hun fortuin verdiend, maar staan nu op een kruispunt. Door het opheffen van de melkquota kunnen de melkrobots en zuivelfabrieken na 31 jaar eindelijk op volle toeren gaan draaien. Er liggen al scenario's klaar voor 20 tot 30 procent productiegroei. Maar die melk zal een hoge prijs hebben: vervuilde en uitgeputte grond, een stikstofprobleem door extreme (kunst)mestproductie, ziektes en uitsterven van dieren, en een veranderend landschap. En kan de markt al die melk wel aan?
Journalist Kees Kooman, inwoner van Ee, zag de afgelopen jaren het landschap om hem heen veranderen en de megastallen verrijzen. Hij gaat op onderzoek uit. Hij praat met wetenschappers, politici en milieubeweging over de kansen, de bedreigingen en zelfs de gevaren voor de melkveehouderij. Maar Kooman praat vooral met de boeren zelf. Kiezen zij voor grootschaligheid of juist niet, wat zijn hun dromen en ambities? Zij spelen de hoofdrol in dit nostalgisch stemmende én verontrustende boek over het kantelpunt waarop 'Nederland Boerenland' zich bevindt. (Achterzijde kaft).
Leeservaring
Begin juni woonden wij in Colijnsplaat in boerderij De Rusthoeve een uitvoering bij van het toneelstuk Mansholt (zie binnenkort op mijn weblog Verbeelding en historie). Kees Kooman was daar aanwezig omdat zijn boek naadloos aansluit bij de boodschap van het stuk. Het was er te koop en er kon van gedachten gewisseld worden met de schrijver. Omdat de problematiek (mede door Westerman en Mak) mijn interesse had, besloot ik het boek te kopen. De manier waarop Kees Kooman de bovenstaande ontwikkelingen als onderzoekjournalist verwoordde, overtrof mijn verwachtingen.
Het had een droog verhaal kunnen worden, met slechts feiten en meningen. Dat is het niet geworden. Het boek is goed opgebouwd door steeds het verhaal van een boer en zijn gezin af te wisselen met het verhaal van deskundigen. Juist over het onderwerp dat bij die betreffende boer een rol speelt. De boeren die er allemaal andere ideeën op na houden en zeer verschillende karakters hebben, krijgen per hoofdstuk een specifieke aanduiding, zoals: de gelukkige boer, de moderne boer, de biologische boer, de ambitieuze boer etc. De titels van de tussenliggende hoofdstukken zeggen ook genoeg: de boerderij als apotheek, de kunst van het boerenlobbyen, een grutto van papier.
Zwart-wit foto's geven goed weer hoe het was, hoe het is, hoe het wordt en wat er verdwijnt. Ik denk dat hier geen kleurenfoto's bij passen. De aandacht blijft bij de tekst en de boodschap. Want er valt niet te ontkennen dat Kees Kooman niet helemaal kan verbloemen hoe hijzelf over de ontwikkelingen denkt, ook al komt hij nergens met boute stellingen.
Het boek leest heel prettig en dat komt vooral door de stijl van schrijven. Geen stijve krantentaal, maar mooie beeldspraken, rake sfeerbeschrijvingen en speelse humor leiden je door een materie die tot nadenken en droefenis stemt en die wijst op ontwikkelingen die onontkoombaar maar desondanks onwenselijk zijn. De balans tussen het mooie, rustieke platteland en de drang naar de meest economische productiemethoden is helemaal doorgeslagen. Ook al laat hij de tegenstemmen horen, het verdriet om wat verloren dreigt te gaan sijpelt door de zinnen heen.
"Genoteerd in de schemering: de volmaakte stilte van een zaterdagochtend. De zomer met een been in de herfst, en de geur van de uitgebloeide bloemen in het bordes. Kruidig, fijn parfum. Bijen zoemen nog en je hoort ook het geluid van de wespen die een hol hebben gemaakt in de grond, ze vliegen in en uit. Stil. Dan hoor je ook in de verte het gekras van de kraaien, en het vrolijke gekwetter van de laatste boerenzwaluw. Morgen op weg naar Afrika. Heel soms de klaagzang van een koe, roepend om het kind dat ze gisteren heeft gebaard. Tsjilpende mussen in overvloed, en heel zacht ruisen de essen, want het is bijna windstil. Het weiland ziet er zo frisgroen uit, zo uitnodigend."
Wat moet ik er nog meer van zeggen? Als je iets meer wilt weten over deze problematiek, dan is dit een informatief en prettig leesbaar boek. En als je Westerman en Mak al las, dan maak je de trilogie hiermee compleet. Je wordt er niet vrolijk van, maar het taalgebruik en de stijl van Kooman verzachten veel.
Vergeet 'Boer zoekt vrouw", want dat idyllische plaatje heeft niets met de keiharde werkelijkheid te maken. Dit actuele boek zal je genoeg stof tot nadenken geven.
Kees Kooman - Boerenbloed: Melkquota, megastallen en het verdwenen idyllische platteland. Amsterdam, De Kring, 2015. Pb., 288 pg., zwart-wit ills. ISBN:978-94-91567-97-1.
Ik las dit boek als 23/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).
© JannieTr, juli 2015.
Daar kan nu een derde boek aan toegevoegd worden: Boerenbloed van Kees Kooman. Het sluit er naadloos bij aan, nu per 1 april de melkquota weer zullen verdwijnen. Ook het beeld dat uit dit derde boek naar voren komt, is niet hoopvol. De ondertitel is al veelzeggend: Melkquota, megastallen en het verdwenen idyllische platteland.
Samenvatting
Boerenbloed beschrijft de levens van een aantal agrarische families in het 'melk-eldorado' rond het Friese dorpje Ee. De boeren hebben met hard werken hun fortuin verdiend, maar staan nu op een kruispunt. Door het opheffen van de melkquota kunnen de melkrobots en zuivelfabrieken na 31 jaar eindelijk op volle toeren gaan draaien. Er liggen al scenario's klaar voor 20 tot 30 procent productiegroei. Maar die melk zal een hoge prijs hebben: vervuilde en uitgeputte grond, een stikstofprobleem door extreme (kunst)mestproductie, ziektes en uitsterven van dieren, en een veranderend landschap. En kan de markt al die melk wel aan?
Journalist Kees Kooman, inwoner van Ee, zag de afgelopen jaren het landschap om hem heen veranderen en de megastallen verrijzen. Hij gaat op onderzoek uit. Hij praat met wetenschappers, politici en milieubeweging over de kansen, de bedreigingen en zelfs de gevaren voor de melkveehouderij. Maar Kooman praat vooral met de boeren zelf. Kiezen zij voor grootschaligheid of juist niet, wat zijn hun dromen en ambities? Zij spelen de hoofdrol in dit nostalgisch stemmende én verontrustende boek over het kantelpunt waarop 'Nederland Boerenland' zich bevindt. (Achterzijde kaft).
Leeservaring
Begin juni woonden wij in Colijnsplaat in boerderij De Rusthoeve een uitvoering bij van het toneelstuk Mansholt (zie binnenkort op mijn weblog Verbeelding en historie). Kees Kooman was daar aanwezig omdat zijn boek naadloos aansluit bij de boodschap van het stuk. Het was er te koop en er kon van gedachten gewisseld worden met de schrijver. Omdat de problematiek (mede door Westerman en Mak) mijn interesse had, besloot ik het boek te kopen. De manier waarop Kees Kooman de bovenstaande ontwikkelingen als onderzoekjournalist verwoordde, overtrof mijn verwachtingen.
Het had een droog verhaal kunnen worden, met slechts feiten en meningen. Dat is het niet geworden. Het boek is goed opgebouwd door steeds het verhaal van een boer en zijn gezin af te wisselen met het verhaal van deskundigen. Juist over het onderwerp dat bij die betreffende boer een rol speelt. De boeren die er allemaal andere ideeën op na houden en zeer verschillende karakters hebben, krijgen per hoofdstuk een specifieke aanduiding, zoals: de gelukkige boer, de moderne boer, de biologische boer, de ambitieuze boer etc. De titels van de tussenliggende hoofdstukken zeggen ook genoeg: de boerderij als apotheek, de kunst van het boerenlobbyen, een grutto van papier.
Zwart-wit foto's geven goed weer hoe het was, hoe het is, hoe het wordt en wat er verdwijnt. Ik denk dat hier geen kleurenfoto's bij passen. De aandacht blijft bij de tekst en de boodschap. Want er valt niet te ontkennen dat Kees Kooman niet helemaal kan verbloemen hoe hijzelf over de ontwikkelingen denkt, ook al komt hij nergens met boute stellingen.
Het boek leest heel prettig en dat komt vooral door de stijl van schrijven. Geen stijve krantentaal, maar mooie beeldspraken, rake sfeerbeschrijvingen en speelse humor leiden je door een materie die tot nadenken en droefenis stemt en die wijst op ontwikkelingen die onontkoombaar maar desondanks onwenselijk zijn. De balans tussen het mooie, rustieke platteland en de drang naar de meest economische productiemethoden is helemaal doorgeslagen. Ook al laat hij de tegenstemmen horen, het verdriet om wat verloren dreigt te gaan sijpelt door de zinnen heen.
"Genoteerd in de schemering: de volmaakte stilte van een zaterdagochtend. De zomer met een been in de herfst, en de geur van de uitgebloeide bloemen in het bordes. Kruidig, fijn parfum. Bijen zoemen nog en je hoort ook het geluid van de wespen die een hol hebben gemaakt in de grond, ze vliegen in en uit. Stil. Dan hoor je ook in de verte het gekras van de kraaien, en het vrolijke gekwetter van de laatste boerenzwaluw. Morgen op weg naar Afrika. Heel soms de klaagzang van een koe, roepend om het kind dat ze gisteren heeft gebaard. Tsjilpende mussen in overvloed, en heel zacht ruisen de essen, want het is bijna windstil. Het weiland ziet er zo frisgroen uit, zo uitnodigend."
Wat moet ik er nog meer van zeggen? Als je iets meer wilt weten over deze problematiek, dan is dit een informatief en prettig leesbaar boek. En als je Westerman en Mak al las, dan maak je de trilogie hiermee compleet. Je wordt er niet vrolijk van, maar het taalgebruik en de stijl van Kooman verzachten veel.
Vergeet 'Boer zoekt vrouw", want dat idyllische plaatje heeft niets met de keiharde werkelijkheid te maken. Dit actuele boek zal je genoeg stof tot nadenken geven.
Kees Kooman - Boerenbloed: Melkquota, megastallen en het verdwenen idyllische platteland. Amsterdam, De Kring, 2015. Pb., 288 pg., zwart-wit ills. ISBN:978-94-91567-97-1.
Ik las dit boek als 23/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).
© JannieTr, juli 2015.
zaterdag 13 juni 2015
Peter ter Velde - Paradijs om de hoek
Hoe Paradijs om de hoek op mijn "wil-ik-lezen" lijstje terecht is gekomen, weet ik niet meer. Het onderwerp moet mij aangesproken hebben of het leesverslag op een blog. Toen ik begon te lezen bleek het toch een heel ander boek dan ik verwachtte. Dat maakt niet uit, soms is het goed je blik eens te verruimen naar zaken die je bevreemden en dus op afstand gehouden werden. Wat ik las was een heel verhelderend boek, dat een steun kan zijn voor de beschreven bevolkingsgroep. En omdat het goed geschreven is, is het de moeite waard er hier toch aandacht aan te besteden, ook al is het niet direct mijn genre.
Peter ter Velde (Zwolle, 1964) werkt bij de NOS. Bij uitgeverij Conserve verscheen eerder de succesvolle debuutroman De vader en de zoon over onvrede in een christelijk gezin (twee drukken). Ook herdrukt werd zijn boek Kabul & Kamp Holland, waarvan de tweede druk werd voorzien van een dvd met daarop de documentaire Fokking Hell!, uitgezonden door de NOS en in tien andere landen.
Samenvatting
Een welvarend gezin valt uit elkaar. Vader Jaap stijgt tot grote religieuze hoogten, oudste zoon Freek raakt gefrustreerd, jongste zoon Gijs pakt zijn biezen en moeder Truida verliest zichzelf en haar zonen. Het leven van de familie Van Ankeren is goed tot Jaap in een depressie raakt. Zijn vrouw dringt er bij hem op aan om met hun conservatieve dominee De With te praten. De hardwerkende, introverte horlogemaker herstelt door de gesprekken met zijn predikant, maar legt zijn nieuw gevonden streng religieuze beleving op aan zijn gezin. De dubbele zondagse kerkgang, de stille uren op de zondagmiddag, de veranderde kleding en haardracht van Truida zijn uiterlijke kenmerken van het innerlijk proces bij Jaap. Freek is volgzaam, gedraagt zich keurig. Zoon Gijs conformeert zich aan de godsdienstige verworvenheden, maar de vragen die hij zichzelf stelt over de levensstijl van zijn ouders dwingen hem te kiezen. Hij zet zich tegen dit milieu af zodra hij de middelbare school heeft voltooid. Hij trekt de wereld in en komt terecht in het krakersmilieu in Nijmegen. Na jaren keert hij terug bij zijn ouders, die hem als de verloren zoon ontvangen. Freek kan dat niet verdragen en sluit zich gefrustreerd af.(Achterflap met aanvullingen).
Leeservaring
'Paradijs om de Hoek' is geïnspireerd op het Bijbelse verhaal van de verloren zoon. Een van de bekendste verhalen uit de Bijbel en een veel gebruikt motief in de literatuur. De belangrijkste thema's zijn liefde en gezinsbanden, geloof en religieuze beleving en de keuzevrijheid waar elk individu in gerespecteerd moet worden. Maar ook de tijd en uurwerken zijn een steeds terugkerend motief.
Romans met een christelijke basis zijn vaak streekromans, waarin de hoofdpersonen tot inkeer komen en dankzij het oprechte geloof met behulp van de Heer nog lang en gelukkig leven. Om dat meteen maar kort te sluiten: zo'n boek is dit niet. Het is ook geen Knielen op een bed violen, al komt het daar dichter bij uit dan bij de streekromans. Het is een volwaardige psychologische roman, met de nodige historische achtergrondinformatie (m.n. de jaren 60 van de vorige eeuw). Het is ook geen zwart maken van een bepaalde religieuze groepering, meer een constatering van hoe een (in mijn ogen) hoogmoedige, machtswellustige dominee zich niet als herder, maar als een wolf in schaapskleren gedraagt en daarmee het leven van een hele familie beïnvloedt. Maar wel met de steun van een streng gelovige achterban.
Peter ter Velde begint het boek met het citeren van de Bijbeltekst over de verloren zoon: Lucas 15:11-32. Daarna legt hij uit wat de Gereformeerde Bond is en hoe deze is ontstaan. Ook voor outsiders is daarmee een helder kader geschetst. En dan begint het verhaal.
"Op zondagmiddag leek de slinger van de klok langzamer te bewegen dan op andere dagen. Leek, want als geen ander wist Freek dat een klok die waterpas hangt de gang van de slinger het juiste ritme geeft. Vanaf de bank hadden Freek en Gijs precies zicht op het uurwerk aan de muur tegenover hen. Hoe kwam het toch dat leuke dingen zo voorbij zijn en dat de zondag altijd een eeuwigheid moest duren?"
We zitten meteen midden in het verhaal en krijgen via flashbacks de voorgeschiedenis te horen. Hoe de ouders elkaar ontmoet hebben, hoe de jeugd van vader Jaap van Ankeren verliep en hoe Jaap in de horlogerie terecht gekomen is. En over de strijd in het dorp tussen de beide kerkgenootschappen.
Als de vader van Jaap plotseling overlijdt, zijn hij en zijn moeder erg overstuur. De conservatieve dominee biedt geen troost, maar zegt dat zijn vader wel in de hel moet zijn, want hij was niet vroom genoeg (hij was nl. niet onderdanig genoeg aan de dominee). Truida, Jaap's vrouw, dient de dominee van repliek. Jaap, toch al niet zo'n prater, komt in de maanden daarna steeds dieper in de put te zitten. Via de vrouw van de dominee raadt Truida hem ten einde raad aan eens met de dominee te gaan praten. Het werkt, hij leeft op, maar toch niet helemaal op de manier die Truida voor ogen had.
En wat dan volgt, zijn de verhalen die we ook van Siebelink kennen: over uitverkoren zijn, over zonde, hel en verdoemenis, nergens troost, nergens houvast, vroom leven en maar hopen dat je uitverkoren bent. De dominee neemt wraak op de "zondige" Truida: als Jaap haar niet onder controle krijgt (de juiste kleding en haardracht, gehoorzaam met een hoed op naar de juiste kerk, niet meer werken in hun winkel e.d.) dan zal ook hij niet in aanmerking kunnen komen voor uitverkiezing). Ook over de kinderen dient hij het juiste gezag uit te oefenen.
In het eerste hoofdstuk zien we waar dat toe geleid heeft en daarna lezen we wat er verder gebeurt in het gezin en met de gezinsleden. Het ligt niet in de aard van Truida om onderdanig te zijn, zich op orthodoxe wijze te kleden, maar omdat ze blij is dat haar man niet meer depressief is, past ze zich aan. De kinderen weten niet beter, ze zijn nog erg jong. En toch voelt Gijs aan dat er iets niet klopt. Hij kiest ervoor om weg te gaan om in vrijheid alles te overdenken en zijn eigen weg te kiezen. Bij de hippies in Nijmegen leert hij dat liefde het grootste goed is en dat geen mens onderworpen hoort te zijn aan een ander, dat elke godsdienst wel iets te bieden heeft en dat de keuze om een goed mens te zijn van binnenuit moet komen. Ook voor de ouders werkt deze periode, na veel verdriet en zorgen, louterend. Helaas komt de omslag voor Freek te laat.
Peter ter Velde schrijft onderhoudend, het boek leest prettig en het verhaal heeft ook nog enige spanning in zich. De karakters komen goed uit de verf, het is niet moeilijk om met de hoofdpersonen mee te voelen. In verschillende recensies (ook uit christelijke hoek) las ik waardering en herkenning van de problematiek. Ik geloof zeker dat het boek een bron kan zijn voor inhoudelijke discussies en voor de opvang van mensen die door dit soort dominees in verwarring gebracht zijn.
Ik kan het dan ook van harte aanbevelen, niet alleen aan christelijke lezers. Deze geloofsgemeenschap bestaat nog steeds. En al zullen velen (meestal mannen) zich er thuis voelen, er moet begrip en steun zijn voor wie er mee wil breken (heel vaak vrouwen en kinderen). Dat zal niet eenvoudig zijn, daar is moed voor nodig. Hoe meer buitenstaanders er over weten, hoe beter ze kunnen helpen. En daar kan dit boek een bijdrage aan leveren.
Peter ter Velde - Paradijs om de hoek. Schoorl, Conserve, 2014. Geb., 253 pg., met. lit. opg., isbn:978-90-5429-373-6.
Ik las dit boek als 22/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).
© JannieTr, juni 2015.
dinsdag 9 juni 2015
Elke Geurts - Lastmens
Met Elke Geurts maakte ik op heel verrassende wijze kennis via De Weg naar Zee (KLIK HIER) in 2013. Het is één van de boeken die zoveel indruk op me maakte, dat ik het nog steeds aanprijs en dat me deed besluiten ook haar eerder verschenen verhalenbundels te lezen. Lastmens was haar tweede, uitgekomen in 2010, als opvolger van haar veelgeprezen debuut Het besluit van Dola Korstjens (2008). Ook dit boek kreeg lovende kritieken: men vond haar gegroeid na een al zo veelbelovend debuut. Achteraf lezen heeft zo zijn voordelen: wat ze in De Weg naar zee liet zien, kun je in deze verhalenbundel al aan zien komen. Ze is doorgegroeid! Alleen jammer dat dat boek niet de aandacht kreeg die het verdient. En dat Wim Brands (die haar wel noemde in zijn De Nederlandse literatuur van de 21ste eeuw), De Weg naar zee vergat in het bibliografisch overzicht..... Hij bood zijn excuses aan, maar helaas, te laat voor een vermelding. Het had erbij gemoeten, dus grijp je kans om het alsnog te lezen, als je kunt.
Samenvatting
In Lastmens voelen de hoofdpersonen zich miskend, maar in hun streven naar gerechtigheid moeten hun naasten het ontgelden. Drie verhalen met op drift geraakte mannen en vrouwen die, om dichter bij hun gedroomde leven te komen, de ander aan zich onderwerpen. Zo doet de moeder in het titelverhaal uit pure onvrede met zichzelf afstand van haar driejarige dochtertje, en belet de brave politieman uit 'Grote voorspoed' zijn vrouw een avontuurlijker leven in te stappen. In 'Retour Carboon' ten slotte reist een meisje terug naar haar geboortegrond om zich te wreken op haar doodzieke oom. Met Lastmens voegt Elke Geurts drie nieuwe hoogtepunten toe aan een volstrekt uniek en eigenzinnig schrijverschap.(Achterflap).
Leeservaring
Wraakzucht en ontevredenheid met het eigen leven zijn de voornaamste thema's in de drie lange verhalen in deze bundel. Ze zijn goed opgebouwd en geven een originele kijk op waartoe mensen in staat zijn: hun eigen onvrede uitleven, afreageren of verdringen door manipulatie van hun naasten.
Eigenlijk zijn het gruwelijke verhalen, als je de consequenties van hun gedrag voor de weerloze en/of onschuldige slachtoffers bekijkt: een kind, een echtgenote, een stervende oom. Door te overdrijven en er luchtig, met de nodige humor over te schrijven worden de zwaarmoedige verhalen met lugubere, surrealistische trekjes prachtige schetsen die je aanzetten tot nadenken over wat mensen elkaar aan kunnen doen als ze zelf ongelukkig zijn.
In het eerste verhaal Lastmens maken we kennis met Wieke die getrouwd is en fulltime moeder, terwijl dat eigenlijk haar wens niet was. Haar dochtertje Freya is 3 jaar. Van haar vader (die veel weg is) krijgt ze een pop die ze Lastmens noemt. Op een dag in de buurtzandbak leert Wieke de aupair Dikieledi kennen die haar door een misverstand aanziet voor een collega. Ze laat het maar zo, maar dat is het begin van een reeks gebeurtenissen die ze niet meer in de hand heeft. Ze begint te ontdekken hoe ze zich door Freya en de omstandigheden laat leven en neemt een radicaal (en voor de lezer onvoorspelbaar) besluit. Hartverscheurend naar het kleine meisje, maar (en dat is het knappe van haar manier van schrijven) je hebt ook medelijden met Wieke en je zou beiden zo graag willen helpen. Denkend aan De weg naar zee zie ik parallellen: hoe eenzaam kan een mens zijn en hoe gemanipuleerd door anderen en de omstandigheden om tot zulk gedrag te komen?
Het tweede verhaal Grote voorspoed gaat over een politieagent die eigenlijk rechercheur had willen worden. Hij is getrouwd met Peggy wiens moeder het gezin al jong verliet en haar vanuit Canada een kaart stuurde op haar 13de verjaardag waarop o.a. stond: "Het leven is iets goeds, wat de anderen ook zeggen. Maak er wat van." Haar man Koen wenst een huisje-boompje-beestje situatie en hoopt op gezinsuitbreiding, maar Peggy twijfelt. B-keus wordt een gevleugelde uitdrukking: voor de woning die ze kopen, voor de nieuwe keuken (uit de showroom) en uiteindelijk naar haar gevoel ook voor hun relatie en haar leven. Op een hilarische manier gaat Koen de rechercheur uithangen bij het bespioneren van zijn vrouw. Hij geniet van deze activiteiten en denkt hiermee meteen haar helemaal onder controle te kunnen houden. Hij weet zelf op slinkse wijze te bewerkstelligen dat ze een kind krijgen. Hij ontneemt haar een unieke kans op een avontuurlijker leven, uit puur egoïstische motieven. Maar het mag allemaal niet helpen. Ze neemt niet langer genoegen met een B-keus leven.
Het derde verhaal Retour Carboon speelt zich af in het dorp Carboon, een directe verwijzing naar een oertijd en tevens naar Limburg. Het gaat over iemand die ontsnapt is uit het "achterlijke" dorpsmilieu en in de moderne grote stad woont. Het is het meest fantastische verhaal van de drie. Het verhaal straalt ook iets magisch-realistisch uit: Alsof het dorp Carboon een aparte wereld vormt, waar zich andere levens afspelen, zonder dat de rest van de wereld daar weet van heeft.
Angelique, de hoofdpersoon, had een goede liefdevolle relatie met haar Oma. Ze woonde bij haar omdat haar ouders geen tijd voor haar hadden. Ze zijn uit hetzelfde hout gesneden. Als haar Oom en zijn vrouw hun kans schoon zien (nadat Opa is overleden) en haar Oma verwaarlozen, haar eigendommen in bezit nemen en haar haar huis uit pesten, vertrekt Angel (zoals haar moeder haar noemt) naar de grote stad. Niet veel later overlijdt haar Oma. Ze heeft het gevoel dat ze Oma in de steek heeft gelaten. "Op een dag heb ik haar gewoon achter gelaten bij de barbaren". Als haar oom in het ziekenhuis op sterven ligt neemt ze wraak. Het is een absurd verhaal, maar op zo'n een manier dat je nergens de vinger kan leggen op iets wat niet zo zou kunnen gebeuren. Het is afwisselend uitvergroot, overdreven, sentimenteel, realistisch, gevoelig, fantastisch, surrealistisch. Kortom: hier is een unieke schrijfster aan het woord. Tekenend: Als ze besluit uit wraak haar Oom op te gaan zoeken in het ziekenhuis, denkt ze : ik moet op tijd terug zijn om mijn kind uit de BSO te halen. Ondanks wat er allemaal gebeurt ondertussen eindigt het verhaal met de gedachte dat Oma definitief niet meer te vinden is in Carboon en realiseert de hoofdpersoon zich dat ze al bijna te laat is voor de BSO. Ze wordt verscheurd tussen twee werelden: het is zo moeilijk zich los te maken uit Carboon......
Ik weet niet of ik er goed aan doe op de verhalen in te gaan. Lezend ervaar je ze minder als vreemd, dan ze nu misschien overkomen in dit blog. En dat is juist het bijzondere aan deze bundel: gevangen worden door het verloop van een verhaal dat vreemd lijkt, maar wel zou kunnen gebeuren. De daden van anderen zijn nu eenmaal soms ondoorgrondelijk en moeilijk te bevatten.
Elke Geurts - Lastmens. Amsterdam, Nieuw-Amsterdam, 2010. Paperback, 189 pg., isbn: 978-90-468-0680-7.
Ik las dit boek als 21/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).
© JannieTr, juni 2015.
Bericht van Elke Geurts: in oktober 2015 zal bij de Bezige Bij verschijnen: Verzamelde verhalen waarin deze verhalen, ander oud werk en een aantal nieuwe verhalen. Dus: even geduld en dan genieten, zou ik zeggen!
Samenvatting
In Lastmens voelen de hoofdpersonen zich miskend, maar in hun streven naar gerechtigheid moeten hun naasten het ontgelden. Drie verhalen met op drift geraakte mannen en vrouwen die, om dichter bij hun gedroomde leven te komen, de ander aan zich onderwerpen. Zo doet de moeder in het titelverhaal uit pure onvrede met zichzelf afstand van haar driejarige dochtertje, en belet de brave politieman uit 'Grote voorspoed' zijn vrouw een avontuurlijker leven in te stappen. In 'Retour Carboon' ten slotte reist een meisje terug naar haar geboortegrond om zich te wreken op haar doodzieke oom. Met Lastmens voegt Elke Geurts drie nieuwe hoogtepunten toe aan een volstrekt uniek en eigenzinnig schrijverschap.(Achterflap).
Leeservaring
Wraakzucht en ontevredenheid met het eigen leven zijn de voornaamste thema's in de drie lange verhalen in deze bundel. Ze zijn goed opgebouwd en geven een originele kijk op waartoe mensen in staat zijn: hun eigen onvrede uitleven, afreageren of verdringen door manipulatie van hun naasten.
Eigenlijk zijn het gruwelijke verhalen, als je de consequenties van hun gedrag voor de weerloze en/of onschuldige slachtoffers bekijkt: een kind, een echtgenote, een stervende oom. Door te overdrijven en er luchtig, met de nodige humor over te schrijven worden de zwaarmoedige verhalen met lugubere, surrealistische trekjes prachtige schetsen die je aanzetten tot nadenken over wat mensen elkaar aan kunnen doen als ze zelf ongelukkig zijn.
In het eerste verhaal Lastmens maken we kennis met Wieke die getrouwd is en fulltime moeder, terwijl dat eigenlijk haar wens niet was. Haar dochtertje Freya is 3 jaar. Van haar vader (die veel weg is) krijgt ze een pop die ze Lastmens noemt. Op een dag in de buurtzandbak leert Wieke de aupair Dikieledi kennen die haar door een misverstand aanziet voor een collega. Ze laat het maar zo, maar dat is het begin van een reeks gebeurtenissen die ze niet meer in de hand heeft. Ze begint te ontdekken hoe ze zich door Freya en de omstandigheden laat leven en neemt een radicaal (en voor de lezer onvoorspelbaar) besluit. Hartverscheurend naar het kleine meisje, maar (en dat is het knappe van haar manier van schrijven) je hebt ook medelijden met Wieke en je zou beiden zo graag willen helpen. Denkend aan De weg naar zee zie ik parallellen: hoe eenzaam kan een mens zijn en hoe gemanipuleerd door anderen en de omstandigheden om tot zulk gedrag te komen?
Het tweede verhaal Grote voorspoed gaat over een politieagent die eigenlijk rechercheur had willen worden. Hij is getrouwd met Peggy wiens moeder het gezin al jong verliet en haar vanuit Canada een kaart stuurde op haar 13de verjaardag waarop o.a. stond: "Het leven is iets goeds, wat de anderen ook zeggen. Maak er wat van." Haar man Koen wenst een huisje-boompje-beestje situatie en hoopt op gezinsuitbreiding, maar Peggy twijfelt. B-keus wordt een gevleugelde uitdrukking: voor de woning die ze kopen, voor de nieuwe keuken (uit de showroom) en uiteindelijk naar haar gevoel ook voor hun relatie en haar leven. Op een hilarische manier gaat Koen de rechercheur uithangen bij het bespioneren van zijn vrouw. Hij geniet van deze activiteiten en denkt hiermee meteen haar helemaal onder controle te kunnen houden. Hij weet zelf op slinkse wijze te bewerkstelligen dat ze een kind krijgen. Hij ontneemt haar een unieke kans op een avontuurlijker leven, uit puur egoïstische motieven. Maar het mag allemaal niet helpen. Ze neemt niet langer genoegen met een B-keus leven.
Het derde verhaal Retour Carboon speelt zich af in het dorp Carboon, een directe verwijzing naar een oertijd en tevens naar Limburg. Het gaat over iemand die ontsnapt is uit het "achterlijke" dorpsmilieu en in de moderne grote stad woont. Het is het meest fantastische verhaal van de drie. Het verhaal straalt ook iets magisch-realistisch uit: Alsof het dorp Carboon een aparte wereld vormt, waar zich andere levens afspelen, zonder dat de rest van de wereld daar weet van heeft.
Angelique, de hoofdpersoon, had een goede liefdevolle relatie met haar Oma. Ze woonde bij haar omdat haar ouders geen tijd voor haar hadden. Ze zijn uit hetzelfde hout gesneden. Als haar Oom en zijn vrouw hun kans schoon zien (nadat Opa is overleden) en haar Oma verwaarlozen, haar eigendommen in bezit nemen en haar haar huis uit pesten, vertrekt Angel (zoals haar moeder haar noemt) naar de grote stad. Niet veel later overlijdt haar Oma. Ze heeft het gevoel dat ze Oma in de steek heeft gelaten. "Op een dag heb ik haar gewoon achter gelaten bij de barbaren". Als haar oom in het ziekenhuis op sterven ligt neemt ze wraak. Het is een absurd verhaal, maar op zo'n een manier dat je nergens de vinger kan leggen op iets wat niet zo zou kunnen gebeuren. Het is afwisselend uitvergroot, overdreven, sentimenteel, realistisch, gevoelig, fantastisch, surrealistisch. Kortom: hier is een unieke schrijfster aan het woord. Tekenend: Als ze besluit uit wraak haar Oom op te gaan zoeken in het ziekenhuis, denkt ze : ik moet op tijd terug zijn om mijn kind uit de BSO te halen. Ondanks wat er allemaal gebeurt ondertussen eindigt het verhaal met de gedachte dat Oma definitief niet meer te vinden is in Carboon en realiseert de hoofdpersoon zich dat ze al bijna te laat is voor de BSO. Ze wordt verscheurd tussen twee werelden: het is zo moeilijk zich los te maken uit Carboon......
Ik weet niet of ik er goed aan doe op de verhalen in te gaan. Lezend ervaar je ze minder als vreemd, dan ze nu misschien overkomen in dit blog. En dat is juist het bijzondere aan deze bundel: gevangen worden door het verloop van een verhaal dat vreemd lijkt, maar wel zou kunnen gebeuren. De daden van anderen zijn nu eenmaal soms ondoorgrondelijk en moeilijk te bevatten.
Elke Geurts - Lastmens. Amsterdam, Nieuw-Amsterdam, 2010. Paperback, 189 pg., isbn: 978-90-468-0680-7.
Ik las dit boek als 21/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).
© JannieTr, juni 2015.
Bericht van Elke Geurts: in oktober 2015 zal bij de Bezige Bij verschijnen: Verzamelde verhalen waarin deze verhalen, ander oud werk en een aantal nieuwe verhalen. Dus: even geduld en dan genieten, zou ik zeggen!
zaterdag 30 mei 2015
San Bos - Je moet wat
Er bestaan nogal wat vooroordelen tegen korte verhalen bundels. Zo wordt er vaak beweerd dat je de losse verhalen snel weer vergeet, dat een roman een meer blijvende indruk achterlaat. San Bos is er op een overtuigende manier in geslaagd te tonen dat dat lang niet altijd op gaat. De sterke verhalen uit deze bundel Je moet wat houden je nog lang na het lezen bezig. Waarom ik vind dat ze exact weet hoe korte verhalen geschreven moeten worden en lezers zelfs kunnen hypnotiseren, lees je hieronder.
Samenvatting
De verhalen van San Bos bieden in enkele pagina's een inkijkje in een heel mensenleven. En hoewel je meestal blij bent dat dat leven het jouwe niet is, is San Bos in staat om de lezer onmiddellijk aan haar personages te binden. Aan de vrouw die dichter bij de donornier van haar man komt dan de bedoeling was. Aan de man die zich laat marineren door zijn Vlaamse vriendin. En aan de schoonmaakster die door de spullen van haar opdrachtgevers gaat. San Bos zet haar verhaalfiguren kort in de spotlights, maar de lichten reiken veel verder dan de laatste zin. (Achterflap)
Leeservaring
Denk niet dat je snel door dit niet zo dikke boekje (111 pg.) heen kunt razen: de lezer krijgt het niet cadeau van San Bos. In alle 15 verhalen valt ze met de deur in huis: lees maar zorgvuldig, want ze toont zich een meester in het show-don't tell-principe en dus in het aan het werk zetten van de lezer. Wat is hier aan de hand, vraag je je meteen na de eerste zin al af.
"Ze lag in een rijtje van drie, daarom had hij haar niet herkend. Pas toen hij haar naam op zijn lijst zag staan keek hij op."
Nee, ik ga niet vertellen waar de rest van het verhaal over gaat. Ga maar bij jezelf na welke associaties, vermoedens bovenkomen. De volgende zin geeft iets meer informatie, dan nog een zin en dan weet je waarover het gaat, maar het echte verhaal moet dan nog komen. Geconcentreerd lezen dus en erbij blijven: zo word je vanzelf steeds meer bij het verhaal en de personages betrokken.
Dit zijn geen mini-romans (nog zo'n vooroordeel), geen korte verhalen die eigenlijk best uitgebouwd hadden kunnen worden tot een voortkabbelende, volledige roman. Dit zijn mokerslagen: je maakt kennis met een personage op een doorgaans bepalend tijdstip in zijn/haar leven, je volgt hem/haar enkele uren of dagen, denkt hem/haar aardig te leren kennen (tussen de regels door, want vergeet niet dat je veel zelf invult), om dan op geraffineerde manier met een totaal onverwachte afloop geconfronteerd te worden. Een afloop die zo verrassend is, dat je je eigen gevolgtrekkingen haast niet durft te vertrouwen.... "Maar dat zou betekenen dat..., wil ze nou suggereren dat...?" vraag je je af. Je leest nog eens terug, denkt na over het begin, de titel en dan móet je het wel geloven. Ja, dat is dus echt de afloop, wat een geniale vondst! En juist daardoor zijn het geen mini-romans, maar zeer geconcentreerde korte verhalen met een verloop en einde dat ervoor zorgt dat je ze niet snel zult vergeten. En toch zijn ze over het algemeen ook licht van toon en met de nodige humor doorspekt.
Heeft deze bundel een thema? De titel is niet gekozen op basis van de titel van een der verhalen. Hij zal dus iets moeten zeggen over het verband tussen de losse verhalen, want ze gaan allemaal over andere personages. Wat hebben deze personages met elkaar gemeen? "Je moet wat", een uitdrukking die we allemaal wel eens bezigen, als we niet echt meer weten hoe nu verder. En dat is precies wat er gebeurt. Ze komen in situaties terecht waar ze niet op gerekend hadden en waar ze iets mee moeten. Wij worden er al lezend op aangesproken: wat zouden wij doen? Hoe zouden wij reageren? In "Je moet wat" zijn de reacties van de hoofdpersonen beslist niet zoals wij zouden reageren en daarom verrassend. Hoewel? Kun je dat wel voorspellen? Is hun reactie eigenlijk wel zo vreemd? Want tja, je moet toch wat!
Een overtuigend debuut schreef San Bos. IJzersterke korte verhalen. Voorlopig mag ze daar van mij nog even mee door gaan. Met deze bundel laat ze op bewonderenswaardige wijze zien dat het korte verhaal een echte literaire kunstvorm kan zijn en meer aandacht verdient!
San Bos - Je moet wat. Amsterdam, Nieuw-Amsterdam, 2015. Paperback, 111 pg., isbn:978-90-468-1855-8.
Ik las dit boek als 20/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).
© JannieTr, mei 2015.
Samenvatting
De verhalen van San Bos bieden in enkele pagina's een inkijkje in een heel mensenleven. En hoewel je meestal blij bent dat dat leven het jouwe niet is, is San Bos in staat om de lezer onmiddellijk aan haar personages te binden. Aan de vrouw die dichter bij de donornier van haar man komt dan de bedoeling was. Aan de man die zich laat marineren door zijn Vlaamse vriendin. En aan de schoonmaakster die door de spullen van haar opdrachtgevers gaat. San Bos zet haar verhaalfiguren kort in de spotlights, maar de lichten reiken veel verder dan de laatste zin. (Achterflap)
Leeservaring
Denk niet dat je snel door dit niet zo dikke boekje (111 pg.) heen kunt razen: de lezer krijgt het niet cadeau van San Bos. In alle 15 verhalen valt ze met de deur in huis: lees maar zorgvuldig, want ze toont zich een meester in het show-don't tell-principe en dus in het aan het werk zetten van de lezer. Wat is hier aan de hand, vraag je je meteen na de eerste zin al af.
"Ze lag in een rijtje van drie, daarom had hij haar niet herkend. Pas toen hij haar naam op zijn lijst zag staan keek hij op."
Nee, ik ga niet vertellen waar de rest van het verhaal over gaat. Ga maar bij jezelf na welke associaties, vermoedens bovenkomen. De volgende zin geeft iets meer informatie, dan nog een zin en dan weet je waarover het gaat, maar het echte verhaal moet dan nog komen. Geconcentreerd lezen dus en erbij blijven: zo word je vanzelf steeds meer bij het verhaal en de personages betrokken.
Dit zijn geen mini-romans (nog zo'n vooroordeel), geen korte verhalen die eigenlijk best uitgebouwd hadden kunnen worden tot een voortkabbelende, volledige roman. Dit zijn mokerslagen: je maakt kennis met een personage op een doorgaans bepalend tijdstip in zijn/haar leven, je volgt hem/haar enkele uren of dagen, denkt hem/haar aardig te leren kennen (tussen de regels door, want vergeet niet dat je veel zelf invult), om dan op geraffineerde manier met een totaal onverwachte afloop geconfronteerd te worden. Een afloop die zo verrassend is, dat je je eigen gevolgtrekkingen haast niet durft te vertrouwen.... "Maar dat zou betekenen dat..., wil ze nou suggereren dat...?" vraag je je af. Je leest nog eens terug, denkt na over het begin, de titel en dan móet je het wel geloven. Ja, dat is dus echt de afloop, wat een geniale vondst! En juist daardoor zijn het geen mini-romans, maar zeer geconcentreerde korte verhalen met een verloop en einde dat ervoor zorgt dat je ze niet snel zult vergeten. En toch zijn ze over het algemeen ook licht van toon en met de nodige humor doorspekt.
Heeft deze bundel een thema? De titel is niet gekozen op basis van de titel van een der verhalen. Hij zal dus iets moeten zeggen over het verband tussen de losse verhalen, want ze gaan allemaal over andere personages. Wat hebben deze personages met elkaar gemeen? "Je moet wat", een uitdrukking die we allemaal wel eens bezigen, als we niet echt meer weten hoe nu verder. En dat is precies wat er gebeurt. Ze komen in situaties terecht waar ze niet op gerekend hadden en waar ze iets mee moeten. Wij worden er al lezend op aangesproken: wat zouden wij doen? Hoe zouden wij reageren? In "Je moet wat" zijn de reacties van de hoofdpersonen beslist niet zoals wij zouden reageren en daarom verrassend. Hoewel? Kun je dat wel voorspellen? Is hun reactie eigenlijk wel zo vreemd? Want tja, je moet toch wat!
Een overtuigend debuut schreef San Bos. IJzersterke korte verhalen. Voorlopig mag ze daar van mij nog even mee door gaan. Met deze bundel laat ze op bewonderenswaardige wijze zien dat het korte verhaal een echte literaire kunstvorm kan zijn en meer aandacht verdient!
San Bos - Je moet wat. Amsterdam, Nieuw-Amsterdam, 2015. Paperback, 111 pg., isbn:978-90-468-1855-8.
Ik las dit boek als 20/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).
© JannieTr, mei 2015.
woensdag 13 mei 2015
Andreas Oosthoek - Het relaas van Solle
Toen ik in de catalogus van Cossee Het relaas van Solle aangekondigd zag, wist ik dat ik het lezen wilde. Een intrigerende titel en de prachtige omslag maakten me nieuwsgierig. De samenvatting van het verhaal en het thema spraken aan en als het dan ook nog eens in Zeeland speelt....dan weet ik dat ik niet om de debuutroman van de oud-hoofdredacteur van de PZC (Provinciale Zeeuws Courant) heen kan. Ik ben Cossee dankbaar dat ze het ter beschikking stelden, want ik heb er van genoten.
Samenvatting
Solle groeit op in de Zeeuwse polder van de jaren vijftig, waar hij later het familiebedrijf zal overnemen. Als boerenzoon op het gymnasium valt hij uit de toon, maar dan ontmoet hij de excentrieke Jacques - een buitenbeentje , net als hij. De jongens worden al snel onafscheidelijk.
Terwijl Solle zich sterk verbonden voelt met zijn geschiedenis en famlie, wil de jonge baron Jacques Christophe d'Ulm de wijde wereld in. Hij wil de vrijheid opzoeken, de Zeeuwse luchten inruilen voor de stad van het licht, Parijs.
Het relaas van Solle is het relaas van een vriendschap en een zielsverwantschap, met daarachter een vraag die ons levenslang bezig houdt: Wat is dat eigenlijk precies, thuis? Zijn we thuis in een vriendschap, een liefde? Of in een bepaald landschap, de populieren op de dijk, de weidse horizon? Solle weet alleen dat hij in Parijs niet zichzelf is, maar ook dat hij op het land achter de dijken soms het gevoel heeft Jacques te hebben verraden. De dramatische gebeurtenissen rond Jacques dwingen hem een besluit te nemen, over zijn thuis en zijn toekomst. (Achterflap).
Leeservaring
Het relaas van Solle, een betere titel zou ik niet hebben kunnen bedenken. Dit is niet gewoon het vertellen van een verhaal, een overzicht van belangrijke gebeurtenissen in een mensenleven. Het is een relaas: een heerlijk, weinig gebruikt woord, dat aangeeft hoe gedreven Solle is om aan de lezer te vertellen hoezeer hij verknocht was aan zijn vriend, hoe moeilijk de keuzes waren die hij moest maken en hoeveel verdriet hij had toen zijn vriend overleed.
Het perspectief van het verhaal ligt grotendeels bij Solle. Ook doet zo nu en dan de alwetende verteller het woord. Via flashbacks of de verhalen van anderen aan Solle komen we meer te weten over de geschiedenis van zijn ouders en grootouders. Het oorlogsverleden van zijn vader (opgepakt na het helpen van onderduikers en verzet plegen), de ontmoeting met zijn Deense moeder, de verloren dromen van zijn vader, die ook geacht werd het boerenbedrijf voort te zetten. Want al eeuwen woonden de Landa's op La Solitude, eerst als pachters, later als herenboeren. Die verplichting voelt ook Solle, maar als hij eenmaal studeert aan de Landbouw Universiteit in Wageningen gaat het steeds meer knellen. Zijn vader begrijpt het, maar laat hem de keuze.
Ook Jacques verzet zich tegen zijn afkomst: zijn titel van Baron d'Ulm geeft hem verplichtingen die hij voelt als belemmeringen van zijn vrijheid. En hoewel de jongens zielsveel van elkaar houden en een hechte relatie hebben, zien ze elkaar weinig: Jacques zoekt de vrijheid en het vertier in Parijs, Solle zoekt hem af en toe op, maar blijft toch hangen op het eiland waar hij geboren werd en waar hij van houdt. En waar zijn lotsbestemming ligt. Tot Jacques ernstig ziek wordt en alles op z'n kop komt te staan en er keuzes gemaakt moeten worden.
Het schilderij van een knappe jongeman op de voorkant van het boek oogt 19de eeuws. De stijl waarin het geschreven is, past daar over het algemeen prima bij. De woorden: "een taal die tegelijk eenvoudig en elegant is" (Hans Warren) en onderstaande zinnen uit een recensie van Jos Radstake typeren dat: "Het Zeeuwse landschap (van voor de oprukkende industrieën) wordt arcadisch, in voorname stijl, met fraaie archaïsmen, beschreven." Ik had geregeld het gevoel een historische roman te lezen, maar werd dan door iets wat ik voor een anachronisme aanzag, teruggebracht naar de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw.
Andreas Oosthoek (1942) schreef een groot deel van Het relaas van Solle in 1974, na het overlijden van een goede vriend. Lange tijd leek het manuscript verdwenen, pas in 2014 werd het bij een verhuizing teruggevonden en met enige toevoegingen omgezet in dit boek. Dat verklaart ook waarom de stijl hier en daar aan een relaas doet denken: geschreven met de gedrevenheid van iemand die een verdriet moet verwerken en de herinneringen wil vastleggen voor ze verbleken.
Beschrijving van een lagere schoolfoto van Dankert-Jan Landa (zijn officiële naam): "Daar is een groot raam, de onderruit in matglas, met daarachter een kastanjeboom. Hier onder deze boom, is het straf gepeste kind van La Solitude het kreng van Solle geworden. Een blonde buutendieker die op de momenten die hem passen het recht in eigen hand neemt. Een Noorman zonder schip, maar met een haven. Een boerenzoontje dat naar het gymnasium zal gaan. Latijn, Grieks, finten en trunten, moeilijke muziek, hoogmoed voor de val. Een vinnig ventje dat wel.".
Of als Jacques ziek naar huis gekomen is: " De huisarts heeft het over een zorgelijke toestand. Hij verwijst naar het streekziekenhuis en dringt aan op snelle actie. Opnieuw de testen en de stalen. De uitslagen. Meer vraagtekens dan zekerheid. Jacques moet rust nemen en houden. Verscherpt toezicht op Effentende (red. het Landgoed). Er wordt een verzorgster aangesteld. Jacques spreekt over het Hoge Huis als over het veldhospitaal. De situatie verslechtert snel. Opname in het ziekenhuis volgt. Niemand weet raad met het afwijkend bloedbeeld. Het is er, ontegenzeggelijk, maar wat is de herkomst? De patiënt wordt overgebracht naar het ziekenhuis in de hoofdstad. Daar wordt hij in isolatie geplaatst. Er is een vermoeden van besmettingsgevaar. "Quarantaine, opsluiting", fulmineert Solle."
Kunst en muziek, afkomst en bestemming, liefde zijn belangrijke motieven in het boek. Als ze ter sprake komen, past ook de stijl zich aan, wordt elegant en beeldend, rustiger. De onbevangen liefdesgeschiedenis tussen de beide jongens krijgt op een vanzelfsprekende manier gestalte, de liefde en de steun van de ouders voor hun zonen ook.
Al met al is dit een heel bijzonder boek geworden, zowel door het verhaal als de manier van vertellen. Maar ook door het thema. Waar is je thuis? Op een geliefde plek of bij een geliefd persoon? Wanneer ben je echt vrij? Als je op de vlucht bent voor je verplichtingen of lotsbestemming? Of als je je er naar richt? Als je naar eer en geweten je eigen keuzes maakt? Kan dat wel?
Dank Cossee, voor alweer zo'n puur Nederlands pareltje!
Andreas Oosthoek - Het relaas van Solle. Amsterdam, Cossee, 2015. Paperback, 221 pg., isbn 978-90-5936-569-8.
Ik las dit boek als 18/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).
© JannieTr, mei 2015.
Samenvatting
Solle groeit op in de Zeeuwse polder van de jaren vijftig, waar hij later het familiebedrijf zal overnemen. Als boerenzoon op het gymnasium valt hij uit de toon, maar dan ontmoet hij de excentrieke Jacques - een buitenbeentje , net als hij. De jongens worden al snel onafscheidelijk.
Terwijl Solle zich sterk verbonden voelt met zijn geschiedenis en famlie, wil de jonge baron Jacques Christophe d'Ulm de wijde wereld in. Hij wil de vrijheid opzoeken, de Zeeuwse luchten inruilen voor de stad van het licht, Parijs.
Het relaas van Solle is het relaas van een vriendschap en een zielsverwantschap, met daarachter een vraag die ons levenslang bezig houdt: Wat is dat eigenlijk precies, thuis? Zijn we thuis in een vriendschap, een liefde? Of in een bepaald landschap, de populieren op de dijk, de weidse horizon? Solle weet alleen dat hij in Parijs niet zichzelf is, maar ook dat hij op het land achter de dijken soms het gevoel heeft Jacques te hebben verraden. De dramatische gebeurtenissen rond Jacques dwingen hem een besluit te nemen, over zijn thuis en zijn toekomst. (Achterflap).
Leeservaring
Het relaas van Solle, een betere titel zou ik niet hebben kunnen bedenken. Dit is niet gewoon het vertellen van een verhaal, een overzicht van belangrijke gebeurtenissen in een mensenleven. Het is een relaas: een heerlijk, weinig gebruikt woord, dat aangeeft hoe gedreven Solle is om aan de lezer te vertellen hoezeer hij verknocht was aan zijn vriend, hoe moeilijk de keuzes waren die hij moest maken en hoeveel verdriet hij had toen zijn vriend overleed.
Het perspectief van het verhaal ligt grotendeels bij Solle. Ook doet zo nu en dan de alwetende verteller het woord. Via flashbacks of de verhalen van anderen aan Solle komen we meer te weten over de geschiedenis van zijn ouders en grootouders. Het oorlogsverleden van zijn vader (opgepakt na het helpen van onderduikers en verzet plegen), de ontmoeting met zijn Deense moeder, de verloren dromen van zijn vader, die ook geacht werd het boerenbedrijf voort te zetten. Want al eeuwen woonden de Landa's op La Solitude, eerst als pachters, later als herenboeren. Die verplichting voelt ook Solle, maar als hij eenmaal studeert aan de Landbouw Universiteit in Wageningen gaat het steeds meer knellen. Zijn vader begrijpt het, maar laat hem de keuze.
Ook Jacques verzet zich tegen zijn afkomst: zijn titel van Baron d'Ulm geeft hem verplichtingen die hij voelt als belemmeringen van zijn vrijheid. En hoewel de jongens zielsveel van elkaar houden en een hechte relatie hebben, zien ze elkaar weinig: Jacques zoekt de vrijheid en het vertier in Parijs, Solle zoekt hem af en toe op, maar blijft toch hangen op het eiland waar hij geboren werd en waar hij van houdt. En waar zijn lotsbestemming ligt. Tot Jacques ernstig ziek wordt en alles op z'n kop komt te staan en er keuzes gemaakt moeten worden.
Het schilderij van een knappe jongeman op de voorkant van het boek oogt 19de eeuws. De stijl waarin het geschreven is, past daar over het algemeen prima bij. De woorden: "een taal die tegelijk eenvoudig en elegant is" (Hans Warren) en onderstaande zinnen uit een recensie van Jos Radstake typeren dat: "Het Zeeuwse landschap (van voor de oprukkende industrieën) wordt arcadisch, in voorname stijl, met fraaie archaïsmen, beschreven." Ik had geregeld het gevoel een historische roman te lezen, maar werd dan door iets wat ik voor een anachronisme aanzag, teruggebracht naar de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw.
Andreas Oosthoek (1942) schreef een groot deel van Het relaas van Solle in 1974, na het overlijden van een goede vriend. Lange tijd leek het manuscript verdwenen, pas in 2014 werd het bij een verhuizing teruggevonden en met enige toevoegingen omgezet in dit boek. Dat verklaart ook waarom de stijl hier en daar aan een relaas doet denken: geschreven met de gedrevenheid van iemand die een verdriet moet verwerken en de herinneringen wil vastleggen voor ze verbleken.
Beschrijving van een lagere schoolfoto van Dankert-Jan Landa (zijn officiële naam): "Daar is een groot raam, de onderruit in matglas, met daarachter een kastanjeboom. Hier onder deze boom, is het straf gepeste kind van La Solitude het kreng van Solle geworden. Een blonde buutendieker die op de momenten die hem passen het recht in eigen hand neemt. Een Noorman zonder schip, maar met een haven. Een boerenzoontje dat naar het gymnasium zal gaan. Latijn, Grieks, finten en trunten, moeilijke muziek, hoogmoed voor de val. Een vinnig ventje dat wel.".
Of als Jacques ziek naar huis gekomen is: " De huisarts heeft het over een zorgelijke toestand. Hij verwijst naar het streekziekenhuis en dringt aan op snelle actie. Opnieuw de testen en de stalen. De uitslagen. Meer vraagtekens dan zekerheid. Jacques moet rust nemen en houden. Verscherpt toezicht op Effentende (red. het Landgoed). Er wordt een verzorgster aangesteld. Jacques spreekt over het Hoge Huis als over het veldhospitaal. De situatie verslechtert snel. Opname in het ziekenhuis volgt. Niemand weet raad met het afwijkend bloedbeeld. Het is er, ontegenzeggelijk, maar wat is de herkomst? De patiënt wordt overgebracht naar het ziekenhuis in de hoofdstad. Daar wordt hij in isolatie geplaatst. Er is een vermoeden van besmettingsgevaar. "Quarantaine, opsluiting", fulmineert Solle."
Kunst en muziek, afkomst en bestemming, liefde zijn belangrijke motieven in het boek. Als ze ter sprake komen, past ook de stijl zich aan, wordt elegant en beeldend, rustiger. De onbevangen liefdesgeschiedenis tussen de beide jongens krijgt op een vanzelfsprekende manier gestalte, de liefde en de steun van de ouders voor hun zonen ook.
Al met al is dit een heel bijzonder boek geworden, zowel door het verhaal als de manier van vertellen. Maar ook door het thema. Waar is je thuis? Op een geliefde plek of bij een geliefd persoon? Wanneer ben je echt vrij? Als je op de vlucht bent voor je verplichtingen of lotsbestemming? Of als je je er naar richt? Als je naar eer en geweten je eigen keuzes maakt? Kan dat wel?
Dank Cossee, voor alweer zo'n puur Nederlands pareltje!
Andreas Oosthoek - Het relaas van Solle. Amsterdam, Cossee, 2015. Paperback, 221 pg., isbn 978-90-5936-569-8.
Ik las dit boek als 18/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).
© JannieTr, mei 2015.
woensdag 6 mei 2015
Marlies Brenters - Overzee
Toen ik in de derde klas van de H.B.S. zat, kregen we er voor 1 jaar een klasgenootje bij: Leny Fornara heette ze. Het was de dochter van wat tegenwoordig een expat heet: haar vader werkte bij Shell op Aruba. Ze woonde er vanaf haar derde. En ze kwamen voor een jaar op verlof naar Nederland. We werden vriendinnen en bleven corresponderen toen ze weer naar Aruba vertrok. Later verwaterde het contact, maar vergeten deed ik haar nooit. Leny was voor mij een bijzonder meisje: Nederlands en toch ook weer niet. Ik kon niet goed begrijpen waarom dat zo voelde. Toen ik las over het boek van Marlies Brenters, over een expat-dochter op Curaçao, hoopte ik daarin iets te kunnen lezen over het mysterie dat ik niet kon oplossen. Deels is dat uitgekomen, maar ik zal het daarvoor toch nog een keer moeten lezen.
Samenvatting
In Overzee van Marlies Brenters maakt Stella als jong meisje de bevolkingsopstand van 30 mei 1969 op het eiland Curaçao van dichtbij mee. Toch beleefde ze als kind van expats een heerlijke jeugd op het eiland. Na veertig jaar keert ze terug voor een vakantie. Ze logeert op een voormalige plantage waar een geëmigreerd Nederlands stel vakantiehuisjes verhuurt. Haar verblijf roept nostalgische gevoelens op, maar brengt haar ook in verwarring. De gevolgen van de slavernij zijn nog altijd voelbaar in de samenleving en Stella bekijkt haar eigen jeugd, met de normen en waarden van toen, met andere ogen.
Dan stoot zij op informatie die haar ouders voor haar verzwegen hebben. Een familiegeheim verandert haar verblijf in een zoektocht, die haar terug voert naar de swingende jaren zestig en zeventig en haar leidt naar alle uithoeken van het kleurrijke eiland. Brenters schreef met Overzee haar spannende debuutroman, geïnspireerd op haar eigen ervaringen als expatkind op Curaçao. (AbmoAnthos).
Leeservaring
Laat ik met het nawoord beginnen. Marlies Brenters legt daarin uit hoe ze te werk is gegaan en waar ze haar informatie vandaan heeft gehaald. Zo komt de informatie over de (gefictionaliseerde) personages die een hoofdrol spelen in het (waargebeurde) verhaal over de Opstand, uit rapporten en krantenartikelen. En via een gesprek met de toenmalige directeur van Shell in Curaçao kon ze zich een beeld vormen over hoe hij de gebeurtenissen van destijds zag en over de huidige verhoudingen in de Curaçaose samenleving.
Verder stelt ze:
"Ik heb geprobeerd om een beeld te geven van het verleden en het heden van Curaçao, gezien vanuit het perspectief van mensen met verschillende achtergronden. Maar het is niet de hele werkelijkheid, dat realiseer ik me. Net zomin als er één waarheid bestaat over de oorzaken van de opstand van 30 mei 1969, is het mogelijk om volledig recht te doen aan hoe Curaçao toen was en nu is. Of zoals ik iemand in mijn boek laat zeggen: in hoe je naar de dingen op Curaçao kijkt, klinkt altijd je eigen herkomst door."
Met die laatste zin in mijn achterhoofd heb ik het boek gelezen, omdat dat ook een wezenlijk onderdeel is van hoe lezers met verschillende achtergronden naar het verhaal zullen kijken.
Hoofdpersoon Stella is journaliste, niet de onderzoekjournaliste die ze graag geworden was, maar vooral een voor reistijdschriften en vrouwenbladen. Als haar kinderen uitvliegen en ze bij het opruimen van het huis van haar ouders tussen de papieren informatie vindt die haar intrigeert, besluit ze voor zes weken naar Curaçao te gaan: voor een vakantie, om na te denken over haar toekomst en om toch weer eens bezig te zijn als onderzoeksjournalist, waarbij ze de Opstand van mei 1969 min of meer als excuus voor de reis gebruikt.
Het perspectief ligt in het gehele boek bij haar. En zo kunnen we haar op alle drie de gebieden volgen.
1. Hoe het is om weer terug te zijn op het eiland van haar jeugd: dat erg veranderd is en waar ze vooral als toerist benaderd wordt. Steeds als ze denkt er weer bij te horen als oud-bewoner van het eiland wordt ze fijntjes op haar nummer gezet.
2. Hoe langer ze er is (en ze gaat later in het verhaal nog een keer terug), hoe meer ze het gevoel krijgt dat ze voorgoed terug wil, dat dit toch ondanks alles als haar echte thuis voelt.
3. Het onderzoek naar de Opstand verandert langzaam in een onderzoek naar het familiegeheim dat zich openbaart tijdens het oorspronkelijke onderzoek.
De verwevenheid van die drie verhaallijnen geeft het boek wat extra dynamiek. Het houdt de spanning vast, maar het bracht me ook in verwarring. Wat was de bedoeling van dit boek? Een roman schrijven om de Opstand zo aandacht te kunnen geven en om de Curaçaose samenleving van toen en nu terloops naast elkaar te kunnen zetten? Of om de zoektocht van een vrouw naar haar wortels en toekomstperspectief te beschrijven, met het onderzoek naar de Opstand als bijzaak?
Ik had nog nooit van de Opstand gehoord en was er best in geïnteresseerd. Maar de informatie erover die door het verhaal heen schemerde, was voor mij niet genoeg, zodat ik op internet (KLIK HIER) naar meer zocht. Het slavernijverleden, de verhouding met de blanke overheersers, de naweeën daarvan, die kende ik al uitgebreider, voornamelijk uit Surinaamse bron. Deze aspecten komen voldoende naar voren in het boek. Dat de bevolking van nu heel gevarieerd is en al naar gelang de persoonlijke achtergrond zijn rol speelt in de samenleving en er een mening over heeft, wordt zonder meer duidelijk.
Als ik het boek als een roman moet bespreken, dan moet ik naar andere aspecten kijken: de karakters, de stijl, de spanningsopbouw, de sfeertekening. De sfeertekening lijkt me geslaagd. Ik ben er nooit geweest, maar kon me er prima een voorstelling van maken. Met de spanningsopbouw was ook weinig mis: allerlei onverwachte wendingen speelden daar een rol in, zoals het familiegeheim, de gebeurtenissen rond het vakantieverblijf en een romantische affaire. De karaktertekening was hier en daar wat vlak, zelfs Stella kwam niet helemaal uit de verf. Daarentegen was Hennie (de Nederlandse die op de voormalige plantage een vakantieparkje trachtte te stichten) bijna een karikatuur. Met haar extreme afkeer van en angst voor de Curaçaose bevolking, haar drang naar alles te willen zoals het in Nederland gaat en haar onwil zich te verdiepen in de historische aspecten en het bewaren van historische overblijfselen uit de tijd van de slavernij. Ze zullen best bestaan, deze nieuwe soort inwoners van Curaçao, maar het kwam hier wat geforceerd over.
Wat de stijl betreft: voor mij had het allemaal wel wat compacter gemogen. Hier was inderdaad een journaliste aan het woord. Het had aan kracht gewonnen als er in het verhaal minder "voortgebabbeld" was. Literaire accenten als mooie beeldspraken of symboliek ben ik weinig tegengekomen. Maar ik realiseer me dat dat met persoonlijke smaak te maken heeft. Er zullen genoeg mensen zijn die het met plezier lezen. Spannend genoeg en een bredere blik voor wie er op vakantie naar toe gaat.
En dat brengt me terug bij mijn Nederlands/Arubaanse vriendin Leny. Ik ontmoette haar voor het laatst in Rotterdam. Via deze link Helena Engelbrecht Fornara vond ik haar terug als dichteres en las haar levensverhaal. Heimwee naar Aruba... Net als Stella heimwee blijft houden naar Curaçao. Als er een ding duidelijk wordt, is het wel dat de plaats waar je opgroeit, voor altijd invloed zal hebben op waar je je het meest thuis zult voelen. Als je dit leest Leny, wil je dan contact met me opnemen? Ik zou zo graag nog eens wat van je horen!
Marlies Brenters - Overzee. Amsterdam, Ambo/Anthos, 2015. Paperback, 274 pg., isbn: 978-90-263-3061-2.
Ik las dit boek als 19/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).
© JannieTr, mei 2015.
Samenvatting
In Overzee van Marlies Brenters maakt Stella als jong meisje de bevolkingsopstand van 30 mei 1969 op het eiland Curaçao van dichtbij mee. Toch beleefde ze als kind van expats een heerlijke jeugd op het eiland. Na veertig jaar keert ze terug voor een vakantie. Ze logeert op een voormalige plantage waar een geëmigreerd Nederlands stel vakantiehuisjes verhuurt. Haar verblijf roept nostalgische gevoelens op, maar brengt haar ook in verwarring. De gevolgen van de slavernij zijn nog altijd voelbaar in de samenleving en Stella bekijkt haar eigen jeugd, met de normen en waarden van toen, met andere ogen.
Dan stoot zij op informatie die haar ouders voor haar verzwegen hebben. Een familiegeheim verandert haar verblijf in een zoektocht, die haar terug voert naar de swingende jaren zestig en zeventig en haar leidt naar alle uithoeken van het kleurrijke eiland. Brenters schreef met Overzee haar spannende debuutroman, geïnspireerd op haar eigen ervaringen als expatkind op Curaçao. (AbmoAnthos).
Leeservaring
Laat ik met het nawoord beginnen. Marlies Brenters legt daarin uit hoe ze te werk is gegaan en waar ze haar informatie vandaan heeft gehaald. Zo komt de informatie over de (gefictionaliseerde) personages die een hoofdrol spelen in het (waargebeurde) verhaal over de Opstand, uit rapporten en krantenartikelen. En via een gesprek met de toenmalige directeur van Shell in Curaçao kon ze zich een beeld vormen over hoe hij de gebeurtenissen van destijds zag en over de huidige verhoudingen in de Curaçaose samenleving.
Verder stelt ze:
"Ik heb geprobeerd om een beeld te geven van het verleden en het heden van Curaçao, gezien vanuit het perspectief van mensen met verschillende achtergronden. Maar het is niet de hele werkelijkheid, dat realiseer ik me. Net zomin als er één waarheid bestaat over de oorzaken van de opstand van 30 mei 1969, is het mogelijk om volledig recht te doen aan hoe Curaçao toen was en nu is. Of zoals ik iemand in mijn boek laat zeggen: in hoe je naar de dingen op Curaçao kijkt, klinkt altijd je eigen herkomst door."
Met die laatste zin in mijn achterhoofd heb ik het boek gelezen, omdat dat ook een wezenlijk onderdeel is van hoe lezers met verschillende achtergronden naar het verhaal zullen kijken.
Hoofdpersoon Stella is journaliste, niet de onderzoekjournaliste die ze graag geworden was, maar vooral een voor reistijdschriften en vrouwenbladen. Als haar kinderen uitvliegen en ze bij het opruimen van het huis van haar ouders tussen de papieren informatie vindt die haar intrigeert, besluit ze voor zes weken naar Curaçao te gaan: voor een vakantie, om na te denken over haar toekomst en om toch weer eens bezig te zijn als onderzoeksjournalist, waarbij ze de Opstand van mei 1969 min of meer als excuus voor de reis gebruikt.
Het perspectief ligt in het gehele boek bij haar. En zo kunnen we haar op alle drie de gebieden volgen.
1. Hoe het is om weer terug te zijn op het eiland van haar jeugd: dat erg veranderd is en waar ze vooral als toerist benaderd wordt. Steeds als ze denkt er weer bij te horen als oud-bewoner van het eiland wordt ze fijntjes op haar nummer gezet.
2. Hoe langer ze er is (en ze gaat later in het verhaal nog een keer terug), hoe meer ze het gevoel krijgt dat ze voorgoed terug wil, dat dit toch ondanks alles als haar echte thuis voelt.
3. Het onderzoek naar de Opstand verandert langzaam in een onderzoek naar het familiegeheim dat zich openbaart tijdens het oorspronkelijke onderzoek.
De verwevenheid van die drie verhaallijnen geeft het boek wat extra dynamiek. Het houdt de spanning vast, maar het bracht me ook in verwarring. Wat was de bedoeling van dit boek? Een roman schrijven om de Opstand zo aandacht te kunnen geven en om de Curaçaose samenleving van toen en nu terloops naast elkaar te kunnen zetten? Of om de zoektocht van een vrouw naar haar wortels en toekomstperspectief te beschrijven, met het onderzoek naar de Opstand als bijzaak?
Ik had nog nooit van de Opstand gehoord en was er best in geïnteresseerd. Maar de informatie erover die door het verhaal heen schemerde, was voor mij niet genoeg, zodat ik op internet (KLIK HIER) naar meer zocht. Het slavernijverleden, de verhouding met de blanke overheersers, de naweeën daarvan, die kende ik al uitgebreider, voornamelijk uit Surinaamse bron. Deze aspecten komen voldoende naar voren in het boek. Dat de bevolking van nu heel gevarieerd is en al naar gelang de persoonlijke achtergrond zijn rol speelt in de samenleving en er een mening over heeft, wordt zonder meer duidelijk.
Als ik het boek als een roman moet bespreken, dan moet ik naar andere aspecten kijken: de karakters, de stijl, de spanningsopbouw, de sfeertekening. De sfeertekening lijkt me geslaagd. Ik ben er nooit geweest, maar kon me er prima een voorstelling van maken. Met de spanningsopbouw was ook weinig mis: allerlei onverwachte wendingen speelden daar een rol in, zoals het familiegeheim, de gebeurtenissen rond het vakantieverblijf en een romantische affaire. De karaktertekening was hier en daar wat vlak, zelfs Stella kwam niet helemaal uit de verf. Daarentegen was Hennie (de Nederlandse die op de voormalige plantage een vakantieparkje trachtte te stichten) bijna een karikatuur. Met haar extreme afkeer van en angst voor de Curaçaose bevolking, haar drang naar alles te willen zoals het in Nederland gaat en haar onwil zich te verdiepen in de historische aspecten en het bewaren van historische overblijfselen uit de tijd van de slavernij. Ze zullen best bestaan, deze nieuwe soort inwoners van Curaçao, maar het kwam hier wat geforceerd over.
Wat de stijl betreft: voor mij had het allemaal wel wat compacter gemogen. Hier was inderdaad een journaliste aan het woord. Het had aan kracht gewonnen als er in het verhaal minder "voortgebabbeld" was. Literaire accenten als mooie beeldspraken of symboliek ben ik weinig tegengekomen. Maar ik realiseer me dat dat met persoonlijke smaak te maken heeft. Er zullen genoeg mensen zijn die het met plezier lezen. Spannend genoeg en een bredere blik voor wie er op vakantie naar toe gaat.
En dat brengt me terug bij mijn Nederlands/Arubaanse vriendin Leny. Ik ontmoette haar voor het laatst in Rotterdam. Via deze link Helena Engelbrecht Fornara vond ik haar terug als dichteres en las haar levensverhaal. Heimwee naar Aruba... Net als Stella heimwee blijft houden naar Curaçao. Als er een ding duidelijk wordt, is het wel dat de plaats waar je opgroeit, voor altijd invloed zal hebben op waar je je het meest thuis zult voelen. Als je dit leest Leny, wil je dan contact met me opnemen? Ik zou zo graag nog eens wat van je horen!
Marlies Brenters - Overzee. Amsterdam, Ambo/Anthos, 2015. Paperback, 274 pg., isbn: 978-90-263-3061-2.
Ik las dit boek als 19/30 van de Ik Lees Nederlands uitdaging 2015 (KLIK HIER).
© JannieTr, mei 2015.
Abonneren op:
Posts (Atom)













