dinsdag 24 januari 2017

Over goeroe's en coaches

Goeroe is een woord dat pas een beetje "ingeburgerd" raakte in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw: de tijd van hippies en flowerpower. India werd toen het land waar je moest zijn voor spirituele ontwikkeling. Vooral toen de Beatles met de Maharishi en met Ravi Shankar te maken kregen raakten steeds meer jongeren geïnteresseerd in het verre land en zijn goeroe's. In een tijd waarin mensen meer ruimte kregen om op zoek te gaan naar andere zaken dan werk en inkomen, moet India veel mensen hebben aangetrokken die hoopten Sai Baba, Bhagwan of Ramana Maharishi te ontmoeten. In oranje kleding zongen de Hare Krishna's hun mantra in de straten van Amsterdam: „Hare Krisjna Hare Krisjna Krisjna Krisjna Hare Hare Hare Rama Hare Rama Rama Rama Hare Hare.” Het werd een hit, want ik kan het nog nazingen, al was ik nooit een aanbidder van de Hindoegod Krisjna.

Volgens het spiritueel woordenboek:
Het begrip goeroe, ook wel gespeld als guru, is afkomstig uit het hindoeïsme waar goeroes de goddelijke teksten mondeling doorgaven aan nieuwe generaties. Inmiddels wordt het begrip goeroe breed gebruikt bij spirituele leiders met veel volgelingen. In die zin heeft goeroe soms een negatieve bijklank. Mensen volgen blind het door een goeroe uitgestippelde pad. Er wordt weinig ruimte gegeven aan het individu en de sociale druk is groot. 

Spiritueel leraar Krishnamurti probeerde zijn volgelingen duidelijk te maken dat "hij die zonder kritisch nadenken een ander volgt" ophoudt de waarheid te volgen. Maar blijkbaar is dat teveel gevraagd en bestaat er een grote behoefte bij sommigen om "klakkeloos een leider te volgen". Onder sociale druk kun je ook verstaan het volgen van een hype.

Coach is meer een woord van deze tijd. Coaching is de vorm van begeleiding die erop gericht is mensen in positieve zin te veranderen: door bewustwording en persoonlijke groei, het vergroten van het zelfvertrouwen en het ontdekken, ontwikkelen en toepassen van de eigen mogelijkheden. Inzicht in het eigen gedrag is een vorm van leren die vrijwel direct een blijvend effect heeft.

Uiteindelijk bepaal je zelf of je van een coach een goeroe wilt maken of van een goeroe een coach. Het verschil zit 'm slechts in hoeverre je je eigen kritisch vermogen wenst los te laten resp. te gebruiken.

Een lange inleiding bij vraag 4 van #50books van Martha: Lees jij wel eens boeken van goeroes? 

Wie staan er in mijn boekenkast? 

- Om te beginnen de Dalai Lama. Voor mij een goeroe van de ouderwetse soort: iemand die je met wijze en vaak ook zeer nuchtere uitspraken aan het denken zet.
- Nog zo iemand is Anselm Grün, een Duitse Benedictijner pater. Je hoeft niet gelovig te zijn om ook in zijn inzichten en uitspraken een bron van wijsheid te ontdekken.

- Dan aardser: Els Jacobs - Aan de slag met de Huishoudcoach. Een overzichtelijk en praktisch boek. Met handige tips en inzicht in herkenbare, onzinnige gedachten ("deze broek draag ik nooit want die zit niet lekker, maar ik heb er veel voor betaald, weggooien is dus geen optie") en zicht op je valkuilen. Ik pak er die dingetjes uit die ik gebruiken kan, wijs af wat niet bij me past en kijk er zo nu en dan in. Bij mij dus geen boeken van goeroe (in de huidige betekenis van het woord) Marie Kondo.

- Voor gezond eten en/of afvallen net zoiets. Geen goeroe's van het Voedingscentrum, geen Sonja Bakker, geen enkele andere goeroe met een (soms zelfs gevaarlijke) voedselhype.
Alleen de Voedselzandloper van Kris Verburgh heeft een plaatsje in mijn kast gekregen. Die heb ik dan ook eerst heel kritisch gelezen: ook de eerste helft van het boek met veel wetenschappelijke en niet altijd eenvoudige informatie. En daarna de tweede helft, die daar op gebaseerd is en meer ingaat op wat verstandig zou kunnen zijn om te eten en drinken. Ik heb vervolgens mijn eigen afwegingen gemaakt en een heel persoonlijk eetpatroon samengesteld.

De hype die ontstond rond De Voedselzandloper werd veroorzaakt door mensen die van Verburgh een goeroe maakten en klakkeloos volgens de getekende zandloper gingen eten. Daar heeft hij niet om gevraagd. Inzicht in je eetgewoonten en wat het voor je gezondheid kan betekenen als je ze aanpast zou de doorslag moeten geven. Maar voor dat inzicht moet je dus wel moeite doen. En niet meteen weer overstappen op de volgende hype.

In de media kreeg hij nooit de kans goed uit te leggen waar het over ging. Hij is al niet erg mediageniek en als je dan bij Pauw en Witteman belachelijk wordt gemaakt en aangevallen door de rest van het gezelschap (waaronder de nodigen met een dubbele agenda) dan heb je niet veel kans de zinnigheid van je bevindingen uit te leggen. Dàt ze zinnig zijn, werd o.a. bewezen door het feit dat twee zorgverzekeraars inmiddels een op zijn bevindingen gebaseerd programma betalen voor diabetisch-2 patiënten, dat hun medicijngebruik danig terug schroeft of zelfs overbodig maakt.
Maarten 't Hart had het hoogste woord, maar wie (zoals ik deed) zijn Dovemansorendieet naast De Voedselzandloper legt, ontdekt vermakelijke overeenkomsten. Dat boek staat overigens ook in mijn boekenkast. Enig om te lezen. Je leest mijn vergelijking tussen deze beide boeken: HIER.

Dus: ik ben allergisch voor goeroe's in de huidige betekenis van het woord. Daarvoor ben ik toch teveel een vrijdenker. Coaches kan ik soms wel gebruiken, op allerlei gebied. Maar dat was de vraag niet.......

© Jannie Trouwborst, januari 2017.

Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden van anderen. Wil je ook meedoen? Iedereen is vrij om de vragen te beantwoorden zoals hij of zij wil. Laat een link naar je eigen blog achter in de reacties onder het blog van Martha (KLIK HIER) of alleen je reactie. Zo kan iedereen lezen wat jij ervan vindt.  In 2016 was Hendrik-Jan de Wit de gastheer van de serie #50books. In 2013 en 2015 werden de vragen gesteld door Peter Pellenaars. In 2014 nam Martha de honneurs waar.



donderdag 19 januari 2017

Poëzie: Het Liegend Konijn

Op de laatste donderdag van januari is het traditiegetrouw Gedichtendag. Poëzieliefhebbers in Nederland en Vlaanderen organiseren die dag een grote diversiteit aan poëzieactiviteiten. Voor de enorme hoeveelheid optredens, publicaties, poëzieprijzen, -programma’s en -activiteiten is één dag echter simpelweg veel te kort! Daarom is het tevens de start van de jaarlijkse poëzieweek die tot en met 2 februari zal duren. Meer daarover is te vinden op de website http://www.poezieweek.com/

Net als bij de Boekenweek hoort bij de poëzieweek een geschenk. Het thema van de week is dit jaar "humor". Het zal dan ook niet verbazen dat het poëtische geschenk geschreven is door Jules Deelder: Rotterdamse kost. Wie in deze week € 12,50 uitgeeft aan dichtbundels ontvangt het gratis.

Het was Ellen Deckwitz die met haar Olijven moet je leren eten in juni dit jaar een lans brak voor de poëzie. Dat de Cursus genieten van poëzie aanslaat, mag blijken uit het feit dat in september al de 3de druk verscheen. Dankzij haar "poëzie voor dummies" ontdekken velen dat poëzie misschien toch wel de moeite waard is om eens te proberen. Een tip voor beginners is, volgens de auteur, bloemlezingen door te nemen om zo de dichters te ontdekken die je aanspreken.

Een goed voorbeeld daarvan is Het Liegend Konijn onder redactie van de Vlaming Jozef Deleu. Tweemaal per jaar verschijnt dit Tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie. Voor mij ligt jaargang 14, nummer 2, oktober 2016. Daarin staan 167 nieuwe gedichten van 32 dichters. Ik zie bekende namen staan als: Anna Enquist, Eva Gerlach, Ingmar Heytze, Geert van Istendael, Hester Knibbe, Jan Lauwereijns, Yannick Dangre. Maar er vallen in de dikke bundel (232 pg.) genoeg minder bekende dichters te ontdekken. Volgens Vrij Nederland: 'Voor wie wil weten wat er in de Nederlandstalige poëzie gebeurt, is Het Liegend Konijn onmisbaar'. Misschien een idee om het in de poëzieweek te kopen? Dan krijg je Jules Deelder er gratis bij!

Mijn keuze: Geert van Istendael (1947) uit zijn recentste bundel Het was wat was (2015):

De kom die ik kapot liet vallen

Je had twee strepen, donkerbruin en goud,
geverfd, helemaal rond. De rest was gelig,
met luie ribbels naar beneden, oud,
vooroorlogs, toen mijn ongetrouwde tante,
je heeft gekocht, jou, inhoud en behoud.

Nu val je uit mijn linkerhanden. Scherven,
geen redden aan. Meer dan een mensenleven
heb jij gediend. Waarom dit domme sterven?

Het tijdschrift is in de boekhandel in Nederland en Vlaanderen te koop, maar ook te bestellen via de site van Het Liegend Konijn of uitgeverij Polis.

© Jannie Trouwborst, januari 2017.

zondag 15 januari 2017

Zit je al een beetje in het boek dat je nu leest?

Zit je al een beetje in het boek dat je nu leest? Dat is de 3de vraag van Martha in de nieuwe serie #50books (KLIK HIER).  Een hele zinnige vraag, want één van de belemmeringen bij het lezen kan zijn dat het boek je niet boeit en dat je het daarom niet zo snel weer oppakt om verder te lezen.

Nu vermoed ik dat Martha het over fictie heeft. En ik lees de laatste tijd toevallig veel non-fictie. Maar zelfs daarvoor kan gelden dat een onderwerp dat interessant lijkt op een saaie (en dus niet pakkende) manier beschreven wordt of juist op een boeiende.

Laat ik het eerst hebben over één van de vorige boeken dat ik las, ook non-fictie: Cees Pluijm over Radio Kootwijk, het zendstation, het dorp en de omgeving (KLIK HIER). Ik vond het niet leuk, dat het terug moest naar de bibliotheek. Het was niet alleen mooi uitgevoerd, maar ook goed geschreven, boeiend, helder, afwisselend en goed opgebouwd. Ik zat er snel in en bleef tot het eind nieuwsgierig. Ik leen het nog wel eens, denk ik.

Nu lees ik Baukje Prins - Gemengde gevoelens: Molukse en Nederlandse klasgenoten in de jaren zestig. Ik ben inmiddels bij hoofdstuk 6 (blz. 90 van de 260). Ik pak het wel steeds weer op om verder te lezen, maar ik heb er een beetje dubbel gevoel over. Ik las al meer over de Molukse zaak en had zelf een Moluks vriendinnetje op school. Maar de manier waarop Baukje Prins het boek heeft opgebouwd, pakt me nog niet echt.
Terecht begint ze met de geschiedenis van de koloniale overheersing, vertelt daarna over het KNIL en de Ambonezen. Over de manier waarop ze onder valse voorwendselen naar Nederland zijn gebracht, met de belofte terug te mogen keren. Het is allemaal niet nieuw voor me. Daarna vertelt ze over hoe ze opgevangen werden in Nederland. Ook bekend terrein, maar iets boeiender omdat het nu verteld wordt vanuit het perspectief van de welwillende bewoners van een arme plattelandsgemeente in de Zuidoost Friesland: Oosterwolde. Miscommunicatie, onbegrip, verontwaardiging en dwarsliggen door de Molukkers als gevolg van het onrecht hen aangedaan. Toch was dat mij als feiten ook al bekend.

Ik lees het boek omdat ik meer wil weten over de verhouding tussen de klasgenoten, tussen twee zulke verschillende culturen. Hadden de kinderen daar minder problemen mee dan de volwassenen?  Ik zit nu midden in de biografie van het hoofd der school en ik vraag mij af wat die levensbeschrijving te maken heeft met het onderwerp. Misschien heb ik niet goed begrepen wat het echte thema van het boek is en wordt dat duidelijk als ik het uit heb. Toch zijn stukjes herkenning over de schooltijd en de manieren van lesgeven wel weer leuk om te lezen, maar ook daar komen nauwelijks items in voor die iets over de omgang tussen deze klasgenoten zeggen. "Een rijk en complex boek", staat er in de aanbevelingen. Kan wel kloppen: er staat veel informatie in, misschien wel te veel en het is complex, te complex wellicht. Soms leest een dergelijk boek beter, als er uitgegaan wordt van enkele klasgenoten om dan daarvan de levensloop uit te schrijven en te vergelijken. Dan gaan mensen voor je leven. En word je misschien eerder door het verhaal gepakt.

Maar we gaan het zien. Ik lees het in elk geval wel uit. Of ik er daarna nog een blog over schrijf, weet ik niet. Wat dat betreft heb ik zelf nog even Gemengde gevoelens.

© Jannie Trouwborst, januari 2017.

Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden van anderen. Wil je ook meedoen? Iedereen is vrij om de vragen te beantwoorden zoals hij of zij wil. Laat een link naar je eigen blog achter in de reacties onder het blog van Martha (KLIK HIER) of alleen je reactie. Zo kan iedereen lezen wat jij ervan vindt.  In 2016 was Hendrik-Jan de Wit de gastheer van de serie #50books. In 2013 en 2015 werden de vragen gesteld door Peter Pellenaars. In 2014 nam Martha de honneurs waar.

woensdag 11 januari 2017

Stephan Steinmetz - Asterdorp

Het Openlucht Museum in Arnhem beijvert zich de geschiedenis van Nederland te vangen in authentieke gebouwen, voorwerpen en ware verhalen. Van twee eeuwen geleden tot heel recent. Aan het eind van de 19de eeuw veranderde Nederland in razend tempo. De industriële revolutie bracht naast vooruitgang en welvaart problemen met zich mee op het gebied van de volkshuisvesting. Dat is te zien aan één van de laatste aanwinsten van het museum: twee hoge panden uit de Amsterdamse Jordaan. Aan de achterzijde verbergen ze de restanten van drie 18de-eeuwse arbeiderswoningen. De nauwe Pottenbakkersgang tussen de twee panden leidt naar deze 'achterbuurt'. Van de vele sloppen die de Jordaan rijk was, is dit het laatst overgebleven exemplaar.
De Pottenbakkersgang is genoemd naar pottenbakkers die hier in de 17de eeuw werken. Dergelijke smalle stegen leiden naar woningen op achtererven, gebouwd voor arbeiders. Door overbevolking en armoede raken ze in de 19de eeuw verkrot. Omstreeks 1900 wonen er aan de Pottenbakkersgang negen gezinnen in erbarmelijke omstandigheden, de harde realiteit achter de idylle van de gezellige Jordaan.

Het is de idealistische Arie Keppler (Amsterdam, 1876 - 1941) die zich het lot van deze mensen aantrekt. Van 1915 tot 1937 is hij directeur van de Gemeentelijke Woningdienst Amsterdam. Onder zijn leiding worden in Amsterdam meer dan 30.000 woningen voor arbeiders gebouwd. Hij is ook de drijvende kracht achter Asterdorp. Een woonexperiment dat heden ten dage gemengde gevoelens oproept.

Stephan Steinmetz promoveerde begin 2016 op het onderwerp Asterdorp aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn proefschrift is in iets beknoptere vorm uitgegeven onder de titel: Asterdorp: een Amsterdamse geschiedenis van verheffing en vernedering. Van het fysieke Asterdorp rest alleen nog de toegangspoort, maar dankzij het boek wordt deze wrange Amsterdamse geschiedenis voor de vergetelheid behoed. En dat is nodig, vindt Steinmetz, want de vraag: 'Hoever mag de overheid het privéleven van burgers betreden?' is actueler dan ooit.


Het boek begint met een overzicht van het voortraject. Tijdens zijn studie Civiele Techniek aan de Polytechnische School in Delft maakt Keppler kennis met de woningnood onder de arbeidersgezinnen in de grote steden aan het eind van de 19de eeuw. Hij raakt overtuigd van de maakbaarheid van de samenleving en probeert daar met zijn invloedrijke medestanders iets aan te doen. Geld nog moeite worden gespaard om ook arbeiders een prettige woonomgeving te geven in Tuindorpen, met veel groen en gebouwd door bekende architecten. Aandacht ook voor de politieke spelletjes en onenigheden, vriendjespolitiek en bureaucratie. Het beeld dat we van Keppler krijgen, is dat van een koppige doorzetter, niet gemakkelijk om mee te werken en soms zo verblind door zijn idealen, dat hij weigert consequenties te trekken uit tegenvallende resultaten.

Want wat blijkt? De arbeiders worden uit hun krotten gehaald (die dan voor het eerst de term 'Onbewoonbaar verklaarde woning' krijgen). Velen vinden onderdak in de nieuw gebouwde woningen en aarden er snel. Maar een aantal gezinnen blijkt niet goed voor de nieuwe woning te kunnen zorgen. In 1927 verrijst daarom Asterdorp, een wijk voor 'ontoelaatbaren', asocialen, aan de noordkant van het IJ. Om de wijk staat een muur, erachter ligt het ideaal: verheffing van de armste, lastigste arbeiders tot beschaafde burgers.

De bemoeienis gaat ver. Lang niet iedereen kan aan de eisen voldoen, mensen vertrekken zelf of keren geregeld terug. Wonen in het 'asocialendorp' maakt van de bewoners paria's die geen werk kunnen vinden. Kinderen worden gepest op school, herkenbaar als ze zijn aan hun verplichte klompen en kledingmerkjes. De willekeur komt om de hoek kijken als het niet lukt het dorp vol te krijgen met nieuwe bewoners: het stempel 'ontoelaatbaar' valt al snel.

Keppler gaat in 1937 met tegenzin met pensioen, Asterdorp lijkt op te houden te bestaan. Maar dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Eerst kunnen er nog door het bombardement dakloos geworden Rotterdammers terecht, daarna gebruiken de Duitsers het als getto voor opgepakte Joden. 

Het idee van de 'onmaatschappelijke' gezinnen houdt echter stand, zowel tijdens als na de oorlog. Niet alleen in Amsterdam. Aan de hand van lijsten met kenmerken worden ze opgespoord en in heel Nederland ondergebracht in oude werkverschaffingskampen uit de tijd van de crisis, ver weg in Drenthe, Overijssel en Friesland. Steinmetz zet de schandalige manier waarop mensen via generalisering en stigmatisering verbannen zijn op een rij in het laatste hoofdstuk. Een groot gezin of een aanvraag om bijstand volstaat soms al. Zelfs psychiaters gaan zich er op een onacceptabele manier mee bemoeien. Een onthutsend beeld, waarvan het goed is dat het opgetekend is.

Aan de hand van archiefonderzoek, verslagen van opzichteressen en gesprekken met oud-bewoners vertelt Steinmetz deze geschiedenis van binnenuit. Het is een intrigerend verhaal, een belangrijk verhaal ook, waard om gelezen te worden. Toch is het eerder een degelijk dan een spannend verhaal (begrijpelijk met een proefschrift als uitgangspunt). De bij naam genoemde bewoners van het dorp gaan niet echt voor me leven. Deze bezwaren worden deels goedgemaakt door de bij het boek behorende internetsite: www.asterdorp.amsterdam. Daarop staan volop achtergrondverhalen.
Een beknopt chronologisch overzicht achterin het boek van de belangrijkste gebeurtenissen met betrekking tot Asterdorp zou nog een handige toevoeging geweest zijn.

Stephan Steinmetz - Asterdorp, een Amsterdamse geschiedenis van verheffing en vernedering. Amsterdam, Atlas/Contact, 2016. Pb., 224 pg., ills. ISBN:978-90-450-3030-2.

© Jannie Trouwborst, januari 2017.

zondag 8 januari 2017

Belemmeringen bij het lezen

Wat zijn jouw belemmeringen bij het lezen? Hoe los je dat op? Dat is wat Martha van ons wil weten in de tweede vraag van #50books dit jaar. Na vastgesteld te hebben dat ze zoveel andere dingen te doen heeft en opgesomd heeft wat de voordelen van lezen zijn, komt ze tot de conclusie dat ze meer tijd zou willen hebben. Tja en dat wordt moeilijk! In haar levensfase dan toch. Maar is dat anders als je met pensioen bent en theoretisch meer tijd hebt voor lezen?

Ik denk dat er voor elke leeftijdsfase andere belemmeringen zijn. Ik zal wat achter mij ligt eens op een rijtje zetten (en proberen niet te veel uit te wijden...).

- Als kind las ik veel, voornamelijk wat er toevallig voor handen was. Maar het was mijn lust en leven. De enige belemmering was mijn moeder, die mij ongezellig vond als ik samen met Alice in Wonderland door een andere wereld dwaalde.
- Als puber werd dat minder, niet per se door de verplichte leeslijst, maar vooral door het vele huiswerk. Ik ontdekte dat er boeken bestonden waar je echt iets aan kon hebben en dat poëzie heel troostrijk kon zijn.
- Op de bibliotheekschool was literatuur lezen, ook in andere talen, vanzelfsprekend. Toch zou ik al snel ontdekken, dat bibliothecaris worden bij een museum of een medische faculteit meer iets voor mij was. Leraar Kees Fens heeft een doorslaggevende betekenis gehad voor mijn latere voorkeur voor Nederlandse literatuur. Maar ook tijdens de studie las ik dus vooral wat voorgeschreven werd.

- En dan de periode waar een aantal medebloggers nu in zitten: drie jonge kinderen en gedwongen thuisblijven (want: geen kinderopvang of oppasoma's). Dat werden dus prenten- en voorleesboeken (geen straf, want daar zitten ook hele mooie en diepzinnige tussen) en verder vooral non-fictie. Dat laatste leg je gemakkelijker even weg. We hadden gelukkig (toen nog wel) een ruim voorziene openbare bibliotheek. En met een brede belangstelling sloot er altijd wel iets aan op een TV-documentaire, een krantenartikel of een tentoonstelling.

- Een baan vinden in mijn vak toen de jongste groot genoeg was (en ik bijna 40) viel niet mee. Maar het lukte! Alleen: de reistijd was per dag drieënhalf uur... Voordeel: ik ging met het OV en kon dus weer lezen. Vooral detectives, lekker even helemaal opgaan in een spannend boek. Met als gevolg dat ik samen met Broeder Cadfael (Ellis Peters) in Leiden terecht kwam, terwijl ik op Den Haag HS uit had moeten stappen. Mijn baas was er niet blij mee. Toen ik dichter bij huis kon gaan werken, werd het vrij lezen weer minder. Ik begon aan een studie Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. En dat betekende ook weer: lezen wat voorgeschreven werd.

- Tja en dan het pensioen, waar de meesten van jullie naar uitkijken omdat ze verwachten dan meer tijd voor lezen te hebben. Ik moet jullie teleurstellen. Allereerst wordt er een beroep op je gedaan voor vrijwilligers werk, mantelzorg en als oppas voor kinderen van hardwerkende ouders. Daarnaast word je keihard geconfronteerd met alles wat je uitgesteld hebt tot na je pensionering. Met het besef, dat het nu of nooit zal zijn, dat er geen tweede kans meer komt en dat je misschien al snel niet eens meer in staat zal zijn (lichamelijk of geestelijk) om bepaalde zaken nog op te pakken.

Carel heeft zijn antwoord op de vraag van Martha al klaar, zag ik. Gewoon een kwestie van prioriteiten stellen zegt hij, keuzes maken. Klopt, maar er horen wel wat kanttekeningen bij.

Het antwoord voor de jongeren onder ons is lastig. De prioriteit van een moeder met jonge kinderen ligt nu eenmaal bij haar kroost en (tegenwoordig) ook bij haar baan. En voor alle anderen geldt: zolang je nog niet met pensioen bent, is er doorgaans werk aan de winkel. En sport om gezond te blijven. En je ouders om te bezoeken of bij te staan. En dan moet je soms naast de prioriteiten waar je eigenlijk geen keus in hebt, woekeren met de tijd die over is. Lezen zal dan kunnen voelen als iets wat niet noodzakelijk is, wat eigenlijk een verspilling van tijd is, omdat er belangrijker dingen wachten.

Ja en dan heeft Carel gelijk: keuzes maken, opnieuw prioriteiten stellen. Dat kun je alleen zelf: lezen en haken of toch maar naar karatetraining? Genieten van je kleine kinderen of constateren dat ze ineens groot zijn, terwijl jij probeerde een boek per week te blijven lezen? Naar het theater en in de weer zijn voor de toneelvereniging of op de bank achter je boek kruipen?

Die dilemma's zijn er voor mij ook, besef ik. Als ik straks niet meer zo goed zie, kan ik niet meer fotograferen, maar wel luisterboeken lenen. Wandelen kan ook met behulp van een rollator, maar als ik ooit nog eens de Apeldoornse Vierdaagse wil lopen, dan is de maximaal haalbare afstand per dag nu al geslonken tot 20 km. En zelfs daarvoor zal getraind moeten worden. Ook voor mijn kleinkinderen geldt dat ze sneller groot worden dan gedacht. Ik wil zoveel mogelijk genieten van hun ontdekkingsreis.

Wat zijn belemmeringen? Niet de dingen die je met plezier en liefde doet. Misschien wel de verplichtingen waar je niet op zit te wachten. Maar ook daar is vaak niets aan te doen. Blijft bij mij over: Het gevoel dat er belangrijker zaken liggen te wachten dan dat het lezen van een boek. Dat kan mij zo verlammen dat ik mijn tijd verdoe op social media, een spelletje speel op mijn tablet of een opruimklusje aanpak dat best had kunnen wachten. Dat vluchtgedrag is denk ik de enige belemmering waar ik iets aan zou kunnen doen. 

Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden van anderen. Wil je ook meedoen? Iedereen is vrij om de vragen te beantwoorden zoals hij of zij wil. Laat een link naar je eigen blog achter in de reacties onder het blog van Martha (KLIK HIER) of alleen je reactie. Zo kan iedereen lezen wat jij ervan vindt.  In 2016 was Hendrik-Jan de Wit de gastheer van de serie #50books. In 2013 en 2015 werden de vragen gesteld door Peter Pellenaars. In 2014 nam Martha de honneurs waar.
© Jannie Trouwborst, januari 2017.

vrijdag 6 januari 2017

Cees van der Pluijm - Radio Kootwijk

Staatsbosbeheer beheert tegenwoordig meer dan alleen natuur: ook cultuurhistorische objecten en monumenten kunnen onder bepaalde voorwaarden daar aanspraak op maken. Dat geldt bijvoorbeeld voor het voormalige Radiozendstation midden in het Kootwijkerzand. De omgeving was al in beheer bij SBB en in de afgelopen jaren zijn zowel het gebouw als de omgeving onderhanden genomen om de situatie van weleer zoveel mogelijk te herstellen. Maar de zendapparatuur? Die is verdwenen. In de enorme lege zenderhal is nu ruimte voor allerlei nevenactiviteiten die er mede voor moeten zorgen dat de kosten van het onderhoud betaalbaar blijven. 

In 2014 verscheen Radio Kootwijk, biografie van een zendstation en een dorp in het hart van de Veluwe. Geschreven door Cees van der Pluijm (Radio Kootwijk 1954 - Arnhem 2014, journalist en auteur). Kort na de presentatie van het boek, dat hij als zijn levenswerk beschouwde, overleed de schrijver.

Wat hij ons nalaat, is een fraai uitgevoerd kijk- en leesboek. Niet alleen over de geschiedenis van het Radiozendstation, maar ook over de woon- en werkgemeenschap van zo'n 150 mensen in het gelijknamige dorp: Radio Kootwijk. De grote hoeveelheid foto's en andere illustraties valt op. Ze nemen ongeveer evenveel ruimte in als de tekst. Zoals van een journalist verwacht mag worden, heeft hij er een helder, prettig leesbaar verhaal van gemaakt. In aparte kadertjes gaat hij nader in op onderwerpen die om wat meer toelichting vragen of om anekdoten toe te voegen. Ieder zal zo zijn voorkeur hebben bij het lezen/bekijken van het boek. Het is zo opgebouwd dat het mogelijk is alleen die hoofdstukken te lezen waar de meeste interesse naar uitgaat.

Het eerste en langste hoofdstuk is voor Het Radiostation zelf. De ontdekking en ontwikkeling van de techniek en de infrastructuur komen hier ter sprake, net als de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog en de latere technische ontwikkelingen die het einde betekenen.

In het tweede hoofdstuk is er meer aandacht voor de gebouwen zelf. Het opvallende Gebouw A speelt daarbij de hoofdrol (in de volksmond de Kathedraal of de Sfinx genoemd). Maar ook de bijgebouwen, zoals de Watertoren, komen aan bod. Architect Luthmann en Rijksgebouwenmeester Teuwisse oriënteerden zich op dergelijke gebouwen elders. Ze moeten rekening houden met allerlei specifiek-technische eisen voor zendstations. Daarnaast is het een fraai gebouw geworden. Vol van symboliek ook. De eer daarvan komt de beeldhouwer Van den Eijnde toe.

Leven en wonen in Radio Kootwijk is het onderwerp van het derde hoofdstuk. "Ik ben geboren aan de voet van de Watertoren" schrijft Van der Pluijm. Hij maakt ons wegwijs in het leven in en om het afgelegen dorp in de jaren 50, 60 en 70. De samenleving is hecht, zolang men op elkaar is aangewezen (met slechts een enkele auto in het dorp en een beperkte busverbinding). Ook de PTT (eigenaar van het Radiozendstation) zorgt goed voor zijn werknemers in Radio Kootwijk. De woningbouw en de huidige functie van de overgebleven gebouwen komen in beeld.

Hoofdstuk vier heeft de titel: Locatie, natuur en milieu. Het Kootwijkerzand en zijn flora en fauna, alsmede de wat ruimere omgeving van het gebied staan centraal. Ook hier een chronologische opbouw van het verhaal. Daarbij verhalen over oud-bewoners, kerken, boerderijen, landgoederen en jeugd- en jongerenwerk. Het is een voorbeeld van de veelzijdigheid van de inhoud, die dit boek zo aantrekkelijk maakt.

In De nieuwe tijd (hoofdstuk 5) gaat de auteur in op de herbestemming na de sluiting. Dorpsbewoners roeren zich aanvankelijk. Staatsbosbeheer komt met een passende visie en wordt aangewezen als beheerder van het gebouw en omgeving. De kernwoorden daarin zijn: rust, ruimte en duisternis. Kwalificaties die bijna 100 jaar geleden bij de oprichting van het Radiozendstation ook zo geformuleerd werden èn die passen bij een natuurorganisatie. Om de kosten voor het onderhoud te dekken wordt er van alles georganiseerd in het gebouw (theatervoorstellingen, congressen). In Radio Kootwijk wonen nauwelijks nog oorspronkelijke dorpsbewoners.

Het is mogelijk om deel te nemen aan een uitgebreide excursie door de gebouwen en de omgeving. Onder leiding van een ter zake kundige gids van Staatsbosbeheer. Voor meer informatie KLIK HIER. Mijn ervaringen daarmee lees je in een van mijn andere blogs: De sfinx van het Kootwijkerzand

Cees van der Pluijm - Radio Kootwijk, biografie van een zendstation en een dorp in het hart van de Veluwe. Barneveld, BDU Media, 2014. Geb. met stofomsl., 224 pg., ills., lit. opg. ISBN:978-90-8788-216-7.

© Jannie Trouwborst, januari 2017.

zondag 1 januari 2017

De leesuitdaging

Niet alleen goede voornemens, maar ook uitdagingen lijken bij het nieuwe jaar te horen. Soms gaan ze ook prima samen. Maar waar ik een uitdaging toch zie als iets dat effectief gemeten kan worden (in kilo's, kilometers of boektitels bv.) beschouw ik goede voornemens toch als iets van een andere orde. Vaak gaat het daarbij om een gedragsverandering die de kwaliteit van leven voor jezelf en/of anderen gunstig kan beïnvloeden.

Vanwaar deze lange inleiding? We ontvingen vandaag de eerste opdracht van 2017 in de serie #50books. De serie bestaat al een aantal jaren en gelukkig heeft Martha (@drspee) zich bereid verklaard het stokje over te nemen van Hendrik-Jan, die ons het afgelopen jaar van 50 relevante en leuke vragen voorzag. Haar eerste vraag luidt: Wat is jouw leesuitdaging voor dit jaar? (KLIK HIER) 

Het toeval wil dat ik daar al min of meer op geantwoord heb in mijn blogpost Een terugblik en vooruit kijken (KLIK HIER). Voor mij geen objectief meetbare leesuitdagingen het komende jaar. Maar goede voornemens heb ik wel: ik wil vooral meer kunnen genieten van mijn talrijke hobby's, waaronder lezen en schrijven. Daar past geen haast of getallendruk bij, maar wel meer en beter gerichte aandacht.

Wat dat gaat opleveren is nog niet duidelijk. Mijn bedoeling is per kwartaal twee hobby's/activiteiten te kiezen en daar dan de meeste aandacht aan te besteden. De rest mag meedoen, maar alleen op de achtergrond. Aan het eind van elk kwartaal maak ik de balans op. Zo hoop ik aan het eind van het jaar een antwoord te kunnen geven op de vraag: Waar beleef ik het meeste plezier aan en wat mag van mij op een laag pitje blijven staan of wellicht zelfs losgelaten worden?.

Ik vind dat eigenlijk ook een uitdaging, al is het geen leesuitdaging zoals Martha bedoelt. Ik verwacht wel dat het lezen en schrijven over boeken en leesonderwerpen een belangrijke rol zal blijven spelen. Maar als ik het toch onder de noemer leesuitdaging moet vangen dan zou die moeten luiden: Zoveel mogelijk plezier beleven aan het lezen van voor mij bijzondere boeken in mijn eigen tempo.

Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden van anderen. Wil je ook meedoen? Iedereen is vrij om de vragen te beantwoorden zoals hij of zij wil. Laat een link naar je eigen blog achter in de reacties onder het blog van Martha (KLIK HIER) of alleen je reactie. Zo kan iedereen lezen wat jij ervan vindt. 
In 2016 was Hendrik-Jan de Wit de gastheer van de serie #50books. In 2013 en 2015 werden de vragen gesteld door Peter Pellenaars. In 2014 nam Martha de honneurs waar.

© Jannie Trouwborst, januari 2017.