woensdag 30 november 2011

Discussievragen bij Annete de Vries - Scheurbuik

  1. Als Lucia gek wordt van de verwijten van de kleine Lucia met strikken in haar haar, geeft Miquel raad. Welke?

  1. Wat is er gebeurd met het Hindoestaanse echtpaar Ernst en Shanti/Satish en waarom?

  1. Wat doet Helen enige tijd daarna , wie ziet dat en houdt jarenlang de mond en waar sust Ferdinand zich mee?

  1. Waarom kregen slavenkinderen de omgekeerde naam van hun vader?

  1. Hoe denkt Miquel de gespletenheid waar Lucia aan lijdt op te lossen?

  1. Wat zegt Miquel over een “huis” inrichten?

  1. Waarom is het voor Lucia anders om terug te keren naar Suriname dan voor Miquel?

  1. Aan wie heeft Annette de Vries haar boek opgedragen?

  1. Wat sluit daar perfect bij aan?

  1. Wie verstrekt de meeste informatie en waarom?

  1. Volgens Nora van Laar (Biblion) maakt de schrijfster regelmatig gebruik van clichés, waarvan vele bekend zijn uit de damesroman. Ben je het hiermee eens of juist niet en heb je voorbeelden?

  1. Een enkele keer beeldspraak: de woorden werden als klei in haar mond. Heb je meer beeldspraak gevonden in het boek?

  1. Negatieve reacties op het boek voeren de boventoon. (Nora van Laar). Heb je dat ook zo gevonden in de recensies?

  1. Is dit een autobiografische roman?

(Met dank aan © Terry M., nov. 2011).

dinsdag 29 november 2011

Annette de Vries - Scheurbuik

 November 2011 - waardering: 7,0.

Inleiding
 
Het seizoen 2011-2012 van de Leeskring Philippine staat in het teken van Surinaams-Nederlandse literatuur. Na het reisverslag van Karin Anema, om een beetje achtergrondkennis te verzamelen, was het de beurt aan een roman: Scheurbuik (2002) van Annette de Vries (1954).
A. de V. heeft een Surinaamse vader en een Nederlandse moeder. Op 2-jarige leeftijd verhuisde zij van Nederland naar Suriname, op haar 15de keerde ze terug. Na de toneelschool werd zij een poosje toneeldocent en schreef boeken voor de opleiding en het amateurtoneel. Sinds 1995 werkt ze in de kunstensector als adviseur culturele diversiteit en sinds enkele jaren begeleidt ze ook aankomende schrijvers. Scheurbuik was haar debuut (ze nam 2 jaar vrij om het te kunnen schrijven). Daarna volgde in 2010 Drijfhout en inmiddels is zij bezig met Het vogelnest.

Inhoud

Scheurbuik vertelt het verhaal van een vrouw die wordt geconfronteerd met zowel haar eigen geschiedenis als die van Suriname en Nederland.
De drieëndertigjarige Lucia Mac Nack keert naar Suriname terug om haar ernstig zieke vriend Miquel Del Prado bij te staan. Zij wordt opgenomen door zijn familie, naast wie zij tot haar vertrek (als 10-jarige) naar Nederland woonde. Terwijl haar komst het leven van de familie Del Prado in een stroomversnelling brengt, raakt Lucia bevriend met de eenzame, excentrieke Carmen en voelt zij zich aangetrokken tot de rokkenjager Pedro.
Pendelend tussen Miquel, die op de afgelegen boerderij bij zijn bejaarde oom Ferdinand inwoont en Carmen, die een statig koloniaal huis aan de Suriname-rivier bewoont, ontdekt Lucia dat haar verleden zowel afstand als geborgenheid heeft teweeggebracht.
Tijdens de hete dagen en de mystieke nachten in Suriname ontrolt zich een even ontroerende als meeslepende geschiedenis over liefde, onthechting en familiebanden. (Flaptekst).

Leeservaring

Scheurbuik, op het eerste gezicht een vreemde titel, blijkt te slaan op de bere (=buik), zoals in Suriname de familie, incl. 7 generaties van voorouders, genoemd wordt. Dat bij die voorouders ook Nederlanders horen, wordt vaak vergeten. Alle voorouders verdienen respect, ze beschermen het nageslacht. Door het ontkennen van de zeer verweven geschiedenis van Surinamers en Nederlanders ontstaat er een scheur in de buik. Om die te helen moeten zowel Nederlanders als Surinamers deze gezamenlijke geschiedenis kennen en accepteren. Het boek is opgedragen aan haar bere (familie), het motto is een Surinaams liedje over de lange rij voorouders.

De structuur van het boek is eenvoudig. Het verhaal wordt chronologisch verteld door een personale verteller, af en toe zorgt een flashback voor de nodige achtergrondinformatie. In de eerste 5 hoofdstukken worden de hoofdrolspelers twee aan twee geïntroduceerd. Door het personale perspectief steeds bij een ander personage te leggen, leren de lezers alle hoofdrolspelers uit de roman en hun situatie goed kennen. Binnen de leesgroep werd het begin van de roman daardoor echter wat traag gevonden (wanneer begint het nou?), maar aan de andere kant is het zo gemakkelijker om daarna direct meegetrokken te worden in het vervolg van het verhaal.
Het slavernijverleden en de recente geschiedenis van Suriname krijgen tussendoor aandacht, in de verhalen van de hoofdpersonen of via gevonden dagboeken en stambomen. Soms wringt dat wat met de natuurlijke verteltrant en komt het wat schools over.
Het boek begint met een brief van Miquel waarin hij Lucia smeekt hem bij te staan tijdens zijn laatste maanden in Suriname en eindigt ook met een brief, waarin Carmen beschrijft aan de naar Nederland teruggekeerde Lucia over de afloop.  Heel toepasselijk eindigt die brief met de mededeling dat het goed gaat met haar zwangerschap: Mijn buik is rond, zo glad als een steen in een stroomversnelling en zit boordevol leven. Dat maakt het verhaal ook mooi rond.

Hoofdthema van het boek is de verscheurdheid van mensen die in hun leven te maken krijgen met een verandering van cultuur door verhuizing naar een ander land. De manier waarop dat thema is uitgewerkt, geeft het een veel ruimere geldigheid dan alleen in de Surinaams-Nederlandse context.
Zoals Jos Borré in een recensie in De Morgen opmerkt:
In de peiling naar het levensgevoel van mensen zoals Lucia gaat A. de V. veel dieper dan de clichés over allochtonen die gangbaar zijn in het politieke en maatschappelijke discours van vandaag.(...) Scheurbuik is een roman die de lezer niet confronteert met een ander leven, maar hem heel geleidelijk introduceert in dat leven, hem hoogte doet krijgen van het levensgevoel dat de mensen er huldigen en dat hem na zijn onderdompeling met meer respect achterlaat dan een politieke of humanitaire eis had kunnen afdwingen. (De Morgen, 27-03-2002 - De diepe onderstormen van het bestaan).
Andere thema's zijn o.a.: liefde, dood, familiebanden, religieuze opvattingen (christendom/winti), discriminatie.

De toneelachtergrond van A. de V. komt enigszins naar voren in de stijl. De karakters worden getekend via hun uiterlijk en gedragingen, meer dan door hun gedachten en gevoelens, al zijn die beschrijvingen soms typerend genoeg om een aardig idee te krijgen. Toch hadden ze nog wel iets uitgediept mogen worden. Ze maken allemaal een duidelijke persoonlijk ontwikkeling door, volgens sommige recensenten een te plotselinge. Daar was de leesgroep het niet mee eens: de verschillende hoofdpersonen kijken aan het eind van het boek allemaal anders tegen het leven aan (of zijn in vrede gestorven) en hebben besloten het anders te gaan doen. Er is geen happy-end, er is alleen een nieuwe, voorgenomen start: het is aan de lezers om zelf in te vullen wat het vervolg zal zijn.

De opmerking in het uittreksel van Biblion: eenvoudig taalgebruik dat niet overloopt van beeldspraak, werd door de leden van de leesgroep gelogenstraft met een reeks van citaten van treffende beeldspraak. Enkele voorbeelden:
- Carmen had iets weg van een kleurige vis die met glazige ogen in een schemerig aquarium hing, waar niets anders gebeurde dan het monotoon omhoog borrelen van luchtbelletjes.
- Leven is wakker worden in een snelstromende rivier, meegesleurd worden over watervallen en stroomversnellingen en uiteindelijk in diezelfde rivier verdrinken.
- Dan zouden de dames en één heer die deel uitmaakten van de krans als papegaaien uit een mand door de deuren van de kerk naar buiten komen fladderen en zich kwetterend op de tafel met broodjes naast haar storten.
- In de voorzaal van tante Helen leek de tijd te verstrijken als stroop die langs een flessenhals druipt.
Bijzondere waardering was er voor de beeldende manier waarop ze beschreef hoe het moet voelen om een hartaanval te krijgen.

Het boek werd bediscussieerd aan de hand van door één van de leden gemaakte vragen (zie onder Leeskring Philippine, Suriname). Zij had ook voor een overzicht van positieve en negatieve recensies gezorgd. Men was verbaasd over de negatieve toon die uit het uittreksel van Biblion sprak: daar werden bovendien uit recensies vooral de negatieve opmerkingen gehaald, zelfs als de strekking van de recensie positief was.
Het boek werd door de leeskringleden gewaardeerd met cijfers tussen de 7- en 8. Zij waren het eens met de conclusie van Eltje Borst (Het Financieel Dagblad, 11 mei 2002): Een knap geconstrueerd verhaal, aangrijpend, met veel lagen en mooie details.

Annette de Vries - Scheurbuik. Amsterdam, Atlas, 2002. Paperback, 2e dr., 319 pg., isbn 9045011611.

©JannieTr, 29 november 2011.



woensdag 16 november 2011

Gerbrand Bakker - Winterboek

November 2011 - waardering: later

Sinds een week heb ik het Winterboek van Gerbrand Bakker in huis. Te kort om er al een weloverwogen oordeel over te geven. En dat zal ook nog wel even duren, want het is mijn bedoeling er een hele winter mee te doen. Af en toe een kort verhaal of gedicht lezen, afwisselend van Bakker zelf of van een auteur die hij uitgenodigd heeft iets voor het Winterboek te schrijven.

Het is interessant om te zien wie hij gevraagd heeft en waarom: aan het einde van elke stukje legt hij dat zelf uit. Van twee gasten heb ik het korte verhaal al gelezen: Jan van Mersbergen en Andrea Kluitmann. Als de rest van de gasten voor net zulke verhalen gezorgd heeft, heeft hij een goede keuze gemaakt.

Na de winter komt er hier nog wel een echte recensie, maar omdat Sinterklaas en Santa Claus vast nog op zoek zijn naar passende geschenken moest dit boek nu even onder de aandacht gebracht worden. Vandaar deze voorlopige beoordeling.

Nadere informatie

Er hoort een heuse internetsite bij: www.winterboek.com. Daar kun je o.a. blogs vinden van en informatie over de auteurs die meegeschreven hebben.

Citaat:
Het Winterboek, samengesteld door Gerbrand Bakker, is een vrolijke, moderne variant van een aloude klassieker met mooie, literaire verhalen over de winter, over sneeuw en ijs en over een kerstviering in zomers warm Australië.
Het merendeel van de teksten in dit boek is van de hand van Gerbrand Bakker zelf, voor sommige bijdragen zijn andere auteurs uitgenodigd.

Wat kan je in het Winterboek verwachten?

Onder andere korte verhalen, columns en gedichten van Gerbrand Bakker, Marc van den Broek, Gerard van Emmerik, Jan Glas, Maarten 't Hart, Marleen Janssen, Andrea Kluitmann, Ted van Lieshout, Erik Lindner, Jan van Mersbergen, Tim Parks, Marja Pruis, Franca Treur, Dolf Verroen en Maartje Wortel.
Maar ook winteretymologieën en een etymologiequiz, tips voor het schaatsen op natuurijs en instructies voor het onderhoud van uw tuin in de winter van Gerbrand. En verder staan in het Winterboek recepten van Gerbrand's moeder en tips van zijn vader voor het maken van een vogelhuisje en een voederplank.

ISBN: 978 90 5936 338 0 Bindwijze: Paperback Verschijnt: 1 november 2011 Omvang: 272 p. Prijs: €17.50

©Jannie Tr, november 2011.

dinsdag 8 november 2011

Karin Anema - De groeten aan de koningin

Oktober 2011 - waardering: 7,5.

Inleiding

Tijdens de eerste bijeenkomst van het nieuwe seizoen, begin september, kregen de leesclubleden De groeten aan de koningin van Karin Anema mee. Samen met de inleiding van die avond over Suriname en een mapje met de nodige informatie over Suriname en haar bewoners moest dat boek de basis gaan vormen voor de Surinaamse literatuur die het komende seizoen op het programma staat. Daarmee werd meteen ook een nieuw genre geïntroduceerd: literaire non-fictie in de vorm van een reisverhaal. De bijbehorende discussievragen (volg link) gingen ook mee naar huis, zodat er thuis vast over nagedacht kon worden.

Inhoud

Switi Sranan, een land zo anders dan Nederland en toch vertrouwd; zo ver weg en toch dichtbij. Karin Anema baant zich in haar eentje een weg door Suriname en raakt in de ban van de rijkdom aan culturen en van het betoverende binnenland. Van Paramaribo tot in het hart van de Amazone heeft ze verrassende ontmoetingen. Haar voorliefde voor met de grond en de natuur vergroeide inheemsen brengt haar naar het ongerepte oerwoud van de indianen.
Met hen gaat ze op expeditie en vaart ze door talrijke gevaarlijke stroomversnellingen. Tijdens een van haar tochten ontmoet ze de marrons, de nakomelingen van gevluchte slaven, en ervaart ze de mystieke kracht van een traditionele medicijnman. In De groeten aan de koningin beschrijft Karin Anema een avontuurlijke reis door een fascinerend land dat nog een voelbare band met Nederland heeft. Al ben je in een heel ander land, Nederland kruist voortdurend je pad. Daarmee is het boek tegelijkertijd een confrontatie met onze eigen geschiedenis. (Flaptekst boek).

Leeservaring

Karin Anema (Leeuwarden - 1955) studeerde landschapsarchitectuur aan de universiteit van Wageningen. Na haar studie realiseerde ze zich dat ze meer geïnteresseerd was in hoe inheemsen gebruik maakten van het landschap, wat hun relatie ermee was, vooral die culturen die nog een nauwe band hebben met de natuur. Ze werd journalist en begon literaire non-fictie te schrijven.

Voor haar boek over Suriname heeft ze het land 7 maal bezocht, vertelde ze in een interview (Brands met Boeken, VPRO - 1 juni 2008). Dat was iets wat de leesgroep ook opviel: er zat niet echt een duidelijke doorlopende lijn in het verhaal. Na een samenvatting over de bewoners van de kuststreek en Paramaribo gaat ze de binnenlanden in. De uiteenlopende groepen die daar leven: marrons en inheemsen (verschillende indianengroepen), heeft ze allemaal apart bezocht of een tijd met ze opgetrokken. De afzonderlijke verhalen zijn daarna opgetekend in dit boek.

Over de vorm van het boek waren we het snel eens: literaire non-fictie in de vorm van een  reisverhaal. Beeldspraak werd met mate toegepast, sfeertekening was over het algemeen goed, de dialogen hier en daar wat houterig. Dat laatste zal mede het gevolg zijn van het feit dat ze zich veelal moest behelpen met tolken. Het verhaal leek chronologisch opgebouwd (zie ook de opmerking over de verhaallijn) met hier en daar wat wetenswaardigheden over de geschiedenis van Suriname en haar inwoners er niet nadrukkelijk doorheen geweven. De karaktertekening van enkele markante persoonlijkheden die ze ontmoette, voldeed. De titel kan op twee manieren verklaard worden, zoals ze tegen Brands zei: sommigen zagen de koningin nog als een soort van moeder, terwijl anderen Karin Anema zagen als een representant van iemand waar ze lak aan hadden: de groeten zijn dan sarcastisch bedoeld.

Over de inhoud hebben we aan de hand van de vragen en enkele recensies langer gesproken. De genezing van haar zoon, haar heftige botsing met een dorpshoofd, de rol van de blanken in het binnenland, haar pogingen kritisch te zijn naar beide kanten en niet moralistisch, de onderlinge discriminatie, de bedreigingen voor het oerwoud en het verloren gaan van de kennis van de inheemsen: er was genoeg om over van gedachten te wisselen.
Het lezen van het boek was de meesten zo goed bevallen dat ze niet uitsloten in de toekomst nog eens iets van haar te lezen: Mexicaanse sneeuw (2000), De weg naar Villarbon, een verlaten dorp in Spanje (2004), De Noorse liefde van W.F. Hermans (2005), De laatste grens - op rendier trek met de Sami (2009) of Anders dan Afrika (over Ethiopië - 2011).

De groeten aan de koningin is een aardige inleiding en illustratie gebleken voor de Surinaamse romans die we dit jaar nog zullen lezen en biedt voldoende aanknopingspunten voor discussie binnen een leesgroep.

Karin Anema - De groeten aan de koningin. Amsterdam, Atlas, 2006. Paperback, 1e dr., 286 pg., met kl. foto's en krt., verkl. woordenlijst.

©Jannie Tr, 8 november 2011.

zondag 23 oktober 2011

Hella Haasse - Transit

Oktober 2011 - waardering: 7-

Inleiding

Op haar 75ste schreef Hella Haasse voor de derde maal een Boekenweekgeschenk. Na Oeroeg  (novelle - 1948) en Dat weet ik zelf niet (essay - 1959) verscheen in 1994 Transit (opnieuw een novelle). Ik verzamel Boekenweekgeschenken, maar dat wil niet zeggen dat ik ze ook allemaal gelezen heb. Af en toe pak ik er eens een uit de kast, als ik een lange treinreis voor de boeg heb. Ze hebben precies het goede formaat: ze passen gemakkelijk in een tas en je kunt ze op èèn reis uitlezen. Zo kort na haar overlijden was het logisch dat ik deze van Hella Haase uit de kast pakte.

Inhoud

'Transit' is het verhaal over een meisje dat na een zwerftocht van enkele jaren door Europa terugkeert in Amsterdam. Gedurende haar korte verblijf - zij is op doorreis, in transit - wordt zij geconfronteerd met het trieste lot van twee van haar vrienden Daan en Alma: mede-titaantjes van de jaren negentig, met wie zij uit non-conformistische en idealistische overwegingen besloot de school de rug toe te keren, vlak voor het eindexamen, en te kiezen voor de vrijheid. De verhaallijn van de lotgevallen van het meisje Iks (Xenia) gedurende enkele dagen in Amsterdam en de zoektocht naar haar vrienden in een verloederde maatschappij wordt gespiegeld met die van de oude kluizenaar, de erudiete, ooit evenzeer non-conformistische Cluysmans. Zo worden idealisme, vrijheidsdrang en verantwoordelijkheid in verschillende tijdperken tegenover elkaar geplaatst. (Biblion recensie, Jos Radstake).

Leeservaring

Het was Hella Haasse zelf die achteraf opmerkte, dat alle drie haar Boekenweekgeschenken over jonge mensen, vriendschappen, vreemdeling zijn en overgangssituaties gingen.

In Transit speelt naast de jeugd (Xenia van 20) ook de ouderdom (Cluysman, bejaard) een rol. Er is sprake van een zekere spiegeling: Cluysman denkt door de komst van het jonge meisje in zijn huis terug aan de periode dat hij veel jonger was en zijn keuzes maakte. Vraagt zich af of hij er goed aan deed zich terug te trekken. Van haar kant staat Xenia voorzichtig open voor wat de consequenties zijn van de keuzes die zij maakte, of haar afwijzingen niet te rigoureus waren. Beiden zijn zogezegd in "transit" - onderweg naar een nieuwe levensfase met een andere kijk op het leven dat achter hen ligt. Beiden voelen zich verantwoordelijk voor hun keuzes en ook schuldig. Ze maken een ontwikkeling door via het contact met de andere generatie.

De namen zijn symbolisch: Xenia=vreemdeling (Xenos=gastvriend), Cluysman staat voor kluizenaar. Het verhaal wordt chronologisch beschreven, met flashbacks van zowel Xenia als Cluysman. Het perspectief wisselt van Iks (Xenia) naar Cluysman. Xenia vertelt vanuit een personaal zij-perspectief, Cluysman vanuit een ik-perpectief.

De novelle beschrijft een periode van 8 dagen. 2 Verhaallijnen zijn erin verweven. Ten eerste: de terugkomst naar Amsterdam van Xenia, haar zoektocht naar haar vrienden Daan en Alma, haar verblijf bij Cluysman. En daarnaast: de herinneringen en aantekeningen van de bejaarde Cluysman, die cursief gedrukt de overige tekst onderbreken. De eerste verhaallijn is spannend en eindigt uitermate open: alle mogelijkheden om er verder over te fantaseren blijven open. Zo is het leven ook: het kan, zeker als je jong bent, nog alle kanten op gaan: Xenia is in "transit". De andere lijn is beschouwender en filosofischer. De herinneringen beginnen ook spannend: hebben de 2 jonge non-confirmistische vrienden van Cluysman in het Parijs van 1968 een moord gepleegd? Had hij ze aan moeten geven? Hoe moet hij deze vertegenwoordigster van weer een nieuwe generatie zien? Daarna wordt het voorlezen van de "wetenschappelijke aantekeningen" van Cluysman die Xenia op orde probeert te brengen een te zware opgave voor wat een Boekenweekgeschenk voor bijna 600.000 mensen moest zijn. Om in deze stukken het betoog en het verhaal achter de eerste verhaallijn te duiden is niet eenvoudig. Ze zijn aardig in het verhaal vervlochten, maar halen er wel de vaart uit. Voor een novelle is dat toch wat teveel van het goede.

Blijft over: een spannend verhaal, in een prettige stijl, over wat generaties bindt en scheidt. En waarin een dame op leeftijd (Haase was toen 75) overtuigend zowel een jong meisje als een grijsaard neerzet.

Hella Haasse - Transit. Den Haag, CPNB, 1994. Pocket, 92 pg. Boekenweekgeschenk 1994.

©JannieTr, oktober 2011.

zondag 9 oktober 2011

Bart Vercauteren - Een ziel van glas

Oktober 2011 - waardering: 7,5.

Inleiding

Helaas greep Bart Vercauteren net naast de Academica Literatuur Prijs van 2011. Misschien moet men er bij de ALP toch eens over nadenken of het wel redelijk is, dat lezers die niet alle 5 de nominaties gelezen hebben toch mogen stemmen op een enkel boek. Op deze manier wint een bestseller op een nogal dubieuze manier van de andere genomineerden, zonder dat er kennis genomen is van hun literaire kwaliteiten.
Het graf van de voddenraper is en blijft voor mij de winnaar. Vandaar dat ik blij verrast was dat er nog voor de uitslag van de ALP al een nieuwe titel van Bart Vercauteren in de boekwinkel lag. Die werd meteen aangeschaft uiteraard en inmiddels heb ik het boek tweemaal gelezen.

Inhoud

Liesbeth Schreurs is draaideurpatiënte in Sint-André, een psychiatrisch ziekenhuis. Op een onbewaakt moment gaat ze ervandoor. Ze neemt gewoon de trein, helemaal tot in Italië. Daar is Liesbeth een vrije vrouw. Ze maakt brokken en belandt in een politiecel. Sint-André zit met meer dan een probleem. Het kost veel meer om voor de onbetaalde rekeningen en de stommiteiten op te draaien, dan om Liesbeth terug te halen.
Martin De Bruyne aarzelt niet. Hij gaat haar in de auto achterna. De eerste keer dat hij Liesbeth zag, was ze jaren jonger, ze slofte nog niet door de gangen, keek nog helder uit haar ogen, was nog verontwaardigd over alles wat ze zag. Ik ben toch niet gek. Hij hield haar voor een bezoekster. Dat blijft elke patiënt voor hem. In de auto en op de terugweg wordt duidelijk waarom. Doorheen herinneringen, wachten, verwachten, herkennen en verlangen. (Achterflap).

Leeservaring

Meestal lees ik een boek tweemaal voor ik er hier een verslagje van maak. Dit keer leverde dat twee totaal andere ervaringen op. Mijn gretigheid en de samenvatting op de achterzijde speelden daarbij een rol.
Liesbeth Schreurs leek de hoofdpersoon van de roman, als je de achterkant bekeek. En wie te snel leest om te willen weten of het nog goed komt met haar, ziet essentiële zaken over het hoofd. Ik vond het verhaal verwarrend, begon het pas bij deel 2 een beetje te waarderen en ontdekte in deel 3 dat ik door de achterflap op het verkeerde been was gezet.

Het thema werd me daar pas duidelijk: Waar ligt de grens tussen geestelijk gezond en ziek zijn, waar die tussen een geval en een mens en die tussen verpleger en patiënt? Is het mogelijk om deze grenzen ter discussie te stellen en wat zijn de gevolgen als ze overschreden worden? Toeval en geluk bepalen aan welke kant van de grens je staat, maar de grens tussen zin en waanzin is flinterdun.

Martin bleek de echte hoofdpersoon van het verhaal en toen ik het nog een keer las vanuit dat gezichtspunt kwam er een heel ander, intrigerend verhaal te voorschijn. De spanning in het verhaal lag minder bij: hoe zal het gaan met Liesbeth, maar kan Martin het allemaal in de hand houden of betreedt hij stukje bij beetje een moeras waaruit geen ontsnappen meer mogelijk is.
En ik hàd het kunnen weten, als ik de Proloog beter tot me door had laten dringen.

Het personale perspectief ligt meestal bij Martin. Heel soms bij Liesbeth, maar meestal wordt er òver haar verteld. Beiden hebben een traumatische jeugd achter de rug, al is die van Liesbeth vele malen erger. Martin is verpleger geworden omdat hij voor mensen wilde zorgen. Zo leert hij Liesbeth kennen die steeds vaker wordt opgenomen en die het stempel psychotisch heeft gekregen. Niets meer aan te doen, volgens de geldende regels: opnemen, medicijnen geven en weer een poosje wegsturen, tot de volgende uitbarsting. Martin wil haar blijven zien als een mens met een verhaal dat aanknopingspunten biedt om ongezonde gedragingen te kunnen veranderen. Proberen contact te maken met de mens in de patiënt is echter ongewenst in Sint André. Als het een keer, door een terloopse opmerking toch gebeurt, krijgt Martin het gevoel dat ze hem vertrouwt en dat hij haar wellicht zou kunnen helpen.

Het is dan ook vanzelfsprekend dat hij meteen aanbiedt haar op te halen. Hij hoopt haar weer op de weg naar genezing en een normaal leven te kunnen leiden, op zijn manier, buiten de muren en de regels van Sint André. Dat hoopt hij te bereiken tijdens de terugreis in de auto.
Het boek is verdeeld in een Proloog (waarin we lezen dat het niet goed is gegaan met Martin), 3 delen, een Naschrift en een Epiloog. In deel 1 omvat de heenreis, deel 2 de terugreis met Liesbeth en deel 3 de gevolgen die onontkoombaar zijn. In het Naschrift lezen we in een brief van Liesbeth voor Martin wat hij voor haar heeft betekend en de Epiloog suggereert dat Bart zich met Martin vereenzelvigt.

 Tijdens de heenreis wordt Martin geplaagd door herinneringen aan zijn jeugd, onderweg terug met Liesbeth gaat er van alles fout, dat hij niet zal kunnen verklaren aan wie niet horen wil en al een oordeel klaar heeft. Toch maakt hij vorderingen met Liesbeth, tot de reis afgebroken moet worden en ze met het vliegtuig terug moeten keren. Op zijn werk wordt het onwerkbaar: men accepteert zijn mensbeeld niet, houdt angstvallig en arrogant vast aan eigen regels en veroordeelt hem. Hij wordt ontslagen. Ook thuis is alles anders dan voor de reis.

Een verhelderend interview over dit boek en de achtergronden (B.C. was zelf werkzaam in de psychiatrie) kun je hier zien bij: Onder Cover. Hij brengt daarin o.a. Franco Bazaglia ter sprake die in Italië psychiatrische ziekenhuizen verving door therapeutische gemeenschappen, waar patiënten, verplegers en doktoren bij elkaar woonden. (In het boek is Liesbeth gevlucht naar Nocera waar Sergio Piro, een aanhanger van Bazaglia, een therapeutische gemeenschap had). Martin en B.C. voelen zich verwant met deze anti-psychiatrie. Wie hierin geïnteresseerd is, kan meer informatie vinden op de site van en in het Museum Dr. Guislain te Gent.

Qua stijl vond ik deel 2 en 3 prettiger lezen. Was het Vlaams in Het graf van de voddenraper nog poëtisch te noemen, hier stoorde het me af en toe, omdat ik bleef steken in een onbegrepen zin. Soms vond ik de  beeldspraak wat gezocht. Maar er zaten ook  hele mooie bij:

"Ze was voor iedereen een hopeloos geval, maar ze was mooi in alles wat ze had kunnen worden. Voor Martin was ze zijn eigen hopeloze droom. Zijn pop, zijn vlinder in een veel te ingewikkelde cocon van staal en beton. Hij was vertrokken met een duidelijke verwachting: deze reis moest de hamer zijn die die cocon zou openbreken."

 Of: "Ze kijkt hem aan met ogen waarin de hopeloze waanzin langzaam dooit tot tomeloos verdriet".

Al lijkt dit boek een totaal ander thema aan te snijden dan Het graf van de voddenraper toch hebben ze gemeen dat ze gaan over hoe mensen in het leven staan en hoe ze zich erdoor heen proberen te slaan. Hoe verwerk je een groot verlies en hoe kun je dan verder gaan of hoe vindt je een manier om te leven met de trauma's van je jeugd? Waarom kan de een het wel en de ander het niet?
Ik heb zo'n vaag vermoeden dat we nog wel enkele romans over levensvragen mogen verwachten.

Er zijn maar weinig boeken die over de psychiatrie gaan. Door het originele thema, de bijzondere hoofdpersonen en de dilemma's die aangekaart worden is het tevens een interessant boek voor  leesclubs.

Bart Vercauteren - Een ziel van glas. Antwerpen, Houtekiet, 2011. Paperback, 165 pg.

©JannieTr, oktober 2011.

dinsdag 4 oktober 2011

Hella Haasse - Sleuteloog

Oktober 2011 - waardering: 7,5.

Inleiding

Hoe kun je beter eer bewijzen aan een pas overleden schrijfster, dan door het lezen van een van haar boeken. Decennia geleden las ik op school Oeroeg, zonder dat er veel van bleef hangen. Toen het opnieuw uitgegeven werd voor de "Nederland Leest" campagne (2009) las ik het opnieuw en ging het voor me leven. Eerder al (2006) las ik Heren van de Thee en nu dus Sleuteloog, dat al een poosje in de kast stond. Allemaal Indische romans. Maar in 2006 verscheen ook Tuinhuis: een verzameling korte verhalen. Ik las het in 2010 en was er van onder de indruk. Er ging een wereld voor me open die zoveel meer was dan ietwat melancholische herinneringen aan Indië:  andere landen en streken, andere tijden en mensen die niet Hella's achtergrond hadden, het spelen met mysteries, raadsels en toeval. Ik nam me voor ook ander werk te gaan lezen, maar omdat Sleuteloog nog lag te wachten kwam dat eerst aan de beurt.

Inhoud

Een journalist benadert de kunsthistorica Herma Warner met de vraag of zij hem informatie kan verschaffen over Mila Wychinska. Hij is die naam tegengekomen in een dossier over mensenrechtenactivisme in Zuidoost-Azië. Op de foto die hij Herma stuurt, herkent zij echter onmiddellijk haar jeugdvriendin Dee Mijers.
Het verzoek dwingt Herma zich te verdiepen in het verleden dat zij voorgoed achter zich dacht te hebben gelaten. Ze wordt overspoeld door een golf van herinneringen aan haar jeugd in Nederlands-Indië en de jaren daarna. Herma wordt zich opnieuw bewust van de duistere kanten van de vriendschap met Dee, van haar bijna mystieke band met Non (Dees tante) en bovenal van haar verhouding tot Taco Tadema, met wie zij sinds hun middelbare-schooltijd in Batavia een paar heeft gevormd. Ingeslapen emoties komen aan de oppervlakte, maar niet alle raadsels worden opgelost.
De roman werd in 2003 bekroond met de NS Publieksprijs, de Dirk Martensprijs en genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. (Overgenomen van de site van het  Hella Haasse Museum).

Leeservaring

Opnieuw dus een Indië roman, opnieuw het verhaal van een onmogelijke vriendschap, net als in Oeroeg, ditmaal tussen twee meisjes/vrouwen. Ook hier het moeten erkennen dat alles wat zo vanzelfsprekend leek in de jeugd, een band die verondersteld werd, in werkelijkheid niet zo hecht bestaan had.

Maar in Sleuteloog zijn de natuurbeschrijvingen talrijker en uitgebreider en de herinneringen licht melancholisch. Dit keer is de hoofdpersoon al oud en graaft in haar herinneringen, om te ontdekken dat er veel was dat achteraf anders beoordeeld moet worden, dat vragen oproept en dat raadsels laat bestaan. In Oeroeg zat een zekere politieke boodschap, in Sleuteloog meer een filosofische: onze herinneringen worden gekleurd door hoe we het heden beleven en omgekeerd. Als zich in het heden feiten openbaren waar we niet omheen kunnen, blijken de gebeurtenissen in het verleden er in onze herinneringen plotseling anders uit te zien: wat onbelangrijk leek, krijgt ineens gewicht. En daarmee beïnvloeden ze ook de manier waarop we in het heden staan. Verdrongen emoties komen naar boven, vragen dringen zich op. 

De geschiedenis krijgt ruim aandacht, veel meer dan in Oeroeg, niet alleen over wat er na 1947 gebeurd is, maar ook in een verder verleden. Kunstgeschiedenis, godsdiensten, cultuur, bevolkingsgroepen, van alles wordt terloops door het verhaal geweven. Echt spannend zou ik het verhaal niet willen noemen. Daarvoor blijven uiteindelijk teveel vragen onbeantwoord en krijgt de volwassen Dee/Mila te weinig een gezicht. Duidelijk is dat Hella Haasse bij het schrijven van deze roman met veel plezier en weemoed haar jeugdjaren in Indië (en haar latere bezoeken) herbeleefd heeft. En zich altijd verbonden is blijven voelen met haar geboortegrond.

De ebbenhouten kist speelt een symbolische rol in het verhaal: alles wat van belang is geweest in het verleden is er in gestopt. Fotoalbums, brieven, schoolschriften, dagboeken, etc. Zoals er ergens een plekje is waar iemand al zijn herinneringen opbergt. Maar de sleutel is weg. Ze kan er niet meer bij. Dan komt er een journalist die haar vraagt in die herinneringen te graven. Hoe dieper ze graaft, hoe meer ze het gevoel krijgt dat haar herinneringen niet kloppen met wat er zich werkelijk afspeelde. Dat alles anders was.  Als de kist uiteindelijk wordt geopend blijkt hij leeg: in het sleuteloog staat de tekst: "Al wat je ooit zag of hoorde, al wat je dacht te weten, is niet meer dat, maar anders".

Een mooi boek, maar even genoeg Indië voor mij. Het wordt tijd voor een van haar andere boeken. Keus genoeg!

Hella Haasse - Sleuteloog. Amsterdam, Querido, 2006. Paperback, 179 pg. Leesclub editie: met een nawoord van Margot Dijkgraaf, leesclubvragen, lijst Indische termen, familielijn hoofdpersonen.

©JannieTr, oktober 2011.