vrijdag 1 mei 2009

Remco Campert – Het satijnen hart


April 2009 – waardering: 8,0.
                                                     
Samenvatting:
De bejaarde en beroemde schilder Hendrik van Otterlo leidt een teruggetrokken bestaan. Twintig jaar daarvoor heeft zijn grote liefde, Cissy, hem verlaten. Sindsdien is hij niet meer in zijn atelier in Weesp geweest; het echte schilderen heeft hij eraan gegeven. Inwendig klagend brengt hij zijn dagen somberend door, alleen nog bijgestaan door een oude kunstbroeder en een halfzuster -onnadrukkelijk krijgt in hun portrettering de doorwerking van de oorlog gestalte. Het bericht van het overlijden van Cissy zet echter een verandering in gang. Hij beseft op den duur dat hij het leven terwille van de kunst aan zich voorbij heeft laten gaan. Hij heropent zijn atelier en werpt zich opnieuw op de kunst. In een afgewogen stijl, effectief omspringend met de grammaticale tijden binnen het ik-perspectief, met trefzekere dialogen, wordt dit verhaal over een hoogmoedig kunstenaar die het leven versmaadde verteld. Een mooie, contemplatieve roman over kunstenaarschap, overwonnen doodsangst en de uiteindelijke heromarming van het leven (bron: Biblion).
                                                        
Over het boek:
Niet lang na Een liefde in Parijs verscheen er opnieuw een roman van Remco Campert: Het satijnen hart. Het thema is vergelijkbaar: met nostalgie/spijt terugkijken op wat voorbij is en niet meer veranderd kan worden en denken over: hoe nu verder. De uitwerking van het thema is echter heel anders. Omdat er genoeg recensies en analyses over het boek zelf op internet te vinden zijn, wil ik me hier beperken tot de verschillen en overeenkomsten tussen beide boeken.
De hoofdpersoon van Een liefde in Parijs, Richard Sanders, is iets jonger dan die uit Het satijnen hart, Hendrik van Otterlo. Beide zijn kunstenaar: Richard is schrijver, Hendrik schilder. Richard is teleurgesteld in de kunst, omdat die niet de erkenning gebracht heeft waar hij op hoopte en hem een deel van zijn leven ontnomen heeft. Hendrik is vastgelopen in de kunst omdat hij hardnekkig weigerde het echte leven en daarmee de liefde toe te laten in zijn kunst. Richard vermoedt dat hij een ander en beter leven gehad zou hebben zonder de kunst. Voor Hendrik is leven zonder kunst ondenkbaar: de kunst is zijn bestaansrecht. Zonder de plot van Een liefde in Parijs te verklappen (moeilijk!): het door hem verwaarloosde, echte leven haalt hem in en geeft hem een tweede kans. Toch nog een happy-end? Omdat de kunst hem teleurstelde? Of een open-end?
Bij Hendrik is er zeker sprake van een happy-end. Door ondanks de spijt te accepteren dat de liefde een rol behoort te spelen in een compleet leven, dat hij van Cissy en Cissy van hem gehouden heeft, krijgt de liefde ook een plaats in zijn kunst en komt hij over het dode punt heen dat hem 20 jaar belemmerde, sinds het verdwijnen van Cissy. En daarmee kan zijn kunst weer zijn bestaansrecht worden.
                                          
Campert houdt er niet van als zijn boeken beschouwd worden als autobiografische verhalen. Maar hij geeft wel toe, dat zijn thema’s nauw aansluiten bij wat hem beweegt. De manier waarop hij het verwoordt is echter fictie: eigen herinneringen, die van anderen of verzonnen mogelijkheden wisselen elkaar af. Mij viel op, dat Richard hetzelfde beroep (schrijver) had, maar dat het boek in de derde persoon geschreven was: dat schept bij het lezen meer afstand tussen auteur en hoofdpersoon. Ook werd er o.a. een stuk opgenomen waarin Richard n.a.v. een interview hardop nadacht over de hype om het werk van een schrijver toch vooral te beschouwen als een verkapte autobiografie. Hendrik van Otterlo had een ander beroep: schilder. Dat boek was in de ik-persoon geschreven, alsof de afstand door het beroep al voldoende was om niet geassocieerd te worden met de hoofdpersoon. (Maar als dichter voelt Campert zich wel nauw verwant aan de schilders).
In een interview vertelde Campert dat hij niet tevreden was over Een liefde in Parijs en er daarom via een (voor sommigen) discutabele plot een eind aan breidde en opnieuw begon met Het satijnen hart. Het is waarschijnlijk ook meer een boek naar zijn hart: hij begint de belemmeringen van het ouder worden te merken, weet wat het is om een writersblock (jaren 70 en misschien later nog wel eens) te hebben en probeert zijn leven tot de laatste snik in dienst te stellen van de kunst. Maar hij is geen Hendrik van Otterlo, benadrukt hij: er zijn ook nog andere dingen in het leven en die wil hij, zeker nu er elke dag Nieuwe herinneringen bij komen en de toekomst niet veel meer brengen kan, niet voorbij laten gaan.
Wie het lezen van deze roman(s) goed bevallen is, kan ik de DVD-video Tijd duurt één mens lang, een filmportret van Remco Campert, aanraden. En de dichtbundel Nieuwe herinneringen. Die zit als CD, door Campert voorgelezen bij deze DVD, maar ik vond het toch prettiger die zelf te lezen.
                                                 
Leeservaring:
Het hoeft geen betoog meer, dat ik ook dit boek met plezier gelezen heb. Net als de vele andere boeken, waarvan ook een verslag op deze site te vinden is. Er liggen er op dit moment zelfs nog een aantal te wachten. Ik hoop dat hij op 28 juli een prettige 80ste verjaardag zal vieren, temidden van allen die hem een warm hart toedragen. En dat iemand hem namens heel veel lezers zal bedanken voor meer dan 60 jaar schrijverschap.
                                        
Amsterdam, Bezige Bij, 2006. Geb., 190 p. isbn: 90-234-1924-3. (Nieuw en 2dehands volop verkrijgbaar).
                                               
© JannieTr, 1 mei 2009.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen