woensdag 21 november 2018

Judith Koelemeijer - Anna Boom

In 2001 verscheen het debuut van Judith Koelemeijer: Het zwijgen van Maria Zachea. Het werd meteen een daverend succes, met hoge verkoopcijfers en een aantal prijzen. Met deze familiegeschiedenis, die op een bijzondere manier verteld wordt, vestigde ze haar naam als literaire non-fictie schrijver wordt er gezegd. (Voor mijn recensie van destijds, zie: HIER).
Die titel kreeg ze overigens pas later. Ik sprak in mijn recensie dan ook in eerste instantie over "oral-history", de vertelde, overgeleverde geschiedenis. Het ging hierbij om haar familiegeschiedenis verteld vanuit de vele perspectieven van de even zovele familieleden. In 2008 verscheen de biografie van Anna Boom (die hieronder besproken wordt) en in 2013 het autobiografische verhaal Hemelvaart (over het noodlottige ongeval dat haar vriendin overkwam tijdens de zomervakantie in Griekenland. Voor mijn recensie zie: HIER).

Wat is literaire non-fictie?

Ik heb wat moeite met de term literaire non-fictie. Het verschil tussen fictie en non-fictie is voor iedereen duidelijk. Non-fictie is feitelijk, met weinig ruimte voor fantasie. Fictie laat de fantasie de vrije loop. Maar een biografie die gebruik maakt van wat fantasie om er een aantrekkelijk leesbaar verhaal van te maken zou ik eigenlijk liever geromantiseerde non-fictie willen noemen. Tenzij het boek echt literaire kwaliteiten heeft. Zo bezien heeft Het zwijgen van Maria Zachea meer recht op de titel literaire non-fictie dan Anna Boom. Reden daarvoor is onder meer de uitgekiende structuur die ze gekozen heeft voor haar debuut. Een citaat uit mijn recensie:

"Judith Koelemeijer heeft er voor gekozen elk interview selectief uit te werken. En wel op zo’n manier, dat de chronologie van de familiegeschiedenis bewaard blijft. Net als die van het ziektebed en het lijden van haar grootmoeder. En van de maatschappelijke ontwikkelingen tussen de geboorte van de oudste (geb. in 1934) en het volwassen worden van de jongste (geb. in 1953). De verhaallijnen lopen parallel. In het levensverhaal van elk kind leren we een stukje kennen van de familiegeschiedenis en nemen we daarnaast kennis van de voortschrijdende behoeftigheid van de zieke, zwijgende moeder. En lezen we hoe de maatschappij langzaam verandert, in een kleine geschiedenis van de twintigste eeuw."

De uitgekiende structuur, het raadsel van het zwijgen waarop antwoorden gezocht worden, de complete familiegeschiedenis die in het verhaal verweven wordt, zonder daarbij de chronologie van het naderende levenseinde van Maria Zachea uit het oog te verliezen en de aandacht die ondertussen aan de maatschappelijke veranderingen gegeven wordt, zijn voor mij redenen om het achteraf literaire non-fictie te noemen.

De trieste geschiedenis van Hemelvaart is een spannend persoonlijk verhaal, dat meerwaarde krijgt door de aandacht voor de verschillende manieren waarop mensen het verlies van een dierbare verwerken, de herinneringen die uiteen blijken te lopen, de wijze waarop men de draad weer op probeert te pakken. En voor Judith zelf de behoefte om meer te weten over het hoe en waarom van het ongeval om het voor zichzelf af te sluiten. Een tegelijkertijd spannend als ontroerend verhaal, goed geschreven. Maar mag je een autobiografie non-fictie noemen? Het gaat weliswaar over feitelijke gebeurtenissen, maar dan toch vooral beschreven vanuit de beleving en de gevoelens van de schrijfster. Een citaat uit mijn recensie:

"Een sentimenteel drama is het zeker niet, wel een aangrijpend verhaal. Niet alleen vanwege de dood die soms zo onverwacht en onverschillig toeslaat, maar ook door te laten zien, welke impact zoiets op iedereen heeft die er op de een of andere manier bij betrokken was, ook na 25 jaar nog. En daarbij is het zo goed geschreven dat je soms bijna vergeet dat je geen fictie leest, maar een puur en soms spannend verhaal over de werkelijke en persoonlijke gevolgen van een niet-te-ontkennen tragische gebeurtenis."

Lastig hoor, die hokjes. Wel literair, zou ik zeggen, maar non-fictie toch niet helemaal.

Anna Boom

En dan Anna Boom, dat in 2008 verscheen, tussen de beide hierboven genoemde boeken in. Hoe moeten we dat noemen? Bij toeval kwam Judith Koelemeijer via een oom in contact met Anna Boom. Haar aanvankelijke terughoudendheid verdween al snel na een nadere kennismaking met de voor haar onbekende vrouw en als journalist zag ze de mogelijkheden voor een interessant verhaal. Ze voerde gesprekken, ging samen met Anna Boom naar belangrijke plekken uit haar leven, las brieven, dagboeken en andere documenten om feiten te checken en een beeld te krijgen van het verleden. Ze zocht zaken na in archieven. Uit dat alles kwam het levensverhaal van Anna Boom voort. Prettig leesbaar opgeschreven en boeiend om te lezen, maar niet echt literair. De term "verhalende journalistiek" is hier meer op van toepassing, zeker als we onder verhalende ook geromantiseerde verstaan.

Het verhaal

Anna Boom die als jonge vrouw van 22 in 1942 naar een geliefde (maar getrouwde) oudere Hongaarse man in Boedapest vertrekt om aan de verstikkende verhouding met haar moeder te ontsnappen, blijkt een zeer interessant leven achter de rug te hebben als Judith haar op 87-jarige leeftijd ontmoet. 

Samenvatting:

In de zomer van 1942 stapt de tweeëntwintigjarige Anna Boom op de trein naar Boedapest. Ze wil weg, naar Géza, de veel oudere Hongaarse man op wie ze verliefd is. Tot dan toe leefde de Nederlandse Anna met haar moeder in buitenlandse pensions, in een geïsoleerde wereld. Nu breekt ze eruit, ook al is het oorlog en is haar Hongaar al jaren getrouwd.
De reis markeert het begin van een uitzonderlijk leven. In Boedapest komt Anna via een vriendin in aanraking met de Zweedse diplomaat Raoul Wallenberg. Ze helpt joden met beschermingspassen en voedsel. Dan begint het Russische beleg van Boedapest en wordt ze meegezogen in de maalstroom van de geschiedenis.
Na de oorlog besluit Anna alles te vergeten. Ze volgt een Franse gezant naar Praag, vertrekt met de boot naar Bombay om met een Zwitserse ingenieur te trouwen en komt op haar achtenveertigste uiteindelijk thuis bij een Hollandse klm-directeur in Estoril. Nooit spreekt ze een woord over haar verleden in Boedapest. Totdat op een nacht de stilte onverwacht wordt verbroken.
Anna Boom is het avontuurlijke verhaal van een vrouw met vele gezichten - van koerierster in Boedapest tot huisvrouw in Zürich - die zich opvallend weinig aantrekt van de conventies van haar tijd en milieu. (
Achterflap boek).

Etty Hillesum

Zoals gezegd: een boeiend verhaal dat goed geschreven is. Ik heb me er dan ook best mee vermaakt, al kan ik er niet zo enthousiast over zijn als over haar beide andere boeken. Ik kijk wel uit naar de verschijning van de biografie van de Joodse Etty Hillesum (1914-1943). Zij is in 1943 door de nazi’s in Auschwitz vermoord. In 1981 verscheen haar dagboek Het verstoorde leven: Dagboek van Etty Hillesum 1941-1943. Deze aangekondigde biografie verschijnt in 2020, 75 jaar na het einde van de oorlog. Judith Koelemeijer kreeg de opdracht voor de biografie van het Etty Hillesum Centrum in Middelburg (KLIK HIER).

© Jannie Trouwborst, november 2018.

(N.B. Dat ik de genrebepaling hier extra aandacht heb gegeven, komt mede door mijn aversie tegen de klakkeloos gebruikte term "literaire thriller", die in 9 van de 10 gevallen misplaatst is).

Op 21 november schreven verschillende boekbloggers een recensie over Anna Boom. De links zijn: KARIN, LALAGÈ, ANTOINETTE, SANDRA , ALI en SUE.

zaterdag 17 november 2018

Een terugblik en vooruit kijken

Een terugblik en vooruit kijken

Deze titel zette ik eind december 2017 boven een persoonlijk blogartikel. Daarin begon ik met een vergelijking van de plannen op 1 januari 2017 met de uitkomsten op 29 december 2017. En dan kun je terugkijkend twee dingen doen: je schouders ophalen en denken, jammer dan. Of in de put gaan zitten omdat het weer niet gelukt is de gestelde doelen te bereiken.
Vrij relaxed maakte ik toen nieuwe plannen voor 2018. Probeerde het wat vrijblijvender te houden, maar even tegoed valt het uiteindelijke resultaat ook dit jaar weer tegen. Ik heb intussen mijn les wel geleerd: geen planning meer! Het frustreert me meer dan dat het motiveert.

Wat dan?

Het is nu half november. Over anderhalve maand is het jaar pas voorbij. Maar ik maak liever nu de balans op. Ik wil de komende weken in alle rust terugkijken naar wat wèl gelukt is vorig jaar. Soms zijn dat totaal andere dingen dan die ik gepland had. En dan nadenken over hoe ik verder wil. Geen uitdagingen meer of mezelf tot acties dwingen, maar vooral die dingen doen ik echt graag wil en waar ik energie van krijg.
Ik stop er dus even mee hier. Klaar staat de afgesproken bespreking van Anna Boom van Judith Koelemeijer op 21 november. En voor de week van de poëzie (laatste week van november) staan ook al drie blogs klaar. Misschien komt er nog één bij. Maar daar blijft het dit jaar even bij.

Ondertussen

Stilstaan en terugkijken, daar begin ik mee. Ik ga een lijstje maken met daarop alles wat ik dit jaar gedaan heb. En wat ik al weer haast vergeten ben. Niet alleen op boekengebied, maar ook op andere gebieden. En een lijstje met alles waar ik dankbaar voor ben. Zodat ik dat niet vergeet! Positieve lijstjes die een steun zijn als het volgend jaar weer eens tegenzit. En om het jaar goed af te sluiten.
En dan een lijstje maken met alles wat ik graag zou willen doen, ongeacht of ik dat op dit moment realistisch vind. Niet als een nieuwe planningslijst, maar als keuzemogelijkheden.
Natuurlijk blijven er ook genoeg taken over die gewoon gedaan moeten worden of ik dat nu leuk vind of niet. Maar door meer energie te putten uit leuke dingen, kosten die verplichte zaken vast ook minder moeite.

Mijlpaal

Eén van de dingen waar ik stug mee door ga is 750words. Nog deze maand bereik ik de mijlpaal van 500 dagen elke dag een stukje schrijven van minstens 750 woorden over zaken die me bezig houden of vragen waarop ik een antwoord wil vinden. Ik ben Niek (KLIK HIER) nog altijd dankbaar voor haar tip. Misschien ga ik de komende weken ook die stukjes eens nalezen. Hoewel.... dat zijn ondertussen bijna 400.000 woorden.
Een andere mijlpaal is het feit dat het deze maand 12 jaar geleden is dat ik ben begonnen met bloggen over boeken en lezen. Oorspronkelijk bij een andere bloghost. Ook iets om over na te denken. Waarom begon ik, wat waren de drijfveren, hoe heeft zich dat ontwikkeld? Ben ik tevreden met hoe het nu is? Moet ik doorgaan, iets veranderen of stoppen? 750words gaat me helpen het antwoord te vinden!

Fijne feestdagen!

Even rust betekent niet dat ik ook geen twitterberichten of blogteksten lees. Misschien reageer ik wat minder, maar ik blijf jullie wel allemaal volgen. In elk geval iedereen vast een gezellige decembermaand toegewenst. En dan ben ik hopelijk in januari ook weer van de partij.

Jannie Trouwborst, november 2018.

vrijdag 16 november 2018

Diana Tjin - Een Bijlmerliedje

Tijdens de Maand van de Surinaamse literatuur die ik organiseerde in september van dit jaar kozen twee van ons bij toeval voor hetzelfde boek: de debuutroman van Diana Tjin - Het geheim van mevrouw Grünwald (2017). Wat Ali ervan vond lees je HIER en mijn blog staat HIER. 
Voor mij was dit debuut een aangename verrassing en toen ik onlangs ontdekte dat inmiddels haar tweede boek is verschenen - Een Bijlmerliedje -was het logisch dat ik ook dat graag lezen wilde.

De jarige Bijlmer

De jaren zeventig herleven in deze coming-of-age roman over een Surinaams meisje dat opgroeit in een warm gezin in de Bijlmer. In dat gezin (vader, moeder, drie broers en een zus), maar ook in de omgeving, speelt soulmuziek een belangrijke rol. Sommige van de in het verhaal genoemde titels zullen wellicht bekend in de oren klinken, maar voor de volledigheid heeft Diana Tjin achterin het boek een lijst opgenomen met alle songs die een rol spelen in het boek. De opgroeiende kinderen uit het gezin vinden in de teksten van de songs een weerklank van hun gevoelens: twijfel, hoop, boosheid of verlangen.

Dit jaar bestaat de Bijlmer 50 jaar. Op 25 november 1968 kregen de eerste bewoners er de sleutel van hun nieuwe huis. De Bijlmer ontwikkelt zich aanvankelijk tot een levendige, diverse, veelzijdige buurt voor de vele nieuwe bewoners. En één van al die gezinnen is het gezin van Sheila, de hoofdpersoon van de roman. Het zal er zo'n 8 jaar blijven wonen, belangrijke jaren in het leven van dit opgroeiende Surinaamse meisje. Sheila verandert, maar de Bijlmer ook. We lezen er terzijde over. De bewoners van het begin beginnen te vertrekken en de roman eindigt als ook het gezin van Sheila verhuist.

Het verhaal

In fragmentarische hoofdstukken, vrijwel chronologisch gerangschikt, maken we mee hoe Sheila zich ontwikkelt van timide brugklasser op het gymnasium tot een zelfbewuste jonge vrouw. Stapje voor stapje schildert Diana Tjin in helder proza hoe Sheila ontdekt wie ze is en wat ze wil. Een verhaal over vriendschappen die onder druk komen te staan, over verliefdheden, over het zoeken naar erkenning als een meisje met een Surinaamse achtergrond, over het aftasten van de door haar ouders opgelegde grenzen. Maar ook over haar verzet tegen discriminerende taal, over het besef van klassenverschil en de ergernis over leugens en afwijzing.

Onwillekeurig dringt zich hier de vergelijking op met Het Gym van Karin Amatmoekrim (KLIK HIER). Die gaat maar zeer ten dele op en dat wordt mede veroorzaakt door het fragmentarische karakter van de roman. Het ontbreken van een spannend doorlopend verhaal, waarin intens mee gevoeld kan worden met de hoofdpersoon, maakt het vertelde wat vlak.
Het tijdsbeeld dat uit het verhaal naar voren komt is waardevol voor oudere lezers, die wellicht zichzelf en hun situatie zullen herkennen. Misschien ook voor jongere lezers om te ontdekken hoe het was om op te groeien in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Toch denk ik niet dat het boek jongeren erg aan zal spreken, want ik vraag me af of ze zich voldoende zullen kunnen herkennen in de puber-problematiek van Sheila.
Ook de discriminatie waarmee Sheila te maken krijgt, is anders en minder scherp dan die waarover Karin Amatmoekrim schrijft. En tenslotte staat het warme gezin zonder enige geldproblemen uit Een Bijlmerliedje, tegenover het moeizaam overlevende, armoedige éénoudergezin in Het Gym.

Maar misschien is een vergelijking niet helemaal eerlijk. Waar Karin Amatmoekrim in de eerste plaats een belangrijk thema (discriminatie) onder de aandacht wilde brengen, wil Diana Tjin vooral een tijdsbeeld schetsen (opgroeien in De Bijlmer in de jaren zeventig). Zo bekeken zijn ze allebei geslaagd in hun opzet. 

Diana Tjin

Diana Tjin is geboren in Amsterdam (1961). Haar beide ouders zijn afkomstig uit Suriname. Ze heeft Klassieke Talen gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en is werkzaam als Erfgoed-catalografe bij de Universiteitsbibliotheek.

Diana Tjin - Een Bijlmerliedje, roman. Haarlem, In de Knipscheer, 2018. Pb., 183 pg., met playlist. ISBN:978-90-6265-505-2.

© Jannie Trouwborst, november 2018.

vrijdag 9 november 2018

Fieke Gosselaar - Het land houdt van stilte

Misschien dat mijn voorliefde voor oorspronkelijk Nederlandse literatuur wel voortkomt uit het feit dat ik het Nederlandse landschap goed ken en ervan houdt. Ook het noorden van Groningen, waar deze roman zich afspeelt. De plekken die de hoofdpersonen bezoeken en beschrijven kan ik me voor de geest halen en dan is het niet moeilijk je thuis te voelen in het verhaal en je mee te laten slepen.

Een van de hoofdpersonen in dit verhaal is Groningen, het land dat van stilte houdt. Net als de mensen die er al generaties wonen of zij die er heen trekken omdat ze verlangen naar die stilte. Dat stilte ook spanningen op kan roepen en voor onbegrip kan zorgen, ervaart bijna iedereen die een rol speelt in dit zich kalm maar gestaag ontwikkelende verhaal over eenzaamheid en hunkering.


De hoofdpersonen

Eigenlijk draait het verhaal om maar enkele mensen. Duurt, Warre, Siebo en Meena en daarnaast nog "de buurvouw", "de broer" en Lieze. Siebo en Meena wonen en werken op een boerderij in de buurt van Finsterwolde. De broer van Siebo heeft de vaderlijke boerderij overgenomen die verder weg in het aardbevingsgebied staat. Duurt is een vijftiger die vanuit Amsterdam naar Ganzendijk is gekomen, een gehucht vlakbij Finsterwolde. Hij woont er al weer geruime tijd, voelt zich er thuis en mist zijn drukke leven en de vrienden van vroeger niet meer. Warre is een geregelde gast bij Siebo en Meena, die een bed & breakfast hebben in hun boerderij. Hij is een twintiger, die net zijn moeder vrij plotseling heeft verloren en zijn vader nooit heeft gekend. Hij is ict'er en kan zijn werk via internet ook elders doen. Dan is er nog de oude buurvrouw van Duurt: haar man Theo is net overleden, haar zoon woont ver weg en zij zoekt vaak het gezelschap op van Duurt, die graag met haar op stap gaat. Wie Lieze is, blijft lang onduidelijk.

Structuur

Rond deze groep mensen speelt het verhaal zich af, in enkele weken. Met af en toe een terugblik op het leven voor die tijd van alle hoofdpersonen. De hoofdstukken hebben allemaal als titel de naam van de persoon over wie het gaat: Duurt, Warre of (samen) Siebo en Meena. De beide mannen delen in de ik-persoon hun gedachten met de lezer. We weten waar ze mee zitten, hoe het hen vroeger is vergaan en waarom ze zich thuis voelen in dit land dat van stilte houdt. En wat Warre betreft ook waarom hij graag bij Siebo en Meena verblijft. 
Met Siebo en Meena ligt dat anders: hoewel ze steeds samen een hoofdstuk hebben, samen gesprekken voeren en aangeduid worden met hij en zij, heeft elk zijn eigen gedachten die lang niet altijd gedeeld worden met de partner. Hier wordt de stilte juist een bron van spanning in plaats van de rust die de buitenstaanders juist zoeken.

Thema

Eenzaamheid en hunkering schreef ik al hierboven. Ze hebben er allemaal mee te maken. Siebo en Meena bleven ongewild kinderloos. De ingerichte kinderkamer bleef leeg. Onverdraaglijk voor Meena. Ze haalt Siebo over er een bed & breakfast van te maken zodat ze niet meer geconfronteerd wordt met de lege plek en haar zorgzaamheid op een andere manier kwijt kan. Siebo is niet zo gesteld op vreemde mensen over de vloer, maar hij probeert het haar te gunnen. Er wordt niet gesproken over het verdriet van het kinderloos zijn, wel gedacht, maar dat weet alleen de lezer. Er is veel wat ze van elkaar niet weten en dus ook niet hoe ze elkaar zouden kunnen bijstaan. Het is vooral eenzaam verdriet dat gedeeld had kunnen worden.
Ook Duurt is eenzaam, hij heeft alleen zijn duiven. Een druk leven met vele vrienden in de theaterwereld heeft hij achter zich gelaten, nadat zijn grote liefde Lieze hem onverwachts verliet. Al zijn er eerder aanwijzingen, pas aan het einde van het boek blijkt wat daar de reden van was. Zijn hunkering om terug te vinden wat eens was, gaat maar niet over. Zijn eenzaamheid lost hij op door het contact met zijn oude buurvrouw.
Nog eenzamer en vol hunkering is Warre. In een huis met alleen een moeder moest hij zich al snel alleen zien te redden. Ze is altijd op reis, vindt al snel dat hij groot genoeg is om voor zichzelf te zorgen. Ze stuurt mailtjes en foto's, is een paar weken thuis en gaat dan weer. Zijn smeekbeden om bij hem te blijven wuift ze weg. Als ze met een vreemde en gevaarlijke bacterie thuiskomt, wordt ze ziek en sterft vrij snel. Aan Warre de taak het huis leeg te ruimen en te verkopen. Maar ook Warre vlucht, naar de enige plek waar hij zich thuis voelt: bij Meena en Siebo. Meena is er blij mee, Siebo juist niet. Warre voelt het allemaal wel aan, maar weet het ook niet meer. En iedereen zwijgt...
Natuurlijk grijpen de levens van al deze hoofdpersonen uiteindelijk op de een of andere manier in elkaar. Daar kan hier verder niets over gezegd worden. Maar ook voor wie het verhaal gelezen heeft, blijft er nog wat te raden over.

Tot slot 

Uit het voorgaande zou de conclusie getrokken kunnen worden dat het een zwaar boek is. Niets is minder waar. Fieke Gosselaar heeft een lichte en heldere verteltrant, waarbij ze met heel weinig woorden veel zegt en het aan de lezer laat om aan te voelen wat er speelt. Daarnaast zit er genoeg onderhuidse humor in het verhaal. De randstedelijke B&B bezoekers worden neergezet als ramptoeristen die willen weten waar de half ingestorte boerderijen en huizen staan en die De Graanrepubliek hebben gelezen en nu het communistische bolwerk willen zien. Siebo heeft er plezier in ze voor de gek te houden. Maar in de textielzaak in het dorp worden de roddelende dorpsbewoners net zo goed op de korrel genomen.

Er zit een zekere spanning in het verhaal door het onderlinge zwijgen en het verhaal dat op de achtergrond speelt en dat heel langzaam duidelijk wordt. Maar de oplossing daarvan is voor mij niet doorslaggevend. Het is veel meer het verhaal op zich, dat erom vraagt minstens tweemaal gelezen te worden. Dat past in de traditie van andere verhalen waarin het landschap een belangrijke rol speelt, zoals West-Friesland bij Gerbrand Bakker.

Ter afsluiting enkele citaten. Duurt verlaat de dorpskroeg na een gesprek met een oude dorpsbewoner.

"Ik hield van dit soort plekken, rauwer dan ik gewend was. Het maakte de rest onbelangrijk en ik besefte dat iedereen een verhaal had dat een leven een andere wending gaf. Misschien zochten al die mensen plekken op waar ze het idee hadden zichzelf te kunnen zijn, hoewel de man met zijn verhaal zich haast verondschuldigde. Ik moest als vreemdeling niet denken dat hij daar zomaar zat."

Meena heeft vrede met haar beslissing. 

"Daarna stond ze op en liep door de schuur naar buiten. Ze keek naar de lucht en zag een ruwe wolkenjacht het dorp naderen. Het begon met zachte regen en grijzig licht dat de dag korter maakte. Grauw uitzicht vond ze op dit moment een stille zegen, haar diezeg laand vol regen. In de polders begon het koren mee te wiegen en de lucht werd wilder. De lucht was vochtig van troost. Ze wilde genieten van de storm die eraan kwam."

Fieke Gosselaar - Het land houdt van stilte. Amsterdam, Ambo/Anthos, 2018. Geb., 196 pg., isbn:978-90-263-4242-4.

© Jannie Trouwborst, november 2018.

dinsdag 6 november 2018

Diederic van Assende - Floris ende Blachefloer

Diederic van Assenede 

Het zijn feiten die ik achteloos opsloeg bij de lessen literatuurgeschiedenis op de middelbare school: Diederic van Assenede schreef in de 13de eeuw een liefdesgeschiedenis in Middelnederlands met de titel Floris ende Blanchefloer. Dat was een belangrijk feit, omdat hij daarmee de basis legde voor literatuur in de volkstaal. Vaag ken ik het verhaal nog, maar verder bleef het één van de vele feiten die je nu eenmaal diende te onthouden.
Daar kwam verandering in toen wij naar Zeeuws-Vlaanderen verhuisden. Vlakbij, net over de grens in Oost-Vlaanderen, ligt Assenede: een van de oudste gemeenten van Vlaanderen met een geschiedenis die terug gaat tot de tiende eeuw. Op het Marktplein viel mij een beeld op van een lezende man op een bankje voor de kerk en plotseling viel het kwartje: Diederic van Assende! En ook de daarbij behorende feiten borrelden op. Plotseling werd de auteur en zijn geschrift meer dan een abstract gegeven uit een studieboek.

Diederic van Assenede (Assenede, ca. 1230 – 1293) was klerk van de graaf van Vlaanderen van 1260 tot 1280 en schreef daarnaast literatuur. Hij speelt een belangrijke rol in de emancipatie van de Nederlandse literatuur aan het Vlaamse hof. Met het liefdesgedicht Floris ende Blanchefloer legde hij de weg open voor de eerste volkstalige literatuur in het graafschap Vlaanderen, dat als leenheerlijkheid van Frankrijk Frans als voertaal had.

Floris ende Blanchefloer

Werktekening
Floris ende Blancefloer is de Middelnederlandse vertaling/bewerking door Diederic van Assenede van de Oudfranse roman in verzen Floire et Blanceflor (ca. 1150-1160). Naar eigen zeggen heeft Diederic zijn vertaling vervaardigd voor een publiek dat het Frans onvoldoende machtig was om dit verhaal in het origineel te kunnen begrijpen: "Dien seldijs danken ghemeenlike / Dat hijt uten Walsche heeft ghedicht / Ende verstandelike in Dietsche bericht / Den ghenen diet Walsche niet en connen (ed. Mak, r. 24-27).

Het verhaal gaat als volgt:

Blancefloer, een christelijk meisje, groeit op aan het hof van een islamitische koning in Spanje. Aan het hof ontstaat er een hechte vriendschap met de zoon van de koning, Floris. Wanneer de koning en de koningin ontdekken dat hun vriendschap is overgevloeid in liefde, besluiten ze in te grijpen. Ze bedenken een list om de liefde tussen Floris en Blancefloer te dwarsbomen. Floris’ ouders sturen hem naar het buitenland om te gaan studeren en verkopen ondertussen Blancefloer als slavin aan rondreizende kooplieden. Een schitterend, maar leeg, graf moet Floris ervan overtuigen dat Blancefloer dood is.
Floris is zo droevig dat hij zelfmoord wil plegen. Daarop besluiten zijn ouders om hem de waarheid te vertellen. Vervolgens gaat de jongen op zoek naar zijn geliefde. Tijdens zijn zoektocht ontdekt hij dat Blancefloer, samen met 140 andere vrouwen, wordt vastgehouden in de ‘vrouwentoren’ van de emir in Babylon (gelegen in Mesopotamië, het tweestromenland).
Detail borduurwerk

Ieder jaar kiest de emir een van die vrouwen tot zijn nieuwe echtgenote en laat hij de vorige doden. Volgens alle gegevens die Floris verkrijgt, wordt zijn Blancefloer de nieuwe uitverkorene van de emir. De vrouwentoren waarin Blancefloer verblijft, wordt heel zwaar bewaakt. Maar de waard van de herberg waar Floris logeert, vertelt hem over het zwakke punt van de poortwachter van de toren: hij is bezeten van het schaakspel én van geld. Met deze informatie in het achterhoofd nodigt Floris de poortwachter uit voor enkele spelletjes schaak, die hij allemaal wint. Hij houdt echter niet het gewonnen geld, maar schenkt dit aan de poortwachter. Floris wint tevens het laatste spel. Als wederdienst belooft de poortwachter hem eeuwige trouw, waarvan Floris listig gebruik maakt. De poortwachter smokkelt Floris in een mand met bloemen naar binnen.
De twee geliefden worden herenigd maar wanneer de emir hen samen in bed betrapt, wil hij hen met het zwaard doden. Tijdens een openbare rechtszitting die hierop volgt, worden alle aanwezigen ontroerd door de sterke liefde tussen Floris en Blancefloer, waarop de emir het jonge paar vergeeft. Floris en Blancefloer trouwen en op hun bruiloftsfeest verneemt Floris dat zijn ouders overleden zijn. Daarop keren de geliefden samen terug naar Spanje, waar Floris zijn vader opvolgt als koning en hij zich samen met zijn onderdanen laat dopen. Blancefloer schenkt hem een dochter, Bertha met de grote voet, die later de (legendarische) moeder van Karel de Grote zal worden. (Samenvatting Wikipedia).

Het tapijt van Assenede

Borduursters aan het werk
Het verhaal wordt op dit moment omgezet in een ambitieus borduurproject waar 70 borduursters uit de streek aan meewerken. Het zal uitmonden in een wandtapijt van ca. 100 meter lang, met 85 verhaaltaferelen, geborduurd op panelen van ieder 95 cm lang en 90 cm hoog. 60 Afgewerkte exemplaren en zo'n 25 werktekeningen worden nu al tentoongesteld en zijn nog te zien tot 26 januari 2019 in Museum Het Warenhuis te Axel (KLIK HIER). 

In de filmzaal van het museum wordt het verhaal, aan de hand van de werktekeningen en met de bijbehorende teksten, verteld en vertoond. Het verhaal komt zo echt tot leven en wie vervolgens de lange rij reeds geborduurde taferelen bekijkt, krijgt bewondering voor de creativiteit en het vakmanschap van de deelnemende borduursters. Deze tijdelijke tentoonstelling Floris ende Blancefloer, the making of... gaat vergezeld van demonstraties, workshops en lezingen.
Uiteraard is dit project mede geïnspireerd door het bekende Tapijt van Bayeux van 1075. Wie meer interessante feiten over de achtergronden van het project wil weten kan dat vinden op http://www.tapijtvanassenede.be/tapijt.html. 

De Middeleeuwen bekeken vanuit Floris ende Blanchefloer

Diederic van Assenede
Op 14 november a.s. gaat Prof. Jozef Janssens in op het verhaal Floris ende Blancefloer, bekeken vanuit de middeleeuwen. Elk literair werk is een product van zijn tijd. Wat roept het woord 'middeleeuwen' op? Kastelen en ridders in harnas? Jonkvrouwen die smachtend luisteren naar troubadoursliederen? Kruistochten en wapengekletter? Magie en bijgeloof? Vreemde interpretaties van de werkelijkheid?
Interessant voor een ieder die meer wil weten over de tijd van Diederic van Assenede in deze streek. Aanmelden kan via:  info@hetwarenhuis.nl.

En voor wie de tentoonstelling wil bekijken: de openingstijden van het museum zijn woensdag tot en met zaterdag van 11.00 uur tot 17.00 uur. Extra geopend op dinsdag 2 januari. MJK geldig. Adres: Markt 2 te Axel.

© Jannie Trouwborst, november 2018.

vrijdag 19 oktober 2018

De 100 beste gedichten van 2017 gekozen door Francine Houben


Een Grote Poëzieprijs

De VSB Poëzieprijs is sinds 1992 dé prijs voor Nederlandstalige poëzie en bekroont jaarlijks de beste  bundel met een bedrag van € 25.000,-. De prijs kent grote laureaten als Hugo Claus, Leo Vroman, Gerrit Kouwenaar, Rutger Kopland en Anneke Brassinga. Recente winnaars zijn Ester Naomi Perquin, Ilja Leonard Pfeijffer en Hannah van Binsbergen. De VSB Poëzieprijs 2018 die in januari werd uitgereikt aan Joost Baars voor de bundel Binnenplaats, is de laatste in de reeks. Een aanpassing in het donatiebeleid van het VSBfonds dat de prijs financieel ondersteunde, maakt dat de bekroning van een bundel poëzie niet meer past in de nieuwe koers van het fonds.

Na het uitreiken van de 24e en laatste VSB Poëzieprijs zal er ook de komende jaren een forse prijs voor de beste Nederlandstalige poëziebundel blijven bestaan. De financiering hiervoor wordt gegarandeerd door het Elise Mathildefonds en het Van Beuningen / Peterich-fonds. De organisatie blijft in handen van Poetry International. VSBfonds, dat de VSB Poëzieprijs vele jaren lang ruimhartig heeft ondersteund, draagt bij aan een fluwelen overgang.
De doorstart werd aan het begin van het uitreikingsprogramma bekend gemaakt door Bas Kwakman, directeur van Poetry International.

 'Deze Grote Poëzieprijs, en zie dat maar even als een werktitel, heeft een forse ambitie. Net als de VSB Poëzieprijs wil zij de komende jaren de kennis van en het enthousiasme voor poëzie breed bevorderen. Prioriteiten daarbij zijn trajecten binnen het middelbaar onderwijs en de presentatie van de genomineerde bundels en dichters in Nederland en Vlaanderen. De ambitie reikt echter verder. Het streven is om de prijs uit te breiden met een publiekprijs en om te zorgen voor bijzondere aandacht voor Spoken Word. In februari volgen gesprekken met een grote partner die nu al heeft aangegeven deze ambities te delen,' aldus Bas Kwakman.

Vooral het uitbreiden met een publieksprijs klinkt in mijn oren erg aantrekkelijk.

De 100 beste gedichten

In 1997 verscheen bij De Arbeiderspers De 100 beste gedichten van 1996. Dit was een bloemlezing uit de circa zeventig bundels die waren ingestuurd voor de VSB Poëzieprijs 1996. Tot op heden is De Arbeiderspers jaarlijks de bundel met de 100 beste gedichten blijven uitgeven, steeds met een andere samensteller (en voorzitter van de jury). Naast de poëzie van de 5 genomineerden staan in de bundels ook gedichten van andere dichters die in het betreffende jaar een dichtbundel uitbrachten. Voor wie op de hoogte wil blijven van de ontwikkelingen in de Nederlandse poëzie zijn deze verzamelbundels een prachtige leidraad. 

Vorig jaar was de voorzitter van de jury Francine Houben, architect en oprichter van het architectenbureau Mecanoo. Uit haar voorwoord blijkt dat ze haar taak met plezier volbracht heeft.

"Over mijn eigen vakgebied, de architectuur, zeg ik dat het alle zintuigen moet beroeren. Een gedicht kan mij eveneens beroeren: je kunt het er koud of warm van krijgen, je moet er om huilen of lachen. Als het goed in elkaar zit voel je emotie. Soms is de verbeelding zo sterk dat je geuren en kleuren ervaart. Vaak herinnert een gedicht mij aan een persoonlijke ervaring."


Als Rotterdammer komt ze in haar stad veel poëzie tegen. Ze geeft een aantal voorbeelden. De vuilniswagens waarop dichtregels staan sinds 1989, zoals die van Jules Deelder: "Hoe langer je leeft, hoe korter het duurt." Maar ook de bekende dichtregel van Lucebert: Alles van waarde is weerloos. Ze vat haar opsomming samen met de constatering:

"De dichtregels zijn overal in de stad en horen bij het straatbeeld. Ze trekken de aandacht en de Rotterdammers, onder wie ik, waarderen ze. De kracht zit 'm in het onverwachte, de poëzie pakt je te midden van je dagelijkse bezigheden en gedachten." Ze besluit met de hoop uit te spreken: "dat wij in deze bloemlezing gedichten hebben verzameld die u treffen, zoals ik word getroffen door de poëzie op straat."

Poëzieweek

De officiële poëzieweek vindt elk jaar plaats in de laatste week van januari. Volgend jaar een weekje later: 

Van 31 januari tot en met 6 februari vindt in heel Nederland en Vlaanderen de 7e Poëzieweek plaats. De Vlaamse romancier, theaterauteur, dichter, scenarist en performer Tom Lanoye dicht volgend jaar speciaal voor deze week het Poëziegeschenk 2019. Als geschenkdichter voor de Poëzieweek werd hij voorafgegaan door Anna Enquist (2013), K. Schippers (2014), Ilja Leonard Pfeijffer (2015), Stefan Hertmans (2016), Jules Deelder (2017) en Peter Verhelst (2018). Tijdens de Poëzieweek krijgen de klanten van de boekhandel bij aankoop van € 12,50 aan poëzie het Poëziegeschenk cadeau. De week staat in het teken van het thema 'Vrijheid'.


Als opwarmertje heeft Sandra (van Sandra LeestKLIK HIER) besloten de laatste week van november als haar poëzieweek te betitelen. In de hoop dat iedereen weer eens een dichtbundel pakt en herleest, koopt of leent. En haar/zijn gedachten over een gedicht of bundel in een blogje deelt met anderen.

Ik heb de handschoen opgepakt en ben in De 100 beste gedichten van 2017 op zoek gegaan naar de gedichten die me het meest aanspreken. In Sandra's week zal ik van een aantal proberen te vertellen waarom ze me beroeren. Je hebt nog ruim een maand om je ook voor te bereiden. Dus wat let je?

© Jannie Trouwborst, oktober 2018.


Meer over de officiële Gedichtendag/-week en het Poëziegeschenk vind je HIER 

Nieuws over de nieuwe poëzieprijs (waarschijnlijk) HIER.

zondag 14 oktober 2018

Chris de Stoop - Wanneer het water breekt

Bootvluchtelingen

Bootvluchtelingen: mensen die alles op het spel zetten, zelfs hun leven en dat van hun kinderen, om elders een nieuw bestaan op te kunnen bouwen. Gedwongen door oorlogshandelingen, politieke omwentelingen of vervolging vanwege religie of geaardheid. Iedereen heeft daar wel een beeld bij: van wankele bootjes met verzwakte mensen tot een aangespoelde verdronken peuter.
Toch zijn degenen die nu het nieuws beheersen met hun ellende en alle problemen die deze migratie met zich mee brengt, niet de eerste bootvluchtelingen die de wereld in rep en roer brachten. Dat waren de Vietnamese bootvluchtelingen van zo'n 40 jaar geleden. Zij vluchtten vanaf 1975 massaal uit Zuid-Vietnam toen het communistische bewind vanuit Noord-Vietnam de macht overnam en de Amerikanen definitief verdreef. Het zouden er uiteindelijk 3 miljoen worden, waarvan er 2 miljoen in Amerika een nieuwe start konden maken. De overigen kwamen in 50 landen terecht over de hele wereld. Honderdduizenden haalden het echter niet, ze verdronken of kwamen om van de honger en dorst. Soms werden ze overvallen door piraten, overvaren door grote schepen of genegeerd als ze in nood verkeerden, of bedrogen door mensensmokkelaars die wel hun geld wilden, maar geen veilige overtocht regelden.


Chris de Stoop is journalist en auteur van spraakmakende boeken. Zijn werk werd bekroond met diverse journalistieke en literaire prijzen. Vooral bekend werd hij met het ontroerende Dit is mijn hof (2015) (KLIK HIER), over de teloorgang van het Vlaamse boerenland, verteld vanuit zijn eigen perspectief als de laatste bewoner van "het hof" (de boerderij) van zijn ouders . In Zeeuws-Vlaanderen sprak dit boek enorm aan, omdat het raakvlakken (letterlijk en figuurlijk) heeft met de onteigening van de Hedwigepolder. 

De geschiedenis van Hung en Quyen 

In het meer journalistieke Wanneer het water breekt heeft hij een gezicht willen geven aan de opvarenden van een boot vol Vietnamese vluchtelingen die in 1981 door een Belgisch schip gered worden en waarvan de meesten in België een nieuw leven proberen op te bouwen. Om via hen het verhaal te vertellen over wat ze doormaakten, maar ook hoe het leven er na 37 jaar voor hen uitziet. Hij heeft daarvoor gesproken met veel van de opvarenden, maar ook met de achterblijvers in Qui Nhon. De rode draad in het verhaal vormen echter de schipper van de kleine vissersboot, Hung, en zijn dochter Quyen, die 5 jaar later via de gezinshereniging, samen met haar moeder en broertjes en zusjes, naar België komt.

Het verhaal meandert: er is aandacht voor de geschiedenis van Vietnam, vanaf de Franse overheersing tot na het vertrek van de Amerikanen, met alle nare verhalen die daarbij horen. Over de onderdrukking door het communistische bewind van de Zuid-Vietnamezen: onteigeningen, heropvoedingskampen en gevangenisstraffen. Over de kinderen van opstandigen die tot drie generaties geen universitaire studie mogen volgen en over geleerden die bij voorbaat verdacht zijn en na hun heropvoeding simpele baantjes moeten aannemen.

Wanneer het communistisch regiem na jaren de teugels wat laat varen, is het voor de vluchtelingen mogelijk (zeker als ze een andere nationaliteit hebben gekregen) voor een kort verblijf terug te keren. Bovendien zijn ze welkom omdat ze de achterblijvers ondersteunen met het in het nieuwe land verdiende geld. Ook Hung en Quyen gaan elk jaar op bezoek en Chris de Stoop gaat mee.

De verhalen

Deze achtergrondverhalen worden afgewisseld met de ervaringen van de vluchtelingen tijdens de bootreis en de voorbereidingen daarop. Niet alleen die van Hung, maar ook die van de andere opvarenden. En over hun leven na de redding. De Stoop spoort ze overal op, de meesten in België, sommigen in Amerika en een enkeling in Australië. De meeste verhalen zijn positief: de kinderen werden ingenieurs, advocaten, dokters. Van de 64 mensen aan boord komen er uiteindelijk 5 niet goed terecht. Maar de maatschappelijke status van zegt nog weinig over de heimwee waarmee niet alleen de ouderen, maar ook sommige van hun kinderen worstelen. Voor zover ze in België wonen, blijven ze elkaar opzoeken en verzorgen gezamenlijk het graf van de kapitein die hun leven redde. Tweespalt ontstaat wanneer er stemmen opgaan om te trachten alsnog vanuit het buitenland het verzet tegen het bewind te organiseren, terwijl anderen de toestand willen aanvaarden en op bezoek gaan bij hun familieleden. Soms zelfs een vakantiehuis bouwen in Qui Nhon.

Tot die laatste groep behoren Hung en zijn dochter Quyen. Hung is enorm goed opgevangen in Wichelen, een dorpje in Vlaanderen. Maar nu hij oud is, zou hij toch weer liever in zijn vissersdorp willen wonen. Ook zijn vrouw heeft heimwee, maar wil niet weg vanwege de kinderen en kleinkinderen die ze dan zou moeten missen. Maar het verhaal van zijn dochter Quyen is toch het meest treffend.

Quyen

Hoewel Quyen het helemaal gemaakt lijkt te hebben in Brussel met een sjiek en goedlopend restaurant, is het frappant, dat het nu juist zij is die na zoveel jaar ernstige emotionele problemen heeft. Maar wie naar de leeftijd kijkt waarop ze dit allemaal mee heeft moeten maken, begrijpt het beter. Ze is 10 als haar vader vlucht en haar moeder met 6 kinderen achterlaat. Moeder moet werken voor het onderhoud van het gezin, zijzelf moet voor de kleintjes zorgen en soms ook nog wat bijverdienen. Naar school gaan is afgelopen. Ze is 16 als ze met het gezin naar België mag komen en heeft dan net een vriendje dat achterblijft. In Vlaanderen stopt ze alles weg. Studeert, werkt keihard, heeft een succesvol leven en trouwt met een Belgische man. Ze is een geslaagde, goed geïntegreerde vrouw. Maar juist door de bezoekjes aan haar vaderland komt er van alles boven.

"Het is een rouwproces, het verlies van je geboortegrond. Zelfs mensen die het economisch goed hebben, voelen vaak hoe hun botten zeer doen van heimwee. Rijkdom beschermt hen niet tegen melancholie. Tot er een vorm gevonden wordt om met het verlies te leven. Maar sommigen blijven zich levenslang ontheemd voelen. Eens migrant, altijd migrant, denkt Quyen."

Ze bouwt haar vakantiehuis in Vietnam, maar beseft nu twee werelden te hebben waarin ze zich niet echt thuis voelt.

De boodschap 

Chris de Stoop schreef een belangrijk boek met deze terugblik op het leven van de Vietnamese bootvluchtelingen van zo'n 45 jaar geleden. De vergelijking met de bootvluchtelingen van nu gaat voor een deel op, zowel wat betreft de rampzalige vluchtpogingen als de opvang in mensonterende vluchtelingenkampen. Over de situatie van de huidige bootvluchtelingen zijn al eerder boeken verschenen en documentaires te zien geweest. 
Over het leven na vestiging in het nieuwe thuisland is echter nog weinig bekend. Ik weet niet of Chris de Stoop een doel voor ogen had met het schrijven van dit verhaal. Om een ander licht te werpen op de bootvluchtelingen van nu? Meer begrip te vragen, nu en straks, als ze tussen ons wonen, maar altijd heimwee zullen blijven houden?
Wat mij betreft, is die boodschap duidelijk overgekomen.

Maar veel meer dan in Dit is mijn hof spreekt hier toch vooral de journalist, betrokken weliswaar, maar niet zo betrokken als toen het over de boerderij van zijn ouders ging. Dat stelde mij wat teleur, maar dat komt alleen doordat ik andere verwachtingen had en Dit is mijn hof me dierbaar is.

Chris de Stoop - Wanneer het water breekt. Amsterdam, De Bezige Bij, 2018. Geb., 283 pg., lit. opg. ISBN:978 94 031 1980 9.

© Jannie Trouwborst, oktober 2018.