zondag 6 oktober 2019

Raynor Winn - Het zoutpad: Over oude wegen naar een nieuw begin

Wie in onze bibliotheek op zoek gaat naar Het zoutpad van Raynor Winn vindt het bij de boeken over Groot-Britannië - Wandeltochten. Er zit een extra sticker op met in hoofdletters WAAR! Op het kaartje in het boek staat als trefwoord reisbeschrijvingen. Wie het gelezen heeft, begrijpt hoe moeilijk het is om dit boek ergens fysiek een plekje te geven. Dat bewijst eens te meer het nut van catalogi: via de titel en auteur word je naar de juiste plek geleid.

Pelgrimspad?

In Europa volgen al honderden jaren pelgrims de wegen die naar Santiago de la Compostella of Rome leiden. Was de aanleiding aanvankelijk uitsluitend een religieuze, tegenwoordig zijn er veel meer redenen om op pad te gaan. Het verwerken van een verlies, het bezinnen op waar je staat in het leven, denken over de toekomst of juist het verleden op een andere manier bekijken. Het beste gaat dat lopend met een ver doel (het pelgrimsoord) voor ogen. Gesprekken met medereizigers helpen daarbij ook. Ik las er boeken over en zag tv-series. Ik moest eraan denken toen ik Het zoutpad las. Er zijn overeenkomsten, maar ook grote verschillen. 
Door bizarre omstandigheden wordt het leven van Ray en Moth, vijftigers die al ruim 30 jaar samen zijn, helemaal op zijn kop gezet. Binnen een paar weken worden ze geconfronteerd met het verlies van hun boerderij, die ze steen voor steen in de loop der jaren hebben opgeknapt, en de mededeling dat Moth een ernstige chronische ziekte heeft en snel achteruit zal gaan. In een opwelling besluit Ray dat ze het zoutpad gaan lopen, de 1014 km lange wandelroute langs de kust van Zuid-Engeland, die officieel de naam South West Coast Path draagt. Ze kopen van het weinige geld dat ze nog bezitten een goedkope tent, slaapzakken, en andere kampeerbenodigdheden en gaan onvoorbereid op pad.

Zwervers

Door het weinige geld dat ze één keer per week kunnen opnemen moeten ze wild kamperen of hun tent illegaal in een hoekje van een camping zetten. Ze lijden vaak honger en dorst, gaan er verwaarloosd uitzien en worden gemeden of uitgescholden voor zwervers. Wat een verschil met de pelgrims op het Jacobspad, die elke nacht in tenminste een hostel kunnen slapen en voor weinig geld van goede maaltijden worden voorzien. Die onderweg prettige gesprekken voeren met medepelgrims en respect krijgen van iedereen die ze ontmoeten. Dat laatste is voor Ray en Moth een uitzondering.

Wonder boven wonder gaat het met Moth steeds beter. Ook raken ze steeds meer gewend aan het ritme van lopen, slapen, lopen, slapen. Al blijft het een zware onderneming met hitte, storm, regenbuien, mist, kou (door de slechte kampeeruitrusting) weinig eten en drinken. Maar de zomer gaat voorbij en met de koude van het najaar gaat het weer slechter met Moth. Ze zijn pas halverwege en het is duidelijk dat dit niet door kan gaan in de winter.
In plaats van zich te bezinnen op hun toestand, weigert Ray na te denken over de toekomst. De tocht begint, en blijft heel lang, een vlucht uit de werkelijkheid die te pijnlijk is om te aanvaarden. Zolang er gelopen wordt, is het vooruitkomen en het vinden van een slaapplaats en van voedsel het belangrijkste. Gelukkig vinden ze voor de winter tijdelijk onderdak en dan kunnen ze voorzichtig nadenken over mogelijkheden na het voltooien van het pad. Want na de winter maken ze het pad wel af, maar met een andere mindset.

Aanvaarding

De overeenkomst met de verhalen van de pelgrims in Europa is dat ook Ray en Moth een verlies hebben te verwerken: van hun veilige huis en van de gezondheid van Moth. Ray vindt troost in het genieten van de schoonheid van de natuur. Ze is dankbaar voor wat het leven haar heeft gegeven en voor wat er nu is. Ze wil nog steeds niet te ver vooruit kijken. Ze hebben samen deze monstertocht volbracht en zullen, wat er verder ook gebeurt, het samen wel aan kunnen. Hun liefde voor elkaar zal daar voor zorgen.

Schrijfstijl

Het had een tranentrekkend verhaal kunnen worden, maar dat is het nergens. De zwaarte van hun leven tijdens de tocht wordt duidelijk, terwijl er steeds ook relativerende, humoristische opmerkingen door het verslag geweven zijn. Ray is de ik-figuur van het boek. Haar ontwikkeling is goed te volgen. Hoe Moth de tocht ervaren heeft, moeten we opmaken uit wat Ray over hem vertelt en uit de gesprekken die ze voeren. Er zit een kaartje voorin, waarmee je de tocht kunt volgen. Ray beschrijft de stadjes en bijzondere plekken waar ze langskomen. Voor wie het pad of een deel ervan kent, zal het boek nog aansprekender zijn. Dat het een waargebeurd verhaal is, maakt het lezen nog intenser.
Raynor Winn - Het zoutpad: over oude wegen naar een nieuw begin. Ned. vert. van The salt path Annemie de Vries. Amsterdam, Balans, 2019. Geb., 318 pg., krt. ISBN:9789460039409.
© Jannie Trouwborst, oktober 2019.



woensdag 2 oktober 2019

Augustus en september: wat las ik?

Vakantie

In september waren we drie weken op vakantie in de Kop van Overijssel. Ik had een dikke roman bij me, een luisterboek op mijn tablet staan en enkele e-books. Maar het enige waar ik in las tijdens de vakantie waren twee boeken over de geschiedenis van de streek, uitgegeven door het streekarchief van Steenwijkerland. Hoe ik daar aan kwam? Voorouders van mijn moederskant bleken uit Blokzijl, Vollenhoven en Sint Jansklooster te komen en toen ik hoorde dat men bij Vele Handen vroeg om mensen die online bevolkingsregisters in wilden voeren van deze stadjes heb ik me meteen aangemeld. Voor elk blad uit het register dat je invoerde kreeg je punten en voor de punten kreeg je deze twee boeken cadeau. Dat is al weer een paar jaar geleden, de genealogie lag hier een beetje stil. Maar toen we de kans kregen op vakantie te gaan in Wanneperveen, grepen we die met beide handen aan, zodat we eens een kijkje konden nemen in de woonplaatsen van mijn voorouders. En uiteraard bezochten we de bijbehorende musea.

Maand van de Surinaamse literatuur

Maar Nederlandse en /of Surinaamse literatuur? Het zat er helaas niet in. Vorig jaar organiseerde ik in september de Maand van de Surinaamse literatuur. Dit jaar zag ik het niet zitten en heeft ALI het van me overgenomen. Ik was echt van plan om tenminste 1 boek voor het project te lezen. Onder de Paramariboom van Johan Fretz had ik op mijn tablet gezet als luisterboek voor de vakantie. Het bleek een vergissing, niet het verhaal zelf, maar het luisterboek. Ik ben een trage lezer, die graag op zinnen kauwt. De vertelstem (was het Fretz zelf?) ging zo snel door de tekst heen, dat ik het er benauwd van kreeg. Ik ben er mee gestopt en had toen ook geen zin meer het als e-book te downloaden. Niet zo behulpzaam dus, als je een leesdip hebt.

 Maand van de Klassieke Literatuur

Ook augustus was een moeizame maand. Het is van oudsher de Maand van de Klassiekers.  Ik nam me voor om dan tenminste één klassieker te lezen. Omdat ik erg van de romans van Elsschot houdt, koos ik er een uit die ik nog niet gelezen had: Lijmen/Het been. Het kon me helaas niet boeien. Ik heb destijds genoten van Villa des roses, Een ontgoocheling/Het Dwaallicht en Tsjip/De leeuwentemmer. Ik heb me door de beide verhalen heen geworsteld en daarna besloten dit jaar maar geen recensie te schrijven in de Maand van de Klassieke Literatuur.

Toch las ik nog wel een andere klassieker, als e-book. Etty Hillesum - Dat onverwoestbare in mij. Eigenlijk weet ik niet of je dat een klassieker mag noemen: lang niet iedereen is bekend met Etty van Hillesum en de teksten waaruit het boek bestaat zijn een keuze uit dagboekaantekeningen en brieven die Etty voor en in het begin van de Tweede Wereldoorlog schreef. Een boek heeft ze zelf nooit geschreven. Toch zijn haar teksten indrukwekkend en belangrijk genoeg om in een speciaal voor haar opgericht documentatiecentrum bestudeerd te worden: Het EHOC, Het Etty van Hillesum Onderzoekscentrum in Middelburg. Het is de bedoeling dat Judith Koelemeijer haar biografie zal gaan schrijven. Ze is daartoe medewerkster geworden van het EHOC. Ik zal nu niet dieper op Dat onverwoestbare in mij ingaan. Maar wat ik las, was voor mij in elk geval genoeg om hier t.z.t. dieper in te duiken.

Recente Nederlandse literatuur

Ik bleef het dapper proberen, maar het lezen van boeken zat niet mee. De krant lukte wel. Ik nam zelfs een proefabonnement van 4 weken op een landelijk dagblad, naast de Provinciale Courant. Als tijdverdrijf, nieuwsgierigheid en omdat ik er een boek bij cadeau kreeg. Toch was ik blij dat het afgelopen was, want twee kranten is gewoon te veel. Bovendien heb ik via de PZC toegang tot Topics, waardoor ik alle artikelen die me interesseren in een groot aantal kranten ter beschikking heb.
Het boek dat ik koos als geschenk was van Tommy Wieringa: De dood van Murat Idrissi. Hoewel het thema van belang is, viel het boek me tegen. De hoofdpersonen waren voor mij te stereotype. Het was niet dik, ik las het wel uit, maar verwacht er geen recensie van.

Een ander e-book dat op mijn nieuwe tablet via de bieb voor drie weken een plekje kreeg, was het debuut van Fieke Gosselaar: Tussen de anderen. Een verhalenbundel over mensen aan de zelfkant van de samenleving. Het boeide me zeker, maar ik kreeg het niet op tijd uit. Toch ben ik zeker van plan het nog eens helemaal te lezen. Het is alleen nog verkrijgbaar of te leen als e-book. Dat vind ik wel jammer. Papier heeft toch nog steeds mijn voorkeur. 

In de planning

Tijdens de laatste week van onze vakantie kwam Sue mij opzoeken en bracht twee boeken mee: Ik ben ik niet van J.J. Voskuil en Kaf van Joep Stapel. Van beide komt t.z.t. beslist een recensie. Net als over De kracht van het wandelen van Wim Huijser dat ikzelf nog kocht bij het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer in Ossenzijl. De vakantie zonder boeken lezen of blogs schrijven heeft me goed gedaan. Maar het gezellige bezoek van Sue was ook inspirerend genoeg om langzaamaan eens te kijken of er nog mogelijkheden zijn voor me om te doen wat ik altijd graag deed: lezen en schrijven.

De laatste week van september waren we weer thuis en kreeg ik bericht van de bibliotheek dat een eerder gereserveerd boek klaar lag: Het Zoutpad van Raynor Winn. Daar lees ik nu in en ik vind het geweldig! Een aanrader van mijn boekwinkelvriendin in Haarlem. Een recensie volgt later. Uitgeverij Cossee verraste me met een nieuw non-fictieboek van Rinus Spruit - De wonderdokter - Albert Willem van Renterghem. Daar lees ik nu ook in. Het gaat heel goed samen met Het Zoutpad gelukkig. Tot slot een boek waar ik heel gelukkig van werd: De Kolonieman, een biografie van Johannes van den Bosch geschreven door Angelie Sens. Ik kreeg het van Uitgeverij Balans. Wie mijn fascinatie voor de Koloniën van Weldadigheid kent, begrijpt mijn blijdschap. Het is een dikke pil, dus het zal misschien even duren, maar een recensie komt er zeker.

Ik hoop dat mijn hervonden enthousiasme beklijft, dan komen er de komende maand misschien weer eens echte recensies, i.p.v. overzichtjes.

© Jannie Trouwborst, oktober 2019.

zondag 29 september 2019

Het Bureau en ik: aflevering 3

Hoewel ik deel 2 van Het Bureau al geruime tijd geleden uitlas, kwam het er maar niet van er ook iets over te schrijven. Recensies zal ik over Het Bureau trouwens nooit schrijven. Het gaat mij meer om wat het bij mij losmaakt. De beschreven periode, zeker vanaf deel 2 (1965-1972) komt overeen met de tijd waarin ik mijn eerst baan kreeg als bibliothecaresse/documentaliste bij een groot museum in Rotterdam. Zowel de kantoorcultuur, als de werkzaamheden voor het kaartensysteem van Maarten Koning roepen herinneringen op. Daar wil ik iets mee doen, al vraag ik me af of die nou wel zo interessant zijn voor anderen.

Samenvatting

Dit tweede deel van Het Bureau, Vuile handen, beschrijft de jaren tussen 1965 en 1972. Buiten woeden het Bouwvakkersoproer, de Maagdenhuisbezetting en de Vietnam-demonstraties. Het Bureau zelf groeit uit zijn voegen en verhuist naar een oud bankgebouw aan de Amsterdamse Keizersgracht. In een conflict met het Hoofdbureau over samenwerking met een Zuid-Afrikaans Instituut voor Volkscultuur neemt Maarten Koning bijna zijn ontslag. De gepensioneerde directeur Anton Beerta blijft achter de schermen actief. Hij haalt Maarten tegen zijn zin in de Vlaams-Nederlandse redactie van Ons Tijdschrift en splitst hem een onmogelijke opdracht in de maag voor de Europese Atlas voor Volkscultuur. Als Maarten zich tijdens een congres van die opdracht tracht te bevrijden, maakt hij zichzelf onbedoeld tot spreekbuis van de jongere congresleden. Dit geeft hem het gevoel in een fuik te zijn gezwommen.

Als ik naar het verloop van het verhaal kijk, dan valt me op dat Maarten zelfverzekerder aan het worden is. Hoewel hij nog steeds van alles toegeschoven krijgt waar hij iets mee moet zonder het echt te willen en niet weet hoe hij zich daaruit moet redden, bijt hij ook geregeld van zich af en gaat zijn eigen gang. Ook privé wordt het iets rustiger voor hem: Nicolien moppert nog steeds over van alles, vooral met betrekking tot zijn werk en het toenemende aantal mensen dat hij aangenomen heeft, maar het is minder heftig. Samen doen ze mee aan demonstraties en ze wandelen veel. Nog steeds is hij ervan overtuigd dat hij een zinloze baan heeft, maar hij lijkt zich bij het onvermijdelijke neergelegd te hebben: er moet toch geld verdiend worden. Dat hij Beerta niet op wilde volgen als directeur van Het Bureau heeft de vervelende consequentie dat hij zich nu zal moeten voegen naar het regiem van zijn voormalige collega Balk.

Mijn invalshoek

De Maagdenhuisbezetting en de Vietnamdemonstraties zie ik nog voor me. De toestanden in het Zuid-Afrika van die tijd ook. Herinneringen aan de omslachtige manier van werken met kaartsystemen beschreef ik al in de vorige aflevering van Het Bureau en ik (KLIK HIER). Nu meer over de kantoorcultuur.

Ik behoorde tot een van de eerste lichtingen die de "Frederik Muller Akademie" (een nieuwe opleiding op HBO niveau voor bibliothecarissen en documentalisten) verliet op 21-jarige leeftijd en zonder problemen een baan vond. Het was toen nog de gewoonte dat één van de leraren na ongeveer een jaar contact opnam met de afgezwaaide leerlingen en hen opzocht op de werkplek. En zo kwam heer B. op een dag ook naar het museum in Rotterdam. Zijn bezoek betekende voor mij een omslag.

De bibliotheek van het museum bevatte, behalve veel boeken over kunst en kunstenaars, een grote collectie kunstcatalogi, voornamelijk van tentoonstellingen over de hele wereld, maar ook van belangrijke veilinghuizen. Het was mijn taak deze in de kelder opgeslagen catalogi in een kaartsysteem te verwerken: op plaats, op museum, op kunstenaar en/of thema van de tentoonstelling. Het typen van de kaartjes was een eenvoudig karweitje.

De bibliotheek was als volgt ingedeeld: een lange wand met boeken tot het plafond (de bovenste planken alleen te bereiken met een ladder), op de ene kop van de ruimte het bureau van het hoofd van de bibliotheek Mej.v.d.T. en op de andere kop het bureau van de conservator Moderne Kunst, Liesbeth B.C. (later directeur van een museum in Arnhem). Dwars tegen het bureau van de Mej.v.d.T. stonden de bureaus van Jurriën P., beheerder van het Prentenkabinet (dat zich in de ruimte naast de bibliotheek bevond) en mijn bureau. De raampartij tegenover de boekenwand was voorzien van tralies (inbraakbeveiliging).
Liesbeth en Jurriën waren iets ouder dan ik, Mej v.d.T. van middelbare leeftijd. In tegenstelling tot Mej. Haan uit Het Bureau, die Mevrouw genoemd wilde worden, wilde zij nadrukkelijk met Mejuffrouw worden aangesproken.

Ik wist niet veel van beeldende kunst toen ik er kwam werken, maar tijdens de lunchpauzes nam Jurriën me mee het museum in en vertelde me veel. Ik zoog het op als een spons. Ook via de catalogi die ik in handen kreeg, leerde ik veel. Het duurde dan ook niet lang voor ik me af begon te vragen of ik niet ook eens de klanten mocht helpen die naar boeken kwamen vragen in de bibliotheek of, onder toezicht, boeken mocht catalogiseren. Maar Mej.v.d.T. bleef onverbiddelijk: ik wist niet genoeg van kunst. Bovendien was dat haar taak.

Ook op het persoonlijke vlak klikte het bepaald niet. Mej.v.d.T. sprak kwaad over onze beide kamergenoten, vooral haar laatdunkende en kwetsende uitspraken over de geaardheid van Jurriën vond ik schokkend. Maar ik was te timide om er tegenin te gaan en ik voelde me schuldig dat ik niet in staat was Jurriën te verdedigen. Maar ook voor mezelf opkomen lukte niet. Niet wat betreft de werkzaamheden, maar ook niet toen ze me belachelijk maakte toen ik vertelde dat ik ging trouwen. "En wat stel je je daar dan bij voor? Een bos bloemen en een mooie jurk en dan de rest van je leven iemand in je buurt dulden die je het leven zuur zal maken en je inruilt voor een ander als je ouder wordt". Ik was met stomheid geslagen en wist niet hoe te reageren.

En toen kwam dus heer B. van de Bibliotheekschool op bezoek. Hij kreeg uitgebreid uitleg van mijn bazin over de bibliotheek en mijn werkzaamheden. Hij vroeg of ik naar mijn zin had. Wat kon ik zeggen in haar bijzijn? 's Avonds belde hij me thuis op. Met eigenlijk maar één mededeling: dat hij het zonde van mijn opleiding vond als ik daar zou blijven hangen. Of ik moest uitdagender werk krijgen of ik kon beter naar wat anders omzien. Onzeker als ik was, stribbelde ik tegen. Ontslag nemen klonk zo eng. Zelf weten, was zijn antwoord.

In de weken erna probeerde ik nog een keer of ik niet wat meer mocht doen dan kaartjes tikken (MULO-werk zei meneer B.). Maar Mej.v.d.T. bleef onverbiddelijk. Uiteindelijk voelde ik me er zo ongelukkig dat ik er ziek van werd en toch ontslag nam. Jammer dat het zo moest lopen, maar het is een leerzame periode geweest. Ik ben nog altijd blij met alles wat ik destijds ondanks de strubbelingen opgestoken heb van de kunstgeschiedenis.

Hoe past dat bij Het Bureau? Ik herken de momenten in het kantoorleven van Maarten Koning waarin hij niet voor zichzelf of voor anderen opkomt en zich dan waardeloos voelt of schuldig. Hij lijkt in dit tweede deel te groeien, ook ik groeide er in de loop der jaren deels overheen. Minder timide, meer voor mezelf en anderen opkomen. Alleen dat knagende schuldgevoel, volkomen misplaatst vaak, dat blijft de kop op steken. Eens kijken hoe Maarten daar in de volgende delen mee om gaat.

En nu verder?

Van Sue kreeg ik Ik ben ik niet, met daarin o.a. een interview met zijn vrouw. Volgens de achterflap: In 'Het mislukte leven', dat aan 'Ik ben ik niet' voorafgaat, praat Lousje Voskuil tijdens een aantal wandelingen en maaltijden met Detlev van Heest over de diepe existentiële crisis die haar man in de jaren vijftig doormaakte. Het mislukte leven bevat verrassende onthullingen over de schrijver die we uit zijn boeken zo goed meenden te kennen. 
Ik ben van plan dit boek te lezen voor ik verder ga met deel 3 van Het Bureau. 

© Jannie Trouwborst, september 2019.

zaterdag 10 augustus 2019

Victoria, de jonge koningin - Helen Rappaport

De tv-serie

Vorig jaar keek ik met veel plezier naar de tv-serie Victoria, de jonge koningin. Een prachtig kostuumdrama van de BBC over de nog jeugdige koningin Victoria van Engeland. Laat kostuumdrama's maar aan de BBC over, die zijn altijd tot in de puntjes verzorgd. Maar hier was meer aan de hand. Geen romanfiguur in de hoofdrol, maar een koningin die we vooral uit haar latere jaren kennen. Wat we voorgeschoteld kregen, was een nauwkeurige biografie die de periode omvat van haar jeugd via haar kroning op achttienjarige leeftijd en haar huwelijk met Prins Albert tot en met de geboorte van hun eerste kinderen. Dat de serie waarheidsgetrouw deze periode in beeld kon brengen is te danken aan de vele documenten die bewaard zijn gebleven, waaronder correspondentie en dagboeken van Victoria.
Het script van de serie is geschreven door Daisy Goodwin, historica en gespecialiseerd in de 19de eeuw. Ze schreef al eerder twee succesvolle romans die zich afspelen in het Victoriaanse tijdperk.


Het verband tussen boek en serie

Helen Rappaport is eveneens historica en schreef twaalf non-fictieboeken, met name over het Victoriaanse tijdperk en over het Russische keizerrijk. Ook is ze vaak nauw betrokken bij BBC documentaires over deze onderwerpen. Voor dit boek putte ze, net als Daisy Goodwin uit de indrukwekkkende hoeveelheid dagboeken die koningin Victoria heeft nagelaten.

Hét boek bij de tv-serie, staat er op de omslag. En zo is het ook. Het voorwoord is van Daisy Goodwin. De meeste foto's zijn uit de serie en er is zelfs een hoofdstuk toegevoegd met de titel Achter de schermen. Voor wie de serie gezien heeft, zal het boek de nodige herkenningspunten bevatten. Maar het boek is meer, en ook anders, dan een herhaling op papier. Er zijn veel achtergrondverhalen opgenomen over de getoonde periode. Zowel van de verschillende hoofdpersonen, als van de toestand in het land. Dat maakt het lezen voor iedereen opnieuw boeiend. Uiteraard is dit een non-fictieboek en heeft Daisy Goodwin voor de tv-serie de feiten voorzien van een geloofwaardig, maar fictief sausje. Maar wie dit boek leest, ziet tevens hoe knap dat script geschreven is zonder de waarheid geweld aan te doen.

Het boek en de uitvoering

Om met het uiterlijk te beginnen: het boek is fraai uitgevoerd. Zeer rijk geïllustreerd, bijna geen bladzijde zonder foto's. Uit de tv-serie of kopieën van (vertaalde) fragmenten uit handgeschreven brieven en dagboeken, originele afbeeldingen van jurken, schilderijen en dergelijke. Alles is gedrukt op stevig, mat papier waarop de kleurenfoto's goed tot hun recht komen. Ruim 300 bladzijden bevat het boek en door de luxe uitvoering is het behoorlijk zwaar.

Maar dan de inhoud, want daar gaat het toch eigenlijk om. Net als in de serie wordt het verhaal van de jonge Victoria chronologisch verteld. Hier en daar lezen we een kanttekening bij wat er in het script gesuggereerd wordt. Maar bijna nergens botsen die twee. Wel blijken twee figuren een iets andere rol gekregen te hebben om het verhaal een extra romantisch tintje te geven. Het doet aan het levensverhaal van Victoria en Albert niets af en het is leuk om te lezen hoe het in werkelijkheid zat met met deze belangrijke bijfiguren. 
Daarnaast gaf deze literaire vrijheid de mogelijkheid om in de serie iets te laten zien van hoe het leven van de gewone man en vrouw er in die periode in Londen uitzag. In het boek lezen we daar nog meer over. En over vele andere zaken, die soms maar even werden aan gestipt in de serie. Zoals bijvoorbeeld het verhaal achter de trouwjurk, waarvan een foto uit de serie staat naast een oude tekening van de echte. Over de stoffen die allemaal uit Groot-Brittannië moesten komen, waaronder het Honitonkant. Hoe de maker ervan daardoor van een faillissement werd gered en dat de maakster van de jurk zelf de patronen vernietigde om te voorkomen dat de jurk nagemaakt kon worden.

Voorin staat een uitgebreide stamboom en van de figuren die een belangrijke rol speelden in het leven van Victoria krijgen we in de loop van het boek ook allemaal een beter beeld. Zelfs over de belangrijkste acteurs lezen we het een en ander.

Een prachtig cadeau

Ik heb het boek gewonnen bij een loterij, uitgeschreven door Uitgeverij Karmijn. Dat heeft mijn oordeel op geen enkele wijze beïnvloed. Wie mijn blog de afgelopen 15 jaar heeft gevolgd weet intussen dat ik alleen blog over boeken die dat waard zijn in mijn ogen. Zelfs recensie-exemplaren halen soms dit blog niet (wel laat ik dan de uitgever weten waarom niet).
Ik vind het van veel lef getuigen dat een kleine uitgeverij als Karmijn dit prachtige boek heeft uitgegeven. Ik hoop van harte dat het een verkoopsucces zal worden. Het boek is het meer dan waard om onder de aandacht gebracht te worden. Het is een fantastisch cadeau, zowel voor iemand die de tv-serie heeft gezien, als voor mensen die geïnteresseerd zijn in biografieën of historische romans. Voor die laatsten zal vast gelden, dat ze alsnog de serie willen zien, nadat ze het boek hebben gelezen en bekeken.

Helen Rappapoort - Victoria, de jonge koningin. Elburg, Karmijn, 2019. 300 pg., foto's tek.,ills. ISBN:978-9492-168-290.

© Jannie Trouwborst, augustus 2019.

zaterdag 27 juli 2019

Juli 2019: wat las ik?

Alweer een maand voorbij. En opnieuw voelt het vooral als een verplichting dit overzichtje te maken. Je zou kunnen stellen: doe het dan niet! Maar ik doe al zo weinig. En daar ga ik me echt niet beter van voelen. En soms, weet je, als ik mezelf forceer om toch iets te ondernemen, gaat het ineens weer wat beter. Dat geldt ook voor het schrijven van een blog. Als het eenmaal klaar is, begrijp ik niet meer waarom ik het niet eerder opgepakt hebt. Dus vooruit. De "oogst" van de afgelopen maand.

Victoria, de jonge koningin - Helen Rappaport

Zoals al aangekondigd in het vorige maandoverzicht heb ik Victoria, de jonge koningin van Helen Rappoport gewonnen bij een verloting door Uitgeverij Karmijn. Ik was er erg blij mee en heb er wekenlang van genoten. Heel langzaam lezen, de prachtige illustraties bekijken. Het verhaal is me bekend van de tv-serie, maar het boek geeft nog extra achtergronden over de hoofdpersonen en de toestand in Engeland in die periode. Plus een kijkje achter de schermen van de tv-serie. Kortom: heel compleet en heerlijk om je tijd mee door te brengen. Het staat op een prominente plek in mijn boekenkast. Ik zal het in de toekomst nog wel vaker oppakken om er weer in te lezen.

Het boek is het waard een echte recensie te krijgen. Daarom heb ik besloten binnenkort al mijn moed te verzamelen en voor te gaan zitten. Voor nu alleen mijn aanbeveling dus: voor wie de serie zag, maar ook voor wie die gemist heeft, een echte aanrader!

Jan van Mersbergen - MAN/VADER

Van Jan van Mersbergen las ik zo'n beetje alles wat hij tot nog toe schreef, incl. de beide  thrillers onder het pseudoniem Frederik Baas. Alleen deze was aan mijn aandacht ontsnapt. Het bleek een fijn boek voor op het nachtkastje. Elke dag een paar hoofdstukjes. Man/vader is namelijk een verzameling verhalen en columns waarin hij zijn dagelijks leven als man en vader van drie kinderen beschrijft.


Samenvatting
Jan van Mersbergen gaat door het leven als man en als vader. Maar wat betekent dat eigenlijk? In Man / Vader beschouwt Van Mersbergen ‘mannendingen’ als vissen, het metselen van een muurtje, vechten en bier drinken, maar in het leven van een vader worden ook koude handjes opgewarmd, geruststellende woorden gefluisterd voor een spannende sportwedstrijd, slaapliedjes gezongen. Hij vraag zich af: ‘Doe ik het als man wel goed?’, ‘Hoe verhoudt de man zich tot de vrouw?’, ‘Wat zijn de verschillen tussen het moeder- en vaderschap?’ en ‘Hoe voedt een man zijn kinderen op?’. Met tedere pen beschrijft Jan van Mersbergen het alledaagse leven van de moderne man die een zorgzame en toegewijde vader is en tegelijkertijd op en top mannelijk en stoer is of dat op z’n minst zou willen zijn. (Achterzijde boek).

Het mooist vind ik de stukjes waarin hij zijn jongste observeert, terwijl die opgroeit van baby naar peuter. Maar ook de verhouding met zijn al grotere dochter en zoon komen goed uit de verf. De titel Man/vader (en ook de samenvatting achterop het boek) zet je wel een beetje op het verkeerde been. Zijn "vader" en zijn "man" zijn komen in de stukjes naar voren, maar niet zijn "echtgenoot" zijn. Hoeft ook niet per se, de stukjes zijn ook zo aardig om te lezen.


Marja Visscher - De Wolkenkijker

Het is tientallen jaren geleden dat ik een streekroman las. Toch herinner ik me nog wel de luchtigheid ervan en het zorgeloze lezen, nog zonder recensieblik. In de hoop tijdens de afgelopen oververhitte dagen wat verstrooiing te vinden, zocht ik er een op tussen de e-books van de bibliotheek.Het moest in elk geval een historische streekroman zijn, bedacht ik, want ik steek toch wel graag wat op al lezende. Een streekroman die in Zeeland speelt, met een bekende Zeeuw in de hoofdrol. Dat trok me wel. En het is me best meegevallen. 

Samenvatting

De wolkenkijker' van Marja Visscher gaat over Frans Naerebout (1748-1818). Naerebout  is bepaald geen onbekende in Zeeland. Het is tweehonderd jaar geleden dat hij overleed en nog altijd is bij koninklijk besluit bepaald dat minstens één vaartuig van het Nederlandse loodswezen de naam Frans Naerebout zal dragen. Verder is er een standbeeld voor hem geplaatst op de boulevard van Vlissingen, ligt hij begraven in de grote kerk van Goes en komt zijn naam voor in het Zeeuwse volkslied. Maar hoe zag zijn leven eruit? Marja Visscher belicht dat aan de hand van zijn echtgenote Sara Hoevenaar. Deze historische roman neemt je mee naar het Vlissingen van de achttiende eeuw.


De heldendaden die de loods en garnalenvisser Frans Naerebout verrichtte en die uiteindelijk tot zijn roem leiden (weliswaar slechts ten dele tijdens zijn leven) komen stuk voor stuk ter sprake in het verhaal dat vanuit het perspectief van Sara Hoevenaar, zijn echtgenote, verteld wordt. Hoewel het verhaal van Sara een interpretatie van haar leven is door de schrijfster (er is weinig bekend over Sara zelf), komt er een compleet beeld te voorschijn van haar man Frans en het leven in Vlissingen in de beschreven periode. De armoede onder de bevolking, de houding van de bewindvoerders van de VOC, het ronselen van weeskinderen voor hun schepen, de crisis door de oorlog met Engeland en de opkomst van Napoleon. Door er een spannende affaire aan toe te voegen, blijft het verhaal boeien tot het einde.


Het verhaal is chronologisch opgebouwd en maakt af en toe een flinke sprong vooruit. Sara als persoon spreekt aan en maakt het geheel tot een vlot leesbaar en herkenbaar verhaal. Een vrouw met universele twijfels, gevoelens en verlangens. Die, ondanks de angst hem te verliezen,  achter haar man staat en haar gezin, met 6 eigen kinderen en 3 kinderen van haar overleden schoonzus en met de zorg voor haar schoonvader, met liefde draaiende houdt. Ook in de perioden dat Naerebout voor zijn werk, soms jaren, ver weg op zee verblijft. Haar gedrag is wellicht soms wat te modern voor de 18de eeuw, maar dat stoort niet echt.


In het nawoord komt ter sprake, dat de schrijfster (1951) een rechtstreekse afstammelinge is van Frans Naerebout. Er is veel historisch en nauwkeurig genealogisch onderzoek aan het schrijven van het boek vooraf gegaan.

Het blijft natuurlijk een streekroman, met de daarbij behorende stijl. Die weliswaar vlot en luchtig leest, maar waarin je nogal wat clichés tegenkomt en geen treffende beeldspraken hoeft te verwachten. En waarbij de opgesomde, diepe gevoelens en gedachtestromen soms wat te zoetsappig en teveel worden. Maar wie daar niet mee zit en graag streekromans leest, heeft hier een mooi en geregeld spannend verhaal te pakken, met een terloopse aanvulling van historische kennis. 

En verder?

Er is nog steeds geen blog van deel 2 van Het Bureau. Ik ben ook nog niet begonnen in deel 3. Ik troost me maar met de gedachte dat ook de lezers van destijds een poos op het volgende boek moesten wachten. Ik ben nu even niet in de stemming voor Maarten Koning, met zijn sombere buien waarin ik teveel herken. Hij maakt wel een persoonlijke ontwikkeling door, valt me op. Zodra ik de moed voor het blog over deel 2 kan opbrengen, ga ik ook weer verder met deel 3.

Het is een opluchting te weten dat Ali Molenaar beloofd heeft dit jaar de organisatie van de Maand van de Surinaamse Literatuur over te nemen. Ik ga zeker proberen daar iets voor te lezen.

Of de Maand van de Klassiekers door gaat, is niet zeker. Maar een klassieker lezen kan natuurlijk altijd. Daarvan staan er hier genoeg in de kast, maar ik kan niets naar mijn zin vinden. Ik ben inmiddels begonnen in Lijmen/Het been van Elsschot. Ik las al veel van hem, maar deze twee nog niet. Ik ben nog niet ver, maar tot zover boeit het me minder dan zijn andere boeken.


© Jannie Trouwborst, juli 2019.

vrijdag 28 juni 2019

Juni 2019: wat las ik?

In juni las ik een stuk minder. En zelfs het schrijven van dit overzicht gaat niet van harte. Maar ik ga een poging wagen om de gelezen boeken toch een beetje toe te lichten.

Wolf: Dertien essays over de vrouw, samengesteld door Maartje Laterveer.

In de Boekenweek met als thema Moeder de vrouw verscheen er een essaybundel met de titel Wolf: dertien essays over de vrouw, samengesteld door Maartje Laterveer. Ik won het boek bij de actie Ik lees Nederlands van ARDNAS (KLIK HIER).

Samenvatting
Een vrouw wordt niet als vrouw geboren, maar tot vrouw gemaakt,’ schreef Simone de Beauvoir al in 1949. Maar wát maakt de vrouw? Die vraag is onverminderd actueel. In Wolf ondernemen dertien vrouwen een zoektocht naar een antwoord. Hun essays zijn persoonlijk, analytisch en geschreven vanuit diverse achtergronden en invalshoeken. De vrouw in kunst, film en muziek, de vrouw als moeder, rolmodel of lustobject. De vrouw als sekse en als gender, als vrouw – en wat is dat dan? Wolf trekt geen definitieve conclusies maar wil een prikkelende bijdrage vormen aan het feministische debat, en vooral de aanzet zijn tot een open gesprek. Met essays van Merel Bem, Basje Boer, Anaïs Van Ertvelde, Bo van Houwelingen, Emy Koopman, Maartje Laterveer, Nelleke Noordervliet, Marja Pruis, José Rozenbroek, Maral Noshad Sharifi, Naema Tahir, Yaël Vinckx en Herien Wensink (Achterflap)

De totaal verschillende invalshoeken, achtergronden en leeftijd van de schrijfsters zorgen voor een prettig leesbare bundel essays. Het ene essay sprak me meer aan dan het andere, sommige waren heel serieus, anders speels of humoristisch. Het is een boek dat je niet achter elkaar uitleest, maar juist het feit dat je het in hapklare brokken tot je kunt nemen en er daarna even op kunt kauwen, sprak me aan. Wie meer wil weten over en lezen van de individuele schrijfsters vindt achterin een gedeelte Over de auteurs.

Claudia de Breij - Neem een geit

Nog steeds niet helemaal opgeknapt van mijn dip leek dit boek me wel wat. Leven voor gevorderden is de ondertitel. En met Caludia de Breij als schrijfster, dacht ik, zal dat wel lichtvoetig gebracht worden.

Samenvatting
Claudia de Breij (net 40) vraagt zich af hoe dat moet: leven. De eerste jaren zeggen ouders, leraren en andere betweters wat je wel en niet moet doen. Je zit nog in de fase 'leven voor beginners'. Maar hoe moet het als je alles eenmaal zelf mag (en moet) uitvinden? Hoe ga je dan om met vragen over liefde, dood, vriendschap, seks, werk, kinderen? Niemand die zegt hoe het moet. En dat is fijn. Maar soms ook niet. Soms zou je willen dat iemand zei: 'Dit heb ik ook gehad. En toen heb ik het zus en zo opgelost.' Dat helpt.
 

Met de les van wijlen René Gude, Denker des Vaderlands, in haar achterhoofd - 'Ga vooral te rade bij anderen' - ging Claudia de Breij op de koffie (en vaak een wijntje) bij wijze mannen en vrouwen die het allemaal al een keer hebben meegemaakt. Samen met haar geliefde Jessica van Geel sprak ze met Willeke Alberti, Hedy d'Ancona, Anne-Wil Blankers, Hanneke Groenteman, Nico ter Linden, Geert Mak, Erica Terpstra, Herman van Veen, Paul van Vliet en Hans Wiegel.

Behalve bij deze eminente wijsgeren haalde De Breij ook levenslessen bij familie, vrienden, Spinoza en haar pedicure. Het resultaat is een boek zoals alleen De Breij dat kan maken: hartstochtelijk, geestig, to the point en onontbeerlijk op het hobbelige pad dat 'leven voor gevorderden' heet. (Achterflap).


Al was het niet helemaal wat ik ervan verwachtte, het viel me toch niet tegen. Het was bedoeld voor veertigers, want Caudia de Breij ging op bezoek bij mensen van mijn leeftijd (zeventigers) om te vragen hoe zij omgegaan waren met de zaken die op hun pad kwamen. En eigenlijk gaven de meesten het antwoord dat ik ook gegeven zou hebben: ik probeerde er het beste van te maken en deed maar wat. Tijden veranderden en de problemen en bijbehorende oplossingen dus ook. Zo moet elke generatie voor een groot deel zelf zijn weg zoeken. Maar leuk om te lezen was het wel: vooral om de herinneringen die de interviews bij mij naar boven brachten: ach ja, zo ging dat toen.... Aanrader dus voor alle leeftijden.


Murat Isik - Mijn moeders strijd

Dit jaar mocht Murat Isik het boekenweekessay schrijven. Ik moet eerlijk bekenen dat ik elk jaar braaf het essay koop, maar het lang niet altijd lees. Dit keer wel, vooral omdat ik nog niet eerder iets van Isik las en hij op dat moment nogal veel aandacht kreeg voor Wees onzichtbaar, dat inmiddels ook de Libris literatuurprijs heeft gewonnen. Ik heb het nog steeds niet gelezen, maar zijn essay vind ik boeiend.

Samenvatting 
In Mijn moeders strijd beschrijft Murat Isik de onvermoede emancipatiestrijd van zijn moeder Aynur, die geboren wordt in een conservatief dorp in OostTurkije en opgroeit in de kuststad Izmir. Ze verzet zich tegen haar achtergestelde positie als vrouw en probeert de regie over haar leven in eigen hand te nemen. Hoe moeilijk dat is, blijkt wanneer haar broer haar eerst zonder overleg tewerkstelt als huishoudelijke hulp en haar daarna tegen haar wil probeert uit te huwelijken. Aynur komt in opstand en trouwt een man met wie ze wél een toekomst voor zich ziet, maar het wordt een moeizaam huwelijk.

Begin jaren tachtig komt ze met haar gezin terecht in de Amsterdamse Bijlmer, waar ze sociaal geïsoleerd raakt. Tegen de verwachtingen in besluit Aynur zich te emanciperen, waardoor ze zich van de vrouwen in haar omgeving onderscheidt. Waarom deed ze dat en welke obstakels moest ze daarbij overwinnen?

Het schrijven van het Boekenweekessay loopt voor Isik uit op een onverwacht zelfonderzoek wanneer hij zijn relatie met zijn moeder kritisch bevraagt, en leidt zo tot verrassende inzichten. (Binnenflap essay)


Het is een ongelooflijk moedig geschiedenis, die Isik ons vertelt. Ik viel van de ene verbazing in de andere. Hoe dapper moet je zijn om zo voor jezelf op te komen in een vrouwvijandige omgeving. En over hoeveel doorzettingsvermogen moet je wel niet beschikken om het hier in Nederland in je eentje te rooien en je kinderen een goede toekomst te geven. Ongetwijfeld zijn er meer Aynur's in Nederland, we horen er weinig van. Helaas horen we meestal alleen over een generatie die nog steeds onze taal niet goed spreekt en geïsoleerd leeft. Isik mag met recht trots op zijn moeder en dit essay is een waar eerbetoon. Prettig leesbaar! 

Jan VanToortelboom -  Meester Mitrailette

Het stond al zolang op mijn lijstje, maar het kwam er maar niet van. Te druk met de nieuwe titels, maar nu heb ik er toch eindelijk maar eens tijd voor gemaakt.

Samenvatting
De Eerste Wereldoorlog, een jonge schoolmeester staat voor het vuurpeloton, als deserteur veroordeeld tot de dood. Waarom is hij gedeserteerd? Wat heeft de jongen Marcus Verschoppen ermee te maken? En zijn moeder? Jan Vantoortelboom laat op onnavolgbare wijze zien hoe schuldgevoelens een leven kunnen ontwrichten. (Achterflap)

Dit is een beknopte, maar perfect samenvatting van het verhaal. Wie het al gelezen heeft, zal het met me eens zijn. Het boek begint en eindigt met dit vuurpeloton. Daartussen wisselen heden en verleden zich af. De ik (David) die naar zijn eerste betrekking in Elverdinge vertrekt om er schoolmeester te worden. En de herinneringen aan zijn jeugd en zijn broertje, dat hij liefkozend Rattekop noemde. Door het vuurpeloton weet je dat het heden op de een of andere manier daarheen zal leiden en door de verhalen van vroeger vermoed je dat er iets vreselijks moet zijn gebeurd waar hij zich nog steeds schuldig over voelt en dat zijn moeder hem nooit heeft kunnen vergeven. Die twee spanningsvelden samen maken er een boek van dat je in zijn greep houdt en dat je na het dichtslaan nog wel even bezig houdt.
Een uitgebreidere recensie vind je bij Sue van Boekenz: KLIK HIER.

Eerder las ik van hem De drager (KLIK HIER), een enorm spannend boek met ethische vragen en De man die haast had (KLIK HIER) waarin schuldgevoelens ook een belangrijke rol spelen. Nu De verzonken jongen en De Jagersmaan nog en dan ben ik weer helemaal bij.

Sanneke van Hassel - De ochtenden, keuze uit de verhalen door Jan van Mersbergen

Samenvatting
Tien jaar na haar debuut is Sanneke van Hassel niet meer weg te denken uit het literaire landschap. Jan van Mersbergen, schrijver en generatiegenoot, selecteerde zevenentwintig van haar verhalen en leidt ze stuk voor stuk in: ‘De combinatie van expliciet en impliciet, en het doseren daarvan, geen enkele schrijver in Nederland beheerst dat op die manier.’ De schrijvers delen het talent om eigentijdse dilemma’s en complexe relaties tussen vrienden, geliefden, ouders en kinderen op een spannende manier te tonen en weten met schijnbaar eenvoudige middelen rijke werelden op te roepen.

Sanneke van Hassel is een van mijn favoriete auteurs, net als Jan van Mersbergen. Ik las twee romans van haar: Nest (KLIK HIER) en Stille grond (KLIK HIER). Sommige verhalenbundels ook: Ezels (KLIK HIER) IJsregen (ik weet niet waarom ik mijn recensie hiervan niet meer kan vinden). De verhalen die Jan van Mersbergen voor deze bundel koos, herkende ik direct, omdat ze ook mij aanspraken destijds. Het mooie van deze bundel is, dat J.v.M. elke verhaal een korte inleiding meegeeft die steeds even de aandacht vestigt op het vakmanschap van Van Hassel. Het is een welkome aanvulling. De verhalen zien er zo bedrieglijk gemakkelijk uit, ze lezen zo soepel weg, je verdwijnt er zo snel in, dat het je misschien ontgaat hoe knap ze in elkaar zitten. Het is een mooie bundel geworden, met oude en nieuwe verhalen die ik met genoegen (nogmaals) gelezen heb.


En verder? 

Deel 2 van Het Bureau is uit. Maar ook voor het schrijven van een blog daarover ontbreekt me de energie, al heb ik al wel hele stukken in mijn hoofd. Misschien komende maand.

Verder heb ik het prachtige boek Victoria, de jonge koningin van Uitgeverij Karmijn gewonnen. Het is precies wat ik op dit moment nodig heb om weer plezier te krijgen in lezen. Daar ga ik eerst eens op mijn gemak van genieten. Ik ga er zeker nog een blog aan wijden.

© Jannie Trouwborst, juni 2019.

zaterdag 25 mei 2019

Mei 2019: wat las ik?

Ik heb best veel gelezen in mei. En ik heb van alle boeken genoten. Maar de energie om er daarna over te bloggen is nog steeds niet terug. Dus wederom slechts een overzicht met hier en daar wat commentaar. 

Margriet van der Linden - De liefde niet 

Samenvatting: Drie jonge vrouwen volgen een opleiding aan de Evangelische School voor Journalistiek. In hun studentenhuis wordt gerookt, gedronken en oeverloos geouwehoerd – toch is de sfeer er anders dan in andere studentenhuizen. Ze lezen samen de Bijbel. Ze praten over de toekomst die hun ouders voor hen hebben uitgestippeld. Het is 1989. Er hangt onweer in de lucht. M. besluit haar eigen weg te gaan. De breuk met haar verleden is pijnlijk – maar definitief. De liefde niet is een weergaloze coming-of-age-roman. (Uitgever Querido). 

In dit sterk autobiografische boek lezen we hoe het meisje M. worstelt met haar geloof en met haar geaardheid. Ze groeit op in een streng gereformeerd gezin in de Alblasserwaard. De toestanden doen een beetje denken aan Knielen op een bed violen, maar het perspectief is anders. We lezen hoe een kind dit leven ervaart: de angsten, de twijfels, de onzekerheden. Die nemen toe op het moment dat ze begint te vermoeden dat ze anders is. Dankzij boeken uit de bibliotheek begint ze te begrijpen wat er met haar is en hoopt ze dat het over gaat of dat ze het kan negeren. Nog steeds angstig voor de gevolgen vanuit het geloof en voor het oordeel van ouders en anderen. Een heel beklemmend verhaal, waarin ze pas aan het einde van haar opleiding de moed verzamelt voor zichzelf te kiezen. Met al het verdriet dat daar ook bij hoort.
In een TV-uitzending van M. deze maand over het belang van lezen, haalt Margriet van der Linden deze feiten aan, door te stellen dat zij, dankzij het lezen van boeken, beter kon begrijpen dat ze niet de enige was die met deze gevoelens worstelde. Het zal ongetwijfeld voor haar een drijfveer geweest zijn dit boek voor anderen te schrijven. Een ontroerend en boeiend boek! 

Jan van Mersbergen  - De onverwachte rijkdom van Altena. 

Samenvatting:  Het is een warme zomermiddag wanneer Frank en zijn zoon de dorpsstraat binnenrijden. Die straat is meestal uitgestorven, maar nu staat er een opvallend klein en broos persoon. Een Japanse heer, een exotische verschijning. Hij komt met het bericht dat Rochat overleden is; de man die dertig jaar geleden zonder opgaaf van reden een heel meer liet omheinen en afsluiten. Hij maakte daarmee een einde aan de lange dagen die de jeugd daar in de zomer doorbracht en zette zo een compleet dorp buitenspel, om – zo denken de mensen – zijn eigen hobby te kunnen beoefenen. Rochat werd door iedereen gehaat. Ook de dochter van Rochat duikt opnieuw op in het dorp. Waarom geeft ze Frank en zijn vrouw Marlies de sleutel van het hek rondom het grote meer? Marlies leidt de lezer door een legpuzzel van verhalen en mysteries. Na een nachtelijke zoektocht ontdekt ze samen met Frank dat het meer een geheim in zich draagt dat het gezin geweldige rijkdom kan geven. Wat doet zo’n plotselinge kans met je? Kies je ervoor om je eigen weg te gaan, of te delen? Met zijn nieuwe roman slaat Jan van Mersbergen een verrassende weg in. De onverwachte rijkdom van Altena laat zien dat delen pas zin heeft als iedereen ervan profiteert. Een intrigerend verhaal over afgunst en solidariteit onder de uitgestrekte hemel van de Nederlandse polder.(Achterflap). 

Hoewel ik in mijn vorige blog aankondigde dat ik er een uitgebreider blog over zou gaan schrijven, heb ik me bedacht. Er is intussen al zoveel positieve aandacht voor gekomen bij recensenten en bloggers, dat ik er weinig aan heb toe te voegen. Ik vind de structuur wel grappig: er wordt een cryptogram opgelost tijdens het vertellen van het verhaal door de ik-persoon, waarbij de opgaven tevens de titels van de hoofdstukken zijn en verband houden met de inhoud. Ook Japanse gezegden, wijsheden en sprookjes krijgen een rol. Er zit genoeg spanning in het verhaal, het is vlot geschreven. Maar als je een plank vol boeken van Van Mersbergen hebt staan, mag je toch ook wel zeggen dat je het niet per se beter vindt dan andere boeken van zijn hand. Toch is het een aanrader. 

A.N. Ryst - De nadagen

Samenvatting:  
Die avond sprak hij over de pil van Drion. ‘Jazeker,’ zei hij, ‘ja, dat vind ik een oplossing. Voor als het niet meer gaat.’
‘Hè ja,’ zei mijn moeder. ‘Lekker. En ik dan?’
Mijn vader haalde zijn schouders op. ‘Je stopt mij maar onder de grond. Alles is geregeld.’
‘Wou je hem in je nachtkastje leggen?’ vroeg mijn moeder.
‘Waarom niet,’ zei mijn vader.
Ze waren even stil. Klagend schuurde de bries rondom het huis.
‘Tja,’ zei mijn moeder. ‘Nou ja, als je het zo bekijkt... Misschien zou ik die pil dan ook moeten hebben.’
Mijn vader reageerde met een kort, haast jongensachtig lachje. ‘Als jij hem neemt,’ zei hij, ‘dan hoef ik hem niet meer.’


Haak en Juan Ellerts de Wit wonen in een afgelegen huis in Friesland. Hun zoon Niek beschrijft met verve en compassie de laatste jaren van hun huwelijk: een emotionele periode van confrontaties, van herinneringen en van afscheid, omlijst door het woeste land waarin zij zich, ooit, hadden teruggetrokken.
De nadagen is een monument voor de verloren tijd; een ontroerende, bevlogen en geestige vertelling over het onvermogen van mensen om elkaar te bereiken – over wat vergankelijk is, en over dat wat blijft.
 


Nu ikzelf ouder begin te worden, zijn dit boeken die me nieuwsgierig maken. Hoe gaan anderen er mee om. Daar heb ik meer mee, dan met de levens van dertigers. Ook boeiend, maar niet altijd verrassend: ik heb het allemaal al meegemaakt. Maar wat nog komen gaat, dat is ongewis.
In een interview vertelde A.N. Ryst (pseudoniem van Pieter Joan Daniël Remmerts de Vries) dat hij al lang een dagboek bijhield en daarin opschreef wat hij zag en hoorde van zijn ouders. Omdat hij hoopte dat de woorden die zo bewaard werden meer zouden zeggen dan foto's als ze er niet meer zouden zijn. Die dagboeken en latere aantekeningen heeft hij gebruikt om het boek te schrijven.
Het gaat niet alleen over de laatste dagen. Er worden ook herinneringen opgehaald, zodat we een vrij compleet beeld krijgen van hun levens. Langzaam maar zeker worden we echter meegenomen in de aftakeling van zijn vader.
Ook hier is sprake van een sterk autobiografische roman. Ontroerend en toch ook met humor geschreven. De stijl doet me erg denken aan Voskuil, vooral in de dialogen en de beschrijving van alledaagse gebeurtenissen en familiesamenkomsten. Dat maakt het luchtiger, zelfs als het over de "nadagen" gaat. 

De Maand van de Filosofie 

Zoals gebruikelijk in de Maand van de Filosofie verscheen er weer een essay. Dit keer geschreven door Tim Fransen, cabaretier, filosoof en psycholoog. Maar ook voor het eerst ook een filosofisch kinderboek van Abdelkader Benali. 

Tim Fransen - Het leven als tragikomedie, over humor, kwetsbaarheid en solidariteit 

Samenvatting: Het menselijk bestaan is onlosmakelijk verbonden met een zekere tragiek. We zijn sterfelijk en kwetsbaar; we leven in een wereld waarin verschillende waarden met elkaar botsen. En we hebben het eigenaardige vermogen om allerlei existentiële vragen te stellen waar we geen antwoord op krijgen. Tot overmaat van ramp gaan we hiermee om door deze tragiek op allerlei manier te ontkennen. In Het leven als tragikomedie pleit Tim Fransen voor een herwaardering van het komische. Hij betoogt dat het komische niet een tegenpool is van het tragische, maar dat humor juist een alternatief perspectief biedt op ons onvermijdelijke falen. Een perspectief dat ons in staat stelt om het tragische onder ogen te zien, in plaats van een uitvlucht te zoeken in de vaak destructieve ontkenning ervan. En bovendien een perspectief dat een voedingsbodem kan vormen voor een gevoel van solidariteit met onze medestuntelaars. (Achterflap) 

Wie al eens een cabaretvoorstelling gezien heeft van Tim Fransen zal in het essay het een en ander herkennen. Het wordt nergens belerend, het is ook voor niet filosofen goed te volgen (is ook de bedoeling natuurlijk van zo'n uitgave), maar het opent ook je ogen en laat je een ander perspectief op ons geworstel in dit leven zien. Zelfs de humor ontbreekt niet: in de voorbeelden en in de soms hilarische voetnoten. Ik heb het met plezier gelezen en zal dat zeker binnenkort nog eens doen, want er wordt genoeg aangestipt dat niet alleen gelezen, maar ook overdacht dient te worden. 

Abdelkader Benali - Mijn broer en ik 

Samenvatting: Het is de warmste dag van de zomervakantie. Amira vindt het een perfecte dag om naar het zwembad te gaan. Ze wil dat haar broer Adam eindelijk een keer meegaat, om samen plezier te maken. Maar Adam zegt dat hij niet tegen chloorwater kan. Dat de hitte niet goed voor hem is. En dat hij naar de dokter moet voor alweer een controleafspraak. Smoesjes, vindt Amira, en het lukt haar Adam mee te krijgen.
Adam vindt het leuk in het zwembad. Hij maakt zelfs een bommetje om indruk te maken op een meisje van school. Maar dan begint Adam zich vreemd te gedragen. Hij slaat wartaal uit en praat over een systeem dat van slag is. Wat is er met Amira’s broer aan de hand?

Mijn broer en ik is het eerste filosofische kinderboek van de Maand van de Filosofie. Abdelkader Benali schreef een spannend verhaal dat aan het denken zet. Wat is in deze tijd van techniek en robots nog het verschil tussen echt en onecht? (Achterflap).
 


Een leuk idee om ook voor kinderen een filosofisch getint verhaal te schrijven. Ik durf niet te zeggen of het kinderen zal aanspreken. Het is wel spannend en het vermoeden wat er aan de hand is, begint al vrij snel te dagen, maar zelfs de uitwerking daarna is nog spannend. En ook de vragen die het verhaal op kan roepen. Wat toch de bedoeling is van filosofie. Misschien wel een idee om het in de klas voor te lezen en er daarna over te praten. Ik schat vanaf een jaar of 9. Ik hoop in elk geval wel dat het niet bij deze ene keer blijft en dat ook volgend jaar weer een filosofisch kinderboek zal verschijnen.

En verder?

Deel twee van Het Bureau is uit. Daarover meer in een apart blog. Ik ben bezig geweest in De blinde wereld van Ellen Heijmerikx naar aan leiding van de lijst van onterecht vergeten schrijvers van Gerbrand Bakker. Maar dat was even teveel van het goede na de streng gereformeerde toestanden van Margriet van der Linden. Ik ben ermee gestopt. Ondertussen lees ik in Wolf van Maartje Laterveer. Afwisselende essays over feminisme.



© Jannie Trouwborst, mei 2019